Posts tonen met het label Levieten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Levieten. Alle posts tonen

donderdag 27 november 2014

Flexibiliteit en trouw zijn even onmisbaar (1 Kron. 23)


1 Kronieken 23; 1 Petrus 4; Micha 2; Lukas 11

In bepaalde opzichten veranderde de structuur van het Israëlitische leven, inclusief bepaalde facetten van het religieuze leven, toen het volk het Beloofde Land binnentrok en niet langer een nomadisch bestaan leidde.

De eerste veranderingen waren voor de hand liggend. De Heer zette de dagelijkse voorziening van het manna stop: het volk moest voor zichzelf voedsel verzamelen en kweken. De verstedelijking begon. De sabbatswetten werden in toenemende mate toegepast in handel en economie net als in het landbouwleven.

Met de instelling van de monarchie en de aanstaande bouw van de tempel, drongen organisatie en centralisatie zich veel meer op. Meer bepaald legt David zich niet alleen toe op het voorzien van allerlei middelen voor Salomo om de tempel te kunnen bouwen, maar ook op het leggen van de basis voor de nieuwe organisatiestructuren die noodzakelijk zullen zijn om het geheel te laten functioneren. Dergelijke zaken staan centraal in 1 Kronieken 23-26.

Al in 1 Kronieken 23 denkt David zelf na over de veranderingen die op komst zijn. Een van de taken van de Levieten uit het verleden nam een aanvang tijdens de woestijnjaren, en bestond uit het oppakken en vervoeren van de tabernakel op de voorgeschreven manier, telkens de Heer aangaf dat het tijd was om in beweging te komen. David denkt na over het feit dat de Heer nu zijn volk ‘rust’ heeft gegeven: ze zijn in het Beloofde Land.

Bovendien heeft Hij gekozen om ‘in Jeruzalem’ te ‘wonen tot in eeuwigheid’ (23:25), dus moeten bepaalde taken van de Levieten veranderen: ‘nu behoeven de Levieten de tabernakel en al zijn dienstgerei niet meer te dragen’ (23:26).

Ondertussen worden nieuwe taken ingevoerd: meer aandacht gaat naar tempelkoren en dus naar muziekscholen en –training. Zo worden de Levieten gereorganiseerd. Ze worden onderverdeeld in grote families, kleinere clans enzovoort. Er zal over worden gewaakt dat de tempel en zijn behoeften niet de overhand krijgen.

De volgende hoofdstukken focussen inderdaad wel op het soort taken waarvan zij die de tempel dienen zich zullen moeten kwijten – niet alleen de directe priesterlijke taken en de duidelijke huishoudelijke taken die verbonden zijn met de tempel, maar de grootste verantwoordelijkheden van in stand houden, onderhoud, financiën en beheer.

Maar vanaf het begin moesten de priesters het volk uit de wet kunnen onderwijzen en dienen als ‘opzieners en rechters’. David stelt voor die laatste taken zesduizend Levieten aan (23:4).

Uit dit alles leiden we betekenisvolle lessen af. Maar de belangrijkste is een les in contextualisatie binnen de canon – dit wil zeggen, hoe je de oude ‘bepalingen’ van openbaring moet zien en ze aan een nieuwe context aanpast zonder de bepalingen op te offeren.

Toen de kerk zich uitbreidde naar nieuwe culturele contexten, moest telkens opnieuw met dergelijke vragen worden afgerekend. De ene groep zal zich vastklampen aan louter traditionalisme uit een andere cultuur; een andere groep begint los te laten wat de Schrift eigenlijk zegt. Wat we echt nodig hebben is trouw en flexibliteit.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 1 mei 2014

De Levieten: Gods geschenk aan het volk (Nm. 8)


Numeri 8; Psalm 44; Hooglied 6; Hebreeën 6
Voor ze hun taken voor het eerst vervulden, werden de Levieten apart gezet via een ritueel dat God zelf instelde ‘om hen te reinigen’ (Num. 8:5-14). We staan hier niet stil bij de details, maar zullen nadenken over de theologische motivering die God geeft om zaken op deze manier te bepalen.

Een deel ervan hebben we al eerder gehoord: dit is bij wijze van herhaling. God zelf geeft aan: ‘Ik heb hen voor Mij genomen’ (8:16), d.w.z. hij koos de Levieten ‘uit het midden van de Israëlieten’ (8:6) om in het bijzonder voor Hem te zijn, ‘in de plaats van alles wat het eerst uit de moederschoot voortkomt, van alle eerstgeborenen onder de Israëlieten’ (8:16).

De motivering wordt herhaald: dit stamt uit de uittocht, van het eerste pascha, toen de eerstgeborenen van de Egyptenaren omkwamen, maar niet de eerstgeboren zonen van Israël (8:17-18).

Maar nu wordt een nieuw element geïntroduceerd. God heeft de Levieten ‘genomen’ om op bijzondere wijze van Hem te zijn, en nadat Hij hen zo ‘nam’, heeft Hij hen ook ‘gegeven’ als ‘geschonkenen’ aan Aäron en zijn zonen, de hogepriesters, ‘om de dienst der Israëlieten bij de tent der samenkomst te verrichten, en om verzoening te doen over de Israëlieten, opdat er geen plaag zij onder de Israëlieten, wanneer de Israëlieten tot het heilige zouden naderen’ (8:19). Dus heeft God hen ‘genomen’ en dan ‘gegeven’ aan zijn volk.

Formeel gezien heeft God hen natuurlijk ‘gegeven’ aan Aäron en zijn zonen, maar aangezien het werk dat de Levieten verrichten bedoeld is voor het welzijn van geheel Israël, kun je stellen dat God de Levieten op een bepaalde manier aan het hele volk schonk. Het patroon wordt 10 hoofdstukken verder opnieuw uiteengezet (Num. 18:5-7). God zegt aan Aäron: ‘Zie, Ik zelf heb uw broederen, de Levieten, uit de Israëlieten genomen als een geschenk voor u’ (18:6).

De nieuwtestamentische parallel die hier het dichtst bij aanleunt vind je in Efeziërs 4. Door zijn dood en opstanding, zo staat er over Jezus Christus, voerde Hij ‘krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen’ (Ef. 4:8).

De woorden worden duidelijk geciteerd uit Psalm 68:19, waar de Hebreeuwse tekst zegt dat God gaven in ontvangst nam onder de mensen [van opstandige mensen, NBV].

Maar er is terecht geargumenteerd dat Psalm 68 thema’s veronderstelt zoals die in Numeri 8 en 18, en dat Paulus in elk geval zowel Numeri als Psalm 68 samenbrengt om een punt duidelijk te maken. Onder het nieuwe verbond heeft Christus Jezus ons door zijn overwinning gevangen, en aan ieder van ons (Ef. 4:7) heeft Hij genade toebedeeld en ons dan terug over de kerk uitgegoten als zijn ‘gaven aan de mensen’ (Ef. 4:8).

Dit is hoe we onszelf moeten beschouwen. We zijn Christus’ gevangenen, genomen uit het ras van opstandige beelddragers en nu uitgegoten als Gods geschenken, Gods ‘gaven aan de mensen’. Dit voegt aan onze gehele dienst een onvoorstelbare waardigheid toe.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 mei uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 26 april 2014

'Gij zult voor Mij de Levieten nemen – Ik ben de HERE' (Num. 3)


Numeri 3; Psalm 37; Hooglied 1; Hebreeën 1
Van de Sinaï af worden de Levieten anders behandeld dan de andere stammen: alleen zij mogen omgaan met de tabernakel en haar toebehoren, uit hen komen de priesters, hen wordt geen afzonderlijk erfdeel van het land gegeven maar zij worden over het land verspreid, enzovoort. Maar hier in Numeri 3 wordt een van de meest verrassende verschillen beschreven.

Alle jongens van een maand en ouder van de stam Levi werden geteld. Hun totaal bedroeg 22.000 (3:39). Dan werden alle eerstgeboren jongens van een maand en ouder geteld van de rest van de Israëlieten. Hun totaal bedroeg 22.273 (3:43): het verschil tussen beide getallen bedraagt 273.

God verklaart dat, omdat Hij alle eerstgeboren Israëlieten spaarde bij het eerste Pascha in Egypte, de eerstgeborenen Hem specifiek toebehoren (3:13). De stelling is natuurlijk dat zij aan de ene kant ook hadden moeten sterven: ze waren intrinsiek niet beter dan de Egyptenaren die omkwamen.

Ze waren beschermd geweest door het bloed van het Paaslam dat God had voorgeschreven. Het was duidelijk dat God nu ook niet het leven van alle Israëlitische eerstgeborenen zou eisen. In plaats daarvan stelt Hij dat ze Hem allen bijzonderlijk toebehoren – maar dat Hij, in plaats van alle eerstgeboren mannen van geheel Israël, alle mannen van de stam Levi zal aannemen.

Aangezien de twee totalen niet exact gelijk zijn, moeten de 273 extra eerstgeboren mannen van Israël op een andere manier worden vrijgekocht, en dus wordt een losgeld ingesteld (3:46-48). We kunnen hier enkele lessen uit leren.

Een daarvan zit in het verslag vervat en werd al aangestipt: de Israëlieten waren intrinsiek niet superieur aan de Egyptenaren, niet intrinsiek uitgesloten van de toorn van de verderfengel. Nog belangrijker: wie door het bloed worden gered, behoren op een bijzondere manier toe aan de Heer.

Wanneer God het bloed heeft aanvaard dat in hun plaats vloeide, dan eist Hij niet meer dat ze sterven: Hij eist dat ze voor Hem en zijn dienst leven. Volgens de verbondsvoorschriften van de Wet van de Sinaï, wordt een plaatsvervanger aangenomen: de Levieten komen in de plaats van alle Israëlieten die onder de eisen van het Pascha hadden moeten vallen.

De vervulling van deze patronen onder de voorwaarden van het nieuwe verbond is niet moeilijk te vinden. We worden van de dood gered door de dood van het ultieme Paaslam (1Kor. 5:7). Zij die door zijn bloed worden gered, behoren op een bijzondere manier aan de Heer toe, d.w.z. niet alleen omdat ze deel uitmaken van de schepping, maar omdat ze verlost zijn (1 Kor. 6:20). Hij beveelt dat we voor Hem en zijn dienst leven, en daarin vormen we een volk van priesters (1 Petr. 2:5-6; Opb. 1:6).


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 24 december 2012

Hizkia en heel het volk verblijdden zich over wat God voor het volk tot stand gebracht had (2 Kron. 29)


2 Kronieken 29, Openbaring 15, Zacharia 11, Johannes 14
Met uitzondering van slechts een paar verzen heeft het meeste materiaal in 2 Kronieken 29-31 geen parallel in 2 Koningen. Deze hoofdstukken bieden ons een gedetailleerd verslag van hoe koning Hizkia handelde om de tempeldienst opnieuw in te voeren naar de Wet Gods die Mozes had overgeleverd, en hoe hij toen het verbondsvolk bijeenriep uit Juda en zelfs enkelen uit Israël om het Pascha te vieren zoals het al een tijd niet meer gebeurd was.

We kunnen hier focussen op 2 Kronieken 29. De afgoderij had het volk zodanig in zijn greep dat de tempeldienst in onbruik geraakt was. De tempel was verworden tot een opslagruimte voor rommel; zelfs de deuren moesten hersteld worden. Nog altijd maar vijfentwintig jaar oud, opende koning Hizkia in de eerste maand van zijn regering (29:3) de deuren en liet ze herstellen.

Hij vond een aantal priesters en Levieten en droeg hen op zich te heiligen volgens de rituelen die de Wet voorzag, en zich toe te leggen op het reinigen, herstellen en het terug heiligen van de tempel.

Bovendien erkende Hizkia dat de mislukkingen uit het verleden op dit vlak de toorn van God hadden opgeroepen (29:6). Hij was niet zo dwaas te denken dat de mislukkingen slechts een louter rituele kwestie waren: hij zag het grotere plaatje, maar begreep dat de harten van zowel priesters, Levieten, volk als koning volkomen vervreemd waren van God. Zijn openlijke bedoeling was om dit patroon te keren en een verbond te sluiten met de Heer (29:10).

De rest van het hoofdstuk biedt meer details over wat gedaan werd. Meer priesters en Levieten kwamen aan boord. De muziekinstrumenten die David bepaalde werden opnieuw in gebruik genomen. Zelfs kleine afwijkingen van de Wet worden opgetekend, zoals de toelating die de Levieten kregen om de offerdieren te huid te helpen afstropen, te wijten aan het feit dat er op dat moment te weinig priesters geheiligd waren (29:32-34).

‘Aldus werd de dienst van het huis des HEREN hersteld. Jechizkia (of ‘Hizkia’, HSV) en het gehele volk verheugden zich over wat God zijn volk bereid had, want onverwacht was deze zaak geschied’ (29:35-36; of ‘heel snel’ i.p.v. ‘onverwachts’, NBV).
Zo gaat het wanneer er een diepgaande een aanzienlijke revival komt. Het is onvermijdelijk zo dat God een leider doet opstaan wiens profetische aandrang onweerstaanbaar blijkt, eerst voor enkelen, en dan voor een grote massa. En in de beste gevallen duurt het niet lang vooraleer mannen en vrouwen terugkijken en zich verwonderen over hoe snel het aanzien der dingen enorm veranderde.

Terecht concluderen ze dat de enige verklaring kan zijn dat God zelf het gedaan heeft – dit wil zeggen, dat de transformatie uiteindelijk niet kan toegeschreven worden aan ijver om te hervormen of aan organisatietalent, maar aan een God die de harten van mensen veranderd heeft.


Eigen vertaling van de overdenking bij 24 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 27 november 2012

Flexibiliteit en trouw zijn even onmisbaar (1 Kron. 23)


1 Kronieken 23, 1 Petrus 4, Micha 2, Lukas 11
In bepaalde opzichten veranderde de structuur van het leven van de Israëlieten, inclusief bepaalde facetten van het religieuze leven, toen het volk het Beloofde Land binnentrok en niet langer een nomadisch bestaan leidde. De eerste veranderingen waren voor de hand liggend. De Heer zette de dagelijkse voorziening van het manna stop: het volk moest voor zichzelf voedsel verzamelen en kweken. De verstedelijking ving aan. De sabbatswetten werden in toenemende mate zowel in handel en economie als in het landbouwleven toegepast.

Met de instelling van de monarchie en de aanstaande bouw van de tempel, drong heel wat meer organisatie en centralisatie zich op. Meer bepaald legt David zich niet alleen toe op het voorzien van allerlei middelen voor Salomo om de tempel te kunnen bouwen, maar ook op het leggen van de basis voor de nieuwe organisatiestructuren die noodzakelijk zullen zijn om het geheel te laten draaien. Dergelijke zaken staan centraal in 1 Kronieken 23-26.

Reeds in 1 Kronieken 23 denkt David zelf na over de veranderingen die op komst zijn. Een van de taken van de Levieten uit het verleden nam een aanvang tijdens de woestijnjaren, en bestond uit het oppakken en vervoeren van de tabernakel op de voorgeschreven manier, telkens de Heer aangaf dat het tijd was om in beweging te komen. David denkt na over het feit dat de Heer nu zijn volk ‘rust’ gegeven heeft: ze zijn in het Beloofde Land.

Bovendien heeft Hij gekozen om ‘in Jeruzalem’ te ‘wonen tot in eeuwigheid’ (23:25), dus moeten bepaalde taken van de Levieten veranderen: ‘nu behoeven de Levieten de tabernakel en al zijn dienstgerei niet meer te dragen’ (23:26).

Ondertussen worden nieuwe taken ingevoerd: meer aandacht gaat naar tempelkoren en dus naar muziekscholen en –training. Zo worden de Levieten gereorganiseerd. Ze worden onderverdeeld in grote families, kleinere clans enzovoort. Er zal over gewaakt worden dat niet alle aandacht gaat naar de tempel en zijn behoeften.

De volgende hoofdstukken focussen inderdaad wel op het soort taken waarvan zij die de tempel dienen zich zullen moeten kwijten – niet alleen de directe priesterlijke taken en de duidelijke huishoudelijke taken die verbonden zijn met de tempel, maar de grootste verantwoordelijkheden van in stand houden, onderhoud, financiën en beheer.

Maar vanaf het begin moesten de priesters het volk uit de wet kunnen onderwijzen en dienen als ‘opzieners en rechters’. David stelt voor die laatste taken zesduizend Levieten aan (23:4).

Uit dit alles leiden we betekenisvolle lessen af. Maar de belangrijkste is een les in contextualisatie in de canon – dit wil zeggen, hoe je de oude ‘gegevens’ van openbaring moet zien en hoe je ze aan een nieuwe context kunt aanpassen zonder de gegevens op te offeren.

Toen de kerk zich naar nieuwe culturele contexten uitbreidde, moest telkens opnieuw met dergelijke vragen afgerekend worden. De ene groep zal zich vastklampen aan louter traditionalisme uit een andere cultuur; de andere groep begint los te laten wat de Schrift eigenlijk zegt. Wat we echt nodig hebben is trouw en flexibliteit.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 26 mei 2012

Vluchten naar de vrijstad (Num. 35)


Numeri 35, Psalm 79, Jesaja 27, 1 Johannes 5

Toen plannen ontvouwd werden om het Beloofde Land te verdelen onder de twaalf stammen, was dat Levi uitgezonderd. De Levieten werd verteld dat God hun erfdeel was: zij zouden geen gebied voor hun stam ontvangen, maar zouden ondersteund worden door de tienden die bijeengebracht werden door de overige Israëlieten (Num. 18:20-26).

Hoe dan ook moesten ze ergens kunnen leven. Dus bepaalde God dat elke stam enkele steden apart zouden zetten voor de Levieten, samen met de omliggende weilanden voor hun vee (Num. 35: 1-5). Aangezien de Levieten het volk de wet van God moesten onderwijzen, bovenop hun taken in verband met de tabernakel, hadden deze regelingen rond het land het bijkomend voordeel van het verspreiden van de Levieten onder het volk, waar ze het meeste goed konden doen. Bovendien moesten hun verspreide weidelanden altijd in Levitische handen blijven (Lev. 25:32-34). De andere bijzondere regelingen met betrekking tot het land die in dit hoofdstuk ingesteld worden is het instellen van zes ‘vrijsteden’ (35:6-34). Die moesten gekozen worden uit de achtenveertig steden die de Levieten toegewezen kregen, drie aan de ene zijde van de Jordaan en drie aan de andere.

Wie dan iemand doodde, met of zonder opzet, kon naar een van deze steden vluchten en beschermd zijn tegen de toorn van de familiewrekers. In een tijd waarin bloedvetes niet ongewoon waren, had dit het effect van het koelen van de atmosfeer tot het officiële rechtssysteem uitspraak kon doen over de schuld of onschuld van de doder. Indien schuldig bevonden met niet te weerleggen bewijs (35:30), dan moest de doodslager zeker gedood worden. Je herinnert je het principe bepaald in Genesis 9:6: wie mensen vermoordt, die naar het beeld van God gemaakt zijn, hebben een zo zware misdaad begaan dat de ultieme straf geëist wordt. De logica is hier niet een van afschrikking maar van waarden (vgl. Num. 35:31-33).

Was, aan de andere kant, het doden een ongeval en de doodslager daarom onschuldig aan moord, kan hij niet gewoon vrijgesproken worden en naar huis gezonden, maar moet hij in de vrijstad blijven tot aan de dood van de hogepriester (35:25-28). Alleen op dat moment kon de doodslager naar het land van zijn bezitting terugkeren en een gewoon leven hervatten. Wachten op de dood van de hogepriester kon een zaak van dagen maar ook van tientallen jaren zijn. Indien er geruime tijd overging, kon die dienen om de bloedwrekers van de familie van het slachtoffer tot bedaren te laten komen. Maar die gedachtegang komt in de tekst niet voor.

Waarschijnlijk waren er twee redenen voor de bepaling dat de doodslager in de vrijstad moest blijven tot de dood van de hogepriester.
(1) Zijn dood betekende het einde van een tijdperk en het begin van een ander.
(2) Belangrijker nog: het is mogelijk dat zijn dood symboliseerde dat iemand moest sterven om te betalen voor de dood van een van Gods beelddragers. Christenen weten waarheen deze redenering leidt.

Eigen vertaling van de overdenking bij 26 mei uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

dinsdag 1 mei 2012

De Levieten: Gods geschenk aan het volk (Nm. 8)


Numeri 8, Psalm 44, Hooglied 6, Hebreeën 6

Voor ze hun taak voor het eerst opnamen, werden de Levieten apart gezet door een ritueel dat God zelf instelde ‘om hen te reinigen’ (Num. 8:5-14). We staan hier niet stil bij de details, maar zullen nadenken over de theologische redenering die God geeft voor deze ordening van zaken.

Een deel ervan hebben we al eerder gehoord: dit is bij wijze van herhaling. God zelf geeft aan: ‘Ik heb hen voor Mij genomen’ (8:16), d.w.z. hij koos de Levieten ‘uit het midden van de Israëlieten’ (8:6) om in het bijzonder voor Hem te zijn, ‘in de plaats van alles wat het eerst uit de moederschoot voortkomt, van alle eerstgeborenen onder de Israëlieten’ (8:16). De motivering wordt herhaald: dit stamt uit de uittocht, van het eerste pascha, toen de eerstgeborenen van de Egyptenaren omkwamen, maar niet de eerstgeboren zonen van Israël (8:17-18).

Maar nu wordt een nieuw element geïntroduceerd. God heeft de Levieten ‘genomen’ om op bijzondere wijze van Hem te zijn, en nadat Hij hen zo ‘nam’, heeft Hij hen ook ‘gegeven’ als ‘geschonkenen’ aan Aäron en zijn zonen, de hogepriesters, ‘om de dienst der Israëlieten bij de tent der samenkomst te verrichten, en om verzoening te doen over de Israëlieten, opdat er geen plaag zij onder de Israëlieten, wanneer de Israëlieten tot het heilige zouden naderen’ (8:19). Dus heeft God hen ‘genomen’ en dan ‘gegeven’ aan zijn volk.

Formeel gezien heeft God hen natuurlijk ‘gegeven’ aan Aäron en zijn zonen, maar aangezien het werk dat de Levieten verrichten bedoeld is voor het welzijn van geheel Israël, kun je stellen dat God de Levieten op een bepaalde manier aan het hele volk schonk. Het patroon wordt 10 hoofdstukken verder opnieuw uiteengezet (Num. 18:5-7). God zegt aan Aäron: ‘Zie, Ik zelf heb uw broederen, de Levieten, uit de Israëlieten genomen als een geschenk voor u’ (18:6).
De nieuwtestamentische parallel die hier het dichtst bij aanleunt vind je in Efeziërs 4. Door zijn dood en opstanding, zo staat er over Jezus Christus, voerde Hij ‘krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen’ (Ef. 4:8).

De woorden worden zichtbaar geciteerd uit Psalm 68:19, waar de Hebreeuwse tekst zegt dat God gaven in ontvangst nam onder de mensen. Maar er is terecht geargumenteerd dat Psalm 68 thema’s veronderstelt zoals die in Numeri 8 en 18, en dat Paulus in elk geval zowel Numeri als Psalm 68 samenbrengt om een punt te maken. Onder het nieuwe verbond heeft Christus Jezus ons gevangen, en aan ieder van ons (Ef. 4:7) heeft Hij genade toebedeeld en ons dan terug over de kerk uitgegoten als zijn ‘gaven aan de mensen’ (Ef. 4:8).

Dit is hoe we van onszelf moeten denken. We zijn Christus’ gevangenen, genomen uit het ras van opstandige beelddragers en nu uitgegoten als Gods geschenken, Gods ‘gaven aan de mensen’. Dit voegt aan onze gehele dienst een onvoorstelbare waardigheid toe.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 mei uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

donderdag 26 april 2012

'Gij zult voor Mij de Levieten nemen – Ik ben de HERE' (Num. 3)


Numeri 3, Psalm 37, Hooglied 1, Hebreeën 1

Van de Sinaï af worden de Levieten anders behandeld dan de andere stammen: alleen zij mogen omgaan met de tabernakel en zijn toebehoren, uit hen komen de priesters, hen wordt geen afzonderlijk erfdeel van het land gegeven maar zij worden over het land verspreid, enzovoort. Maar hier in Numeri 3 wordt een van de meest verrassende verschillen beschreven.

Alle jongens van een maand en ouder van de stam Levi worden geteld. Hun totaal bedroeg 22.000 (3:39). Dan werden alle eerstgeboren jongens van een maand en ouder geteld van de rest van de Israëlieten. Hun totaal bedroeg 22.273 (3:43): het verschil tussen beide getallen bedraagt 273. God verklaart dat, omdat Hij alle eerstgeboren Israëlieten spaarde bij het eerste Pascha in Egypte, de eerstgeborenen Hem specifiek toebehoren (3:13). De stelling is natuurlijk dat aan de ene kant ook zij hadden moeten sterven: ze waren intrinsiek niet beter dan de Egyptenaren die omkwamen. Ze waren beschermd door het bloed van het Paaslam dat God had voorgeschreven. Het is duidelijk dat God nu ook niet het leven van alle Israëlitische eerstgeborenen zou eisen. In plaats daarvan benadrukt Hij dat ze Hem allen bijzonderlijk toebehoren – maar dat Hij alle mannen van de stam Levi zal aanvaarden, in plaats van alle eerstgeboren mannen van geheel Israël.

Aangezien de twee totalen niet exact gelijk zijn, moeten de 273 extra eerstgeboren mannen van Israël op een andere manier vrijgekocht worden, en dus wordt het losgeld ingesteld (3:46-48).

We moeten hier enkele lessen uit leren. Een daarvan zit in het verslag vervat en werd al aangestipt: de Israëlieten waren niet superieur ten opzichte van de Egyptenaren, niet intrinsiek uitgesloten van de toorn van de verderfengel.

Nog belangrijker: zij die door het bloed gered worden, behoren de Heer op een bijzondere manier toe. Wanneer God het bloed aanvaardde dat in hun plaats vloeide, dan eist Hij niet meer dat ze sterven: Hij eist dat ze voor Hem en zijn dienst leven. Volgens de verbondsvoorschriften van de Wet van de Sinaï, wordt een plaatsvervanger geaccepteerd: de Levieten komen in de plaats van alle Israëlieten die onder de eisen van het Pascha hadden moeten vallen.

De vervulling van deze patronen onder de voorwaarden van het nieuwe verbond is niet moeilijk te vinden. We worden van de dood gered door de dood van het ultieme Paaslam (1Kor. 5:7). Zij die door zijn bloed gered worden behoren op bijzondere wijze toe aan de Heer, d.w.z. niet alleen omdat ze deel uitmaken van de schepping, maar omdat ze verlost zijn (1 Kor. 6:20). Hij beveelt dat we voor Hem en zijn dienst leven, en daarin vormen we een volk van priesters (1 Petr. 2:5-6; Opb. 1:6).


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org