Posts tonen met het label Haggai. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Haggai. Alle posts tonen
zaterdag 28 oktober 2017
Beluister Maarten Hertoghs over het bijbelboek Haggaï (update: met ppt)
Op vrijdag 27 oktober gaf Maarten Hertoghs in CC De Steiger in Menen de eerste lezing in deel 2 van de lezingenreeks '5 kleine profeten in vogelvlucht'. Maarten behandelde daarbij het boek Haggaï.
> Beluister de mp3 van de lezing van Maarten Hertoghs over Haggaï
zondag 13 december 2015
Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de HERE der heerscharen (Hag. 2)

2 Kronieken 14-15; Openbaring 4; Haggai 2; Johannes 3
Zoals we in de overdenking van gisteren zagen, speelt Haggai 1 zich af in augustus van 520 v.C. Haggai 2 wordt in hetzelfde jaar gedateerd, maar wordt opgedeeld in twee delen. De eerste Godsspraak komt tot Haggai in oktober (2:1-9); de tweede in december (2:10-23). De eerste is afgemeten bemoediging voor het overblijfsel dat de taak aanvat van de herbouw van de tempel; de tweede belooft zegen (2:10-19) en een ultieme ‘Zerubbabel’ (2:20-23).
Het eerste deel belooft dat de nieuwe tempel, ‘dit huis’, gevuld zal zijn met meer heerlijkheid dan de eerste. Als deze ‘heerlijkheid’ wordt afgemeten in termen van rijkdom of politieke invloed, dan vond dit simpelweg niet plaats voor de verwoesting van de tempel in 70 A.D.
Maar als in de plaats daarvan de heerlijkheid van ‘dit huis’ verbonden is met de komst van de Messias die zijn structuren versierde en die zelf de ultieme ‘tempel’ was waarnaar die verwees, is de aanspraak niet buitensporig.
De uitdrukking ‘the desired of all nations’ (2:7) [deze uitdrukking wordt in de NBG-vertaling teruggevonden in 2:8 als ‘de kostbaarheden van alle volken’ en wordt bijvoorbeeld in de NBV vertaald als ‘alle volken … hun schatten’. De Nederlandse vertaling die het dichtst bij het Engels aanleunt is hier HSV: ‘het verlangen van alle heidenvolken’. In het Engels luidt het in KJV bijvoorbeeld ‘And I will shake all nations, and the desire of all nations shall come: and I will fill this house with glory, saith the LORD of hosts’, JL], in het enkelvoud genomen, werd vaak uitgelegd als verwijzend naar de Messias. Het Hebreeuws is echter meervoud (‘the desired things’, d.w.z. ‘de schatten’ [zie dus NBV, of vers 8 van de NBG: ‘de kostbaarheden van alle volken’, JL]), wat een tijd suggereert waarin alle volkeren eer zullen bewijzen aan de God van Israël. Uiteindelijk, zoals vers 8 ons herinnert, zijn alle zilver en goud toch van God.
De woorden ‘let op wat er gebeuren gaat’ duiken nu opnieuw op (2:15, 18 NBV; NBG vermeldt ‘bedenkt toch’ in vers 16 en 19), en ze herinneren de lezer aan hoe Haggai deze uitdrukking al heeft gebruikt in hoofdstuk 1 om Israël op te roepen na te denken over de twee decennia die sinds hun terugkeer zijn verlopen. Gods zegen over hen werd ingehouden en bijna armtierig. ‘Van deze dag aan’ (2:20) zal God het volk echter zegenen.
Maar de grootste zegening moet nog komen. God voorspelt dat Hij in de vage toekomst, het profetische ‘te dien dage’ (2:24), koningen en koninkrijken zal omverwerpen en Zerubbabel als zijn ‘zegelring’ zal maken (2:24). Waarom? ‘Want u heb Ik uitverkoren’, zo verklaart de almachtige Heer.
Dit kan niet een eenvoudige verwijzing zijn naar de historische Zerubbabel. Teveel indicaties wijzen verder dan hem. God verwijst naar ‘die dag’. Zerubbabel is niet alleen de landvoogd (2:22), maar ook ‘mijn knecht’ (2:24) – een titel die gebruikt wordt voor David (Ez. 34:23; 37:24), zowel als voor de ‘lijdende knecht’ van Jesaja. ‘Knecht’ en ‘uitverkoren’ worden gezamenlijk gebruikt in Jes. 41:8, 42:1; 44:1.
David, Juda en de berg Sion zijn op vergelijkbare manier ‘uitverkoren’ (Ps. 78:68-70). Herinner je ook (de overdenking van gisteren), dat Zerubbabels grootvader koning Jojakin was, zodat Zerubbabel in de Davidische lijn ligt, de Messiaanse lijn.
Zo zet Zerubbabel een patroon in (zijn naam verschijnt nog altijd met eer in hedendaagse Joodse liturgieën voor Chanoeka), onderdeel van een groter Davidisch patroon, dat heenwijst naar de ultieme Zerubbabel, de ultieme David – koning Jezus.
Eigen vertaling van de overdenking bij 13 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
zaterdag 12 december 2015
De tijd is nog niet gekomen, de tijd, dat des HEREN huis herbouwd worde (Hag. 1)

2 Kronieken 13; Openbaring 3; Haggai 1; Johannes 2
De profeet Haggai is een van de diverse ‘post-ballingschap profeten’, d.w.z. profeten die het verbondsvolk van God aanspraken dat terugkeerde naar het beloofde land na de ballingschap.
Haggai 1 kan worden gedateerd rond augustus 520 v.C., bijna twintig jaar nadat de eerste groepen Joden naar huis terugkeerden. Alhoewel initieel gericht tot Zerubbabel en Jozua (1:1), is het bijna onmiddellijk duidelijk dat de boodschap voor iedereen is bedoeld (1:3-4), voor ‘al het overblijfsel des volks’ (1:14).
Zerubbabel was een kleinzoon van koning Jojachin, die in ballingschap werd gevoerd in 597. Hij was dus blijkbaar de erfgenaam voor de troon van David.
Zerubbabel was de zoon van Pedaja, Jojachins derde zoon (1 Kron. 3:19); blijkbaar was de eerste zoon, Sealtiël, kinderloos. Misschien adopteerde Sealtiël zijn oudste neef, die daarna zijn naam zou krijgen (zoals in 1:1).
In elk geval was Zerubbabel ‘landvoogd van Juda’ (of: gouverneur, NBV). Dit zou hem heel weinig vrijheid laten, aangezien de relatie van zijn gezag tegenover dat van de gouverneur van Samaria, het provinciale centrum, en de grenzen van hun respectievelijke territoria, slecht waren gedefinieerd.
Jozua was zoon van Josadak de priester, die werd gevangen genomen in 587 (1 Kron. 6:15). Hij was verantwoordelijk voor de religieuze zaken van de gemeenschap.
De last van dit eerste hoofdstuk, uiteengezet in de uitdaging van de boodschap van de profeet (1:1-11) en het antwoord van Zerubbabel en het volk (1:12-15), is dat ze veel te veel vertraging hebben in het bouwen van de nieuwe tempel. Ze hebben genoeg tijd en energie gehad om hun eigen weldoortimmerde huizen te bouwen (1:4), maar niet genoeg om verder te werken aan de tempel.
Dit is de reden, zegt God, waarom de voorgaande twintig jaren zo hard waren als nu het geval was. Hij weigert grote zegeningen op hen te laten neerdalen wanneer ze zo kortzichtig waren met betrekking tot hetgeen echt centraal had moeten staan in hun onderneming: de vreugdevolle en toegewijde aanbidding van de almachtige God.
‘Bedenkt wat u wedervaren is’, zo herhaalt de profeet (1:5,7), en ze zullen hun beoordeling van het recente verleden volkomen realistisch vinden. ‘Gij hebt op veel gerekend, maar zie, het liep op weinig uit, en toen gij het binnengehaald hadt, blies Ik erin. Waarom dat? (…) Om mijn huis, dat verwoest ligt, terwijl gij draaft, ieder voor zijn eigen huis’ (1:9).
De fundamentele kwestie is er geen van gebouwen, maar van prioriteiten. Onze generatie staat voor dezelfde uitdaging, net als elke andere generatie. Waarom zouden we moeite doen om God te vragen ons te zegenen, tenzij onze prioriteiten nauwgezet op één lijn werden gebracht met de zijne? Dit zal gevolgen hebben voor onze wandel en ons spreken, onze pocketboeken en onze verbeeldingen, onze roeping en ons pensioen (VUT), waar we leven en wat we doen en hoe.
Eigen vertaling van de overdenking bij 12 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
vrijdag 13 december 2013
Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de HERE der heerscharen (Hag. 2)

2 Kronieken 14-15; Openbaring 4; Haggai 2; Johannes 3
Zoals we in de overdenking van gisteren zagen, speelt Haggai 1 zich af in augustus van 520 v.C. Haggai 2 wordt in hetzelfde jaar gedateerd, maar wordt opgedeeld in twee delen. De eerste Godsspraak komt tot Haggai in oktober (2:1-9); de tweede in december (2:10-23). De eerste is afgemeten bemoediging voor het overblijfsel dat de taak aanvat van de herbouw van de tempel; de tweede belooft zegen (2:10-19) en een ultieme ‘Zerubbabel’ (2:20-23).
Het eerste deel belooft dat de nieuwe tempel, ‘dit huis’, gevuld zal zijn met meer heerlijkheid dan de eerste. Als deze ‘heerlijkheid’ wordt afgemeten in termen van rijkdom of politieke invloed, dan vond dit simpelweg niet plaats voor de verwoesting van de tempel in 70 A.D.
Maar als in de plaats daarvan de heerlijkheid van ‘dit huis’ verbonden is met de komst van de Messias die zijn structuren versierde en die zelf de ultieme ‘tempel’ was waarnaar die verwees, is de aanspraak niet buitensporig.
De uitdrukking ‘the desired of all nations’ (2:7) [deze uitdrukking wordt in de NBG-vertaling teruggevonden in 2:8 als ‘de kostbaarheden van alle volken’ en wordt bijvoorbeeld in de NBV vertaald als ‘alle volken … hun schatten’. De Nederlandse vertaling die het dichtst bij het Engels aanleunt is hier HSV: ‘het verlangen van alle heidenvolken’. In het Engels luidt het in KJV bijvoorbeeld ‘And I will shake all nations, and the desire of all nations shall come: and I will fill this house with glory, saith the LORD of hosts’, JL], in het enkelvoud genomen, werd vaak uitgelegd als verwijzend naar de Messias. Het Hebreeuws is echter meervoud (‘the desired things’, d.w.z. ‘de schatten’ [zie dus NBV, of vers 8 van de NBG: ‘de kostbaarheden van alle volken’, JL]), wat een tijd suggereert waarin alle volkeren eer zullen bewijzen aan de God van Israël. Uiteindelijk, zoals vers 8 ons herinnert, zijn alle zilver en goud toch van God.
De woorden ‘let op wat er gebeuren gaat’ duiken nu opnieuw op (2:15, 18 NBV; NBG vermeldt ‘bedenkt toch’ in vers 16 en 19), en ze herinneren de lezer aan hoe Haggai deze uitdrukking al heeft gebruikt in hoofdstuk 1 om Israël op te roepen na te denken over de twee decennia die sinds hun terugkeer zijn verlopen. Gods zegen over hen werd ingehouden en bijna armtierig. ‘Van deze dag aan’ (2:20) zal God het volk echter zegenen.
Maar de grootste zegening moet nog komen. God voorspelt dat Hij in de vage toekomst, het profetische ‘te dien dage’ (2:24), koningen en koninkrijken zal omverwerpen en Zerubbabel als zijn ‘zegelring’ zal maken (2:24). Waarom? ‘Want u heb Ik uitverkoren’, zo verklaart de almachtige Heer.
Dit kan niet een eenvoudige verwijzing zijn naar de historische Zerubbabel. Teveel indicaties wijzen verder dan hem. God verwijst naar ‘die dag’. Zerubbabel is niet alleen de landvoogd (2:22), maar ook ‘mijn knecht’ (2:24) – een titel die gebruikt wordt voor David (Ez. 34:23; 37:24), zowel als voor de ‘lijdende knecht’ van Jesaja. ‘Knecht’ en ‘uitverkoren’ worden gezamenlijk gebruikt in Jes. 41:8, 42:1; 44:1.
David, Juda en de berg Sion zijn op vergelijkbare manier ‘uitverkoren’ (Ps. 78:68-70). Herinner je ook (de overdenking van gisteren), dat Zerubbabels grootvader koning Jojakin was, zodat Zerubbabel in de Davidische lijn ligt, de Messiaanse lijn.
Zo zet Zerubbabel een patroon in (zijn naam verschijnt nog altijd met eer in hedendaagse Joodse liturgieën voor Chanoeka), onderdeel van een groter Davidisch patroon, dat heenwijst naar de ultieme Zerubbabel, de ultieme David – koning Jezus.
Eigen vertaling van de overdenking bij 13 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
donderdag 12 december 2013
De tijd is nog niet gekomen, de tijd, dat des HEREN huis herbouwd worde (Hag. 1)

2 Kronieken 13; Openbaring 3; Haggai 1; Johannes 2De profeet Haggai is een van de diverse ‘post-ballingschap profeten’, d.w.z. profeten die het verbondsvolk van God aanspraken dat terugkeerde naar het beloofde land na de ballingschap.
Haggai 1 kan worden gedateerd rond augustus 520 v.C., bijna twintig jaar nadat de eerste groepen Joden naar huis terugkeerden. Alhoewel initieel gericht tot Zerubbabel en Jozua (1:1), is het bijna onmiddellijk duidelijk dat de boodschap voor iedereen is bedoeld (1:3-4), voor ‘al het overblijfsel des volks’ (1:14).
Zerubbabel was een kleinzoon van koning Jojachin, die in ballingschap werd gevoerd in 597. Hij was dus blijkbaar de erfgenaam voor de troon van David. Zerubbabel was de zoon van Pedaja, Jojachins derde zoon (1 Kron. 3:19); blijkbaar was de eerste zoon, Sealtiël, kinderloos. Misschien adopteerde Sealtiël zijn oudste neef, die daarna zijn naam zou krijgen (zoals in 1:1).
In elk geval was Zerubbabel ‘landvoogd van Juda’ (of: gouverneur, NBV). Dit zou hem heel weinig vrijheid laten, aangezien de relatie van zijn gezag tegenover dat van de gouverneur van Samaria, het provinciale centrum, en de grenzen van hun respectievelijke territoria, slecht waren gedefinieerd.
Jozua was zoon van Josadak de priester, die werd gevangen genomen in 587 (1 Kron. 6:15). Hij was verantwoordelijk voor de religieuze zaken van de gemeenschap.
De last van dit eerste hoofdstuk, uiteengezet in de uitdaging van de boodschap van de profeet (1:1-11) en het antwoord van Zerubbabel en het volk (1:12-15), is dat ze veel te veel vertraging hebben in het bouwen van de nieuwe tempel. Ze hebben genoeg tijd en energie gehad om hun eigen weldoortimmerde huizen te bouwen (1:4), maar niet genoeg om verder te werken aan de tempel.
Dit is de reden, zegt God, waarom de voorgaande twintig jaren zo hard waren als nu het geval was. Hij weigert grote zegeningen op hen te laten neerdalen wanneer ze zo kortzichtig waren met betrekking tot hetgeen echt centraal had moeten staan in hun onderneming: de vreugdevolle en toegewijde aanbidding van de almachtige God.
‘Bedenkt wat u wedervaren is’, zo herhaalt de profeet (1:5,7), en ze zullen hun beoordeling van het recente verleden volkomen realistisch vinden. ‘Gij hebt op veel gerekend, maar zie, het liep op weinig uit, en toen gij het binnengehaald hadt, blies Ik erin. Waarom dat? (…) Om mijn huis, dat verwoest ligt, terwijl gij draaft, ieder voor zijn eigen huis’ (1:9).
De fundamentele kwestie is er geen van gebouwen, maar van prioriteiten. Onze generatie staat voor dezelfde uitdaging, net als elke andere generatie. Waarom zouden we moeite doen om God te vragen ons te zegenen, tenzij onze prioriteiten nauwgezet op één lijn werden gebracht met de zijne? Dit zal gevolgen hebben voor onze wandel en ons spreken, onze pocketboeken en onze verbeeldingen, onze roeping en ons pensioen (VUT), waar we leven en wat we doen en hoe.
Eigen vertaling van de overdenking bij 12 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
Abonneren op:
Posts (Atom)