Posts tonen met het label Richteren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Richteren. Alle posts tonen

dinsdag 8 juni 2021

Richteren 21: slotstudie in de reeks over Richteren door Levi Viaene


Op 5 mei 2021 gaf Levi Viaene de slotstudie in zijn reeks bijbelstudies vanuit het boek Richteren.

Dit keer kwam Richteren 21 aan bod. 


"In die dagen was er geen koning in Israël, ieder deed wat goed was in zijn ogen."


>> audio Richteren 21 (mp3) - studie nummer 20

>> PPT volgt later



maandag 26 oktober 2020

Diverse studies over het boek Richteren - door Levi Viaene (update t.e.m. studie 10)


De voorbije weken gaf Levi Viaene een aantal bijbelstudies vanuit het boek Richteren.

Hieronder opnieuw een aantal audio-opnames van deze studies. Later voeg ik nog de bijhorende presentaties toe in deze post.

- 4 _ Othniël, Ehud en Samgar - mp3

    Powerpoint van studie 4 door Levi Viaene (via Issuu)


- 5 _ Debora en Barak - mp3

    Powerpoint van studie 5 door Levi Viaene (via Issuu)


- 6 _ Gideon: de strijd tegen Baäl - mp3

    Powerpoint van studie 6 door Levi Viaene (via Issuu)


- 7 _ Gideon: de strijd tegen Midian - mp3

    Powerpoint van studie 7 door Levi Viaene (via Issuu)


- 8 _ Gideon de strijd om wraak - mp3

    Powerpoint van studie 8 door Levi Viaene (via Issuu)


- 9 _ Abimelech, de broederstrijd - mp3

    Powerpoint van studie 9 door Levi Viaene (via Issuu)


- 10 _ Tola en Jaïr: de laatste verlossers - mp3

   Powerpoint van studie 10 door Levi Viaene (via Issuu) 


BELUISTER OOK:

Eerder verschenen al een overzichtsstudie en de studie over Richteren 1 op deze blog.

Beluister ze hier opnieuw:

- 1 _ Inleidende studie Richteren - mp3 

    Powerpoint inleiding op Richteren

- 2 .  Studie Richteren 1 (Halve verovering) - mp3

    Powerpoint Richteren 1

De aandachtige volger zal het zijn opgevallen dat studie nummer 3 (over Richteren 2) ontbreekt.
We hopen die audio op een later tijdstip opnieuw op te kunnen nemen.

dinsdag 17 december 2019

donderdag 7 augustus 2014

HEER, God van Israël, hoe heeft het zover met ons kunnen komen? (Richteren 21)

Richteren 21; Handelingen 25; Jeremia 35; Psalmen 7-8

De laatste ellendige stap in het geweld dat volgt op de verkrachting en moord van de bijvrouw van de Leviet wordt nu gezet (Richteren 21). In een wraakzuchtige bui zijn de Israëlieten doorheen het stammengebied van Benjamin getrokken, daarbij mannen, vrouwen, kinderen en vee dodend (20:48). De enige Benjaminieten die overblijven zijn 600 gewapende mannen die zich hebben verscholen in de rotsholen van Rimmon (20:47).

Maar nu begint de rest van het volk op andere gedachten te komen. Als onderdeel van hun sancties tegen Benjamin hebben ze gezworen geen van hun dochters aan een Benjaminiet te geven. Als ze nu hun eed houden, zullen de Benjaminieten uitsterven: alleen mannelijke Benjaminieten blijven nog over. Hun oplossing is zo weerzinwekkend, wreed en barbaars als maar zijn kan.

Ze ontdekken dat een grote stad in Israël, Jabes in Gilead, nooit de initiële oproep om ten strijde te trekken heeft beantwoord. Deels als straf, deels als een manier om Israëlische vrouwen te vinden, vernielen de strijdkrachten van Israël Jabes in Gilead, en doden daarbij alle mannen en alle vrouwen die geen maagd meer zijn (21:10-14).

Deze strategie voorziet in 400 vrouwen voor de 600 overlevende Benjaminieten. De list om er nog tweehonderd meer te vinden is nauwelijks minder slecht. De resterende 200 Benjaminieten krijgen de toelating om passende meisjes te schaken bij een feest in Silo, terwijl hun vaders en broers worden afgedreigd (21:20-23). Zo overleeft de stam van Benjamin die tot een klein aantal herleid was.

Je kunt je nauwelijks inbeelden hoezeer bitterheid, verdriet, angst, verzet, eenzaamheid, vergelding, furieuze woede en oplaaiende rouw op deze ‘oplossingen’ volgden.

Ondertussen is duidelijk dat de Israëlieten met twee soorten problemen kampen in het boek van de Richteren.

Het huidige probleem, als een voorbeeld daarvan, is onderwerping of onderdrukking door een of andere Kanaänietische stam die een groot stuk van het land bezit of niet ver weg leeft. Wanneer het volk tot God roept, wekt Hij herhaaldelijk een held op om hen te redden.

Maar het andere probleem gaat veel dieper. Het is de rebellie zelf, het herhaaldelijk en aanhoudend verlaten van de God die hen redde uit Egypte en die met hen een plechtig verbond was aangegaan. Dit brengt niet alleen nog meer cycli van verdrukking van buitenaf met zich, maar ook een neerwaartse spiraal van decadentie en desoriëntatie van binnenuit.

Voor de vijfde en laatste keer geeft de schrijver van het Richterenboek zijn analyse: ‘In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen’ (21:25).

Hoezeer heeft deze natie een koning nodig – om orde te brengen en stabiliteit, om het land te verdedigen, gerechtigheid in stand te houden, het land te leiden en samen te houden. Maar zal hij dan een koning zijn die de problemen oplost, of wiens koningshuis een deel van het probleem zal vormen?

Zo wordt een nieuw hoofdstuk in Israëls geschiedenis ingeluid. Een nieuwe koninklijke instelling wordt binnenkort niet minder problematisch – tot Hij komt die Koning der koningen is en Heer der heren (Opb. 19:16).


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 6 augustus 2014

Zo ver en niet verder (Richteren 20)


Richteren 20; Handelingen 24; Jeremia 34; Psalmen 5-6

Misschien had je verwacht dat alleen de schuldigen zouden worden achternagezeten en omgebracht (Richteren 20). Maar de Leviet hitst het hele volk op (zonder natuurlijk zijn eigen schandelijke gedrag te vermelden). Voor zover we uit onze verslagen kunnen opmaken, biedt Gibea niet aan om de misdadigers over te leveren.

Hadden ze dit gedaan, dan was de zaak daarmee ten einde geweest. Ook bieden de familiehoofden van Benjamin niet aan om tussenbeide te komen en te zorgen dat recht geschiedt.

In plaats daarvan sluiten ze de rangen en bieden ze aan om aanvallers af te weren, waarbij ze ongetwijfeld verwachten dat de rest van het volk niet bereid zal zijn om een te hoge prijs te betalen om een paar verkrachters gevangen te nemen in een tijd waarin het hele volk in geweld is afgegleden.

De rest van de stammen hebben op hun beurt het schuim op de mond maar handelen dwaas. In plaats van zich gezamenlijk in de strijd te begeven, beslissen ze aanvankelijk om de troepen maar met een stam tegelijk te sturen.

Wanneer we vernemen dat de Israëlieten God raadpleegden welke stam eerst zou moeten gaan, betekent dit waarschijnlijk dat ze de Urim-en-Tumimprocedure afhandelden met een priester van het heiligdom.

De Israëlieten verliezen tweeëntwintigduizend mannen op de eerste dag (20:21), en achttienduizend op de volgende dag (20:25).

Uiteindelijk belooft de Heere dat Hij Gibea en de Benjaminieten waarlijk zal overleveren in handen van de rest van de Israëlieten (20:28). De derde dag zetten de Israëlieten een valstrik op, en eindelijk kunnen ze overwinnen. Grote aantallen Benjaminieten komen om.

Dit is het soort dingen dat gebeurt wanneer de regels van de rechtsstaat vervagen, wanneer mensen beginnen te handelen uit trouw aan de stam en niet uit principes, wanneer wraak het overneemt van gerechtigheid, wanneer bijgelovige vendetta’s in de plaats komen van rechtbanken, wanneer broeders niet langer een gezamenlijk erfgoed delen van aanbidding en waarden, wanneer vrees regeert en niet de instemming van wie worden geregeerd.

Er is geen logisch eindpunt. Het kan een regionaal conflict veroorzaken, het kan het vuur in de pan jagen in Bosnië, het kan de start zijn van een wereldoorlog. Het is het spul van dictators en krijgsheren, het smeermiddel voor bendes en geweld.

De droevige realiteit is dat elke cultuur hiertoe in staat is. De oude Israëlieten zinken niet in dit moeras omdat ze slechter zijn dan alle anderen, maar omdat ze typerend zijn voor alle anderen.

Een maatschappij die niet langer samenhangt, of het nu is op het vlak van religie, gezamenlijk wereldbeeld, of minstens overeengekomen en gerespecteerde procedures, is op weg naar geweld en anarchie, die vroeg of laat de beste voedingsbodem vormt voor het geordend antwoord van tirannen – macht die autoriteit krijgt via het zwaard en het geweer.

Dit is hoe seculiere historici het zien. Wij zien dit ook allemaal, en herkennen achter het bloed en de zonde de rechtvaardige hand van God, die beklemtoont: ‘zo ver kun je gaan, en niet verder’.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 5 augustus 2014

'Breng in elk geval niet hier op het plein de nacht door' (Richteren 19)

Richteren 19; Handelingen 23; Jeremia 33; Psalmen 3-4

Tegen de tijd dat we bij Richteren 19 aankomen heeft de wet van de jungle al getriomfeerd in de ontluikende natie Israël.

De Leviet die ons op dit punt wordt voorgesteld neemt zich een bijvrouw. (Levieten werden verondersteld alleen maagden te huwen; zie. Lev. 21:7, 13-15). Maar zij is hem ontrouw en trekt eruit, waarna ze terugkeert naar het huis van haar vader.

Na verloop van tijd wil de Leviet haar terug, dus reist hij naar Bethlehem waar hij haar ook vindt. Door een late start op de terugreis, halen ze hun thuis niet in een dag. Omdat ze verkiezen om geen halt te houden in een van de Kanaänietische steden, trekken ze door naar Gibea, een nederzetting van de Benjaminieten.
Een plaatselijke huiseigenaar waarschuwt de Leviet en zijn bijvrouw niet te overnachten op het stadsplein – dit is veel te gevaarlijk. En hij neemt hen mee naar zijn huis.

Tijdens de nacht wil een bende wellustige herrieschoppers dat de huiseigenaar de Leviet naar buiten stuurt opdat ze hem kunnen verkrachten. Dit is schokkend. In de eerste plaats was het volgens de sociale standaarden van het oude Midden-Oosten ondenkbaar geen gastvrijheid te bewijzen – en zij willen een bezoeker zelfs onderwerpen aan een groepsverkrachting. En met het vorderen van het verslag wordt zelfs heel duidelijk dat ze zowel mannen als vrouwen willen misbruiken – het kan hen niets schelen.

Maar misschien komt het lelijkste moment in het verhaal wel wanneer de huiseigenaar, die zich de regels van gastvrijheid herinnert en ongetwijfeld ook bang is voor zijn eigen hachje, hen zijn dochter aanbiedt en de bijvrouw van de Leviet.

Het verslag is droog en kort, maar er is niet veel verbeelding voor nodig om je hun ontzetting voor te stellen – twee vrouwen die niet worden verdedigd door mannen maar door hen worden verlaten en verraden en worden overgeleverd aan een huilende menigte verkrachters, zodat de mannen hun eigen vel kunnen redden.

De bende stelt dat zelfs dit niet volstaat, dus duwt de Leviet zijn bijvrouw naar buiten, alleen. Zo begon haar laatste nacht op aarde in een kleine stad die behoort tot het volk van God.

Bij het aanbreken van de morgen draagt de Leviet zijn vrouw op om op te staan; het is tijd om te gaan. Pas dan ontdekt hij dat ze dood is. Hij sleurt haar lichaam mee naar huis, snijdt haar in twaalf stukken, en zendt een deel naar elk gebied van Israël, waarmee hij eigenlijk zegt: Wanneer stopt dit geweld? Op welk punt zullen we collectief een halt toeroepen aan deze vreselijke ontwikkelingen?

‘In die dagen was er geen koning in Israël’ (19:1). Maar wat met zijn eigen ernstige medeplichtigheid en lafhartigheid? De vreselijke horror van de versneden lichaamsdelen was bedoeld om een reactie uit te lokken, maar op dit moment kon dit niet de rechtvaardige reactie zijn van bijbels bedachtzame en ingetogen mensen. Alleen een naïeveling zou zich kunnen inbeelden dat het resultaat iets anders wordt dan een neergang in een maalstroom van boosheid en geweld.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 4 augustus 2014

Volk op de dool (Richteren 18)


Richteren 18; Handelingen 22; Jeremia 32; Psalmen 1-2

Misschien dat een onschuldige lezer nog hoopte dat de lectuur van gisteren (Richteren 17) niet meer was dan een kleine misstap onder het volk van God. De lectuur voor vandaag (Richteren 18) drukt die hoop de kop in: een volledige stam van Israël is het spoor bijster, en ongetwijfeld anderen met hen.

De historische setting is nog altijd vroeg genoeg in de geschiedenis, om te zien dat niet alle stammen het volledige land hebben veroverd dat voor hen bestemd is. Dit geldt zeker voor de stam Dan (18:1). Zo komt het dat de Danieten vijf soldaten uitsturen om het gebied te verkennen, en toevallig stuiten ze op het huis van Micha.

Daar vinden ze de jonge Leviet, en ofwel herkennen ze hem uit een of andere vroegere ontmoeting, of anders herkennen ze hem voor wat hij is, mogelijk door hem te horen bidden of studeren (wat vaak luidop werd gedaan).

Ze raadplegen hem of hun uitstap zal slagen. Het is mogelijk dat de ‘efod’ die Micha maakte (Richt. 17:5) iets behelsde als de Urim en Tummim, waarmee dan schijnbaar de wil van de Heer werd onderkend.

In elk geval stelt hij hen gerust en zij vervolgen hun weg. De soldaten bespioneren de stad Laïs, die geen deel uitmaakte van het land dat hen was toegewezen. Maar het lijkt wel een makkelijk en aantrekkelijk doel, en dit is ook wat ze rapporteren.

Wanneer zeshonderd gewapende Danieten terugkeren, onderbreken ze hun militaire raid om er vandoor te gaan met al Micha’s huisgoden, dan nog niet gesproken over de jonge Levietische priester en de efod, want ze denken duidelijk dat dit een manier is om ‘geluk’ te brengen of minstens richting te geven aan hun onderneming.
De Leviet zelf is in zijn nopjes: voor hem voelt dit als een promotie (18:20). Maar kan een ‘gekochte’ geestelijke ooit een profetisch getuigenis uitoefenen?

Wanneer hij en zijn mannen de oorlogsbende inhalen, klinkt Micha ronduit pathetisch ‘Mijn god, die ik gemaakt heb, en ook de priester hebt gij meegenomen, en zijt weggegaan. Wat rest mij nu nog? Waarom zegt gij dan tot mij: Wat is er?‘ (18:24). Hij ziet de ironie van zijn eigen uitspraak niet, de loutere zinloosheid zoveel belang te hechten aan goden die je zelf hebt gemaakt.

De Danieten dreigen ermee Micha en zijn huishouden uit te roeien, en dat sluit de zaak af. Macht regeert het land, niet gerechtigheid of integriteit. De Danieten nemen Laïs in, en vallen daarmee een volk aan ‘dat vreedzaam en gerust leefde’ (18:27), en ze hernoemen de plaats ‘Dan’.

Daar installeren ze hun afgoden, en de jonge Leviet, nu aangemerkt als een directe afstammeling van Mozes (18:30), fungeert als de priester van de stam, en hij geeft die erfenis ook door aan zijn zonen, zelfs terwijl de tabernakel nog altijd in zijn juiste plaats in Siloh blijft (18:30-31).

De niveaus van ontrouw aan het verbond in de religieuze sfeer nemen verder toe door groeiend geweld, zelfzucht van de stammen, persoonlijke zucht naar macht, ondankbaarheid, wrede bedreigingen en enorm bijgeloof. Het is niet ongewoon voor deze zonden dat ze samen groeien.


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 3 augustus 2014

'Ieder deed wat goed was in zijn ogen' (Richteren 17)


Richteren 17; Handelingen 21; Jeremia 30-31; Markus 16

De tekenen van morele, spirituele en intellectuele neergang in Israël in de tijd van de Richters nemen nu toe. Sommige ervan zijn duidelijk, andere meer subtiel. Hoewel Richteren 17 een kort hoofdstuk is, vind je er een overvloed aan dergelijke tekenen.

(1) Een volwassen man met de naam Micha heeft blijkbaar elfhonderd zilverstukken gestolen van zijn moeder. Dat belooft niet veel goeds voor de gezinsrelaties – hoewel het natuurlijk maar om één gebeurtenis gaat. Hij belijdt de misdaad aan zijn moeder (17:2). Te oordelen aan zijn opmerkingen wordt hij minder gedreven door liefde voor zijn moeder of door een bewustzijn van zonde, dan door bijgelovige vrees omdat zijn moeder een vloek heeft uitgesproken over de dief, die haar tot op dit ogenblik nog onbekend was.

(2) Micha’s moeder beloont hem met een vroom woord: ‘Gezegend zij mijn zoon door de HERE [d.i. Yahweh]’ – wat toont dat er nog altijd een sterk bewustzijn is van de verbondsgod die hen uit Egypte leidde, of toch ten minste een herinnering aan zijn naam. Maar al heel snel krijg je als lezer door dat alleen de buitenkant van verbondstrouw rest. Syncretisme heeft de overhand gekregen. Dankbaar voor het geld dat ze terugkreeg, geeft ze het terug aan haar zoon, terwijl ze het ernstig heiligt ‘aan de HERE [Yahweh]’, met als doel ‘er een gesneden en gegoten beeld van te maken’ (17:3), wat natuurlijk herhaaldelijk verboden was in het verbond van de Sinaï.

(3) Hij geeft het zilver meteen terug aan zijn moeder voor dit doel. Zij geeft tweehonderd zilverstukken aan een zilversmid (wat haar nog negenhonderd zilverstukken overlaat, ondanks het bedrag dat ze had ‘geheiligd’) om er een afgod mee te maken. Hebzucht triomfeert zelfs over afgoderij. De kleine afgod wordt dan in Micha’s huis geplaatst, als geluksbrenger en als herinnering aan een herstelde familierelatie na een diefstal, misschien zelfs als iets om de vloek af te houden die door de moeder was uitgesproken (17:4).

(4) Micha’s religieuze syncretisme gaat nog dieper. Hij heeft zijn eigen godshuis, en installeert er een van zijn zonen als privépriester om er gebeden en offeranden te brengen, en hij maakt een priesterkostuum voor hem (de efod, 17:5). De overtredingen worden talrijker. Onder het verbond mocht er normaal gezien maar één ‘godshuis’ zijn – op dit moment de tabernakel – en alleen Levieten konden priester zijn.

(5) Er zijn nog genoeg van deze voorschriften bekend, zodat wanneer Micha een jonge Leviet ontmoet die op doorreis is, hij die inhuurt als ‘privépriester’ (!). Micha is ervan overtuigd dat dit zal verzekeren dat de Here goed voor hem zal zijn (17:13). De verbondsgodsdienst heeft veel van zijn structuur verloren en al zijn discipline en gehoorzaamheid. Het is een droevige puinhoop van afgodisch bijgeloof.

Voor het eerst lezen we de woorden: ‘In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen’ (17:6).


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 31 juli 2014

Geestesgaven zijn nooit een excuus voor persoonlijke zonde (Rg 14)

Richteren 14; Handelingen 18; Jeremia 27; Markus 13
Sommigen van ons hebben zich afgevraagd waarom God occasioneel duidelijk onvolmaakte mensen gebruikt in krachtig dienstwerk. Dit wil niet zeggen dat God alleen volmaakte mensen zou moeten gebruiken, want dit zou betekenen dat hij géén mensen zou gebruiken. Noch refereer ik naar het feit dat wij allen allerhande zwakheden en fouten hebben.

George Whitefield deed het bijvoorbeeld, ondanks zijn enorme aanzien als prediker en evangelist, niet al te goed op huwelijksvlak, of in zijn (verkeerde) overtuiging dat zijn zoon zou genezen worden van zijn dodelijke ziekte. Vrijwel elke christen leider, uit bijbelse tijden of uit de meer recente geschiedenis, kon niet blijven staan onder de drieste aanvallen van dit soort kritiek.

Nee, waar ik aan denk is de afwijking die zo publiek is en vreselijk dat je met de volgende twee vragen zit: (a) Indien deze persoon zo krachtig en godvrezend is, vanwaar dan die lelijke tekortkoming? (b) Indien deze persoon zo vervuld is met de Geest, waarom stelt diezelfde Geest hem dan niet in staat schoon schip te maken?

Er zijn geen eenvoudige antwoorden. Soms is het slechts een kwestie van tijd. Judas Iscariot was ten slotte betrokken in een publieke bediening met de elf andere apostelen – zelfs in een bediening van wonderen – maar met de tijd bleek hij afvallig. Het verloop van de tijd deed hem door de mand vallen. Maar soms zijn de afwijkingen er van begin tot eind.

Dit blijkt waar, zo lijkt het, in het leven van Simson. De Geest van God kwam krachtig over hem; de Here gebruikte hem om de Filistijnen te bedwingen.
Maar wat doet hij als hij een Filistijnse vrouw huwt, wanneer de Wet strikt verbood om iemand te huwen van buiten de verbondsgemeenschap (Richteren 14:2)?

Wanneer zijn ouders hem waarschuwen voor de gevolgen, gaat hij er gewoon tegenin, en zij berusten erin (14:3). Het is waar, zij wisten niet ‘dat dit zo door de HERE beschikt was’ (14:4), op dezelfde manier als het verkopen van Jozef als slaaf van de Heer was; maar dit praatte die menselijke daden daarom nog niet goed.

Simsons gewaagde raadsel (14:12-13) is meer verwaand en hebzuchtig dan het wijs en eerbaar is. Natuurlijk zijn de Filistijnen echt wreed in deze zaak (14:15-18, 20), maar wanneer Simson dertig mannen vermoordt om aan de bepalingen van de weddenschap te voldoen, wordt hij minder gedreven door een verlangen het land te reinigen en het verbondsvolk in zijn kracht te herstellen, dan door persoonlijke wraak.

Gelijkaardige opmerkingen kunnen worden gemaakt over zijn tactieken in het volgende hoofdstuk, en over zijn stomende leven in het hoofdstuk daarna.
Het heeft er daarom alle schijn van dat kracht van de Geest op een bepaald vlak van het leven, op zichzelf geen garantie is voor Geestgedreven discipline en maturiteit op elk vlak van het leven.

Daaruit volgt dat het aanwezig zijn van Geestesgaven nooit een excuus is voor persoonlijke zonde.


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 28 juli 2014

Geen al te zware lasten voor de heidenen die zich tot God bekeren (Hd. 15)


Richteren 11; Handelingen 15; Jeremia 24; Markus 10

Hier zal ik twee verschillende overdenkingen in de beschikbare ruimte persen, een over elk van de twee eerste Bijbelgedeeltes die hierboven vermeld staan.

In Handelingen 15 is het van cruciaal belang te verstaan waarover het dispuut ging dat aan de basis lag van wat sindsdien bekendstaat als de ‘vergadering te Jeruzalem’ (of ‘de apostelvergadering’).

Een aantal (Joodse) mannen reisde van Judea naar Antiochië en begon de gelovigen daar te leren dat, zelfs al geloofden ze in Jezus, ze toch niet konden worden gered, tenzij ze besneden werden in overeenstemming met de wet van Mozes (15:1). De latere geschiedenis heeft de naam ‘Judaïsten’ aan deze mensen gegeven.

Vanuit het perspectief van deze Judaïsten was Jezus de Joodse Messias en kon men deze Joodse Messias niet echt volgen zonder een Jood te worden. Ongetwijfeld voelden sommige Joden zich bedreigd door deze toevloed van onbesneden heidenen in de kerk: de Joodse identiteit was in groot gevaar en kon verwateren of zelfs verloren gaan. Indien deze heidenen echter allen Joden werden, zoals aangegeven door de besnijdenis, zou dit gevaar verdwijnen.

Toch gaat de kwestie verder dan de vraag naar de Joodse eigen identiteit. Uiteindelijk mondt ze uit in de vraag van hoe je hele Bijbel in elkaar steekt. De Judaïsten verhieven de wet van Mozes boven Jezus. Jezus kon alleen maar worden aanvaard als de Messias, indien dit resulteerde in een groep mensen die zelfs nog ernstiger toegewijd was aan het gehoorzamen van het Mozaïsch verbond – voedselwetten, besnijdenis, tempelcultus en dies meer.

De leiders daarentegen wijzen in een andere richting. De wet werd nooit goed gehoorzaamd door de Joden (15:10); waarom die dan opleggen aan de heidenen? Nog belangrijker: de openbaring die wordt weerspiegeld in het oude verbond verwijst naar Jezus. Hij is het doel ervan, niet haar dienstknecht. Petrus herinnert de verzamelde groep dat God in de episode met Cornelius zijn Geest over de heidenen heeft uitgestort zonder dat ze waren besneden (15:7-8). Wat uiteindelijk op het spel staat, is de vrijheid van Gods genade (15:11).

De verslagen van Paulus en Barnabas blijken nuttig. Jakobus, de halfbroer van de Heer Jezus – tegen die tijd blijkbaar de vooraanstaande oudste van de gemeente in Jeruzalem – biedt zowel een krachtige uiteenzetting van een Oudtestamentische tekst als zijn eigen pastorale oordeel (15:13-21). De combinatie geeft de doorslag – hoewel de discussie herhaaldelijk heropflakkert tijdens de daaropvolgende decennia. Krijg een goed begrip van deze kwesties en je Bijbel valt in de juiste plooi.

Richteren 11:30-31, 34-40
is een schoolvoorbeeld van een belofte die niet had mogen worden gedaan en een belofte die nooit had mogen worden ingelost. Ondanks sterke bijbelse nadruk dat men zijn beloften moet houden, zou een belofte om iets zondigs te doen nooit mogen worden ingelost, maar zou ze moeten worden beleden, om geen twee zonden te begaan in plaats van één. Bovendien vind je hier verder bewijs van de neerwaartse spiraal van theologische en morele dwaasheid in Israël ten tijde van de richteren.


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 25 juli 2014

Van kwaad naar erger met Gideon (Richt. 8)


Richteren 8; Handelingen 12; Jeremia 21; Markus 7

In veel opzichten was Gideon een groot man. Toen de Here hem eerst riep, zette hij voorzichtig de eerste stappen in gehoorzaamheid ’s nachts (Richt. 6). Dan, vol van de Heilige Geest (6:34), en overtuigd door twee buitengewone tekenen dat God met hem was (6:36-40), leidde hij zijn van Godswege gereduceerde groep van driehonderd mannen naar een buitengewone overwinning over de Midianieten (Richt. 7).

Maar ondanks al die grootheid vertegenwoordigt Gideon iets van wat misgaat met het land. Diepgaande gebreken in zijn karakter en onstandvastigheid nemen toe en gaan etteren, zodat tegen het einde van het boek het hele land zich in een heel slechte staat bevindt.

Bij het eerste voorval in Richteren 8 komt Gideon er goed vanaf, de Efraïmieten nogal slecht. Niemand was bereid om de Midianieten te bevechten voor God Gideon deed opstaan. Nu de overwinning onder Gideon al zo verbazingwekkend was, beschuldigen de Efraïmieten hem dat hij hen niet eerder tot de strijd uitgenodigd heeft. Hij antwoordt diplomatisch, en prijst hun inspanningen in het latere deel van de operatie, waardoor ze bedaren (8:1-3).

Bij de steden Sukkot en Pniël, komen noch de steden zelf noch Gideon in een zeer goed daglicht te staan (8:4-9, 13-17). De bewoners van de steden zijn laf, hebben geen principes en blijven maar al te graag aan de zijlijn zitten zolang ze niet weten vanuit welke richting de wind komt.

Maar ondanks alle rechtvaardigheid in Gideons antwoord, lijkt hij meer dan een klein beetje wraakzuchtig. Wanneer het tot de executie komt van de Midianietische koningen Zebach en Salmunna (8:18-21), is zijn besluit minder gebaseerd op de principes van publiek recht of op de geboden van de Heer met betrekking tot het reinigen van het land, dan op persoonlijke wraak: zijn eigen broers waren in de oorlog gedood.

Aan de ene kant lijkt Gideon niet machtshongerig. Hij wijst het populaire applaus af dat hem koning wilde maken, op basis van het feit dat alleen de Here moet regeren over zijn verbondsvolk (8:22-23). Maar dan maakt hij een lelijke val.

Hij doet zijn verzoek voor gouden oorringen, en eindigt met een zodanig grote schat dat hij er een royaal priestergewaad van laat maken, een opperkleed versierd met ongeveer twintig kilo goud.

De religieuze toestand in Israël is zo benard dat deze efod al snel een godsdienstig voorwerp van afgoderij wordt, niet alleen voor het volk maar ook voor Gideons familie (8:27). De loyaliteit aan het verbond die hij in stand houdt is niet totaal.

Er broeit ondertussen nog ergere ellende. Hij neemt zich niet twee of drie vrouwen, maar vele, en heeft zeventig zonen. Na zijn dood keert het volk terug naar openlijke afgoderij en vertoont het lelijke ondankbaarheid tegenover Gideons familie (8:33-35). En een van zijn zonen, Abimelech, blijkt een wrede en machtshongerige beul (Richteren 9).


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 19 juli 2014

Gij hebt naar mijn stem niet geluisterd. Wat hebt gij gedaan? (Richt. 2)

Richteren 2; Handelingen 6; Jeremia 15; Markus 1

Uit de lezing van Richteren 1-2 lijkt het dat het tempo van de veroveringen na de initiële Israëlitische overwinningen ernstig schommelde. In veel gevallen waren stammen verantwoordelijk voor het onder controle krijgen van hun eigen gebieden. Na verloop van tijd lijkt het echter de ongeschreven politiek geworden, met het sterker worden van de Israëlieten, om de Kanaänieten niet te verjagen uit het land of ze te verdelgen, maar om ze te onderwerpen en zelfs tot slaven te maken, om hen te maken tot waterdragers en houthakkers, om hen tot herendienst te verplichten (1:28).

Het onvermijdelijke gevolg is dat er heel wat heidendom in het land overbleef. Met de menselijke natuur zoals die is, worden die valse goden onvermijdelijk een ‘valstrik’ voor de verbondsgemeenschap (Richt. 2:3). Boos om de weigering van het volk om de heidense altaren af te breken, verklaart de Engel des Heren dat, als het volk niet doet wat het wordt opgedragen, Hij hen niet langer de beslissende hulp zal schenken die hen in staat ging stellen om de taak af te werken (waren ze gewillig geweest!). Het volk weent over de verloren mogelijkheid, maar het is te laat (2:1-4). Het is zeker niet zo dat ze nooit waren gewaarschuwd.

Dit is de achtergrond voor de rest van het boek van de Richters. Enkele van zijn belangrijkste thema’s worden dan toegelicht in de rest van hoofdstuk 2. Veel van de rest van het boek is dan illustratie voor het denken dat hier wordt uiteengezet.

De belangrijkste lijn, doorspekt met tragedie, is het cyclische falen van de verbondsgemeenschap, en hoe God telkens opnieuw tussenkomt om hen te redden.

Aanvankelijk bleef het volk getrouw gedurende Jozua’s leven en dat van de oudsten die Jozua overleefden (2:7). Maar tegen de tijd dat een volledig nieuwe generatie was opgegroeid – een die de wonderen niet had gezien die de Here had bewerkt, of het nu bij de uittocht was of gedurende de woestijnjaren of bij het binnentrekken van het Beloofde Land – was de trouw aan de Here teruggelopen.

Syncretisme en heidendom waren overvloedig aanwezig; het volk verliet de God van hun vaderen en diende de Baäls, d.w.z. de verschillende ‘heren’ van de Kanaänieten (2:10-12).

De Here antwoordde in toorn; het volk kreeg te lijden onder invallen, tegenslagen, en militaire nederlagen door de hand van omliggende plunderaars.
Wanneer het volk riep tot de Here om hulp, deed Hij een richter opstaan – een regionaal of vaak een nationaal leider – die het volk bevrijdde van de tirannie en hen in verbondstrouw leidde. En daarna startte de cyclus weer opnieuw. En opnieuw. En opnieuw.

Hierin ligt een ontnuchterende les. Zelfs na tijden van spectaculaire opwekking, hervorming of verbondsvernieuwing is het volk nooit meer dan een of twee generaties verwijderd van ontrouw, ongeloof, massale afgoderij, ongehoorzaamheid en toorn. God helpe ons.


Eigen vertaling van de overdenking bij 19 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 7 augustus 2012

HEER, God van Israël, hoe heeft het zover met ons kunnen komen? (Richteren 21)



Richteren 21, Handelingen 25, Jeremiah 35, Psalmen 7-8

De laatste ellendige stap in het geweld dat volgt op de verkrachting en moord van de bijvrouw van de Leviet wordt nu gezet (Richteren 21). In een wervelwind van wraak zijn de Israëlieten doorheen het stammengebied van Benjamin getrokken. Ze doodden daarbij mannen, vrouwen, kinderen en vee (20:48). De enige Benjaminieten die overblijven zijn 600 gewapende mannen die zich verscholen hebben in de rotsholen van Rimmon (20:47).

Maar nu begint de rest van het volk op andere gedachten te komen. Als onderdeel van hun sancties tegen Benjamin hebben ze gezworen geen van hun dochters aan een Benjaminiet te geven. Als ze nu hun eed houden, zullen de Benjaminieten uitsterven: slechts mannelijke Benjaminieten zijn nog over. Hun oplossing stoot werkelijk tegen de borst en is zo wreed en barbaars als maar kan zijn.

Ze ontdekken dat een grote stad in Israël, Jabes in Gilead, nooit de initiële oproep om ten strijde te trekken beantwoord heeft. Deels als straf, deels als een manier om Israëlietische vrouwen te vinden, vernielen de strijdkrachten van Israël Jabes in Gilead, en doden ze alle mannen en alle vrouwen die geen maagd meer zijn (21:10-14).

Deze handelswijze voorziet in 400 vrouwen voor de 600 overlevende Benjaminieten. De list om er nog tweehonderd meer te vinden is nauwelijks minder slecht. De resterende 200 Benjaminieten wordt toegestaan om passende meisjes te schaken bij een feest in Silo, terwijl hun vaders en broers worden afgedreigd (21:20-23). Op die manier overleeft de stam van Benjamin die tot een klein aantal herleid was.

Je kunt je nauwelijks inbeelden hoezeer bitterheid, verdriet, angst, verzet, eenzaamheid, vergelding, furieuze woede en golven van rouw zijn toegenomen ten gevolge van deze ‘oplossingen’.

Ondertussen is duidelijk dat de Israëlieten met twee soorten problemen krijgen af te rekenen in het boek van de Richteren.

Het eerste probleem is heel vaak onderwerping of onderdrukking door een of andere Kanaänietische stam die een groot stuk van het land bezit of niet ver weg leeft. Wanneer het volk tot God roept, wekt Hij herhaaldelijk een held op om hen te redden.

Maar het andere probleem gaat veel dieper. Het is de rebellie zelf, het herhaaldelijk en aanhoudend verlaten van de God die hen redde uit Egypte en die met hen een plechtig verbond was aangegaan. Dit brengt niet alleen nog meer cycli van verdrukking van buitenaf, maar veroorzaakt ook een neerwaartse spiraal van decadentie en desoriëntatie van binnenuit.

Voor de vijfde en laatste keer geeft de schrijver van het Richterenboek zijn analyse: ‘In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat goed was in zijn ogen’ (21:25). Hoezeer heeft deze natie een koning nodig – om orde te brengen en stabiliteit, om het land te verdedigen, gerechtigheid te brengen, het te leiden en samen te houden. Maar zal hij dan een koning zijn die de problemen oplost, of wiens koningshuis een deel van het probleem zal zijn?

Zo wordt een nieuw hoofdstuk in Israëls geschiedenis ingeluid. Een nieuwe koninklijke instelling wordt binnenkort niet minder problematisch – tot Hij komt die Koning der koningen is en Heer der heren (Opb. 19:16).


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

maandag 6 augustus 2012

Tot hier en niet verder (Richteren 20)


Richteren 20, Handelingen 24, Jeremia 34, Psalmen 5-6
Misschien had je verwacht dat alleen de schuldigen achternagezeten en omgebracht zouden worden (Richteren 20). Maar de Leviet steekt het hele volk aan (zonder natuurlijk zijn eigen schandelijke gedrag te vermelden). Voor zover we uit onze verslagen kunnen opmaken, biedt Gibea niet aan om de misdadigers over te leveren. Hadden ze dit gedaan, was de zaak ten einde geweest. Ook bieden de familiehoofden van Benjamin niet aan om tussen te komen en ervoor te zorgen dat recht geschiedt.

In plaats daarvan sluiten ze de rangen en staan ze klaar om aanvallers af te weren, waarbij ze ongetwijfeld verwachten dat de rest van het volk niet bereid zal zijn om een te hoge prijs te betalen om een paar verkrachters gevangen te kunnen nemen in een tijd waarin het hele volk in geweld is afgegleden.

De rest van de stammen hebben op hun beurt het schuim op de mond maar handelen ook dwaas. In plaats van zich gezamenlijk in de strijd te begeven, beslissen ze aanvankelijk om de troepen maar met een stam tegelijk te sturen.

Wanneer ons verteld wordt dat de Israëlieten God raadpleegden welke stam eerst moet gaan, betekent dit waarschijnlijk dat ze de Urim-en-Tumimprocedure afhandelden met een priester van het heiligdom. De Israëlieten verliezen tweeëntwintigduizend mannen op de eerste dag (20:21), en achttienduizend op de volgende dag(20:25).

Uiteindelijk belooft de Heere dat Hij Gibea en de Benjaminieten waarlijk zal overleveren in handen van de rest van de Israëlieten (20:28). De derde dag zetten de Israëlieten een valstrik op, en eindelijk kunnen ze overwinnen. Grote aantallen Benjaminieten komen om.

Dit is het soort dingen dat gebeurt wanneer de regels van de rechtsstaat vervagen, wanneer mensen beginnen te handelen uit trouw aan de stam en niet uit principes, wanneer wraak het overneemt van gerechtigheid, wanneer bijgelovige vendetta’s in de plaats komen van rechtbanken, wanneer broeders niet langer het gezamenlijk erfgoed van aanbidding en waarden delen, wanneer geregeerd wordt door vrees en niet door toestemming van wie geregeerd wordt.

Er is geen logisch eindpunt. Het kan een regionaal conflict veroorzaken, het kan het vuur in de pan jagen in Bosnië, het kan de start zijn van een wereldoorlog. Het is het spul van dictators en krijgsheren, het smeermiddel voor bendes en geweld.
De droevige realiteit is dat elke cultuur hiertoe in staat is. De oude Israëlieten zinken niet in dit moeras omdat ze slechter zijn dan alle anderen, maar omdat ze typerend zijn voor alle anderen.

Een maatschappij die niet langer samenhangt, of het nu is op het vlak van religie, gezamenlijk wereldbeeld, of minstens afgesproken en gerespecteerde procedures, is op weg naar geweld en anarchie, die vroeg of laat de beste voedingsbodem vormt voor het geordend antwoord van tirannen – macht die autoriteit krijgt via het zwaard en het geweer.

Dit is hoe seculiere historici het zien. Wij zien dit ook allemaal, en herkennen achter het bloed en het kwaad de rechtvaardige hand van God, die duidelijk maakt: ‘Tot hier zul je gaan, en niet verder’.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

zondag 5 augustus 2012

'Breng in elk geval niet hier op het plein de nacht door' (Richteren 19)

Richteren 19, Handelingen 23, Jeremia 33, Psalmen 3-4

Eer we bij Richteren 19 aankomen heeft de wet van de jungle al getriomfeerd in de jonge natie Israël.

De Leviet die ons op dit punt wordt voorgesteld neemt zich een bijvrouw. (Levieten werden verondersteld alleen maagden te huwen; zie. Lev. 21:7, 13-15). Maar ze wordt hem ontrouw en trekt eruit, ze keert terug naar het huis van haar vader. Na verloop van tijd wil de Leviet haar terug, dus reist hij naar Bethlehem waar hij haar ook vindt. Door een late start op de terugreis, halen ze hun thuis niet in een dag. Omdat ze verkiezen om geen halt te houden in een van de Kanaänietische steden, trekken ze door naar Gibea, een woonplaats van de Benjaminieten.

Een plaatselijke huiseigenaar waarschuwt de Leviet en zijn bijvrouw niet te overnachten op het stadsplein – dit is veel te gevaarlijk. En hij neemt hen mee naar zijn huis.

Tijdens de nacht wil een bende sterke herrieschoppers dat de huiseigenaar de Leviet naar buiten stuurt opdat ze hem kunnen verkrachten. Dit is schokkend. In de eerste plaats was het volgens de sociale standaarden van het oude Midden-Oosten ondenkbaar geen gastvrijheid te bewijzen – en zij willen een bezoeker zelfs onderwerpen aan een groepsverkrachting. En met het vorderen van het verslag wordt zelfs heel duidelijk dat ze zowel mannen als vrouwen willen misbruiken – het kan hen niets schelen.

Maar misschien komt het lelijkste moment in het verhaal wel wanneer de huiseigenaar, die zich de regels van gastvrijheid herinnert en ongetwijfeld ook bang is voor zijn eigen hachje, hen zijn dochter aanbiedt en de bijvrouw van de Leviet. Het verslag is droog en kort, maar er is niet veel verbeelding nodig om je hun verschrikking voor te stellen – twee vrouwen die niet verdedigd worden door mannen maar verlaten en verraden worden door hen en opgeofferd aan een huilende menigte verkrachters, zodat de mannen hun eigen vel kunnen redden.

De bende houdt vol dat zelfs dit niet volstaat, dus duwt de Leviet zijn bijvrouw naar buiten, alleen. Zo begon haar laatste nacht op aarde in een kleine stad die behoort tot het volk van God.

Bij het aanbreken van de morgen draagt de Leviet zijn vrouw op om op te staan; het is tijd om te gaan. Pas dan ontdekt hij dat ze dood is. Hij sleurt haar lichaam mee naar huis, snijdt haar in twaalf stukken, en zendt een deel naar elk gebied van Israël, waarmee hij eigenlijk wil zeggen: Wanneer stopt dit geweld? Op welk punt zullen we collectief een halt toeroepen aan deze vreselijke ontwikkelingen? ‘In die dagen was er geen koning in Israël’ (19:1).

Maar wat met zijn eigen diepgaande medeplichtigheid en lafhartigheid? De vreselijke horror van de versneden lichaamsdelen was bedoeld om een reactie uit te lokken, maar op dit moment kon dit niet de rechtvaardige reactie zijn van mensen die nadenkend leven en zich laten leiden door de Bijbel. Alleen een naïeveling zou zich kunnen voorstellen dat het resultaat iets ander wordt dan het afdalen in een maalstroom van boosheid en geweld.

Eigen vertaling van de overdenking bij 5 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org