Posts tonen met het label 1Thess. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1Thess. Alle posts tonen

woensdag 8 april 2015

De Paulinische triade: geloof, hoop en liefde (1 Thes. 5)


Leviticus 11-12; Psalmen 13-14; Spreuken 26; 1 Thessalonicenzen 5

Geloof, hoop en liefde worden vaak de Paulinische triade genoemd. Ze duiken steeds opnieuw op in de briefwisseling van Paulus, in diverse combinaties en gedachtestructuren. Ongetwijfeld is de bekendste passage 1 Korinthiërs 13:13: ‘Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde’.

Het zou kunnen dat de reden dat liefde de grootste van deze drie christelijke hoofddeugden is, in het feit ligt dat het de enige is die God zelf ook vertoont. Elders zegt de Bijbel dat God liefde is (1 Joh. 4:8); maar er staat nooit dat God geloof is of dat God hoop is.

In de brief die we voor onze aandacht hebben, duikt de Paulinische triade voor het eerst op in hoofdstuk 1: ‘onophoudelijk gedachtig aan het werk uws geloofs, de inspanning uwer liefde en de volharding uwer hoop op onze Here Jezus Christus voor het oog van onze God en Vader’ (1:3).

Soms zijn slechts twee elementen van de triade aanwezig: bijv. ‘Wij behoren God te allen tijde om u te danken, broeders, zoals gepast is, omdat uw geloof zeer toeneemt en uw aller liefde jegens elkander sterker wordt ‘ (2 Thess. 1:3).

Soms zijn de drie op bijzondere manieren met elkaar verbonden: ‘Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus [Christus], te allen tijde bij ons bidden voor u, daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt, om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen. Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, het evangelie, dat tot u gekomen is’ (Kol. 1:3-6).

Hoewel liefde dan de ‘grootste’ van de drie is, is hoop in deze passage de basis of zelfs de motivatie voor geloof en liefde – hoewel die schikking verre van onveranderlijk is (bijv. Ef. 1:15, 18). Verschijnt de Paulinische triade aan het begin van 1 Thessalonicenzen, zo komt ze op het einde terug: ‘maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van geloof en liefde en met de helm van de hoop der zaligheid’ (1 Thess. 5:8, cursief toegevoegd).

Die variaties suggereren dat geloof, hoop en liefde voor Paulus of voor de vroege christenen geen cluster van afgesleten woorden vormden die altijd gebruikt werden in een wat saaie formule. Veeleer waren ze de karakteristieke christelijke deugden waarover ze nadachten en die ze nastreefden, zodat hun overwegingen en ervaring hen ertoe aanzetten om deze deugden op veel manieren te beschrijven.

Hier vinden we de metafoor van de wapenrusting van God, maar niet met de associaties die we vonden in Efeziërs 6:10-17 – het toont nog maar eens aan dat dit frisse en levendige manieren waren om te spreken, geen clichés waar alle kracht was uitgehold en alleen een geruststellende herhaling overbleef.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 6 april 2015

Betoont gij u slap ten dage der benauwdheid, dan komt uw kracht in het nauw (Spr. 24)


Leviticus 9; Psalm 10; Spreuken 24; 1 Thessalonicenzen 3

Veel van de verzen in Spreuken 24 lijken opgesteld in een tijd van gevaar, wanneer het kwaad sterk is en de uitkomst onzeker:

(1) ‘Betoont gij u slap ten dage der benauwdheid, dan komt uw kracht in het nauw’ (24:10). Dit kan een onbehaaglijke gedachte zijn, maar ze moet worden gezegd. Iedereen kan vooruit bulldozeren wanneer de koers bergafwaarts gaat. En natuurlijk is onze sterkte ook vaak werkelijk klein. Hoe vaak ontdekken christenen, met Paulus, dat Gods kracht zich in onze zwakheid ten volle openbaart (2 Kor. 12:1-10).

(2) Terwijl ik dit schrijf is een vreselijke zaak aan het licht gekomen. Een universiteitsstudent gluurde over de muur in een openbaar toilet en zag hoe zijn vriend een zeer jong meisje misbruikte en sloeg, en hij liep weg en deed er niets aan. Later vertelde de vriend hem dat hij het meisje had vermoord, dat de volgende morgen ineengezakt werd gevonden in het toilet. Nog altijd deed de universiteitsstudent niets. Dit is een microkosmos van degenen die iets van de terreur van Holocaust opmerkten en niets deden. Dus hoor het woord van de Here: ‘Red hen die ten dode gegrepen zijn, wend u niet af van hen die ter slachting wankelen. Wanneer gij zegt: Zie, wij wisten dit niet – zal Hij, die de harten doorzoekt, het niet merken, en Hij, die op uw ziel let, het niet weten, en de mens naar zijn doen vergelden?’ (24:11-12).

(3) ‘Wees niet afgunstig op de boosdoeners noch naijverig op de goddelozen; want voor de boze is er geen toekomst, de lamp der goddelozen wordt uitgeblust’ (24:19-20). De gelovige moet kijken naar de lange termijn. Als we alles beoordelen door wie wint en wie verliest op de korte termijn van onze eigen levens, zullen we vaak gefrustreerd zijn. Maar God de Rechter heeft het laatste woord.

(4) Veronderstel dan dat de goddeloze, of minstens je vijand die je als goddeloos beschouwt, met vreselijke tegenslagen te maken krijgt, zelfs in dit leven. Ook hier is er een goede en een verkeerde manier om daarmee om te gaan. ‘Als uw vijand valt, verheug u dan niet; als hij struikelt, jubele uw hart niet’ (24:17).

Waarom niet? Omdat je dan afgedaald bent tot op zijn niveau, en ‘opdat de HERE het niet zie en het Hem mishage, zodat Hij zijn toorn van hem zou afwenden’ (24:18) – en heel goed mogelijk, die op jou zou richten. Zoals ‘de wijzen’ stellen, ‘Zeg niet: Zoals hij mij deed, zo zal ik hem doen; ik vergeld de man naar zijn doen’ (24:29).

Het kan niet anders of christenen horen in deze woorden een vooruitgrijpen naar de ‘gouden regel’, een uitspraak van de Heer Jezus zelf: ‘Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten’ (Mt. 7:12).


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 5 april 2015

Wij, of liever: ik, Paulus, heb namelijk een en andermaal tot u willen komen, doch de satan heeft het ons belet (1Th. 2)

Leviticus 8; Psalm 9; Spreuken 23; 1 Thessalonicenzen 2

Paulus schrijft aan de Thessalonicenzen: ‘Maar wij, broeders, die een tijdlang naar het oog, niet naar het hart, van u beroofd zijn geweest, hebben met zeer veel ijver en groot verlangen begeerd uw aangezicht te zien. Wij, of liever: ik, Paulus, heb namelijk een en andermaal tot u willen komen, doch de satan heeft het ons belet’ (1 Thess. 2:17-18, cursief toegevoegd).

Elders in de Schrift wordt ook getuigd van het hinderende werk van satan en zijn handlangers. In Daniël 10:13 bijvoorbeeld, is ‘de vorst van het koninkrijk der Perzen’ bijna zeker een kwaadwillige engel die het antwoord op Daniëls gebed met drie weken vertraagt, en die het nog verder zou hebben uitgesteld ware er niet de tussenkomst geweest van Michaël.

Sommigen hebben in passages als deze een bewijs gezien dat God beperkt zou zijn, dat het gevecht tussen goed en kwaad in de Bijbel gaat tussen een beperkte goede God en een beperkte slechte satan. Wanneer slechte dingen gebeuren is dit het werk van satan, en God heeft er maar weinig mee te maken, behalve dat hij het tegenstaat – maar met weinig succes in dit geval.

Maar de God van de Bijbel is niet beperkt en niet zo gelimiteerd. Indien Hij dit zou zijn, dan zou het volledige boek Job (zoals we recentelijk zagen) geen zin hebben. De apostel Paulus zelf kan zijn vertragingen beschrijven met bewoordingen die anders zijn dan ‘de satan heeft het ons belet’.

Hij zegt bijvoorbeeld tegen de Korinthiërs ‘Want ik wil u thans niet in het voorbijgaan bezoeken, want ik hoop enige tijd bij u te blijven, als de Here het toestaat’ (1 Kor. 16:7, cursief toegevoegd; zie de overdenking voor 1 maart).

En dit is ook geen geïsoleerd voorbeeld. De Heer Jezus vertelt ons over een tijd waarin er een zo vreselijke verdrukking zou komen, dat ‘indien die dagen niet ingekort werden’, geen vlees zou behouden worden (Mt. 24:22, cursief toegevoegd). Dit kan werkelijk niets anders betekenen dan dat God tussenkomt om die dagen te verkorten. Dit betekent op zijn beurt dat Hij de macht heeft om dat te doen. De vraag die het oproept is waarom Hij dit niet vroeger deed. Strikt gesproken wordt het antwoord ons niet onthuld.

Het is ongetwijfeld verweven met andere bijbelse thema’s: God staat het boze soms toe om zijn gewone verloop te kennen, om zijn verval aan het licht te brengen; Hij is geduldig en laat veel tijd voor berouw; Hij kan zijn eigen redenen hebben, grotendeels verborgen, zoals in het boek Job. Maar Hij is altijd God en zijn soevereiniteit wordt nooit beknot.

Paulus geeft openlijk toe dat satan hem tegenhield; in een ander kader had hij dezelfde gebeurtenis kunnen bespreken in termen van de toestemming van de Heer. Geen van beide bewoordingen brengt hem in verlegenheid, en dat moet ook ons niet in verlegenheid brengen.

Daniël kan spreken over een vertraging van drie weken; elders spreekt hij over Gods onverminderde soevereiniteit (bijv. Dan. 4:34-35). Voor hem gaan de twee goed samen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 18 oktober 2014

Leef zo dat het God behaagt (1 Thess. 4)


1 Koningen 21; 1 Thessalonicenzen 4; Daniël 3; Psalm 107

In 1 Thessalonicenzen 4 komt Paulus nog maar eens met expliciete instructies voor zijn bekeerlingen met betrekking tot hoe ze moeten leven (zie de overdenking van 4 oktober). Hoewel zijn tijd met de Thessalonicenzen kort was, kan Paulus terugkijken op die paar weken en becommentariëren met ‘Broeders en zusters, in naam van de Heer Jezus vragen we u met klem te leven zoals wij het u hebben geleerd, dus zo dat het God behaagt. U doet dat al, maar wij sporen u aan het nog veel meer te doen’ (4:1 [NBV]).

In wat volgt in dit hoofdstuk, zijn er vier terreinen voor dergelijke instructie (en nog meer in het volgende hoofdstuk, hoewel we er hier niet dieper op ingaan). De eerste drie van deze ‘hoe te leven’-paragrafen zijn doorweven met theologische terminologie en motieven; de vierde paragraaf is in de eerste plaats theologisch in zijn betoog, maar de reden om te schrijven is volledig praktisch.

(1) Paulus stelt dat Gods wil voor de Thessalonicenzen bestaat uit ‘heiliging’ (4:3). Hoewel heiliging bij Paulus vaak definiërend of positioneel is (d.w.z. hij denkt dan aan de manier waarop gelovigen geheiligd werden in Christus op het tijdstip van hun bekering, met andere woorden apart gezet zijn voor God en voor zijn gebruik; zie de overdenking van 27 augustus), hier denkt hij aan de gevolgen die bekering heeft voor de manier waarop gelovigen leven.

Hij is hier in het bijzonder bekommerd over het terrein van het seksuele. De Griekse tekst van vers 4 kan betekenen ‘je eigen lichaam leren onder controle houden’ (op seksueel vlak), of ‘leren hoe je met je eigen vrouw moet leven’ (in eerbare seksuele harmonie, niet met seksuele uitbuiting of manipulatie), of zelfs ‘leren om een vrouw te verwerven’ (op een eerbare manier, niet in een relatie die op niets meer gebaseerd is dan begeerte). ‘God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging’, en dat feit heeft onmiddellijke invloed op onze seksuele wandel.

(2) Liefde in de christelijke gemeenschap is een teken dat een kerk ‘zelf door God onderwezen’ is. Hoe uitstekend de reputatie van de Thessalonicenzen op dit vlak ook is, Paulus roept op tot verbetering (4:9-10).

(3) Christelijke ambitie moet zich richten op rustige trouw, je met je eigen zaken bemoeien en hard werken opdat je geen last vormt voor anderen. Te oordelen naar de frequentie waarmee Paulus terugkeert op dit thema, zou je denken dat er meer dan een paar ledige mensen de gemeenterangen in Thessalonika bevolkten (5:14; 2 Thess. 3:11-13).

(4) De laatste paragraaf (4:13-18) betreft ‘hen, die ontslapen’, waarvan het verband toont dat het om christenen gaat die gestorven zijn. Wat zal er met hen gebeuren? Blijkbaar had Paulus niet de tijd om gedetailleerd op dergelijke zaken in te gaan toen hij nog bij hen was. Aangezien hij niet wil dat ze onwetend zijn (4:13) schetst hij wat er gebeurt. Maar de les die we moeten in gedachten houden is dat deze leer er kwam om elk verdriet te verlichten dat nabestaande gelovigen treft: we rouwen, maar niet ‘zoals de andere (mensen), die geen hoop hebben’ (4:13). Instructies over hoe je moet leven strekken zich zelfs uit tot hoe je moet rouwen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 17 oktober 2014

Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken (1 Thess. 3)

1 Koningen 20; 1 Thessalonicenzen 3; Daniël 2; Psalm 106

De intensiteit van de relatie tussen Paulus en zijn bekeerlingen duikt elke keer weer op. Bij Paulus merk je nooit een spoor van louter professionalisme. Waar hij bij gelegenheid bereid is om zich te beroepen op zijn apostolisch gezag, is zijn standpunt tegenover gemeenten die hij opstartte er nooit een van afstandelijke superioriteit.

Wanneer Paulus zelf niet in de gelegenheid was om de gelovigen in Thessalonika te bezoeken om te zien hoe het met hen ging – en in dit geval was hij bijzonder bezorgd aangezien zijn volledige dienst in Thessalonika ongeveer maar een maand duurde, zodat het fundament van deze gelovigen niet zo sterk was als bij de meeste bekeerlingen – besloot Paulus om Timotheüs te sturen om het uit te zoeken (1 Thess. 3:1-2).

Nu Paulus zich weer bij Paulus heeft gevoegd in Athene, met prachtige verslagen over het geloof en de liefde van de Thessalonicenzen (3:6 – twee elementen uit de Paulinische triade; zie de overdenking van 11 oktober), om nog maar te zwijgen over hun trouw aan Paulus en aan het apostolische evangelie, kent Paulus’ vreugde geen grenzen: ‘zijn wij dan ook, broeders, bij al onze nood en druk, vertroost over u door uw geloof, want nu leven wij, als gij staat in de Here’ (3:7-8). Zelfs dat is niet genoeg. Paulus roept uit: ‘Want welke dank kunnen wij Gode over u vergelden voor al de blijdschap, waarmede wij ons om u verblijden voor onze God?’ (3:9).

Op zijn beurt is dit een aanzet voor Paulus’ onthulling van hoe hij bidt voor de Thessalonicenzen.

(1) Paulus bidt voortdurend (‘nacht en dag’, zegt hij), ‘vurig’, dat hij op de een of andere manier in staat zal zijn om terug te keren naar Thessalonika om te ‘voltooien wat nog aan uw geloof ontbreekt’ (3:10-11). Deze jonge gemeente heeft weinig basis gekregen. Paulus voelt een enorm gewicht van verantwoordelijkheid om erin te voorzien, om de hele raad van God te schetsen, het evangelie op een begrijpelijke manier over te brengen, deze broers en zusters te leren hoe de Bijbel is opgebouwd, en hen een duidelijk zicht te bieden op het voorwerp van hun geloof zodat hun (subjectieve) geloof stevig gefundeerd zal zijn.

(2) Ondertussen bidt hij dat de liefde van de Thessalonicenzen voor elkaar mag ‘toenemen en overvloedig worden’ (3:12). Paulus weet dat een christengemeenschap die op een goede manier liefde betoont niet alleen het evangelie weerspiegelt in het leven, maar ook voorziet in een gezonde omgeving waarin bijbels onderwijs wordt meegenomen. Een kibbelende gemeenschap drijft mensen weg. Bovendien werden in deze cultuur veel relaties gevormd op basis van verplichting. Een ‘weldoener’ voorzag in iets, en de ontvanger was de weldoener een bepaalde gehoorzaamheid of dienst verschuldigd.

Paulus wil daarentegen dat christenen dergelijke culturele begrenzingen overstijgen, en op een dusdanige manier leven dat elke christen voortdurend de ‘verplichting’ kwijtscheldt om elkaar lief te hebben, waardoor hij of zij de loutere schraapzucht van ‘voor wat hoort wat’ overtreft.

(3) Paulus bidt dat God zelf de gelovigen in Thessalonika zou versterken om zo te leven dat ze klaar zullen zijn voor de wederkomst van Jezus (3:13).


Eigen vertaling van de overdenking bij 17 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 8 april 2013

De Paulinische triade: geloof, hoop en liefde (1 Thes. 5)


Leviticus 11-12; Psalmen 13-14; Spreuken 26; 1 Thessalonicenzen 5
Geloof, hoop en liefde worden vaak de Paulinische triade genoemd. Ze duiken steeds opnieuw op in de briefwisseling van Paulus, in diverse combinaties en gedachtestructuren. Ongetwijfeld is de bekendste passage 1 Korinthiërs 13:13: ‘Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde’.

Het zou kunnen dat de reden dat liefde de grootste van deze drie christelijke hoofddeugden is, in het feit ligt dat het de enige is die God zelf ook vertoont. Elders zegt de Bijbel dat God liefde is (1 Joh. 4:8); maar er staat nooit dat God geloof is of dat God hoop is.

In de brief die we voor onze aandacht hebben, duikt de Paulinische triade voor het eerst op in hoofdstuk 1: ‘onophoudelijk gedachtig aan het werk uws geloofs, de inspanning uwer liefde en de volharding uwer hoop op onze Here Jezus Christus voor het oog van onze God en Vader’ (1:3).

Soms zijn slechts twee elementen van de triade aanwezig: bijv. ‘Wij behoren God te allen tijde om u te danken, broeders, zoals gepast is, omdat uw geloof zeer toeneemt en uw aller liefde jegens elkander sterker wordt ‘ (2 Thess. 1:3).

Soms zijn de drie op bijzondere manieren met elkaar verbonden: ‘Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus [Christus], te allen tijde bij ons bidden voor u, daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt, om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen. Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, het evangelie, dat tot u gekomen is’ (Kol. 1:3-6).

Hoewel liefde dan de ‘grootste’ van de drie is, is hoop in deze passage de basis of zelfs de motivatie voor geloof en liefde – hoewel die schikking verre van onveranderlijk is (bijv. Ef. 1:15, 18). Verschijnt de Paulinische triade aan het begin van 1 Thessalonicenzen, zo komt ze op het einde terug: ‘maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van geloof en liefde en met de helm van de hoop der zaligheid’ (1 Thess. 5:8, cursief toegevoegd).

Die variaties suggereren dat geloof, hoop en liefde voor Paulus of voor de vroege christenen geen cluster van afgesleten woorden vormden die altijd gebruikt werden in een wat saaie formule. Veeleer waren ze de karakteristieke christelijke deugden waarover ze nadachten en die ze nastreefden, zodat hun overwegingen en ervaring hen ertoe aanzetten om deze deugden op veel manieren te beschrijven.

Hier vinden we de metafoor van de wapenrusting van God, maar niet met de associaties die we vonden in Efeziërs 6:10-17 – het toont nog maar eens aan dat dit frisse en levendige manieren waren om te spreken, geen clichés waar alle kracht was uitgehold en alleen een geruststellende herhaling overbleef.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 5 april 2013

Wij, of liever: ik, Paulus, heb namelijk een en andermaal tot u willen komen, doch de satan heeft het ons belet (1Th. 2)


Leviticus 8; Psalm 9; Spreuken 23; 1 Thessalonicenzen 2
Paulus schrijft aan de Thessalonicenzen: ‘Maar wij, broeders, die een tijdlang naar het oog, niet naar het hart, van u beroofd zijn geweest, hebben met zeer veel ijver en groot verlangen begeerd uw aangezicht te zien. Wij, of liever: ik, Paulus, heb namelijk een en andermaal tot u willen komen, doch de satan heeft het ons belet’ (1 Thess. 2:17-18, cursief toegevoegd).

Elders in de Schrift wordt ook getuigd van het hinderende werk van satan en zijn handlangers. In Daniël 10:13 bijvoorbeeld, is ‘de vorst van het koninkrijk der Perzen’ bijna zeker een kwaadwillige engel die het antwoord op Daniëls gebed met drie weken vertraagt, en die het nog verder zou hebben uitgesteld ware er niet de tussenkomst geweest van Michaël.

Sommigen hebben in passages als deze een bewijs gezien dat God beperkt zou zijn, dat het gevecht tussen goed en kwaad in de Bijbel gaat tussen een beperkte goede God en een beperkte slechte satan. Wanneer slechte dingen gebeuren is dit het werk van satan, en God heeft er maar weinig mee te maken, behalve dat hij het tegenstaat – maar met weinig succes in dit geval.

Maar de God van de Bijbel is niet beperkt en niet zo gelimiteerd. Indien Hij dit zou zijn, dan zou het volledige boek Job (zoals we recentelijk zagen) geen zin hebben. De apostel Paulus zelf kan zijn vertragingen beschrijven met bewoordingen die anders zijn dan ‘de satan heeft het ons belet’.

Hij zegt bijvoorbeeld tegen de Korinthiërs ‘Want ik wil u thans niet in het voorbijgaan bezoeken, want ik hoop enige tijd bij u te blijven, als de Here het toestaat’ (1 Kor. 16:7, cursief toegevoegd; zie de overdenking voor 1 maart).

En dit is ook geen geïsoleerd voorbeeld. De Heer Jezus vertelt ons over een tijd waarin er een zo vreselijke verdrukking zou komen, dat ‘indien die dagen niet ingekort werden’, geen vlees zou behouden worden (Mt. 24:22, cursief toegevoegd). Dit kan werkelijk niets anders betekenen dan dat God tussenkomt om die dagen te verkorten. Dit betekent op zijn beurt dat Hij de macht heeft om dat te doen. De vraag die het oproept is waarom Hij dit niet vroeger deed. Strikt gesproken wordt het antwoord ons niet onthuld.

Het is ongetwijfeld verweven met andere bijbelse thema’s: God staat het boze soms toe om zijn gewone verloop te kennen, om zijn verval aan het licht te brengen; Hij is geduldig en laat veel tijd voor berouw; Hij kan zijn eigen redenen hebben, grotendeels verborgen, zoals in het boek Job. Maar Hij is altijd God en zijn soevereiniteit wordt nooit beknot.

Paulus geeft openlijk toe dat satan hem tegenhield; in een ander kader had hij dezelfde gebeurtenis kunnen bespreken in termen van de toestemming van de Heer.
Geen van beide bewoordingen brengt hem in verlegenheid, en dat moet ook ons niet in verlegenheid brengen.

Daniël kan spreken over een vertraging van drie weken; elders spreekt hij over Gods onverminderde soevereiniteit (bijv. Dan. 4:34-35). Voor hem gaan de twee goed samen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 18 oktober 2012

Leef zo dat het God behaagt (1 Thess. 4)



1 Koningen 21, 1 Thessalonicenzen 4, Daniël 3, Psalm 107
In 1 Thessalonicenzen 4 komt Paulus nog maar eens met expliciete instructies voor zijn bekeerlingen met betrekking tot hoe ze moeten leven (zie de overdenking van 4 oktober). Hoewel zijn tijd met de Thessalonicenzen kort was, kan Paulus terugkijken op die paar weken en becommentariëren met ‘Broeders en zusters, in naam van de Heer Jezus vragen we u met klem te leven zoals wij het u hebben geleerd, dus zo dat het God behaagt. U doet dat al, maar wij sporen u aan het nog veel meer te doen’ (4:1, NBV).

In wat volgt in dit hoofdstuk, zijn er vier terreinen voor dergelijke instructie (en nog meer in het volgende hoofdstuk, hoewel we er hier niet dieper op ingaan). De eerste drie van deze ‘hoe te leven’-paragrafen zijn doorweven met theologische terminologie en motieven; de vierde paragraaf is in de eerste plaats theologisch in zijn argumentatie, maar de reden om hem te schrijven is volledig praktisch.

(1) Paulus benadrukt dat Gods wil voor de Thessalonicenzen bestaat uit ‘heiliging’ (4:3). Hoewel heiliging bij Paulus vaak definiërend of positioneel is (d.w.z. hij denkt dan aan de manier waarop gelovigen geheiligd zijn in Christus op het moment van hun bekering, met andere woorden apart gezet zijn voor God en voor zijn gebruik; zie de overdenking van 27 augustus), hier denkt hij aan de gevolgen die bekering heeft voor de manier waarop gelovigen leven.

Hij heeft het hier in het bijzonder over het terrein van het seksuele. De Griekse tekst van vers 4 kan betekenen ‘je eigen lichaam leren onder controle houden’ (op seksueel vlak), of ‘leren hoe je met je eigen vrouw moet leven’ (in eerbare seksuele harmonie, niet met seksuele uitbuiting of manipulatie), of zelfs ‘leren om een vrouw te verwerven’ (op een eerbare manier, niet in een relatie die op niets meer gebaseerd is dan begeerte). ‘God heeft ons niet geroepen tot onreinheid, maar in heiliging’, en dat feit heeft onmiddellijke gevolgen voor onze seksuele wandel.

(2) Liefde in de christelijke gemeenschap is een teken dat een kerk ‘zelf door God onderwezen’ is. Hoe excellent de reputatie van de Thessalonicenzen op dit vlak ook is, Paulus roept op tot verbetering (4:9-10).

(3) Christelijke ambitie moet zich richten op rustige trouw, je met je eigen zaken bemoeien en hard werken opdat je geen last vormt voor anderen. Te oordelen aan hoe vaak Paulus terugkeert naar dit thema, zou je denken dat er meer dan een paar ledige mensen de gemeenterangen in Thessalonika bevolkten (5:14; 2 Thess. 3:11-13).

(4) De laatste paragraaf (4:13-18) betreft ‘hen, die ontslapen’, waarvan het verband toont dat het om christenen gaat die gestorven zijn. Wat zal er met hen gebeuren? Blijkbaar had Paulus niet de tijd om gedetailleerd op dergelijke zaken in te gaan toen hij nog bij hen was. Aangezien hij niet wil dat ze onwetend zijn (4:13) schetst hij wat er gebeurt. Maar de les die we moeten in gedachten houden is dat deze leer er kwam om elk verdriet te verlichten dat nabestaande gelovigen treft: we rouwen, maar niet ‘zoals de andere (mensen), die geen hoop hebben’ (4:13). Instructies over hoe je moet leven strekken zich zelfs uit tot hoe je moet rouwen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 17 oktober 2012

'Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken' (1 Thess. 3)

1 Koningen 20, 1 Thessalonicenzen 3, Daniël 2, Psalm 106
De sterkte van de relatie tussen Paulus en zijn bekeerlingen komt steeds weer naar voren. Bij Paulus merk je nooit een spoor van louter professionalisme. Waar hij bij gelegenheid bereid is om zich te beroepen op zijn apostolisch gezag, is zijn standpunt tegenover gemeenten die hij opstartte nooit een van afstandelijke superioriteit.

Wanneer Paulus zelf niet in staat was om de gelovigen in Thessalonika te bezoeken om te zien hoe het met hen ging – en in dit geval was hij bijzonder bezorgd aangezien zijn volledige dienst in Thessalonika slechts een maand duurde, zodat het fundament van deze gelovigen niet zo sterk was als bij de meeste bekeerlingen – was Paulus vastbesloten Timotheüs te sturen om het uit te zoeken (1 Thess. 3:1-2).

Nu Paulus zich weer bij Paulus gevoegd heeft in Athene, met prachtige verslagen over het geloof en de liefde van de Thessalonicenzen (3:6 – twee elementen uit de Paulinische triade; zie de overdenking van 11 oktober), om nog te zwijgen over hun trouw aan Paulus en het apostolische evangelie, kent Paulus’ vreugde geen grenzen: ‘zijn wij dan ook, broeders, bij al onze nood en druk, vertroost over u door uw geloof, want nu leven wij, als gij staat in de Here’ (3:7-8). Zelfs dat is niet genoeg. Paulus roept uit: ‘Want welke dank kunnen wij Gode over u vergelden voor al de blijdschap, waarmede wij ons om u verblijden voor onze God?’ (3:9).

Op zijn beurt is dit een aanzet voor Paulus’ onthulling van hoe hij bidt voor de Thessalonicenzen.

(1) Paulus bidt voortdurend (‘nacht en dag’, zegt hij), ‘vurig’, dat hij op de een of andere manier in staat zal zijn om terug te keren naar Thessalonika om te ‘voltooien wat nog aan uw geloof ontbreekt’ (3:10-11). Deze jonge gemeente heeft weinig ondergrond gekregen. Paulus voelt een enorm gewicht van verantwoordelijkheid om erin te voorzien, om de hele raad van God te schetsen, het evangelie op een begrijpelijke manier over te brengen, deze broers en zusters te leren hoe de Bijbel is opgebouwd, en hen een duidelijk zicht te bieden op het object of doel van hun geloof zodat hun (subjectieve) geloof stevig gefundeerd zal zijn.

(2) Ondertussen bidt hij dat de liefde van de Thessalonicenzen voor elkaar mag ‘toenemen en overvloedig worden’ (3:12). Paulus weet dat een christengemeenschap die op een goede manier liefde betoont niet alleen het evangelie weerspiegelt in het leven, maar ook voorziet in een gezonde omgeving waarin bijbels onderwijs wordt meegenomen. Een kibbelende gemeenschap drijft mensen weg.

Bovendien werden in deze cultuur veel relaties gevormd op basis van verplichting. Een ‘weldoener’ voorzag in iets, en de ontvanger was de weldoener een bepaalde gehoorzaamheid of dienst verschuldigd. Maar in tegenstelling daarmee wil Paulus dat christenen dergelijke culturele begrenzingen overschrijden, en op een dusdanige manier leven dat elke christen voortdurend de ‘verplichting’ kwijtscheldt om elkaar lief te hebben, waardoor hij of zij de loutere schraapzucht van ‘voor wat hoort wat’ overtreft.

(3) Paulus bidt dat God zelf de gelovigen in Thessalonika wil versterken om zo te leven dat ze klaar zullen zijn voor de wederkomst van Jezus (3:13).


Eigen vertaling van de overdenking bij 17 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 5 oktober 2009

Waar ging Demas naartoe?

“Demas heeft mij verlaten, daar hij de tegenwoordige eeuw heeft liefgekregen, en is naar Thessalonika gereisd” (2Tm4:9)

"Ik weet niet waarom hij ging of wat hij deed toen hij aankwam. Er was een goede kerk in Thessalonika. Het was het eerste christelijke radiostation: “Want van u uit heeft het woord van de Heer weerklonken”, lezen we in 1Thess.1:8, maar ik denk niet dat Demas er ging om te prediken.

De duivel heeft altijd wel een Thessalonika voor een Demas wanneer hij wil ontkomen aan de schande van een Romeinse gevangenis en van een Paulinisch christendom. Als je een andere koning hebt dan Caesar, dan is Rome een gevaarlijke plek om in te leven en te prediken.

Demas en mensen als hij willen hun kronen nu en ze zullen ze krijgen in Thessalonika. Ze heben hun beloning reeds. Al wie Paulus navolgen zullen wachten voor de hunne, tot op dié dag. Ze hebben slechts 2 dagen op hun kalendar: vandaag en de dag. De dag zal het aan het licht brengen (zie 1Kor.3:13). Als we slechts voor vandaag leven, dan zullen we met Demas naar Thessalonika gaan. Als we voor die dag leven, dan zullen we bij Paulus blijven en het oude verweerde kruis op een dag inruilen voor een kroon."

(Vrij vertaald naar Vance Havner)