Posts tonen met het label sterven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sterven. Alle posts tonen

vrijdag 20 juni 2014

Met pijn ziet de HEER de dood van zijn getrouwen (Ps. 116)


Deuteronomium 25; Psalm 116; Jesaja 52; Openbaring 22

Soms dwingen vertaalproblemen de Bijbelvertalers om voetnoten toe te voegen die alternatieve mogelijkheden bieden. Soms wordt geen alternatief meegegeven en gaat iets belangrijks verloren. Een voorbeeld van elk vind je in Psalm 116, en ze verdienen allebei onze aandachtige overdenking.

(1) De HSV vermeldt Ik heb geloofd, daarom spreek ik. Ik ben zeer verdrukt geweest. Ik zei, in mijn haast: Alle mensen zijn leugenaars’ (116:10-11, cursief toegevoegd). De NBG-vertaling geeft de eerste zin als volgt weer: ‘Ik heb geloofd, zelfs toen ik sprak: Ik ben zeer verdrukt …’. De tweede is perfect mogelijk vanuit het Hebreeuws en de meeste moderne vertalingen hebben die ook gevolgd. Paulus citeert uit de oude Griekse vertaling van het Hebreeuws, meestal de Septuaginta genoemd (of LXX), die de betekenis vasthoudt die je vindt in de HSV voor Psalm 116:10-11 (Zie 2 Kor. 4:13).

Maar in dit geval staat er verrassend weinig op het spel. Misschien dat de weergave van de HSV net ietsjes sterker is: de reden dat de psalmist zegt dat hij zeer verdrukt was, was dat hij geloofde (‘ik heb geloofd, daarom spreek ik’).

Met andere woorden: het was niets anders dan zijn geloof in God – en de volledige relatie met God die zulk geloof veronderstelt – die hem in staat stelde te zien dat wanneer hij met vreselijk lijden te maken kreeg, dit niets anders was dan de verdrukking die hem van Godswege was toegemeten.

Maar nog belangrijker, zowel de NBG als de HSV tonen ons een punt dat vaak wordt geïllustreerd in de Psalmen, en meer in het bijzonder nog in Job: wanneer iemand zich ‘zeer verdrukt’ voelt (116:10) of volledig gedesillusioneerd is (116:11), en dit ook zegt, dan volgt daaruit niet dat hij of zij het geloof vaarwel heeft gezegd. Eerder zijn de onbewaakte uitingen van pijn, die tot God worden opgezonden, een bewijs van zowel leven als geloof.

(2) Het ‘Kostbaar is in de ogen des HEREN de dood van zijn gunstgenoten’ (116:15) uit de NBG wordt vaak aangehaald op begrafenissen, en ongetwijfeld drukt het een belangrijke waarheid uit. Maar er zijn goede redenen om te denken dat het woord dat als ‘kostbaar’ wordt vertaald, zou moeten worden weergegeven als ‘met pijn’ of iets van die strekking: zie ook de NBV-vertaling die zegt ‘Met pijn ziet de HEER de dood van zijn getrouwen’. De redding van de psalmist van de banden van de dood (116:3-8) maken die vertaling meer waarschijnlijk. Zeker Jezus erkent hoe pijnlijk de dood van een mens is (Matt. 10:29-31).

Als dit het geval is, is het van vitaal belang om te zien dat hoewel God in zijn soevereiniteit regeert over alles, zelfs elke dood, dat deze regering van Hem niet een soort koud stukje rekenwerk is. Hij weet beter dan wij hoe verschrikkelijk lelijk en abnormaal de dood is, hoe hij onweerlegbaar verbonden is met onze rebellie en de vloek die we over ons haalden.

Het is een enorme troost te weten dat de dood van de getrouwen Jahweh diep raakt. En zelfs nog wonderbaarlijker is de prijs die Hij wilde betalen om de dood te vervangen door de opstanding.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 27 februari 2014

Als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen (Lk. 13)


Exodus 10; Lukas 13; Job 28; 1 Korinthiërs 14
Pilatus was een zwak en slecht mens. Het verslag in Lukas 13:1-5 is dus volkomen geloofwaardig. De details mogen onduidelijk zijn, het algemene beeld is duidelijk genoeg. Sommige Galileeërs hadden offers gebracht: als ze Joden waren, dan moeten ze dit gedaan hebben in de tempel van Jeruzalem.

Misschien waren ze betrokken bij een vleugel van de nationalistische Zelotenbeweging of werden ze als dusdanig beschouwd, en Pilatus zag hen als een bedreiging. Hij liet hen ombrengen en hun bloed vermengen met het bloed van de offerdieren die ze zelf hadden gebracht. Als het mengen van het bloed letterlijk moet worden genomen, dan betekent dit dat Pilatus hen liet afslachten in de tempel – heiligschennis vermengd met een bloedbad.

Wanneer dit voorval aan Jezus wordt voorgelegd om zijn commentaar te horen, slaat hij een richting in die zijn gesprekspartners moet hebben verbaasd. Misschien verwachtten sommigen dat Hij Pilatus zou veroordelen; misschien wilden anderen dat Hij commentaar zou leveren op de Zelotenbeweging; enkelen hoopten mogelijk dat Hij wat spottende aanklachten zou uiten over deze rebellen die hun verdiende loon kregen.

Jezus slaat geen van deze paden in. ‘Meent gij, dat deze Galileeërs groter zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat zij dit lot hebben ondergaan? Neen, zeg Ik u, maar als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen’ (13:2-3).

Het punt dat Hij maakte kon makkelijk verloren gaan in de politieke gevoeligheden van deze tragedie, dus verwijst Jezus meteen naar een andere ramp, deze keer zonder Galileeërs, Pilatus, de tempel, offerandes en vermengd bloed. Achttien mensen stierven toen een toren instortte. Jezus stelt dat zij niet schuldiger waren dan gelijk wie in Jeruzalem. Eerder moet dezelfde les worden geleerd: ‘als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen’ (13:5).

Jezus’ verrassende analyse is slechts zinvol als drie dingen waar zijn:

(a) Elk van ons verdient het om om te komen. Als we gespaard blijven, dan is dit een genadebewijs. Wat ons wel zou moeten verwonderen is dat zo velen van ons zo lang gespaard blijven.

(b) De dood overkomt ons allen. Onze wereld betoogt vaak dat de ergste ramp die je kan treffen is als je jong sterft. Maar dit is niet zo. De echte ramp is dat we allemaal onder die doodstraf vallen, en we allemaal sterven. De leeftijd waarop we sterven is alleen relatief beter of slechter.

(c) De dood heeft het laatste woord over ons allen – tenzij we ons bekeren, en dat is het enige dat ons over de dood heen tot het leven leidt van het aangebroken koninkrijk.

Heb je gehoord van de miljoenen die afgeslacht zijn onder Pol Pot? Heb je gehoord van de wreedaardige slachtpartij in zuidelijk Soedan? Heb je de massagraven in Bosnië gezien? Of de beelden van het moeras in Florida waar Valujet Vlucht 592 neerstortte? Ik vertel u de waarheid: als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 5 januari 2014

Er valt niet aan te ontkomen: toen stierf hij … (Gen. 5)

Genesis 5, Matteüs 5, Ezra 5, Handelingen 5

Steeds opnieuw klinkt in het vijfde hoofdstuk van Genesis hetzelfde refrein: ‘daarna stierf hij’. Die-en-die leefde zoveel jaren, daarna stierf hij … daarna stierf hij … daarna stierf hij … Waarom die herhaling?

Vanaf het begin was het Gods bedoeling dat de gemeenschap tussen Hemzelf en zijn beelddragers eeuwig zou zijn: Adam en Eva zouden eeuwig leven ervaren met God. Hun opstand maakte een einde aan die weg (Gen. 3:21-22).

Al kwam de dood niet meteen over hen (Adam werd 930 jaar volgens Gen. 5:5), toch was die dood onvermijdelijk. Het hoofdstuk dat aan deze dodenlijst voorafgaat, brengt het verslag van de eerste moord - Alweer een dood.

En de drie volgende hoofdstukken (Gen. 6-8) tekenen de zondvloed op, waarin de mensheid sterft, op slechts Noach en zijn gezin na. Of het nu door moord of door direct Goddelijk oordeel of door ouderdom is, het resultaat is altijd hetzelfde: ‘en daarna stierf hij’. Zoals de bittere uitdrukking het vandaag poneert: ‘Life is hard, and then you die’ [Het leven is hard, en dan volgt de dood, JL].

Door Gods rechtvaardige oordeel legt de dood in feite beslag op de mensheid. De leeftijden in Genesis 5 zijn buitengewoon. Ze blijven echter niet: meer jaren betekent meer kwaad. Al in Genesis 6:3 bepaalt God dat de leeftijd van zijn opstandige beelddragers korter wordt. Deze beslissing wordt gradueel maar toch resoluut ingevoerd, zodat tegen Genesis 11 de vermelde leeftijden aanmerkelijk zijn verkort. In latere verslagen leven er nog maar weinigen langer dan 120 jaar. Maar wat ook hun leeftijd, het uiteindelijke resultaat is hetzelfde: ‘daarna stierf hij’.

Het hedendaags westers denken vindt de dood zo beangstigend dat het in beleefde conversaties het laatste taboe vormt. Vandaag kun je makkelijk praten over seks en financiën en men fronst niet eens de wenkbrauwen. Maar breng de dood ter sprake, en de meeste mensen voelen zich op zijn minst ongemakkelijk.

Zelfs veel christenen denken over hun geloof bijna uitsluitend in termen van wat het nu voor hen doet, eerder dan in termen van hen voor te bereiden op de eeuwigheid en zo te zorgen voor een transformatie in hoe ze nu leven.

God wil niet dat we onze ogen sluiten voor de gevolgen van de zonde, voor de onvermijdelijkheid van de dood. Maar toch bevat dit hoofdstuk een schitterende uitzondering: ‘En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.’ (Gen. 5:24).

Het is bijna alsof God toont dat de dood ontologisch [volgens de zijnsleer, JL] niet noodzakelijk is, dat zij die met God wandelen op een dag aan de dood zullen ontkomen. Dat er zelfs voor hen die sterven nog hoop is – in Gods genade – op een leven na onze onvermijdelijke dood. Maar het is verbonden met onze wandel met God. Er zal de rest van de Bijbel voor nodig zijn om verder te uit te werken wat dit betekent.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 25 mei 2013

Vertrouwt op de HERE voor immer, want de HERE HERE is een eeuwige rots (Jes. 26)


Numeri 34; Psalm 78:40-72; Jesaja 26; 1 Johannes 4
In zijn loflied bejubelt Jesaja de aanstaande triomf van de Heer en toont hij wat het betekent te wachten tot Hij handelt (Jesaja 26). De openingsverzen bieden anticiperende lof (26:1-6), geofferd aan de God die het ultieme Jeruzalem tot de veste van veiligheid maakt (26:2) en de zin in vrede bewaart van iedereen binnen haar muren – iedereen die vertrouwt op de levende God (26:3-4).

Het grootste deel van het hoofdstuk is gewijd aan overdenkingen van wat het betekent te wachten op de ultieme triomf (26:7-21). ‘Ook in de weg uwer gerichten hebben wij U verwacht, o HERE’, schrijft Jesaja, ‘naar uw naam en naar uw gedachtenis ging ons zielsverlangen uit’ (26:8).

Maar terwijl de rechtvaardigen verlangen naar de levende God (26:9a), is de schokkende werkelijkheid dat de mensen die Hem niet kennen nooit iets leren van de genade die God hen betoont (26:9b-10). En zo roept het volk van God naar God opdat Hij zou komen en zijn gerechtigheid zou opleggen (26:11) – nadrukkelijk zoals in Openbaring 6:10.

Ondertussen leeft het getrouwe overblijfsel met ambiguïteit en teleurstelling (26:12-18). Afgoderij tiert welig in het land waarin de levende God vrede beschikte (26:12-13). Het overblijfsel blijft trouw terwijl de maatschappij wel bezwijkt (26:13).

Wat in de daaropvolgende verzen beschreven wordt is bijna het cyclische patroon van Israëls geschiedenis. God beantwoordt de ontrouw met oordeel. Na verloop van tijd keert Hij terug met genade, vergroot Hij de natie, en breidt Hij zijn eigen heerlijkheid uit.

En toch, na al die feiten, wat is het resultaat? De natie is als een vrouw die ineenkrimpt onder de pijnen van een geboorte – en wanneer ze uiteindelijk baart, is het enige wat ze voortbracht wind (26:18). ‘Wij brachten het land geen verlossing aan en wereldbewoners werden niet geboren’ (26:18).

Waar is de grote hoop die verbonden is met Israëls identiteit, met de belofte aan de aartsvaders dat in het zaad van Israël alle geslachten van de aarde gezegend zouden worden (Gen. 12)?

Maar het hoofdstuk eindigt met hoop. Er is zelfs hoop voor hen die gestorven zijn gedurende de lastige cycli van frustratie, falen, futiliteit en oordeel: ze wachtten of stierven niet nodeloos, want ze zullen uit de doden opstaan en delen in de vreugde van de overwinning (26:19) – een belofte van leven waar je al een glimp van opvangt in 25:8, die getoond wordt in de opstanding van Jezus, en uiteindelijk vervuld wordt op het einde (1 Kor. 15; 1 Thess. 4:13-18).

Ondertussen moeten zij die nog steeds in leven zijn geduldig wachten tot de gramschap van God voorbijkomt (26:20-21). Duidelijker dan Jesaja weten wij dat ‘de lichte last der verdrukking van een ogenblik (…) voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid’ bewerkt (2 Kor. 4:17-18; vgl. Rom. 8:18).


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 mei uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 7 november 2012

Soms kun je maar beter jong sterven (2 Kon. 20)



2 Koningen 20, Hebreeën 2, Hosea 13, Psalmen 137-138
2 Koningen 20 is een van de droeviger hoofdstukken van de Schrift. Het toont ons het beeld van een man die trouw was in het verleden, maar nu wegkwijnt in het genot van de zelfzucht.

Koning Hizkia regeerde over Juda, het zuidelijke koninkrijk, in de dagen dat het noordelijke koninkrijk van Israël tanende was. Eens de Assyriërs Israël verslagen hadden en zijn leidinggevende burgers meegevoerd waren, bleef er alleen een versplinterd wrakstuk van een land achter, en was er heel wat reden voor ontmoediging in het zuiden. Maar op waarlijk heldhaftige manier weerstaat Hizkia, deels geleid door de profeet Jesaja, de kapseizende belegering door koning Sanherib van Assur, gewoon omdat hij vertrouwde op de genade van de Here God.

Een door God gezonden plaag trok doorheen het Assyrische kamp en doodde bijna tweehonderdduizend mensen. Jeruzalem en Juda worden gespaard (2 Koningen 18-19; Jes. 36-37). Bovendien werd Hizkia’s toewijding aan God in de vroege jaren van zijn regering niet gekenmerkt door het typische compromis, dat een bepaalde vorm van trouw aan Jahweh inhield terwijl er niet geraakt werd aan de offerhoogten en andere plaatsen van heidense aanbidding.

Verre van: hij ruimde zaken op, en kreeg als beoordeling ‘Hij deed wat recht is in de ogen des HEREN, geheel zoals zijn vader David gedaan had’ (18:3-4). Hij erkende zelfs dat de koperen slang die Mozes had gemaakt (Num. 21:4-9) nu een bijgelovige valstrik was, en vernietigde ze.

Toen werd hij ziek en weende bitter. Op een of andere manier bevond hij zich in een positie waarin hij vond dat zijn rechtvaardige daden betekenden dat God hem een lang en voorspoedig leven verschuldigd was (20:2-3). In zijn genade schonk God hem nog vijftien jaren langer, en gaf hem een wonderteken om de belofte te bevestigen (20:1-11).

Gedurende die periode van vijftien jaren echter, faalde Hizkia voor een belangrijke test: toen een gezantschap uit Babylon kwam, speelde Hizkia de rol van trotse potentaat, in plaats van het aangezicht des Heren te zoeken en nederig te wandelen, en hij pochte met de toenemende rijkdom van het koninkrijk.

Alles werd zorgvuldig genoteerd in de boeken van Babylon, als voorbereiding voor de dag, meer dan een eeuw later, wanneer Babylon de supermacht wordt die Jeruzalem vernietigt en zijn bevolking in ballingschap stuurt (20:12-18).

Maar dit is niet Hizkia’s meest ernstige misstap. Wanneer de profeet Jesaja hem vertelt wat er zal gebeuren, bekeert de koning zich niet van zijn hoogmoed en zoekt hij geen vergeving of gaat hij niet pleiten bij God. Het dreigende oordeel is gepland voor de toekomst: Hizkia weigert enige diepgaande verantwoordelijkheid te aanvaarden.

Vroom becommentarieert hij ‘Het woord des HEREN, dat gij gesproken hebt, is goed’ – terwijl de schrijver de commentaar toevoegt: ‘Ook dacht hij: Het zal immers gedurende mijn leven bestendig vrede zijn’ (20:19). Hizkia is een morele en strategische pygmee geworden.

Je kunt beter jong sterven na oprechte, godvruchtige verwezenlijkingen, dan oud en verbitterd terwijl je je eigen erfenis vergiftigt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 20 juni 2012

'Met pijn ziet de HEER de dood van zijn getrouwen' (Ps. 116)


Deuteronomium 25, Psalm 116, Jesaja 52, Openbaring 22


Soms dwingen vertaalproblemen de Bijbelvertalers om voetnoten toe te voegen die alternatieve mogelijkheden bieden. Soms wordt geen alternatief meegegeven en gaat iets belangrijks verloren. Een voorbeeld van elk vind je in Psalm 116, en ze verdienen allebei dat we ze goed overdenken.

(1) De HSV vermeldt: 'Ik heb geloofd, daarom spreek ik. Ik ben zeer verdrukt geweest. Ik zei, in mijn haast: Alle mensen zijn leugenaars’ (116:10-11, cursief toegevoegd). De NBG-vertaling geeft de eerste zin als volgt weer: ‘Ik heb geloofd, zelfs toen ik sprak: Ik ben zeer verdrukt …’. De tweede is perfect mogelijk vanuit het Hebreeuws en de meeste moderne vertalingen hebben die ook gevolgd. Paulus citeert uit de oude Griekse vertaling van het Hebreeuws, meestal de Septuaginta genoemd (of LXX), die de betekenis vasthoudt die je vindt in de HSV voor Psalm 116:10-11 (Zie 2Kor. 4:13).

Maar in dit geval staat er verrassend weinig op het spel. Misschien dat de weergave van de HSV net ietsjes sterker is: de reden dat de psalmist zegt dat hij zeer verdrukt was, was dat hij geloofde (‘ik heb geloofd, daarom spreek ik’). Met andere woorden: het was niets anders dan zijn geloof in God – en de volledige relatie met God die zulk geloof veronderstelt – die hem in staat stelde te zien dat wanneer hij met vreselijk lijden te maken kreeg, dit niets anders was dan de verdrukking die hem van Godswege was toegemeten. Maar wat belangrijker is, zowel de NBG als de HSV leren ons een les die vaak wordt geïllustreerd in de Psalmen, en meer in het bijzonder nog in Job: wanneer iemand zich ‘zeer verdrukt’ voelt (116:10) of volledig gedesillusioneerd is (116:11), en dit ook zegt, dan volgt daaruit niet dat hij of zij het geloof vaarwel heeft gezegd. Eerder zijn de onbewaakte uitingen van pijn, die tot God worden opgezonden, een bewijs van zowel leven als geloof.

(2) Het ‘Kostbaar is in de ogen des HEREN de dood van zijn gunstgenoten’ (116:15) uit de NBG wordt vaak aangehaald op begrafenissen, en ongetwijfeld drukt het een belangrijke waarheid uit. Maar er zijn goede redenen om te denken dat het woord dat als ‘kostbaar’ wordt weergegeven, zou moeten worden weergegeven als ‘met pijn’ of iets van die strekking: zie ook de NBV-vertaling ‘Met pijn ziet de HEER de dood van zijn getrouwen’. De redding van de psalmist van de banden van de dood (116:3-8) maken die weergave meer waarschijnlijk. Zeker Jezus erkent hoe pijnlijk de dood van een mens is (Matt. 10:29-31).

Als dit het geval is, is het van vitaal belang om te zien dat hoewel God in zijn soevereiniteit regeert over alles, zelfs elke dood, dat deze regering van Hem niet een soort koud stukje rekenwerk is. Hij weet beter dan wij hoe verschrikkelijk lelijk en abnormaal de dood is, hoe hij onweerlegbaar verbonden is met onze rebellie en de vloek die we over ons haalden.

Het is een ontzettende troost te weten dat de dood van de getrouwen Yahweh diep raakt. En zelfs nog wonderbaarlijker is de prijs die Hij wilde betalen om de dood te vervangen door de opstanding.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

zaterdag 10 maart 2012

Waarom zoekt u de levende onder de doden? (Lk. 24)


Exodus 21, Lukas 24, Job 39, 2 Korinthiërs 9
De eerste twee verzen van het volgende gedicht zijn gedeeltelijk een overdenking van Lukas 24:1-8, 13-25. De laatste twee verzen zijn gebaseerd op andere verslagen van de opstanding (Joh. 20:24-29; Heb. 2:14-15; 1 Kor. 15:50-58). Het kan gezongen worden op de melodie ‘Londonderry Air’ ((later gebruikt voor het lied, JL) ‘Danny Boy’). (Beluister een fragment van het lied 'They Came Alone', tekst: D.A. Carson, muziek: Rob Smith)

(vrije vertaling van de Engelstalige liedtekst: zie onderaan)


They came alone: some women who remembered him,
Bowed down with spices to anoint his corpse.
Through darkened streets, they wept their way to honor him—
The one whose death had shattered all their hopes.

“Why do you look for life among the sepulchers?
He is not here. He’s risen, as he said.
Remember how he told you while in Galilee:
The Son of Man will die—and rise up from the dead.”

The two walked home, a study in defeat and loss,
Explaining to a stranger why the gloom—
How Jesus seemed to be the King before his cross,
How all their hopes lay buried in his tomb.

“How slow you are to see Christ’s glorious pilgrimage
Ran through the cross”—and then he broke the bread.
Their eyes were opened, and they grasped the Scripture’s truth:
The man who taught them had arisen from the dead.

He was a skeptic: not for him that easy faith
That swaps the truth for sentimental sigh.
Unless he saw the nail marks in his hands himself,
And touched his side, he’d not believe the lie.

Then Jesus came, although the doors were shut and locked.
“Repent of doubt, and reach into my side;
Trace out the wounds that nails left in my broken hands.
And understand that I who speak to you once died.”

Long years have passed, and still we face the fear of death,
Which steals our loved ones, leaving us undone,
And still confronts us, beckoning with icy breath,
The final terror when life’s course is run.

But this I know: the Savior passed this way before,
His body clothed in immortality.
The sting’s been drawn: the power of sin has been destroyed.
We sing: Death has been swallowed up in victory.


Ze kwamen alleen: enkele vrouwen die Hem eerden,
Ze bogen neer met specerijen om zijn lichaam te zalven.
Ze trokken wenend door de donkere straten om hem te eren -
Hem, wiens dood al hun dromen aan diggelen sloeg.

‘Waarom zoek je de levende tussen de graven?
Hij is niet hier. Hij is opgestaan, zoals Hij gezegd heeft.
Herinner je hoe Hij gezegd heeft terwijl je in Galilea was:
De Zoon des Mensen zal sterven – en uit de dood opstaan.’

De twee wandelden naar huis, een les in verslagenheid en verlies,
Verklaarden hun somberheid aan een vreemde -
Hoe Jezus de Koning leek voor het kruis,
Hoe al hun hoop nu begraven lag in zijn graf.

‘Hoe traag ben je om te zien dat Christus’ glorieuze reis
Over het kruis liep’ – en toen brak Hij het brood.
Hun ogen werden geopend en ze vatten de waarheid uit de Schrift:
De man die hen had geleerd was uit de dood verrezen.

Hij was een skepticus: niet voor hem dat makkelijke geloof
Dat de waarheid inruilt voor sentimenteel gezucht.
Tenzij hij zelf in de handen de tekenen van de nagels zag,
En zijn zijde zou aanraken, zou hij de leugen niet geloven.

Toen kwam Jezus, hoewel de deuren dicht en op slot.
‘Bekeer je van je twijfel, en voel maar in mijn zijde;
Bespeur de wonden die de nagels lieten in mijn gebroken handen.
En verstaat dat ik die met je spreek eens stierf.’

Vele jaren gingen voorbij, en nog steeds zien we de vrees voor de dood,
Die onze geliefden wegrooft, het laat ons ontsteld achter,
En confronteert ons, smekend met ijzige adem,
Met de finale verschrikking wanneer de levensloop ten einde is.

Maar dit weet ik: de Redder ging al voor op deze weg,
Zijn lichaam bekleed met onsterfelijkheid.
De prikkel van de dood is weggenomen: de macht van de zonde is gebroken.
We zingen: de dood is verzwolgen in de overwinning.


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

donderdag 5 januari 2012

Geen ontsnappen aan: toen stierf hij ... (Gen. 5)

Genesis 5, Mattheüs 5, Ezra 5, Handelingen 5


Steeds opnieuw klinkt in het vijfde hoofdstuk van Genesis hetzelfde refrein: ‘daarna stierf hij’. Die-en-die leefde zoveel jaren, daarna stierf hij … daarna stierf hij … daarna stierf hij … Waarom die herhaling?

Vanaf het begin was het Gods bedoeling dat de gemeenschap tussen Hemzelf en zijn beelddragers eeuwig zou zijn: Adam en Eva zouden eeuwig leven ervaren met God. Hun opstand maakte een einde aan die weg (Gen. 3:21-22). Al kwam de dood niet meteen over hen (Adam werd volgens Gen. 5:5 930 jaar), toch was die dood onvermijdelijk.

Het hoofdstuk dat aan deze dodenlijst voorafgaat, brengt het verslag van de eerste moord - Alweer een dood. En de drie volgende hoofdstukken (gen. 6:8) vind je het verslag van de zondvloed, waarin het menselijke ras sterft, op Noach en zijn gezin na. Of het nu door moord of door direct Goddelijk oordeel of door ouderdom is, het resultaat blijft altijd hetzelfde: ‘en daarna stierf hij’. Zoals de bittere uitdrukking het stelt: ‘Life is hard, and then you die’ (Het leven is hard, en dan volgt de dood).

Door Gods rechtvaardige oordeel legt de dood in feite beslag op het mensengeslacht. De leeftijden in Genesis 5 zijn buitengewoon. Ze blijven echter niet: meer jaren betekent meer kwaad. Al in Genesis 6:3 bepaalt God dat de leeftijd van zijn rebelse beelddragers korter wordt. Deze beslissing wordt gradueel maar toch resoluut ingevoerd, zodat tegen Genesis 11 de vermelde leeftijden aanmerkelijk zijn verminderd. In latere verslagen leven er nog weinigen langer dan 120 jaar. Maar wat ook hun leeftijd, het uiteindelijke resultaat is hetzelfde: ‘daarna stierf hij’.

Het hedendaagse westerse denken vindt de dood zo beangstigend dat het in beleefde conversaties het laatste taboe vormt. Vandaag kun je makkelijk praten over seks en financiën en men fronst niet eens de wenkbrauwen. Maar breng je de dood ter sprake, dan voelen mensen zich op zijn minst ongemakkelijk. Zelfs veel christenen denken over hun geloof bijna uitsluitend in termen van wat het nu voor hen doet, eerder dan dat het hen voorbereidt op een dusdanige manier voor de eeuwigheid dat dit een verandering brengt in hoe ze nu leven.

God wil niet dat we onze ogen sluiten voor de gevolgen van de zonde, voor de onvermijdelijkheid van de dood. Maar toch bevat dit hoofdstuk een stralende uitzondering: ‘En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.’ (Gen. 5:24). Het is bijna alsof God toont dat de dood ontologisch (volgens de zijnsleer, JL) niet noodzakelijk is, dat zij die met God wandelen op een dag de dood zullen ontsnappen. Dat er zelfs voor hen die sterven nog hoop is – in Gods genade – op een leven na onze onvermijdelijke dood. Maar het is verbonden met onze wandel met God. Er zal de rest van de Bijbel voor nodig zijn om verder te verklaren wat dit betekent.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

maandag 24 oktober 2011

De (wan)hoop van Raymond

De Standaard publiceerde zaterdag een interview met Raymond van het Groenewoud naar aanleiding van zijn nieuwe cd.
Een klein fragment, waarin ik iets belangrijks mis: hoop.

"Het nieuwe album gaat nadrukkelijk over de eindigheid en zin van alles. Denk je dat de mensen dat boeiend vinden?

'Ik heb aan den lijve ondervonden dat mijn privégepieker bij mensen lichtjes doet branden. Vooral oudere mensen zijn geraakt. Je zou soms denken dat de cultuur vandaag alleen nog zappen toestaat, maar neen dus. Die idee van de eindigheid heeft me trouwens altijd geboeid. Ze verschaft me een licht gevoel, omdat ik het ontroerend vind hoe het rad van het leven maar doordraait. Ik word oud, maar ik zie jonge voetballertjes, kinderen op straat, die tonen dat het allemaal opnieuw begint.'

Vandaar: 'als je sterft, word je herboren'?

'Dat gaat over mijn ouders. Die zijn gestorven, maar niet dood. Ze zijn gewoon een ander leven gaan leiden in mij. Ze maken deel uit van mijn verbeelding, nu ze fysiek niet meer in de weg lopen.'

Hoe zie jij de dood?

'Ik heb geen zin om er een theorie over te verkondigen. Ik heb er geen boodschap aan en ik wil niemand kwetsen. Maar ik vind de maan wel mooi en hoor graag vertellen over haar impact.'"

zaterdag 18 juni 2011

Ik volg je niet, tenzij ik je bestemming ken

Op een begraafplaats in Indiana vind je volgend grafschrift (in eigen vertaling):

"Sta stil, vreemdeling, als je mij voorbijkomt:
Zoals jij nu bent, zo was ik ooit.
Zoals ik nu ben, zo zul jij zijn.
Dus bereid je voor op de dood en volg mij."

Een onbekende voorbijganger kerfde enkele bijkomende woorden op de grafsteen:

"Om jou te volgen ben ik niet bereid,
Tenzij ik weet waarheen je ging."

Kunnen we voorafgaand aan de dood echt weten waar we nadien gaan? De apostel Johannes, dezelfde die over de nieuwe hemelen en Nieuwe Aarde schreef, zei in een van zijn brieven:
Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt. (1 Joh.5:13)

We kunnen zeker weten dat we eeuwig leven hebben. We kunnen met zekerheid weten of we naar de Hemel zullen gaan als we overlijden.

En jij?



De oorspronkelijke tekst op het graf luidde:

Pause, stranger, when you pass me by:
As you are now, so once was I.
As I am now, so you will be.
So prepare for death and follow me.

Met als latere toevoeging:
To follow you I'm not content,
Until I know which way you went.



Bewerkte tekst uit het non-fictieboek van Randy Alcorn "Heaven", uitg. Tyndale, 2004, pag. 33, (c) Eternal Perspective Ministries, www.epm.org

woensdag 15 juni 2011

"Ieder mens staat daar, enkel een ademtocht"

"Ik wil meer weten over wat er gebeurd is met je vader en grootvader en overgrootvader. Als je in staat bent het te vertellen."

"Het is me een eer dat je het vraagt." Quan zette zijn gedachten op een rijtje. "Ik heb je misschien wel eens verteld dat vader me leerde mezelf te vragen: 'Is dit de dag dat ik sterven zal?' Daarna haalde hij een Bijbeltekst aan: En zoals het de mensen beschikt is éénmaal te sterven en daarna het oordeel."

"Wat een griezelige boodschap om aan een kind door te geven."

"Vertelt een liefhebbende vader zijn kinderen niet de waarheid? Hij leerde me ook: Laat mij, HERE, mijn einde kennen, en welke de maat van mijn dagen is; laat mij weten, hoe vergankelijk ik ben. Zie, Gij hebt mijn dagen als enige handbreedten gesteld, mijn levensduur is als niets voor U; ja, ieder mens staat daar, enkel een ademtocht. Hij leerde me dat ons leven snel voorbij is, en dan vliegen wij heen."

"Klinkt nogal morbide."

"Nee, want ons leven eindigt hier niet. We houden niet op te bestaan bij de dood; we verhuizen naar een andere plaats. Hoe kunnen we ons op de dood voorbereiden als we hem ontkennen? Een van baba's (= papa's, JL) favoriete gezegdes was: 'Echt goud vreest het vuur niet.' Ik zeg tegen Minghua en Shen (Quans echtgenote en zoontje, JL) dat we door een tijd van beproeving heen moeten, maar het vuur of onze beproeving laat zien waar we van gemaakt zijn."

"Vuur lijkt me een hoge prijs om te betalen."

"Zuiverheid is de hoogste prijs waard, nietwaar? God is met ons in het vuur. Shengjing ( = de Bijbel, JL) zegt dat onze werken op aarde van hout of hooi of stro kunnen zijn, die verbranden in het vuur van Gods heiligheid. Of onze werken kunnen van goud en zilver en edelstenen zijn, die in het vuur gelouterd worden. De keuze is aan ons. Als we getrouw zijn, komen we zuiverder uit het vuur tevoorschijn dan we er ingingen. Daarom vreest echt goud het vuur niet."


Uit: "Thuiskomst", roman door Randy Alcorn, uitg. Voorhoeve, pag. 221-222

zaterdag 30 april 2011

David Wilkerson (1931 - 2011)



Woensdag is David Wilkerson in een auto-ongeval om het leven gekomen. De wereldwijd gewaardeerde predikant is voornamelijk bekend door de rol die hij speelde bij de bekering van toenmalig straatbendeleider Nicky Cruz. Dit verhaal werd beschreven in het boek 'Het kruis in de asfaltjungle' en werd later ook verfilmd.

Op de website van Time Square Church lees je het overlijdensbericht door Wilkersons collega in het pastorale team, Carter Conlon.

Hoewel Wilkerson zich bij zijn bijbeluitleg wel eens op het gladde ijs van de speculatie durfde begeven en de bal wel eens missloeg (zie een commentaartje door John Piper), bijvoorbeeld met (te) vergaande profetische uitspraken, is toch een bijzonder bewogen man met een hart voor Christus en het evangelie van ons heengegaan. Hij is nu bij Zijn Heer.

Onze gedachten zijn ook bij zijn familie, in het bijzonder bij David Wilkersons echtgenote Gwen, die ook gewond raakte in het ongeval maar volgens de dokters volledig zal herstellen.

Het filmpje laat je iets proeven van zijn bewogenheid met de wereld en de kerk.



Op de blog van David Wilkerson postte Gary Wilkerson dit bericht naar aanleiding van het overlijden van zijn pa.

Dit is zijn slot:

"Like King David of old, after having served God’s purpose, he died. I know if my father were able to encourage you with his words today, he would invite you to give your all to Jesus, to love God deeply and to give yourself away to the needs of others.

The works he began outlive him. We can all attest to his impacting us—not only in his preaching, writing and founding of world-changing ministries, but in his love, devotion, compassion and ability to stir our faith for greater works."



Hieronder het In Memoriam uit het Reformatorisch Dagblad:

„Jezus houdt van je, en ik ook.” Terwijl het vlijmscherpe mes van bendeleider Nicky Cruz op de keel van ds. David Wilkerson stond, zei de predikant: „Al zou je me in duizend stukken hakken, dan nog zal elk stuk van je blijven houden.”
„Ik dacht dat de man gek was geworden. Normaal sidderde en beefde iedereen die ik in de greep had, maar deze blanke man bleef rustig en vriendelijk”, vertelde Cruz later. „Ik kon het mes gewoon niet doordrukken. Een vreemde machteloosheid maakte zich van me meester.”

Die spannende ontmoeting in het voorjaar van 1958 was het begin van een vriendschap tussen ds. Wilkerson, predikant van een plattelandsgemeente in Pennsylvania, en Nicky Cruz, leider van de gevreesde bende van de Mau Mau. Cruz legde zijn wapens neer, koos voor het dienen van Jezus en steunde sindsdien Wilkerson in zijn evangelisatiewerk.

De woensdag verongelukte David Wilkerson las in het najaar van 1957 een artikel over een proces tegen zeven tieners die behoorden tot een jeugdbende in New York. Zij stonden terecht wegens de moord op een vijftienjarige poliopatient. Dat trof Wilkerson en hij voelde zich geroepen tot het werk onder jeugdige bendeleden, jonge criminelen en verslaafden.

De bekering van Nicky Cruz en enkele andere leden van de Mau Mau bracht inderdaad een grote verandering bij de jeugdbendes in New York. De bendeoorlogen werden beëindigd. Veel jongeren kozen voor het christelijk geloof.

Wilkerson beschreef de geschiedenis van deze opvallende revival in het bekende boekje ”Het kruis in de asfaltjungle”. Dat maakte grote indruk. Het is vertaald in dertig talen en er zijn ruim 50 miljoen exemplaren verkocht.

Naar aanleiding van zijn contact met Cruz richtte de predikant in het voorjaar van 1958 de hulporganisatie Teen Challenge op. Doel was „jongeren uit de goot te trekken en hun de boodschap van Jezus te brengen.” De organisatie is uitgegroeid tot een internationaal netwerk van 400 hulpinstellingen.

Het optreden van Wilkerson inspireerde ook Nederlanders om zich het lot van ontspoorde jongeren aan te trekken. Zowel Teun Stortenbeker (De Hoop) als Theo van der Sluijs (Stichting Voorkom) zei ooit tegenover deze krant dat juist de geschiedenis van Wilkerson en Cruz hen op het idee bracht om iets te doen voor jongeren die op het pad van misdaad en verslaving terecht waren gekomen.

In zijn boodschap voor jongeren drong Wilkerson aan op een fatsoenlijk leven. „Christen zijn betekent je lange haren afknippen, je aanpassen aan een nette levenswijze en breken met moderne muziek. Ook met jazz en beat. Dat is de hartslag van de duivel.”

De oplossing voor iedere verslaafde was volgens hem gedoopt te worden met de Heilige Geest. „Als je aan de naald bent en werkelijk verlangt ervan af te komen, luister dan goed. Dan heb je bovenal de Heilige Geest nodig.”

Het levensverhaal en de boeken van Wilkerson maakten ook op reformatorische christenen indruk. De christelijke gereformeerde prof. dr. J. W. Maris constateerde echter: „Toen ik het boekje voor de tweede keer las, kwam ik tot de schokkende ontdekking dat de betekenis van het Bijbelse woord geloof geheel ontbreekt. Het gaat in het boekje niet zozeer over het voorwerp van het geloof, over Christus, maar over de ervaringen van de gelovige die een groot avontuur met Jezus beleeft.”

Na talloze tournees keerde Wilkerson in 1987 terug naar New York, waar hij de Times Square Church stichtte. Deze gemeente diende hij jarenlang en telt tegenwoordig 8000 leden.

In het voorjaar van 2001 trok de pinkstervoorganger de aandacht toen hij voorspelde dat binnen enkele maanden New York en Pennsylvania door een ramp getroffen zouden worden. Veel mensen zagen de aanslagen van 11 september als de vervulling van deze voorzegging.

Op 27 april, een dag voor zijn tragische dood, plaatste hij zijn laatste ”dagelijkse meditatie” op zijn site, onder het opschrift ”Als alle middelen falen”. „Als alle middelen falen – Zijn liefde blijft”, besloot hij die. „Houd vast aan uw geloof. Sta vast in Zijn Woord. Er is geen andere hoop in deze wereld.”


Via deze blogspot vind je naar het Nederlands vertaalde posts van David Wilkerson. Van daar komt ook de bovenstaande foto.

donderdag 28 april 2011

God leeft en Hij heeft mijn hart

Mijn allerliefste kind!

Wat zal ik zeggen? Een heilig en goed God heeft ons bedekt met een donkere wolk. O dat we toch allen zijn roede kussen en onze handen op onze monden leggen. De Heer heeft het gedaan.

Hij heeft me Zijn goedheid doen bewonderen dat we hem toch zo lang bij ons konden hebben. Maar mijn God leeft en Hij heeft mijn hart.

O welk een getuigenis heeft mijn echtgenoot en jouw vader ons toch nagelaten. We zijn allen aan God gegeven en daar ben ik en wil ik het liefst zijn.

Je toegenegen moeder

Sarah Edwards


Gelezen bij Josh Harris. Hij las bemoedigingen en vertroostingen, gekregen toen zijn moeder een tijd geleden overleed. Daarbij ook bovenstaand vertroostend citaat, oorspronkelijk van Sarah Edwards. Na het overlijden van haar man, Jonathan Edwards, schreef Sarah deze woorden naar haar dochter.

Dag op dag 2 jaar geleden postte ik n.a.v. het overlijden van mijn grootmoeder ook dit stukje over Uitzien naar de hemel.

woensdag 30 maart 2011

Verspil je leven niet

"Only one life,
’Twill soon be past;
Only what’s done
for Christ will last."

Gelezen bij John Piper op pag. 12 van "Don't Waste Your Life", boekje dat je hier vrij kan downloaden in pdf-formaat.

Slechts één leven,
het is gauw voorbij;
alleen wat gedaan werd voor Christus
blijkt blijvend.

maandag 25 oktober 2010

Niets brengt zoveel leven in mensen als een stervende Redder

De beste prediking is “Wij prediken Christus gekruisigd”.

Het beste leven is “Wij zijn gekruisigd met Christus”.
(…)

Hoe meer we leven terwijl we de onuitsprekelijke nood van onze Heer zien en verstaan hoe Hij ten volle onze zonden heeft weggedaan, hoe meer heiligheid we zullen voortbrengen.

Hoe meer we verblijven waar de kreten van Golgotha gehoord kunnen worden, waar we de hemel en de hel kunnen zien, allen bewogen door zijn wonderlijke lijden, hoe nobeler onze levens zullen worden.

Niets brengt zoveel leven in mensen als een stervende Redder.

Kom dicht bij Christus en draag de herinnering van Hem met je mee van dag tot dag en je zult rechtvaardige koninklijke daden stellen.

Kom, laat ons de zonde slaan, want Christus werd geslagen.

Kom, laten we al onze trots begraven, want Christus werd begraven.

Kom, laten we opstaan in nieuwheid van leven, want Christus is opgestaan.

Laten we één zijn met onze gekruisigde Heer in Zijn grote doel – laten we leven en sterven met Hem, en elke daad in ons leven zal zeer mooi zijn.


(Charles Spurgeon in een toespraak op 2 november 1884 - in het Engels gelezen bij Tony Reinke en vrij vertaald)

zondag 19 september 2010

Het pensioen is de moderne hemel

“Hoeveel mensen richten hun blik op een ‘sabbatavond’ van het leven – rusten, spelen, reizen, enz. – in de wereld het vervangmiddel voor de hemel, aangezien de wereld niet gelooft dat er een hemel zal zijn over het graf heen.

De gedachte bij onze tijdgenoten is dat we onszelf moeten belonen in dit leven voor de lange jaren van ons werk. Eeuwige rust en vreugde na de dood is een irrelevante overweging.
Wanneer je niet gelooft in een hemel die op komst is en je vindt geen rust in de heerlijkheid van Christus nu, dan zul je het soort pensionering zoeken dat de wereld zoekt.

Maar wat een vreemde beloning voor een christen om zijn blik op te vestigen!
Twintig jaren van ontspanning (!) terwijl je leeft temidden de Laatste Dagen met oneindige gevolgen voor miljoenen mensen die Christus nodig hebben. Wat een tragische manier om je laatste kilometer af te leggen voor je in de tegenwoordigheid van de Koning komt, die zijn laatste kilometer zo anders heeft afgelegd!”

(John Piper, in een toespraak: Getting old for the glory of God)

zondag 25 april 2010

Het cliché voorbij: wat je niet doodt ...



Veelgehoorde boutade: wat jou niet doodt, dat maakt je sterker.

Deze knipoog vond ik er wel op: wat jou niet doodt, dat stelt het onoverkomelijke nog wat uit.


(foto gevonden bij Zach Nielsen)

maandag 12 april 2010

Sterven en vrucht dragen

"De vraag, broeders, is niet of we zullen sterven, maar of we zullen sterven op een manier die veel vrucht voortbrengt."


Oorspronkelijk citaat: "The question, brothers, is not whether we will die, but whether we will die in a way that bears much fruit. "

(John Piper in een biografische preek over Adoniram Judson, die exact 160 jaar geleden stierf als zendeling - gelezen op de blog van Desiring God)

dinsdag 19 januari 2010

Dit lees je beter voor je sterft



Zorg dat je dit gelezen hebt vooraleer je aan je einde komt. (Behoorlijke kennis van het Engels vereist)


Dank voor de tip, Arjan!

zaterdag 7 november 2009

Gebed aan het begin van de dag

May I speak each word as if my last word,
and walk each step as my final one.

If my life should end today,
let this be my best day.


Mag ik elk woord spreken alsof het mijn laatste woord is,
en elke stap zetten als mijn slotstap.

Mocht mijn leven vandaag eindigen,
laat dit dan mijn beste dag zijn.


Want ons leven is slechts een ademtocht:
14 U weet niet eens hoe uw leven er morgen uitziet. U bent immers maar damp, die heel even verschijnt en dan al verdwijnt. 15 U zou moeten zeggen: ‘Als de Heer het wil, zijn we dan in leven en zullen we dit of dat doen.’
(Jakobus 4:14-15)


Het gebed is een fragment uit "Morning Dedication" (221), uit "The Valley of Vision"
Gelezen bij The Gospel Coalition.