Posts tonen met het label Moo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Moo. Alle posts tonen

maandag 24 januari 2022

Beluister deel 3 van 'De christen en de wet': wat leert Paulus?


Op woensdag 12 januari 2022 kwamen we in de studie over de christen en de wet bij deel 3. 

Daarin bekeken we het thema vanuit het Nieuwe Testament, meer specifiek vanuit de geschriften van Paulus. Ook liefde en de wet van Christus werd op die manier belicht.

> Beluister de mp3 - de christen en de wet - "Wat leert Paulus"

> Bekijk de bijhorende ppt-presentatie (via Issuu)

> Check ook de eerdere studies in deze reeks over Exodus


zondag 30 mei 2010

Offer je oog, mond, handen, ...

"De christen is geroepen tot een aanbidding die niet beperkt is tot een plaats of tot een bepaalde tijd, maar tot een aanbidding die alle plaatsen en alle tijden omvat:
'Christelijke aanbidding bestaat niet uit wat verricht wordt op heilige plaatsen, op heilige tijden en met heilige handelingen ... Het is het offeren van een lichamelijk bestaan in de anders profane sfeer.'


Chrysostomos becommentarieert:
'En hoe moet het lichaam dan een offerande worden?
Laat het oog naar niets kijken dat boos is, en het is een offerande geworden;
laat je tong niets uitspreken dat vuil is, en het is een offerande geworden,
laat je hand geen wetteloze daden stellen en het is een heel brandoffer geworden.'

Regelmatige ontmoetingen tussen christenen om te lofprijzen en elkaar onderling op te bouwen zijn gepast en worden zelfs bevolen in de Schrift. En wat er dan gebeurt in die samenkomsten is beslist 'aanbidding'. Maar dergelijke speciale tijden van gezamenlijke aanbidding zijn slechts één aspect van de voortdurende aanbidding die elk van ons aan de Heer moet brengen in het dagelijks opnieuw offeren van onze lichamen aan de Heer.

Douglas J. Moo in 'The Epistle to the Romans' in de reeks 'The New International Commentary on the New Testament, pag. 754 en vrij vertaald. Hij schrijft het bovenstaande naar aanleiding van Rom.12:1:
Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst.