Posts tonen met het label zonde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zonde. Alle posts tonen

donderdag 25 december 2014

Zij werden verzengd door de grote hitte … en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven (Opb. 16)


2 Kronieken 30; Openbaring 16; Zacharia 12:1-13:1; Johannes 15

De zeven schalen van Gods toorn [of gramschap] (Opb. 16), met daarin de laatste zeven plagen (zie ook Opb. 15), worden uitgegoten over de aarde. Ongetwijfeld is veel van de taal symbolisch geladen; soms is die duidelijk, soms is die moeilijker te verstaan.

Hier wil ik focussen op één zinsdeel dat wordt herhaald. Wanneer de vierde engel zijn schaal uitgoot, staat er over de slachtoffers dat ze ‘werden verzengd door de grote hitte en zij lasterden de naam van God, die de macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven’ (16:9, cursief toegevoegd).

Hetzelfde na de vijfde schaal: mensen ‘lasterden de God des hemels vanwege hun pijnen en vanwege hun gezwellen, en zij bekeerden zich niet van hun werken’ (16:11, cursief toegevoegd).

We moeten stilstaan bij deze donkere gedeeltes.

(1) Ze komen meteen na de semi-poëtische zinnen van de voorgaande verzen: ‘Rechtvaardig zijt Gij, die zijt en die waart, Gij Heilige, dat Gij dit oordeel hebt geveld. Omdat zij het bloed der heiligen en der profeten vergoten hebben, hebt Gij hun ook bloed te drinken gegeven; zij hebben het verdiend! … Ja, Here God, Almachtige, uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig’ (16:5-7). Dit thema kwamen we al eerder tegen. Indien God de aanhoudende aanvallen op zijn verbondsvolk negeert, indien Hij doet alsof de ernstige boosheden die werden begaan in de wereld nooit gebeurden, wordt Hij zelf aangetast: dan is hij hoogstens amoreel, misschien immoreel.

(2) In bepaalde opzichten verklaren de vreselijke woorden van 16:9 iets van de hel zelf. De hel is niet gevuld met mensen die hun lesje hebben geleerd. Ze is vol mensen die nog altijd weigeren zich te bekeren. Zoals degenen die onder deze plagen lijden, lijden ze en vervloeken ze God omwille van hun lijden, maar ze weigeren zich te bekeren van wat ze hebben gedaan. Dit is hoe de hel eruitziet: een voortgaande cyclus van zonde, rebellie, oordeel, zonde, rebellie, oordeel, zonder einde.

(3) Deze Schriftgedeeltes van verschrikkelijk oordeel moeten worden gezien in het kader van het volledige boek Openbaring. Openbaring 5 heeft al de aandacht gevestigd op de Leeuw/het Lam wiens triomfantelijke lijden mannen en vrouwen heeft gered uit elke stam en taal en volk en natie. Openbaring eindigt met een uitnodiging: Geest en Bruid (een ander woord voor de kerk, het volk van God) roepen nog altijd ‘Kom’(22:17). ‘En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet’ (22:17).
Er staat geschreven: ‘Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd’ (22:11).


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 25 november 2014

Satan keerde zich tegen Israël en zette David aan, Israël te tellen (1 Kron. 21)

1 Kronieken 21; 1 Petrus 2; Jona 4; Lukas 9

2 Samuel 24, dat grotendeels parallel loopt met 1 Kronieken 21, stelt dat de toorn van de Heer ontbrandde tegen Israël en dat Hij David er daarom toe aanzette om het volk te tellen, een daad die strikt verboden was – en dan bracht die daad de toorn van God over het volk (24:1). Het gedeelte dat we nu voor ons hebben stelt dan weer ‘Satan keerde zich tegen Israël en zette David aan, Israël te tellen’ (1 Kron. 21:1).

De twee standpunten hoeven elkaar natuurlijk niet uit te sluiten, en hoeven zelfs niet bijzonder te botsen. In Gods universum is het onmogelijk om zelfs de meest verafgelegen grenzen van Gods soevereiniteit te overschrijden. Of zijn voorzienige wil over de Duivel nu neergezet wordt als permissief (zoals in het geval van Job), of iets meer directief, God heeft steeds de touwtjes in handen.

Wat nu de morele dimensies van de kwestie betreft, is het belangrijk dat we bedenken dat God zelfs binnen het raamwerk van 2 Samuel 24 David niet arbitrair of in een opwelling verleidt om kwaad te doen, om hem er dan eerder venijnig voor af te ranselen.

Wat God ook maar beveelt wordt neergezet als Gods antwoord op voorafgaande zonde: Gods toorn ontbrandde tegen Israël, wordt ons gezegd, zodat bepaalde dingen plaatsgrepen.

Op dezelfde manier bestond het teken van Gods toorn over het volk Israël tijdens de kwijnende jaren van de heerschappij van het Davidische koningshuis uit meer en meer wrede corruptie op de troon en onder de regerende elite, met natuurlijk als resultaat dat er meer zonde in het land kwam, en dat Gods oordeelsdreigingen ook weer dichterbij kwamen.

Niettemin, dit gezegd zijnde, is het gevoel van deze twee hoofdstukken, 2 Samuel 24 en 1 Kronieken 21, nogal verschillend. In beide gevallen wordt David verantwoordelijk gehouden om de Schriften van het verbond te volgen, ongeacht de verleiding of de complexiteit van de herkomst ervan. Maar de duidelijke vermelding van Satan in 1 Kronieken 21 onderstreept de dimensie van het kosmisch gevecht tussen goed en kwaad.

Drie andere perspectieven worden ook benadrukt:

(1) Joab wordt altijd geportretteerd als een aanzienlijk militair leider, maar niet als een buitengewoon geestelijk of zelfs moreel mens. Hier staat hij op met godvrezend advies voor de koning, maar wordt naar hem niet geluisterd (21:3-4). Godvruchtige raad kan vanuit tal van bronnen komen. Ongetwijfeld moet je naar allemaal luisteren – maar uiteindelijk moet elke raad worden beproefd aan de hand van het Woord van God.

(2) Bepaalde daden hebben immense gevolgen voor anderen. Dit was in het bijzonder waar onder het oude verbond, waarin koningen, profeten en priesters als vertegenwoordigers optraden voor het volk. Hoewel het nieuwe verbond anders is ingericht, blijft het bijvoorbeeld nog altijd waar dat de zonden van de vaders bezocht worden aan de kinderen tot in het derde of vierde geslacht.

(3) God is barmhartiger dan mensen. Het is beter in zijn handen te vallen, op rechtstreekse wijze en dus zonder menselijke tussenpersonen, dan in welke andere handen ook.


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 8 oktober 2014

'De HEER werd woedend op Salomo, omdat hij ontrouw was geworden aan hem' (1 Kon. 11)


1 Koningen 11; Filippenzen 2; Ezechiël 41; Psalmen 92-93

Op weinig plaatsen heeft het word ‘echter’ [in de NBG-vertaling staat er: ‘nu’] meer brute kracht dan in 1 Koningen 11:1: ‘Koning Salomo nu had (…) vele vreemde vrouwen lief’. In die tijd werd de grootte van de harem van een koning algemeen beschouwd als een weerspiegeling van zijn rijkdom en macht. Salomo huwde prinsessen van overal, vooral, maakt de schrijver pijnlijk duidelijk, ‘behorende tot die volken, van wie de HERE tot de Israëlieten had gezegd: Gij zult u met hen niet inlaten, en zij zullen zich met u niet inlaten, voorwaar, zij zouden uw hart meevoeren achter hun goden’ (11:2).

Dit is precies wat er gebeurde, in het bijzonder toen Salomo ouder geworden was (11:3-4). Hij nam deel aan de dienst van vreemde goden. Om zijn vrouwen te behagen, voorzag hij in heiligdommen, altaren en tempels voor hun goden. Ongetwijfeld begonnen veel Israëlieten deel te nemen aan die heidense diensten. Op zijn minst zal de verontwaardiging bij velen afgenomen zijn, vooral omdat Salomo bekend stond als een zeer wijs, vindingrijk en succesvol koning.

Uiteindelijk breidde zijn heidense afgoderij zich uit tot de afschuwelijke goden voor wie men kinderen offert. Zo deed Salomo ‘wat kwaad is in de ogen des HEREN, en hij volgde de HERE niet ten volle, zoals zijn vader David’ (11:6). Natuurlijk had David zelf bij momenten gefaald. Maar hij viel terug van een leven van principiële toewijding aan de Here God, en hij had berouw en keerde terug naar de Heer; hij leefde niet in een stroom van groeiend godsdienstig compromis zoals zijn zoon en troonopvolger.

De straf wordt uitgesproken (11:9-13): na zijn dood zal Salomo’s koninkrijk worden verdeeld, met tien stammen die zich afscheuren, zodat er slechts twee overblijven voor het Davidische koningshuis – en zelfs dit schamele overblijfsel wordt alleen overgelaten ter wille van David.

Ware Salomo een man van een ander kaliber, hij had berouw getoond, de gunst van de Heer gezocht, de offerhoogten vernield en opgeroepen tot verbondstrouw.
Maar de trieste waarheid is dat Salomo zijn vrouwen en hun opinie belangrijker vond dan zijn Verbondsheer en diens opinie.

Tijdens de slotjaren van zijn regering kreeg Salomo heel wat tekenen voor het feit dat Gods bewaring en gunst hem onttrokken waren (11:14-40). Niets is droeviger dan Salomo’s vergeefse poging om Jerobeam te laten ombrengen – het roept herinneringen op aan Sauls pogingen om David te doden. Maar er is geen beweging naar God toe, geen bekering, geen honger naar God.

We kunnen er tal van lessen uit leren. Wees voorzichtig wat en wie je liefhebt. Een goede start is geen garantie voor een goede afloop. Geef gevolg aan Gods waarschuwingen wanneer je nog kunt; doe je dit niet, dan kun je uiteindelijk zo verhard geraken dat zelfs zijn meest ernstige dreigementen je niet meer zullen raken.

Op het niveau van de canon leren we dat zelfs het meest gezegende, bewaarde en gezalfde koningshuis, gekozen uit het uitverkoren volk van de Heer, zijn einde aankondigt: het zal uiteenvallen. Oh, hoezeer hebben we toch een Redder nodig, een koning uit de hemel!


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 16 september 2014

'Gij zijt die man!' (2 Sam. 12)

2 Samuël 12; 2 Korinthiërs 5; Ezechiël 19; Psalmen 64-65

In Nathans dramatische confrontatie met koning David (2 Sam. 12) ging de moed van de profeet gepaard met een geweldige schranderheid. Hoe kon de profeet zonder deze onverwachte aanpak anders de aandacht krijgen van een autocratische koning en hem frontaal confronteren met zijn zonde?

We moeten verder stilstaan bij bepaalde kenmerken van dit hoofdstuk.

Ten eerste wordt het fundamentele verschil tussen David en Saul nu duidelijk. Beide mannen misbruikten hun macht in een hoge functie. Wat hen anders maakt is de manier waarop zij reageren op een terechtwijzing. Toen Samuël Saul van zonde beschuldigde, probeerde die laatste zijn zonde te verbloemen; toen Jonatan Sauls handelswijze in vraag stelde, kreeg hij een speer naar zijn hoofd.

Toen Nathan daarentegen zijn onderwerp indirect benaderde, komt de zonde spoedig aan het licht: ‘Gij zijt die man!’ (12:7). Maar Davids reactie is radicaal anders: ‘Ik heb tegen de HERE gezondigd’ (12:13).

Dit is zeker een van de ultieme tests voor de richting van iemands leven. We zijn een zondig geslacht. Zelfs goede mensen, mensen met een sterk geloof, zelfs iemand als David – die een ‘man naar Gods hart’ is (vgl. 1 Sam. 13:14) – kan afglijden en zondigen. Daar is nooit een excuus voor, maar wanneer het gebeurt, mag het ons nooit verbazen.

Maar wie ernstig zijn over het kennen van God zullen na verloop van tijd terugkeren met oprecht berouw. Valse bekeerlingen en afvalligen zullen uitpakken met een hele trits tamme excuses, maar zullen geen persoonlijke schuld toegeven, behalve op de meest oppervlakkige manieren.

Ten tweede kan alleen God zonde vergeven. Wanneer Hij dit doet, wordt de straf die bij de zonde hoort, de dood zelf, niet toegepast (12:13).

Ten derde kunnen er, zelfs wanneer de ultieme sanctie op de zonde niet wordt toegepast, andere gevolgen overblijven, die in deze gevallen en gebroken wereld niet te vermijden zijn. David krijgt nu te maken met drie ervan:

(1) dat het kind dat Batseba draagt zal sterven; (2) dat er tijdens zijn leven strijd en oorlog zal zijn terwijl hij zijn koninkrijk vestigt; (3) dat hij op een bepaald moment in zijn leven zal ondervinden wat het is om verraden te worden: iemand uit zijn eigen huis zal tijdelijk beslag leggen op de troon, wat tot uiting komt door te slapen met de koninklijke harem (12:10-12).

Elk van deze gevolgen is pijnlijk. Het eerste is verbonden met het overspel zelf; het tweede is misschien een verwijzing naar het feit dat David in de eerste plaats werd verleid omdat hij niet ten strijde getrokken was met Joab, maar was thuisgebleven (11:1), duidelijk verlangend naar vrede; en het derde trakteert David op het verraad dat ook hijzelf heeft gepleegd.

Ten vierde is Davids reactie op de meest drukkende van de oordelen uiteindelijk positief. God is niet het equivalent van het onpersoonlijke lot. Hij is een persoon, en een persoon kan gebeden en gezocht worden. Ondanks zijn gigantische falen is David nog altijd een man die God beter kent dan zijn talloze critici.


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 15 september 2014

'Maar de zaak, die David gedaan had, was kwaad in de ogen des HEREN' (2 Sam. 11)

2 Samuël 11; 2 Korinthiërs 4; Ezechiël 18; Psalmen 62-63

Hier vind je een David op zijn slechtst (2 Sam. 11). In de verhaallijn van 1 en 2 Samuël is het bijna alsof tegenstand het beste in David naar boven brengt, terwijl zijn opeenvolging van recente ononderbroken militaire en politieke successen toont hoe hij rusteloos, dwaas en onvoorzichtig is.

De zonden zijn veelvoudig. Naast de duidelijke overtredingen van begeerte, overspel en moord, zijn er nog dieperliggende zonden die nauwelijks minder ernstig zijn. Zijn poging om zijn schuld te bedekken door Uria naar huis te laten komen mislukt, omdat Uria een van die hoogst uitzonderlijke mannen blijkt te zijn: een idealist – een idealist die zelfs zijn militaire verantwoordelijkheden bekijkt in termen van zijn verbondstrouw (11:11). En dit allemaal voor een bekeerde Hethiet!

Erger nog, Davids buitengewone manipulatie van de militaire en politieke machtshefbomen toont dat deze koning bedwelmd is geworden door macht. Hij denkt dat hij alles kan regelen; hij denkt dat hij het recht heeft de staat te gebruiken om zichzelf vooruit te helpen en dan zijn eigen zonde te verbergen. De naam van dit spel is corruptie.

Er zijn nog andere opmerkelijke elementen in het verhaal.

Ten eerste wordt er bijna niets gezegd over Batseba, behalve dat ze mooi was, verleid werd en uiteindelijk trouwde met David. Natuurlijk was ze aan de ene kant niet minder schuldig dan hij. Maar hierover rept de tekst met geen woord. Elders tekent de Bijbel de daden op van goede vrouwen (Ruth) en van slechte vrouwen (Isebel); naar het einde van Davids leven toe speelt Batseba zelfs een belangrijke rol.

Misschien dat de tekst voor een deel minder schuld op haar legt omdat ze werd gemanipuleerd door een figuur die veel machtiger was dan zij. Maar wellicht is de stilte niet zozeer een aanduiding van relatieve gradaties van schuld, maar veeleer van de belangrijkste focus: het verslag gaat over David, en uiteindelijk over de lijn van David.

Ten tweede is het verbazingwekkend dat David dacht dat hij hiermee kon weg komen. Zelfs politiek gezien moesten te veel mensen weten wat hij had gedaan; het verhaal kon niet worden stil gehouden. En hoe kon David ook maar een ogenblik denken dat God zelf dit niet zou weten? Was hij op dit punt kwalijk vervreemd van God? Dit hoofdstuk biedt op zijn minst een dramatisch getuigenis van de verblindende gevolgen van zonde.

Ten derde eindigt het hoofdstuk – somber en krachtig – met de eenvoudige zin ‘Maar de zaak, die David gedaan had, was kwaad in de ogen des HEREN’ (11:27). Ongetwijfeld feliciteerde David zichzelf stilletjes met zijn clevere manier om de zaak toe te dekken. Hij had gezondigd en was er mee weg gekomen. Misschien hadden sommige van zijn onderdanige lakeien hun meester zelfs gefeliciteerd.

Maar God was op de hoogte en was er niet blij mee. Gelovigen die wandelen met hun Schepper en Verlosser, vergeten nooit dat God ziet en weet, en dat wat Hem behaagt het enige is dat werkelijk telt; wat Hem mishaagt zal ons vroeg of laat weer inhalen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 3 september 2014

Let op dat je vrijheid geen struikelblok wordt voor de zwakken (1 Kor. 8)

1 Samuël 27; 1 Korinthiërs 8; Ezechiël 6; Psalm 44

Blijkbaar voelen sommige christenen in Korinthe, verzekerd door de kennis dat afgoden helemaal niets zijn en dat alle vlees geschapen werd door de ene ware God en dus goed is om te eten, zich verbazingwekkend vrij om te eten wat ze maar wensen, ook al werd het dan geofferd aan een afgod.

Anderen, mogelijk bekeerd vanuit een leven dat verbonden was met heidens bijgeloof, bespeuren het demonische in de afgod en geloven dat het onveilig is voedsel te eten dat aan die afgoden werd geofferd (1 Kor. 8).

De hoofdlijn in Paulus’ argumentatie is duidelijk. Zij die een sterk geweten hebben in deze materies moeten bereid zijn hun rechten op te geven, zodat ze andere broers en zusters in Christus geen schade toebrengen.

Het kan niettemin de toepassing uitkristalliseren als we verschillende elementen onderstrepen:

(1) De kwestie draait rond iets dat intrinsiek niet verkeerd is. Je kunt je niet voorstellen dat de apostel zou suggereren dat sommige christenen denken dat overspel geen probleem vormt, terwijl anderen er moeite mee hebben, en dat de eersten dan misschien hun vrijheid zouden moeten opgeven om de anderen niet te kwetsen. In dergelijk geval is er nooit een excuus voor die daad; die is verboden. Dus zijn Paulus’ principes hier enkel van toepassing voor daden die op zichzelf moreel neutraal zijn.

(2) Paulus gaat ervan uit dat het verkeerd is om tegen het geweten in te gaan, want dan kan het geweten gekwetst worden (8:12 [of ‘ondermijnd’ in de NBV-vertaling]). Een geweten dat op één terrein verhard wordt, over een neutrale zaak, kan hard worden in een andere materie – iets meer cruciaals. In het ideale geval moet het geweten natuurlijk meer volmaakt in lijn worden gebracht met wat God zegt in de Schrift, zodat het de persoon in neutrale zaken vrij zou laten. Het geweten kan door de waarheid worden geïnstrueerd en gevormd. Maar totdat het geweten wordt hervormd door de Schrift, is het best er niet tegen in te gaan.

(3) De ‘zwakke’ broeder in dit hoofdstuk (8:7-13) is er een met een ‘zwak’ geweten; dit wil zeggen, iemand die denkt dat een bepaalde daad verkeerd is, zelfs al is er intrinsiek niets verkeerds aan. Dus is de ‘zwakke’ broeder meer gebonden aan regels dan de ‘sterke’ broeder. Beiden zullen de regels aannemen als het gaat om dingen die werkelijk verkeerd zijn, terwijl de zwakke broeder regels toevoegt voor zaken die niet werkelijk verkeerd zijn maar die op dit punt verkeerd zijn voor hem, omdat hij denkt dat ze verkeerd zijn.

(4) Paulus legt de last van de verantwoordelijkheid in de eerste plaats bij de ‘sterken’ om hun eigen vrijheden te beperken voor het welzijn van anderen. Het volstaat met andere woorden voor de christen nooit om de vraag te stellen ‘Wat is er me toegestaan om te doen? Wat zijn mijn rechten?’. Christenen dienen een Heer die zeker niet op zijn rechten stond toen Hij naar het kruis ging. Wanneer ze de zelfverloochening van Jezus volgen, zullen ze ook vragen ‘Welke rechten zou ik moeten opgeven voor het welzijn van anderen?’.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 18 juli 2014

Bedrog in de eerste gemeente (Hd. 5)

Richteren 1; Handelingen 5; Jeremia 14; Mattheüs 28

Het verhaal van Ananias en Saffira, wiens namen opgeschreven staan in de vroegste christelijke verslagen omwille van hun bedrog (Hd. 5:1-11), is om verschillende redenen verontrustend. De eerste kerk dacht er in elk geval zo over (Hd. 5:5, 11). Vier opmerkingen helpen de kwesties in beeld te krijgen:

Ten eerste garandeert een opwekking niet de afwezigheid van zonde in een gemeenschap. Wanneer veel mensen bekeerd zijn en werkelijk veranderd, wanneer velen hernieuwd worden en werkelijk de zonde leren haten, vinden anderen het aantrekkelijker om als heilig beschouwd te worden dan heilig te zijn. Een opwekking biedt veel verleidingen tot hypocrisie die minder sterk zou zijn wanneer de stemming van de tijd seculier of heidens is.

Ten tweede is het probleem niet zozeer de gift van het geld dat Ananias en Saffira bekwamen toen ze een stuk grond verkochten, maar wel de leugen die ze vertelden. Blijkbaar waren er een aantal leden die eigendommen verkochten en alle opbrengsten aan de kerk schonken om haar te helpen in de verschillende bedieningen, vooral voor het lenigen van de nood van broers en zusters in Christus.

En ja, de man die Barnabas werd genoemd was in dit opzicht een voorbeeld (4:36-37), en hij dient als een tegenhanger voor Ananias en Saffira.
Maar deze twee verkochten hun eigendom, hielden wat van de opbrengst voor zichzelf, en deden alsof ze alles gaven. Het was die aanspraak op heiligheid en zelfverloochening, die schijn van vrijgevigheid en godsvrucht, die zo aanstootgevend was.

Bleef dit kwaad onontdekt, dan kon het nog toenemen. Het zou zeker mensen in bepaalde eervolle posities brengen wiens wandel het niet verdiende. Maar erger nog: het was een regelrechte leugen tegen de Heilige Geest – alsof de Geest van God de waarheid niet kon kennen, of er niet zou om geven. In die zin was het een uiterst neerbuigende daad, bedrog tegenover een standpunt dat zo ver af stond van de Godgerichtheid van oprecht geloof, dat het afgodisch was.

Ten derde was samenzwering een ander element van het probleem. Het was niet genoeg dat Ananias die boosaardige daad zelf beging. Hij handelde ‘met medeweten van zijn vrouw’ (5:2); haar leugen was zelfs niet alleen passief maar actief (5:8), wat een gedeelde toewijding aan het licht bracht om gelovigen te bedriegen en God te tarten.

Ten vierde kan het oordeel in tijden van zuivere opwekking directer zijn dan in tijden van verval. Wanneer God zich terugtrekt uit de kerk en de toenemende zonde zijn beloop laat krijgen, dan is dit het ergst mogelijke oordeel; het zal onvermijdelijk eindigen in onherstelbare rampspoed.

Maar wanneer God met onmiddellijke strengheid op de zonde reageert, worden lessen geleerd en blijft de kerk een ergere afwijking bespaard. In dit geval kwam er niet alleen grote vrees over de kerk maar ook over al wie van deze gebeurtenissen hoorde (5:5, 11).

Er staat geschreven: ‘Wie in oprechtheid wandelt, vreest de HERE; maar hij wiens wegen verkeerd zijn, veracht Hem’ (Spr. 14:2).


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 7 mei 2014

'Schep in mij een rein hart' (Ps. 51)



Numeri 15; Psalm 51; Jesaja 5; Hebreeën 12
Schuld. Wat een afschuwelijke last.

Soms torsen mensen een enorm gewicht van subjectieve schuld – d.i. van gevoelde schuld – wanneer ze in werkelijkheid niet schuldig zijn. Veel erger is de situatie waarin ze een enorm gewicht van objectieve schuld dragen – d.w.z. dat ze werkelijk schuldig zijn aan een erge zonde in de ogen van de levende God – en zodanig verhard zijn dat ze het niet weten.

De inleidende zin van Psalm 51 onthult ons dat wanneer David schrijft, hij zich bewust is van zowel objectieve als subjectieve schuld. Objectief gezien heeft hij overspel gepleegd met Batseba en heeft hij de moord beraamd op haar echtgenoot Uria. Subjectief gezien heeft Nathans gelijkenis (2 Sam. 12; zie de overdenking voor 16 september) zijn doel bereikt en in Davids geweten iets van bewustzijn gewekt van de grootte van zijn zonde, en hij schrijft met schaamte.

(1) David belijdt zijn zonde en bidt om genade (51:3-4). Er is geen spoor van de roep om gerechtigheid die enkele van de eerdere psalmen kenmerken. Wanneer we schuldig en ook weten dat we schuldig zijn, dan is er geen andere weg mogelijk en kan ook maar deze weg ons helpen.

(2) David erkent openlijk dat zijn overtreding in de eerste plaats tegenover God is (51:6), niet tegen Uria, Batseba, het kind dat werd verwekt, of zelfs het verbondsvolk dat iets van het oordeel draagt. God bepaalt de maatstaven. Wanneer we die overtreden, dan tarten we Hem. Verder weet David dat hij louter dankzij Gods verkiezende genade op de troon zit. Het verbond verbreken vanuit een positie van door God vergund vertrouwen is nog dubbel zo verschrikkelijk.

(3) David is eerlijk genoeg om te erkennen dat deze opeenvolging van zonden, hoewel bijzonder boosaardig, niet op zichzelf staat. Het brengt aan het licht wat er in het hart is, het is een uitdrukking van onze zondige natuur die we van onze ouders erven. Niets baat als we niet finaal innerlijk worden gereinigd, als ons geen zuiver hart en een vaste geest worden geschonken (51:7-8, 12).

(4) Voor David is dit niet maar gewoon een cerebraal of koud theologisch proces. Objectieve schuld en subjectieve erkenning ervan zijn zodanig met elkaar verweven dat David zich verdrukt voelt: zijn gebeente is verbrijzeld (51:10), hij kan niet ontkomen aan het schrikbeeld van zijn zonde (51:5), en de vreugde over zijn heil is verdwenen (51:14). De transparante eerlijkheid en passie van Davids gebed onthullen dat hij geen blasé zoekt of uiterlijke reiniging.

(5) David erkent de waarde die ligt in het getuigenis over de vergeving, en gebruikt dit als een argument voor God van waarom hij zou moeten worden vergeven (51:14-17).Impliciet is dit natuurlijk een appèl op Gods heerlijkheid.

(6) Hoe doordrongen hij ook is van het offersysteem van het Mozaïsch verbond, toch maakt David zich meer fundamentele prioriteiten eigen. De voorgeschreven offerandes betekenen niets wanneer ze niet gepaard gaan met de offerande van een gebroken geest, een verbroken en verbrijzeld hart (51:18-21).


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 mei uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 5 mei 2014

Opstandigheid neemt veel gedaantes aan (Num. 12-13)


Numeri 12-13; Psalm 49; Jesaja 2; Hebreeën 10
Rebellie heeft veel gezichten.

Numeri 12-13 brengt verslag uit over twee nogal verschillende en complexe vormen van rebellie.

In de eerste zien we hoe Aäron en Mirjam kwaadspreken over hun broer Mozes. Het probleem is hier dat zij, omdat de Heer even goed door hen heeft gesproken als door Mozes, vinden dat ze het recht hebben om elk gezag dat Mozes uitoefent met hem te delen. Maar er zijn nog dieperliggende motieven: ze zijn verontwaardigd over Mozes omwille van zijn huwelijk met een Kushietische [een Ethopische vrouw]. Menselijke motieven zijn vaak gecompliceerd.

Het protest klinkt onmiskenbaar redelijk en gevoelig, zelfs democratisch (in onze oren). Verder is het uitgekiend om Mozes in een moeilijke positie te brengen. Als hij vasthoudt dat alleen hij de leider is die God in het bijzonder tot deze taak heeft geroepen, kan hij er door de naijverigen en skeptici van worden beschuldigd zijn eigen territorium op een hoogmoedige manier te willen beschermen. Wat hem, gedeeltelijk, redt is dat Mozes, net als de Redder die later volgde, een buitengewoon zachtmoedig man is (12:3; vgl. Matt. 11:29).

God zelf komt tussenbeide en maakt duidelijk wie de leider is. Mozes is uniek, want de directheid van de openbaring die hij krijgt en doorgeeft overstijgt die van alle andere profeten. Bovendien is Mozes trouw bevonden in geheel Gods huishouden (12:6-8).

Mirjam wacht een vreselijk oordeel. Waarom Mirjam op die manier wordt gestraft en Aäron niet is onduidelijk: mogelijk was zij in deze opstand de leider, of misschien wilde God het legitieme gezag dat Aäron als hogepriester bezat niet ondermijnen.

Wat wel duidelijk is, is dat zelfs wanneer Mirjam, dankzij Mozes’ tussenkomst in voorbede, wordt vergeven, er wacht haar een week van schande en oneer buiten het kamp, om zowel haar als het volk te leren dat de rebellie die zich manifesteert als machtshonger het oordeel verdient van de levende God.

De tweede rebellie die in Numeri 13 wordt vermeld, begint met de vrees van tien van de twaalf verspieders die werden belast met de taak het Beloofde Land te verkennen. Ze konden niet anders dan zijn weelderige vruchtbaarheid rapporteren, maar ze focusten op de hindernissen. Daarin hadden ze alles vergeten, of bewust genegeerd, wat God zo wonderlijk had gedaan om hen tot hier te brengen.

Maar hun opstand is nog erger. Als leiders waren ze niet alleen belast met de taak om zorgvuldig verslag uit te brengen, maar moesten ze ook de mening van het volk vormen. Als leiders van het volk van God hadden ze de kenmerken van het land moeten overbrengen zoals ze het vonden, en dan de aandacht moeten vestigen op de trouwe God van het verbond, terwijl ze het volk herinnerden aan de plagen, het Pascha, de uittocht, de voedselvoorziening en veiligheid in de woestijn en Gods openbaring bij Sinaï. Maar in feite slagen ze er alleen maar in om aan te zetten tot een grote muiterij (zie hoofdst. 14), in de eerste plaats door vrees en ongeloof op te wekken.

Op welke manieren manifesteert opstandigheid zich vandaag onder het volk van God?


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 mei uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 7 april 2014

'Toen ging er vuur uit van de HERE' (Lev. 10)


Leviticus 10; Psalmen 11-12; Spreuken 25; 1 Thessalonicenzen 4
In Leviticus 8 worden Aäron en zijn zonen via een door God voorgeschreven ritueel tot priesters gewijd. In Leviticus 9 beginnen ze hun dienst. Hier, in Leviticus 10, nog altijd binnen de zeven dagen van hun wijdingsrituelen, stoppen twee zonen van Aäron, nl. Nadab en Abihu, kolen in hun vuurpannen en voegen er reukwerk bij, schijnbaar in de overtuiging dat ze iets zullen toevoegen aan de ceremonies en rituelen die God instelde.

Maar ‘Toen ging er vuur uit van de HERE en dit verteerde hen, zodat zij stierven voor het aangezicht des HEREN’ (10:2). Voor Aäron zich kan verzetten komt Mozes met een woord van God: ‘Dit is het, wat de HERE gesproken heeft: aan degenen die Mij het naaste staan, zal Ik Mij de Heilige betonen en ten aanschouwen van het gehele volk zal Ik Mij verheerlijken. En Aäron zweeg’ (10:3).

Dit is niet alles. Mozes benadrukt dat Aäron en zijn overblijvende zonen, Eleazar en Ithamar, de heilige wijdingscyclus niet mogen onderbreken om deel te nemen aan de publieke rouw om Nadab en Abihu. Ze mogen de tabernakel niet verlaten, want ‘de zalfolie des HEREN is op u’ (10:7). Neven zullen zich over de stoffelijke overschotten ontfermen en de familieverplichtingen op zich nemen (10:4-5).

Wat moeten we ervan denken? Een cynicus zou zeggen dat dit rituelen boven mensen stelt. Is God niet een beetje ongevoelig wanneer Hij twee fijne zonen neerslaat die slechts poogden om de aanbiddingsdienst wat op te leuken?

Ik beweer allerminst alle antwoorden te hebben. Maar denk na over volgende punten:

(1) God heeft meermaals gezegd dat al wat verbonden is met de dienst van de tabernakel precies moet gebeuren volgens het op de berg aangeleverde patroon. Hij heeft zich al een God betoond die geen rivalen duldt en die verwacht te worden gehoorzaamd. Wat er op het spel staat is of God wel God is.

(2) Doorheen de Bijbel merk je dat, hoe dichter het volk bij tijden en omstandigheden van openbaring of opwekking staat, hoe directer de Goddelijke straf is tegen wie Hem vertreden. Uzza steekt zijn hand uit om de ark niet te laten vallen en wordt gedood; Ananias en Saffira worden gedood omwille van hun leugens. In koudere, meer rebelse tijden, lijkt het of God het volk buitengewoon ver laat gaan in het kwade voor Hij de teugels aanhaalt. Maar de eerstgenoemde periodes brengen grotere zegen: meer van de onmiddellijke tegenwoordigheid van God, meer toegewijde ijver onder het volk.

(3) In de context bekeken hadden Nadab en Abihu haast zeker provocerende en weerspannige motieven. Want wanneer Aäron een andere aanpassing doorvoert in het ritueel, met de beste motieven, ontmoet hij verrassende flexibiliteit (10:16-20).

(4) Deze stevige les bereidde de priesters voor op dat andere belangrijke onderdeel in hun dienst: ‘opdat gij scheiding kunt maken tussen heilig en onheilig, tussen onrein en rein, en opdat gij de Israëlieten kunt onderwijzen in al de inzettingen die de HERE door de dienst van Mozes tot hen gesproken heeft (10:10-11, cursief toegevoegd).


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 4 april 2014

Het recht zal zegevieren - want God is rechtvaardig (Ps. 7)


Leviticus 7; Psalm 7-8; Spreuken 22; 1 Thessalonicenzen 1
Psalm 7 is de tweede van veertien Psalmen die in de titel worden gelinkt aan een bepaalde historische gebeurtenis (de eerste is Ps. 3). We kunnen de details niet kennen, maar David voelde zich duidelijk vreselijk verraden toen hij valselijk beschuldigd werd door iemand uit zijn naaste omgeving die beter had moeten weten. We zullen ons toespitsen op de laatste vier verzen (7:15-17):
Zie, wie met ongerechtigheid bevrucht werd,
is zwanger van onheil en baart leugen.
Hij delft een kuil en graaft die uit,
maar valt zelf in de groeve die hij maakte.
Het onheil dat hij stichtte, keert weder op zijn hoofd,
en zijn geweld komt neder op zijn schedel.

Ik zal de HERE loven naar zijn gerechtigheid,
en de naam des HEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen.

De kleurrijke taal maakt de les veelzeggend. Hier zie je iemand terwijl hij zorgvuldig een put graaft die als een val moet dienen voor iemand anders – maar de graver valt er zelf in. De eerste zin schetst iemand die ‘met ongerechtigheid bevrucht werd’ en ‘zwanger is van onheil’, maar wat eruit voortkomt zijn niet de verhoopte problemen, maar (de eigen) teleurstelling.

De psalmist drukt dan in vers 17 zijn overtuiging uit op een meer uitgesproken manier: ‘Het onheil dat hij stichtte, keert weder op zijn hoofd, en zijn geweld komt neder op zijn schedel’.

Davids overtuiging is noch gegrond in een bepaalde onpersoonlijke kracht (‘uiteindelijk overwint finaal altijd het recht’), noch in een bepaald Pollyanna-achtig optimisme (‘Ik weet zeker dat het allemaal goed zal aflopen’), maar in de gerechtigheid van God: ‘Ik zal de HERE loven naar zijn gerechtigheid, en de naam des HEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen’ (7:18). David is niet blind voor de ongerechtigheden van de wereld, maar hij leeft in een theïstisch universum waar het recht uiteindelijk zal zegevieren omdat God rechtvaardig is.

Wanneer we onze gedachten meer algemeen over de bladzijden van de Schrift laten dwalen (onze eigen ervaring nog buiten beschouwing gelaten), dan is het eenvoudig om aan gelegenheden te denken waarin de trucs en valstrikken van zondige mensen op henzelf neerdaalden nog voor ze enige echte schade konden aanrichten. Haman hangt aan de galg die hij klaarmaakte voor Mordekai.

Maar in veel gevallen komt het oordeel in dit leven pas op de dader neer nadat hij of zij erin slaagde enorme schade aan te richten. David moest dit wel weten: hij verkeerde zelf in dit geval. Hij slaagde er in met Batseba te slapen en haar echtgenoot Uria te vermoorden nog voor hij ontmaskerd werd, en zelf met het oordeel te maken kreeg.

Het leven van Judas Iskariot eindigde vreselijk, maar niet vooraleer hij zijn Meester had verraden. Achab moest het profetisch oordeel ondergaan, maar slechts nadat zijn zondige koningin Izebel erin was geslaagd om Nabot te belasteren en te laten ombrengen om zijn wijngaard te kunnen stelen.

Maar de ultieme sanctie komt bij het laatste oordeel. Zonder dat is er geen finale gerechtigheid in dit universum.


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 3 april 2014

Opzettelijk en onopzettelijk zondigen (Lev. 6)


Leviticus 6; Psalm 5-6; Spreuken 21; Kolossenzen 4
Aan het begin van Leviticus 6 zet de Heer via Mozes uiteen wat er moet gebeuren wanneer iemand uit de verbondsgemeenschap tegen een naaste loog over iets wat aan hem was toevertrouwd, hem bedroog, loog over teruggekregen eigendom zodat hij het kan houden, of meineed beging of een resem andere zonden. Twee opmerkingen zullen verhelderen wat deze verzen (6:1-7) bijdragen tot de wettelijke en morele structuur die zich ontvouwt.

(1) Lezers van Leviticus, zeker in bepaalde vertalingen, zijn ondertussen gewoon geworden aan het verschil tussen onopzettelijke zonden (bijv. veel van Lev. 4) en opzettelijke zonden. Sommige uitleggers hebben beweerd dat er geen offerandes zijn om voor opzettelijke zonden te betalen. Wie opzettelijk zondigen moeten van de gemeenschap worden uitgesloten.

Deel van het probleem komt voort uit ons weergeven van opzettelijk en onopzettelijk. ‘Opzettelijk’ weerspiegelt gewoonlijk een Hebreeuwse uitdrukking die betekent ‘met een hoge hand’ [of 'met opgeheven hand']; ‘onopzettelijk’ staat voor ‘niet met een hoge hand’. Die achtergrond is belangrijk wanneer we Leviticus 6:1-7 overdenken.

De hier beschreven zonden zijn alle opzettelijk in de moderne betekenis: je kunt niet liegen, bedriegen of meineed begaan zonder dit zo te bedoelen.
God heeft stappen voorzien die moeten worden gevolgd: terugbetaling waar mogelijk (volgens de principes uiteengezet in Ex. 22), en de voorgeschreven belijdenis en offers.

Natuurlijk ontstaat er een bepaalde onopzettelijke schuld wanneer iemand er zich niet van bewust is dat hij een overtreding begaat (zoals in 5:3); er is nog altijd schuld, want de daad is verboden, zelfs al zou de overtreder er zich misschien niet persoonlijk van bewust zijn dat hij een overtreding beging.

Andere onopzettelijke schuld verwijst niet naar schuld die onwetend op zich werd geladen, maar naar schuld die bewust verzameld werd hoewel de overtreding niet werd begaan ‘met een hoge hand’. De zonde wordt vaak begaan omdat je er op dat moment toe aangetrokken wordt, of omdat je je verzet hebt gekoesterd, of omdat het minder risicovol lijkt te liegen dan om de waarheid te vertellen.

Dit is nog altijd niet de meer verschrikkelijke zonde ‘met een hoge hand’, waar de zondaar rechtstreeks naar de zonde kijkt, bewust bij zichzelf overweegt dat dit God tart, en openlijk en schaamteloos opteert voor de zonde met het doel om God te tarten.
Voor zover ik kan zien schrijft het oude verbond geen verzoening voor dergelijke opstandigheid voor, maar oordeel.

(2) Zelfs de in dit gedeelte vermelde zonden – alle zonden tegen een bepaalde menselijke partij – worden in de eerste plaats behandeld in relatie tot God: ‘Wanneer een persoon zondigt en trouwbreuk pleegt tegen de HEERE, doordat hij tegenover zijn naaste … ‘ (6:2 HSV, cursief toegevoegd).

Het schuldoffer wordt naar de priester gebracht; de overtreder moet niet enkel zorgen voor vergoeding voor de beledigde mens, maar moet ook de vergeving van de Heer zoeken. Opstandigheid tegen God is wat ons verkeerd handelen tot zonde maakt, wat zonde zo weerzinwekkend maakt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 26 februari 2014

'Ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit' (Lk. 12)


Exodus 9; Lukas 12; Job 27; 1 Korinthiërs 13
Misschien zag je al eens de bumpersticker: ‘Wie de meeste speeltjes heeft wint’. Wint wat? De persoon met de meeste speeltjes neemt uit dit leven exact hetzelfde mee als ieder ander. Een miljard jaren of zo verder in de eeuwigheid, zal het niet al te belangrijk meer blijken hoeveel speeltjes we verzamelden tijdens onze zeventig jaren in dit leven.

Maar in een materialistische cultuur is het schrikwekkend als je begint te zien hoe diep ingesleten hebzucht is, hoe het binnensluipt in allerlei prioriteiten en relaties. In Lukas 12:13-21 wordt Jezus geconfronteerd met iemand die Hem smeekt, ‘Meester, zeg tot mijn broeder, dat hij de erfenis met mij dele’.

We weten niet of die persoon een rechtmatige aanspraak maakte of niet. Vanuit Jezus’ perspectief deed het er ook niet toe, want er stond een meer fundamentele kwestie op het spel. Voor die persoon was een gedeelte van de erfenis belangrijker dan een godsvruchtige relatie met zijn broer.

Niet alleen stelt Jezus dat Hij niet is gekomen om scheidsrechter te zijn in dergelijke minder belangrijke zaken (12:14), maar Hij waarschuwt ook ‘Ziet toe, dat gij u wacht voor alle hebzucht, want ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit’ (12:15). Misschien dat de persoon met de meeste speeltjes dan uiteindelijk toch niet wint.

Dit gaat vooraf aan de gelijkenis van de rijke boer wiens groeiende graanvoorraden hem aanzetten om steeds grotere schuren te bouwen (12:16-20). In onze cultuur kunnen we makkelijk boer vervangen door bouwondernemer of softwareproducent of immomakelaar.

In een cultuur die zich blindstaart op de huidige bezittingen, is het voor gelovigen bedroevend gemakkelijk om in dezelfde draaikolk van hebzucht te worden meegezogen. Wat begint als een volkomen gepaste toewijding om je best te doen voor de zaak van Christus, kan ontaarden in een egoïstische concurrentiestrijd en een mateloze consumptiedrang.

Je bent druk met het plannen van je pensioen; want uiteindelijk, zo bedenk je bij jezelf, heb je ‘vele goederen liggen, opgetast voor vele jaren’ (12:19). Omdat iedereen je vertelt hoe goed je er wel voor staat, hoor je de stem van God niet: ‘Gij dwaas, in deze eigen nacht wordt uw ziel van u afgeëist en wat gij gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn?’ (12:20).

Het probleem is niet de rijkdom zelf. De Bijbel getuigt van een aantal rijke mensen die hun rijkdom voor God gebruikten, mensen die niet zo vastzaten aan hun rijkdom dat die een surrogaat-God werd.

Maar je zou aarzelen om dit feit te vermelden, omdat de meesten onder ons er zo goed in zijn onszelf te misleiden dat we onvermijdelijk denken dat deze toegeving ons buiten schot zet. Anderen zijn hebzuchtig of gierig; ikzelf werk hard en ben zuinig. Anderen zijn materialistisch en gericht op genot; ik ben realistisch en geloof dat een vrolijk hart de genezing bevordert. Dus denk na over Lukas 12:21.


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 21 februari 2014

'Ik zal het hart van Farao verharden' (Ex. 4)

Exodus 4; Lukas 7; Job 21; 1 Korinthiërs 8
In Exodus 4 leiden twee elementen complexe ontwikkelingen in die vooruitgrijpen naar de rest van de Bijbel.

De eerste is de reden die God geeft over waarom Farao niet zal onder de indruk zijn van de wonderen die Mozes doet.

God verklaart: ‘Ik zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet zal laten gaan’ (4:21). In de loop van de daaropvolgende hoofdstukken varieert de vorm van de uitdrukking: niet alleen ‘Ik zal het hart van Farao verstokken’ (7:3), maar ook ‘het hart van Farao verhardde’ of ‘was hard’ (7:13, 22; 8:19 enz.) en ‘liet hij zijn hart niet vermurwen’ (8:15, 32 enz.). Een eenvoudig patroon valt in deze verwijzingen niet te herkennen.

Aan de ene kant kunnen we niet zeggen dat het patroon opwaarts gaat van ‘Farao verhardde zijn hart’ tot ‘Farao’s hart werd verhard’ tot ‘God verhardde Farao’s hart’ (alsof Gods verharden niets meer zou zijn dan de goddelijke oordelende bevestiging van een patroon dat de man voor zichzelf gekozen had); aan de andere kant kunnen we niet zeggen dat het patroon gewoon neerwaarts gaat van ‘God verhardde Farao’s hart’ tot ‘Farao’s hart werd verhard’ tot ‘Farao verhardde zijn hart’ (alsof Farao’s zelfopgelegde verharding niets meer was dan het onvermijdelijke gevolg van de Goddelijke verordening).

Drie opmerkingen kunnen wat licht werpen op deze teksten.

(a) Gezien de Bijbelse verhaallijn tot hiertoe, neemt men aan dat Farao al een zeer slecht persoon is. Meer bepaald heeft hij Gods verbondsvolk tot slaven gemaakt. God heeft geen moreel neutraal man verhard; Hij heeft oordeel uitgesproken over een slecht mens. De hel zelf is een plaats waar bekering niet langer mogelijk is. Gods verharden heeft het effect die straf wat vroeger op te leggen dan gewoonlijk.

(b) In alle menselijke daden is God nooit compleet passief: dit is een theïstisch universum, in die mate dat ‘God verhardde Farao’s hart’ en ‘Farao verhardde zijn eigen hart’, bij lange na geen tegengestelde verklaringen zijn, maar onderling aanvullende.

(c) Dit is niet het enige Schriftgedeelte waar dit soort dingen gezegd wordt. Kijk bijvoorbeeld naar 1 Koningen 22, Ezechiël 14:9, en bovenal naar 2 Tessalonicenzen 2:11-12: ‘En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid’.

Het tweede vooruitgrijpende element is de ‘zoon’-terminologie: ‘Israël is mijn eerstgeboren zoon; daarom zeg Ik u: laat mijn zoon gaan, opdat hij Mij diene; zoudt gij echter weigeren hem te laten gaan, dan zal Ik uw eerstgeboren zoon doden’ (Ex. 4:22-23).

Deze eerste verwijzing naar Israël als de zoon van God ontwikkelt verder naar een pulserende typologie die de Davidische koning omarmt als de zoon bij uitstek, de zoon ‘par excellence’, en uiteindelijk resulteert in Jezus, de ultieme Zoon van God, het ware Israël en de messiaanse Koning.


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 18 februari 2014

Wat het verleden ons (niet) leert (Ex.1)


Exodus 1; Lukas 4; Job 18; 1 Korinthiërs 5
'Toen kwam er een nieuwe koning over Egypte, die Jozef niet gekend had' (Ex. 1:8). Zij die niets leren uit de geschiedenis zijn voorbestemd om al zijn fouten te herhalen, wordt ons verteld. Of ook nog: het enige dat de geschiedenis ons leert is dat we geen lessen trekken uit de geschiedenis. Los van de willekeurige aforismen, kun je niet al te lang in de Schrift lezen zonder te beseffen welke droevige rol 'vergeten' daarin speelt.

Voorbeelden te over. Je zou verwachten, na de zondvloed, dat een dergelijk allesvernietigend oordeel de mensen van na de zondvloed in die mate zou afschrikken dat ze het oordeel van God te allen prijze zouden willen vermijden, maar dit is niet wat er gebeurt.

God leidt Israël uit de gevangenschap met spectaculaire plagen en de doortocht door de Rode Zee, maar na slechts enkele weken zijn de Israëlieten al bereid om hun redding toe te schrijven aan een god die wordt voorgesteld door een gouden kalf.

Het boek Richteren beschrijft het droevige patroon van zonde, oordeel, redding, gerechtigheid, gevolgd door zonde oordeel, redding, gerechtigheid – de zorgelijke cyclus die langzaam neerwaarts voert.

Men had kunnen denken dat onder de Davidische dynastie, koningen in de koninklijke lijn de lessen zouden gedenken die hun vaderen leerden, en dat ze nauwgezet de zegen van God zouden nastreven door trouwe gehoorzaamheid; maar dat is nauwelijks wat er gebeurde.

Na de catastrofale ondergang van het noordelijke koninkrijk en het in ballingschap voeren van zijn leiders en ambachtslieden, vraag je je af waarom het zuidelijke koninkrijk het niet opmerkte en verbondstrouw aan de dag legde. In feite ben je nauwelijks anderhalve eeuw verder wanneer de Babyloniërs hen hetzelfde lot doen ondergaan.

Vreselijke vergeetachtigheid is ook niet moeilijk te vinden in bepaalde nieuwtestamentische kerken. Dus is de vergeetachtigheid van de heersers van Egypte, geholpen door een wissel in dynastie, nauwelijks verrassend. Enkele honderden jaren is een lange tijd. Hoeveel christenen in het westen hebben zich werkelijk de lessen van het evangelisch ontwaken eigen gemaakt, laat staan die van de baanbrekende Reformatie?

Niet ver van waar ik deze zinnen neerschrijf is een kerk die op een zondagmorgen vijf- à zesduizend mensen trekt. Zijn leiders zijn vergeten dat het nauwelijks twintig jaar geleden begon als een aftakking van een kerk.

Nu willen ze zich terugtrekken uit de denominatie die hen stichtte, niet omdat ze het theologisch oneens zijn met de denominatie, niet vanwege een bepaald morele zwakte erin, maar gewoon omdat ze zo onder de indruk zijn van hun eigen grootheid en belang dat ze te hoogmoedig zijn om dankbaar te zijn.

Je kunt denken aan scholen die hun leerstellige grondslagen hebben verlaten binnen één generatie, of aan individuele personen, niet de minste bijbelgeleerden, die zo onder de indruk zijn van nieuwigheden dat slimme originaliteit bij hen hoger scoort dan godsvruchtige trouw. Landen, kerken en mensen veranderen, bij elke stap denkend dat ze meer ‘geavanceerd’ zijn dan allen die hen voorgingen.

Tot onze schaamte vergeten we alle dingen die we zouden moeten herinneren.


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 17 februari 2014

Gij hebt wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht (Gn.50)


Genesis 50, Lukas 3, Job 16-17, 1 Korinthiërs 4

Het laatste hoofdstuk van Genesis bevat een gedeelte dat zowel aandoenlijk is als glorieus (Gen. 50:15-21).

Alles wat betreurenswaardig en gebrekkig is in deze familie komt terug aan de oppervlakte wanneer Jakob sterft. Jozefs broers vrezen dat hun illustere broer misschien zijn wraakzuchtige rancune alleen maar heeft onderdrukt tot de dood van de oude man.

Waarom dachten ze op die manier? Was het omdat ze nog steeds geplaagd werden door schuldgevoelens? Projecteerden ze slechts op Jozef wat ze zelf zouden hebben gedaan in zijn plaats?

Hun strategie betrekt hen in nieuwe zonden: ze liegen over wat hun vader zei, in de hoop dat een oproep van Jakob op zijn minst een gevoelige snaar zou raken in het hart van Jozef. In dit licht klinkt hun extreme onderwerping (‘Zie, wij zijn u tot slaven’, 50:18) minder als loyale hulde dan als wanhopige manipulatie.

Jozef daarentegen weent (50:17). Hij kan niet anders dan zien dat deze kruiperige leugens verraden hoe weinig geliefd hij is of hoe weinig ze hem vertrouwen, zelfs na zeventien jaren (47:28) van uiterlijke verzoening.

Zijn verbale respons vertoont niet slechts pastorale zachtmoedigheid - ‘Zo troostte hij hen en sprak tot hun hart’, met de belofte voor hen en hun gezinnen te zullen zorgen (50:21) – het weerspiegelt ook een man die diep heeft nagedacht over de mysteries van voorzienigheid, over Gods soevereiniteit en menselijke verantwoordelijkheid.

'Vrees niet', zegt hij. 'Want ben ik in Gods plaats? Gij hebt wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, ten einde te doen, zoals heden het geval is: een groot volk in het leven te behouden' (50:19-20).

De diepgang van deze redenering komt scherper in beeld wanneer we nadenken over wat Jozef niet zegt. Hij zegt niet dat Jozefs broers hem in slavernij verkochten tijdens een tijdelijke onachtzaamheid van Godswege, maar dat God, die een uitmuntend schaakspeler is, het spel heeft omgedraaid en na verloop van tijd Jozef tot Eerste Minister van Egypte heeft gemaakt.

Nog minder zegt hij dat het Gods bedoeling was om Jozef naar Egypte te sturen in een welbepaalde strijdwagen, maar dat Jozefs broers het goddelijke plan nogal jammerlijk in de war stuurden, en God zo dwongen om te antwoorden met slimme tegenzetten om zijn eigen goede bedoelingen tot stand te brengen.

Veeleer waren er in die ene gebeurtenis – het verkopen van Jozef als slaaf – twee partijen, en twee heel verschillende intenties. Aan de ene kant handelden Jozefs broers, met kwade bedoelingen; aan de andere kant handelde God, en zijn bedoelingen waren goed.

Beiden handelden om deze gebeurtenis te laten plaatsvinden, maar waar het kwaad erin terug kan worden getraceerd naar de broers en niet verder, moet het goede erin terug worden getraceerd naar God.

Dit is een gangbaar standpunt in de Schrift. Het genereert vele complexe filosofische discussies. Maar de basisidee is eenvoudig. God is soeverein en onveranderlijk goed; wij zijn moreel verantwoordelijk, en vaak slecht.


Eigen vertaling van de overdenking bij 17 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 23 januari 2014

Slik, een kameel binnengewerkt (Mt. 23)


Genesis 24; Matteüs 23; Nehemia 13; Handelingen 23
De taal in Matteüs 23 is ronduit schokkend. Jezus spreekt herhaaldelijk zijn ‘wee’ uit over de farizeeën en schriftgeleerden, terwijl hij hen betitelt als ‘huichelaars’ en hen ‘blinde leidslieden’ en ‘blinde dwazen’ noemt, en hen vergelijkt met ‘gewitte graven’ die ‘van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid’. Ze zijn ‘kinderen van de hel’ en ‘adderengebroed’. Wat is het dat bij Jezus dergelijke verregaande taal oproept?

Er zijn drie belangrijke kenmerken in deze mensen die Jezus’ toorn opwekken.

Het eerste is het verlies van perspectief dat, met betrekking tot de openbaring van God, de minder belangrijke punten benadrukt, ten koste van de belangrijke punten. Ze zijn altijd overdreven minutieus over tienden geven, leggen zelfs tienden opzij van de kruiden die ze in de tuin kweken, terwijl ze zich in zekere zin geen zorgen maken over de uiterst belangrijke kwesties van ‘het oordeel en de barmhartigheid en de trouw’ (23:23).

Jezus maakt goed duidelijk dat hij de relatief minder belangrijke onderwerpen niet opheft: zijn gesprekspartners mogen die niet verwaarlozen, want deze voorschriften waren tenslotte door God gegeven. Maar deze punten zo benadrukken ten koste van de gewichtige onderwerpen, staat gelijk met de mug uitziften en de kameel doorzwelgen.

Net zo gaat het als je zorgvuldig regels opstelt over wanneer het belangrijk is om de waarheid te vertellen en wanneer en hoe je wegkomt met een leugen (23:16-22): dan ga je niet alleen voorbij aan het feit dat de waarheid spreken van fundamenteel belang is, maar impliciet ontken je daarmee dat het hele universum aan God toebehoort en dat al onze beloften en eden voor Hem gebeuren.

Het tweede kenmerk is liefde voor de uiterlijke religieuze vormen met zeer weinig blijk van een veranderde natuur, een veranderd hart. Je laten begroeten als een wetgeleerde, je laten eren door de gemeenschap, zorgen dat men je als heilig en religieus aanziet, terwijl je van binnen roof, onmatigheid, bitterheid, rivaliteit en haat koestert, is uitermate zondig (23:5-12, 25-32).

De derde vernietigende aanklacht betreft het feit dat deze leiders, omdat ze een belangrijke onderwijzende rol vervullen, hun vergif verder verspreiden en er anderen mee besmetten – zowel via hun leer als door hun voorbeeld. Niet alleen kunnen ze zelf het koninkrijk niet binnengaan, ze verhinderen ook effectief anderen er binnen te gaan (23:13-15).

Hoeveel evangelische leiders steken het grootste deel van hun energie in randzaken of bijkomstigheden, en veel te weinig in de uiterst belangrijke onderwerpen van oordeel, barmhartigheid en trouw – in onze gezinnen, in de kerken, op de werkvloer, in al onze relaties en in ons land?

Hoevelen maken zich drukker over de vraag of ze wijs en heilig beschouwd worden, dan of ze wijs en heilig zijn? Hoevelen belanden uiteindelijk op het punt dat ze hun toehoorders naar de verdoemenis helpen door hun eigen slechte voorbeeld en afdrijven van het evangelie en zijn implicaties?
Onze enige hoop rust op deze Jezus, die – ook al veroordeelt Hij deze verschrikkelijke schuld zo scherp – over de stad weent (Mat. 23:37-39; Lk. 19:41-44).


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 3 januari 2014

De wereld ontregeld door de opstand van de mens (Gen. 3)


Genesis 3; Matteüs 3; Ezra 3; Handelingen 3
In elk domein is het onwaarschijnlijk dat we het eens zullen raken over de oplossing van een probleem, tenzij we overeenstemmen over de aard van het probleem.
De religies in de wereld bieden een enorme variatie aan oplossingen voor menselijke problemen. Sommige verspreiden verschillende vormen van religieuze
zelfhulpoefeningen; sommige staan voor een soort gelovig fatalisme: andere moedigen aan om te putten uit een onpersoonlijke energie of kracht in het universum; weer andere beweren dat mystieke ervaringen beschikbaar zijn voor wie er naar streeft, ervaringen die alle kwaad relatief maken [want waar het dan om gaat is of je die ervaring hebt, niet hoe je leeft of denkt, JL]. Een van de kritische vragen om te stellen: wat vormt ten diepste de kern van de menselijke problemen?

De Bijbel benadrukt dat het hart van alle menselijke problemen de opstand is tegen de God die onze Schepper is, wiens beeld we dragen en wiens heerschappij we willen omverwerpen. Elk van onze problemen kunnen zonder uitzondering herleid worden naar die fundamentele bron: onze opstand en de rechtvaardige vloek van God die we door onze opstand over ons halen.

Dit mag niet op een simplistische manier worden (mis)begrepen. Het is niet noodzakelijk zo dat de grootste opstandelingen in deze wereld ook het meeste pijn lijden in deze wereld, in een of ander lik-op-stuksysteem. Maar of we nu de overtreders zijn (zoals in haat, jaloezie, lust of diefstal) of de slachtoffers (zoals in verkrachting, mishandeling of nietsontziende bombardementen), onze toestand is verbonden met zonde – de onze of die van anderen.

En of onze ellende verder het resultaat is van expliciete menselijke booasaardigheid of het resultaat van een ‘natuur’-ramp, Genesis 3 beklemtoont dat dit een ontregelde wereld is, een gebroken wereld – en dat deze stand van zaken er gekomen is door de opstand van de mens.

Gods vloeken over het menselijke paar zijn treffend. De eerste (Gen. 3:16), die pijn belooft bij het baren en falende huwelijken, is de ontwrichting van de eerste toegewezen taak die de mensen voor de zondeval kregen toebedeeld: dat man en vrouw, in de zegen van God, zouden vruchtbaar zijn en in aantal zouden toenemen (1:27-28).

De tweede (Gen. 3:17-19), die pijnlijk zwoegen belooft, een ontregelde ecologie, en een zekere dood, is de ontwrichting van de tweede taak die de mensen voor de zondeval kregen toebedeeld: Gods beelddragers zijn die regeren over de scheppingsorde en er in harmonie mee leven (1:28-30).

Met volkomen rechtvaardigheid had God dit opstandige geslacht meteen kunnen uitroeien. Hij kan dergelijke opstand niet meer negeren dan Hij zijn eigen Godheid kan loochenen. Maar in genade kleedt Hij hen, stelt een deel van de straf uit (de dood zelf) – en voorzegt een tijd waarin het nageslacht van de vrouw de slang zal verbrijzelen die het eerste paar had misleid. Je leest dan Openbaring 12 met opluchting, en beseft dat Genesis 3 het probleem beschrijft dat alleen Christus kan oplossen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 2 januari 2014

Er viel niets te verbergen, noch voor God, noch voor elkaar (Gen. 2)


Genesis 2, Matteüs 2, Ezra 2, Handelingen 2
Wat een vreemde manier om dit verslag van de schepping af te sluiten, zouden we kunnen denken: ‘Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar’ (Gen. 2:25). Hollywood zou ervan smullen: mooi excuus voor seksuele prikkeling als iemand de scene op het grote scherm wil krijgen. Wij haasten ons verder, op zoek naar het verhaal.

Maar het vers is strategisch geplaatst. Het verbindt het verslag van de schepping van de vrouw en de instelling van het huwelijk (Gen. 2:18-24) met het verslag van de zondeval (Gen. 3). Aan de ene kant vertelt de Bijbel ons dat de vrouw uit de man werd genomen, door God gemaakt om voor hem een ‘helper’ te zijn ‘die bij hem past’ (2:18), maar tegelijk dubbel één met hem: zij is been van zijn gebeente en vlees van zijn vlees (2:23). En nu zijn de twee verenigd als één in het huwelijk, één vlees (2:24), het paradigma van komende huwelijken, van nieuwe gezinnen en families.

Aan de andere kant lezen we in het volgende hoofdstuk over de zondeval, de vreselijke rebellie die dood en de vloek introduceert. Deel van dat verslag, als we al even vooruitkijken naar de overdenking van morgen over Genesis 3, toont ons de man en de vrouw die zich verbergen voor de tegenwoordigheid van de Heer, omdat hun opstandigheid hun ogen opende voor hun naaktheid (3:7, 10). Verre van schaamteloos, is hun eerste reactie dat ze zich verbergen.

Dit was niet hoe het was bedoeld. In het begin waren man en vrouw naakt, ‘maar ze schaamden zich niet voor elkaar’. Het seksuele vlak staat natuurlijk op de voorgrond, maar er is een symbolisch-geladen diepte aan de uitdrukking verbonden. Het is een manier om te zeggen dat er geen schuld was, dat er niets was om zich over te schamen. Deze gelukkige onschuld betekende openheid, openhartigheid. Er viel niets te verbergen, noch voor God, noch voor elkaar.

Hoe anders na de zondeval. De man en de vrouw verbergen zich voor God en geven anderen de schuld. De openhartigheid is weg, de onschuld is in rook opgegaan, de openheid is afgesloten. Dit zijn de onmiddellijke gevolgen van de eerste zonde.

Hoeveel catastrofaler zijn dezelfde gevolgen als ze doorwerken in de psyche van een gevallen ras, doorwerken in individuele personen als jij en ik met zoveel te verbergen. Zou je willen dat je echtgenoot of beste vriend de volle dimensies kent van elk van je gedachten? Zou je je motieven willen publiek afgebeeld zien?

Hebben we geen dingen begaan waarover we zo beschaamd zijn dat we willen dat zo weinig mogelijk mensen ervan weten? Zelfs de persoon wiens geweten beschreven wordt als ‘toegeschroeid’ (bijv. 1Tim.4:2) en die daarom roemt in zijn zonde, zal dit enkel doen op bepaalde vlakken, maar niet op andere.

Welke verbazingwekkende dimensies karakteriseren de redding die iets kan doen aan problemen die zo ver gaan als deze.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 31 december 2013

Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij lief? (Joh. 21)

2 Kronieken 36; Openbaring 22; Maleachi 4; Johannes 21
Van alle opstandingsverschijningen van Jezus is Petrus ongetwijfeld het diepst geraakt door die waarover we lezen in Johannes 21.

Het begint met zeven discipelen die gaan vissen en niets vangen tijdens de nacht, en daarna een grote vangst binnenhalen op Jezus’ bevel. Het gaat verder met een ontbijt boven een kolenvuur op het strand (21:1-14). Er volgt een gedenkwaardig gesprek dat Petrus herstelt na zijn smadelijke verloochening van zijn Meester.

(1) In het gesprek tussen Jezus en Petrus (21:15-17) heeft het samenspel van twee verschillende Griekse woorden voor ‘liefde’ veel commentatoren ervan overtuigd dat er iets bijzonder belangrijks aan het verschil vasthangt (hoewel dit verschil zelf verschillend wordt uitgelegd).

Om diverse redenen blijf ik niet overtuigd. Johannes houdt ervan synoniemen te gebruiken, met zeer weinig verschil in betekenis. De woorden variëren voor weiden/hoeden/weiden, en voor lammeren/schapen/schapen, net zoals ze variëren voor ‘liefde’.

In 3:35 ‘heeft’ de Vader de Zoon ‘lief’, en een van de twee werkwoorden wordt gebruikt; in 5:20 ‘heeft’ de Vader de Zoon ‘lief’, en het andere van de twee werkwoorden wordt gebruikt – en er is op geen enkele manier een verschil in betekenis. Beide werkwoorden kunnen goede of slechte connotaties hebben; alles wordt bepaald door de context.

Willen we de betekenis van deze dialoog tussen Jezus en Petrus doorgronden, zullen we ons moeten baseren op iets anders dan op het samenspel tussen de twee Griekse werkwoorden. Dus laat de ‘waarlijk’ vallen in 21:15 en 16 (wat de manier is van de NBG om te pogen een verschil tussen de twee werkwoorden te behouden [in NBV en HSV vind je trouwens geen ‘waarlijk’ of vergelijkbaar woord]).

(2) ‘Simon, zoon van Johannes, hebt gij Mij waarlijk lief, meer dan dezen?’ (21:15, cursief toegevoegd). Verwijst ‘dezen’ naar ‘deze andere discipelen’ of naar ‘deze vissen’? In Matteüs 26:33 pocht Petrus dat hij nooit zal vallen, zelfs al doen alle andere discipelen dit wel. Dit pochen wordt niet vermeld in Johannes’ evangelie, alhoewel Johannes wel Petrus’ vreselijke verloocheningen vermeldt.

Anderzijds, aangezien de mannen net hebben gevist, verwijst ‘dezen’ misschien naar de vissen. Maar indien dit zo is, waarom dan enkel Petrus aanspreken, en niet alle zeven discipelen?

Al met al vermoed ik dat dit gedeelte Petrus herinnert aan zijn noodlottige roemen, en dat dit een van de gedeeltes is die zorgt voor een soort aaneenschakeling tussen de verslagen in Johannes en de synoptische evangeliën. Is Petrus nog altijd bereid om zijn morele superioriteit over de andere discipelen uit te spreken?

(3) Drie keer gaat Jezus over dezelfde vraag; drie keer ontlokt hij een antwoord; drie keer geeft Hij Petrus een bevel. Zoals de verloochening drievoudig was (18:15-18, 25-27), zo is dit ook met deze stappen van herstel.

Petrus is ‘bedroefd’ [NBV: ‘verdrietig’, JL] door de procedure (21:17); de volgende verzen tonen dat hij nog altijd kenmerken van onvolwassenheid vertoont (zie vol. 1, de overdenking voor 31 maart). Maar terwijl Jezus hier blij een gebroken discipel herstelt die Hem heeft verloochend, laat Hij hem zijn zonde onder ogen zien, zijn liefde verklaren en een opdracht ontvangen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.