Op 22 mei behandelden we in de Bijbelstudiereeks over Exodus het thema van de verharding van Farao.
We deden dit (net als de vorige studie) vanuit het Nieuwe Testament en wel uit Romeinen 9.
Deze overdenking is het 2e en laatste deel van deze behandeling van het thema vanuit dit hoofdstuk uit de Romeinenbrief.
Beluister de Bijbelstudie:
de verharding van Farao vanuit Rom. 9 - Deel 2 (slotdeel)
Hieronder de ppt-presentatie bij de Bijbelstudie.
Merk op: dit keer werden niet alle slides besproken.
Posts tonen met het label Uitverkiezing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Uitverkiezing. Alle posts tonen
maandag 27 mei 2019
woensdag 20 augustus 2014
'Wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden' (Rom. 10)

1 Samuel 12; Romeinen 10; Jeremia 49; Psalmen 26-27
Hier wens ik stil te staan bij een kort gedeelte uit Romeinen 10.
Als onderdeel van zijn nadruk op het feit dat Joden net zo goed als heidenen moeten gered worden door geloof of helemaal niet gered zijn, bespreekt Paulus het fundamentele christelijke ‘woord van geloof’: ‘indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden’ (10:9).
Dit wordt dan enigszins uitgebreid: ‘want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis’ (10:10). Het bijkomende vers legt redding niet uit in twee onderscheiden stappen: stap een, geloof in je hart en word gerechtvaardigd; stap 2, belijd met je mond en word gered. Dit zou dan bijna impliceren dat rechtvaardiging kan plaatsvinden los van redding, en dat geloof een ontoereikend middel is dat nog moet aangevuld worden door belijdenis.
We zouden dichter bij de gedachte van de apostel blijven als we zeggen dat de twee zinnen parallel zijn – niet omdat elk ervan precies hetzelfde zegt als de andere (want dat doen ze niet), maar omdat elk licht werpt op de andere, terwijl ze die verheldert en wat meer uitleg geeft over wat de andere betekent.
Geloof in het hart zonder belijdenis met de mond wordt op die manier ongeloofwaardig; aan de andere kant is belijdenis met de mond die louter formeel is en niet wordt bewerkt door geloof in het hart, al evenmin wat de apostel in gedachten heeft.
Hij staat voor het geloof dat belijdenis bewerkt; die belijdenis wordt voortgebracht door geloof. Uit dit geloof/die belijdenis komt rechtvaardiging/redding – opnieuw, overlappende bewoordingen, van dien aard dat je de ene niet kunt hebben zonder de andere.
Dus hamert Paulus op de les: op die manier is er geen verschil tussen Jood en heiden, want dezelfde Heer is Heer van allen, en zegent wie Hem aanroepen, zoals de Schrift zegt: ‘wie [in de betekenis van ‘elk die’, JL] de naam des Heren aanroept, zal behouden worden’ (10:13; Joël 2:32).
Dit betekent dat christenen moeten mensen uitzenden met het goede nieuws, want hoe zouden mensen Hem anders kunnen aanroepen als ze niet van Hem gehoord hebben (10:14-15)?
Het punt dat we hier kunnen leren is dat dezelfde Paulus, die zo sterk benadrukt in Romeinen 8 en 9 dat God onvoorwaardelijk soeverein is, niet minder sterk benadrukt in Romeinen 10 dat mensen moeten geloven in hun hart en de waarheid van het evangelie moeten verkondigen met hun mond als ze gered zijn, en hij legt de plicht op het geweten van gelovigen om dit goede nieuws te brengen aan degenen die het nog niet hebben gehoord.
Elke theologie die poogt Gods soevereiniteit te beperken door zich te beroepen op de menselijke vrijheid is al even absoluut on-Paulinisch als elke theologie die op enige manier de menselijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid beperkt door zich te beroepen op een bepaald bot goddelijk fatalisme.
Eigen vertaling van de overdenking bij 20 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
dinsdag 19 augustus 2014
God ontfermt Zich over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil (Rom. 9)

1 Samuel 11; Romeinen 9; Jeremia 48; Psalm 25
Een van de belangrijke vragen die de eerste christenen moesten beantwoorden wanneer ze getuigden van Jezus de Messias, klonk een beetje zo: ‘Als Jezus werkelijk de beloofde Messias is, hoe komt het dan dat zoveel Joden die aanspraak verwerpen?’. Ongetwijfeld waren er ook varianten op de vraag, zoals: ‘Als jullie christenen het bij het rechte eind hebben, betekent dit dan niet dat God zijn beloften aan de Joden niet heeft gehouden?’. Of: ‘Waarom spenderen apostelen als Paulus zoveel tijd aan het evangeliseren onder heidenen, alsof ze zijn weggegaan uit hun eigen groep?’.
Veel complementaire antwoorden zijn gegeven in de bladzijden van het Nieuwe Testament als antwoord op deze vragen. Hier vermelden we delen van Paulus’ antwoord (Rom. 9).
Ten eerste, wat ook de focus op heidenen binnen de dienst van Paulus is, hij heeft nooit de mensen van zijn eigen volk afgeschreven. Verre van: hij kon wensen zelf vervloekt te worden als hij hen daarmee zou kunnen redden (9:3).
Het zou gemakkelijk zijn om dergelijke taal te ontkrachten als een hyperbool, gegrond in een louter hypothetische mogelijkheid. Maar het feit dat Paulus in dergelijke termen kan schrijven toont niet een apostel die louter een koel en analytisch expert in apologetiek is, maar een man met passie en buitengewone liefde voor zijn eigen volk. De kerk heeft vandaag dringend evangelisten met een gelijkaardig hart nodig.
Ten tweede benadrukt Paulus dat zelfs als veel Joden niet geloven, dit niet is omdat Gods woord vervallen is [of in de NBV-vertaling: God zijn belofte zou gebroken hebben, JL] (9:6). Verre van: het is nooit zo geweest dat alle kinderen van Abraham in het verbond zouden opgenomen worden. God benadrukte dat de lijn via Isaak zou lopen, niet via Ismaël of de kinderen van Ketura (9:7). Anders gesteld: alleen de ‘kinderen van de belofte’ worden gezien als Abrahams nageslacht, niet alle natuurlijke kinderen (9:8). Bovendien had Paulus zijn lezers al herinnerd aan de belofte aan Abraham dat in zijn zaad alle volkeren op aarde zouden gezegend worden (Rom. 4:16-17), niet alleen Joden.
Ten derde neemt de verdediging van deze visie een dramatische wending. God maakte een keuze onder de kinderen van Abraham – en niet alleen in Abrahams generatie maar ook met betrekking tot de kinderen van Isaak (9:8-13) – ‘opdat het verkiezend voornemen Gods zou blijven, niet op grond van werken, maar op grond daarvan, dat Hij riep’ (9:11-12).
Niets maakt de uitnemendheid van genade duidelijker dan de leer van de uitverkiezing. God moest niemand redden. Als Hij iemand redde, zou dit een grote daad van genade zijn. Hier redt hij een groot aantal schuldige mensen, alleen uit zijn genade, waarbij Hij zich ontfermt over wie Hij wil (9:15), en Hij heeft daar het recht toe (9:16-24).
Ten vierde voorzag de Oudtestamentische Schrift dat het volk van God op een dag niet beperkt zou blijven tot het Joodse volk (9:25-26).
Eigen vertaling van de overdenking bij 19 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
vrijdag 6 juni 2014
Vrees God en heb Hem lief (Deut. 10)

Deuteronomium 10; Psalm 94; Jesaja 38; Openbaring 8
Vervlochten met de historische terugblik die overheerst in de voorafgaande hoofdstukken van Deuteronomium, vind je uitingen van vermaning. Een van de meest treffende ervan wordt gevonden in Deuteronomium 10:12-22. Zijn schitterende thema’s omvatten:
(1) Een zuivere Godgerichtheid die zowel de vreze Gods als de liefde voor God omvat (10:12-13). In onze verwarde en verblinde wereld zal het vrezen van God zonder Hem lief te hebben veranderen in angst, en vervolgens in taboes, tovenarij, bezweringen, riten; God liefhebben zonder Hem te gehoorzamen vervaagt op zijn beurt tot sentimentalisme zonder sterke genegenheid, een schijn van godsvrucht zonder morele kracht, ongebreidelde machtshonger zonder enig besef van onbetamelijkheid, nostalgisch smachten naar relaties zonder passie voor heiligheid.
Geen van beide patronen strookt met wat de Bijbel zegt: ‘Nu dan, Israël, wat vraagt de HERE, uw God, van u dan de HERE, uw God, te vrezen door in al zijn wegen te wandelen; Hem lief te hebben … ?’ (10:12).
(2) Een zuivere Godgerichtheid die uitverkiezing neerzet als een daad van genade. God is eigenaar van het hele spectrum – ‘de hemel, ja, de hemel der hemelen, de aarde en alles wat daarop is’ (10:14). Hij kan ermee doen wat Hij maar wenst. Wat Hij in feite gedaan heeft is ‘zich verbinden’ met de vaderen, hen liefhebben en hun nakroost telkens weer verkiezen (10:15; vgl. 4:37).
(3) Een zuivere Godgerichtheid die nooit tevreden is met louter de rites en het uiterlijk vertoon van religie: het hart moet er bij betrokken zijn (10:16). Dit is waarom fysieke besnijdenis nooit als een doel op zich kon worden beschouwd, zelfs niet in het Oude Testament. Het stond symbool voor iets diepers: besnijdenis van het hart. Wat God wil is niet louter een uiterlijk teken dat bepaalde mensen Hem toebehoren, maar een innerlijke staat van het hart en het verstand die ons voortdurend op God richten.
(4) Een zuivere Godgerichtheid die Gods onpartijdigheid en daarom zijn gerechtigheid erkent – en daar ook naar handelt (10:17-20). Hij is ‘de God der goden en de Here der heren, de grote, sterke en vreselijke God’ (10:17). Geen wonder dus dat Hij geen geschenken aanneemt en geen partijdigheid kent.
(Verwar uitverkiezing nooit met partijdigheid. Partijdigheid is favoritisme dat is aangetast door een bereidheid om gerechtigheid tekort te doen ten gunste van geprivilegieerde enkelingen; uitverkiezing kiest bepaalde mensen vanuit Gods vrije beslissing en niets anders, en zelfs dan wordt gerechtigheid niet met voeten getreden: vandaar het kruis.) En Hij verwacht van zijn volk dat ze zich er naar gedragen.
(5) Een zuivere Godgerichtheid die wordt tentoongespreid in de lof van zijn volk (10:20-22). ‘Hij is uw lof en Hij is uw God’ (10:21). Zij die veel op God focussen hebben veel reden tot lof. Zij van wie de blik vooral aards of zelfgericht is drogen vanbinnen op als verdord snoeisel. God is uw lof!
Eigen vertaling van de overdenking bij 6 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
dinsdag 3 juni 2014
U heeft de HERE uit alle volken op de aardbodem uitverkoren (Deut.7)
Deuteronomium 7; Psalm 90; Jesaja 35; Openbaring 5
Diverse complexe thema’s zijn in Deuteronomium 7 vervlochten. Hier wil ik nadenken over twee ervan.
De eerste is de nadruk op uitverkiezing. ‘Want gij zijt een volk, dat de HERE, uw God, heilig is; ú heeft de HERE, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn’ (7:6; NBV vertaalt ‘zijn kostbaar bezit’).
Waarom dan wel? Was het op grond van een intrinsieke superioriteit, een bepaalde grotere intelligentie, een of andere morele superioriteit of een bepaalde militaire bekwaamheid dat de Heer zijn keuze maakte? Neen. ‘Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de HERE Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volken. Maar, omdat de HERE u liefhad en de eed hield, die Hij uw vaderen gezworen had, heeft de HERE u met een sterke hand uitgeleid en u verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao, de koning van Egypte’ (7:7-8).
Twee opmerkingen:
(1) In de Bijbel doet Gods volkomen soevereiniteit niets af van de menselijke verantwoordelijkheid; omgekeerd zijn mensen morele actoren die kiezen, geloven, gehoorzamen, niet geloven en ongehoorzaam zijn, en dit feit maakt Gods soevereiniteit niet finaal voorwaardelijk. Dit is duidelijk uit de manier waarop Gods soevereiniteit zich in dit hoofdstuk manifesteert, d.i. in verkiezing, zelfs wanneer het hoofdstuk uitpakt met de verantwoordelijkheden die op het volk worden gelegd.
Mensen die beide waarheden niet geloven – dat God soeverein is en mensen verantwoordelijk – introduceren vroeg of laat een aantal ontoelaatbare afwijkingen in de structuur van hun geloof.
(2) Gods liefde is hier selectief. God verkoos Israël omdat Hij zijn genegenheid op hen richtte, en niet omwille van iets in henzelf. De gedachte duikt ook elders op (bijv. in Mal. 1:2-3). Maar dit is niet de enige manier waarop de Bijbel over de liefde van God spreekt (bijv. in Joh. 3:16).
Het tweede thema is de bemoediging die God zijn volk schenkt dat ze niet moeten vrezen voor het volk waartegen ze zullen moeten vechten wanneer ze het Beloofde Land innemen (7:17-22). De reden is de Exodus. Elke God die de plagen kan voortbrengen, de Rode Zee kan splijten en zijn volk kan bevrijden van een regionale supermacht als Egypte is niet het soort God dat last zou hebben van enkele heidense en immorele Kanaänieten.
Vrees is het tegenovergestelde van geloof. De Israëlieten worden bemoedigd niet te vrezen, niet omdat ze sterker zijn of beter, maar omdat ze het volk van God zijn, en God is onverslaanbaar.
Deze twee thema’s – en diverse andere – zijn in dit hoofdstuk verweven. De God die mensen verkiest is sterk genoeg om al zijn plannen in hen te verwezenlijken; het volk dat door God gekozen werd moet niet alleen antwoorden met dankbare gehoorzaamheid, maar ook met rotsvast vertrouwen.
Eigen vertaling van de overdenking bij 3 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
zondag 19 augustus 2012
God ontfermt Zich over wie Hij wil en Hij verhardt wie Hij wil (Rom. 9)

1 Samuel 11, Romeinen 9, Jeremia 48, Psalm 25
Een van de belangrijke vragen die de eerste christenen moesten beantwoorden wanneer ze getuigden van Jezus de Messias, klonk een beetje zo: ‘Als Jezus werkelijk de beloofde Messias is, hoe komt het dan dat zoveel Joden die aanspraak verwerpen?’. Ongetwijfeld waren er ook varianten op de vraag, zoals: ‘Als jullie christenen het bij het rechte eind hebben, betekent dit dan niet dat God zijn beloften aan de Joden niet heeft gehouden?. Of: ‘Waarom spenderen apostelen als Paulus zoveel tijd aan het evangeliseren onder heidenen, alsof ze zijn weggegaan uit hun eigen groep?’.
Als reactie op deze en gelijkaardige vragen zijn veel aanvullende antwoorden gegeven in de bladzijden van het Nieuwe Testament. Hier vermelden we delen van het antwoord van Paulus (Rom. 9).
Ten eerste, wat ook de focus op heidenen binnen de dienst van Paulus is, hij heeft nooit de mensen van zijn eigen volk afgeschreven. Verre van: hij kon wensen zelf vervloekt te worden als hij hen daardoor zou kunnen redden (9:3). Het zou makkelijk zijn om dergelijke taal te ontkrachten als een hyperbool, gegrond in een louter hypothetische mogelijkheid. Maar het feit dat Paulus in dergelijke termen kan schrijven toont niet een apostel die louter een koel en analytisch expert in apologetiek is, maar een man met passie en buitengewone liefde voor zijn eigen volk. De kerk heeft vandaag dringend evangelisten met een gelijkaardig hart nodig.
Ten tweede benadrukt Paulus dat zelfs als veel Joden niet geloven, dit niet is omdat Gods woord vervallen is (of in NBV: God zijn belofte zou gebroken hebben, JL) (9:6). Verre van: het is nooit zo geweest dat alle kinderen van Abraham in het verbond opgenomen zouden worden. God benadrukte dat de lijn via Isaak zou lopen, niet via Ismaël of de kinderen van Ketura (9:7). Anders gesteld: alleen de ‘kinderen van de belofte’ worden gezien als Abrahams nageslacht, niet alle natuurlijke kinderen (9:8). Bovendien had Paulus zijn lezers al herinnerd aan de belofte aan Abraham dat in zijn zaad alle volkeren op aarde zouden gezegend worden (Rom. 4:16-17), niet alleen Joden.
Ten derde neemt de verdediging van deze visie een dramatische wending. God maakte een keuze onder de kinderen van Abraham – en niet alleen in Abrahams generatie maar ook met betrekking tot de kinderen van Isaak (9:8-13) – ‘opdat het verkiezend voornemen Gods zou blijven, niet op grond van werken, maar op grond daarvan, dat Hij riep’ (9:11-12).
Niets maakt de uitnemendheid van genade duidelijker dan de leer van de uitverkiezing. God moest niemand redden. Als Hij iemand redde, zou dit een grote daad van genade zijn. Hier redt hij een groot aantal schuldige mensen, alleen uit zijn genade, waarbij Hij zich ontfermt over wie Hij wil (9:15), en Hij heeft daar het recht toe (9:16-24).
Ten vierde voorzag de Oudtestamentische Schrift dat op een dag het volk van God niet beperkt zou blijven tot het Joodse volk (9:25-26).
Eigen vertaling van de overdenking bij 19 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
woensdag 6 juni 2012
Vrees God en heb Hem lief (Deut. 10)
Deuteronomium 10, Psalm 94, Jesaja 38, Openbaring 8
Uitbarstingen met vermaningen zijn vervlochten met de historische terugblik die overheerst in de vroegere hoofdstukken van Deuteronomium. Een van de meest treffende van die vermaningen wordt gevonden in Deuteronomium 10:12-22. Zijn schitterende thema’s omvatten:
(1) Een zuivere Godgerichtheid die zowel de vreze Gods als het liefhebben van God omvat (10:12-13). In onze verwarde en verblinde wereld zal het vrezen van God zonder Hem lief te hebben veranderen in angst, en vervolgens in taboes, tovenarij, bezweringen, riten.
God liefhebben zonder Hem te gehoorzamen vervaagt op zijn beurt tot sentimentalisme zonder sterke genegenheid, een schijn van godsvrucht zonder morele kracht, ongebreidelde begeerte naar macht zonder enig besef van onbetamelijkheid, nostalgisch smachten naar relaties zonder passie voor heiligheid. Geen van beide patronen strookt met wat de Bijbel zegt: ‘Nu dan, Israël, wat vraagt de HERE, uw God, van u dan de HERE, uw God, te vrezen door in al zijn wegen te wandelen; Hem lief te hebben … ?’ (10:12).
(2) Een zuivere Godgerichtheid die uitverkiezing schetst als een daad van genade. God is eigenaar van het hele veld – ‘de hemel, ja, de hemel der hemelen, de aarde en alles wat daarop is’ (10:14). Hij kan ermee doen wat Hij maar wenst. Wat Hij in feite gedaan heeft is ‘zich verbinden’ met de vaderen, hen liefhebben en telkens weer verkiezen van hun nakroost (10:15; vgl. 4:37).
(3) Een zuivere Godgerichtheid die nooit tevreden is met de loutere rites en het uiterlijk vertoon van religie: het hart moet erbij betrokken zijn (10:16). Dit is waarom fysieke besnijdenis nooit als een doel op zich kan gezien worden, zelfs niet in het Oude Testament. Het stond symbool voor iets diepers: besnijdenis van het hart. Wat God wil is niet louter een uiterlijk teken dat bepaalde mensen Hem toebehoren, maar een innerlijke staat van het hart en het verstand die ons voortdurend op God richten.
(4) Een zuivere Godgerichtheid die Gods onpartijdigheid en daarom zijn gerechtigheid erkent – en daar ook naar handelt (10:17-20). Hij is ‘de God der goden en de Here der heren, de grote, sterke en vreselijke God’ (10:17). Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat Hij geen geschenken aanneemt en geen partijdigheid kent. (Verwar uitverkiezing nooit met partijdigheid. Partijdigheid is favoritisme dat aangetast is door een bereidheid om gerechtigheid tekort te doen ten gunste van gepriviligeerde enkelingen; uitverkiezing kiest bepaalde mensen uit Gods vrije beslissing en niets anders, en zelfs dan wordt gerechtigheid niet met voeten getreden: vandaar het kruis.) En Hij verwacht van zijn volk dat ze zich er naar gedragen.
(5) Een zuivere Godgerichtheid die vertoond wordt in de lof van zijn volk (10:20-22). ‘Hij is uw lof en Hij is uw God’ (10:21). Zij die veel op God focussen hebben veel om Hem voor te loven. Zij van wie de blik vooral aards of zelfgericht is drogen vanbinnen op als verdord snoeisel. God is uw lof!
Eigen vertaling van de overdenking bij 6 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org
zondag 3 juni 2012
U heeft de HERE uit alle volken op de aardbodem uitverkoren (Deut.7)
Deuteronomium 7, Psalm 90, Jesaja 35, Openbaring 5
In Deuteronomium 7 zijn diverse complexe thema’s vervlochten. Hier wil ik nadenken over twee ervan.
De eerste is de nadruk op uitverkiezing. ‘Want gij zijt een volk, dat de HERE, uw God, heilig is; ú heeft de HERE, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn’ (7:6). Waarom dan wel? Was het op grond van een intrinsieke superioriteit, een grotere intelligentie, een morele superioriteit of een bepaalde militaire bekwaamheid dat de Heer zijn keuze maakte? Neen. ‘Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de HERE Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volken. Maar, omdat de HERE u liefhad en de eed hield, die Hij uw vaderen gezworen had, heeft de HERE u met een sterke hand uitgeleid en u verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao, de koning van Egypte’ (7:7-8).
Drie opmerkingen:
(1) In de Bijbel doet Gods uitgesproken soevereiniteit niets af van de menselijke verantwoordelijkheid; omgekeerd zijn mensen morele agenten die kiezen, geloven, gehoorzamen, niet geloven en ongehoorzaam zijn, en dit feit maakt Gods soevereiniteit niet uiteindelijk voorwaardelijk. Dit is duidelijk uit de manier waarop Gods soevereiniteit zich in dit hoofdstuk manifesteert, t.t.z. in verkiezing, zelfs wanneer het hoofdstuk uitpakt met de verantwoordelijkheden die op het volk gelegd worden. Mensen die beide waarheden niet geloven – dat God soeverein is en mensen verantwoordelijk – krijgen vroeg of laat enkele ontoelaatbare afwijkingen in de structuur van hun geloof.
(2) Gods liefde is hier selectief. God verkoos Israël omdat Hij zijn genegenheid op hen richtte, en niet omwille van iets in henzelf. De gedachte duikt ook elders op (bijv. in Mal. 1:2-3). Maar dit is niet de enige manier waarop de Bijbel over de liefde van God spreekt (bijv. in Joh. 3:16). Het tweede thema is de bemoediging die God zijn volk schenkt dat ze niet moeten vrezen voor het volk waartegen ze zullen moeten vechten wanneer ze het Beloofde Land innemen (7:17-22). De reden is de Exodus. Elke God die de plagen kan brengen, de Rode Zee kan splijten en zijn volk kan bevrijden van een regionale supermacht als Egypte is niet het soort God dat last zou hebben van enkele heidense en immorele Kanaänieten. Vrees is het tegengestelde van geloof. De Israëlieten worden bemoedigd niet te vrezen, niet omdat ze sterker zijn of beter, maar omdat ze het volk van God zijn, en God is onverslaanbaar.
Deze twee thema’s – en diverse andere – zijn in dit hoofdstuk verweven. De God die mensen verkiest is sterk genoeg om al zijn plannen in hen te verwezenlijken; het volk dat door God gekozen werd moet niet alleen antwoorden met dankbare gehoorzaamheid, maar ook met standvastig vertrouwen.
Eigen vertaling van de overdenking bij 3 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org
woensdag 14 september 2011
Problemen met de leer van de uitverkiezing?
Misschien heb jij nog niet geworsteld met de leerstelling van de uitverkiezing, Mark Altrogge in elk geval wel. 'Het leek zo onfair. Het leek alsof zij die niet waren uitverkoren, vanaf het prille begin gedoemd waren. Dat ze nooit een echte kans kregen.' Maar de onderstaande illustratie van Mark Webb veranderde Altrogges kijk op de zaak volledig. (vrij vertaald)"Nadat ik een kort overzicht gaf van de leerstellingen van soevereine genade, liet ik de klas vragen stellen. Eén dame was in het bijzonder ontstemd. Ze zei: "Dit is het meest verschrikkelijke dat ik ooit hoorde! Je stelt het voor alsof God doelbewust mannen en vrouwen afwijst die gered konden worden, terwijl Hij enkel de uitverkorenen verwelkomt".
Mijn antwoord was iets in de volgende trant.
'Je begrijpt de situatie verkeerd. Je visualiseert het alsof God aan de deur van de hemel staat en mensen drummen om binnen te geraken. God zegt tot dezen: "Ja, jij mag komen, maar jij en jij en jij en jij enz. niet". Het ziet er echter helemaal anders uit.
Veeleer staat God aan de deur van de hemel met Zijn armen wijdopen, iedereen uitnodigend om te komen. Ondertussen rennen alle mensen zonder uitzondering zo hard als ze kunnen in de tegenovergestelde richting, de richting van de hel. Op dat moment reikt God, in zijn uitverkiezing, genadig naar diversen en houdt hen tegen, en naar die en die en trekt hen tot Hemzelf door hun hart te veranderen en door hen gewillig te maken om te komen.
De uitverkiezing houdt niemand uit de hemel die er anders was gekomen, maar het houdt een menigte van zondaars uit de hel die daar anders waren beland.
Ware het niet van de uitverkiezing, de hemel zou een lege plaats geweest zijn en de hel ware uit haar voegen gebarsten. Dit soort antwoord, volgens mij gegrond in de waarheid van de Schrift, doet je toch wel anders tegen de zaak aankijken, niet?
Als je omkomt in de hel, geef jezelf de schuld, alsof het volledig aan jezelf ligt.
Maar mocht je in de hemel terechtkomen, dank dan God, want het is volledig Zijn werk! Hem komen de lofprijs en glorie toe, want de redding is volkomen uit genade, van begin tot einde."
De uitverkiezing houdt niemand uit de hemel weg, maar garandeert dat hen die God heeft uitverkoren er zullen zijn. De uitverkiezing is bedoeld om de gelovigen te vertroosten en bemoedigen.
Nooit worden ongelovigen aangemoedigd om te pogen te ontdekken of ze wel uitverkoren zijn. De boodschap voor ongelovigen is dat allen uitgenodigd worden. Laat elk en ieder komen. Iedereen die de naam van de Heer aanroept, zal gered worden!
Als je Jezus kent, prijs Hem dat Hij je heeft gered van je vastbesloten ren in de richting van de hel.
Als je Hem niet kent, wend je dan vandaag tot Hem. Hij wacht met open armen op je.
zaterdag 13 maart 2010
Kun je Gods wil dwarsbomen?
God wil dat iedereen tot Hem komt, Hem leert kennen. Daar spreken de onderstaande teksten over. Tegelijk blijkt ook dat Hij niet dwingt:
God wil dat mensen tot Hem komen. Dat is duidelijk. Maar niet ieder mens komt ook werkelijk tot God of tot geloof in God. Kan Gods wil dan gedwarsboomd worden?
God kan het meest verharde hart redden, maar dat hart moet wel bereid zijn om zich in geloof door God te laten redden. Gods grenzeloze macht om te verlossen wordt ingeperkt, ja. Maar zijn macht om te verlossen wordt alleen ingeperkt door de manier waarop God zelf beschikt heeft om de mensen te redden: door het geloof. (Zie ook Matt19:26, het verhaal van de rijke jongeling).
God wil alle mensen redden. Maar het redden van mensen die geen berouw willen tonen is niet iets dat God wil doen. Dat wel doen zou ingaan tegen Gods eigen maatstaf van wat goed is.
Dus voor God zijn en blijven àlle dingen mogelijk, maar altijd wel binnen de regels die God zelf in zijn wijsheid en soevereiniteit gesteld heeft als noodzakelijk voor een goede schepping. Eén van deze regels is dat Hij alleen redt wie gewillig en in geloof tot Hem komt.
(gedeeltelijk gebaseerd op 'Belangrijke vragen over de hel', door Ajith Fernando)
Jes 30,15: Want zo zegt de Here HERE, de Heilige Israëls: Door bekering en rust zoudt gij verlost worden, in stilheid en vertrouwen zou uw sterkte zijn, – maar gij hebt niet gewild.
Mat 23,37: Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild.
Luc 13,34: Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels, en gij hebt niet gewild.
God wil dat mensen tot Hem komen. Dat is duidelijk. Maar niet ieder mens komt ook werkelijk tot God of tot geloof in God. Kan Gods wil dan gedwarsboomd worden?
God kan het meest verharde hart redden, maar dat hart moet wel bereid zijn om zich in geloof door God te laten redden. Gods grenzeloze macht om te verlossen wordt ingeperkt, ja. Maar zijn macht om te verlossen wordt alleen ingeperkt door de manier waarop God zelf beschikt heeft om de mensen te redden: door het geloof. (Zie ook Matt19:26, het verhaal van de rijke jongeling).
God wil alle mensen redden. Maar het redden van mensen die geen berouw willen tonen is niet iets dat God wil doen. Dat wel doen zou ingaan tegen Gods eigen maatstaf van wat goed is.
Dus voor God zijn en blijven àlle dingen mogelijk, maar altijd wel binnen de regels die God zelf in zijn wijsheid en soevereiniteit gesteld heeft als noodzakelijk voor een goede schepping. Eén van deze regels is dat Hij alleen redt wie gewillig en in geloof tot Hem komt.
(gedeeltelijk gebaseerd op 'Belangrijke vragen over de hel', door Ajith Fernando)
donderdag 27 september 2007
Uitverkiezing anders bekeken
Ooit sprak ik een man die zich niet wilde bekeren (sic.) "omdat hij niet uitverkoren was". De man spande dus de kar voor het paard. Ondertussen is het thema uitverkiezing me dierbaarder geworden, maar ik merk dat er nog heel wat misverstanden of vooroordelen rond bestaan. Daarom een kleine vertaling uit een samenvattend (Engelstalig) artikel van CJ Mahaney, die Philip Ryken citeert, die op zijn beurt Donald Grey Barnhouse aanhaalt:"De bekende Amerikaanse Bijbelleraar Donald Grey Barnhouse (1895-1960) gebruikte vaak een illustratie om mensen te helpen de zin van uitverkiezing te zien. Hij vroeg hen om zich een kruis voor te stellen als dat waaraan Jezus stierf, maar dan wel zo groot dat er een deur in past. Boven deze deur stonden de woorden uit Openbaring: "Wie wil, die kome". Deze woorden staan voor het vrije en universele aanbod van het evangelie. Door Gods genade is de boodschap van redding voor iedereen. Elke man, vrouw of kind die wil komen tot het kruis, is uitgenodigd om te geloven in Jezus Christus en zo het eeuwige leven binnen te gaan.

Aan de andere kant van de deur wacht een prettige verrassing voor iedereen die gelooft en binnengaat. Want van binnen uit kan iedereen die achter zich kijkt deze woorden uit het boek Efeze boven de deur zien: "Uitverkoren in Christus van voor de grondlegging van de wereld." Uitverkiezing kan pas verstaan worden bij het terugkijken. Want het is maar nadat je tot Christus gekomen bent, dat je ook kunt weten of je uitverkoren bent in Christus. Wie een beslissing maken voor Christus, ontdekken dat God in de voorbije eeuwigheid een beslissing voor hen genomen heeft."
Het samenvattend artikel van C.J. Mahaney heet "Sovereign Grace and the Mystery of Election". Het kan HIER gratis als pdf gedownload worden.
Dank aan Justin Taylor, ad interim blogger bij www.desiringgod.org, waar ik het citaat vond.
Abonneren op:
Posts (Atom)


