Posts tonen met het label Openbaring. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Openbaring. Alle posts tonen

woensdag 23 oktober 2024

Slotstudie in de reeks over het grote verhaal achter tabernakel en tempel: een heerlijke toekomst

Op 2 oktober hadden we de slotstudie in de reeks over het grote verhaal achter de tabernakel en tempel. Tijdens deze studie kwamen vooral de laatste 2 hoofdstukken uit het boek Openbaring aan bod.

Een heerlijke toekomst wacht! Maar die brengt ook verantwoordelijkheid en/of nieuw vuur met zich.







maandag 5 augustus 2024

Beluister 2 audiofiles in de reeks over tabernakel en tempel, onder meer deel 1 over de vervulde tempel

Op 12 en 19 juni hadden we 2 telkens een bijbelstudie in de reeks over tabernakel en tempel.

De eerste studie (de 27e in deze reeks) behandelde onder meer hoe de verschillende secties uit de tabernakel en tempel ook nog herkenbaar zijn in de vervulde eindtijdtempel.

De tweede studie (de 28e in de reeks) zette de stap naar het slot van Openbaring, de geweldige toekomst waar Gods plan naar toewerkt. Hiermee is deze reeks bijna (!) ten einde.








 

dinsdag 19 januari 2016

Voor altijd ongehinderd bij God komen

"In de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen we ook leven in een nieuw Jeruzalem. In de Schrift wordt dat beschreven als in de vorm van een kubus (Opb. 21:9-16). Dit detail is belangrijk omdat het Heilige der Heiligen in de tempel van het oude verbond ook als een volmaakte kubus was, en Ezechiël voorzag dat de nieuwe tempel een volmaakte kubus zou zijn (2 Kron. 3:8; Ez. 41:4).

Met andere woorden, ons thuis, het nieuwe Jeruzalem, zal het nieuwe Heilige der Heiligen zijn. Onze toegang tot de Heer zal ongehinderd zijn, heel anders dan onder het oude verbond waarbij alleen de hogepriester het Heilige der Heiligen kon betreden. We zullen Gods aangezicht zien, hetgeen de grootste vooralsnog onvervulde zegen van het nieuwe verbond is (Opb. 22:4)."

Vrij vertaald uit Tabletalk, uit de overdenking van 31 december 2015, pag. 62.

zaterdag 2 januari 2016

Kerst vervult het Oude Testament

De Bijbel heeft een voorliefde voor het getal 7:
- 7 scheppingsdagen
- 7 keer rond Jericho stappen in de tijd van Jozua en het volk bij het binnentrekken van het land
- In Opb.: 7 brieven van Jezus voor 7 gemeenten, maar ook 7 zegels, 7 schalen, 7 bazuinen.
Zeven wordt vaak gezien als volmaakt getal. Zelfs het beruchte nummer 666 alludeert naar het feit dat het niet 777 is.

Mattheüs: gebruikt ook het getal 7 in het eerste deel van zijn evangelie: Mt. 1:17-4:17.
Wanneer Mattheüs de geboorte van Jezus beschrijft en de periode vooraleer Hij begint te prediken, citeert Mattheüs 7 vervullingen van het Oude Testament:
1. Het kind Jezus is geboren uit een maagd (1:22-23)
2. Jezus wordt geboren in Betlehem (2:5-6)
3. De vlucht naar Egypte en de daaropvolgende terugkeer (2:15)
4. De moord op de onschuldige kinderen in Betlehem (2:17-18)
5. De thuisbasis Nazareth (2:23)
6. De bediening van de voorloper, Johannes de doper (3:1-3)
7. De start van Jezus’ bediening in de noordelijke streek, waar een volk dat in duisternis wandelde, een groot licht zag (4:13-14)
Als je deze 7 gebeurtenissen bestudeert, vind je voor elk van ze een vervulde profetie uit het Oude Testament.

Met andere woorden: Kerst wortelt diep in het Oude Testament. Bij elke stap of gebeurtenis vervulde Jezus een rol die werd vormgegeven door meer dan een millennium van voorzeggingen.

Geen aspect van de bediening van verzoening gebeurde zonder vooruitziende bespiegeling. Op het moment van Jezus’ geboorte tekende zich de volledige breedte en focus van het Oude Testament af:
"Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet … " (Gal. 4:4)

Onze redding werd door God al heel lang geleden gepland. Zelfs nog voor het ontstaan van de tijd, in de eeuwige raadsbesluiten, in het verbond van de verzoening.
De Schrift heeft het over 'het Lam Dat geslacht is, van de grondlegging van de wereld af'. (Opb. 13:8)

Psalm 2:7-9 lijkt ons een verslag te geven van de bepalingen van het verbond tussen Vader, Zoon en Heilige Geest:
Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,
Ík heb U heden verwekt.
Eis van Mij en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven,
de einden der aarde als Uw bezit.
U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter,
U zult hen in stukken slaan als aardewerk.

Van eeuwigheid af heeft de Heer zijn volk liefgehad.
- Kerst is hiervan de zichtbare demonstratie;
- het kruis toont ons hiervan de kostprijs;
- terwijl opstanding en hemelvaart ons hiervan de triomf en het effect tonen.

Dan mag het ons niet verwonderen dat de schepselen die de troon van het Lam omringen in de hemel, uitroepen ‘Het Lam Dat geslacht is, is het waard om de kracht te ontvangen, en rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid en dankzegging.’ (Opb. 7:12). Een zevenvoudige zegen.


(vrij vertaald naar een weekend devotional voor 26 en 27 december in Tabletalk)

zaterdag 6 juni 2015

De rook van het reukwerk, mèt de gebeden der heiligen, steeg uit de hand van de engel voor Gods aangezicht op (Opb. 8)

Deuteronomium 10; Psalm 94; Jesaja 38; Openbaring 8

Een van de meest treffende symbolisch geleden beelden in het boek Openbaring vinden we in Openbaring 8:3-5.

De oorsprong ervan is divers. Een ervan gaat terug naar passages als Psalm 141:2: ‘Laat mijn gebed als reukoffer voor uw aangezicht staan, het opheffen van mijn handen als avondoffer’. David wil dat zijn gebeden even aangenaam zijn voor God, even aanvaardbaar voor God, als het reukwerk dat Hem aangeboden wordt voor de tabernakel aan het eind van de dag. Het reukofferaltaar was ingesteld door het Mozaïsch verbond (Ex. 30:1-10).

Dit specifieke altaar en slachtoffer zouden in de antieke wereld associaties oproepen die ons vreemd zijn. In een wereld voor er geursprays bestonden, konden de betere huizen wel een beetje reukwerk branden om de onvermijdelijke geurtjes te maskeren, en die associatie zou het branden van reukwerk in de tabernakel en later in de tempel oproepen. Dit door God ingestelde ritueel was nog altijd gangbaar in Jezus’ tijd (Lukas 1:8-9).

De associatie tussen gebeden en reukwerk werd al gebruikt door Johannes in Openbaring 5:8. Wanneer de Leeuw/het Lam, de Heer Jezus, de boekrol uit de rechterhand aanneemt van Hem die zit op de troon en zich klaarmaakt om de zegels te openen, staat er van de engelen die rond de troon zijn, dat ze zich voor het Lam neerwierpen. Ze hadden elk ‘gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen’.

De les van het gezicht is niet dat geurkaarsen iets goeds zijn in kathedralen (dit zou symbool en realiteit door elkaar halen), maar iets dat dieper gaat. Als niemand waardig zou bevonden worden om Gods plannen voor gerechtigheid en zegen tot stand te brengen, dan zijn al de gebeden van Gods volk zinloos.

Nu de Leeuw/het Lam de overwinning heeft behaald, worden de gebeden (gesymboliseerd door het reukwerk omwille van de gelijkenis met het Oude Testament) in de tegenwoordigheid van God gebracht. De gebeden van Gods volk zullen gehoord en verhoord worden, omdat Gods plannen voor zegen en oordeel nu zeker zullen uitgevoerd worden.

Hier in 8:3-5 worden ‘de gebeden van alle heiligen’ geofferd op het reukofferaltaar voor God. ‘En de engel nam het wierookvat en vulde dat met het vuur van het altaar, en wierp (het vuur) op de aarde; en er kwamen donderslagen en stemmen en bliksemstralen en aardbeving’ (8:5) – allemaal tekenen, in de context, van de vreselijke tegenwoordigheid en het oordeel van God.

Gods oordeel is een antwoord op de gebeden van zijn volk. Waarom zou die gedachte vreemd moeten overkomen? De zielen van de martelaren roepen om gerechtigheid (Opb. 6:10). De hele gemeente roept ‘Kom, Here Jezus’ (22:20), wetende dat die wil het laatste oordeel zal doen neerdalen. Volgelingen van Jezus bidden ‘Uw koninkrijk kome’ – geen sentimenteel begrip in de context van een gebroken, opstandige wereld.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 juni uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 3 juni 2015

Wie is waardig de boekrol te openen en haar zegels te verbreken? (Opb. 5)


Deuteronomium 7; Psalm 90; Jesaja 35; Openbaring 5

De setting van Openbaring 4 effent het pad voor het drama van Openbaring 5. In de rechterhand, de hand van kracht, ‘van Hem, die op de troon zat’ – de transcendente, ontzagwekkende God beschreven in hoofdstuk 4 – is er ‘een boekrol, beschreven van binnen en van buiten’.

Deze rol bevat al Gods plannen voor gerechtigheid, oordeel en zegen. De meeste mensen schrijven slechts op één zijde van een boekrol, de zijde met de horizontale stroken papyrus. Zij die op de beide zijden schreven waren misschien te arm om zich nog een blanco boekrol te kunnen veroorloven – of, zoals in dit geval, hadden ze heel wat te zeggen en wilden ze dat het allemaal in één boekrol vervat zou blijven.

Zo bestrijkt deze boekrol in de hand van de Almachtige de volheid van Gods plannen voor oordeel en zegen – dit is waarom ze op beide zijden beschreven is. Maar de boekrol is verzegeld: dit betekent dat de plannen van God die beschreven staan in deze rol niet zullen uitgevoerd worden tot de zegels verbroken worden.

De dramatische vraag van de engel (5:2) is fundamenteel voor elk geloof: Wie is de vertegenwoordiger die kenmerken heeft die zo rijk zijn, leven dat zo puur is, bekwaamheden die zo ongeëvenaard zijn, dat hij in staat zou zijn om deze God te benaderen – de God voor wie zelfs de hoogste orde van engelen hun gezichten verbergen – en de boekrol te nemen uit zijn rechterhand en al Gods plannen ten uitvoer te brengen?

Wanneer niemand waardig wordt bevonden, weent Johannes zeer (5:3-4). Zijn tranen komen niet voort uit frustratie dat hij niet in de toekomst zal kunnen kijken, maar vanuit zijn besef dat, in de symboliek van dit gezicht, Gods plannen nooit uitgevoerd zullen worden.

Er zal geen gerechtigheid zijn in het universum en geen redding. Dit is de wanhoop van de conclusie dat de geschiedenis zinloos is, dat God dood is.

Maar een oudste die uitleg geeft vertroost Johannes (5:5). De Leeuw uit de stam van Juda heeft ‘overwonnen’ (5:5) om de boekrol te kunnen openen: het werkwoord suggereert een verschrikkelijke strijd, maar de Leeuw heeft de overwinning behaald. Deze Leeuw is de koning uit de lijn van David.

Dus kijkt Johannes op en ziet – een Lam. De Leeuw wordt aangekondigd en wat Johannes ziet is een Lam. Dit is niet een ander, afzonderlijk dier. Apocalyptische literatuur houdt van het gebruik van gemengde metaforen. Hier is de Leeuw het Lam – en wel een geslacht offerlam, maar dan een met een volmaakte koninklijke macht (de zeven horens).

Hier is de Messias, de allergrootste in zelfopoffering, de allerhoogste in macht, die vanuit het midden van de troon zelf voortkomt. Alleen Hij kan al Gods plannen uitvoeren. Geen wonder dat het hele universum uitbarst in een nieuw lied, het lied van de verlossing (5:9-14).

De triomf van de Here God en van het Lam is wat ook achter de ommekeer van Jesaja 35 schuilgaat.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 juni uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 2 juni 2015

Na deze dingen zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel (Opb. 4)


Deuteronomium 6; Psalm 89; Jesaja 34; Openbaring 4

Openbaring 4 is voor Openbaring 5 wat een setting is voor een drama. Openbaring 4 is een beschrijving, in apocalyptische symboliek, van de troonzaal van God de Almachtige; in Openbaring 5 speelt het drama zich in die setting af.

Johannes identificeert de stem die hij hoort, als de stem die hij eerst tot hem hoorde spreken als een bazuin (4:1) – de stem van de verheerlijkte Heer Jezus (1:10-16). Johannes wordt geroepen door een open deur in de hemel om de elementen van het spectaculaire gezicht te zien dat zich ontvouwt in de daaropvolgende verzen.

Onmiddellijk is hij ‘in de geest’ (4:2; NBG vermeldt ‘in vervoering des geestes’) – misschien een bepaalde door de Geest gegeven mentale staat of visioen, of misschien, zoals Paulus (2 Cor. 12:1-10), weet Johannes niet echt wat de aard van zijn vervoering is.

Maar wat hij ziet is duidelijk genoeg:

(a) Johannes ziet de centraliteit en onuitsprekelijke majesteit van de Almachtige (4:2b-3). Hij zorgt ervoor dat zijn lezers niet vergeten dat boven alle tijdelijke tronen, waarvan sommige verantwoordelijk zijn voor vreselijke vervolging, de ultieme troon staat, de troon van God.
Hij beschrijft de stralende heerlijkheid van licht dat weerkaatst wordt als door kostbare edelstenen, zoals bij de kroonjuwelen in de Tower of London. Je kunt niet weggaan van dit gezicht en God toelachen. Deze verblindende, schitterende schoonheid wekt ontzag maar staat geen namaak toe (vgl. Ez. 1:28).

(b) Johannes ziet de goddelijke troon omringd door spectaculaire hemelse wezens (4:4). Hoewel het mogelijk is de ‘oudsten’ te beschouwen als een beeld van gelovigen uit zowel het oude als het nieuwe verbond, is het beter hen te zien als een hoge orde van engelen.

Ze bieden de gebeden van Gods heiligen aan God aan (5:8), een taak van engelen (8:3). Gelovigen zingen een nieuw lied dat de oudsten niet kunnen zingen (14:3).
In de gezichten van 7:9-11 en 19:1-4 vind je de oudsten in concentrische cirkels tussen engelen en de vier levende wezens (de hoogste orde van engelenwezens).

Een oudste verklaart regelmatig wat er gebeurt (bijv. 5:5) – een gebruikelijke taak voor engelen in apocalyptische literatuur. Hier omringen ze de troon en nemen ze deel aan de aanbidding.

(c) Johannes ziet de heilige verhevenheid van de Almachtige. Dit is het punt van de drie beschrijvingen in 4:5-6a. De enorme storm herinnert de lezer aan Sinai (Ex. 19:16). De zee dient als een symbool voor de gehele gevallen orde; dit is waarom er in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geen zee meer is (21: 1). Johannes is afgescheiden van de Almachtige door deze en verwante fenomenen.

(d) Johannes ziet de vier levende wezens, beschreven in bewoordingen die ontleend zijn aan Jesaja 6 en Ezechiël 1 en 10. Ze zijn de hoogste engelenwezens, die de lof aan de Almachtige orkestreren en zijn verheven regering weerspiegelen (4:6b-11).
Alleen God dient aanbeden te worden, want alleen Hij is de Schepper (4:11), en alle andere gezag is van Hem afkomstig (4:10).


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 juni uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 31 december 2014

'Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij' (Opb. 22)


2 Kronieken 36; Openbaring 22; Maleachi 4; Johannes 21

De eerste twee van onze bovenvermelde lezingen [uit het Bijbelleesrooster van M’Cheyne, JL] voor deze laatste dag van het jaar brengen ons hoop.

De eerste, 2 Kronieken 36, schetst de uiteindelijke val van Jeruzalem. De Babyloniërs maken de stad met de grond gelijk en de leidinggevende burgers worden 1000 à 1300 kilometer van huis weggevoerd. Maar de slotverzen vergunnen een glimp van hoop. Babylon heeft niet het laatste woord.

Decennia later neemt het Perzische rijk over en wordt dit de supermacht in de regio, en koning Cyrus staat de terugkeer van de bannelingen naar Jeruzalem toe en de bouw van een nieuwe tempel.

Historisch gezien hanteerden de Perzen dit beleid natuurlijk voor alle volken die de Babyloniërs hadden weggevoerd: allemaal kregen ze toestemming naar huis terug te keren. Maar de kroniekschrijver ziet de toepassing van dit beleid voor Israël terecht als hoogste bewijs van de hand van God, en een nieuwe fase in de heilsgeschiedenis die de vervulling van al Gods beloften zou brengen.

De hoop die wordt geschetst in de tweede lezing, Openbaring 22, is van een hogere orde. De openingsverzen vervolledigen het gezicht van Openbaring 21. De zegen van de eindvervulling draait om zaken als deze: het water van het leven vloeit vrijelijk vanuit de troon van God en van het Lam; alle gevolgen van de vloek worden uitgewist; Gods volk zal voortdurend zijn aangezicht zien, dit betekent dat ze voor altijd in zijn tegenwoordigheid zullen zijn; er zijn geen cycli meer van nacht en dag – opnieuw is de les moreel, niet astronomisch, d.w.z.: er zullen geen cycli meer zijn van goed en kwaad, van licht en duisternis, want ieder zal leven in het licht van God.

Gezien de loutere goedheid en heerlijkheid van dit duurzame gezicht vol symboliek van de vervulling en de triomf van de verlossing, wordt de rest van het hoofdstuk grotendeels gebruikt om de lezer te verzekeren van de volkomen betrouwbaarheid van dit gezicht, en daarom van het absolute belang te horen bij hen ‘die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad’ (22:14).

Hierin ligt dus de ultieme hoop, in die zin dat als iemand zich ditmaal afkeert, er geen hoop meer is. Er is alleen een angstig uitzien naar de uiteindelijke toorn. We zijn nog niet zover, zegt de auteur, maar de climax is niet meer veraf, en wanneer die komt zal het te laat zijn.

De opgewekte en verheerlijkte Jezus, de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster (22:16) verklaart plechtig: ‘Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naar dat zijn werk is. Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde’ (22:12-13).


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 30 december 2014

Voor altijd in de onafgebroken schittering van zijn tegenwoordigheid (Opb. 21)


2 Kronieken 35; Openbaring 21; Maleachi 3; Johannes 20

Eindelijk bereiken we de climax van de verlossing (Opb. 21). In zijn laatste visioen ziet Johannes ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’ (21:1). Enkele opmerkingen:

(1) De afwezigheid van een zee (21:1) is geen beschrijving van de hydrologische principes van de nieuwe hemel en nieuwe aarde. Zoals we al eerder opmerkten is de zee symbolisch voor chaos, de oude orde, dood. En zo is de zee verdwenen.

(2) Johannes ziet ook ‘de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God’ (21:2). We moeten dit nieuwe Jeruzalem niet lokaliseren binnen de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Ze zijn twee behoorlijk onderscheiden beelden van de finale realiteit, twee manieren om de ene waarheid af te beelden – een beetje zoals de Leeuw en het Lam in Openbaring 5, waar er wel twee dieren zijn, maar slechts één Jezus naar wie deze twee dieren verwijzen.

Eén manier om te denken over de finale heerlijkheid is om ze voor te stellen als een nieuw universum, een nieuwe hemel en aarde; een andere manier om ze te zien is als het Nieuwe Jeruzalem – met veel dat aan dit laatste beeld vasthangt.

(3) Maar nog een derde manier om de eindvervulling te zien is om te focussen op het bruiloftsmaal van het Lam (21:2, 9; vgl. 19:9)—en hier is de bruid het Nieuwe Jeruzalem. De metaforen zijn zeer mooi met elkaar gemixt. Maar iedereen begrijpt dat de vervulling volmaakte intimiteit zal met zich mee brengen tussen de Heer Jezus en het volk dat Hij heeft vrijgekocht.

(4) Ongetwijfeld liggen de volmaaktheden van het Nieuwe Jeruzalem zo ver buiten onze ervaring dat het moeilijk is om ze ons voor te stellen. Maar een manier om ze te vatten is door negatie: we moeten verstaan welke lelijke dingen verbonden met zonde en verderf er niet aanwezig zullen zijn: ‘de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan’ (21:4).

(5) De stad is op zichzelf een sociale realiteit. De vervulling is niet een plaats van geestelijkheid op je eentje. Evenmin zijn alle steden zo slecht als ‘Babylon’, de moeder van de hoeren (hoofdstuk 17, zie de overdenking van 26 december).

Deze stad, het Nieuwe Jeruzalem, wordt op veel symbolische manieren beschreven om haar mysterie en heerlijkheid voor te stellen – te veel om hier uiteen te zetten.

Maar merk op dat zij is opgebouwd als een perfecte kubus. Dit weerspiegelt al evenmin zijn architectuur, als de afwezigheid van een zee de ultieme hydrologische organisatie verraadt.

De kubus is symbolisch: er staat slechts één kubus in het Oude Testament, en dat is het Heilige der Heiligen van de tempel, waar alleen de priester één keer per jaar mocht binnengaan, terwijl hij bloed bracht voor zijn eigen zonden en voor de zonden van het volk.

Nu is de volledige stad het Heilige der Heiligen: in de eindvervulling bevindt iedereen van Gods volk zich te allen tijde in de onafgebroken schittering van zijn heerlijke tegenwoordigheid.


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 28 december 2014

'En een stem ging uit van de troon, zeggende: Looft onze God, al zijn knechten' (Opb. 19)


2 Kronieken 33; Openbaring 19; Maleachi 1; Johannes 18

Openbaring 19 is onderverdeeld in twee delen. In het eerste deel hoort Johannes de luide roep van een grote menigte in de hemel die verscheidene zinnen uitroepen van ongeremde lofprijzing, met diverse anderen die zich erbij aansluiten in antiphonale eenheid.

De eerste strofe van bewondering (19:1-3) prijst God omdat Hij de grote hoer heeft geoordeeld (zie de overdenkingen van 26 en 27 december), en op die manier de waarachtigheid en rechtvaardigheid van zijn oordelen heeft aangetoond (19:2).

Deze strofe leidt tot een refrein: ‘Halleluja! En haar rook stijgt op tot in alle eeuwigheden’ (19:3), en de oudsten rond de troon vallen in met bewonderende instemming (19:4).

Een stem klinkt vanuit de troon en roept al Gods dienstknechten op zich aan te sluiten bij de lofprijs – ‘die Hem vreest, gij kleinen en gij groten’ (19:5) – en opnieuw hoort Johannes een enorme menigte in de donderende lofbetuiging. Nu ligt de focus minder op Gods gerechtigheid in het veroordelen van de hoer, en meer op de loutere heerlijkheid van de regering van ‘de Here, onze God’ en op de nakende ‘bruiloft van het Lam’ (19:6-8).

Het tweede deel van het hoofdstuk schildert Jezus in hoogst symbolische bewoordingen. Nog maar eens is het belangrijk onszelf eraan te herinneren hoe de apocalyptiek zijn metaforen kan mengen. Hij die vanaf hoofdstuk 5 het vaakst wordt beschreven als het Lam (een benaming die nog altijd zeer gebruikelijk is in de hoofdstukken 21 en 22) wordt nu voorgesteld als een strijder die op een wit paard rijdt. Die strijder wordt genoemd ‘Getrouw en Waarachtig’ (19:11); zijn naam is ‘Het Woord van God’ (19:13, vergelijk met Joh. 1:1, 14), en zijn titel is ‘Koning der koningen en Here der heren’ (19:16).

Hij leidt de legers van de hemel in de finale aanval tegen de twee beesten (d.w.z. tegen het beest en de valse profeet) en tegen al wie hun teken dragen. Zijn wapen is een scherp zwaard dat uit zijn mond komt: Hij hoeft slechts te spreken om te winnen. Van Hem staat er: Hij ‘treedt de persbak van de wijn der gramschap van de toorn Gods, des Almachtigen’ (19:15), wat ons terugbrengt bij het angstwekkende beeld van 14:19-20.

Aan de ene kant brengt Openbaring 19 de verhaallijn van het boek Openbaring niet verder. Het hoofdstuk poogt dit ook niet. Er is ons al verteld dat God de grote hoer uitschakelt, dat zij die het teken van het beest dragen de toorn van God moeten ondergaan, enzovoort.

Wat dit hoofdstuk toevoegt – en dit is vitaal – is de volkomen nuttige herinnering dat God de absolute controle uitoefent, dat Hij geprezen moet worden voor zijn rechtvaardige oordelen over al wat boos is, en dat vertegenwoordiger die op het einde alle tegenstand vernietigt niemand anders is dan Jezus Christus.
Bovendien wordt dit allemaal niet alleen overgebracht in de spectaculaire taal van de apocalyptiek, maar met de jubelende tong van enthousiaste lofprijzing.

Impliciet worden we als lezers uitgenodigd ons daarbij aan te sluiten, zelfs als we dat op dit moment nog doen door geloof en niet door aanschouwen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 27 december 2014

Zij is gevallen, zij is gevallen, het grote Babylon (Opb. 18)


2 Kronieken 32; Openbaring 18; Zacharia 14; Johannes 17

Wanneer Openbaring 17 de gruwelen van ‘Babylon’ aan de kaak stelt, dan kondigt Openbaring 18 haar naderende val aan. Veel van de taal is afkomstig uit gedeeltes van het Oude Testament die de val aankondigen van het historische Babylon of bepaalde andere heidense steden die worden gekenmerkt door corruptie, geweld en afgoderij.

Lees het hoofdstuk opnieuw, traag en aandachtig. Het is goed in herinnering te houden dat, hoewel Rome in de daaropvolgende driehonderd jaren te maken kreeg met diverse belangrijke omwentelingen, de stad toch pas in de tijd van Augustinus ernstig geplunderd werd door de barbaren van het noorden. Zo werd veel van de beschrijving uit dit hoofdstuk nogal gewelddadig en letterlijk vervuld.

Maar rond die tijd was het christendom zelf de staatsgodsdienst geworden, en veel christenen vonden daarom de val van de stad moeilijk te aanvaarden, laat staan die te verklaren.

Het was Augustinus die een boek schreef waarin hij de val van Rome in een theologisch kader zette dat christenen hielp de zin van dit alles te vatten. Zijn werk 'De stad van God' herkent twee steden, de stad van God en de stad van de mens. (Zie de overdenking van 9 januari).

Voor hem worden deze categorieën de bepalende typologie, niet alleen voor zijn beknopte overzicht van de Bijbelse geschiedenis, maar ook voor zijn analyse van goed en kwaad binnen de geschiedenis. Het werk is meesterlijk en verdient zelfs vandaag een zorgvuldige lezing.

Bovenal waarschuwt Augustinus tegen een te nauwe verwevenheid van de kerk en van het evangelie met de steden en koninkrijken van deze wereld, steden die allemaal tijdelijk en eindig zijn en tot vernietiging zijn opgeschreven, hopeloos gecompromitteerd als ze zijn.

Christenen zouden zich integendeel moeten identificeren met het nieuwe Jeruzalem, de stad van de grote Koning, het Jeruzalem dat boven is, waarvan God bouwmeester en schepper is.

Deze zaken goed vatten is nooit makkelijk of eenvoudig. ‘Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden en niet ontvangt van haar plagen’ (18:4).

In de context van het boek Openbaring is dit een dwingende vermaning om met geen van ‘Babylons’ vergankelijke rijkdommen en verdorven waarden te conformeren. Je moet ‘uitgaan’ en deze vervloekte stad ‘verlaten’ die onder het oordeel ligt van de almachtige God.

Maar deze woorden werden al gebruikt om tweede- en derdegraadsafscheiding te rechtvaardigen, alsof dit is wat de Apocalyps ons leert.

Waar sommigen zodanig genieten van Babylon dat ze uiteindelijk met haar ten val komen, verwachten anderen hun eigen centra te kunnen bouwen die volledig afgescheiden zijn van Babylons verwoestende invloed, zonder door te hebben dat het volk van God tot de terugkeer van Jezus voortdurend in verschillende richtingen moet worden getrokken door de stad van God en de stad van Gods opstandige beelddragers.

Onze ultieme hoop ligt in God zelf, die niet alleen het nieuwe Jeruzalem introduceert (Opb. 21-22), maar die in zijn eigen soevereine oordeel ook deze ‘moeder van de hoeren’ ten val brengt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 26 december 2014

'Kom, ik zal u het oordeel over de grote hoer laten zien' (Opb. 17)


2 Kronieken 31; Openbaring 17; Zacharia 13:2-9; Johannes 16

Openbaring 17, met het gezicht van de hoer, staat vol kleurrijke taal die heel wat uitleggers in de war heeft gebracht. Maar de hoofdlijnen zijn wel tamelijk helder, en zelfs de meer betwiste punten zijn niet compleet obscuur. Hier kunnen we bij drie zaken stilstaan:

(1) Geen enkele lezer in de eerste eeuw zou twijfelen aan haar basisidentificatie. De verwijzing naar de zeven heuvels (of bergen) waar de vrouw op zit (17:9), plus de expliciete verklaring dat de vrouw gelijk is aan ‘de grote stad, die het koningschap heeft over de koningen der aarde’ (17:18), zou haar identificeren als Rome.

(2) Formeel wordt ze in nogal onduidelijke bewoordingen geïdentificeerd: ‘Geheimenis, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde’ (17:5 [HSV]). Het historische Babylon was op dat moment als plaats een ruïne, een relatief klein en zeker verzwakt centrum zonder invloed van betekenis. Maar Babylon had in Oudtestamentische tijden gestaan voor al wat heidens, krachtig, zelfzuchtig en boosaardig was. Babylon was de stad die Juda en Jeruzalem in ballingschap had gevoerd (hoezeer het volk van God het oordeel ook verdiend had).

Nu wordt de benaming van de oude stad geplakt op Rome, het nieuwe geopolitieke centrum. Het woord ‘hoeren’ verwijst niet in de eerste plaats naar gewone menselijke prostituees, maar naar geestelijke hoererij (nog maar eens ontleend aan het Oude Testament).

‘De moeder van alle X’ is een Semitische manier om iets uit te drukken als ‘het archetype van alle X’. En in die tijd was Rome zeker, in die zin, de moeder van alle geestelijke hoererij, de bron van de gruwelen van de wereld.

De titel was niet alleen verdiend omwille van haar afgoderij, politieke corruptie, eindeloze geweld en perversie, buitengewone rijkdom en vreselijke armoede, maar ook omdat dit het centrum was waar een mens, de toenmalige Caesar, op muntstukken betiteld werd als ‘Onze Heer en God’, en vanwaar de politieke wil voortkwam die in toenemende mate gericht was tegen het volk van God.

(3) Van de zeven hoofden van deze hoer, wordt ons verteld dat ze in twee richtingen wijzen. Aan de ene kant wijzen ze naar de zeven heuvels van Rome. Maar ze wijzen ook naar zeven koningen, waarvan er vijf zijn gevallen, ‘een is er nog en de andere is nog niet gekomen’ (17:10).

Het is buitengewoon moeilijk om deze lijst op één lijn te brengen met de ons bekende Caesars uit de eerste eeuw. Diverse verbanden zijn van daaruit gelegd; ik ben niet zeker over welk het juiste verband is. Maar het beest waarop de vrouw rijdt, met zekerheid geïdentificeerd als het beest uit de zee van hoofdstuk 13, het beest dat dodelijk gewond raakt en daarna herstelt, ‘is zelf ook de achtste’ koning (17:11). Dit wekt voor velen de suggestie (en ik denk ook terecht) van een manifestatie van het kwaad die het Romeinse Rijk overstijgt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 25 december 2014

Zij werden verzengd door de grote hitte … en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven (Opb. 16)


2 Kronieken 30; Openbaring 16; Zacharia 12:1-13:1; Johannes 15

De zeven schalen van Gods toorn [of gramschap] (Opb. 16), met daarin de laatste zeven plagen (zie ook Opb. 15), worden uitgegoten over de aarde. Ongetwijfeld is veel van de taal symbolisch geladen; soms is die duidelijk, soms is die moeilijker te verstaan.

Hier wil ik focussen op één zinsdeel dat wordt herhaald. Wanneer de vierde engel zijn schaal uitgoot, staat er over de slachtoffers dat ze ‘werden verzengd door de grote hitte en zij lasterden de naam van God, die de macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven’ (16:9, cursief toegevoegd).

Hetzelfde na de vijfde schaal: mensen ‘lasterden de God des hemels vanwege hun pijnen en vanwege hun gezwellen, en zij bekeerden zich niet van hun werken’ (16:11, cursief toegevoegd).

We moeten stilstaan bij deze donkere gedeeltes.

(1) Ze komen meteen na de semi-poëtische zinnen van de voorgaande verzen: ‘Rechtvaardig zijt Gij, die zijt en die waart, Gij Heilige, dat Gij dit oordeel hebt geveld. Omdat zij het bloed der heiligen en der profeten vergoten hebben, hebt Gij hun ook bloed te drinken gegeven; zij hebben het verdiend! … Ja, Here God, Almachtige, uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig’ (16:5-7). Dit thema kwamen we al eerder tegen. Indien God de aanhoudende aanvallen op zijn verbondsvolk negeert, indien Hij doet alsof de ernstige boosheden die werden begaan in de wereld nooit gebeurden, wordt Hij zelf aangetast: dan is hij hoogstens amoreel, misschien immoreel.

(2) In bepaalde opzichten verklaren de vreselijke woorden van 16:9 iets van de hel zelf. De hel is niet gevuld met mensen die hun lesje hebben geleerd. Ze is vol mensen die nog altijd weigeren zich te bekeren. Zoals degenen die onder deze plagen lijden, lijden ze en vervloeken ze God omwille van hun lijden, maar ze weigeren zich te bekeren van wat ze hebben gedaan. Dit is hoe de hel eruitziet: een voortgaande cyclus van zonde, rebellie, oordeel, zonde, rebellie, oordeel, zonder einde.

(3) Deze Schriftgedeeltes van verschrikkelijk oordeel moeten worden gezien in het kader van het volledige boek Openbaring. Openbaring 5 heeft al de aandacht gevestigd op de Leeuw/het Lam wiens triomfantelijke lijden mannen en vrouwen heeft gered uit elke stam en taal en volk en natie. Openbaring eindigt met een uitnodiging: Geest en Bruid (een ander woord voor de kerk, het volk van God) roepen nog altijd ‘Kom’(22:17). ‘En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet’ (22:17).
Er staat geschreven: ‘Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd’ (22:11).


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 23 december 2014

'Zij hebben geen rust, dag en nacht, die het beest en zijn beeld aanbidden' (Opb. 14)


2 Kronieken 27-28; Openbaring 14; Zacharia 10; Johannes 13

In Openbaring 13 ontdekten we dat al wie onder het gezag staan van het onheilig triumviraat een teken op hun voorhoofd hebben. Dit betekent dat ze kunnen deelnemen aan de wereldorde van de draak en zijn beesten en hen de toorn van Satan bespaard blijft.

Hier in Openbaring 14 leren we dat wie behoren tot Gods volk ook iets op hun voorhoofd hebben – de naam van het Lam en van de Vader (14:1). Deze mensen staan op de berg Sion met het Lam en hen blijft alle toorn van het Lam bespaard. Wie het teken van het beest op hun voorhoofd hebben, moeten daarentegen nu de toorn van het Lam ondergaan, en drinken ‘van de wijn van Gods gramschap, die ongemengd is toebereid in de beker van zijn toorn’ (14:10-11).

Deze beelden zijn afkomstig uit een heel ander visioen, namelijk uit Ezechiël 9, waar Ezechiël ziet hoe God een man in linnen kleren opdraagt om een teken aan te brengen op de voorhoofden van alle mensen in Jeruzalem die rouwen over al de zonde die er wordt bedreven. Wanneer de uitvoerende engelen doorheen de stad trekken, vastbesloten tot dood en vernieling, sparen ze allen die Gods teken op het voorhoofd hebben.

Deze beelden worden nu in Openbaring op twee heel verschillende manieren toegepast. Nu heeft iederéén een teken op het voorhoofd. Ofwel draag je het teken van het beest en wordt jou de toorn van het beest bespaard maar moet je Gods woede ondergaan; of je hebt het teken van het Lam, wat betekent dat Gods woede jou bespaard blijft, maar je wel de sancties van het beest moet ondergaan.

Dus onder wiens toorn zou je liefst vallen? Je zult of de ene of de andere ondergaan. Zou je liever te maken krijgen met de toorn van Satan, of met de toorn van God?

De Heer Jezus leerde ons dat de persoon die we moeten vrezen Hem is, die zowel ziel als lichaam kan verderven in de hel (Mt. 10:28). Er zijn maar weinig Schriftgedeelten angstaanjagender wat dit vooruitzicht betreft dan Openbaring 14. Er wordt ons ongezouten verteld over de ‘rook van hun pijniging’ die ‘in alle eeuwigheden’ opstijgt, ‘en zij hebben geen rust, dag en nacht, die het beest en zijn beeld aanbidden, en al wie het merkteken van zijn naam ontvangt’ (14:11).

Weinig Schriftgedeelten zijn nog explicieter over de eeuwige duur van deze straf. Het uiteindelijke grafische portret (14:19-20) is onvoorstelbaar afgrijselijk.

In de antieke wereld werden in grote stenen vaten onderaan gaten geslagen, en de bodem werd gevuld met druiven. Jonge dienstmeisjes sprongen er vervolgens in en vertrappelden de druiven, waarbij ze ondertussen het sap eruit persten dat door de gaten liep en verzameld werd om te gebruiken bij het wijn maken.

Maar nu, in het kielzog van de finale oogst, moet je ervan uitgaan dat het mensen zijn die in dit vat geworpen worden, want wat uit ‘de grote persbak van de gramschap Gods’ (14:19) vloeit, is bloed, en het vloeit ongeveer 300 kilometer ver.

Dus wiens toorn zou jij liever ondergaan?


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 22 december 2014

Niemand kan kopen of verkopen, dan wie het merkteken heeft (Opb. 13)


2 Kronieken 26; Openbaring 13; Zacharia 9; Johannes 12

Het blijkt dat Satan twee onheilige beesten heeft om hem bij te staan, een die uit de zee komt (Opb. 13:1-10), en de andere die uit de aarde komt (13:11-18). Samen vormen ze een onheilig triumviraat dat in bepaalde opzichten de Drieëenheid naäapt.

Toegegeven, veel van de apocalyptische beelden in dit hoofdstuk zijn door verschillende stromingen op even veel verschillende manieren geïnterpreteerd. Het gaat deze korte meditaties ver te boven om een bepaalde indeling te verdedigen.

Naar mijn mening, echter, staan deze beesten voor weerkerende historische manifestaties van de boze – in het ene geval de boze in de gedaante van regelrechte tegenstand tegen het volk van God, en in het andere geval in zijn gedaante van religieuze misleiding. (Het is niet voor niets dat het beest uit de aarde later wordt beschreven als ‘de valse profeet’: bijv. in 19:20). Satan zet niet alleen vertegenwoordigers in die gelovigen openlijk en boosaardig aanvallen, maar ook vertegenwoordigers wiens opdracht eruit bestaat de uitverkorenen zelf zo mogelijk te verleiden en te misleiden.

Let maar op een van de bijzondere elementen in de beschrijving van het eerste beest. Het heeft een dodelijke slag gekregen, maar de wonde is genezen. Dit lijkt met elkaar in tegenstelling: indien de wonde genezen is, dan was ze natuurlijk niet dodelijk, en als ze dodelijk was, dan kon ze vanzelfsprekend niet worden genezen.

Maar deze symboliek is bedoeld om de herhaalde historische manifestaties van dit monster te beschrijven. Het verschijnt in een Nero, in het Romeinse Rijk, in Innocentius III, in een Hitler. In elk van de gevallen wordt het monster neergehaald. Veel mensen denken dat de boze in zijn ergste vorm eindelijk is uitgeroeid. Het duizend-jaar Rijk [dat de Nazi’s nastreefden, JL] hield anderhalf decennium stand: deze oorlog zou vast een einde maken aan alle oorlogen. Maar dan start de genocide opnieuw – in het Oostblok, in China, in Cambodja, in Rwanda. Het beest krijgt een fatale wonde, maar altijd komt het beest terug tot leven.

Let op sommige beelden die worden gebruikt om de valse profeet te beschrijven. Hij ziet eruit als een lam, maar hij spreekt als een draak (13:11): dit betekent waarschijnlijk niet dat hij brult als een draak en iedereen afschrikt, maar dat hij er onschuldig uitziet, zelfs al spreekt hij zoals de draak spreekt – de ‘grote draak’ van 12:9, niemand anders dan de Satan zelf. Dit ‘lam’ blijkt Satans spreekbuis.

Hij vertoont wondertekenen en misleidt daarmee de bewoners van de aarde (13:14). Er is geen suggestie dat de tekenen gewoon maar trucs zijn; wondermacht getuigt niet noodzakelijk van Goddelijke macht.

Uiteindelijk gebruikt hij de autoriteit die hij krijgt van het eerste beest als een stap naar een exclusieve identiteit voor zijn eigen volgelingen, waarbij hij alle anderen uitsluit met harde economische sancties (13:16-17). Zelfs met weinig historische kennis kun je je manifestaties van dergelijke misleidende onderdrukking herinneren.


Eigen vertaling van de overdenking bij 22 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 21 december 2014

De aanklager van onze broeders is neergeworpen (Opb. 12)


2 Kronieken 25; Openbaring 12; Zacharia 8; Johannes 11

Het gezicht van Openbaring 12 geeft ons de uiteindelijke reden voor de aanhoudende verdrukkingen van het volk van God. Die reden is niets minder dan de razernij van Satan.

De vrouw in dit hoofdstuk is niet Maria, maar een personage dat het volk van God voorstelt. Uit haar komt Jezus voort, de zoon die ‘alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf’ (12:5).

Toch is zij niet gewoon Israël, want nadat Jezus is opgevaren naar God, wordt de vrouw achtergelaten met ‘de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben’ (12:17). De vrouw stelt dus het collectieve volk van God voor, zowel van het oude als het nieuwe verbond.

Satan faalt in dit hoofdstuk niet alleen in zijn boosaardige poging om Jezus uit te schakelen (12:4-5), maar hij wordt ook verslagen door Michaël en uit de hemel geworpen (12:7-9).

Hij wordt op de aarde geworpen (12:9). In razernij omwille van deze beperking (12:13), en ook in woede ‘omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft’ (12:12) voor zijn totale nederlaag, is hij vervuld met woede tegen de vrouw en haar nageslacht. Veel van de rest van het hoofdstuk beschrijft zijn aanval tegen de vrouw en haar kinderen – tegen ons, christenen! – in symbolisch geladen taal die is afgeleid uit het Oude Testament.

Bij zijn aanvallen vind je beschuldigingen, zowel bedoeld om ons vertrouwen te ondermijnen als om Gods toorn op te wekken tegen zijn volk, zondig als we zijn: Satan is ‘de aanklager van onze broeders’ (12:10). Maar in een cruciaal vers (12:11) vertelt Johannes ons hoe deze gelovigen de duivel overwinnen.

(1) ‘Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam’. Het voorzetsel vertaald met 'door' zou moeten vertaald worden als ‘op grond van’. Wanneer al zijn beschuldigingen tegen ons naar voren worden gebracht – zoveel ervan volkomen terecht, wanneer we zaken alleen afwegen aan de hand van de kwaliteit van onze trouw – wordt Satan tot zwijgen gebracht wanneer we stellen dat onze aanvaarding voor God niet in onszelf is gegrond, maar in de dood van Jezus Christus.

‘Wie zal veroordelen?’, vraagt Paulus jubelend. ‘Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit’ (Rom. 8:34). We hebben geen andere grond voor onze vrijspraak, en hebben die ook niet nodig.

(2) ‘Zij hebben hem overwonnen … door het woord van hun getuigenis’. Dit betekent niet dat ze regelmatig hun getuigenis gaven. Eerder betekent het dat ze voortdurend getuigenis aflegden van Jezus Christus; kortom, ze verkondigden voortdurend het evangelie. Dit is wat Satans nederlaag duidelijk stelt. Blijf zwijgen, en Satan wint.

(3) ‘Zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood’. Je kunt geen vijand verslaan die niet alleen bereid is te sterven, maar voor wie de dood zelfs winst betekent (Fil. 1:21).


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 20 december 2014

Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde (Opb. 11)


2 Kronieken 24; Openbaring 11; Zacharia 7; Johannes 10

Doorheen het boek Openbaring vind je regelmatig gezichten van het einde of van de troonzaal van God die vooruitgrijpen naar de laatste twee hoofdstukken. De manier waarop de verhaallijn zich ontwikkelt is met andere woorden niet altijd lineair. De verwachting van overwinning, heerlijkheid en het perspectief van de Almachtige worden soms in de context geplaatst van de meest donkere scènes van oordeel: zo bijvoorbeeld Openbaring 14:1-5, in de context van de hoofdstukken 12-14.

Wanneer de zevende bazuin klinkt (Opb. 11:15-19) wordt de sluier een beetje weggeschoven om ons een glimp te schenken van precies zo’n scène – in dit geval niet van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, maar van de regering van God over deze taferelen van verschrikkelijk oordeel.

Ik wil de aandacht vestigen op twee elementen.

Ten eerste is het begrip ‘koningschap van God’ een dynamisch begrip dat van precieze betekenis verandert naargelang de context. Hier verkondigen luide stemmen in de hemel: ‘Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden’ (11:15). Dit suggereert dat er daarvoor een tijd was waarin dit goddelijke ‘koningschap’ over deze gevallen wereld nog niet was begonnen.

Waar het hier dus om gaat is zeker niet het universele koningschap van Gods voorzienige regering. Ook is het niet het begin van Jezus’ regering, zoals ingeluid door zijn opstanding en verheerlijking. Het is waar, op dat moment kreeg hij alle gezag in hemel en aarde (Matt. 28:18). Niettemin wordt die regering zo uitgeoefend dat ze nog steeds gecontesteerd is.

Hetgeen de volgende verzen suggereren is dat God nu zijn grote kracht zo aanwendt om hen te verderven die voorheen zijn volk hebben verdorven. De tijd is gekomen ‘voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw knechten, profeten, en aan de heiligen en aan hen, die uw naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven’ (11:18).

Dit kondigt de dreiging aan van de finale uitoefening van het gezag dat alle resterende oppositie wegveegt en allen volkomen rechtvaardig oordeelt.

Ten tweede hebben we al gezien dat gemengde metaforen kenmerkend zijn voor apocalyptische literatuur. Hier in 11:19 is Gods tempel in de hemel geopend, en binnen in de tempel zien we de ark van het verbond, gekoppeld aan een geweldige storm.

Vreselijke stormen die Gods grote daden van zelfopenbaring vergezellen stammen uit hetgeen plaatsvond bij Sinaï; iets vergelijkbaars vinden we in het gezicht van 4:5. Het punt van tempel, ark en storm in dit vers is dat God zelf aanwezig is en regeert.

In het gezicht van de hoofdstukken 21-22 is er daarentegen geen tempel in de hemel nodig, want de Heer God Almachtig en het Lam zijn de tempel (21:22). Alleen kniesoren zullen hier een contradictie zien.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 19 december 2014

'Neem het boek en eet het op, en het zal uw buik bitter maken…' (Opb. 10)

2 Kronieken 22-23; Openbaring 10; Zacharia 6; Johannes 9

Veel beelden uit het boek Openbaring zijn afkomstig uit het Oude Testament. Het tegenbeeld voor de boekrol die Johannes eet (Opb. 10:8-11) is een vergelijkbaar beeld in Jeremia 15:16 en Ezechiël 2:8-3:3.

Elk van deze 3 Schriftgedeeltes werkt het begrip van het eten van Gods woorden een klein beetje anders uit.

Jeremia contrasteert zichzelf met zijn vervolgers en treiteraars, met een ‘kring van lachers’ (Jer. 15:17) met wie hij nooit gemene zaak maakte. Hoe zou hij ook kunnen? Hij zat alleen omdat de hand van God op hem was. Hij nam de zonde in het land waar en het dreigende oordeel, en hij was vol verontwaardiging. Wat was het dat hem tot dit standpunt bracht? ‘Telkens als ik uw woorden hoorde, nam ik ze als voedsel tot mij. Uw woorden gaven mij een diepe vreugde, want ik behoor u toe, o HEER, God van de hemelse machten’ (Jer. 15:16 [NBV]).

In zijn visioen krijgt Ezechiël een boekrol te zien die aan beide zijden beschreven is met ‘klaagliederen, zuchten en weeklachten’ (Ez. 2:10 [HSV]). God draagt hem op zijn mond te openen en de boekrol te eten, en dan heen te gaan en tot het huis van Israël te spreken (Ez. 3:1). ‘Toen at ik die op, en zij was in mijn mond zoet als honig’ (Ez. 3:3).

Het verband maakt de betekenis duidelijk. Zelfs al was de boodschap die Ezechiël overbracht vol oordeel en geklaag, zelfs al legde hij de zonden van Jeruzalem uit aan de ballingengemeenschap en voorspelde hij de catastrofale val van zowel stad als tempel, toch moest Ezechiël dermate op één lijn staan met Gods standpunt dat hij Gods woorden zoet vond. Hoe hard de boodschap ook, Ezechiël zal Gods woorden van oordeel, als ze echt Gods woorden zijn, zoeter vinden dan alle woorden van de algemene opinie onder zichzelf rechtvaardigende zondaars.

In zijn visioen krijgt Johannes de ziener de opdracht een boekrol te nemen en die te eten. Er wordt hem verteld dat het zoet als honing zal smaken, maar dat het in zijn buik bitter zal worden (Opb. 10:9-10). De inhoud is opnieuw oordeel: Johannes ‘moet wederom profeteren over vele natiën en volken en talen en koningen’ (10:11). Maar hier ontwikkelt de symboliek zich lichtelijk anders.

Het is nog altijd belangrijk voor deze boekrol dat ze zoet smaakt in Johannes’ mond, d.w.z. dat hij zichzelf zodanig vereenzelvigt met God en diens waarheid dat hij Gods wegen en woorden zoet vindt.

Maar nu komt er een extra laag bij: hoe belangrijk en goed het ook is om aan de kant te staan van Gods standpunt, hoe vitaal het ook is ‘Amen!’ te zeggen op Gods goede en noodzakelijke oordeel, toch is oordeel nog steeds oordeel.

Er kan uiteindelijk geen genoegen bestaan bij het vooruitzicht van de toorn van God, hoe volkomen gerechtvaardigd die toorn ook is, want de zonde die eraan ten grondslag ligt is buitengewoon tragisch, zowel door de feiten op zich als door de gevolgen die ze veroorzaakt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 19 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 18 december 2014

'Zij hadden over zich als koning de engel des afgronds' (Opb. 9)


2 Kronieken 21; Openbaring 9; Zacharia 5; Johannes 8

Wat ook de achterliggende verwijzingen mogen zijn bij de vreselijke beelden uit Openbaring 9, de gezichten van dood en verderf laten niets aan de verbeelding over. In oorlog en plagen worden talloze miljoenen mensen afgeslacht, een derde van de mensheid, sommigen met een grote doodsstrijd.

Vandaag wil ik focussen op de slotverzen van het hoofdstuk, terwijl we deze massale vernietiging in een bepaald kader plaatsen.

(1) Aan de ene kant is deze vernietiging het werk van de hel – meer precies van ‘de engel des afgronds; zijn naam is in het Hebreeuws Abaddon en in het Grieks heeft hij tot naam Apollyon’ (9:11), de Vernietiger. Er bestaat geen twijfel over dat dit ook Satan is, de duivel zelf (vgl. 12:7-9; 20:10). Met al zijn inspanningen om mensen weg te lokken van de God die hen gemaakt heeft en wiens beelddragers ze zijn, zijn Satans langetermijndoelstellingen met mensen nooit onschuldig. Hij kan dan tijdelijk macht of voordeel brengen voor wie zichzelf verkoopt aan de zonde of wie met hem een Faustiaans pact aangaat, maar zijn uiteindelijke doel is de vernietiging van alle mensen, of toch zoveel mogelijk ervan kwaad doen, zo meedogenloos en zo pijnlijk mogelijk.

(2) Hoezeer Satan zelf achter deze vernietiging zit, in het grotere verhaal van het boek heeft God zelf de vernietiging veroorzaakt als onderdeel van zijn rechtvaardige oordeel. Satan is zondig en machtig, maar hij is niet almachtig. Zelfs op zijn boosaardigst kan hij niet ontsnappen aan Gods controlerende macht – en God is in staat om zelfs Satans zondigheid te gebruiken om zijn plannen van rechtvaardig oordeel te brengen over degenen die volharden in hun rebellie tegen God.

(3) Zozeer verdorven zijn mensen dat zelfs het meest vernietigende oordeel vaak onvoldoende is om hun aandacht te trekken of hen tot berouw aan te zetten. ‘En wie van de mensen overgebleven waren, die niet gedood waren door deze plagen, bekeerden zich toch niet van de werken hunner handen, om de boze geesten niet (meer) te aanbidden en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, noch horen of gaan; en zij bekeerden zich niet van hun moorden, noch van hun toverijen, noch van hun hoererij, noch van hun dieverijen’ (9:20-21).

Slechts weinig mededelingen zijn meer ontmoedigend. Wat moet God doen? Wanneer Hij orde en stabiliteit geeft, drijven zijn beelddragers van Hem af, onverschillig voor zijn zegeningen.

Wanneer God daarentegen antwoordt in oordeel, komen zijn beelddragers met de beschuldiging dat God oneerlijk is of schrijven ze deze dingen toe aan blind toeval, of uitsluitend aan de duivel, of aan vreemde goden die moeten worden gesust.

Los van de tussenkomst van het overtuigende werk van de Geest, denken maar weinigen dieper na over hoe deze rampen in profetische termen een appel aan ons doen.

Welke rampen zijn het ras van Gods beelddragers niet allemaal overkomen in de twintigste eeuw? Wat is hun boodschap? Hoe hebben de meeste mensen gereageerd?


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 16 december 2014

'Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon' (Opb. 7)


2 Kronieken 18; Openbaring 7; Zacharia 3; Johannes 6

Er zijn veel geschilpunten als het gaat om de uitleg van Openbaring 7. Wie zijn bijvoorbeeld de 144.000 (7:4)? Zijn ze dezelfde mensen als de grote menigte die niemand kon tellen (7:9), zoals in hoofdstuk 5 de Leeuw ook het Lam is? Wat of wanneer is de ‘grote verdrukking’ (7:14)? Is het een korte periode? En indien dit het geval is – in het jaar 70 n.C., of tegen het einde der tijden? Of is het een manier om te verwijzen naar de volledige periode tussen Jezus’ eerste en zijn tweede komst?

Maar hier zal ik mijn aandacht moeten beperken tot drie elementen in Johannes’ beschrijving van de ‘grote schare die niemand tellen kon’.

Ten eerste komen zij voort ‘uit alle volk en stammen en natiën en talen’ (7:9). Er is zelfs geen vleugje van racisme hier. Dit thema blijft bovendien opduiken in het boek. Bijvoorbeeld al in Openbaring 5:9 zingen de oudsten een nieuw lied voor het Lam: ‘Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie’.

Gods uiteindelijke gemeenschap is transnationaal, transtribaal, transraciaal en translinguïstisch [of overstijgt volken, stammen, rassen en talen]. In die zin grijpt Los Angeles beter vooruit op de hemel dan Tulsa, Oklahoma [omdat de bevolking er demografisch veel meer varieert. Je kunt het in België vergelijken met bijvoorbeeld Antwerpen of Brussel, tegenover een stad als Brugge, JL]. Laat de kerk, gesterkt door Gods genade, nu al zo ruimhartig mogelijk uitleven wat ze op een dag zal zijn.

Ten tweede draait alles wat aan deze mensen belangrijk is om het werk van God, verwezenlijkt door het Lam – het draait kortom om het evangelie van God. Zo staan ze ‘voor de troon en voor het Lam’ (7:9); ze roepen ‘met luider stem en zeiden: De zaligheid is van onze God, die op de troon gezeten is, en van het Lam!’ (7:10).

Terwijl de engelen God aanbidden (7:11-12), wordt aan Johannes over deze mensen verteld: ‘zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams’ (7:14). Kortom, wat er ook nog allemaal aan andere zaken gevonden wordt in Openbaring, dit boek vloeit over van het evangelie.

Ten derde ligt het ultieme vooruitzicht voor de grote schare niet in dit leven. Zij bevinden zich ‘voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel’ (7:15). Niets slechts zal hen ooit nog overkomen (7:16). ‘Want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen’ (7:17).

Het boek Openbaring wakkert de vlam aan van moed en trouw in dit leven, zelfs in de klauwen van de meest venijnige tegenstand, door de meest heerlijke vooruitzichten voor te houden met betrekking tot het leven dat nog komt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.