Posts tonen met het label Jakob. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jakob. Alle posts tonen

dinsdag 24 januari 2023

Het grote verhaal van de tabernakel: beluister deel 8



Opnieuw duiken we in het grote verhaal van de tabernakel doorheen de bijbel.

Dit keer bespreken we het brandofferaltaar en het wasvat, die beide heenwijzen naar Christus.

Ook komt de relatie tussen tabernakel en kosmos verder aan bod.




Afbeelding: Christipedia (het wasvat of ook wel 'de zee' in de tempel van Salomo)

dinsdag 10 januari 2023

Nieuwe audio uit de reeks over het grote verhaal van de tabernakel (deel 6 en 7)


Hierbij twee studies uit de reeks over de tabernakel en het grote verhaal waar die tabernakel in past: God wil bij de mensen wonen, zijn heerlijkheid zal de aarde vervullen.

Tabernakel het grote verhaal - deel 6: ark en kandelaar

Tabernakel het grote verhaal - deel 7: tafel met toonbroden, reukofferaltaar, brandofferaltaar en zee

In bovenstaande mp3 zit een ongewilde korte onderbreking. Sorry daarvoor.

Eerdere studies in deze reeks


zaterdag 5 november 2022

Tabernakel: het grote verhaal - beluister de audio van deel 5, van Eden tot Tabernakel

 Op 2 november kwamen we in het 5e deel over het grote verhaal achter de tabernakel ook bij de eerste blik op de tabernakel zelf.

We zetten deze stappen niet alleen via de kleine heiligdommen van de aartsvaders, maar ook via de berg Sinaï en de indeling daar.


Tabernakel, het grote verhaal - deel 5

- Beluister de audio van deel 5 van het grote verhaal achter de tabernakel (mp3)

- Bekijk de ppt-presentatie van "Tabernakel, het grote verhaal - deel 5, van Eden tot Tabernakel" (via Issuu)

- Eerdere studies in deze reeks


Bron afbeelding: christipedia

dinsdag 1 november 2022

Tabernakel: het grote verhaal en de rol van de aartsvaders

Bijbelstudie over het grote verhaal waarin de tabernakel past. Deze studie dateert van 5 oktober '22.

God wil met zijn heerlijkheid de aarde vervullen, al vanaf het prille begin met Adam.
Die opdracht gaat verder via de aartsvaders en hun kleine heiligdommen.



Tabernakel: het grote verhaal - deel 4





zaterdag 2 november 2019

Beluister de lezing over 'Jakob' (door Gerard Hoddenbagh)

Op vrijdag 25 oktober gaf Gerard Hoddenbagh (NL) in CC De Steiger in Menen de 2e lezing in de reeks 'Leven door geloof - deel 2'.

Audio

>> Beluister de mp3 van de lezing 'Jakob' - door Gerard Hoddenbagh

Volgende lezing

- De volgende lezing in deze reeks staat gepland op vrijdag 13 december. Dan spreekt Raymond Hausoul over 'Jozef'.

Audio vorige lezingen

- Beluister ook eerdere audio in deze reeks.

- Of gebruik deze link voor de audio uit het vorige seizoen.

donderdag 13 februari 2014

Met maar één vleugel moet een vliegtuig wel crashen (Gn. 46)


Genesis 46; Markus 16; Job 12; Romeinen 16
Een van de moeilijkste dingen om te vatten is dat de God van de Bijbel zowel persoonlijk is – in interactie met andere personen – als transcendent (d.w.z. verheven boven tijd en ruimte – het terrein waarop al onze persoonlijke interacties met God plaatsvinden).

Als de transcendente Soeverein regeert Hij over alles, niets uitgezonderd; als de persoonlijke Schepper communiceert Hij op persoonlijke manieren met degenen die zijn beelddragers zijn, terwijl Hij zich openbaart als niet alleen persoonlijk maar ook nog eens vlekkeloos goed.

Hoe we deze elementen kunnen samenbrengen gaat uiteindelijk ons petje te boven, hoe vaak deze elementen ook gewoon worden verondersteld in de Bijbel.
Wanneer Jakob verneemt dat Jozef nog in leven is, brengt hij God, die zich nog maar eens zo genadig aan Jakob openbaart, offeranden: 'Ik ben God, de God van uw vader, vrees niet naar Egypte te trekken, want Ik zal u daar tot een groot volk maken. Ik zal zelf met u naar Egypte trekken en Ik zal u ook zeker weer terugvoeren en Jozef zal u de ogen toedrukken' (Gen. 46:3-4).

Het boek Genesis maakt duidelijk dat Jakob wist dat Gods verbond met Abraham de belofte inhield dat het land waar ze nu verbleven op een dag aan hem en zijn nakomelingen zou worden gegeven. Dit is waarom Jakob die directe openbaring van God nodig had om hem te bewegen het land te verlaten.

Jakob was op drie vlakken herbevestigd: (a) God zou zijn nakomelingen tot een ‘groot volk’ maken gedurende hun verblijf in Egypte; (b) God zou hen uiteindelijk uit Egypte leiden; (c) op persoonlijk vlak is Jakob vertroost wanneer hij verneemt dat zijn lang verloren gewaande zoon Jozef nog zijn vaders dood zal mogen meemaken.

Dit zorgt allemaal voor persoonlijke bemoediging. Het openbaart ook iets van de mysteries van Gods voorzienige soevereiniteit. Want lezers van de Pentateuch weten dat dit verblijf in Egypte zal uitmonden in slavernij, dat dan van God gezegd zal worden dat Hij het geweeklaag van zijn volk ‘hoort’, en dat Hij na verloop van tijd Mozes zal opwekken, die Gods vertegenwoordiger zal zijn bij de tien plagen, de doortocht van de Rode Zee, het geven van het Sinaïverbond en de wet, bij de woestijnomzwervingen en het (her)betreden van het Beloofde Land.

De soevereine God, die Jozef naar Egypte brengt om de weg te bereiden voor deze kleine gemeenschap van zeventig mensen, heeft nog heel wat ingewikkelde plannen in petto. Die zijn ontworpen om zijn volk naar de volgende fase van de heilsgeschiedenis te brengen, en hen uiteindelijk te leren dat Gods woorden belangrijker zijn dan voedsel (Deut. 8).

Je kunt Gods soevereine transcendentie net zomin losmaken van zijn persoonlijkheid, en vice versa, als je een vleugel van een vliegtuig kunt losmaken en nog mag verwachten dat het vliegt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 2 februari 2014

Niets beter dan Gods huis (Gn. 34)

Genesis 34; Markus 5; Job 1; Romeinen 5
Films en boeken over wraak zijn zodanig endemisch in de populaire cultuur dat we maar zelden stilstaan bij de dubbelzinnige, bijtende aard van zonde. Er zijn alleen ‘good guys’ en ‘bad guys’, goeden en slechteriken. Maar in de echte wereld is het verre van ongewoon als zonde niet alleen de boosdoeners aantast, maar ook hen die erop reageren met zelfingenomen verontwaardiging.

De enige personen die in dit vreselijke verslag van verkrachting en plundering (Gn. 34) geen verwijt krijgen, zijn de slachtoffers - Dina zelf, natuurlijk, en de Sichemieten die, hoewel niet gelinkt aan de schuld van Hamors zoon of het bedrog van Hamor, ofwel worden afgeslacht ofwel tot slaven worden gemaakt.

Zeker Sichem, de zoon van Hamor, is schuldig. In het licht van zijn verkrachting van Dina, lijken zijn inspanningen om de bruidsprijs te betalen en de overeenkomst te regelen van de andere mannen om zich te laten besnijden, minder op edelmoedige verzoening dan op besliste en bewuste zelfzucht, een soort voortgaande verkrachting via andere wegen.

De redenering van Hamor en zijn zoon, zowel bij het benaderen van Jakobs gezin als bij het benaderen van hun eigen volk, wordt ingegeven door eigenbelang en gekarakteriseerd door halve waarheden. Ze erkennen hun wandaad niet en spreken ook niet rechtuit, en ze proberen hun eigen volk erin te luizen door hebzucht op te wekken.

Je kan begrijpen dat Dina’s broers ‘zeer gegriefd’ en ‘toornig’ zijn (34:7), maar hun daaropvolgende daden vallen niet te verdedigen. Met buitengewone dubbelhartigheid gebruiken ze het belangrijke religieuze gebruik van hun geloof als een middel om de dorpsbewoners uit te schakelen (het woord 'stad' verwijst naar een gemeenschap van elke grootte). Daarna maken ze hen af en nemen ze hun vrouwen, kinderen en rijkdom als buit. Is daar iets bij dat Dina eert? Is daar iets bij dat God behaagt?

Zelfs Jakobs rol is op zijn minst dubbelzinnig. Zijn oorspronkelijke stilzwijgen (34:5) was mogelijk niet meer dan politiek opportunisme, maar het klinkt niet nobel of principieel. Zijn uiteindelijke conclusie (34:30) is ongetwijfeld een correcte analyse van de negatieve politieke gevaren, maar doet geen recht en biedt ook geen alternatief.

Wat draagt dit hoofdstuk bij tot het boek Genesis en bij uitbreiding tot de canon?

Veel. Om te beginnen herinnert dit hoofdstuk ons aan een terugkerend patroon. Alleen omdat God weeral eens genadig ingreep en zijn volk hielp in een crisissituatie (zoals Hij doet in Gen. 32-33), wil daarom nog niet zeggen dat er niet langer moreel gevaar is om af te glijden naar verderf.

Bovendien wordt nog maar eens duidelijk dat de lijn van de belofte niet is gekozen omwille van haar intrinsieke superioriteit; impliciet is dit hoofdstuk een argument voor de voorrang die de genade krijgt.

Schijnbaar is het de crisis bij Sichem die de familie terug naar Bethel brengt (Gen. 35:1, 5), hetgeen Jakobs verhuizingen afsluit en, belangrijker nog, de lezer eraan herinnert dat ‘het huis van God’ belangrijker is dan elke louter menselijke woonplaats.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 31 januari 2014

Misschien wel mank, maar krachtiger dan ooit tevoren (Gn. 32)

Genesis 32; Markus 3; Esther 8; Romeinen 3
Wat een transformatie in Jakob (Gen. 32)! Oppervlakkig gezien is er natuurlijk niet zoveel veranderd. Hij verliet Berseba voor Paddan-Aram omdat hij vreesde voor zijn leven; zijn broer Esau had – in zijn ogen - genoeg reden om hem te doden. Nu keert hij terug naar huis en Jakob is nog altijd doodsbenauwd voor zijn broer.

Niet minder oppervlakkig bekeken zou iemand kunnen aanvoeren dat er veel is veranderd: Jakob ontvluchtte de tenten van zijn ouders als ongehuwde man, bijna zonder bezittingen, terwijl hij hier terugkeert als rijke, getrouwde man met veel kinderen.

Maar de diepste verschillen tussen de twee reizen blijken uit Jakobs veranderde houding tegenover God. Op de heenreis neemt Jakob geen initiatief in godsdienstige zaken. Hij gaat gewoon slapen (Gen. 28).

Het is God die ingrijpt met een opmerkelijke droom van een ladder die tot aan de hemel reikt. Wanneer Jakob wakker wordt, erkent hij dat wat hij heeft meegemaakt een soort bezoek van God was (28:16-17); maar hij reageert daarop met een zeker voorstel tot ruilhandel met God: als God hem veiligheid, bescherming, voorspoed en uiteindelijk een gelukkige terugkeer naar huis wil schenken, dan zal Jakob God op zijn beurt erkennen en Hem een tiende aanbieden.

Nu is het toch wel anders. Ja, God neemt opnieuw het initiatief: Jakob ontmoet engelen Gods (32:1-2). Jakob besluit voorzichtig te handelen. Hij stuurt enkele van zijn mensen vooruit om Esau aan te kondigen dat zijn broer terugkeert. Dit is de aanzet voor een onheilspellend bericht: Esau is op komst om hem te ontmoeten, maar met vierhonderd man.

Aan de ene kant zet Jakob een zorgvuldig georkestreerd plan in werking: opeenvolgende golven van geschenken voor zijn broer worden vooruitgezonden, en elk van de boodschappers wordt zorgvuldig geïnstrueerd om Esau bijzonder hoffelijk en respectvol aan te spreken.

Aan de andere kant geeft Jakob toe dat hij de controle over zaken kwijt is. De ruilhandel is voorbij. ‘Zeer bevreesd’ en ‘bang te moede’ (32:7) onderneemt Jakob actie en bidt dan, smekend om hulp.

Hij herinnert God aan zijn verbondsbeloften, hij voert zijn eigen onwaardigheid aan, hij erkent hoeveel onverdiende zegeningen hij gekregen heeft, hij belijdt hoe bevreesd hij wel is (32:9-12). En dan, tijdens de donkerste uren, worstelt hij met die vreemde manifestatie van God zelf (32:22-30).

Een twintigtal jaren zijn voorbijgegaan sinds Jakobs heenreis. Sommige mensen leren niets in twintig jaar. Jakob heeft nederigheid geleerd, vasthoudendheid, godsvrucht, vertrouwen op Gods verbondsbeloften en hoe hij moet bidden. Dit betekent helemaal niet dat hij zo door schrik is overmand dat hij niets anders doet dan zich terugtrekken in gebed. Veeleer betekent het dat hij doet wat hij kan, terwijl hij volkomen gelooft dat de redding van de Here moet komen.

Tegen dat de zon opkomt, stapt hij met een manke heup, maar hier is een sterkere en betere man.


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 29 januari 2014

Disfunctionele familie ontdekt trouwe God (Gn. 30)


Genesis 30, Markus 1, Esther 6, Romeinen 1
Toen ik een kind in de zondagschool was, leerde ik de namen van de twaalf stammen van Israël door een eenvoudig refreintje te zingen: ‘These are the names of Jacob’s sons: / Gad and Asher and Simeon, / Reuben, Issachar, Levi, / Judah, Dan, and Naphtali - / Twelve in all, but never a twin - / Zebulun, Joseph, and Benjamin.’ [Letterlijk in het Nederlands: ‘Dit zijn de namen van Jakobs zonen: Gad en Aser en Simeon, Ruben, Issachar, Levi, Juda, Dan en Naftali – twaalf in totaal, maar nooit een tweeling – Zebulon, Jozef en Benjamin.]

Maar vele jaren gingen voorbij voor ik begreep hoe belangrijk de twaalf stammen zijn in de grote verhaallijn van de Bijbel. Veel van de wrijvingen in de rest van Genesis draaien rond hun relaties. De organisatie van de natie Israël draait rond het apart zetten van één stam als priesters: de Levieten. Uit een andere zoon, Juda, komt het Davidische koningshuis voort dat leidt tot de Messias.

Doorheen de eeuwen zou de stam van Jozef verdeeld worden in Efraïm en Manasse; in aanzienlijke mate zou Benjamin met Juda samengaan. Tegen het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, vormen de twaalf stammen van het oude verbond de tegenhanger voor de twaalf apostelen van het nieuwe verbond. Dit twaalf-maal-twaalfmodel (d.i. 144, in de symboliek van deze apocalyptische literatuur) omvat in principe het hele volk van God.

Maar wat een bedenkelijk begin kennen ze in Genesis 30. Het bedrog van Laban in Genesis 29, dat resulteerde in Jakobs huwelijk met zowel Lea als Rachel, mondt nu uit in een van de meest ongezonde gevallen van gezinsrivaliteit in de Heilige Schrift.

Elk van deze vrouwen uit dit gezin wil zo graag de andere overtreffen dat ze nog liever hun slavin aan hun echtgenoot geven, dan de ander toe te laten voorsprong te nemen in de race om kinderen te baren.

Zo zelfgericht en ondoordacht zijn de relaties dat Rachel op een andere keer bereid is om de sekstijd van haar man aan haar zuster Lea te verkopen voor wat liefdesappelen. Polygamie grijpt om zich heen, en daarmee ook een puinhoop van verstoorde relaties.

Uit deze pijnlijke en ronduit disfunctionele familierelaties komen elf zonen en een dochter voort (de geboorte van de laatste zoon, Benjamin, wordt verhaald in hoofdst. 35). Hier ligt de herkomst van de twaalf stammen van Israël, het ontstaan van de Israëlitische natie.

Hun herkomst is niet slechter dan die van anderen, ze is eerder typerend. Maar het wordt al meteen duidelijk dat God niet met deze familie omgaat omdat ze consequent boven andere families uitsteekt. Nee, Hij gebruikt hen om zijn verbondsbeloften te houden aan Abraham, Isaäk en Jakob.

Hij gaat genadig met hen verder om zijn grootse heilsplannen te volvoeren. De bedenkelijke gezinsconflicten, van de soort die de aanzet kunnen zijn voor B-films, kunnen de soevereine God van het heelal er niet van weerhouden trouw te zijn aan zijn verbondsbeloftes.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 27 januari 2014

God ontmoet ons waar we zijn (Gn. 28)


Genesis 28; Matteüs 27; Esther 4; Handelingen 27
De naam 'Bethel' betekent ‘huis van God’. Ik vraag me af hoeveel kerken, huizen, Bijbelscholen en –seminaries, christelijke opvangcentra en andere instituten niet deze naam hebben gekozen om hun logo’s en andere briefhoofden te sieren.

Maar de gebeurtenis die aan de naam ten grondslag lag (Gen. 28) was een allegaartje. Er is Jakob, die zich mijlenver naar het huis van zijn oom Laban haast.
Ogenschijnlijk is hij op zoek naar een godvrezende vrouw – maar die reden speelt veel meer door het hoofd van Isaak dan door dat van Jakob.

In werkelijkheid rent hij voor zijn leven, zoals het voorgaande hoofdstuk duidelijk maakt. Hij wil ontsnappen aan moord door zijn eigen broer, in de nasleep van zijn eigen smakeloze daad van bedrog en misleiding. Te oordelen naar de dingen die hij van God verzoekt, dreigt hij voedselgebrek te lijden en onvoldoende kleding te hebben, en hij mist zijn familie nu al (28:20-21).

Maar hier ontmoet God hem in een zo heldere droom dat Jakob verklaart: ‘Hoe ontzagwekkend is deze plaats. Dit is niet anders dan een huis Gods, dit is de poort des hemels’ (28:17).

Van zijn kant herhaalt God de kern van het verbond met Abraham tegenover deze kleinzoon van Abraham. De droom van de ladder opent het vooruitzicht op toegang tot God, op Gods rechtstreekse contact met een man die tot op dit punt meer gedreven lijkt door opportunisme dan door principes.

God doet de belofte dat zijn nakomelingen talrijk zullen zijn en dit land zullen krijgen. De ultieme expansie wordt ook weer herhaald: ‘met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden’ (28:14). Zelfs op persoonlijk vlak zal Jakob niet verlaten worden, want God verklaart: ‘En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u wederbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd’ (28:15).

Ontwaakt uit zijn droom, richt Jakob een altaar op en noemt de plaats Bethel. Maar in grote lijnen is hij nog steeds dezelfde opportunist. Hij doet een gelofte: ‘Als God zus en zo en zo zal handelen, als ik alles krijg wat ik verlang en verhoop van deze overeenkomst ‘dan zal de HERE mij tot een God zijn’ (28:20-21).

En God laat hem in leven! Het verhaal gaat verder: God doet al wat Hij belooft en meer. Al Jakobs voorwaarden worden ingewilligd. Een van de grote thema’s in de Bijbel is hoe God ons ontmoet waar we zijn: in onze onzekerheden, in onze voorwaardelijke gehoorzaamheid, in onze mix van geloof en twijfel, in onze mengeling van ontzag en eigenbelang, in ons verstaan en onze dwaasheid. God openbaart zich niet slechts aan de grootsten en meest heldhaftigen, maar aan ons, in ons Bethel, het huis van God.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 13 februari 2012

Met maar één vleugel moet een vliegtuig wel crashen (Gn. 46)

Genesis 46, Markus 16, Job 12, Romeinen 16

Een van de moeilijkste dingen om te begrijpen is dat de God van de Bijbel zowel persoonlijk is – in interactie met andere personen – als transcendent (d.w.z. verheven boven tijd en ruimte – het domein waarin al onze persoonlijke interacties met God plaatsvinden). Als de transcendente Heerser regeert Hij over alle dingen, zonder uitzondering. Als de persoonlijke Schepper communiceert Hij op persoonlijke manieren met degenen die zijn beelddragers zijn, terwijl Hij zich openbaart als niet alleen persoonlijk maar ook nog eens feilloos goed. Hoe we deze elementen kunnen bijeenbrengen gaat uiteindelijk ons petje te boven, ook al wordt er vaak eenvoudigweg vanuit gegaan in de Bijbel.

Wanneer Jakob verneemt dat Jozef nog leeft, brengt hij God, die zich nog maar eens zo genadig aan Jakob openbaart, slachtoffers: ‘Ik ben God, de God van uw vader, vrees niet naar Egypte te trekken, want Ik zal u daar tot een groot volk maken. Ik zal zelf met u naar Egypte trekken en Ik zal u ook zeker weer terugvoeren en Jozef zal u de ogen toedrukken’ (Gen. 46:3-4).

Het boek Genesis maakt duidelijk dat Jakob wist dat Gods verbond met Abraham de belofte inhield dat het land waar ze nu verbleven op een dag aan hem en zijn nakomelingen zou gegeven worden. Dit is waarom Jakob die directe openbaring van God nodig had om hem te bewegen het land te verlaten. Jakob was op drie terreinen herbevestigd: a) God zou zijn nakomelingen gedurende hun verblijf in Egypte tot een ‘groot volk’ maken; b) God zou hen uiteindelijk uit Egypte leiden; c) op het persoonlijke niveau is Jakob vertroost wanneer hij hoort dat zijn lang verloren gewaande zoon Jozef nog zijn vaders dood zal mogen meemaken.

Dit zorgt allemaal voor persoonlijke vertroosting. Het openbaart ook iets van de mysteries van Gods voorzienige soevereiniteit. Lezers van de Pentateuch weten immers dat dit verblijf in Egypte zal uitmonden in slavernij, dat dan van God gezegd zal worden dat Hij de klacht van zijn volk ‘hoort’, en dat Hij na verloop van tijd Mozes zal doen opgroeien, die Gods vertegenwoordiger zal zijn bij de tien plagen, in de doortocht van de Rode Zee, het geven van het verbond van de Sinaï en van de wet, de tocht door de woestijn en bij het (her)betreden van het Beloofde Land. De soevereine God, die Jozef naar Egypte brengt om de weg te bereiden voor deze kleine gemeenschap van zeventig mensen, heeft nog heel wat complexe plannen in voorraad. Die zijn ontworpen om zijn volk naar de volgende fase te brengen in de heilsgeschiedenis, en hen uiteindelijk te leren dat Gods woorden meer zijn dan voedsel (Deut. 8).

Je kunt Gods soevereine transcendentie net zomin losmaken van zijn persoonlijkheid of vice versa, als je een vleugel van een vliegtuig kunt losmaken en verwachten dat het toestel nog vliegt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

Bron afbeelding

dinsdag 31 januari 2012

Misschien wel mank, maar krachtiger dan ooit tevoren (Gn. 32)

Genesis 32, Markus 3, Esther 8, Romeinen 3

Wat een gedaanteverwisseling heeft Jakob ondergaan (Gen. 32)! Oppervlakkig gezien is er natuurlijk niet zoveel veranderd. Hij vertrok uit Berseba naar Paddan-Aram omdat hij vreesde voor zijn leven. Zijn broer Esau had – zoals hij het zag - genoeg redenen om hem te doden. Nu keert Jakob terug naar huis en Jakob is nog altijd doodsbenauwd voor zijn broer. Niet minder oppervlakkig bekeken zou iemand kunnen aanvoeren dat er veel is veranderd: Jakob ontvluchtte de tenten van zijn ouders als een alleenstaande man, bijna zonder bezittingen, terwijl hij hier terugkeert als rijke, getrouwde man met veel kinderen.

Maar de diepste verschillen tussen de twee reizen blijken uit Jakobs veranderde houding tegenover God. Op de heenreis neemt Jakob geen initiatief in zaken met betrekking tot God. Hij gaat eenvoudigweg slapen (Gen. 28). Het is goed die tussenkomt met een opmerkelijke droom van een ladder die tot aan de hemel reikt. Wanneer Jakob wakker wordt, erkent hij dat wat hij heeft meegemaakt een soort bezoek van God was (28:16-17). Maar hij beantwoordt die met een soort ruilhandel tegenover God: als God hem veiligheid, bescherming, voorspoeden uiteindelijk een gelukkige terugkeer naar huis wil schenken, dan zal Jakob van zijn kant God erkennen en hem een tiende offeren.

Nu is het toch wel anders. Ja, God neemt opnieuw het initiatief: Jakob ontmoet engelen Gods (32:1-2). Jakob besluit voorzichtig te handelen. Hij stuurt enkele van zijn mensen vooruit om Esau aan te kondigen dat zijn broer terugkeert. Dit is de aanzet voor een vernietigend bericht: Esau komt hem begroeten, maar met vierhonderd man.

Aan de ene kantzet Jakob een zorgvuldig georkestreerd plan in werking: op elkaar volgende golven van geschenken voor zijn broer worden voorop gezonden, en elk van de boodschappers wordt zorgvuldig geïnstrueerd om Esau bijzonder hoffelijk en respectvol aan te spreken. Aan de andere kant geeft Jakob toe dat hij de zaak nu niet meer zelf in handen heeft. De ruilhandel is voorbij. ‘Zeer bevreesd’ en ‘bang te moede’ (32:7) onderneemt hij actie en bidt dan, smekend om hulp. Hij herinnert God aan zijn verbondsbeloften, hij voert zijn eigen onwaardigheid aan, hij erkent hoeveel onverdiende zegeningen hij gekregen heeft, hij belijdt hoe verschrikt hij wel is (32:9-12). En dan, tijdens de donkerste uren, worstelt hij met die vreemde verschijning van God zelf (32:22-30).

Zowat twintig jaren gingen voorbij sinds Jakobs heenreis. Sommige mensen leren niets in twintig jaren. Jakob heeft nederigheid geleerd, vasthoudendheid, godsvrucht, vertrouwen op Gods verbondsbeloften en hoe hij moet bidden. Geen ervan betekent dat hij zo door schrik overmand is dat hij niets doet behalve zich terugtrekken in gebed. Het betekent eerder dat hij doet wat hij kan, terwijl hij voluit gelooft dat de redding van de Here moet komen.
Tegen dat de zon opkomt, stapt hij met een manke heup, maar hier gaat een sterkere en betere man.


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

zondag 29 januari 2012

Dysfunctionele familie ontdekt trouwe God (Gn. 30)

Genesis 30, Markus 1, Esther 6, Romeinen 1

Toen ik als kind naar de zondagschool ging, leerde ik de namen van de twaalf stammen van Israël door een eenvoudig liedje: ‘These are the names of Jacob’s sons: / Gad and Asher and Simeon, / Reuben, Issachar, Levi, / Judah, Dan, and Naphtali - / Twelve in all, but never a twin - / Zebulun, Joseph, and Benjamin.’ (Letterlijk staat er: ‘Dit zijn de namen van Jakobs zonene: Gad en Aser en Simeon, Ruben, Issachar, Levi, Juda, Dan en Naftali – twaalf in totaal, nooit een tweeling – Zebulon, Jozef en Benjamin.)

Maar vele jaren gingen voorbij voor ik begon te zien hoe belangrijk de twaalf stammen in de grote lijn van de Bijbel zijn. Veel van de dynamiek in de rest van Genesis draait rond hun relaties. De organisatie van het volk Israël hangt af van het apart zetten van één stam als priesters: de Levieten. Uit een andere zoon, Juda, komt de Davidische dynastie voort die leidt tot de Messias. Door de eeuwen heen wordt de stam van Jozef verdeeld in Efraïm en Manasse; in aanzienlijke mate zou Benjamin samengaan met Juda. Tegen het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, vormen de twaalf stammen de tegenhanger voor de twaalf apostelen van het nieuwe verbond. Die twaalf maal twaalf-matrix (d.i. 144, in de symboliek van deze apocalyptische literatuur) omvat in principe het hele volk van God.

Maar hoe bedenkelijk hun begin in Genesis 30. Het bedrog van Laban in Genesis 29, resulterend in Jakobs huwelijk met zowel Lea als Rachel, mondt nu uit in een van de meest ongezonde gevallen van rivaliteit tussen zonen in de heilige Schrift. Elk van de vrouwen uit dit gezin wil zo graag uitblinken boven de ander dat ze nog liever haar slavin aan haar echtgenoot geeft, dan de ander voorop te zien lopen in de race om kinderen te baren. Zo zelfgericht en ondoordacht zijn de relaties dat Rachel op een andere keer bereid is om voor wat liefdesappelen de sekstijd met haar man te verkopen aan haar zuster Lea. Polygamie dringt door, en daarmee ook een puinhoop van verstoorde relaties.

Uit deze pijnlijke en ronduit dysfunctionele familiebanden komen elf zonen en een dochter voort (de geboorte van de laatste zoon, Benjamin, wordt verhaald in hoofdst. 35). Hier ligt de herkomst van de twaalf stammen van Israël, het ontstaan van het volk Israël. Hun herkomst is niet slechter dan die van anderen, ze zijn er eerder typisch voor. Maar het wordt al meteen duidelijk dat God niet met deze familie omgaat omdat ze consequent boven andere families uitsteken. Nee, hij gaat genadig met hen verder om zijn grootse heilsplannen te volvoeren. De bedenkelijke gezinsdynamieken, van de soort die de aanzet kunnen zijn voor B-films, kunnen de soevereine God van het heelal niet weerhouden trouw te zijn aan zijn verbondsbeloftes.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.





vrijdag 27 januari 2012

God ontmoet ons waar we zijn (Gn. 28)

Genesis 28, Mattheüs 27, Esther 4, Handelingen 27

De naam ‘Bethel’ betekent ‘huis van God’. Ik vraag me af hoeveel kerken, huizen, Bijbelscholen of –seminaries, christelijke opvangcentra en andere instituten niet deze naam gekozen hebben om hun logo’s en andere briefhoofden te sieren.

Maar de gebeurtenis die aan de naam ten grondslag ligt (Gen. 28) was niet eenduidig positief. Er is Jakob, die zich mijlenver naar het huis van zijn oom Laban haast. Ogenschijnlijk is hij op zoek naar een godvrezende vrouw – maar die reden speelt veel meer in het hoofd van Isaak dan in dat van Jakob. In werkelijkheid rent hij voor zijn leven, zoals het voorgaande hoofdstuk duidelijk maakt. Hij wil ontsnappen zonder omgebracht te worden door zijn eigen broer, ten gevolge van zijn eigen smakeloze daad van bedrog en misleiding. Te oordelen aan wat hij van God verzoekt, dreigt hij voedselgebrek te lijden, te weinig kleding te hebben en mist hij zijn familie al (28:20-21). Maar hier ontmoet God hem in een zodanig levendige droom dat Jakob verklaart: ‘Hoe ontzagwekkend is deze plaats. Dit is niet anders dan een huis Gods, dit is de poort des hemels’ (28:17).

Van zijn kant herhaalt God de kern van het verbond met Abraham tegenover deze kleinzoon van Abraham. De droom van de ladder opent het vooruitzicht op toegang tot God, op Gods rechtstreekse contact met een man die tot op dit punt meer gedreven lijkt door opportunisme dan door principes. God doet de belofte dat zijn nakomelingen talrijk zullen zijn en dit land zullen krijgen. De ultieme uitbreiding wordt ook weer herhaald: ‘met u en met uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden’ (28:14). Zelfs op persoonlijk niveau zal Jakob niet verlaten worden, want God verklaart: ‘En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u wederbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd’ (28:15).

Wanneer hij uit zijn droom ontwaakt, richt Jakob een altaar op en noemt de plaats Bethel. Maar in grote lijnen is hij nog steeds dezelfde bedrieger. Hij doet een gelofte: ‘Als God zus en zo en zo zal handelen, als ik alles krijg wat ik verlang en verhoop van deze deal ‘dan zal de HERE mij tot een God zijn’ (28:20-21).

En God laat hem in leven! Het verhaal gaat verder: God doet al wat Hij belooft en meer. Al Jakobs voorwaarden worden ingewilligd. Een van de grote thema’s in de Bijbel is dat God ons tegemoetkomt waar we zijn: in onze onzekerheden, in onze voorwaardelijke gehoorzaamheid, in onze mix van geloof en twijfel, in onze mengeling van ontzag en eigenbelang, in ons verstaan en onze dwaasheid. God openbaart zich niet slechts aan de grootsten en meest getrouwen, maar aan ons, in ons Bethel, het huis van God.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.