Posts tonen met het label Jozua. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jozua. Alle posts tonen

zaterdag 29 februari 2020

Mp3 van de lezing "Rachab - leven door geloof" door Jos Vanlede



Op vrijdag 21 februari gaf Jos Vanlede uit Nieuwpoort een lezing in CC De Steiger in Menen, in de reeks 'Leven door geloof - deel 2'. Onderwerp van de lezing was dit keer Rachab.

- Beluister de lezing van Jos Vanlede: 'Rachab - Leven door geloof' (mp3)

- Bekijk de bijbehorende PPT-presentatie 'Rachab' via Issuu

EERDERE AUDIO

- Beluister eerdere audio-opnames uit deze reeks

- audio uit de vorige lezingenreeks, Leven door geloof - deel 1

dinsdag 18 februari 2020

Vrijdag 21 febr.: lezing door Jos Vanlede over 'Rachab'



Vrijdag is er in CC De Steiger in Menen opnieuw een lezing in de reeks "Leven door geloof".
Jos Vanlede geeft dan een lezing over 'Rachab, één van de zogenaamde helden van het geloof, uit het bijbelboek Hebreeën (hoofdstuk 11).

Aanvang: 20 u.
Toegang gratis
Iedereen welkom

Audio vorige lezingen

- Beluister ook eerdere audio in deze reeks.

- Of gebruik deze link voor de audio uit het vorige seizoen.

zondag 13 juli 2014

Overwinningen, maar (nog) niet 'the real deal' (Joz. 18 e.v.)

Jozua 18-19; Psalmen 149-150; Jeremia 9; Mattheüs 23

Dit (Joz. 18-19) is een goed moment om na te denken over de vele hoofdstukken van Jozua die gewijd zijn aan het verdelen van het land.

(1) Terwijl ze de klemtoon leggen op de verdeling van het land, focussen deze hoofdstukken impliciet op het land zelf. Uiteindelijk was het land een onmiskenbaar onderdeel van de belofte aan Abraham, van het verbond van de Sinaï, van de bevrijding van de Israëlieten uit de slavernij in Egypte. Het wordt nu verdeeld via Gods voorzienige supervisie van ‘het lot’.

(2) De onvermijdelijke conclusie is dat God trouw is aan zijn beloften. Deze les wordt expliciet voor ons getrokken nauwelijks twee hoofdstukken verder: ‘Zo heeft de HERE aan Israël het gehele land gegeven, dat Hij gezworen had hun vaderen te zullen geven; zij namen het in bezit en gingen er wonen. En de HERE gaf hun aan alle zijden rust, geheel zoals Hij hun vaderen gezworen had; niet één van al hun vijanden heeft voor hen kunnen standhouden; al hun vijanden gaf de HERE in hun macht. Niet één van alle goede beloften, die de HERE aan het huis van Israël had toegezegd, is onvervuld gebleven; alles is uitgekomen’ (21:43-45).

(3) Deze hoofdstukken leggen ook uit hoe het binnentrekken in het Beloofde Land niet gebeurde in een golf van onafgebroken triomf. Eerder had God al gewaarschuwd dat Hij de Israëlieten niet alles in één keer ging geven. Nu wordt ons regelmatig verteld dat de ene of de andere stam bepaalde Kanaänieten niet kon verdrijven, en dat ze daar blijven ‘tot op de huidige dag’. Bijvoorbeeld: ‘De Judeeërs echter konden de Jebusieten, die in Jeruzalem woonden, niet verdrijven, zodat de Jebusieten bij de Judeeërs in Jeruzalem zijn blijven wonen tot op de huidige dag’ (15:63, vgl. Richteren 1:21).

In feite werd Jeruzalem ingenomen (Rig. 1:8), maar niet alle Jebusieten werden verdreven. Dergelijke details helpen ons verstaan hoe het komt dat het conflict tussen trouw en vermenging zoveel van Israëls geschiedenis kleurt.

(4) Sommige van de elementen in deze hoofdstukken vormen de afronding voor bepaalde eerdere verhaallijnen. Zo duikt bijvoorbeeld Kaleb weer op. Hij was Jozua’s collega in de initiële groep van twaalf spionnen; ze waren de enige twee die bij Kades Bernea, bij de eerste benadering van het Beloofde Land, het volk aanspoorden om het moedig binnen te trekken en op God te vertrouwen. Als gevolg daarvan zijn ze de enige twee van hun generatie die nog in leven zijn om zelf getuige te zijn van het Beloofde Land.

En nu is Kaleb in Jozua 15 nog altijd aan het uitkijken naar nieuwe werelden om te verslaan en ontvangt hij zijn erfdeel. Op vergelijkbare manier tonen de hoofdstukken 20-21 de details van de aanduiding van de vrijsteden en van de steden die voor de Levieten zijn apart gezet – stappen die door de Mozaïsche wet zijn bevolen.

(5) Er liggen nog problemen in het verschiet. De ambiguïteit van de situatie en de herinneringen aan de finale waarschuwingen van Mozes, geven de lezer het signaal dat deze relatieve overwinningen, hoe goed ze ook zijn, onmogelijk Gods finale of ultieme voorziening kunnen zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 7 juli 2014

Ongepaste nonchalance verraadt overmoed (Joz. 9)


Jozua 9; Psalmen 140-141; Jeremia 3; Mattheüs 17

Het verslag van de Gibeonitische list (Jozua 9) heeft zijn lichtelijk amusante elementen, maar ook zijn ernstige les. Je hebt de Israëlieten, die neuzen in beschimmeld brood en ernstige gesprekken voeren over de afstand die deze afgezanten moeten hebben afgelegd. Maar het droevige feit is dat ze zijn beetgenomen.

Welke lessen zouden wij hieruit moeten leren?

Ten eerste bezitten veel gelovigen die de moed hebben om directe aanvallen te weerstaan, niet het inzicht om stand te houden bij misleiding. Dat is waarom de draak in Openbaring 13 twee beesten heeft – een wiens tegenstand open en wreed is, en de andere die wordt geïdentificeerd als de valse profeet (zie de overdenking voor 22 december).

Dit is ook waarom Paulus in Handelingen 20 de oudsten van Efeze niet alleen waarschuwt voor de wrede wolven die zullen proberen de kudde te verscheuren, maar ook voor het feit dat mannen uit hun eigen midden zullen opstaan die ‘verkeerde dingen’ zullen spreken (Hand. 20:30 NBG [NBV vermeldt: ‘die de waarheid verdraaien’]).

Dergelijke mensen kondigen nooit aan wat ze aan het doen zijn: ‘We zullen nu de waarheid verdraaien!’ Het gevaar dat ze vertegenwoordigen ligt in het feit dat ze worden gezien als ‘veilig’, en vanuit die veilige positie komen ze dan op voor ‘progressieve’ gedachten die het evangelie verdraaien.

De misleidende kracht kan verbonden zijn met die openlijke trucs als vleierij – precies het middel dat de Gibeonieten gebruiken (9:9-10). In onze dagen valt misleiding des te gemakkelijker in te voeren omdat zoveel christenen niet langer meer zeer goed thuis zijn in de Schrift. Het is moeilijk om subtiele dwaling te ontmaskeren wanneer die op een lijn staat met de cultuur, zich bedient van geestelijk God-gepraat, vroom een tekst of twee citeert, en wanneer het ‘werkt’.

Ten tweede heeft de fout die wordt geschetst in 9:14 veel gelovigen parten gespeeld, en niet alleen de Israëlieten van eertijds: ‘Hierop namen de mannen van hun teerkost [die van de Gibeonieten], maar zij raadpleegden de HERE niet’. Ongetwijfeld zou hun raadpleging van de Heer rechtstreeks geweest zijn; misschien hadden de priesters de mogelijkheid van Urim en Tummim (zie de overdenking van 17 maart).

We zullen het nooit weten, omdat het volk dacht dat ze de leiding van de Heer niet nodig hadden. Misschien had de vleierij hen al te zelfverzekerd gemaakt. Het feit dat hun beslissing gebaseerd was op hun inschatting van hoe ver deze Gibeonieten kwamen, maakt duidelijk dat ze zich bewust waren van het gevaar van verdragen met de Kanaänieten.

Hun falen moet daarom niet louter worden beschouwd als een inbreuk op de gebedsmomenten van die dag, een gehaastheid die een magische stap oversloeg. Het probleem zit dieper: er is een ongepaste nonchalance die een overmoed verraadt die niet denkt dat ze God in dit geval nodig heeft. Menig christelijk leider heeft desastreuze fouten gemaakt wanneer hij of zij geen tijd nam om Gods perspectief te zoeken, de Schrift te onderzoeken en Hem om de wijsheid te vragen die Hij heeft beloofd (Jak. 1:5).


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 5 juli 2014

Stop met bidden en doe iets aan de zonde (Joz. 7)

Jozua 7; Psalmen 137-138; Jeremia 1; Mattheüs 15

Het werkt natuurlijk niet altijd op deze manier. Soms is het niet zo dat de zonde van een man en zijn gezin – in dit geval Achan – de nederlaag brengt over de volledige geloofsgemeenschap (Jozua 7). De zonde van Ananias en Saffira betekende bijvoorbeeld alleen de dood voor henzelf (Hand. 5), en de straf die ze ondergingen wekte een goddelijke vrees bij de rest van de gemeente.

Aan de andere kant had de zonde van David tragische gevolgen voor het hele volk. Misschien zijn de meest angstaanjagende gevallen deze, waar talloze zonden worden begaan door vele, vele mensen en waar God absoluut niets aan doet. Want de ergste straf is wanneer God zijn rug toekeert naar mensen en de zonde resoluut haar gang laat gaan.

Je kunt veel beter scherp worden terechtgewezen vooraleer dingen uit de hand lopen. Dat is waarom zoveel van de veertig voorafgaande jaren in de woestijn gewijd waren aan de tuchtigende hand van God: het doel was zowel educatief als reformatief.

Wat ook het geval moge zijn elders in de Schrift, hier brengt de zonde van Achan en zijn familie een gênante nederlaag met zich voor het contingent soldaten dat was uitgestuurd om de kleine stad Ai te veroveren.

Erger nog, het betekende de dood voor ongeveer 36 Israëlieten (7:5). In zekere zin was Achan een moordenaar. Wanneer Jozua in een bepaalde consternatie Gods aangezicht zoekt, zegt God als het ware eerder abrupt: ‘Stop met bidden en doe iets aan de zonde in het kamp’ (7:10-12).

Het punt is dat God duidelijke en herhaaldelijke richtlijnen had gegeven. Ze waren met voeten getreden. Het verbond tussen God en de Israëlieten was grotendeels gemeenschappelijk, en dus is God vastbesloten de volledige gemeenschap de tucht onder zijn eigen leden te leren handhaven die het verbond vereist.

Ongetwijfeld zijn er enkele belangrijke verschillen die je in gedachten moet houden wanneer je je dan tot het Nieuwe Verbond wendt. Niettemin zegt God ook hier bepaalde expliciete dingen, en verwacht Hij dat de verbondsgemeenschap tucht uitoefent (bijv. 1 Kor. 5; vgl. 2 Kor. 11:4, 13:2-3).

Paulus waarschuwt ons dat als we bij flagrante overtredingen falen om tuchtmaatregelen te nemen in de gemeente, dit de volledige gemeenschap in gevaar brengt (1 Kor. 5:6). Voorgangers van kerken en leiders van andere christelijke organisaties die dit punt negeren, roepen rampen uit over het volk waarvoor ze als leiders geroepen zijn. Schijnbaar om de goede vrede, kan de werkelijke motivatie simpelweg lafheid zijn, of erger, Gods woord niet ernstig nemen.

Het punt wordt versterkt in de tweede tekst die voorzien wordt in het leesrooster voor vandaag: ‘Ik zal … uw naam prijzen om uw goedertierenheid en trouw, want Gij hebt, om uws grote naams wil, uw toezegging heerlijk gemaakt [of NBV: grote dingen hebt u beloofd, tot eer van uw naam: Eng.: ‘for you have exalted above all things your name and your word], (Ps. 138:1-3).


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 3 juli 2014

Heden heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld (Joz. 5)


Jozua 5; Psalmen 132-134; Jesaja 65; Mattheüs 13

Jozua 5 bevat drie opvallende elementen.

(1) Besnijdenis wordt nu op alle mannen uitgevoerd die geboren werden tijdens de jaren in de woestijn. Aan de ene kant is dit nogal verrassend: hoe komt het dat dit niet werd gedaan toen de jongens werden geboren? In veel gevallen verbleef de menigte op één plaats gedurende langere perioden, terwijl ze het gemeenschapsleven ongetwijfeld verder ontwikkelde.

Wat weerhield hen ervan te gehoorzamen aan die overduidelijke stipulering uit het verbond? Velen hebben een verklaring proberen te geven, maar het korte antwoord is dat we het niet weten. Belangrijker in dit verband is het feit dat het ritueel nu algemeen wordt uitgevoerd. Het vormt daarbij een beslissend keerpunt, een symbolisch geladen bevestiging van het verbond voor de hele gemeenschap, waar het volk op het punt staat het Beloofde Land binnen te trekken. Egypte ligt nu achter hen; de beloofde rust wacht. ‘Heden heb Ik de smaad van Egypte van ulieden afgewenteld’ (5:9).

(2) Het manna houdt op (5:10-12). Van nu af aan zal het volk zijn voedsel bekomen uit ‘de opbrengst van het land Kanaän’. Ook dit was een dramatisch teken dat de dagen van rondtrekken over waren, en de vervulling van de belofte voor een nieuw land zich voor hun eigen ogen begon te ontvouwen. De verandering moet zowel angstaanjagend als opwindend zijn geweest, in het bijzonder voor een hele generatie die geen leven gekend had zonder de zekerheid van het manna.

(3) In de openingshoofdstukken van dit boek, ervaart Jozua een aantal dingen die hem aanduiden als de legitieme opvolger van Mozes, zowel in zijn eigen gedachten als in de gedachten van het volk. Dit hoofdstuk eindigt met een dergelijke aanduiding. Ongetwijfeld was de meest indrukwekkende tot voor dit hoofdstuk de doortocht door de Jordaan – een soort indrukwekkende heropvoering van de doortocht door de Rode Zee (Joz. 3-4).

Los van het voorzien van een efficiënte weg om de massa aan de overkant van de rivier te brengen, wordt ook de persoonlijke dimensie expliciet gemaakt: ‘Te dien dage heeft de HERE Jozua groot gemaakt in de ogen van geheel Israël, zodat zij hem vreesden, zoals zij Mozes gevreesd hadden al de dagen van zijn leven’ (4:14 – hoewel het laatste zinsdeel misschien wel als een beetje ‘tongue in cheek’ kan worden beschouwd).

Maar nu is er een volgende stap: Jozua ontmoet een ‘man’ die een soort engelachtige verschijning lijkt. Hij is een strijder, een ‘vorst van het heer des HEREN’ (5:14). Aan de ene kant dient dit om Jozua’s geloof te versterken dat de Here zelf voor hen uitgaat in de militaire conflicten die voor hen liggen.

Maar meer nog is de scene in bepaalde opzichten een weerspiegeling van Mozes bij de brandende braamstruik (Ex. 3:5): ‘de plaats waarop gij staat, is heilig’. Hoe uniek ook deze omstandigheden, ook wij moeten leiders hebben die vertrouwd zijn met het staan in de tegenwoordigheid van heiligheid.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 30 juni 2014

De schrik voor u is op ons gevallen (Joz. 2)


Jozua 2; Psalmen 123-125; Jesaja 62; Mattheüs 10

Ik hoorde eens een geleerde socioloog, naar eigen zeggen een evangelicaal, met aanzienlijke eruditie uitleggen waarom zelfs een grote opwekking, zo de Heer zou verkiezen om er een over Amerika te laten komen, het land onmogelijk snel kon transformeren. Het probleem is niet gewoon de graad van bijbelse ongeletterdheid in de echelons die de maatschappij controleren, of de mate waarin secularisatie de media is binnengedrongen, of de geschiedenis van uitspraken van het hooggerechtshof die de curricula en leerboeken van onze scholen hebben aangetast, en talloze andere items, maar ook hoe deze verschillende ontwikkelingen ineengrijpen. Zelfs als pakweg een miljoen mensen op vrij korte tijd christen werd, zou geen van de onderling verbonden sociale structuren en culturele waarden daardoor terug veranderen.

Ik moet deze geleerde recht doen, hij probeerde deels om ons weg te houden van het oppervlakkige denken dat aanzet tot een lichtzinnige visie op religie en opwekking – alsof een goede opwekking ons zou uitsluiten van de verantwoordelijkheid om ruim te denken en de cultuur te veranderen.

Het element dat echter het meest ontbreekt in deze analyse, is de brede impact van Gods soevereiniteit. De analyse van deze socioloog en collega is reductionistisch. Het is alsof hij denkt in grotendeels naturalistische categorieën, maar slechts een klein hoekje overlaat voor iets dat nogal zwak is zoals wedergeboorte (hoewel wordt toegegeven dat het bovennatuurlijk is).

Niet dat ik ook maar een ogenblik suggereer dat God niet normaal gezien werkt door middelen die de orde volgen van de structuren die Hij zelf schiep. Maar het is van vitaal belang dat we benadrukken dat God nooit begrensd is door dergelijke ordening. De Bijbel spreekt bovenal herhaaldelijk van tijden waarin Hij aan de ene kant verwarring of vrees over hele volken doet komen, of waarin Hij aan de andere kant volken verandert door zijn Wet op hun harten te schrijven, zodat ze verlangen om Hem te behagen.

We hebben te maken met een God die zich niet laat beperken door de machinaties van de media. Hij is best in staat om zo binnen te dringen dat Hij in oordeel of genade soeverein kan bepalen wat mensen denken.

Al vanaf het moment van het lied van Mozes en Mirjam, wordt God geprezen voor de manier waarop Hij vrees over de volken doet komen langs wiens grenzen Israël moet voorbijkomen op weg naar het Beloofde Land (Ex. 15:15-16).

God belooft zelfs om precies dat te doen (Ex. 23:27), en belooft hetzelfde in verband met de Kanaänieten (Deut. 2:25). Dus moet het ons ook niet verbazen dat we er het bewijs van vinden wanneer de Israëlieten hun eerste ommuurde stad naderen (Joz. 2:8-11; vgl. 5:1).

God werkt normaal gezien door gewone middelen. Maar Hij wordt er niet door gelimiteerd. Dat is waarom alle militaire spierkracht in de wereld op zichzelf geen overwinning kan garanderen, en alle secularisatie, postmodernisme, naturalisme en heidendom in de wereld op zichzelf geen opwekking kunnen tegenhouden. Laat God God zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 19 juli 2012

'Gij hebt naar mijn stem niet geluisterd. Wat hebt gij gedaan?' (Richt. 2)


Richteren 2, Handelingen 6, Jeremia 15, Markus 1
Uit de lezing van Richteren 1-2 lijkt het dat na de aanvankelijke Israëlitische overwinningen het tempo van de veroveringen ernstig schommelt. In veel gevallen waren stammen verantwoordelijk voor het onder controle krijgen van hun eigen gebieden. Na verloop van tijd lijkt het echter de ongeschreven politiek geworden, toen de Israëlieten sterker werden, om de Kanaänieten niet te verjagen uit het land of ze te verdelgen, maar om ze te onderwerpen en zelfs tot slaven te maken, om hen te maken tot waterdragers en houthakkers, om hen tot herendienst te verplichten (1:28).

Het onvermijdelijke gevolg is dat er heel wat heidendom in het land overbleef. Met de menselijke natuur zoals die is, worden die valse goden onvermijdelijk een ‘valstrik’ voor de verbondsgemeenschap (Richt. 2:3). Boos omwille van de weigering van het volk om de heidense altaren af te breken, verklaart de Engel des Heren dat als het niet doet wat het opgedragen wordt, Hij hen niet langer de beslissende hulp zal schenken die hen in staat ging stellen om de taak af te werken (waren ze gewillig geweest!). Het volk weent over de verloren mogelijkheid, maar het is te laat (2:1-4). Het is zeker niet dat ze nooit verwittigd waren.

Dit is de achtergrond voor de rest van het boek van de Richters. Enkele van zijn belangrijkste thema’s worden dan toegelicht in de rest van hoofdstuk 2. Veel van de rest van het boek is dan illustratie voor het denken dat hier wordt uiteengezet.
De belangrijkste lijn, doorspekt met tragedie, is het cyclische falen van de verbondsgemeenschap, en hoe God telkens weer tussenkomt om hen te redden.

Aanvankelijk bleef het volk getrouw gedurende Jozua’s leven en dat van de oudsten die Jozua overleefden (2:7). Maar tegen de tijd dat een volledig nieuwe generatie was opgegroeid – een die de wonderen niet had gezien die de Here bewerkt had, of het nu bij de uittocht was of gedurende de woestijnjaren of bij het binnentrekken van het Beloofde Land – was de trouw aan de Here teruggelopen.

Syncretisme en heidendom waren overvloedig aanwezig; het volk verliet de God van hun vaderen en diende de Baäls, d.w.z. de verschillende ‘heren’ van de Kanaänieten (2:10-12). De Here antwoordde in toorn; het volk kreeg te lijden onder invallen, tegenslagen, en militaire nederlagen door de hand van omliggende plunderaars.
Wanneer het volk riep tot de Here om hulp, deed Hij een richter opstaan – een regionaal of vaak nationaal leider – die het volk bevrijdde uit de tirannie en hen leidde naar verbondstrouw. En dan startte de cyclus weer opnieuw. En opnieuw. En opnieuw.

Hier ligt een ontnuchterende les. Zelfs na tijden van spectaculaire opwekking, hervorming of verbondsvernieuwing is het volk nooit meer dan een of twee generaties verwijderd van ontrouw, ongeloof, massale afgoderij, ongehoorzaamheid en toorn. God helpe ons.


Eigen vertaling van de overdenking bij 19 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

vrijdag 13 juli 2012

Overwinningen, maar (nog) niet ‘the real deal’ (Joz. 18 e.v.)


Jozua 18-19, Psalmen 149-150, Jeremia 9, Mattheüs 23

Dit (Joz. 18-19) is een goed moment om na te denken over de vele hoofdstukken van Jozua die gewijd zijn aan het verdelen van het land.

(1) Terwijl ze de klemtoon leggen op de verdeling van het land, focussen deze hoofdstukken ook impliciet op het land zelf. Uiteindelijk was het land een onmiskenbaar onderdeel van de belofte aan Abraham, van het verbond van de Sinaï, van de bevrijding van de Israëlieten uit de slavernij in Egypte. Het wordt nu verdeeld via Gods voorzienige supervisie van ‘het lot’.

(2) De onvermijdelijke conclusie is dat God trouw is aan zijn beloften. Deze les wordt expliciet voor ons uitgewerkt in de twee volgende hoofdstukken: ‘Zo heeft de HERE aan Israël het gehele land gegeven, dat Hij gezworen had hun vaderen te zullen geven; zij namen het in bezit en gingen er wonen. En de HERE gaf hun aan alle zijden rust, geheel zoals Hij hun vaderen gezworen had; niet één van al hun vijanden heeft voor hen kunnen standhouden; al hun vijanden gaf de HERE in hun macht. Niet één van alle goede beloften, die de HERE aan het huis van Israël had toegezegd, is onvervuld gebleven; alles is uitgekomen’ (21:43-45).

(3) Deze hoofdstukken leggen ook uit hoe het binnentrekken in het Beloofde Land niet gebeurde in een golf van onafgebroken triomf. Eerder had God al gewaarschuwd dat Hij de Israëlieten niet alles in één keer ging geven. Nu wordt ons regelmatig verteld dat de ene of de andere stam bepaalde Kanaänieten niet kon verdrijven, en dat ze daar blijven ‘tot op de huidige dag’. Bijvoorbeeld in ‘De Judeeërs echter konden de Jebusieten, die in Jeruzalem woonden, niet verdrijven, zodat de Jebusieten bij de Judeeërs in Jeruzalem zijn blijven wonen tot op de huidige dag’ (15:63, vgl. Richteren 1:21). In feite werd Jeruzalem ingenomen (Rig. 1:8), maar niet alle Jebusieten werden verdreven. Dergelijke details helpen ons verstaan hoe het komt dat het conflict tussen trouw en vermenging zoveel van Israëls geschiedenis kleurt.

(4) Sommige van de elementen in deze hoofdstukken brengen bepaalde eerdere verhaallijnen naar hun einde. Zo duikt Kaleb bijvoorbeeld weer op. Hij was Jozua’s collega in de initiële groep van twaalf spionnen; ze waren de enige twee die bij Kades Bernea, bij de eerste benadering van het Beloofde Land, het volk aanspoorden om het moedig binnen te trekken en op God te vertrouwen. Als gevolg daarvan zijn ze de enige twee van hun generatie die nog in leven zijn om zelf getuige te zijn van het Beloofde Land. En nu is Kaleb in Jozua 15 nog altijd aan het uitkijken naar nieuwe werelden om te verslaan en ontvangt hij zijn erfdeel. Op vergelijkbare manier tonen de hoofdstukken 20-21 de details van de aanduiding van de vrijsteden en van de steden die voor de Levieten zijn apartgezet – stappen die door de Mozaïsche wet zijn bevolen.

(5) Er liggen nog problemen in het verschiet. De ambiguïteit van de situatie en de herinneringen aan de finale waarschuwingen van Mozes, geven de lezer het signaal dat deze relatieve overwinningen, hoe goed ze ook zijn, onmogelijk Gods finale of ultieme voorziening kunnen zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

zaterdag 7 juli 2012

Ongepaste nonchalance verraadt overmoed (Joz. 9)



Jozua 9, Psalmen 140-141, Jeremia 3, Mattheüs 17

Het verslag van de Gibeonitische list (Jozua 9) heft zijn lichtelijk amusante elementen, maar ook zijn ernstige les. Je hebt de Israëlieten, die neuzen in beschimmeld brood en ernstige gesprekken voeren over de afstand die deze afgezanten moeten hebben afgelegd. Maar het droevige feit is dat ze zijn beetgenomen. Welke lessen kunnen wij hieruit leren?

Ten eerste bezitten veel gelovigen die de moed hebben om directe aanvallen te weerstaan, niet het inzicht om stand te houden bij misleiding. Dat is waarom de draak in Openbaring 13 twee beesten heeft – een wiens tegenstand open en wreed is, en de andere die wordt geïdentificeerd als de valse profeet (zie de overdenking voor 22 december).

Dit is ook waarom Paulus in Handelingen 20 de oudsten van Efeze niet alleen waarschuwt voor de wrede wolven die zullen proberen de kudde te verscheuren, maar ook voor het feit dat mannen uit hun eigen midden zullen opstaan die ‘verkeerde dingen’ zullen spreken (Hand. 20:30 NBG - NBV vermeldt: ‘die de waarheid verdraaien’).
Dergelijke mensen kondigen nooit aan wat ze aan het doen zijn: ‘We zullen nu de waarheid verdraaien!’ Het gevaar waar ze voor staan ligt in het feit dat ze gezien worden als ‘veilig’, en dan komen ze vanuit hun veilige positie op voor ‘progressieve’ gedachten die het evangelie verdraaien.

De misleidende kracht kan verbonden zijn met die openlijke trucs als vleierij – precies het middel dat de Gibeonieten gebruiken (9:9-10). In onze dagen wordt misleiding des te gemakkelijker in te voeren omdat zoveel christenen niet langer meer zeer goed thuis zijn in de Schrift. Het is moeilijk om subtiele dwalingen te ontmaskeren wanneer die op een lijn staan met de cultuur, zich bedienen van geestelijk God-gepraat, vroom een tekst of twee aanhalen, en wanneer ze ‘werken’.

Ten tweede hebben veel gelovigen te kampen met de fout die geschetst wordt in 9:14, en niet alleen de Israëlieten van eertijds: ‘Hierop namen de mannen van hun teerkost (die van de Gibeonieten, JL), maar zij raadpleegden de HERE niet’. Ongetwijfeld zou hun raadpleging van de Heer rechtstreeks geweest zijn; misschien hadden de priesters de mogelijkheid van Urim en Tummim (zie overdenking van 17 maart). We zullen het nooit weten, omdat het volk dacht dat ze de leiding van de Heer niet nodig hadden. Misschien had de vleierij hen verwaand gemaakt. Het feit dat hun beslissing gebaseerd was op hun inschatting van hoever deze Gibeonieten kwamen, maakt duidelijk dat ze zich bewust waren van het gevaar van verdragen met de Kanaänieten.

Hun falen moet daarom niet gezien worden als louter een inbreuk op de gebedsmomenten van die dag, een gehaastheid die een magische stap oversloeg. Het probleem zit dieper: er is een ongepaste nonchalance die verraadt dat er overmoed aanwezig is, die niet denkt dat het in dit geval God nodig heeft. Menig christelijk leider heeft desastreuze fouten gemaakt wanneer hij of zij geen tijd nam om Gods perspectief te zoeken, de Schrift te onderzoeken en Hem om de wijsheid te vragen die Hij beloofd heeft (Jak. 1:5).


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

donderdag 5 juli 2012

Stop met bidden en doe iets aan de zonde (Joz. 7)


Jozua 7, Psalmen 137-138, Jeremia 1, Mattheüs 15

Het werkt niet altijd op die manier, natuurlijk. Soms is het niet zo dat de zonde van een man en zijn gezin – in dit geval Achan – de nederlaag brengt over de volledige geloofsgemeenschap (Jozua 7). De zonde van Ananias en Saffira bijvoorbeeld betekende alleen de dood voor henzelf (Hand. 5), en de straf die ze ondergingen bracht een goddelijke vrees over de rest van de gemeente.

Aan de andere kant zorgde de zonde van David voor tragische gevolgen voor het hele volk. Misschien zijn de meest angstaanjagende gevallen die, waar talloze zonden begaan worden door vele, vele mensen en waar God absoluut niets aan doet. Want de ergste straf is wanneer God zijn rug toekeert naar mensen en de zonde resoluut zijn gang laat gaan.

Je kunt veel beter scherp terechtgewezen worden vooraleer dingen uit de hand lopen. Dat is waarom zoveel van de veertig voorafgaande jaren in de woestijn gewijd waren aan de tuchtigende hand van God: het doel was zowel educatief als reformatief.

Wat ook het geval moge zijn elders in de Schrift, hier brengt de zonde van Achan en zijn familie een gênante nederlaag met zich voor het contingent soldaten dat uitgestuurd was om de kleine stad Ai te veroveren.

Erger nog, het betekende de dood voor ongeveer 36 Israëlieten (7:5). In zekere zin was Achan een moordenaar. Wanneer Jozua in een staat van opwinding Gods aangezicht zoekt, zegt God als het ware eerder abrupt: ‘Stop met bidden en doe iets aan de zonde in het kamp’ (7:10-12).

Het punt is dat God expliciet en herhaaldelijk richtlijnen had gegeven. Ze waren met voeten getreden. Het verbond tussen God en de Israëlieten was grotendeels gemeenschappelijk, en dus is God vastbesloten om de volledige gemeenschap te leren de tucht onder zijn eigen leden uit te oefenen die het verbond vereist.
Ongetwijfeld zijn er enkele belangrijke verschillen die je moet in gedachten houden wanneer je je dan tot het Nieuwe Verbond wendt. Niettemin zegt God ook hier bepaalde expliciete dingen, en verwacht Hij dat de verbondsgemeenschap tucht uitoefent (bijv. 1 Kor. 5; vgl. 2 Kor. 11:4, 13:2-3).

Paulus waarschuwt ons dat als we falen om tuchtmaatregelen te nemen in de gemeente bij flagrante overtredingen, dit de volledige gemeenschap in gevaar brengt (1 Kor. 5:6). Voorgangers van kerken en leiders van andere christelijke organisaties die dit punt negeren, roepen rampen uit over het volk waarvoor ze als leiders geroepen zijn.
Schijnbaar om de goede vrede, kan de werkelijke motivatie simpelweg lafheid zijn, of erger, Gods woord niet ernstig nemen. De les wordt versterkt in de tweede tekst die voorzien wordt in het leesrooster voor vandaag: ‘Ik zal … uw naam prijzen om uw goedertierenheid en trouw, want Gij hebt, om uws grote naams wil, uw toezegging heerlijk gemaakt (of NBV: grote dingen hebt u beloofd, tot eer van uw naam), Ps. 138:1-3.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

dinsdag 3 juli 2012

'Heden heb Ik de smaad van Egypte van u afgewenteld' (Joz. 5)



Jozua 5, Psalmen 132-134, Jesaja 65, Mattheüs 13

Jozua 5 bevat drie treffende elementen.

(1) Besnijdenis wordt nu op allen van het mannelijk geslacht uitgevoerd die geboren werden gedurende de jaren in de woestijn. Aan de ene kant is dit eerder verrassend: hoe komt het dat dit niet werd gedaan toen de jongens werden geboren? In veel gevallen verbleef de mensenmassa op één plaats gedurende langere perioden, terwijl de gemeenschap ongetwijfeld verder ontwikkelde. Wat weerhield hen ervan te gehoorzamen aan die overduidelijke regel uit het verbond? Velen hebben een verklaring proberen te geven, maar het korte antwoord is dat we het niet weten. Belangrijker in dit verband is het feit dat het ritueel nu algemeen wordt uitgevoerd. Het staat daarbij als een beslissend keerpunt, een symbolisch geladen bevestiging van het verbond voor de hele gemeenschap, waar het volk op het punt staat het Beloofde Land binnen te trekken. Egypte ligt nu achter hen; de beloofde rust wacht. ‘Heden heb Ik de smaad van Egypte van ulieden afgewenteld’ (5:9).

(2) Het manna houdt op (5:10-12). Van nu af aan zal het volk zijn voedsel bekomen uit ‘de opbrengst van het land Kanaän’. Ook dit was een duidelijk teken dat de dagen van rondtrekken over waren, en de vervulling van de belofte voor een nieuw land zich begon te ontvouwen voor hun eigen ogen. De verandering moet zowel angstaanjagend geweest zijn als opwindend, in het bijzonder voor een hele generatie die geen leven gekend had zonder de zekerheid van het manna.

(3) In de openingshoofdstukken van dit boek, ondervindt Jozua een aantal dingen die hem aanduiden als de legitieme opvolger van Mozes, zowel in zijn eigen gedachten als in de gedachten van het volk. Dit hoofdstuk eindigt met een dergelijke aanduiding. Ongetwijfeld is de meest indrukwekkende tot voor dit hoofdstuk de doortocht door de Jordaan geweest – een soort indrukwekkende heropvoering van de doortocht door de Rode Zee (Joz. 3-4). Los van het voorzien van een efficiënte weg om de massa aan de overkant van de rivier te brengen, wordt ook de persoonlijke dimensie expliciet gemaakt: ‘Te dien dage heeft de HERE Jozua groot gemaakt in de ogen van geheel Israël, zodat zij hem vreesden, zoals zij Mozes gevreesd hadden al de dagen van zijn leven’ (4:14 – hoewel het laatste zinsdeel misschien wel als een beetje ‘tongue in cheek’ kan gezien worden).

Maar nu is er een volgende stap: Jozua ontmoet een ‘man’ die een soort engelachtige verschijning lijkt. Hij is een strijder, een ‘vorst van het heer des HEREN’ (5:14). Aan de ene kant dient dit om Jozua’s geloof te sterken dat de Here zelf voor hen uitgaat in de militaire conflicten die voor hen liggen. Maar meer nog: de scene is in bepaalde opzichten een weerspiegeling van Mozes bij de brandende braamstruik (Ex. 3:5): ‘de plaats waarop gij staat, is heilig’. Hoe uniek ook deze omstandigheden, ook wij moeten leiders hebben die vertrouwd zijn met het staan in de tegenwoordigheid van heiligheid.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

zaterdag 30 juni 2012

De schrik voor u is op ons gevallen (Joz. 2)


Jozua 2, Psalmen 123-125, Jesaja 62, Mattheüs 10


Ik hoorde ooit een geleerde socioloog, naar eigen zeggen een evangelicaal, met aanzienlijke eruditie uitleggen waarom zelfs een grote opwekking, zo de Heer zou verkiezen om er een over Amerika te laten komen, onmogelijk het land snel kon transformeren. Het probleem is niet gewoon de graad van bijbelse ongeletterdheid in de echelons die de maatschappij controleren, of de mate waarin secularisatie de media binnengedrongen is, of de geschiedenis van de beslissingen van het hooggerechtshof die de curricula en leerboeken van onze scholen aangetast heeft, en talloze andere items, maar ook hoe deze verschillende ontwikkelingen ineengrijpen. Zelfs als pakweg een miljoen mensen op vrij korte tijd christen werden, zou geen van de onderling verbonden sociale structuren en culturele waarden daardoor terug veranderen.

Ik moet deze geleerde recht doen, hij probeerde deels om ons weg te houden van het oppervlakkige denken dat aanzet tot een lichtzinnige visie op religie en opwekking – alsof een goede opwekking ons zou uitsluiten van de verantwoordelijkheid om ruim te denken en de cultuur te veranderen.

Het element dat echter het meest ontbreekt in deze analyse, is de brede uitwerking van Gods soevereiniteit. De analyse van deze socioloog en collega is reductionistisch. Het is alsof hij denkt in grotendeels naturalistische categorieën, maar slechts een klein hoekje overlaat voor iets dat nogal zwak is zoals wedergeboorte (hoewel toegegeven wordt dat het bovennatuurlijk is).

Niet dat ik ook maar een ogenblik suggereer dat God niet normaal gezien werkt door middelen die de orde volgen van de structuren die Hij zelf schiep. Maar het is van vitaal belang dat we benadrukken dat God nooit begrensd is door dergelijke ordening. De Bijbel spreekt bovenal herhaaldelijk van tijden waarin Hij aan de ene kant verwarring of vrees over hele volken doet komen, of waarin Hij aan de andere kant volken verandert door zijn Wet op hun harten te schrijven, zodat ze verlangen om Hem te behagen.

We hebben te maken met een God die zich niet laat beperken door de machinaties van de media. Hij is best in staat om zo binnen te dringen dat Hij in oordeel of genade soeverein kan bepalen wat mensen denken.

Al vanaf het moment dat het lied van Mozes en van Mirjam wordt gezongen, wordt God geprezen voor de manier waarop Hij vrees over de volken doet komen langs wiens grenzen Israël moet komen op weg naar het Beloofde Land (Ex. 15:15-16). Ja, God belooft om precies dat te doen (Ex. 23:27), en belooft hetzelfde in verband met de Kanaänieten (Deut. 2:25). Dus moet het ons ook niet verbazen om er het bewijs van te vinden wanneer de Israëlieten hun eerste ommuurde stad naderen (Joz. 2:8-11; vgl. 5:1).

God werkt normaal gezien door gewone middelen. Maar Hij wordt er niet door gelimiteerd. Dat is waarom alle militaire spierkracht in de wereld op zichzelf geen overwinning kan garanderen, en alle secularisatie, postmodernisme, naturalisme en heidendom in de wereld op zichzelf geen opwekking kunnen tegenhouden. Laat God God zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org