Posts tonen met het label Korinthiërs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Korinthiërs. Alle posts tonen

dinsdag 23 september 2014

Opgenomen tot in de derde hemel (2 Kor. 12)


2 Samuël 19; 2 Korinthiërs 12; Ezechiël 26; Psalm 74

‘Er moet geroemd worden’, schrijft Paulus (2 Kor. 12:1 [of in de NBV: ‘Ik word er wel toe gedwongen hoog van mezelf op te geven’]), hoewel hij dit alleen maar op de meest ironische manier gedaan heeft (zie de overdenking van gisteren en die voor 21 september).

Maar nu staat hij voor een nieuw dilemma. Blijkbaar hebben zijn tegenstanders hoog opgegeven over hun geestelijke ervaringen. Mogelijk hebben ze daarbij iets gezegd als: ‘Wel, natuurlijk had Paulus die ervaring op de weg naar Damascus, maar dat is al lang geleden. Wat heeft hij sindsdien van God vernomen? De genade van gisteren wordt muf.’

In dit geval kan Paulus natuurlijk niet gewoon maar ironie gebruiken en roemen in het tegenovergestelde van al wat zijn tegenstanders als belangrijk beoordelen, zoals hij deed in hoofdstuk 11. Want het tegenovergestelde van het hebben van verschillende geestelijke ervaringen is dat je ze niet hebt – en in Paulus’ geval zou de ontkenning dat hij dergelijke ervaringen had gewoon niet waar zijn. Dus gaat hij met tegenzin over tot ‘gezichten en openbaringen des Heren’ (12:1).

Maar hij vindt het ondraaglijk op die manier over zichzelf te moeten spreken, dus neemt hij zijn toevlucht tot een literaire truc: hij spreekt over zichzelf in de derde persoon: ‘Ik weet van een mens in Christus’, schrijft hij (12:2), hoewel hij het duidelijk over zichzelf heeft (12:5-6).

Zelfs in dit geval legt Paulus drie klemtonen om de focus weg te houden van zichzelf en elke deugd te ontdoen van de neiging tot roemen.

Ten eerste
zegt hij, dat het hem in zijn geval ‘niet geoorloofd is uit te spreken’ welke spectaculaire ervaringen van de hemel hij veertien jaren eerder had meegemaakt (12:4). De ‘derde hemel’ (12:2) is de woonplaats van God; het paradijs is waar God zich bevindt. Een gedeelte van wat hij zag was ‘onuitsprekelijk’: mensen die dergelijke gezichten niet hebben meegemaakt hebben niet het vermogen ze te vatten.

Wat nog belangrijk is, deze gezichten waren bedoeld om Paulus te sterken; het was hem niet toegestaan om erover te spreken. Vandaar zijn stilzwijgen.

Ten tweede vreest Paulus dat mensen te groot van hem zullen denken (het tegenovergestelde van onze angsten), dus is het voor hem een princiepskwestie als hij een afkeer heeft van spreken over ontoegankelijke zaken. Als hij beoordeeld moet worden, wil hij beoordeeld worden op basis van wat hij doet en zegt (12:6), niet door beweringen over gezichten en openbaringen die toch niet onder publieke beoordeling kunnen vallen.

Ten derde erkent Paulus dat, samen met de grote voorrechten die hij ontving, God hem ook – door middel van een vertegenwoordiger van satan - een ‘doorn in het vlees’ heeft gegeven die niet van hem zal worden weggenomen, ondanks zijn meest verwoede voorbede (12:7-10). Die was hem gegeven om hem ervoor te behoeden verwaand te worden, om hem ‘zwak’ te houden, zodat hij zou leren dat Gods kracht wordt volbracht in onze zwakheid, en zodat hij daarom nooit zou vertrouwen op of opgeblazen worden door de bijzondere genade die hij had ontvangen.

In deze gevallen wereld is het een zaak van goedertierenheid wanneer grote genade gepaard gaat met grote zwakheid, net als het tegenovergestelde.


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 20 september 2014

'Wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten' (2 Kor. 9)


2 Samuël 16; 2 Korinthiërs 9; Ezechiël 23; Psalmen 70-71

2 Korinthiërs 9 is het tweede van twee opeenvolgende hoofdstukken die Paulus wijdt aan het onderwerp ‘geven’.

(1) Hij bespreekt het met een liefdevolle gevoeligheid (9:1-5). Aan de ene kant verzekert hij de Korinthiërs dat ze niet echt deze reminders nodig hebben; aan de andere kant herinnert hij er hen wel even aan, zodat hij noch zij beschaamd zouden staan.

Tenslotte had hij, net zoals hij het voorbeeld van het geven van de Macedoniërs onder ernstige beproevingen gebruikt had als een voorbeeld voor de Korinthiërs (8:1-3), ook de vrijgevigheid en het enthousiasme van de Korinthiërs gebruikt als een voorbeeld voor de Macedoniërs! Hij wil niet dat dan zou blijken dat ze tekortschieten.

(2) Een principe dat elke landbouwer kent heeft zijn invloed op deze kwestie van geven: ‘wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten’ (9:6). Sommigen beweren dat dit een ‘voor wat hoort wat’ wederkerigheid belooft tussen financieel geven en materiële voorspoed. Jij geeft driehonderd euro aan mijn dienstwerk, en God zal je minstens vijfhonderd geven (of duizend of hoeveel dan ook). Natuurlijk geloven de predikers die dergelijke dingen beweren ofwel hun eigen woorden niet, of ze geloven dat het niet van toepassing is op hen, want anders zouden ze snel al hun geld weer weggeven. Maar de focus in de uiteenzetting van Paulus ligt op twee andere punten:

(a) het bedrag dat we geven wordt minder in absolute termen van valuta gemeten dan in de blijmoedigheid en vrijgevigheid van hart waarmee we geven (9:7).

(b) De beloning omvat meer dan gewoon maar materiële voorspoed, én is veel gezegender: God is in staat om ons in elk goed werk overvloedig te maken (9:8), en hij zal ons zaaisel verschaffen en vermenigvuldigen (waarmee hij de beeldspraak uit de landbouw voortzet) en zal ‘de vruchten van onze gerechtigheid’ (of ‘het gewas uwer gerechtigheid’) doen opschieten (9:10). God zal maken dat we ‘in ieder opzicht rijk’ worden, zodat we ‘in alles vrijgevig’ kunnen zijn (9:11).

We moeten het feit overwegen dat de ‘u’ aan wie dergelijke beloften gegeven werden, het gezamenlijke volk van God is. Daaruit volgt niet noodzakelijk dat elk individu in de kerk daarbij de belofte krijgt ‘in ieder opzicht rijk’ te worden en, bijvoorbeeld, niet jong zou sterven aan kanker.

(3) De focus van Paulus ligt uiteindelijk helemaal niet op de gevers. Paulus ziet in de giften niet alleen een dienst die voorziet in de noden van Gods volk, maar ook een dienst die ‘een overvloedige bron van vele dankzeggingen aan God’ vormt (9:12), aangezien gelovigen God prijzen voor de gehoorzaamheid van de Korinthiërs en voorbede doen voor hen omdat ze in hen de ‘buitengewone genade Gods’ zien (9:13-14). Want alles wel beschouwd zijn we in het licht van Gods ‘onuitsprekelijke gave’ uiteindelijk allen schuldenaars (9:15).


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 14 september 2014

'U bent zelf onze aanbevelingsbrief' (2 Kor. 3)


2 Samuël 10; 2 Korinthiërs 3; Ezechiël 17; Psalmen 60-61

In sommige opzichten bevindt Paulus zich in een lastige positie. Als hij er niet in slaagt bepaalde twijfels weg te nemen die de Korinthiërs over hem en zijn dienst koesterden, dan kon hij hen wel eens kwijtraken – niet ze verliezen voor hem persoonlijk (daar zou Paulus niet om hebben gemaald), maar wel hun loyaliteit jegens hem verliezen en daarom ook jegens de boodschap die hij verkondigde.

Als hij anderzijds uitgebreid over zichzelf blijft doorgaan, dan zullen minstens enkele van zijn kwaadsprekers beweren dat hij weg is van zichzelf, of dat hij onzeker is, of dat een ware apostel zichzelf niet zou moeten verdedigen, of iets anders van dezelfde strekking.

We kunnen niet helemaal zeker zijn over wat nu precies hun beschuldiging was. Dat Paulus zich bewust is van het gevaar blijkt nogal duidelijk uit diverse plaatsen in de Korintische correspondentie, vooral dan in 2 Korinthiërs 3:1-3.

Aan het eind van hoofdstuk 2 had Paulus gesteld dat ‘wij [ofwel een redacteurs-‘wij’ of anders een zelfbewuste verwijzing naar de apostelen] spreken in Christus uit zuivere bedoelingen, ja, op gezag van God en voor Gods aangezicht’ (2:17) – helemaal niet als venters die werken om winst te maken.

Nu stelt hij de retorische vraag: ‘Beginnen we onszelf weer aan te bevelen?’ (3:1 [NBV]). De ‘weer’ verklapt het feit dat Paulus al eerder met dit probleem te maken kreeg met de Korinthiërs.

Meer specifiek vraagt hij ‘Of hebben wij soms, gelijk sommigen, aanbevelingsbrieven bij u of van u nodig?’ (3:1). Het klinkt alsof ‘sommigen’ gepoogd hebben om hun geschiktheid te staven door aanbevelingsbrieven mee te brengen.

Zij of de Korinthiërs reageren dan afwijzend tegenover Paulus omdat hij ofwel niet past in het cultureel patroon van het bewijzen van geloofwaardigheid door het vragen van een hoge verloning (hoofdst. 2), ofwel omdat hij geen papieren meebrengt – van Jeruzalem of een ander centrum met autoriteit – om te bewijzen dat hij te vertrouwen is.

Maar Paulus antwoordt niet door het verdedigen van zijn apostolische status met een beroep op de directe openbaring van de opgestane Christus aan hem. (Elders echter is dit nu net wat hij wel doet, en zelfs in dit hoofdstuk stelt hij dat zijn bekwaamheid van God zelf komt; 3:5).
Hier neemt hij wijs het standpunt in dat tegelijk wijst naar de bijzondere aard van zijn eigen bediening, en de Korinthiërs vriendelijk aanmoedigt te erkennen dat ze niet in de positie verkeren om er anders over te denken.

Wat hij hen eigenlijk zegt, is dat hun bestaan als christenen, in hun geval, nu net vasthangt met het afdoende erkennen van Paulus. Paulus predikte hen het evangelie. Zij zijn zijn ‘aanbevelingsbrief’ – het resultaat van zijn bediening (3:1-3).

En aangezien oprechte bekering het werk van de Geest van God is, zouden zij, als Paulus’ aanbevelingsbrief, zichzelf moeten zien als niet met inkt ‘geschreven’, ‘maar met de Geest van de levende God’, en niet op een strook papyrus of een stenen tafel, maar op het menselijke hart (3:3).


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 13 september 2014

'Wij zijn de wierook die Christus brandt voor God' (2 Kor. 2)


2 Samuël 8-9; 2 Korinthiërs 2; Ezechiël 16; Psalmen 58-59

Het gaat deze korte overdenkingen te boven om een geschiedenis te schetsen van de moeilijke bezoeken en pijnlijke brieven die diepe emoties opwekten in de relaties van de apostel met de Korinthiërs. De relaties tussen Korinthe en Paulus worden blijkbaar beter in de openingshoofdstukken van 2 Korinthiërs, maar blijven lichtelijk onbehouwen.

In deze context wijdt Paulus nogal wat aandacht aan de uitleg van de aard van zijn dienstwerk, of het nu gaat om het grote kader of de onopvallende beslissingen die hij heeft gemaakt.

In 2 Korinthiërs 1 is het bijvoorbeeld nogal vanzelfsprekend dat de Korinthiërs er Paulus van beschuldigden dat hij wispelturig is. Hij had gezegd dat hij zou komen en had daarna de plannen veranderd en was niet gearriveerd. Paulus erkent dat hij inderdaad zijn plannen had gewijzigd, maar benadrukt dat dit niet wijst op wispelturigheid (1:15-17). In zijn wandel probeert hij Gods standvastige trouw te weerspiegelen (1:18-22).

En dan geeft hij de echte reden waarom hij niet opdaagde: hij probeerde de Korinthiërs te sparen, want hij wist dat als hij op dat moment was gekomen, hij actie had moeten ondernemen die zelfs voor nog meer droefheid zou hebben gezorgd (1:23-2:2).

In 2 Korinthiërs 2 is Paulus nog altijd verschillende elementen uit zijn dienst aan het verklaren. Hier wijzen we op twee ervan.

Ten eerste beschouwt Paulus zijn dienst als verwant aan een middel om de geur van de kennis van God te verspreiden (2:14). Anders gesteld is Paulus zelf een geur vóór God, ‘een geur van Christus onder hen, die gered worden, en onder hen, die verloren gaan’ (2:15). ‘Voor de laatsten een doodsgeur, die leidt tot de dood, maar voor de eersten een levensgeur, die leidt tot het leven’ (2:16 [HSV]).

Met andere woorden: Paulus stelt dat hij niet zelf verandert, afhankelijk van zijn publiek. Hij is dezelfde geur; hij verkondigt hetzelfde evangelie, hetzelfde discipelschap, dezelfde Christus, dezelfde manier om te leven.

Of hij nu wordt beschouwd als een zoete geur of een vieze stank hangt niet af van een bepaalde verandering in hem, maar van de mensen die met hem moeten omgaan. Impliciet moeten de Korinthiërs erkennen dat een zekere vijandige gezindheid tegen de apostel gelijkstaat met de vijandige gezindheid van het niet-wedergeboren hart. ‘Maar wie is tot deze dingen bekwaam?’ (2:16 [HSV]).

Ten tweede dachten veel Korinthiërs (zoals later duidelijk wordt in deze brief van Paulus) dat leraars substantiële salarissen moesten vorderen, en indien ze dit niet deden, dit erop wees dat ze niet veel waard waren.

In een dergelijke atmosfeer zou het makkelijk zijn om zelfs een begaafde apostolische leraar te verachten die jouw geld afwees. Maar omdat hij een evangelie van genade onderwees, evangeliseerde Paulus gratis. (Hij aanvaardde ondersteuningsgiften van elders).

Op lange termijn wilde hij niet de reputatie krijgen dat hij leurde met het woord om winst te maken; hij wilde veeleer bekendstaan als een man die door God was gezonden (2:17).


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 8 maart 2013

Want de droefheid naar Gods wil brengt onberouwelijke inkeer tot heil (2 Kor. 7)


Exodus 19; Lukas 22; Job 37; 2 Korinthiërs 7
Mensen stellen Paulus vaak voor alsof hij een koude intellectueel was. Waarom ‘koud’ moet verbonden worden met ‘intellectueel’ is me niet helemaal duidelijk. In elk geval past de beschrijving niet voor Paulus. God schonk Paulus duidelijk een eersteklas verstand. Maar hij was ook een man met een gloedvolle passie.

In 2 Korinthiërs 7 getuigt Paulus dat aan de ene kant zijn blijdschap geen grenzen kent (7:4); aan de andere kant is die blijdschap het resultaat van een beetje nieuws dat Paulus over de Korinthiërs ontving toen hij naar Macedonië ging.

Want bij zijn eerste aankomst in Macedonië had Paulus geen rust ervaren, maar, zo zegt hij ‘wij waren van alle kanten in de druk: van buiten strijd, van binnen vrees’ (7:5). Maar toen veranderden zijn vrees en strijd in blijdschap toen hij het goede nieuws kreeg over de Korinthiërs.

Wat lag aan de basis van die verregaande verandering in de blik van de apostel?

(1) Wat ook de mechanieken zijn, Paulus erkent dat de transformatie door God bewerkt was, ‘die de nederigen troost’ (7:6). In dit geval schonk God Paulus rust door hem Titus terug te geven, die ook wat nieuws van de Korinthiërs meebracht.

(2) Het nieuws dat Titus bracht was dat de Korinthiërs, hoezeer ze ook gekwetst geweest waren door Paulus’ vorige bezoek en de pijnlijke brief die hij had gezonden, hun evenwicht hadden teruggevonden. Ze verlangden nu Paulus te zien en drukten hun vurige zorg voor hem uit (7:7).

Titus bracht het nieuws dat de droefheid die door de brief van Paulus was veroorzaakt een ‘droefheid naar Gods wil’ is geworden, in die zin dat hij geleid heeft tot inkeer (7:8-10). Droefheid die inkeer bewerkt, die ‘brengt onberouwelijke inkeer tot heil, maar de droefheid der wereld brengt de dood’ (7:10). Al dit nieuws over de reacties van de Korinthiërs heeft Paulus met blijdschap en bemoediging vervuld.

Dit duidt er natuurlijk op dat Paulus intiem betrokken is bij de levens van de mensen aan wie hij een dienstwerk verricht. Zijn eigen emoties kunnen op en neer gaan als een gevolg van hoe zij zich tot hem verhouden.

Maar wat treffend is, is dat Paulus twee veel voorkomende valstrikken ontwijkt.

(a) Hij vermijdt duidelijk het soort professionele afstand dat door bepaalde verkondigers wordt aangehouden als een soort beschermend schild.

(b) Hoewel zijn eigen vreugden en verdriet duidelijk verbonden zijn met wat de Korinthische christenen over hem denken, is die link niet in de eerste plaats een persoonlijke link.

Wanneer dit het geval is, verliest de verkondiger zijn profetische stem en zal hij alleen hetgeen zeggen en doen waarvan hij denkt dat het de genegenheid van de kudde in stand zal houden.

Paulus voelde het als zijn taak om de Korinthiërs te vermanen, zowel persoonlijk als via zijn schrijven; voor die verantwoordelijkheid is hij niet teruggedeinsd. Zijn blijdschap dat ze nu tot hem zijn teruggekeerd valt dus niet te scheiden van zijn blijdschap dat ze zijn teruggekeerd tot trouwe gehoorzaamheid aan het Evangelie – de kern van zijn grenzeloze vreugde.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 3 maart 2013

Nieuwe bekeerlingen brengen nieuwe problemen en … leven (2 Kor. 2)


Exodus 14; Lukas 17; Job 32; 2 Korinthiërs 2
Ondanks zijn voornemen kon Paulus de Korinthiërs niet bezoeken zoals hij verhoopt had. Hij heeft hen mogelijk bezocht op zijn weg naar Macedonië; hij deed het zeker niet, in tegenstelling tot wat hij had verwacht, nadat hij uit Macedonië was vertrokken (2 Kor. 1:16, zie de overdenking van 1 maart).

Blijkbaar namen sommige van de christenen in Korinthe hem dat kwalijk; zij beschuldigden hem dat hij wispelturig was. Paulus antwoordt daarop dat hij niet het soort persoon is dat ‘ja’ zegt wanneer hij ‘nee’ bedoelt, of omgekeerd (1:17). De reden dat hij niet naar Korinthe ging, zoals hij zich had voorgenomen, was om hen te sparen (1:23). Hoezo?

Het antwoord op die vraag wordt gevonden aan het begin van 2 Korinthiërs 2, dat ons een dramatische inkijk biedt in de relaties tussen de apostel en een van de meer vooraanstaande kerken die hij heeft gesticht.

De reden dat Paulus zijn voornemen om Korinthe te bezoeken niet ten uitvoer bracht, is dat hij ervan overtuigd raakte dat het weer ‘zo’n verdrietig bezoek’ (2:1, NBV) zou worden. Een eerder bezoek, mogelijk op zijn weg naar Macedonië, bleek rampzalig. Ofwel voor of na het bezoek (het verloop is niet helemaal duidelijk) zond Paulus ook een brief: ‘in zware druk en beklemdheid des harten heb ik onder vele tranen u geschreven’ (2:4).

Het doel van die brief was niet hen te bedroeven, maar hen te verzekeren van de diepte van zijn liefde voor hen (2:4). Het lijkt erop dat de inhoud van die brief een strenge vermaning was om tuchtmaatregelen te treffen tegen iemand binnen de gemeente die ernstige zonden beging.

Er is vaak gezegd dat die tranenrijke brief 1 Korinthiërs is, en dat de man waarvan Paulus wil dat hij onder tucht komt, dan de man is die slaapt met zijn stiefmoeder (1 Kor. 5). Dit is zeker een mogelijke verklaring.

In zijn geheel echter klinkt 1 Korinthiërs niet als de brief die Paulus in het kort beschrijft in 2 Korinthiërs 2:4. Meer waarschijnlijk verwijst hij naar een andere brief, waarover we niets meer weten, een brief die erop aandrong dat de kerk in Korinthe in actie zou komen.

Minstens sommigen in Korinthe hebben Paulus een zeer moeilijke tijd bezorgd over de kwestie. Nu echter heeft het gezond verstand het gehaald, samen met de gehoorzaamheid aan de apostel (2:9). De gemeente heeft de recalcitrante zondaar die nauwelijks berouw toonde gestraft, en nu moedigt Paulus de gelovigen aan om de tuchtmaatregelen te beëindigen en de man te vergeven (2:5-10).

Een te streng oordeel kan de gemeente zelf tot hardvochtigheid verleiden, en hiermee de gemeente in een andere van de vele listen van satan doen vallen om de gelovigen te slim af te zijn en kapot te maken.

Het is enorm bemoedigend om in deze interacties de krachtige vitaliteit te herkennen van de vroege christelijke relaties. De rustige instandhouding van het status quo kan mogelijk geen teken van leven zijn; het kan zelfs een teken van doodsheid zijn. Waar er veel nieuwe bekeerlingen zijn, zullen er problemen zijn – en leven.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 8 april 2009

Christus > anderen > jezelf

"zoals ook ik allen in alles ter wille ben, niet om mijn eigen belang te zoeken, maar dat van zeer velen, opdat zij behouden worden." (1Kor.10:33)

"Tracht ik thans mensen te winnen, of God? Of zoek ik mensen te behagen? Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn."
(Gal.1:10)

Wanneer Paulus een keuze moest maken tussen zichzelf behagen of anderen behagen, dan behaagde hij anderen.

Wanneer hij moest kiezen tussen anderen behagen of Christus behagen, dan behaagde hij Christus.

(Gelezen bij Ray Ortlund)

dinsdag 17 maart 2009

Tekst lezing "Veroordeling & vrijheid" - deel 5

Deel 5 van de lezing in Menen van februari jongstleden door Jos Vanlede. Onderwerp: "Veroordeling & vrijheid" (reeks: "Leven voor Gods aangezicht")

WAAROM BEDEKTE MOZES ZIJN GEZICHT?

De passage uit Ex.34 waarop Paulus zinspeelt, zegt ons niet met zoveel woorden waarom Mozes zijn gezicht steeds terug bedekte, nadat hij uit de tegenwoordigheid van God kwam om met het volk te spreken. Mozes’ gezicht weerspiegelde de zuiverheid en de heiligheid van God aangezicht.God had zelf gezegd dat niemand ooit Zijn aangezicht zou kunnen aanschouwen en blijven leven. Het was Mozes vergund geweest een glimp op te vangen van de ontzagwekkende heerlijkheid van God. De Here God was aan Hem voorbijgegaan, toen Mozes in de rotsholte stond en de hand van God hem bedekte opdat hij niet zou sterven.

Mozes wist, dat wanneer het volk ongehinderd blootgesteld werd aan de weerspiegelde heerlijkheid van God op zijn aangezicht, dit voor hen fataal zou zijn - omwille van hun verharde hart.
Het hart van de mensen was niet recht voor God, er was een chronisch ongeloof en wantrouwen in God en Zijn dienaar Mozes. Van meet af aan bleek hun opstandigheid en halsstarrige onwilligheid om te horen en aan te nemen wat God hen op het hart wilde drukken.

Het dragen van de bedekking was Mozes manier om het halsstarrige en onwillige volk te beschermen voor de niets ontziende heiligheid van God. De bedekking van Mozes maakt het mogelijk dat de heerlijkheid van God door bemiddeling van Mozes te midden van de mensen aanwezig kan zijn - ondanks hun verharde hart.

De bedekking is enerzijds een uitdrukking van Gods heilig oordeel t.a.v. hun zondige toestand en anderzijds een bewijs van Gods genade dat Hij - ondanks alles - hen niet opgeeft.
14 Hun denken verstarde, en dezelfde sluier ligt tot op de dag van vandaag over het oude verbond wanneer het voorgelezen wordt. Hij wordt alleen in Christus weggenomen.
15 Tot op de dag van vandaag ligt er een sluier over hun hart, telkens als de wet van Mozes wordt voorgelezen.
16 Maar telkens als iemand zich tot de Heer wendt, wordt de sluier weggenomen.

God geeft hen niet op, maar de ware toedracht van het OT, waar het verbond van de Sinaï naar vooruitwees, blijft verborgen voor hen die zich niet willen onderwerpen aan God.
God geeft licht. Maar licht kan zowel klaarheid schenken in de duisternis, als het ook mensen kan verblinden.
Christus was voor veel orthodoxe joden een struikelblok: hij paste niet in hun plaatje, Hij vulde hun opvattingen en ideeën niet in ivm wie de Messias hoorde te zijn. De Messias was niet alleen de zoon van David, maar evenzeer de lijdende dienaar van God.
De hardnekkigheid en onwil om God te vertrouwen wordt alleen weggenomen wanneer iemand zich tot Christus omkeert en zichzelf onvoorwaardelijk en volkomen aan Hem toevertrouwt.

In dat opzicht is Mozes die tot God komt en met onbedekt aangezicht de heerlijkheid van God aanschouwt een voorafschaduwing, een illustratie, van wat niet alleen elke jood, maar ook ieder mens hoort te doen om waarlijk vrijgemaakt te worden door Jezus Christus.

ENKEL VOOR HET JOODSE VOLK?

Misschien denkt u dat wat Paulus hier aangeeft enkel van toepassing is voor het joodse volk, met wie het oude verbond gesloten is. Dat het van geen betekenis is voor de overige volken van de wereld.
Paulus heeft het hierover in een passage in de Romeinenbrief die ik u wil voorlezen:
19 Nu weten wij, dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot hen die onder de wet zijn, opdat elke mond wordt gestopt en de hele wereld strafschuldig wordt voor God.
20 Daarom zal op grond van werken van de wet geen enkel vlees voor Hem gerechtvaardigd worden; want door de wet komt kennis van zonde. (TELOS Rm.3:19,20)

Het joodse volk heeft boven alle volken geweldige privileges ontvangen. Als er iemand voordeel kon putten uit de woorden van God, als er iemand rechtvaardig voor God bevonden kon worden op grond van de wet van God, dan zou dit zeker voor hen het geval zijn. Maar ze werden niet rechtvaardig bevonden op grond van de zaken die ze deden om aan die wet invulling te geven in hun leven.

Waarom?
Omdat de wet juist de vinger op de wonde legt en de machteloosheid en de onwil aan het licht brengt.
Er is geen enkele reden om te geloven dat ook maar iemand waar ook ter wereld het er beter van af zou brengen dan het joodse volk. Als het volk Israël er al niet in slaagde om gerechtvaardigd te worden voor God op grond van eigen prestaties, dan kan er geen enkel mens op grond van eigengerechtigheid voor God bestaan en is de hele wereld strafschuldig voor God.

De weg die God gaat met Israël staat model voor de hele mensheid. Israël is een “test case” waarvan de uitkomst de realiteit ontvouwt voor de hele mensheid, waar ook ter wereld.
Het ijverig streven naar eigengerechtigheid en zelfrechtvaardiging is “de modus operandi” van elke sterveling, of hij nu religieus is of atheïst.

DE “MODUS OPERANDI” van de mensheid

Wij mensen geloven in gerechtigheid en eerlijkheid en je woord houden, zorg dragen voor anderen, liefdadigheid. Iedereen heeft een eigen morele code en iedereen gelooft van zichzelf dat hij behoorlijk naar die code leeft.

Die gedrevenheid om deugdzaam te zijn is een afgod waarop wij van nature vertrouwen.
Die aanhoudende ijver om onszelf te bewijzen is een manier om ons te onttrekken aan God en ons niet te moeten onderwerpen aan God als onze Redder.
Alle vormen van moraliteit en godsdienstigheid zijn in dat opzicht slechts verschillende vormen van opstandigheid tegen God. Deze zaken ijverig najagen om onszelf te bewijzen, brengt ons geen stap dichter bij God. Integendeel: het drijft ons juist steeds verder van God weg. Het is een zelfzuchtige poging om onszelf te beredderen en baas te zijn in eigen leven.
16 Maar telkens als iemand zich tot de Heer wendt, wordt de sluier weggenomen.
17 Welnu, met de Heer wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid.

Alleen Christus kan ons waarlijk bevrijden van de opstandigheid en onwilligheid tot gehoorzaamheid, alleen door en in Hem gaan de veelbelovende woorden van Ezechiël in vervulling:
25 Ik zal zuiver water over jullie uitgieten om jullie te reinigen van alles wat onrein is, van al jullie afgoden.
26 Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven.
27 Ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen. (Ezech.36:25-27)

vrijdag 13 maart 2009

Tekst lezing "Veroordeling & vrijheid" - deel 4

Deel 4 van de lezingtekst. Door Jos Vanlede, 28 februari in Menen. Reeks: "Leven voor Gods aangezicht"; titel: “veroordeling & vrijheid”.

Geen hinderlijke regeltjes maar een menswaardig optimaal klimaat

Als God ons mensen oplegt om niet te liegen is dit geen eigenzinnige regel van een despoot.
Nee. Liegen, zegt God, druist in tegen je natuur als mens zoals ik je gemaakt heb. Daarom: wie de wet van God geweld aan doet, doet zichzelf geweld aan.


DOKTERS & CHORESTEROL

Laten we veronderstellen dat je een hoge cholesterolwaarde hebt. Je dokter heeft je een hele lijst van zaken die je niet langer meer mag eten of drinken. Als je zijn advieslijst in de wind slaat, zal niemand je daarvoor gaan straffen of in de gevangenis stoppen. Dat zal ook helemaal niet nodig zijn. Waarom niet? De gevolgen zullen vanzelf komen: als je de regels die je dokter jou oplegt geweld aandoet, zul je uiteindelijk ook je eigen gezondheid geweld aandoen.

Denk niet dat Gods wet zomaar regels zijn die bepaalde zaken verbieden omdat God dat nu eenmaal wil. De wet is niet als een negatieve beperking bedoeld, maar ten goede om een optimaal klimaat te creëren waarin de mens een menswaardig en voorspoedig bestaan zou kunnen leiden en tot volle bloei komt. Dat is ware vrijheid.

Er is geen vrijheid zonder wet en er is geen vrijheid zonder beperkingen.
Als een vogel de wet van de zwaartekracht niet langer respecteert en zich daarvan bevrijdt, maakt hij zijn laatste duikvlucht en is hij niet langer in staat om te vliegen, en dat is zijn vrijheid.
Zo is het ook met de tien woorden in beginsel: het zijn beperkingen van Godswege gegeven om de ware vrijheid te garanderen en te beschermen.

SAMENGEVAT

Mozes' woorden waren heerlijke woorden die Gods karakter en Gods wil aan de mensen openbaarden. Ze vertelden hoe mensen voor het aangezicht van God een menswaardig bestaan konden leiden.
Mozes' woorden hielden het volk van God voor hoe een mens vrij als een vogel in de lucht en als een vis in het water kon leven in een optimaal en voorspoedig klimaat.

De tijdelijke bediening die dood en veroordeling bracht. onwil & onmacht

De 10 woorden van God op stenen tafelen toonden wel wat goed en rechtvaardig was t.a.v. God en mensen, maar brachten tegelijk de onmacht en de onwil om zo te kunnen leven voor Gods aangezicht aan het licht.

• Mozes' boodschap was voor de mensen geen levenschenkende boodschap. Het was een boodschap van onheil.
• De uitwerking van de 10 woorden naar het leven van elke dag, rechtvaardigden de mensen niet in hun wijze van doen. Integendeel: ze veroordeelden mensen door aan te tonen dat hun hart niet volkomen uitging naar God. Het is niet genoeg om God te gehoorzamen vanuit een zeker plichtsbesef, omdat het nu eenmaal hoort, of om straf te ontwijken.
• Mozes' woorden openbaarden niet enkel de onmacht en de onwil bij de mens maar waren evenzeer krachteloos om daar ook maar iets aan te veranderen, ze konden enkel veroordelen.
“Vervloekt is eenieder die zich niet houdt aan de bepalingen van deze wet.” (Dt.27:26)
• Gods woord eiste gehoorzaamheid, maar kon geen gehoorzaamheid verlenen. De bediening van Mozes toonde aan dat de mens niet vrij is om te doen wat God wil en het leven te leven waarin hij zijn ware mens zijn en bestaan kan ontdekken.

DE SCHITTERENDE SCHOONHEID VAN HET NIEUWE VERBOND

Als dan de bediening van Mozes - die enkel veroordeling tot gevolg had - al gepaard ging met een luisterrijke openbaring van de schitterende schoonheid, de zuiverheid en de heiligheid van God, zou dan de bediening die goddeloze mensen voor God rechtvaardigt en hen ontvankelijk maakt voor Gods woorden, niet veel meer laten zien van de schitterende schoonheid van het wezen en karakter van God?
9 Wanneer wat tot veroordeling leidt al met luister is bekleed, dan is wat tot vrijspraak leidt dat des te meer.
10 De luister van toen is niets in vergelijking met de overweldigende luister van nu.
11 Wanneer wat verdwijnt al luister bezit, geldt dat des te meer voor wat blijft. (NBV 2Kor.3:9-11)

PAULUS' HOOP & VRIJMOEDIGHEID

Paulus is zo vrijmoedig en vol vertrouwen, want de bediening die God hem heeft toevertrouwd, leidt ertoe dat zondaars vergeving vinden en een nieuw hart krijgen dat openstaat en bereidwillig is voor God en Zijn woord, wat in hen een innerlijke gedaantewisseling werkt naar het volmaakte model van Christus.
12 Daar wij nu zo’n hoop hebben, handelen wij met veel vrijmoedigheid

Paulus is, in tegenstelling tot Mozes die een bedekking voor zijn gezicht deed, niet terughoudend om de schitterende schoonheid van God te openbaren door zijn evangelie van de gestorven en opgestane Christus waardoor hij mensen oproept om zich met God te verzoenen.
13 en doen niet zoals Mozes, die een bedekking voor zijn gezicht deed; opdat de zonen van Israel hun ogen niet vestigden op het einde van wat te niet gedaan moest worden. (TELOS 2Kor.3:12,13)

woensdag 11 maart 2009

Tekst lezing "Veroordeling & vrijheid" - deel 3

Deel 3 van de tekst van de lezing die Jos Vanlede op 28 februari in Menen gaf, in de reeks "Leven voor Gods aangezicht": “veroordeling & vrijheid”.


EEN NIEUW TIJDPERK

Paulus is er van overtuigd dat de uitwerking en het resultaat van het werk dat hem van Godswege is toevertrouwd het bewijs is dat er een nieuw tijdperk is aangebroken. De uitwerking van zijn bediening - het werk en de gave van de Geest van God- wijst erop dat de tijd van het nieuwe verbond, waarvan tevoren gesproken was door profeten als Jeremia en Ezechiël, is aangebroken.

31 De dag zal komen–spreekt de HEER –dat ik met het volk van Israël en het volk van Juda een nieuw verbond sluit,
32 een ander verbond dan ik met hun voorouders sloot toen ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte weg te leiden. Zij hebben dat verbond verbroken, hoewel ze mij toebehoorden–spreekt de HEER.
33 Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten–spreekt de HEER: Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk.
34 Men zal elkaar niet meer hoeven te onderwijzen met de woorden: “Leer de HEER kennen, ”want iedereen, van groot tot klein, kent mij dan al–spreekt de HEER. Ik zal hun zonden vergeven en nooit meer denken aan wat ze hebben misdaan. (Jer.31:31-34)


OUDE VERBOND – NIEUWE VERBOND

In de verzen 7-11, gaat Paulus Gods nieuwe verbond vergelijken met het oude verbond. De nadruk ligt vooral op de heerlijkheid en luister. De tegenstanders in Korinthe vinden dat Paulus en zijn bediening weinig uitstraling hebben. Nu gaat Paulus zijn arbeid vergelijken met de bediening van Mozes de man van wie de heerlijkheid van God van zijn gezicht straalde. Als er iemand was met charisma die tot de verbeelding sprak, dan was hij het wel.

Paulus' bediening is zoveel heerlijker dan de bediening van Mozes.
Paulus is verzekerd dat “de bediening van de Geest” die hem door Jezus is toevertrouwd, “de bediening van de geschreven wet” -naar de letter- waarvan Mozes de door God aangestelde dienaar was, die laatste in heerlijkheid volledig overstijgt.

MOZES’ STRALENDE GEZICHT

Mozes was de man die tot 2 maal toe 40 dagen in de tegenwoordigheid van God doorbracht en met Hem sprak van aangezicht tot aangezicht. Zijn ervaring met God was zo heerlijk dat zijn gezicht straalde als de zon. Hij moest zelfs zijn aangezicht bedekken om de mensen te kunnen toespreken met de woorden die God hem opgedragen had, want zij konden de heerlijkheid en de heiligheid van God die van Mozes gezicht afstraalde niet verdragen.

WAT WAS DE BOODSCHAP VAN MOZES?

Het oude verbond vormde een samenlevingscontract tussen een liefdevolle God en een verlost volk. Om Paulus' gedachtegang te kunnen volgen moeten we een slordige 3 en een half duizend jaar terugkeren in de tijd, toen dat oude verbond opgericht werd. God verloste toen, naar de belofte die Hij aan Abraham gedaan had, zijn nakomelingen uit de harde slavernij van Egypte. Om hen in een liefdevolle intieme relatie met zichzelf te brengen.
Dat is de draagkracht van Gods woorden als Hij zegt:
“Ik zal jullie aannemen als Mijn volk en Ik zal jullie God zijn.”

God wil hen de ogen openen voor zijn ontfermende liefde en zorg door hen te verlossen uit hun uitzichtloze toestand van slavernij zodat zij God lief krijgen om wie Hij is en Hij hun God wordt.
Nadat God hen verlost heeft brengt Hij hen in zijn nabijheid aan de voet van de berg Sinaï , daar waar God Mozes had geroepen bij de brandende braamstruik.

Hoe moet het nu verder? Hoe hoor je nu verder leven als volk van God nadat je zijn uitredding en genade ervaren hebt?
God overhandigt hen door middel van Mozes de tien woorden op stenen tafels door God eigenhandig geschreven. Door middel van die 10 geboden openbaart God enerzijds wie Hij is en wat Hij van zijn mensen verwacht. Want gehoorzaamheid is de enige weg om God beter te leren kennen en te groeien in intimiteit met God.


EEN OPENBARING VAN GODS HEERLIJKHEID

• De wet toont ons de aard en het wezen Gods karakter.

Als God van zijn volk eist dat zij niet liegen is dat omdat Hijzelf waarachtig en betrouwbaar is.
Als Hij van zijn mensen verwacht dat zij trouw zijn t.a.v. hun partner is dat omdat Hij getrouw is.
Als God van hen eist dat zij niet stelen is het omdat Hij een goedertieren en gevende God is.

• De wet toont ons wie wij mensen horen te zijn

De wet van God is tegelijkertijd een weerspiegeling van hoe onze aard en karakter hoort te zijn, wij die geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis. De 10 woorden vertellen ons hoe wij mensen, waarlijk mens zijn zoals God het heeft bedoeld. De wet van God schetst ons in beginsel het leven waarin wij mensen ons ware mens-zijn en bestaan gaan ontdekken.

maandag 9 maart 2009

Tekst lezing "Veroordeling & vrijheid" - deel 2

Deel 2 van de tekst van de lezing die Jos Vanlede op 28 februari in Menen gaf, in de reeks "Leven voor Gods aangezicht": “veroordeling & vrijheid”.

"We lezen de passage en nemen de draad op van de context waarin Paulus over veroordeling en vrijheid spreekt:

(uit de NBV: 2Kor.3:1-18)
1 Beginnen we onszelf weer aan te bevelen? Of hebben we net als sommige anderen aanbevelingsbrieven voor of van u nodig?
2 U bent zelf onze aanbevelingsbrief, in ons hart geschreven, maar voor iedereen te zien en te lezen:
3 u bent zelf een brief van Christus, door ons opgesteld, niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God, niet in stenen platen gegrift maar in het hart van mensen.
4 Dit vertrouwen kunnen wij dankzij Christus tegenover God uitspreken.
5 Niet dat wij vanuit onszelf zo bekwaam zijn dat we dit als ons eigen werk kunnen beschouwen; onze bekwaamheid danken we aan God.
6 Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
7 Wanneer wat de dood bracht en met letters in steen werd gegrift, al met zoveel luister verscheen dat het volk van Israël niet naar Mozes kon kijken door de stralende glans op zijn gezicht–een glans die verdween–,
8 zal dan wat de Geest brengt niet nog groter luister hebben?
9 Wanneer wat tot veroordeling leidt al met luister is bekleed, dan is wat tot vrijspraak leidt dat des te meer.
10 De luister van toen is niets in vergelijking met de overweldigende luister van nu.
11 Wanneer wat verdwijnt al luister bezit, geldt dat des te meer voor wat blijft.
12 Dit is onze hoop, en daarom handelen we in alle openheid
13 en zijn we niet als Mozes, die zijn gezicht met een sluier bedekte, zodat de Israëlieten niet konden zien dat de glans verdween.
14 Hun denken verstarde, en dezelfde sluier ligt tot op de dag van vandaag over het oude verbond wanneer het voorgelezen wordt. Hij wordt alleen in Christus weggenomen.
15 Tot op de dag van vandaag ligt er een sluier over hun hart, telkens als de wet van Mozes wordt voorgelezen.
16 Maar telkens als iemand zich tot de Heer wendt, wordt de sluier weggenomen.
17 Welnu, met de Heer wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid.
18 Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd.

VERTROEBELDE RELATIE

De openingszin van het gedeelte wat we samen gelezen hebben maakt duidelijk dat de relatie tussen de Korinthiërs en Paulus vertroebeld is. “Is de relatie tussen mij en jullie op zo’n dieptepunt gekomen dat aanbeveling door derden nu voor de nodige garantie moeten zorgen?” vraagt Paulus hen.

HOE WAS HET ZOVER GEKOMEN? KAPERS OP DE KUST - VERKEERDE KEELGAT

De vorige brief waarin Paulus de problemen en wantoestanden ernstig aan de kaak stelde, was blijkbaar hard aangekomen en bij sommigen zelfs in het verkeerde keelgat geschoten. Er waren - zoals Geert Soete al duidelijk maakte in zijn inleiding op de eerste lezing - kapers op de kust, valse apostelen, die gretig van de situatie gebruikmaakten om Paulus en zijn bediening in een negatief daglicht te stellen. Mede door hun toedoen waren er vooral twijfels gerezen omtrent de bekwaamheid van Paulus als apostel. Van een toonaangevend denker of leraar werd in die dagen verwacht dat hij niet enkel de goede weg onderwees, maar hij diende evenzeer die goede weg voor te leven.
Paulus is volgens zijn tegenstanders niet bepaald een indrukwekkende verschijning. Overal waar hij ook komt raakt hij in de problemen. Hij komt in de gevangenis terecht en wordt uit de stad gezet, hij wordt soms in elkaar geslagen of zelfs gestenigd, zo is hij zelfs al verschillende malen ternauwernood aan de dood ontsnapt.
Hij leeft in armoede en ontbering en is nogal wispelturig in zijn plannen en beslissingen.
Voor iemand die beweert een apostel te zijn, aangesteld door God, is hij echt helemaal geen groot licht: hij heeft weinig uitstraling weinig charisma een laag “Obama”-gehalte. “En zijn boodschap, het goede nieuws dan: waarom blijft hij maar doordrammen over Jezus’ kruisdood? Het schrikt de mensen gewoon af,” menen zijn tegenstanders. Waarom kan hij niet meer indruk maken op de mensen door inspirerende toespraken en getuigenissen te geven van grootse wonderen? Waarom kan hij het christenzijn niet meer uitstraling geven?

HET EVANGELIE IN GEVAAR

Paulus zoekt zichzelf niet te rechtvaardigen, zijn bekommernis is niet zijn eigen reputatie. Paulus weet echter maar al te goed dat wanneer zijn bekwaamheid en integriteit in twijfel getrokken wordt, ook zijn boodschap ter discussie staat. Dat is Paulus z’n hoofdzorg. Paulus is ervan overtuigd dat de Korinthiërs hem en zijn werk nog onvoldoende begrepen hebben.
Als hij dit door middel van deze brief kan ophelderen worden dan zouden de Korinthiërs beslist een beter begrip krijgen van de boodschap van het kruis van Christus en hoe je als Jezus’ navolgers dient te leven voor het aangezicht van God.

GOEDE WIJN BEHOEFT GEEN KRANS

Jullie zijn mijn geloofsbrief door Christus geschreven door middel van mijn bediening, schrijft Paulus.
Paulus was de geestelijke vader, de stichter van deze geloofsgemeenschap in Korinthe, zij en niemand anders waren het resultaat van zijn prediking en arbeid.

EEN SPRAAKMAKEND GETUIGENIS

De niet te missen verandering die was opgetreden in het leven van deze mensen was geen werk van mensenhanden, maar een onvervalst werk van God. De geloofsgemeenschap in Korinthe was de “geloofsbrief” de zichtbare aanbeveling van Paulus, door de hoogst mogelijke autoriteit geschreven, Namelijk Christus. Deze brief was niet geschreven met inkt maar door de Geest van de levende God.

PAPIER IS GEWILLIG

De radicaal veranderde levensstijl van deze nog jonge christenen, was geen nieuw laagje verf van godsdienstigheid op een oude façade door het strikt naleven van uiterlijke regels. Nee, er had een overweldigende revolutie plaatsgegrepen in het hart van deze Korinthiërs, een revolutie die zich nu zichtbaar uitte in een nieuw leven.
Papier is gewillig maar het hart van een mens niet, mensen kunnen hun eigen hart net zo min veranderen als een zwarte Afrikaan zijn huidskleur kan veranderen of een luipaard zich zou kunnen ontdoen van de vlekken op zijn pels zegt de profeet Jeremia (Jer.13:23)."

donderdag 5 maart 2009

Tekst lezing "Veroordeling & vrijheid" - deel 1

Eerste deel van de tekst van de recente lezing door Jos Vanlede, in de reeks "Leven voor Gods aangezicht": “veroordeling & vrijheid”


Ik geloof dat jullie het met mij wel eens zullen zijn als ik stel dat vrijheid één belangrijk thema is in onze moderne westerse samenleving. Tegenwoordig wordt godsdienst & religie vaak als een bedreiging voor de persoonlijke vrijheid beschouwd. Ook het christendom kan - vanuit het standpunt van de vrijgemaakte moderne mens - geen enkele bijdrage leveren aan de ideale vrijheid, want "het CHRISTENDOM is een autoritair systeem van geboden en verboden met hemelse strafmaatregels".
De verlichte Franse filosoof Diderot was minder vriendelijk in zijn omschrijving:
"De Mens zal nooit vrij zijn totdat de laatste koning word gewurgd met de ingewanden van de laatste priester."
Ik moet zeggen dat Diderot het bij het rechte eind heeft wanneer vrijheid omschreven wordt zoals dat gangbaar is in de hedendaagse westerse cultuur.

“NEGATIEVE” VRIJHEID

“Ik ben waarlijk vrij wanneer ik vrij ben van voorgeschreven regels en beperkingen die mij verhinderen om te doen wat ik wil. Ik ben alleen vrij wanneer ik kan doen wat ik wil zolang het maar niemand schade berokkent”. Ik ben vrij als er mij niets in de weg staat. Net zoals een luchtballon slechts vrij kan zweven wanneer hij ontdaan is van alle ballast. Het wordt omschreven in negatieve bewoording; het is “vrij zijn van iets.”

“WERELDLIJKE” NEGATIEVE VRIJHEID

Als dit ware vrijheid is, dan is vrijheid onmogelijk wanneer God werkelijk bestaat. Als God de mens geschapen heeft met een doel, dan is de mens niet vrij om zijn eigen doel te bepalen, dan moeten wij, mensen, er zien achter te komen wat Zijn wil is. Dan is de mens niet vrij om te doen wat hij wil. Er is geen plaats voor God in een wereld waar het “vrij zijn van iets” als de ideale vrijheid beschouwd wordt.

Veel mensen die de dag van vandaag in contact komen met het evangelie hunkeren wel naar inspiratie en steun, maar zijn niet bereid om hun vrijheid op te geven, en dat is een van de hoofdredenen waarom hier in het westen nog weinig mensen zich aangetrokken weten door de boodschap van het evangelie.

“Ik ben vrij als ik mijn hart kan volgen,doen wat ik wil zolang het maar niemand schade berokkent”

En toch is vrijheid ook in de Bijbel een superbelangrijk thema.
Toen Jezus voor de eerste maal in zijn thuisdorp de reden van zijn missie verduidelijkte, zei Hij: “Ik ben gezonden om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven,” (Lk.4:18)

Jezus' missie bestond erin om vrijheid te brengen. Jezus is voor vrijheid en belooft dat: “wanneer de Zoon u vrij zal maken, zult u werkelijk vrij zijn. (Jh.8:36)

Wat betekent het om door Jezus werkelijk vrij te zijn?
Paulus die een gezant, een apostel van Christus is, maakt duidelijk aan het eind van de passage die we gaan lezen dat de vrijheid van God, het doel van Jezus missie, niet ervaren of gekend kan worden zonder de Geest van God.

vrijdag 6 februari 2009

Verslag lezing "Tucht en troost" - deel 3


Derde en (wellicht) op een na laatste deel van het verslag van de lezing door Geert Soete van 31 januari ll. in Menen. Ik hoor wel graag eens de mening van de lezer/surfer. Houd je dus niet in om eens een reactie te posten over wat je van de lezing vond of vindt.


Tucht is zo belangrijk in een relatie, lezen we ook bij Paulus. Tucht zonder troost is koel, hard. Dan kunnen we weer denken aan die associatie, zoals met een legercommandant of met de toezichter op de kostschool. Dit verbittert of verhardt het hart. Vaders, verbittert uw kidneren niet. Voed hen wel op in de tucht van de Heer. Er moeten wel dingen afgeleerd worden of afgeleerd, maar dit dient te gebeuren uit een relatie van bewogenheid en liefde. Pas dan kan het blijdschap bewerken.

Bijvoorbeeld in 1Kor4 komt het ook naar voor.
Vers 14:
Niet om u beschaamd te maken, mr om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen ... Volg mijn voorbeeld. Niet om u te vernietigen, maakt Paulus duidelijk. Geliefde kinderen! Voel je de positieve kant van tuchtigen? Is terecht-wijzen. Recht helpen. Recht. Niet in een harde geest, maar als geliefde kinderen wil ik jullie recht helpen. Volg mijn voorbeeld. Ik onderwerp mij ook aan het woord van God, en doe of laat dingen na. Ik volg ook Christus na. Een goede opvoeder moet een voorbeeld zijn.
Stel je voor dat je je kinderen zou verbieden te roken, maar zelf elke dag ik weet niet hoeveel rookt. Dit kan niet. Weet: woorden wekken, voorbeelden trekken.
Er is de relatie van een vader in het geloof. Wie zou ik zijn dat ik de gemeente kapot zou maken, want ik ben de vader ervan, heb de gemeente ahw verwekt, maakt Paulus duidelijk.

2Kor6 heeft ook een dergelijke passage, vanaf vers 11
Ons hart staat wijdopen ... Ik spreek als tot mijn kinderen.
Er is veel plaats in mijn hart voor u, ik verlang om jullie weer in die goede relatie met me te hebben. Maar is er bij jullie wel plaats? Of luister je liever naar die schijnapostelen? Neem je het zo makkelijk van hen aan?

1Thess2:6ev (tot vers 12)
Wij hadden ons gezag, als apostelen van Christus, we treden op in zijn naam. We hadden ons zo kunnen laten gelden, maar we gedroegen ons als een moeder.
Proef je het optreden van Paulus? Misschien dat je na het lezen van de Korinthe-brieven denkt dat hij hard was. Maar hier blijkt hij het helemaal niet. Hij was rechtlijnig en correct en heilig en rechtvaardig en onberispelijk, maar hij gedroeg zich ook als een moeder die koestert.
Mijn genegenheid was zo groot, dat ik ook aanmoedigde, hoofd voor hoofd, zoals ook een vader doet.
Hij tuchtigde wel, als het erop aankwam om aan de kaak te stellen. Maar hij mocht dat dan ook doen, als een vader of moeder. In een oprechte eerlijke relatie en voor Gods aangezicht. Zo mocht hij dat ook doen, met liefde als motief.

Onder zware druk, met een beklemd hart, onder vele tranen geschreven. Paulus is heel oprecht als hij dit schrijft.
Mogelijk heeft hij het hier over de 1e korinthe-brief. Ik ben niet blij dat ik het goed kan inpeperen. Ik heb geweend. Dat is tucht: als diegene die tuchtigt evenveel lijdt als de getuchtigde. Het doet niet af aan zijn rechtlijnigheid.

Het doet me denken aan m’n moeder. Toen we klein waren verdienden we eens echt straf. Mn ouders waren boos en we vlogen in de hoek, met de handen op het hoofd. We weenden voor onze straf. En moeder weende stiekem mee.
Ze had ook kunnen zwijgen tegen mijn pa, opdat we niet gestraft zouden worden. Maar dit deed ze niet, gelukkig want we verdienden die straf.

Bent u al eens door iemand vermaand? Of hebt u al vermaand?
En als dat zo is, hebt u dan evenveel verdriet geleden als die persoon?
Ik ben als jong christen ooit nog vermaand geweest. Ik ging nog niet zolang naar de samenkomst, en ik, als babbelaar, sprong ook vaak recht om dingen te zeggen.
Een broeder kwam een keer zeggen dat ik misschien teveel aandacht voor mezelf opeiste, ipv voor de Heer. Voor mij als jong christen kwam dat als een klap over.
Ik zocht meteen 1001 verontschuldigingen. Maar na een tijd drong het tot me door: hij had gelijk.

Het is niet zo plezant om vernederd te worden. Deze man wist dit ook niet. Het was wel zo bij mij. Tuchtiging brengt verdriet. Maar als je erkent dat de persoon gelijk heeft, brengt het wel zegen in je leven voort.

Omgekeerd kan ik het me ook nog voorstellen, dat ik iemand moest vermanen. Gal6:1 ... In een geest van zachtmoedigheid terechthelpen, vermanen. Berispen. Zien op uzelf. Ik moest het 1 keer doen. Iemand was niet goed bezig. Ik had het gemerkt. Ik zat thuis en moest naar hem toe. Ik heb lang gewacht om te gaan, uitgesteld. En eens toen ik uiteindelijk toch te voet onderweg was, trilde ik. Ik was bang en verdrietig. Maar moest wel gaan.
Het was een heel kort gesprek, maar de persoon gaf meteen toe dat het juist was en het is ten goede geweest in zijn leven.
Ik had tal van excuses vooraf. Maar ben nu wel blij dat ik toen geweest ben. Dat ik die aandrang van Gods geest gehoorzaam was.
Ik moet eerlijk toegeven: ik heb me toen waarschijnlijk ook niet zo diep ingeleefd als Paulus dat deed. En ik heb er nog heel veel in te leren. De brokken die ik maakte herinner ik me wellicht wel niet meer. Ik maak nog veel fouten, ook op dit gebied.
Maar we moeten het doen, hebben de plicht om elkaar terecht te helpen. We laten iemand die valt toch niet liggen? Want dat zou zijn als de priester die met een boog langs de overvallene heenloopt, zoals in het verhaal van de barmhartige Samaritaan.

dinsdag 3 februari 2009

Verslag lezing "Tucht en troost" - deel 2


Hier het 2e deel van het verslag van de lezing van voorbije zaterdag (31 januari), "Tucht en troost", door Geert Soete. Ondertussen kun je van de geluidsfiles ook een wav-file van wat betere kwaliteit downloaden - die is weliswaar een stuk zwaarder.


2Kor1:23. Nu lezen we tot 2:4, straks lezen we nog verder.

Eerst geef ik een korte inleiding op de 2e brief aan de Korinthiërs.
Paulus was destijds met gezonde angst naar deze stad getrokken. Korinthe had een slechte reputatie. Er bestond iets als een gezegde: de Korinthiër uithangen. Vandaag gebruiken we daar een ander woord voor. Korinthe was een havenstad en grootstad. Dit soort stad was het: met zondig vertier en geweld enz. Voor Paulus zal het niet makkelijk geweest zijn. Stel dat je in een grootstad van de Heer moet gaan spreken. “Met vreze en beven” zegt Paulus.

Hij is er anderhalf jaar geweest, dan zijn Timotheus en Silas gekomen en kon hij zich fulltime inzetten voor de verspreiding van het evangelie. Toen is hij ook uit de synagoge getrokken, er kwamen veel gelovigen. Heeft er veel geleerd. Daarna naar Efeze, waar hij 2 jaar verbleef. Ondertss hoorde hij dat er een aantal dingen misliepen. Dan moet hij er ooit wschlk voor een korte tijd terug geweest zijn, en het was een bezoek in droefheid. Wat hij moest zeggen was vernederend, omdat dingen niet goed gingen.

Heeft dan ook 1Kor geschreven, ook naar aanleiding van dingen die verkeerd liepen in Korinthe. Er waren partijschappen, verdeeldheid, favoritisme, vleselijke gezindheid, afgunst, wereldse wijsheid, ze zochten hun recht tgo elkaar bij ongelovigen. Er staan waarschuwingen in over rebellie e.d. Het deed meer kwaad dan goed wanneer ze samenkwamen. De geestelijke gaven dienden meer voor spektakel dan voor opbouw. Veel wanorde ipv orde. En er werd door sommigen geleerd: er is geen opstanding v/d doden. Als je een dergelijke brief als die van Paulus krijgt, moet het beschamend geweest zijn.

Naar aanleiding van die zaken heeft Paulus ook zijn reisplannen gewijzigd. Had dubbel bezoek voorgesteld, op doortocht en op terugkomst. Maar heeft z’n plannen moeten wijzigen, door schijnapostelen die probeerden te heersen.
Van die veranderde plannen maakten die mensen gebruik om Paulus in slecht daglicht te stellen. Ik ben niet gekomen om ú te sparen, niet zichzelf, maakt Paulus duidelijk. Want dan zou het mssch weer in droefheid zijn, en dat doet me pijn, en het zal ook jullie weer bedroeven en pijn doen om zo elkaar te zien.
Zoals het voor vader of moeder ook niet fijn is, om kids te straffen. Als je zoon of dochter iets verkeerd doet, dan brengt dat droefheid. Je weet dat het niet goed is voor hen wat ze deden. Het doel is een ander/beter leven.

Zo ook bij Paulus. Ook niet om heerschappij te voeren over hun geloof. Maar nee, zegt Paulus, wij zijn niet heer en meester over uw geloof, want daar heb ik vertrouwen dat u vaststaat in de Heer. We zullen samen voor Gods aangezicht staan wanneer de Heer terugkeert.

Er is maar 1 Heer over ons geloof, 1 opperherder en hoeder van onze zielen schrijft Petrus. De Heer zei het ook: jullie noemen mij Heer en Meester en Ik ben het ook.
In Romeinen: of een dienstknecht staat of valt gaat zijn heer aan.
Het is niet mijn doel te heersen maar wel om een medewerker te zijn aan uw blijdschap. Het is om u te sparen, om te werken aan uw blijdschap.
Blijdschap is de eerste vrucht die in Gal genoemd wordt, na de liefde.
Als ik die brief schreef, is het om aan uw blijdschap mee te werken. Ik weet wel dat het u bedroeft, zegt hij. Het is altijd verdrietig voor kids om bestraft te worden, maar het is om hun blijdschap te bewerken, opdat ze zouden leren zo wandelen dat ze echt blijdschap in hun leven zouden mogen kennen. Dat was het doel vd 1e kor-brief.
Wij heersen niet, maar sparen jullie.

maandag 2 februari 2009

Verslag lezing "Tucht en troost" - deel 1


In het bericht hieronder vind je de geluidsfile terug van de lezing van afgelopen zaterdag.
Maar wat nu in deze post volgt is deel 1 van het verslag van de lezing door Geert Soete van 31 januari.

TUCHT en TROOST (2Kor2:1-17)

Spreker: Geert Soete, vader van 4 kinderen, gelukkig getrouwd, actief als logopedist.

Tucht en troost, vanuit 2 Korinthiërs. Wat heeft tucht met troost te zien? Je verwacht daar geen verband tussen.

Tuchthuis, tuchtschool, ... tucht roept minder positieve zaken bij ons op. Doet denken aan hardheid van legerdivisie, aan kostscholen van vroeger. Telkens strenge tucht van 1 persoon die zijn autoriteit oplegt. Als je niet doet wat die ene persoon beveelt, kwam er strenge tucht.
Hopelijk kan ik dit misverstand over tucht wegnemen.

Misschien leeft er ook wel een verkeerd beeld over troost. Bijvoorbeeld van de collega die schouderklopje geeft en ons ‘courage’ toewenst. Is dat troost? Heb je eigenlijk wel iets aan dat ene woord en het schouderklopje?
Troost en tucht voor het aangezicht van de Heer hebben wschlk meer met elkaar te maken dan wij vermoeden.

Lezen we even in Titus 2:11 Hopelijk hebben we die genade van God allen ervaren. Als wij zijn gemeenschap zoeken, is Hij genadig. Heilbrengend: in Christus heeft God het heil gebracht, ons gered. Maar het houdt daar niet op: de genade van God wil ons ook opvoeden, zodat we leren bepaalde zaken niet meer te doen (verzaken) en andere dingen wel te doen: in deze wereld rechtvaardig te leven.
Maar de genade van God kan ons precies opvoeden. En dat woord opvoeden houdt precies dat begrip van tucht en troost in zich.

Ouders weten dat wel: je leert je kinderen via tucht om bepaalde dingen wel en niet te doen, ook met berisping en bestraffing. We hebben discipline nodig om te leren leven zoals Hij dat wil. Maar ook troost: als het allemaal niet zo vanzelfsprekend gaat en het tegenslaat, dan groei je op, word je opgevoed in een gezond klimaat.

Doet me ook denken aan Hebr 12. Over de tucht. Als kinderen van God moeten we die verwachten, want God beschouwt en behandelt ons als zijn kinderen.
Een van de meest ergerlijke dingen zijn verwende kinderen. Bijv in de supermarkt: ze raken alles aan en roepen en schreeuwen enz. Verwendheid ... Ze ‘bederven’ ze, zeggen we in het W-Vlaams. Het is ‘bederf brengen in het leven van’. Dit is niet wat God van plan is. Als zijn genade verschijnt is het niet zo dat we maar losbollen worden. Dan mogen we in de opvoeding van God tucht verwachten.
Terug in 2 kor, in hfdst 1 vind je die andere tekst. Vanaf vers 3 ...
Ook hier wordt God "Vader" genoemd. Hij die troost in allerlei druk. Hij verwent zijn kinderen niet, maar Hij verwaarloost ze ook niet. Er is tucht én troost.
God ontfermt zich. Je mag weten dat zijn zorg gebaseerd is op liefde, het is oprecht en krachtig.
Als ik die verzen lezen: de God van alle barmhartigheden, de Vader van alle barmhartigheden. Ik moet dan aan mijn fijne ouders denken. Mijn leven durf ik als het ware in hun handen legggen.
Wetende dat ze altijd zouden zoeken voor de beste weg met mij. Zo zijn ze altijd geweest in mijn leven. Ik proefde altijd liefde, of ze nu tucht of troost gaven. Ontferming. Barmhartigheid, zich ontfermen over; dit mogen we weten van God zelf. We mogen ons leven in Zijn handen leggen en hem volgen in gehoorzaamheid en het zal leiden tot heelheid en kracht in ons leven.

zondag 4 januari 2009

Bijbellezingen Menen 2009



Iedereen is van harte welkom op de bijbellezingen in Menen. Ze vinden plaats in CC De Steiger. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave van de uitnodiging.