Posts tonen met het label verantwoordelijkheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verantwoordelijkheid. Alle posts tonen

maandag 29 september 2014

Ook het kruim heeft zwaktes (1 Kon. 1)

1 Koningen 1; Galaten 5; Ezechiël 32; Psalm 80

De overgang van het koninklijk gezag van David naar Salomo (1 Koningen 1) verloopt warrig. Een van Davids zonen, Adonia, spant samen met Joab, het hoofd van het leger, en probeert de macht over te nemen. Batseba, de moeder van Salomo, herinnert haar zieke echtgenoot aan zijn belofte dat Salomo de opvolger zou zijn, en het gecompliceerde tafereel loopt af.

Nog maar eens springt het chronische falen van David op gezinsvlak er uit. De auteur van 1 Koningen vestigt er onze aandacht op in de terloopse commentaar van 1:6. Verwijzend naar Adonia, die de coup probeerde te plegen, merkt hij op: ‘Nu had zijn vader hem zijn leven lang geen verwijt gemaakt: Waarom doet gij zo? Ook was hij zeer welgevormd van gestalte en volgde in geboorte op Absalom’ – alsof er goed uitzien een soort eenvoudige arrogantie voortbracht die deed denken dat hij op alles recht had, inclusief de kroon. Van de vele belangrijke lessen kunnen we er twee uitlichten:

Ten eerste kunnen zelfs begaafde en moreel oprechte gelovigen vaak tragische zwakheden vertonen. Af en toe staat een Daniël op, van wie geen mislukkingen vermeld staan. Maar het merendeel van het kruim in de Schrift geeft blijkt van de een of andere zwakte – Abraham, Mozes, Petrus, Thomas, en (niet het minst) David.

We moeten die realiteit onder ogen zien, want vandaag is het niet minder zo. God wekt strategisch geplaatste en invloedrijke leiders op. Per uitzondering is iemand zodanig consequent dat het zeer moeilijk is om ook maar een noemenswaardige misrekening te bespeuren. Maar gewoonlijk is dit niet het geval.

Meestal vertonen zelfs de besten van onze christelijke leiders fouten die hun dichtste familieleden en vrienden kunnen opmerken (of de leiders ze nu zelf zien of niet!). Dit zou ons niet moeten verrassen. In deze gevallen wereld is dit hoe de dingen gaan, en ook hoe de dingen verliepen in de tijd dat de Bijbel werd geschreven.

Daarom zouden we niet gedesillusioneerd mogen zijn wanneer leiders blijk geven van onvolmaaktheden. We zouden hen moeten ondersteunen waar we maar kunnen en waar mogelijk proberen de tekortkomingen te corrigeren, en de rest aan God overlaten – terwijl we ondertussen wel altijd het vreselijk potentieel voor falen en fouten beseffen dat in onze eigen levens ligt.

Ten tweede werkt Gods soevereiniteit nog maar eens doorheen de gecompliceerde inspanningen van zijn volk. Wanneer David op de hoogte wordt gebracht van het probleem, gooit hij zijn handen niet in de lucht en gaat hij niet in gebed over de situatie: hij beveelt onmiddellijk dat beslissende, symbolische en complexe stappen worden gezet om te verzekeren dat Salomo de troon kan bestijgen.

Vertrouwen in Gods soevereine goedheid is nooit een excuus voor passiviteit of laksheid. Vele jaren van geloofswandel hebben David geleerd dat, wat ‘wandelen door geloof’ ook allemaal nog moge betekenen, het allerminst een vrijbrief is voor passiviteit. Willen we vermijden te handelen in strijd met God, of met ijdele pogingen onafhankelijk van God, dan moeten we ook het piëtisme vermijden dat in voortdurend gevaar verkeert om vertrouwen te doen verschrompelen tot fatalisme.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 3 juni 2014

U heeft de HERE uit alle volken op de aardbodem uitverkoren (Deut.7)

Deuteronomium 7; Psalm 90; Jesaja 35; Openbaring 5

Diverse complexe thema’s zijn in Deuteronomium 7 vervlochten. Hier wil ik nadenken over twee ervan.

De eerste is de nadruk op uitverkiezing. ‘Want gij zijt een volk, dat de HERE, uw God, heilig is; ú heeft de HERE, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn’ (7:6; NBV vertaalt ‘zijn kostbaar bezit’).

Waarom dan wel? Was het op grond van een intrinsieke superioriteit, een bepaalde grotere intelligentie, een of andere morele superioriteit of een bepaalde militaire bekwaamheid dat de Heer zijn keuze maakte? Neen. ‘Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de HERE Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volken. Maar, omdat de HERE u liefhad en de eed hield, die Hij uw vaderen gezworen had, heeft de HERE u met een sterke hand uitgeleid en u verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao, de koning van Egypte’ (7:7-8).

Twee opmerkingen:
(1) In de Bijbel doet Gods volkomen soevereiniteit niets af van de menselijke verantwoordelijkheid; omgekeerd zijn mensen morele actoren die kiezen, geloven, gehoorzamen, niet geloven en ongehoorzaam zijn, en dit feit maakt Gods soevereiniteit niet finaal voorwaardelijk. Dit is duidelijk uit de manier waarop Gods soevereiniteit zich in dit hoofdstuk manifesteert, d.i. in verkiezing, zelfs wanneer het hoofdstuk uitpakt met de verantwoordelijkheden die op het volk worden gelegd.
Mensen die beide waarheden niet geloven – dat God soeverein is en mensen verantwoordelijk – introduceren vroeg of laat een aantal ontoelaatbare afwijkingen in de structuur van hun geloof.
(2) Gods liefde is hier selectief. God verkoos Israël omdat Hij zijn genegenheid op hen richtte, en niet omwille van iets in henzelf. De gedachte duikt ook elders op (bijv. in Mal. 1:2-3). Maar dit is niet de enige manier waarop de Bijbel over de liefde van God spreekt (bijv. in Joh. 3:16).

Het tweede thema is de bemoediging die God zijn volk schenkt dat ze niet moeten vrezen voor het volk waartegen ze zullen moeten vechten wanneer ze het Beloofde Land innemen (7:17-22). De reden is de Exodus. Elke God die de plagen kan voortbrengen, de Rode Zee kan splijten en zijn volk kan bevrijden van een regionale supermacht als Egypte is niet het soort God dat last zou hebben van enkele heidense en immorele Kanaänieten.

Vrees is het tegenovergestelde van geloof. De Israëlieten worden bemoedigd niet te vrezen, niet omdat ze sterker zijn of beter, maar omdat ze het volk van God zijn, en God is onverslaanbaar.

Deze twee thema’s – en diverse andere – zijn in dit hoofdstuk verweven. De God die mensen verkiest is sterk genoeg om al zijn plannen in hen te verwezenlijken; het volk dat door God gekozen werd moet niet alleen antwoorden met dankbare gehoorzaamheid, maar ook met rotsvast vertrouwen.

Eigen vertaling van de overdenking bij 3 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 17 februari 2014

Gij hebt wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht (Gn.50)


Genesis 50, Lukas 3, Job 16-17, 1 Korinthiërs 4

Het laatste hoofdstuk van Genesis bevat een gedeelte dat zowel aandoenlijk is als glorieus (Gen. 50:15-21).

Alles wat betreurenswaardig en gebrekkig is in deze familie komt terug aan de oppervlakte wanneer Jakob sterft. Jozefs broers vrezen dat hun illustere broer misschien zijn wraakzuchtige rancune alleen maar heeft onderdrukt tot de dood van de oude man.

Waarom dachten ze op die manier? Was het omdat ze nog steeds geplaagd werden door schuldgevoelens? Projecteerden ze slechts op Jozef wat ze zelf zouden hebben gedaan in zijn plaats?

Hun strategie betrekt hen in nieuwe zonden: ze liegen over wat hun vader zei, in de hoop dat een oproep van Jakob op zijn minst een gevoelige snaar zou raken in het hart van Jozef. In dit licht klinkt hun extreme onderwerping (‘Zie, wij zijn u tot slaven’, 50:18) minder als loyale hulde dan als wanhopige manipulatie.

Jozef daarentegen weent (50:17). Hij kan niet anders dan zien dat deze kruiperige leugens verraden hoe weinig geliefd hij is of hoe weinig ze hem vertrouwen, zelfs na zeventien jaren (47:28) van uiterlijke verzoening.

Zijn verbale respons vertoont niet slechts pastorale zachtmoedigheid - ‘Zo troostte hij hen en sprak tot hun hart’, met de belofte voor hen en hun gezinnen te zullen zorgen (50:21) – het weerspiegelt ook een man die diep heeft nagedacht over de mysteries van voorzienigheid, over Gods soevereiniteit en menselijke verantwoordelijkheid.

'Vrees niet', zegt hij. 'Want ben ik in Gods plaats? Gij hebt wel kwaad tegen mij gedacht, maar God heeft dat ten goede gedacht, ten einde te doen, zoals heden het geval is: een groot volk in het leven te behouden' (50:19-20).

De diepgang van deze redenering komt scherper in beeld wanneer we nadenken over wat Jozef niet zegt. Hij zegt niet dat Jozefs broers hem in slavernij verkochten tijdens een tijdelijke onachtzaamheid van Godswege, maar dat God, die een uitmuntend schaakspeler is, het spel heeft omgedraaid en na verloop van tijd Jozef tot Eerste Minister van Egypte heeft gemaakt.

Nog minder zegt hij dat het Gods bedoeling was om Jozef naar Egypte te sturen in een welbepaalde strijdwagen, maar dat Jozefs broers het goddelijke plan nogal jammerlijk in de war stuurden, en God zo dwongen om te antwoorden met slimme tegenzetten om zijn eigen goede bedoelingen tot stand te brengen.

Veeleer waren er in die ene gebeurtenis – het verkopen van Jozef als slaaf – twee partijen, en twee heel verschillende intenties. Aan de ene kant handelden Jozefs broers, met kwade bedoelingen; aan de andere kant handelde God, en zijn bedoelingen waren goed.

Beiden handelden om deze gebeurtenis te laten plaatsvinden, maar waar het kwaad erin terug kan worden getraceerd naar de broers en niet verder, moet het goede erin terug worden getraceerd naar God.

Dit is een gangbaar standpunt in de Schrift. Het genereert vele complexe filosofische discussies. Maar de basisidee is eenvoudig. God is soeverein en onveranderlijk goed; wij zijn moreel verantwoordelijk, en vaak slecht.


Eigen vertaling van de overdenking bij 17 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.