Posts tonen met het label heiligheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label heiligheid. Alle posts tonen

zaterdag 9 december 2023

Deel 21 van het grote verhaal van tabernakel en tempel: groei door het woord (2) - mp3

Op 6 december hadden we het een 2e (en laatste) keer over het middel tot groei van Gods tempel van vandaag, namelijk het woord van God.

Kwam daarbij onder meer aan bod:

“Gods gebouw” moet gebouwd worden op het fundament van Jezus Christus 

1 Kor. 3:11: ‘Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Jezus Christus.’

Hoe moeten we daarop bouwen?

1 Kor. 3:12-13: ‘Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro, ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven.’

Volgende keer behandelen we de context van die groei, de rol van lijden.

> Beluister de audio van deel 21: Gods tempel groeit vandaag door het woord (2)*

> Beluister ook eerdere studies in deze reeks


*Ik knipte 2 stukjes uit de originele opname. Eentje omdat ik er een fout in maakte, een andere omwille van de privacy, bij de behandeling van de gespreksvragen.

De tempelbouw van vandaag, lijkt op die van Salomo: met goud, zilver en kostbare stenen. 


Bron afbeelding: Biblehub


 

dinsdag 5 december 2023

Bijbelstudie: beluister deel 20 van het grote verhaal van tabernakel en tempel - groei door het woord

Op 22 november behandelden we de tempel van de nieuwe tijd, de gemeente. Groei komt alleen door het woord van God.  

> Beluister de mp3: het grote verhaal deel 20: de tempel groeit vandaag door het woord

> Beluister de eerdere studies in deze reeks

Ef. 4:15-16 ‘maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus. 

Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde.'



dinsdag 21 november 2023

Beluister de audio van deel 19 over het grote verhaal achter de tempel: een oproep tot heiligheid

De gemeente is de tempel van de levende God. Daarbij toont 2 Korinthe 6:16-18 duidelijk aan, dat daar een vereiste van heiligheid aan vasthangt:  

"Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige".

Dit kwam ook aan bod in Bijbelstudie nummer 19 over het grotere verhaal van tabernakel en tempel.

> Beluister de audio: het grotere verhaal achter de tempel (19) - oproep tot heiligheid (mp3) 

> Beluister ook de eerdere studies in deze reeks



Bron afbeelding: Biblehub

woensdag 27 augustus 2014

'De gemeente van God … geheiligd door Christus Jezus' (1 Kor. 1)

1 Samuel 19; 1 Korinthiërs 1; Klaagliederen 4; Psalm 35

Evangelicalen trekken regelmatig een duidelijke grens tussen rechtvaardiging en heiliging. Rechtvaardiging is Gods verklaring dat een individuele zondaar rechtvaardig is – een verklaring die niet gegrond is op het feit dat hij of zij rechtvaardig is, maar in Gods aanvaarding van Christus’ dood in de plaats van die van de zondaar, in God die aan de zondaar de gerechtigheid van Christus schenkt. Het markeert het begin van de pelgrimsreis van de gelovige. Vanuit het oogpunt van de gelovige is gerechtvaardigd worden een definitieve ervaring, verbonden met Gods plannen in de dood van Christus, eens en voor allen.

In contrast daarmee werd heiliging in de Protestantse traditie gewoonlijk verstaan als verwijzend naar het proces waardoor gelovigen geleidelijk aan heiliger worden. (Heilig en geheiligd/heiliging hebben in het Grieks dezelfde stam). Dit is geen ervaring van eens en voor allen; het weerspiegelt een levenslange pelgrimstocht, een proces dat niet eerder definitief voltooid zal zijn dan bij de komst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Het is niet wat God ons aanrekent; het is wat we, door Hem bekrachtigd, kunnen worden.

Als we niet het onderscheid kunnen maken tussen rechtvaardiging en heiliging, eindigt dit meermaals in een vervaging van de rechtvaardiging. Als rechtvaardiging een nuance krijgt van persoonlijke groei in gerechtigheid, dan duurt het niet lang of de gerechtelijke, verklarende aard van de rechtvaardiging verdwijnt uit het zicht, en via de achterdeur halen we weer een bepaalde werken-gerechtigheid binnen.

Historisch bekeken is de waarschuwing natuurlijk heel terecht. Men moet altijd alert zijn om Paulus’ nadruk op rechtvaardiging te bewaren. Maar de HEILIGING-woordgroep werd door deze analyse niet altijd goed gediend. Zij die Paulus bestuderen hebben lang opgemerkt dat soms van mensen gezegd wordt dat ze ‘geheiligd’ zijn in een POSITIONELE of DEFINIËRENDE zin – dit wil zeggen, ze worden apart gezet voor God (POSITIONEEL), en daarom zijn ze al geheiligd (DEFINIËREND). In dergelijke passages gaat het niet over het proces van progressief heilig worden.

De meeste Schriftplaatsen waar Paulus het heeft over ‘heilig’ worden of ‘geheiligd’ vallen onder deze POSITIONELE of DEFINIËRENDE categorie. Dit is beslist het geval in 1 Korinthiërs 1:2: Paulus schrijft ‘aan de gemeente van God in Korinte, geheiligd door Christus Jezus, aan hen die zijn geroepen om zijn heiligen te zijn’ [NBV-vertaling]. De Korinthiërs zijn al geheiligd: ze zijn apart gezet voor God.

Daarom zijn ze geroepen om heilig te zijn – d.w.z. om te leven in lijn met hun roeping (waar ze over het algemeen in gefaald hebben, en dan nogal opvallend ook, te oordelen naar de rest van het boek).

Natuurlijk zijn er veel passages die spreken over groei en vooruitgang die niet de term ‘HEILIGING’ gebruiken; denk om te beginnen maar eens na over Filippenzen 3:12-16. Als we kiezen om ‘HEILIGING’ te gebruiken als een term uit de systematische theologie om deze groei te beschrijven, doen we er niet verkeerd aan. Maar dan mogen we deze betekenis niet teruglezen in Paulus’ gebruik van het woord op momenten waar zijn focus elders ligt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 15 april 2014

'Ik ben de HERE' (Lev. 19)


Leviticus 19; Psalmen 23-24; Prediker 2; 1 Timotheüs 4
Mogelijk is het meest opvallende kenmerk van Leviticus 19 het terugkerende zinsdeel ‘Ik ben de HERE’. Iedere keer biedt het de reden waarom de Israëlieten het specifieke gebod moeten gehoorzamen.

Iedereen moet ontzag hebben voor zijn vader en zijn moeder en Gods sabbatten houden: ‘Ik ben de HERE’ (19:3). Ze mogen zich niet overgeven aan de afgoden: ‘Ik ben de HERE’ (19:4). Wanneer ze oogsten moeten ze genoeg van de opbrengst laten liggen zodat de armen iets te eten kunnen vinden: ‘Ik ben de HERE’ (19:10).

Ze mogen niet valselijk zweren terwijl ze Gods naam gebruiken: ‘Ik ben de HERE‘ (19:12). Ze mogen geen smerige grappen uithalen met de gehandicapten, zoals de doven vervloeken of een struikelblok neerleggen voor de blinden: ‘Ik ben de HERE’ (19:14). Ze mogen geen daden stellen die het leven van de naaste in gevaar kunnen brengen: ‘Ik ben de HERE’ (19:16).

Ze mogen zich niet proberen te wreken op een naaste of haatdragend zijn, maar elk moet zijn naaste liefhebben als zichzelf: ‘Ik ben de HERE’ (19:18). Wanneer ze het Beloofde Land zullen binnentrekken en er vruchtbomen zullen planten, dan mogen ze drie jaar lang niet van de vruchten ervan eten, en daarna moeten ze in het vierde jaar alle vruchten aan de Heer geven, voor ze vanaf het vijfde jaar van de vruchten zullen eten: ‘Ik ben de HERE’ (19:23-25).

Ze mogen hun lichamen niet verminken of tatoeëren: ‘Ik ben de HERE’ (19:28). Ze moeten zich aan Gods sabbatten houden en eerbied hebben voor zijn heiligdom: ‘Ik ben de HERE’ (19:30). Ze mogen zich niet wenden tot mediums of waarzeggende geesten: ‘Ik ben de HERE’ (19:31). In de tegenwoordigheid van ouderen moeten ze opstaan, ze moeten respect betonen voor de ouderen en voor God vrezen: ‘Ik ben de HERE’ (19:32).

Vreemdelingen in het land moeten behandeld worden als waren ze er geboren: ‘Ik ben de HERE’ (19:33-34). Hun manier van zakendoen moet eerlijk zijn: ‘Ik ben de HERE’ (19:35-36).

Hoewel sommige van de geboden en verboden in dit hoofdstuk niet eindigen met deze formule, zijn ze niettemin toch gezegend met hetzelfde motief, want het slotvers vat het hoofdstuk nog eens samen: ‘Zo zult gij al mijn inzettingen en al mijn verordeningen nauwgezet in acht nemen: Ik ben de HERE’ (19:37).

Bovendien, te oordelen naar de openingsverzen van het hoofdstuk, is de formule ‘Ik ben de HERE’ in feite een herinnering aan een langere zin: ‘Spreek tot de ganse vergadering der Israëlieten en zeg tot hen: Heilig zult gij zijn, want Ik, de HERE, uw God, ben heilig’ (19:2).

We stonden al eerder kort stil bij de betekenis van ‘heilig’ (zie 8 april). Wat hier het meest opvalt is dat veel van deze geboden sociaal zijn in hun effect (eerlijkheid, vrijgevigheid, integriteit, enz.); maar de heiligheid van de Heer is er de achterliggende garantie of borg van. Voor Gods verbondsvolk zijn de hoogste motieven nauw verbonden met het behagen van God en de vrees voor zijn straffen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 14 april 2014

'‘Verontreinigt u niet door dit alles' (Lev. 18)


Leviticus 18; Psalm 22; Prediker 1; 1 Timotheüs 3
Het begin van de zogenaamde ‘heiligheidswetten’ (Lev. 18) is bijzonder interessant. We moeten op minstens vier dingen letten:

(1) Alleen maar omdat dit de eerste keer is dat sommige verboden in de Bijbel worden vermeld betekent daarom nog niet noodzakelijk dat het ook de eerste keer is dat iemand eraan dacht, of de praktijk in kwestie verbood. Voor moord werkelijk als dusdanig wordt verboden, begaat Kaïn een moord en wordt hij ervoor veroordeeld en gestraft.

Hetzelfde geldt voor veel daden die in de Wet van Mozes worden behandeld. Veel van Gods Wet staat geschreven op het menselijk geweten, zodat samenlevingen zonder de Schrift toch morele structuren oprichten, die - hoezeer ze ook mogen verschillen van de waarden van de Schrift – toch ook op belangrijke en onthullende manieren met de Schrift overlappen.

Over veel van wat hier wordt opgesomd aan verboden op het vlak van seksueel gedrag fronste men toen ongetwijfeld ook al de wenkbrauwen; maar nu wordt het verbod ervan in wetten gegoten.

(2) Zoals gebruikelijk zijn de geboden in dit hoofdstuk verbonden met de persoon en het karakter van God (18:2-4, 21, 30), de uittocht (18:3) en de sancties van het verbond (18:29).

(3) Veel van de verboden in dit hoofdstuk stellen grenzen in seksuele relaties: een man mag geen seksuele betrekkingen hebben met zijn moeder of stiefmoeder, zuster of halfzuster, kleindochter, tante, schoondochter, schoonzus enz. Homoseksualiteit is ‘een gruwel’ (18:22); bestialiteit ‘schandelijke ontucht’ (18:23).

Verbonden met deze lijst is het verbod om een van je kinderen te offeren aan de vreselijke God Moloch, die eiste dat enkelen verbrand werden als offer (18:21); misschien is het gemeenschappelijke punt de integriteit [of veiligheid] van de familie.

Een ander treffend element in dit hoofdstuk is het feit dat de perversiteiten verboden worden in Israël zodat deze jonge natie niet even ontuchtig wordt als de naties van wie ze in de plaats komt – opdat ze niet in dezelfde richting evolueert en wordt uitgespuwd door het land (18:24-30). De schaduw van de ballingschap is al aan de horizon zichtbaar, zelfs nog voor het volk het land is binnengetrokken.

(4) Intrigerend genoeg wordt Leviticus 18:5 geciteerd in Romeinen 10:5 en Galaten 3:10. Het algemene punt in de twee gedeeltes is hetzelfde. De ‘Wet’, d.i. het verbond van de wet, is gegrond in eisen: houd je aan Gods geboden en wetten en leef. Dit betekent niet dat geloof niet is vereist, en nog minder dat het verbond van het Oude Testament niet gekenmerkt wordt door genade (meest nog in het offersysteem, zodat zij die het verbond overtraden toch uitzicht hadden op een weg terug).

Maar de kern ervan is eisend. In tegenstelling daarmee wordt de kern van het Nieuwe Verbond, zoals het verbond met Abraham, vooral gekarakteriseerd door geloof (wat ook de eisen ervan zijn). Hoezeer er ook overlappingen mogen zijn, de onderscheidende kern van de twee verbonden mag niet worden verward.


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 8 april 2014

'Weest heilig, want Ik ben heilig' (Lev. 11)


Leviticus 11-12; Psalm 13-14; Spreuken 26; 1 Thessalonicenzen 5
In deze overdenking wil ik twee gedeeltes samenbrengen: ‘Want Ik ben de HERE, uw God; heiligt u en weest heilig, want Ik ben heilig; verontreinigt uzelf niet door allerlei wemelend gedierte dat op de grond krioelt. Want Ik ben de HERE, die u uit het land Egypte heb doen trekken, om u tot een God te zijn; weest heilig, want Ik ben heilig’ (Lev. 11:44-45); ‘De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God’ (Ps. 14:1).

Wat betekent heilig? Wanneer de engelen uitroepen ‘Heilig, heilig, heilig is de HERE der heerscharen’ (Jes. 6:3; vgl. Opb. 4:8), bedoelen ze dan ‘Moreel, moreel, moreel is de Here der heerscharen’? Of ‘Afgezonderd, afgezonderd, afgezonderd is de HERE der heerscharen’? We hoeven slechts dergelijke vragen te stellen om aan te tonen hoe ontoereikend dergelijke veelvoorkomende definities van heiligheid in werkelijkheid zijn.

In de kern is heilig bijna een adjectief dat overeenkomt met het naamwoord God. God is God; God is heilig. Hij is uniek; er is geen ander. Dan wordt, daarvan afgeleid, hetgeen Hem exclusief toebehoort als heilig bestempeld. Dit kunnen net zo goed dingen zijn als mensen: bepaalde vuurpannen zijn heilig, bepaalde priesterkleren zijn heilig, bepaalde uitrustingstukken zijn heilig. Niet omdat ze moreel zijn, en zeker niet omdat ze zelf goddelijk zijn, maar omdat ze in deze afgeleide betekenis in hun gebruik tot God en zijn plannen worden beperkt, en zodoende uitgesloten zijn voor ander gebruik.

Wanneer mensen heilig zijn, zijn ze om dezelfde reden heilig: ze behoren God toe, dienen Hem en functioneren in het licht van zijn plannen. (Occasioneel is er in het Oude Testament een verdere uitbreiding van de term die verwijst naar de gewijde sfeer, zodat zelfs heidense priesters in die zin heilig kunnen worden genoemd. Maar die verdere uitbreiding vormt hier niet ons aandachtspunt.)

Wanneer mensen zich op een bepaalde manier gedragen omdat ze God toebehoren, dan kunnen we zeggen dat hun gedrag moreel is. Wanneer Petrus deze woorden citeert, ‘Weest heilig, want Ik ben heilig’ (1 Peter 1:16), dan leiden we er in zijn context uit af, dat het gaat om een zich afwenden van ‘begeerten uwer onwetendheid’ of kwade begeerten (1:14) en ook om het leven en wandelen ‘in vreze’ (1:17).

Maar het is geen toeval dat deze woorden in Leviticus 11 niet gevonden worden in een context van morele geboden en verboden maar van ceremoniële restricties met betrekking tot rein en onrein voedsel. Want aan God toebehoren, leven naar zijn wil, onszelf slechts aan Hem wijden, ons in Hem verheugen, Hem gehoorzamen, Hem eren – dit zijn meer fundamentele dingen dan de bijzonderheden van gehoorzaamheid die we als moreel of ceremonieel betitelen.

Dit standpunt is zelfs zo fundamenteel in Gods heelal, dat alleen de dwaas zegt ‘Er is geen God’ (Ps. 14:1). Dit is precies het tegenovergestelde van heiligheid, het meest in het oog springende en fundamentele bewijs van wat Psalm 14:1 stelt (NBV): ‘Verdorven zijn ze, en gruwelijk hun daden’.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 12 oktober 2013

Heilig is Hij (Ps. 99)


1 Koningen 15; Kolossenzen 2; Ezechiël 45; Psalmen 99-101
Bepaalde van de Psalmen zijn gegroepeerd in verzamelingen. De psalmen 93-100 vieren het koningschap en de komst van de Heer. Thematisch variëren ze echter van de uitbundige jubelzang van Psalm 98 (overdenking van gisteren) tot een meer ingehouden maar uiterst onderdanig ontzag. Na de ongebreidelde vreugde van Psalm 98, volgt er in Psalm 99 een diepe eerbied. We zijn overgegaan van een praisefestival naar een kathedraal.

De psalm valt uiteen in twee delen. Het thema van het eerste deel wordt aangeduid door de herhaalde zin ‘heilig is Hij’ (99:3, 5). De betekenis daarvan beperkt zich niet tot de bewering dat God goed is of moreel (hoewel het dergelijke betekenissen niet uitsluit). De nadruk ligt op het louter ‘God-zijn’ van God – wat Hem onderscheidt van mensen, wat Hem uniek maakt als God.

De twee keer dat het zinsdeel ‘heilig is Hij’voorkomt, zijn bedoeld als stellingen die in beide gevallen de voorgaande zinnen samenvatten.

(a) De Heer regeert; Hij is verheven boven de machtige cherubim (99:1). Hoewel Hij zichzelf vertoont in Sion, is Hij geen tribale godheid: ‘Hij is verheven boven alle volken’ (99:2). ‘Dat zij uw grote en geduchte naam loven’ (99:3) – en dan het samenvattende refrein, ‘heilig is Hij’.

(b) Als Hij over alles regeert, is Hij, bovenal, de Koning (99:4). Niet alleen is Hij machtig, Hij heeft ook recht en rechtmatigheid lief. Dit maakt Hij bij uitstek duidelijk in zijn eigen verbondsgemeenschap: ‘recht en gerechtigheid hebt Gij in Jakob gedaan’. Er past ons maar één reactie tegenover een dergelijke God: ‘Verhoogt de HERE, onze God, buigt u neder voor de voetbank zijner voeten’ (99:5) – en opnieuw het samenvattende refrein, ‘heilig is Hij’.

Het tweede deel van de psalm overdenkt de waarheid dat, hoe verheven en heilig God ook is, Hij er toch voor koos zichzelf te openbaren aan mensen. We kunnen in de verleiding komen Mozes en Aäron en Samuël te zien als bijna bovenmenselijk. Maar de psalmist rangschikt hen zorgvuldig onder de priesters en onder hen die zijn naam aanriepen: ze waren niet fundamenteel anders dan anderen. Bovendien waren ze zwak en onvolkomen, zoals de rest van ons. Volgens vers 8 was God ‘hun [niet: ‘voor Israël’, de voetnoot van de NIV-vertaling is hier correct] een vergevend God geweest’, hoewel ‘wraak oefenend over hun daden’ (volg hier de NIV-tekst, niet de voetnoot).

Het thema van Gods heiligheid eindigt dus niet in loutere transcendentie, maar in een onvoorstelbaar grote God die zich genadig openbaart aan mensen – zelfs al zijn ze opstandig tegen Hem.

We bevinden ons in hun gezelschap. Als zijn heiligheid zich zowel openbaart in genade als in toorn, dan mag die heiligheid ons niet tot wanhoop drijven maar mogen we er ook niet zomaar aanspraak op maken. ‘Verhoogt de HERE, onze God, buigt u neder voor zijn heilige berg, want: Heilig is de HERE, onze God’ (99:9).


Eigen vertaling van de overdenking bij 12 oktober uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 29 april 2012

De Nazireeërgelofte blijft actueel (Num. 6)


Numeri 6, Psalmen 40-41, Hooglied 4, Hebreeën 4

De Nazireeërgelofte (Num. 6) kan afgelegd worden door gelijk welke man of vrouw (d.w.z. niet alleen door de Leviet) en was volkomen vrijwillig. Normaal gezien werd ze afgelegd voor een langere tijdsperiode en culmineerde ze in bepaalde voorgeschreven offergaven en offeranden (6:13-21).

De gelofte zelf was bedoeld om iemand apart te zetten voor de Heer (6:2, 5:8), een soort vrijwillige zelfopoffering. Misschien werd ze ook gekenmerkt door speciale dienst of meditatie, maar dat was niet de formele, waarneembare kant van de Nazireeërgelofte.

De Nazireeër moest zijn of haar gelofte duidelijk maken door drie onthoudingen.

(1) Voor de duur van de gelofte mochten zijn of haar haren niet geknipt worden. Dit was in die mate een teken van de afzondering van de persoon voor God dat, wanneer de gelofte afliep, het haar dat gegroeid was tijdens de periode van de gelofte, diende afgeknipt te worden en verbrand in het vredeoffer (6:18).

(2) De Nazireeër moest alle contact mijden met dode lichamen. Dit kon echt hard zijn, bijvoorbeeld in het geval een familielid stierf in de periode van de gelofte. Wat indien iemand plots overleed in de aanwezigheid van een Nazireeër? Dan moest deze niet te vermijden verontreiniging, die kon beschouwd worden als het verontreinigen van het haar dat hij had toegewijd (6:9), weggedaan worden via ritueel en offer. Het behelsde ook het afscheren van het verontreinigde haar (6:9-12).

(3) Daarbovenop moest de Nazireeër zich onthouden van alle alcohol tot de periode van zijn gelofte ten einde was (6:3, 20). Ook dit betekende wel een opoffering, aangezien wijn een gebruikelijke drank was, niet in het minst tijdens de grote feesttijden. (Het was de gewoonte de wijn te ‘versnijden’ met water, van drie delen water op één deel wijn, tot tien delen water voor één deel wijn, wat het ongeveer de sterkte van bier gaf.)

De symboliek is betrekkelijk helder.

(1) Wat heilig is komt uitsluitend de Heer toe, ook in zijn gebruik (zoals het wasvat of de efod). Het symbool was het haar, gewijd aan de Heer en daarom niet geknipt tot het werd geofferd in de offergave.

(2) Wat heilig is komt de levende God toe, het behoort niet tot de invloedsfeer van dood en verderf, die voortkomen uit de verschrikking van de zonde. Dus moesten de Nazireeërs alle contact vermijden met doden.

(3) Wat heilig is vindt zijn doel en vreugde in God. Het heeft geen nood aan de kunstmatige ‘hoogte’ van alcohol; nog minder wil het door iets of iemand anders gestuurd worden dan God zelf.

Dus hoe zullen ook leden van het nieuwe verbond, in hun roeping tot heiligheid, zichzelf dan niet helemaal toewijden aan God, en alle dingen vermijden die tot de invloedsfeer van de dood horen, en niets of niemand tot slaaf zijn behalve Jezus?


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

zondag 8 april 2012

'Weest heilig, want Ik ben heilig' (Lev. 11)


Leviticus 11-12, Psalm 13-14, Spreuken 26, 1 Thessalonicenzen 5

In deze overdenking wil ik twee gedeeltes samenbundelen: ‘Want Ik ben de HERE, uw God; heiligt u en weest heilig, want Ik ben heilig; verontreinigt uzelf niet door allerlei wemelend gedierte dat op de grond krioelt. Want Ik ben de HERE, die u uit het land Egypte heb doen trekken, om u tot een God te zijn; weest heilig, want Ik ben heilig’ (Lev. 11:44-45); ‘De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God’ (Ps. 14:1).

Wat betekent heilig? Wanneer de engelen uitroepen ‘Heilig, heilig, heilig is de HERE der heerscharen’ (Jes. 6:3; vgl. Opb. 4:8), bedoelen ze dan ‘Moreel, moreel, moreel is de Here der heerscharen’? Of ‘Afgezonderd, afgezonderd, afgezonderd is de HERE der heerscharen’? We hoeven slechts dergelijke vragen te stellen om aan te tonen hoe ontoereikend dergelijke gebruikelijke definities van heiligheid in werkelijkheid zijn.

In de kern is heilig bijna een adjectief dat overeenkomt met het naamwoord God. God is God; God is heilig. Hij is uniek; er is geen ander. Dan wordt, daarvan afgeleid, hetgeen Hem exclusief toebehoort als heilig bestempeld. Dit kunnen net zo goed dingen zijn als mensen: bepaalde vuurpannen zijn heilig, bepaalde priesterkleren zijn heilig, bepaalde uitrustingstukken zijn heilig. Niet omdat ze moreel zijn, en zeker niet omdat ze zelf goddelijk zijn, maar omdat ze in deze afgeleide betekenis in hun gebruik beperkt worden tot God en zijn plannen, en ze dus uitgesloten zijn voor ander gebruik.

Wanneer mensen heilig zijn, zijn ze om dezelfde reden heilig: ze behoren God toe, dienen Hem en functioneren in het licht van zijn plannen. (Occasioneel is er in het Oude Testament een verdere uitbreiding van de term die verwijst naar de gewijde sfeer, zodat zelfs heidense priesters in die zin heilig genoemd kunnen worden. Maar die verdere uitbreiding vormt hier niet ons aandachtspunt.)

Wanneer mensen zich op een bepaalde manier gedragen omdat ze God toebehoren, dan kunnen we zeggen dat hun gedrag moreel is. Wanneer Petrus deze woorden citeert, ‘Weest heilig, want Ik ben heilig’ (1 Peter 1:16), dan leiden we er in zijn context uit af, dat het gaat om een zich afwenden van ‘begeerten uwer onwetendheid’ of kwade begeerten (1:14) en ook om het leven en wandelen ‘in vreze’ (1:17). Maar het is geen toeval dat deze woorden in Leviticus 11 niet gevonden worden in een context van morele geboden en verboden maar van ceremoniële restricties met betrekking tot rein en onrein voedsel. Want aan God toebehoren, leven naar zijn wil, onszelf slechts aan Hem wijden, ons verheugen in Hem, Hem gehoorzamen, Hem eren – dit zijn meer fundamentele dingen dan de bijzonderheden van gehoorzaamheid die we als moreel of ceremonieel betitelen.

Ja, dit standpunt is zo fundamenteel in Gods heelal, dat slechts de dwaas zegt ‘Er is geen God’ (Ps. 14:1). Dit is precies het tegenovergestelde van heiligheid, het meest in het oog springende en fundamentele bewijs van wat Psalm 14:1 stelt (NBV): ‘Verdorven zijn ze, en gruwelijk hun daden’.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org