Posts tonen met het label 1Kor.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 1Kor.. Alle posts tonen

zaterdag 17 februari 2024

Dienen als heilige en reine priesters in de ware tempel: beluister de mp3

Bijbelstudie van 7 februari in de reeks over het grote verhaal achter tabernakel en tempel. Dit is daarin deel 23.

Als wij vandaag priesters zijn in de ware tempel, hoe moet onze dienst dan zijn, waardoor wordt die dienst gekenmerkt? 

> Beluister de mp3: reine en heilige priesterdienst in de ware tempel Gods

> Beluister eerdere studies in deze reeks




maandag 5 februari 2024

Beluister: 'Gods tempel groeit vandaag in een context van lijden' - Deel 22 van het grotere verhaal achter tabernakel en tempel

In de vorige studie bekeken we hoe Gods tempel van vandaag - de gemeente - groeit door Gods woord. In deze nieuwe studie kwam op 24 januari 2024 aan bod hoe de tempel groeit in een context van lijden.

> Beluister de mp3 van studie 22: Gods tempel groeit in een context van lijden 

> Beluister eerdere studies in deze reeks 


2 Korinthe 5:1-4 

‘Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden, als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden. Want ook wij, die in deze tent zijn, zuchten terwijl we het zwaar te verduren hebben; wij willen immers niet ontkleed, maar overkleed worden, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden.’


zaterdag 9 december 2023

Deel 21 van het grote verhaal van tabernakel en tempel: groei door het woord (2) - mp3

Op 6 december hadden we het een 2e (en laatste) keer over het middel tot groei van Gods tempel van vandaag, namelijk het woord van God.

Kwam daarbij onder meer aan bod:

“Gods gebouw” moet gebouwd worden op het fundament van Jezus Christus 

1 Kor. 3:11: ‘Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Jezus Christus.’

Hoe moeten we daarop bouwen?

1 Kor. 3:12-13: ‘Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro, ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven.’

Volgende keer behandelen we de context van die groei, de rol van lijden.

> Beluister de audio van deel 21: Gods tempel groeit vandaag door het woord (2)*

> Beluister ook eerdere studies in deze reeks


*Ik knipte 2 stukjes uit de originele opname. Eentje omdat ik er een fout in maakte, een andere omwille van de privacy, bij de behandeling van de gespreksvragen.

De tempelbouw van vandaag, lijkt op die van Salomo: met goud, zilver en kostbare stenen. 


Bron afbeelding: Biblehub


 

dinsdag 5 december 2023

Bijbelstudie: beluister deel 20 van het grote verhaal van tabernakel en tempel - groei door het woord

Op 22 november behandelden we de tempel van de nieuwe tijd, de gemeente. Groei komt alleen door het woord van God.  

> Beluister de mp3: het grote verhaal deel 20: de tempel groeit vandaag door het woord

> Beluister de eerdere studies in deze reeks

Ef. 4:15-16 ‘maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus. 

Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde.'



dinsdag 21 november 2023

Beluister de audio van deel 19 over het grote verhaal achter de tempel: een oproep tot heiligheid

De gemeente is de tempel van de levende God. Daarbij toont 2 Korinthe 6:16-18 duidelijk aan, dat daar een vereiste van heiligheid aan vasthangt:  

"Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige".

Dit kwam ook aan bod in Bijbelstudie nummer 19 over het grotere verhaal van tabernakel en tempel.

> Beluister de audio: het grotere verhaal achter de tempel (19) - oproep tot heiligheid (mp3) 

> Beluister ook de eerdere studies in deze reeks



Bron afbeelding: Biblehub

zondag 1 maart 2015

'Als de Here het toestaat' (1 Kor. 16)


Exodus 12:21-51; Lukas 15; Job 30; 1 Korinthiërs 16

In de dramatische momenten van zijn leven wordt Paulus geleid door tussenkomst van een bepaalde openbaring. Waar we soms overheen kijken is hoeveel van zijn dienstwerk het resultaat is van planning, instructie, pastorale inschattingen, zelfs onzekerheden – veel zoals bij onze bediening het geval is.

In 1 Korinthiërs 16 vertelt Paulus de Korinthiërs over zijn reisplannen (16:5-9). Hij wil hen niet meteen ontmoeten, op zijn weg naar Macedonië, en slechts een tussenstop maken. Het ligt veeleer in zijn bedoeling om eerst naar Macedonië te trekken, en dan zal hij ‘misschien’ voor een tijd bij de Korinthiërs verblijven, of er zelfs de winter doorbrengen (wanneer het onveilig was om op de Middellandse Zee te varen). ‘Ik hoop enige tijd bij u te blijven’, schrijft Paulus, ‘als de Here het toestaat’ (16:7).

Vooraleer echter scheep te gaan voor een deel van deze reis, is de apostel van plan om nog wat langer in Efeze te blijven, ‘want mij is een grote en machtige deur geopend en er zijn vele tegenstanders’ (16:9). Met andere woorden, hij heeft nog altijd heel wat dienstwerk op de plank in deze grote stad.

Er is duidelijk onzekerheid in Paulus’ plannen, maar hij probeert de volgende paar maanden van zijn dienst vorm te geven op manieren die het best zullen bijdragen tot de verspreiding van het evangelie en tot het welzijn van Gods volk.

De volgende twee korte paragrafen (16:10-12) suggereren dat de bewegingen van Timotheüs en Apollos al evenmin volkomen voorspelbaar waren, hoewel in beide gevallen Paulus de Korinthiërs van informatie voorziet die bepaalde eventualiteiten omvat.

Bovendien ontdek je hoe Paulus de Korinthiërs in de eerste paragraaf (16:1-4) instrueert om vooruit te plannen in hun geven. De ‘inzameling’ die Paulus vermeldt is een project om de arme christenen in Judea te helpen. Hij weet dat als de Korinthische gelovigen pas zullen beginnen geld inzamelen wanneer hij opduikt, zij weinig zullen geven.

Trouw, regelmatig geven, weggelegd ‘elke eerste dag der week’ (wanneer christenen samenkwamen voor gemeenschappelijke aanbidding, bemoediging en onderwijs), zou verzekeren dat een aanzienlijke som kon bijeengebracht worden.

Natuurlijk kon geld in die tijd nog niet elektronisch overgemaakt worden; iemand zou het persoonlijk moeten overbrengen. Paulus wil dat de Korinthiërs daarvoor mannen kiezen waar ze zelf achter staan, en hij zal voor hen introductiebrieven voorzien voor de leiders in Jeruzalem. Hij zou zelfs met hen kunnen meegaan.

Dit soort regelingen kon elke hint naar financiële onbetamelijkheid van de kant van de apostel voorkomen. Ook in dit geval is er duidelijk sprake van zorgvuldige, godvrezende, wijze planning en een aanmoediging voor de Korinthiërs om hetzelfde te doen.

Vandaag bestaat er een vorm van zweverige ‘spiritualiteit’ die wil wachten voor expliciete leiding voor elke beslissing, die een zin als ‘als de Here het toestaat’ gebruikt als een schijnheilige smoes . Dit was niet de visie van Paulus, en het zou ook niet de onze mogen zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 28 februari 2015

Met alleen ons getuigenis, hebben we niet het evangelie gebracht (1 Kor. 15)


Exodus 11:1-12:20; Lukas 14; Job 29; 1 Korinthiërs 15

De samenvatting van het apostolische evangelie bij het begin van 1 Korinthiërs 15 wordt uiteengezet in een aantal punten: Christus stierf voor onze zonden naar de Schriften, Hij werd begraven, Hij werd opgewekt op de derde dag naar de Schriften.

Het laatste punt wordt dan verder uitgewerkt: na zijn opstanding verscheen Jezus Christus aan Petrus, aan de twaalven, aan meer dan 500 mensen tegelijk (waarvan sommigen ondertussen zijn gestorven, hoewel de meesten op het moment van het schrijven nog altijd in leven zijn en dus in staat zijn om ervan te getuigen), aan Jakobus, aan alle apostelen, en uiteindelijk aan Paulus. De lijst is niet bedoeld om volledig te zijn, maar breed omvattend, met speciale focus op de officiële vaandeldragers van de christelijke traditie en op Paulus zelf als een van hen.

Iets van het belang van de opstanding wordt dan uiteengezet in de volgende verzen. Enkele beschouwingen vooraf:

Ten eerste gaat ‘het evangelie’ niet in de eerste plaats over iets dat God gedaan heeft voor mij, maar over iets dat God objectief gedaan heeft in de geschiedenis. Het gaat over Jezus, in het bijzonder over zijn dood en opstanding. We hebben het evangelie niet gepredikt wanneer we niets meer dan ons persoonlijke getuigenis gegeven hebben, of wanneer we een reeks mooie verhalen over Jezus aangereikt hebben, maar niet de telos (het doel of de bedoeling) bereikt hebben van het verhaal dat in de vier Evangeliën verteld wordt.

Ten tweede speelden de eerste gebeurtenissen van dit evangelie zich af ‘naar de schriften’. De precieze manier waarop de schriften deze gebeurtenissen voorzegden – vaak via typologie – is niet onze directe zorg; veeleer het eenvoudige feit van het verband met de Schrift is zo verbazingwekkend.

Niemand in de vroege kerk zag het belang van Jezus als iets volledig nieuw, of als iets dat los stond van alles wat daarvoor was gebeurd. Ze zagen Hem eerder als het sluitstuk, de culminatie, het heerlijke doel, de climax van al Gods voorafgaande openbaring in de heilige Schrift.

Ten derde redt dit evangelie ons (15:2). Heel wat theologie wordt al verondersteld met deze paar woorden: in het bijzonder hetgeen waarvan we gered worden. Inbegrepen zijn hier Paulus’ verstaan van mensen die zijn geschapen naar het beeld van God, de vreselijkheid van de zonde en de vloek van God die ons van onze Schepper gescheiden heeft, en ons onvermogen om onszelf te herscheppen. Het evangelie redt ons – en we moeten altijd precies in gedachten houden waarvan we gered zijn.

Ten vierde maakt Paulus niet alleen het onderwerp van dit reddende geloof duidelijk (namelijk het evangelie), maar ook de aard van dit geloof: het is geloof dat volhardt, dat stevig vasthoudt aan het woord dat door de apostelen gepredikt wordt. ‘tenzij gij tevergeefs tot geloof zoudt gekomen zijn’ (15:2) – een punt dat vaak terugkomt in het Nieuwe Testament (bijv. Joh. 8:31; Kol. 1:23; Heb. 3:14; 2 Pet. 1:10).

Eigen vertaling van de overdenking bij 28 februari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 27 februari 2015

Maar de wijsheid – waar wordt zij gevonden? (Job 28 en 1 Kor. 14)

Exodus 10; Lukas 13; Job 28; 1 Korinthiërs 14

Een subtiele thematische link verbindt Job 28 en 1 Korinthiërs 14.

Mensen beseffen niet vaak echt hoe zeldzaam ware wijsheid is. Volgens hoofdstuk 28 ziet Job dit wel in. Het hoofdstuk is een poëtische overdenking over dit eigenste thema: ‘Maar de wijsheid – waar wordt zij gevonden, en waar toch is de verblijfplaats van het inzicht?’ (28:12).

Job lijst de plaatsen op waar de wijsheid niet wordt gevonden en besluit, ‘Zij is onttrokken aan het oog van al wat leeft, zelfs voor het gevogelte des hemels is zij verborgen. Het verderf en de dood zeggen: Met onze oren hebben wij haar gerucht vernomen’ (28:21-22; het laatste zinsdeel is in HSV duidelijker weergegeven: ‘Met onze oren hebben wij slechts een gerucht over haar gehoord’).

Waar dan wordt wijsheid gevonden? ‘God kent de weg tot haar, Hij weet haar verblijfplaats. Want Hij schouwt tot de einden der aarde, wat onder de ganse hemel is, ziet Hij’ (28:23-24). En wat is Gods eigen samenvatting? ‘Zie, de vreze des HEREN – dat is wijsheid, en van het kwade te wijken is inzicht’ (28:28).

In de context van het boek Job bewerkt dit hoofdstuk ongetwijfeld diverse zaken. Het doorprikt de pretenties van de ‘vertroosters’ die zichzelf als zo wijs zien. Het toont aan dat Job, ondanks zijn protesten, nog altijd uiterst Godgericht is in heel zijn denken. Zelfs terwijl hij publiekelijk vragen stelt over Gods eerlijkheid in zijn eigen geval, blijft Job erbij dat alle wijsheid uiteindelijk bij God ligt.

Omdat dergelijke wijsheid bovendien onherroepelijk verbonden is met het wijken van het kwaad, toont Job door zijn poëtische uitdrukking dat hij niet alleen de nederigheid van geest bewaart tegenover de Almachtige, maar dat zijn toewijding tot een rechtvaardig leven sterk verbonden is met zijn geloof in Gods wijsheid, met zijn eigen zuivere Godgerichtheid.

Er is natuurlijk geen direct verband tussen deze passage in Job en 1 Korinthiërs 14. Wijsheid is niet specifiek een punt in 1 Korinthiërs 14. Als je niettemin 1 Korinthiërs 14 leest nadat je hebt nagedacht over Job 28, is het moeilijk om niet te zien hoe de wijze raad van Paulus met betrekking tot het gebruik van de genadegaven in de samenkomst in dit grotere beeld past van zuivere Godgerichtheid.

Het eerste deel van 1 Korinthiërs 14 vergelijkt en contrasteert profetie en tongen. Het argument van de apostel is dat het bepalende criterium verstaanbaarheid is. In de achtergrond hoor je de discussie. Sommige christenen in Korinthe houden ervan hun gaven zo tentoon te spreiden dat het onvermijdelijk iemands reputatie bevordert. Maar Paulus benadrukt dat verstaanbaarheid op het spel staat, zowel voor gelovigen als ongelovigen die kunnen aanwezig zijn.

Met andere woorden, goddelijke wijsheid in deze zaak concludeert dat het belang van anderen primeert; dit vereist nederigheid van geest. Het doel is niet een reputatie te verwerven met je geestelijke kracht, maar anderen aan te moedigen tot de conclusie te komen dat God werkelijk aanwezig is (14:25) – en dit vereist verstaanbare communicatie. Zelfs de instructies om tongen te beperken en profetieën te beoordelen, brengen een standpunt aan het licht dat zichzelf verloochent, dat eer brengt aan God en dat ook Godgericht is. Kortom: het is wijs.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 februari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 25 februari 2015

'Er is verscheidenheid in genadegaven, maar het is dezelfde Geest' (1 Kor. 12)


Exodus 8; Lukas 11; Job 25-26; 1 Korinthiërs 12

1 Korinthiërs 12
begint met een blok van drie hoofdstukken over tongen, profetie en andere ‘genadegaven’ (charismata) en hun relatie tot de liefde, die de hoogste ‘weg’ is (geen gave) voor een christen. We kunnen op zijn minst de gedachtegang volgen.

Ten eerste
bevestigt 1 Korinthiërs 12:4-6 dat er verscheidenheid van gaven is maar slechts één bron. De impliciete verwijzing naar de Drieëenheid is treffend: verschillende gaven, gegeven door dezelfde Geest; verschillende soorten dienst, maar dezelfde Heer (Jezus); verschillende soorten werkingen, maar dezelfde God.

Dit betekent niet dat Paulus deze dingen in vakjes stopt, alsof, bijvoorbeeld, de gaven afkomstig zijn van de Geest, maar niet van Jezus en niet van God. Dit is eerder het middel van de prediker om te benadrukken dat hoe divers deze gaven en genades ook zijn, er slechts één bron is: de drieënige God.

Ten tweede wijdt Paulus verder uit over dit principe van eenheid dat verscheidenheid samenbindt (12:7-12). De verschillende gaven die vermeld worden – spreken met wijsheid, spreken met kennis, geloof, gaven van genezing enzovoort – zijn niet slechts manifestaties van die ene Geest, maar hun primaire doel is het gemeenschappelijk welzijn (12:7).

Dus zowel in bron als doel, dienen ze eenheid in hun diversiteit. Bovendien, hoewel Paulus meteen zal zeggen dat christenen de hoogste gaven moeten nastreven (12:31), benadrukt hij hier dat wat uiteindelijk telt is dat de Geest ze uitdeelt, zoals Hij wil – wat betekent dat er nooit sprake zou mogen zijn van trots deze of gene gift te bezitten, noch van naijver tegenover iemand anders die een gave bezit die jij verlangt.

Ten derde wordt het thema van het hoofdstuk overgebracht in een analogie (12:12-20). Het lichaam is één, maar het bestaat uit vele leden die samen moeten functioneren. De analogie is treffend, want christenen werden allen gedoopt door Christus in één Geest (de Geest is hier het middel in wie christenen gedoopt zijn, niet de uitvoerder van de doop, die Christus is), tot één lichaam, de gemeente.

Alle lichaamsdelen zijn duidelijk nodig: het zou het lichaam niet helpen om bijvoorbeeld niets te zijn dan één gigantische oogbol. Dus moeten de diversiteit en de uitdeling van gaven in de gemeente gekoesterd worden.

Ten vierde
volgt er verder uit dat geen deel van het lichaam het recht heeft tot een van de andere lichaamsdelen te zeggen dat het noch gewenst is, noch nodig is (12:21-27). Op een bepaalde manier zouden de minst eervolle delen van het lichaam de hoogste eer moeten krijgen, precies omdat ze die anders ontberen. Er zou zodanig veel empathie moeten bestaan onder de diverse delen dat als er één geëerd wordt, ze dan allemaal geëerd worden; en als er één deel lijdt, dan lijden ze allemaal.

Hoewel de toepassingen voor de kerk duidelijk zijn, doet Paulus de moeite om ze duidelijk uiteen te zetten (12:27-31).


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 februari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 22 februari 2015

'Hun, die zonder wet zijn, ben ik geworden als zonder wet' (1 Kor.9)


Exodus 5; Lukas 8; Job 22; 1 Korinthiërs 9

1 Korinthiërs 9:19-23 is een van de meest onthullende passages in het Nieuwe Testament met betrekking tot Paulus’ visie op de wet.

Aan de ene kant stelt Paulus dat hij als een Jood moet worden om onder de Joden te kunnen evangeliseren; of concreter gesteld, ‘hen die onder de wet staan’, moet hij worden als iemand die onder de wet staat, ‘hoewel persoonlijk niet onder de wet’ (9:20). Dus hoewel Paulus zichzelf zeker als een Jood ziet voor zover het om zijn afkomst gaat (zie bijvoorbeeld Rom. 9:3), ziet hij zichzelf op dit punt van zijn leven niet als onder het verbond van de wet. Wanneer hij zichzelf echter tot doel stelt zijn Joodse volksgenoten te winnen, wil hij elke onnodige reden tot aanstoot wegnemen, dus neemt hij de disciplines van reine (of koosjere) Joden aan; in die zin wordt hij als een Jood, als iemand onder de wet.

Aan de andere kant, wanneer hij zichzelf tot taak stelt te evangeliseren onder de heidenen, wordt hij ‘als zonder wet’. In het besef dat dit standpunt zou kunnen begrepen worden als gewoon maar wetteloosheid, voegt Paulus er in een terloopse zijsprong aan toe, dat dit niet betekent dat hij volkomen wetteloos is. Verre van; hij schrijft, ‘hoewel niet zonder de wet van God, want ik sta onder de wet van Christus’ (9:21).

Dus aan de ene kant is Paulus zelf niet onder de wet; aan de andere kant is hij niet vrij van Gods wet, maar is hij onder de wet van Christus. Wat betekent dit?

(a) De ‘wet’ waaronder Paulus zichzelf ziet, kan niet exact hetzelfde zijn als de Torah (de Pentateuch), of meer algemeen de eisen van God uit de Schriften van het Oude Testament. Het is waar, Paulus zegt elders dat ‘het houden van Gods geboden’ is wat echt telt (1 Kor. 7:19). Maar dit zijn niet gewoon maar de geboden die we vinden in het Oude Testament. Uiteindelijk staat er in de voorafgaande zin ‘(Want) besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets, maar wèl het houden van Gods geboden’. De opmerkzame Jood zou antwoorden, ‘Maar de besnijdenis ìs ook een van zijn geboden’. Echter niet voor Paulus: Gods geboden houden of Gods wet gehoorzamen is voor hem niet hetzelfde als zich aan de wet van Mozes houden.

(b) Wat Paulus bindt en de grenzen bepaalt met betrekking tot zijn flexibiliteit wanneer hij ernaar streeft te evangeliseren onder zowel Joden als Grieken, is ‘de wet van Christus’ (9:21). Zijn stellingen hebben helemaal geen zin als ‘de wet van Christus’ volledig identiek is aan Gods wet zoals die wordt gevonden in de Torah. Hij moet plooien vanuit zijn ‘derden positie’ (de positie van de christen) om te worden als een Jood of als een christen.

(c) Wat het verband is tussen de Mozaïsche ‘wet van God' en de ‘wet van Christus’ is complex en we krijgen er een glimp van te zien, in Paulus, in Romeinen 3:21-26 (zie de overdenking voor 31 januari). Hier volstaat het op te merken dat het motief voor heel Paulus’ geweldige culturele flexibiliteit bestaat uit het verlangen ‘om er zoveel mogelijk te winnen’ (9:19), ‘om in elk geval enigen te redden’ (9:22).


Eigen vertaling van de overdenking bij 22 februari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 20 februari 2015

Huwelijk, echtscheiding en gerelateerde kwesties (1 Kor. 7)

Exodus 3; Lukas 6; Job 20; 1 Korinthiërs 7

Wanneer Paulus de vragen van de Korinthiërs begint te beantwoorden (‘Wat nu de punten betreft, waarover gij mij geschreven hebt’, 1 Kor. 7:1), behandelt hij eerst huwelijk, echtscheiding en gerelateerde kwesties (1 Kor. 7). En het eerste deel van zijn bespreking gaat over seks binnen het christelijk huwelijk (1 Kor. 7:1-7).

(1) Typerend voor veel van zijn antwoorden aan deze verdeelde gemeente, is hoe Paulus hier zijn ‘Ja … maar’ pastorale gevoeligheid toont. ‘Het is goed voor een mens niet aan een vrouw verbonden te zijn. Maar … ieder moet zijn eigen vrouw hebben en iedere vrouw haar eigen man’ (7:1-2). ‘Ik zou wel willen, dat alle mensen waren, zoals ikzelf. Doch iedereen heeft van God zijn bijzondere gave’ (7:7). Kortom, Paulus moet niet alleen hun vragen beantwoorden maar ook een antwoord formuleren op hun extremen. In het ideale geval moet hij dit doen door de partijen dichter bij elkaar te brengen, waarbij hij ze elk prijst voor het licht dat ze op het onderwerp werpen, terwijl hij niettemin elk van de zijden helpt ontdekken dat ze niet de waarheid in pacht hebben over de zaak en in feite de wijsheid verdraaien.

(2) In de NBG-vertaling lees je ‘Het is goed voor een mens niet aan een vrouw verbonden te zijn’ (7:1). In het Grieks lees je letterlijk: ‘het is goed voor een mens om geen vrouw aan te raken’ (zie ook de HSV, nota J.L.). De NBG-vertalers veronderstellen dat dit een eufemisme is voor het huwelijk. Maar recenter hebben geleerden aangetoond dat dit niet het geval is. Blijkbaar waren er in Korinthe christenen die een ascetische agenda promootten. Paulus is bereid te zeggen dat er een voordeel verbonden is aan dit perspectief: uiteindelijk wijst hij later in het hoofdstuk naar de voordelen van ongehuwd zijn in de bediening voor het evangelie. Maar ascetisme is niet het enige van waarde; het kan zelfs een afgod worden, of een manier om Gods goede gaven te minachten, of een weigering om de verscheidenheid van gaven te erkennen die God aan zijn volk geschonken heeft. Uiteindelijk haalt het huwelijk seksuele druk weg; de seksuele druk ontkennen en wanhopig vasthouden aan celibatair ascetisme kan leiden tot grove seksuele zonden (zoals vaak is gebeurd). Het maatschappelijk antwoord is Bijbels gesproken niet open seks of ontucht, maar het huwelijk. Dit is natuurlijk niet de enige waarde van het huwelijk, maar het is wel een reële waarde.

(3) Merk op hoe Paulus op het terrein van het huwelijk benadrukt dat seksuele voorrechten en verantwoordelijkheden wederkerig zijn: bijv. ‘ieder moet zijn eigen vrouw hebben en iedere vrouw haar eigen man’ – wat heel ver af staat van je vrouw als je bezit behandelen. Hoeveel wederkerige verklaringen worden in deze paragraaf gevonden?

(4) Binnen het huwelijk mag geen van beide partners de ander normale seksuele omgang ontzeggen, behalve onder drie voorwaarden:
(a) in onderling akkoord;
(b) met als doel jezelf aan het gebed te wijden;
(c) en zelfs dan alleen tijdelijk. Dus mag seks volgens de Schrift nooit worden gebruikt als wapen, of worden gebruikt als omkoping of worden achtergehouden als straf.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 februari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 19 februari 2015

'Maar ik weet: mijn Losser leeft' (Job 19)

Exodus 2; Lukas 5; Job 19; 1 Korinthiërs 6

De twee voor vandaag gekozen passages uit het Bijbelleesrooster (zie de twee laatste verwijzingen hierboven) zijn op een subtiele manier met elkaar verbonden. Jobs antwoord aan Bildad (Job 19) is treffend vanwege zijn intensiteit. Het is bijna alsof hij helemaal wil uiteenzetten wat de spanningen en paradoxen zijn in zijn eigen positie. Er zijn vier essentiële aspecten aan.

Ten eerste blijft Job zijn ellendige vertroosters hekelen voor hun compleet gebrek aan steun. Zelfs als hij al ‘werkelijk gedwaald’ zou hebben (19:4), is het niet aan hen om hem te vernederen.

Ten tweede
maakt Job nu concreet waar hij al de hele tijd indicaties voor geeft: als hij onterecht lijdt en als God de leiding heeft, dan heeft God hem onrecht gedaan (19:6). Nog maar eens beschrijft een rijtje verzen kleurrijk hoe God hem heeft neergehaald heeft, zijn weg heeft afgeblokt en op zijn wegen duisternis spreidt.

Ten derde biedt Job een aantal grafische beschrijvingen van zijn lijden. Zijn adem is afstotelijk voor zijn vrouw; zijn reuk is walgelijk voor zijn eigen broers (19:17). In een cultuur waarin de jeugd zijn ouderen moet respecteren, ondervindt hij hoe zelfs jonge kinderen smalend over hem spreken. Zijn gezondheid is verdwenen; zijn dichtste vrienden tonen geen bewogenheid of medeleven.

Maar ten vierde is de meest paradoxale component dat Job God nog altijd vertrouwt. In een gedeelte dat bekend staat voor zijn exegetische moeilijkheden (19:25-27), bevestigt Job dat hij weet dat zijn ‘losser’ leeft: dit is het woord dat gebruikt wordt voor Boaz in het boek Ruth (Ruth 2:20), en die blijkbaar hier een ondertoon heeft van ‘verdediger’.

Ondanks het bewijs van zijn huidige lijden bevestigt hij dat God, zijn losser, leeft, en ‘ten laatste zal Hij op het stof optreden’ (in het licht van het volgende vers is dit mogelijk een eschatologische verwijzing, of het kan verwijzen naar het einde van Jobs lijden, waarbij God staat op het graf van Job). Job zelf zal God met eigen ogen aanschouwen, en hiernaar hunkert zijn hart binnen in hem.

De integriteit en trouw van de man is verbazingwekkend. Hij weigert te ‘belijden’ wanneer er niets te belijden valt, maar hij houdt nooit op te betuigen dat alleen God God is. Satan is zijn weddenschap aan het verliezen.

Het is interessant dat ook Paulus de christenen in Korinthe oproept tot een bepaalde integriteit (1 Kor. 6). De droevige dimensie van dit hoofdstuk is dat minstens enkele van de Korinthiërs hun integriteit compromitteerden voor niets meer dan de gewone verzoekingen plus een subliminaal verlangen om te handelen zoals de cultuur die hen omringt.

Ze moesten helemaal niet het hoofd bieden aan het soort druk waar Job mee te maken kreeg. Ze moesten leren dat rechtszaken tussen christen broeders, waarbij ze proberen te winnen tegen elkaar, al meteen gelijkstaat met verlies (6:7); dat christelijke vrijheid nooit een excuus is voor bandeloosheid, aangezien gelovigen nastreven wat tot zegen is en ze weten dat hun lichamen een ander toebehoren (6:12-20). Dit zijn dingen die Job al wist.


Eigen vertaling van de overdenking bij 19 februari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 15 februari 2015

'Niets dan Jezus Christus en die gekruisigd' (1 Kor. 2)


Genesis 48; Lukas 1:39-80; Job 14; 1 Korinthiërs 2

Sommigen zijn van mening dat 1 Korinthiërs 2:1-5 suggereert dat de manier waarop Paulus predikte in Athene (Handelingen 17:16-31) verkeerd was, en dat Paulus tegen de tijd dat hij aankwam in Korinthe zijn fout al had ingezien. In de passage die we voor ons hebben vertelt hij ons hoe hij vastbesloten was ‘niet iets te weten’ wanneer hij onder hen was, ‘dan Jezus Christus en die gekruisigd’. Dus weg met de quasi-filosofische prediking van de toespraak op de Areopagus in Handelingen 17. Hou het gewoon bij het evangelie.

Maar er zijn goede redenen om deze verkeerde lezing te verwerpen:

(1) Dit is niet de natuurlijke lezing van Handelingen. Wanneer je je doorheen dat boek werkt, dan bots je nergens op een of andere vlag of ander teken om je te waarschuwen dat Paulus op dat moment blundert. Die verkeerde uitleg wordt bekomen door een onnatuurlijke lezing van Handelingen bijeen te puzzelen met een verkeerde lezing van 1 Korinthiërs 2.

(2) De theologie van de Areopagus-toespraak is in feite heel erg in lijn met de theologie van Paulus zoals hij die uitdrukt in Romeinen.

(3) De Griekse tekst aan het einde van Handelingen 17 zegt niet dat ‘weinige mannen’ geloofden, alsof de inschatting verwerping of veroordeling meebrengt, maar zegt wel dat ‘enige’ of ‘sommige’ mensen geloofden. Deze uitdrukking is in lijn met andere samenvattingen in Handelingen.

(4) In Athene had Paulus al gepredikt, niet alleen in de synagoge voor mensen die al bijbels geletterd waren, maar ook voor mensen op de markt die bijbels onkundig waren (Handelingen 17:17). Wat hij gepredikt had was het ‘goede nieuws’, ‘het evangelie’ (17:18).

(5) Paulus werd in Handelingen 17 duidelijk onderbroken voor hij klaar was. Hij had het raamwerk geschetst waarin alleen het evangelie coherent is: een transcendente God, soeverein, voorzienig, persoonlijk; schepping; zondeval; verval tot afgoderij; het verloop van de heilsgeschiedenis; het uiteindelijke oordeel. Hij vorderde in de richting van Jezus’ opstanding en meer, toen hij werd onderbroken.

(6) Paulus was geen beginneling. Hij had al twintig jaar van zware bediening achter de rug (lees 2 Kor. 11), veel daarvan voor heidenen die bijbels onkundig waren. Te veronderstellen dat hij bij deze gelegenheid in paniek raakte en het evangelie aanpaste is onzinnig.

(7) Handelingen 17 toont dat Paulus denkt vanuit het wereldbeeld, ‘wereldbeeldig’ denkt. Zelfs na 1 Korinthiërs 2 denkt Paulus nog altijd ‘wereldbeeldig’: 2 Korinthiërs 10:5 toont hoe hij nog steeds streeft om ‘elke gedachte’ te onderwerpen aan Christus – en de context toont dat dit niet alleen verwijst naar geïsoleerde gedachten, maar naar volledige wereldbeelden.

(8) 1 Korinthiërs 2:1-5 plaatst Paulus’ vastberadenheid om niets te prediken dan het kruis niet tegen de achtergrond van Athene (alsof hij beleed dat hij daar gefaald had), maar tegen de achtergrond van Korinthe, dat een meer dan gewone voorliefde had voor welsprekendheid en retoriek. De apostel bezwijkt niet voor louter rederijkunst: hij is vastbesloten om het te houden bij ‘Jezus Christus en Die gekruisigd’.


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 februari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 8 september 2014

'Had ik de liefde niet, ik zou niets zijn' (1 Kor. 13)


2 Samuël 2; 1 Korinthiërs 13; Ezechiël 11; Psalm 50

Hoewel 1 Korinthiërs 13 deel uitmaakt van een uitgebreid betoog dat doorheen de hoofdstukken 12-14 loopt, vormt het gedeelte een heel mooie eenheid met zoveel prachtige evocatieve zinnen, dat het al uitmondde in talloze uitvoerige verhandelingen. Vandaag wil ik wat langer stilstaan bij de eerste drie verzen.

Deze tekst zegt niet dat liefde alles is en dat de andere zaken die worden vermeld– spreken in tongen, de gave van profetie, het vermogen om geheimen te doorgronden, alle kennis bezitten, een geloof dat bergen kan verzetten, zelfverloochenende overgave van al je bezittingen ten behoeve van de armen, en de martelaarsdood sterven – niets zijn. Eerder benadrukt de passage dat deze dingen volkomen onbetekenend zijn tenzij ze gepaard gaan met liefde. Liefde vervangt ze niet; de afwezigheid van liefde maakt ze zinloos en uiteindelijk waardeloos.

Deze paragraaf is uitgewerkt om de hoogmoedigen te vernederen. De geschiedenis biedt trieste voorbeelden van mensen die trots geworden zijn op hun gave van tongen of hun profetische gave, zelfs op hun filantropie en opofferingsgezindheid. Maar het is een volkomen tegenstrijdigheid om trots te zijn op je liefde, in wat voor christelijke betekenis van liefde ook.

Misschien is dat een van de redenen waarom die andere deugden in het niets vallen als ze niet gepaard gaan met liefde.

Een van de meest treffende kenmerken van deze stelling over liefde is hoe ze een van de definities van liefde ontkracht die nog altijd standhoudt in bepaalde christelijke kringen.

Daarin wordt beweerd dat christelijke liefde niet tot de emotionele sfeer behoort, maar niets anders is dan een niet aflatende vastberadenheid om het goed van de ander na te streven.

Dat is, zo beweren ze, waarom je liefde ook kunt bevelen: iemand kan een diepgaande hekel hebben aan de ander, maar als je je nauwgezet inzet voor zijn of haar welzijn, en daar ook naar handelt, is dit nog altijd liefde.

Eerlijk gezegd is dit soort spitsvondigheden reductionistische onzin. Wat zonet moest doorgaan voor ‘liefde’ is niets anders dan vastberaden altruïsme. Maar in deze verzen maakt Paulus nu net duidelijk onderscheid tussen altruïsme en liefde: ‘Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand’ (13:3): hier vind je zowel altruïsme als zelfopoffering, maar Paulus kan ze zich allebei voorstellen zonder liefde. Dus moet liefde iets anders zijn, of meer zijn dan louter altruïsme en zelfopoffering.

Het is misschien moeilijk om een perfecte definitie te geven voor christelijke liefde. Maar het is niet moeilijk om er een volmaakt voorbeeld van te vinden.

De liefde van Christus voor ons is niet gegrond in onze liefelijkheid, maar in zijn eigen karakter. Zijn liefde is niet louter sentimenteel, maar er hangt wel een immense affectie en warmte aan vast. Ze is resoluut in haar zelfopoffering, maar nooit louter mechanische zelfdiscipline.

Willen we op één lijn komen met de apostolische voorstelling van christelijke liefde als ‘de weg die nog voortreffelijker is’ (12:31b [NBV] – zie ook de overdenking van 11 oktober) die alle gelovigen moeten volgen, hoeven we alleen Jezus Christus na te volgen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 6 september 2014

'Wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer' (1 Kor. 11)


1 Samuël 31; 1 Korinthiërs 11; Ezechiël 9; Psalm 48

Drie opmerkingen over de maaltijd van de Heer, uit de vele die we kunnen maken vanuit Paulus’ behandeling ervan (1 Kor. 11:17-34):

Ten eerste is het een tijdelijke instelling. Ze moet maar worden nageleefd ‘totdat Hij komt’ (11:26). Dit komt deels door haar ‘herdenkings’-functie (‘doet dit tot mijn gedachtenis’, 11:24). In de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zullen getransformeerde gelovigen geen ritueel als dit nodig hebben om Jezus te ‘gedenken’, want Hij zal voortdurend het centrum van hun aandacht en bewondering zijn.

Dit te beseffen elke keer we deelnemen aan de maaltijd van de Heer, helpt ons niet alleen om terug te kijken naar het verbroken lichaam van Jezus, maar ook om vooruit te kijken naar de uiteindelijke vervulling.

Ten tweede moet de maaltijd van de Heer, indien naar behoren nageleefd, ook een kerygmatische functie vervullen. Het woord kerygmatisch komt van het werkwoord kerysso, ‘verkondigen’: Paulus zegt dat we door deze maaltijd de dood van de Heer verkondigen totdat Hij komt (11:26) – hoewel hij hier een ander werkwoord gebruikt. Normaal gezien wordt het gebruikte werkwoord gevonden in een evangelisatiecontext: we verkondigen of delen het Evangelie mee aan mensen die nog onbekeerd zijn.

Als dit is wat Paulus bedoelt, dan is een van de functies van de maaltijd van de Heer – zijn kerygmatische functie – evangelisatie. Ik ben zeker al in kerken geweest waar dit het geval is. Ongelovigen zijn een onderdeel van de dienst. Ze worden gewaarschuwd niet deel te nemen, maar worden aangemoedigd te observeren en na te denken over wat ze zien en horen.

Er wordt iets uitgelegd van het belang van het ritueel, misschien zijn functie als getuigenis van Jezus als het brood van het leven die zijn leven geeft voor het leven van de wereld (Joh. 6:51). De verordening en het woord verkondigen samen de dood van de Heer.

Ten derde
biedt het naderen tot de maaltijd van de Heer elke christen een gelegenheid om zichzelf te onderzoeken vooraleer van het brood te eten en van de beker te drinken (11:27-28). Uitleggers zijn het oneens over de betekenis van het ‘niet onderscheiden van het lichaam’ (11:29). In deze context is het niet mogelijk de diverse opties te evalueren. Ik kan hier volstaan met mijn conclusie weer te geven: Paulus waarschuwt dat ‘wie eet en drinkt (…) als hij het lichaam niet onderscheidt’ dat werd geofferd aan het kruis en waarvan getuigenis wordt gegeven in dit ritueel, ‘eet en drinkt tot zijn eigen oordeel’.

Hoe kan het ook anders? Als je, door deel te nemen, zegt ‘Wij herdenken’ en ‘Wij verkondigen’, terwijl je zonde koestert, dan nader je tot deze tafel op een onwaardige manier; het is ‘zich bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren’ (11:27). Maar ongeacht of deze specifieke uitleg correct is, moet de waarschuwing zelf bijzonder ernstig worden genomen. Het is geen kwestie van goed genoeg zijn, want dat is niemand. De enige ‘waardige wijze’ om aan deze maaltijd deel te nemen is berouwvol en in geloof.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 5 september 2014

'Deze dingen zijn gebeurd als voorbeelden voor ons' (1 Kor. 10)

1 Samuël 29-30; 1 Korinthiërs 10; Ezechiël 8; Psalmen 46-47

1 Korinthiërs 10 bevat diverse passages die uitgebreide overdenking waard zijn. Maar vandaag staan we stil bij wat, oppervlakkig bekeken, er een van de eenvoudigste van is.

Paulus vertelt de Korinthiërs dat de dingen die ‘onze vaderen’ overkwamen (10:1) en die in de Schrift staan opgetekend, zijn geschied ‘ten voorbeeld’, ‘opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden’ (10:6). Nadat hij enkele voorbeelden heeft gegeven, zegt de apostel opnieuw, ‘Dit is hun overkomen tot een voorbeeld (voor ons) en het is opgetekend ter waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is’ (10:11).

(1) Het is belangrijk de verschillende doelstellingen te onderscheiden die de Schrift heeft. Elders leren we bijvoorbeeld dat de Geschriften van het Oude Testament, of delen ervan, gegeven werden om zonden te laten zien als de vreselijke dingen die ze zijn, niets minder dan misdaden; ook om de weg te bereiden voor Christus, niet alleen door profetische woorden maar ook door modellen, patronen en ‘types’ die vooruitblikten naar hoe Christus zou zijn; of om de tijd aan te kondigen waarop God definitieve actie zou ondernemen ten behoeve van zijn volk; om te waarschuwen voor zonde en oordeel; en zoveel meer.

Maar hier geeft de Bijbel ons voorbeelden die ons ervan moeten weerhouden boze dingen na te streven. Dit betekent dat, alhoewel de Oudtestamentische verhalen ongetwijfeld meer bieden dan ‘gewoon’ moraallessen, ze zeker niet minder bieden. Terwijl we de complexe lagen van verbindingen binnen de canon onderzoeken, mogen we de morele lessen die echt aan de oppervlakte liggen van de tekst niet over het hoofd zien.

(2) De grove zonden die Paulus oplijst bij wijze van voorbeeld – afgoderij, seksuele immoraliteit, de Here ‘verzoeken’ (d.w.z. door zijn goedheid of macht in vraag te stellen, zoals in Ex. 17:2), en morren (10:7-10) – zijn niet onbekend onder hedendaagse gelovigen.

(3) Volgens Paulus was Gods bedoeling met het optekenen van deze materialen in de Schrift, dat wij er ons voordeel mee zouden doen – waarbij de ‘wij’ verwijst naar hen ‘over wie het einde der eeuwen gekomen is’ (10:11). Dit mag ongetwijfeld niet als een exhaustieve verklaring van Gods doelstelling gezien worden, maar ze is zeker bedoeld als een van de fundamentele doelstellingen.

Zo waren de boeken van het Oude Testament vanuit Gods perspectief niet alleen gewoon bedoeld voor degenen die ze lazen toen ze eerst geschreven werden, maar voor ‘ons’, die leven in dit geweldige moment in de wereldgeschiedenis, wanneer de eerste vervulling van de beloften der eeuwen wordt ervaren.

(4) Dit betekent impliciet dat het des te schokkender is als wij, die zoveel instructies en waarschuwingen hebben gekregen uit de voorbije eeuwen, de rijkdom aan voorrechten negeren die de onze is. In onze blindheid verbazen we er ons soms over hoe bepaalde Oudtestamentische figuren of groepen de goddelijke erfenis en het verbond die ze ontvingen zo snel konden verlaten. Hoeveel erger is het als wij dat doen!


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 3 september 2014

Let op dat je vrijheid geen struikelblok wordt voor de zwakken (1 Kor. 8)

1 Samuël 27; 1 Korinthiërs 8; Ezechiël 6; Psalm 44

Blijkbaar voelen sommige christenen in Korinthe, verzekerd door de kennis dat afgoden helemaal niets zijn en dat alle vlees geschapen werd door de ene ware God en dus goed is om te eten, zich verbazingwekkend vrij om te eten wat ze maar wensen, ook al werd het dan geofferd aan een afgod.

Anderen, mogelijk bekeerd vanuit een leven dat verbonden was met heidens bijgeloof, bespeuren het demonische in de afgod en geloven dat het onveilig is voedsel te eten dat aan die afgoden werd geofferd (1 Kor. 8).

De hoofdlijn in Paulus’ argumentatie is duidelijk. Zij die een sterk geweten hebben in deze materies moeten bereid zijn hun rechten op te geven, zodat ze andere broers en zusters in Christus geen schade toebrengen.

Het kan niettemin de toepassing uitkristalliseren als we verschillende elementen onderstrepen:

(1) De kwestie draait rond iets dat intrinsiek niet verkeerd is. Je kunt je niet voorstellen dat de apostel zou suggereren dat sommige christenen denken dat overspel geen probleem vormt, terwijl anderen er moeite mee hebben, en dat de eersten dan misschien hun vrijheid zouden moeten opgeven om de anderen niet te kwetsen. In dergelijk geval is er nooit een excuus voor die daad; die is verboden. Dus zijn Paulus’ principes hier enkel van toepassing voor daden die op zichzelf moreel neutraal zijn.

(2) Paulus gaat ervan uit dat het verkeerd is om tegen het geweten in te gaan, want dan kan het geweten gekwetst worden (8:12 [of ‘ondermijnd’ in de NBV-vertaling]). Een geweten dat op één terrein verhard wordt, over een neutrale zaak, kan hard worden in een andere materie – iets meer cruciaals. In het ideale geval moet het geweten natuurlijk meer volmaakt in lijn worden gebracht met wat God zegt in de Schrift, zodat het de persoon in neutrale zaken vrij zou laten. Het geweten kan door de waarheid worden geïnstrueerd en gevormd. Maar totdat het geweten wordt hervormd door de Schrift, is het best er niet tegen in te gaan.

(3) De ‘zwakke’ broeder in dit hoofdstuk (8:7-13) is er een met een ‘zwak’ geweten; dit wil zeggen, iemand die denkt dat een bepaalde daad verkeerd is, zelfs al is er intrinsiek niets verkeerds aan. Dus is de ‘zwakke’ broeder meer gebonden aan regels dan de ‘sterke’ broeder. Beiden zullen de regels aannemen als het gaat om dingen die werkelijk verkeerd zijn, terwijl de zwakke broeder regels toevoegt voor zaken die niet werkelijk verkeerd zijn maar die op dit punt verkeerd zijn voor hem, omdat hij denkt dat ze verkeerd zijn.

(4) Paulus legt de last van de verantwoordelijkheid in de eerste plaats bij de ‘sterken’ om hun eigen vrijheden te beperken voor het welzijn van anderen. Het volstaat met andere woorden voor de christen nooit om de vraag te stellen ‘Wat is er me toegestaan om te doen? Wat zijn mijn rechten?’. Christenen dienen een Heer die zeker niet op zijn rechten stond toen Hij naar het kruis ging. Wanneer ze de zelfverloochening van Jezus volgen, zullen ze ook vragen ‘Welke rechten zou ik moeten opgeven voor het welzijn van anderen?’.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 2 september 2014

'Het uiterlijk van deze wereld is bezig te verdwijnen' (1 Kor. 7)

1 Samuël 26; 1 Korinthiërs 7; Ezechiël 5; Psalmen 42-43

In de loop van zijn behandeling van het onderwerp ‘maagden’ (1 Kor. 7:25-38 – het woord verwijst naar de seksueel onervarenen, zowel mannelijk als vrouwelijk), schrijft Paulus; ‘Ik acht dus om de bestaande nood dit goed, dat het voor een mens goed is, zo te zijn’ (7:26).

Het is dus goed voor de ongehuwde om ongehuwd te blijven, voor de gehuwden geen scheiding te zoeken, enzovoort. Dit betekent niet, voegt Paulus eraan toe, dat als een maagd huwt, zij dan zondigt. Maar hij benadrukt nogmaals ‘de tijd is kort’ (7:29). Wat betekent dit?

(1) Sommigen hebben betoogd dat Paulus, in lijn met alle anderen in de vroege kerk, geloofde dat Jezus zeer snel zou terugkomen, zeker nog tijdens hun leven. Met een dergelijk gelimiteerd perspectief, zegt Paulus dat het in het algemeen beter is voor hen die ongehuwd zijn, ook in die toestand te blijven.

Een dergelijke lezing van het tekstgedeelte betekent natuurlijk dat Paulus en de rest van de vroege kerk er gewoon volledig naast zaten: Jezus kwam niet zo snel terug. Maar er zijn zo veel passages in het Nieuwe Testament die de mogelijkheid voorzien van een lang uitblijven dat we niet kunnen meegaan met de idee dat vroege christenen leden aan die specifieke verblinding.

(2) Sommigen hebben dan weer betoogd dat ‘de bestaande nood’ (7:26) verwijst naar een bepaalde speciale zorgwekkende periode van vervolging. Als de autoriteiten erop uit zijn om christenen te pakken te krijgen, in het bijzonder hun leiders, dan kan het een voordeel zijn om ongetrouwd te zijn: je bent mobieler, kunt je makkelijker verbergen, en de autoriteiten kunnen je niet onder druk zetten door je gezin te verdrukken. Maar deze uitleg heeft twee onoverkomelijke problemen.

(a) Het mag dan passen voor de ongetrouwden, het past niet bij elk van de andere mensen op wie Paulus het toepast: bijvoorbeeld zij die wenen moeten leven als weenden zij niet, zij die blij zijn als waren ze dit niet, zij die kopen als zouden zij er niets van behouden (7:29-30).
(b) Bovenal is er geen goed bewijs dat de Korinthiërs bedreigd werden door vervolging. De volledige toon van deze brief suggereert dat ze het leven een beetje als een lachertje opvatten.

(3) Het woord dat wordt vertaald als ‘nood’ [of ‘beproevingen’, NBV], betekent gewoon ‘noodzakelijkheid’ of ‘dwang’. Waar Paulus naar verwijst is noch de wederkomst van Christus, noch vervolging, maar de huidige ‘noodzakelijkheid’, de huidige ‘dwang’, van leven met het Einde in zicht.

In tegenstelling tot heidenen en secularisten kunnen we onze belangrijkste vreugde niet laten afhangen van het huwelijk, van voorspoed of enige andere tijdelijke zaak.

Ze vallen allemaal onder de formule ‘alsof ze niet’ [of ‘als zouden zij niet’]: zij moeten leven in deze wereld ‘als zouden zij haar niet ten einde toe gebruiken. Want het uiterlijk van deze wereld is bezig te verdwijnen’. (7:31, cursief toegevoegd). Er zijn verantwoorde manieren voor christenen om van deze dingen te genieten, of te huilen of blij te zijn – maar nooit alsof deze dingen het einddoel zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 31 augustus 2014

'Een weinig zuurdeeg maakt het gehele deeg zuur' (1 Kor. 5)

1 Samuel 24; 1 Korinthiërs 5; Ezechiël 3; Psalm 39

Voor het geval iemand 1 Korinthiërs 4 zou lezen en daaruit zou afleiden dat er in de kerk of gemeente helemaal geen sprake kan zijn van welke regels dan ook – want het navolgen van regels vereist oordelen, niet? – biedt het volgende hoofdstuk, 1 Korinthiërs 5, een geval waarin Paulus de gemeente in Korinthe de les leest omdat ze geen oordeel en tucht hebben uitgeoefend. We moeten een beetje stilstaan bij de zaak op zich, en dan wordt die en passant gelinkt aan het vorige hoofdstuk.

Paulus stelt dat, met betrekking tot de man die hij beschrijft in 5:1, er sprake is van twee zonden. De eerste is seksueel. Een lid van de gemeente ‘leeft met de vrouw van zijn vader’ (of: ‘heeft’ de vrouw van zijn vader). Het specifieke taalgebruik suggereert dat hij slaapt met zijn stiefmoeder. In elk geval is de zonde zodanig grof dat ze zelfs door heidenen als schokkend zou beschouwd worden.

De tweede zonde is de slappe reactie van de kerk. Ondanks deze zondigheid in hun midden, blijft hun voorliefde voor verwaand gepronk, dat opduikt in vele hoofdstukken van 1 en 2 Korinthiërs, onverminderd voortduren. Ze hadden verteerd moeten worden door smart; ze hadden de man die dit deed uit hun midden moeten verwijderen (5:2).

We kunnen niet bij alle elementen van dit oordeel stilstaan, maar let op het volgende:

(1) Het oordeel dat Paulus wil uitgevoerd zien, moet gemeenschappelijk zijn. De volledige gemeente, ‘vergaderd (…) met de kracht van onze Here Jezus’ [Eng.: assembled in the name of our Lord Jesus] (5:4), moet in het bewustzijn van zijn krachtige aanwezigheid actie ondernemen. Dus is het gebrek hieraan een tekortkoming van de hele gemeente.

(2) Een van de redenen om deze actie te ondernemen, is dat ‘een weinig zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt’ (5:6); zonde in de gemeente waar niemand iets aan doet, tast gauw de hele gemeente aan.

(3) Dit heeft niets te maken met tucht uitoefenen tegenover de wereld buiten. Paulus veronderstelt dat de wereld buiten de gemeente zal toelaten dat zonde voortwoekert. Waar hij aan denkt is tucht binnen de gemeente van God (5:9-10).

(4) Paulus’ begrip van welke wandel onder gemeentelijke tucht valt, gaat verder dan het seksuele terrein, of dan die specifieke vorm van seksuele zonde. Het is zijn bedoeling belangrijke morele afval hierbij in te sluiten en hij geeft een illustratieve lijst: hebzucht, afgodendienst, laster, dronkenschap, oplichterij. Elders voegt hij nog twee andere terreinen toe aan de belangrijke morele overtredingen: belangrijke leerstellige afwijking, en aanhoudende drang tot scheuringen. Nu roept hij op dit alles te ‘oordelen’ (5:12-13). Christenen moeten hen oordelen die ‘in uw kring zijn’ [‘binnen’], terwijl God hen oordeelt die ‘buiten’ zijn.

Op zijn minst moeten hoofdstuk 4 en 5 in creatieve spanning worden gehouden. Nog belangrijker, de Korinthiërs in hoofdstuk 4 oefenden oordeel uit ‘boven hetgeen geschreven staat’ (4:6), d.w.z. onderhielden regels en criteria waarvoor in Gods openbaring geen basis bestaat, en louter in het belang van hun partij. Ondertussen oefenden ze geen tucht uit in hoofdstuk 5, ondanks hetgeen de Schrift, welbegrepen, duidelijk maakt. Beide zijn inbreuken tegen Gods openbaring.

Eigen vertaling van de overdenking bij 31 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 30 augustus 2014

'Hij, die mij beoordeelt is de Here' (1 Kor. 4)

1 Samuël 23; 1 Korinthiërs 4; Ezechiël 2; Psalm 38

Paulus heeft de Korinthiërs in 1 Korinthiërs 3 verteld hoe ze dienstknechten van Christus niet mogen zien. Ze mogen geen enkele specifieke dienstknecht van Christus als een groepsgoeroe beschouwen, want dat zou impliceren dat andere dienstknechten minderwaardig zijn.

Wanneer iedere verschillende groep binnen de gemeente haar eigen christelijke goeroe heeft, brengt dit twee kwaden met zich: onnodige verdeeldheid binnen de gemeente, en een bedilzieke verwaandheid die oordeel uitspreekt over wie er waard is om een goeroe te zijn en wie niet. Paulus benadrukt dat alles wat God voor de kerk heeft in een Paulus of een Apollos of een Kefas rechtmatig aan de hele gemeente toekomt (3:21-22).

Aan het begin van 1 Korinthiërs 4 gaat Paulus verder met de Korinthiërs te vertellen hoe ze dienstknechten van Christus dan wel moeten zien: ‘als dienaren van Christus, aan wie het beheer van de geheimenissen Gods is toevertrouwd’ (4:1). Het woord dat wordt weergegeven als ‘geheimenissen’ [of ‘geheimen’ in NBV] betekent niet ‘mysterieuze dingen’ of ‘dingen die alleen de elite van de uitverkorenen kan leren’. Het woord wordt vaak weergegeven als ‘mysteries’ in onze oudere vertalingen. In het Nieuwe Testament verwijst het in de meeste gevallen naar iets dat God in het verleden in een bepaalde mate omsluierd hield, verborgen, of geheim, maar nu overvloedig duidelijk maakt in Christus Jezus.

Kortom, deze ‘dienstknechten van Christus’ werd het evangelie toevertrouwd – alles wat God heeft duidelijk gemaakt in de komst van Jezus Christus.

Zij die dit vertrouwen kregen moeten hun trouw bewijzen tegenover degenen aan wie zij verantwoording afleggen (4:2). Om die reden weet Paulus dat het van weinig belang is hoe de Korinthiërs hem zien; en hoe hij zichzelf beoordeelt speelt ook al geen grote rol (4:3).

Paulus weet dat het belangrijk is om een rein geweten te bewaren voor de Heer. Maar het is mogelijk om een rein geweten te hebben en toch aan veel dingen schuldig te zijn, omdat het geweten geen perfect instrument is. Het geweten kan verkeerd geïnformeerd zijn of verhard. De enige persoon wiens oordeel absoluut correct is, en van ultiem belang, is de Heer zelf (4:4).

Hieruit volgt dat de Korinthiërs zichzelf niet mogen aanstellen als rechters over alle ‘dienstknechten van Christus’ die Christus uitstuurt. Wanneer de Heer terugkomt, zal de finale afrekening duidelijk worden. Op dit punt zegt Paulus: ‘En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem toekomt’ (4:5, NBV) – een heel mooie gedachte, want het lijkt erop dat de uiteindelijke Rechter meer bemoedigend en positief zal blijken dan veel menselijke rechters.

Er blijft een bepaalde ruimte in de gemeente voor onderscheidingsvermogen en oordeel: zie de overdenking van morgen! Maar er zijn altijd hordes critici die ‘gaan boven hetgeen geschreven staat’ (4:6) met wettische tests op het vlak van hun eigen chagrijnige afsplitsing, waarbij ze zichzelf verbinden aan hun goeroes en de rest verachten. Ze denken vaak dat ze profetisch zijn, waarbij hun aanspraken in de praktijk dicht komen bij het zich toe-eigenen van Gods plaats.


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.