Posts tonen met het label Abraham. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Abraham. Alle posts tonen

dinsdag 24 januari 2023

Het grote verhaal van de tabernakel: beluister deel 8



Opnieuw duiken we in het grote verhaal van de tabernakel doorheen de bijbel.

Dit keer bespreken we het brandofferaltaar en het wasvat, die beide heenwijzen naar Christus.

Ook komt de relatie tussen tabernakel en kosmos verder aan bod.




Afbeelding: Christipedia (het wasvat of ook wel 'de zee' in de tempel van Salomo)

dinsdag 10 januari 2023

Nieuwe audio uit de reeks over het grote verhaal van de tabernakel (deel 6 en 7)


Hierbij twee studies uit de reeks over de tabernakel en het grote verhaal waar die tabernakel in past: God wil bij de mensen wonen, zijn heerlijkheid zal de aarde vervullen.

Tabernakel het grote verhaal - deel 6: ark en kandelaar

Tabernakel het grote verhaal - deel 7: tafel met toonbroden, reukofferaltaar, brandofferaltaar en zee

In bovenstaande mp3 zit een ongewilde korte onderbreking. Sorry daarvoor.

Eerdere studies in deze reeks


zaterdag 5 november 2022

Tabernakel: het grote verhaal - beluister de audio van deel 5, van Eden tot Tabernakel

 Op 2 november kwamen we in het 5e deel over het grote verhaal achter de tabernakel ook bij de eerste blik op de tabernakel zelf.

We zetten deze stappen niet alleen via de kleine heiligdommen van de aartsvaders, maar ook via de berg Sinaï en de indeling daar.


Tabernakel, het grote verhaal - deel 5

- Beluister de audio van deel 5 van het grote verhaal achter de tabernakel (mp3)

- Bekijk de ppt-presentatie van "Tabernakel, het grote verhaal - deel 5, van Eden tot Tabernakel" (via Issuu)

- Eerdere studies in deze reeks


Bron afbeelding: christipedia

dinsdag 1 november 2022

Tabernakel: het grote verhaal en de rol van de aartsvaders

Bijbelstudie over het grote verhaal waarin de tabernakel past. Deze studie dateert van 5 oktober '22.

God wil met zijn heerlijkheid de aarde vervullen, al vanaf het prille begin met Adam.
Die opdracht gaat verder via de aartsvaders en hun kleine heiligdommen.



Tabernakel: het grote verhaal - deel 4





woensdag 3 april 2019

Beluister de lezing van Maarten Hertoghs over "Abraham"

Vrijdag 29 maart jl. gaf Maarten Hertoghs in CC De Steiger in Menen de slotlezing in de eerste reeks van "Leven door geloof". Deze reeks is gewijd aan de geloofshelden in Hebreeën 11.

>> Beluister de mp3 van Maarten Hertoghs over "Abraham"

Beluister ook eerdere lezingen in deze reeks.

Bron foto: blog Maarten Hertoghs

donderdag 28 maart 2019

Uitnodiging lezing in Menen: Maarten Hertoghs over Abraham



In de slotlezing van het eerste seizoen over "Leven door geloof", behandelt Maarten Hertoghs uit Kuurne op vrijdag 29 maart "Abraham".
Een geloofsheld par excellence.

Locatie: CC De Steiger in Menen, Waalvest 1.
Aanvang: 20 u.
Iedereen welkom

Beluister eerdere lezingen in deze reeks (mp3)

vrijdag 29 april 2016

Hoezeer is God betrokken in de details van je leven? (deel 2 - slot)



Tijdens zijn lezing van vorige week vermeldde Geert Soete kort de intense betrokkenheid van de Here God bij alle details van ons leven. Geert had daarover een stuk gelezen dat het leven van Jozef gebruikte ter illustratie van deze bijbelse waarheid, op de website van Desiring God.

Ik heb dit artikel (van Jon Bloom) opgezocht en gedeeltelijk vertaald. Ik heb me beperkt tot de voorbeelden uit het leven van Jozef. Dit is het tweede en meteen ook laatste deel.

Lees ook deel 1.

• De Egyptische rechtsgang die de schenker vrijsprak en de bakker veroordeelde waren deel van Gods plan (Genesis 40:20–22).

• Dat de schenker gedurende twee jaar niet meer aan Jozef dacht was deel van Gods plan (Genesis 41:23–42:1).

• De timing van Farao’s dromen was deel van Gods plan (Genesis 41:1–7).

• Het onvermogen van Farao’s raadslieden om zijn dromen uit te leggen was deel van Gods plan (Genesis 41:8).

• De schenker die terugdacht aan Jozef en de moed had om Farao te herinneren aan een potentieel verdachte gebeurtenis was deel van Gods plan (Genesis 41:9–13).

• Dat Farao wanhopig genoeg was om te luisteren naar een Hebreeuwse gevangene was deel van Gods plan (Genesis 41:14–15).

• Dat Jozef het inzicht had om Farao’s dromen uit te leggen was deel van Gods plan (Genesis 41:25–36).

• De wonderbaarlijke grootte van Farao’s onmiddellijke vertrouwen in Jozefs verklaring en raad was deel van Gods plan (Genesis 41:37–40).

• Dat Jozef Asnath (een Egyptische) als vrouw kreeg was deel van Gods plan (Genesis 41:45).

• De twee zonen van Jozef bij Asnath, Manasse en Efraïm, waren deel van Gods plan (Genesis 41:50–52, 48:5).

• De complexe samenloop van natuurlijke fenomenen die de buitengewoon vruchtbare jaren lieten volgen door buitengewoon armoedige jaren, met de daaropvolgende menselijke voorspoed en daarna het menselijke lijden, en de voortzetting van de Egyptische rijkdom en macht in Farao’s handen, waren deel van Gods plan (Genesis 41:53–57; 47:13–26).

• De dreiging van hongersnood die geweldige angst veroorzaakten en Jakob ertoe aanzetten om zijn zonen naar Egypte te sturen voor graan waren deel van Gods plan (Genesis 42:1–2).

• De veilige reis van de broers naar Egypte en het niet deelnemen van Benjamin waren deel van Gods plan (Genesis 42:3–4).

• De broers die buigen voor Jozef en daarmee onbewust de dromen vervullen die ze zo haatten was deel van Gods plan (Genesis 42:6).

• Jozefs hele plan om zijn broers te testen was deel van Gods plan (Genesis 42:9–44:34).

• Simeon die wordt gekozen om in Egypte achter te blijven was deel van Gods plan (Genesis 42:24). Jakobs weigering om Benjamin toe te staan om naar Egypte terug te keren en daarmee de broers hun terugreis vertraagt en Simeons verwarrende ervaring in gevangenschap was s deel van Gods plan (Genesis 42:38).

• De aanhoudende dreiging van de hongerdood die Juda ertoe aanzette om zich persoonlijk garant te stellen voor Benjamins veilige terugkeer en Jakob er uiteindelijk toe dwongen om Benjamin toe te staan naar Egypte te gaan, was deel van Gods plan (Genesis 43:8–14).

• Het succes waarmee Jozef in staat was om zijn identiteit te blijven verbergen voor zijn familie en de diefstal van Benjamin in scène te kunnen zetten en alle leed bij de broers dat daarop volgde, waren deel van Gods plan (Genesis 43:15–44:17).

• Juda’s bereidheid om zijn leven te geven voor dit van Benjamin uit liefde voor zijn vader, waarmee hij de aanzet gaf om zelf als slaaf verkocht te worden zoals hij dit deed bij zijn broer, was deel van Gods plan (Genesis 44:18–34).

• Jozefs timing in het zich bekendmaken bij zijn broers was deel van Gods plan (Genesis 45:1–14).

• Jakob die van zijn zoons te horen krijgt dat Jozef nog leeft en welke positie hij bekleedt in Egypte (en het aan licht komen van de meer dan 20 jaar van bedrog door zijn zoons met alle daarmee gepaard gaande pijn) was deel van Gods plan (Genesis 45:25–28).

• God die Jakob ertoe leidt om naar Egypte te verhuizen was (natuurlijk) deel van Gods plan (Genesis 46:2–4).

• De verhuis van de volledige familie van Israël naar Egypte, waar ze zich zouden vestigen en gedurende 430 jaar talrijker zouden worden en uiteindelijk in vreselijke slavernij zouden terechtkomen, waarmee ze Gods belofte vervulden aan Abraham uit Genesis 15:13–14, was deel van Gods plan (Genesis 46:5–47:12).
Vertaald van Jon Bloom op de website van Desiring God.

dinsdag 18 maart 2014

'Omdat Ik u de waarheid zeg – Mij gelooft gij niet' (Joh. 8)

Exodus 29; Johannes 8; Spreuken 5; Galaten 4
Twee opmerkingen over Johannes 8:12-51.

(1) Al in Johannes 7:7 zei Jezus tegen zijn broers: ‘U kan de wereld niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van haar getuig, dat haar werken boos zijn’. Zowel in eigen persoon als in zijn compromisloze woorden is Jezus zo aanstootgevend dat de wereld Hem haat. Hij is de zuivere belichaming van 3:19-21, dat ‘het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos’.

Johannes 8 gaat nu verder. Jezus benadrukt dat wanneer de duivel liegt, hij spreekt ‘naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen’ (8:44). Dan voegt Jezus eraan toe: ‘Maar omdat Ik u de waarheid zeg – Mij gelooft gij niet’ (8:45).

Dat is verbazingwekkend. Het eerste van de twee zinsdelen is niet ondergeschikt, alsof Jezus zou hebben gezegd: ‘Hoewel ik u de waarheid zeg, Mij gelooft gij niet’. Dat zou al erg genoeg zijn geweest. Maar Jezus zegt: ‘Omdat Ik u de waarheid zeg – Mij gelooft gij niet’ Welke opties laat dit Hem? Moet Hij goedverpakte leugens vertellen die geruste mensen willen horen? Dit had Hem best meer publiek kunnen opleveren, maar het is ondenkbaar dat Jezus een dergelijke koers zou volgen.

Dus blijft Hij de waarheid vertellen, en precies omdat Hij de waarheid vertelt, wordt Hij niet geloofd. Voor degenen die zo verblind zijn, is de waarheid vertellen nu precies wat hun hart verhardt. Het wakkert de verterende haat aan die uitmondt in de vuurzee van het kruis.

(2) Jezus verklaart het volgende: ‘Abraham heeft zich erop verheugd mijn dag te zien’ (8:56): waar Jezus waarschijnlijk aan dacht is de belofte die God deed en ook hernieuwde tegenover Abraham, dat in zijn nakomelingschap alle volkeren van de aarde zouden gezegend worden (Gen. 12). Het is onwaarschijnlijk dat Jezus beweert dat Abraham een bepaald visioen kreeg dat het leven en de tijd van Jezus in een soort visionaire vooruitblik uiteenzette.

Wat Hij eerder bedoelt is dat Abraham God kende, Gods beloften over het nakomelingschap geloofde en in geloof de vervulling van die beloften overdacht, terwijl hij zich verblijdde in het vooruitzicht van wat hij nu nog niet ten volle kon vatten: ‘hij heeft die gezien en zich verblijd’ (8:56).

Maar op zijn minst betekent dit dat Jezus het onderwerp en de vervulling van Gods belofte aan Abraham is, waardoor Hij hem in belang overstijgt. Meer nog: als het eeuwige Woord (Joh. 1:1) altijd bij God was, en altijd God was, dan was zelfs Abrahams in geloof gevormde beschouwing van God niets minder dan een beschouwing van Hem die Jezus van Nazareth werd.

‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u’ antwoordde Jezus, ‘Eer Abraham was, ben Ik’ – precies de verbondsnaam van God (Ex. 3:14).

Wanneer zijn tegenstanders stenen oprapen om Jezus te doden omwille van die tweede opmerking, bewijzen ze zijn eerste opmerking.


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 21 januari 2014

De HERE zal erin voorzien (Gen. 22)

Genesis 22; Matteüs 21; Nehemia 11; Handelingen 21

De dramatische kracht van de beproeving van Abraham bij het offeren van Isaak (Gen. 22) is welbekend. Dat het verslag zo beknopt is roept verwondering op.

Wanneer hij zijn dienstknecht vertelt dat ‘we’ (22:5 – d.w.z.: zowel Abraham als Isaak) zullen terugkeren na op de berg Moriah te hebben aangebeden, speculeerde Abraham er toen op dat God zijn zoon terug zou opwekken uit het graf? Hoopte hij dat God op een nog onbekende manier zou ingrijpen? Welke denkbare verklaring kon Abraham zijn zoon geven toen hij hem vastbond en hem op het gereedgemaakte altaar legde?

Een ogenblik eerder was Abrahams antwoord op Isaaks vraag over het lam een voltreffer: ‘God zal Zichzelf voorzien van een lam ten brandoffer, mijn zoon’ (22:8). Er is geen suggestie dat Abraham het kruis voorzag. Te oordelen aan de manier waarop hij bereid was om door te gaan met het offer (22:10-11), is het zelfs niet duidelijk dàt hij verwachtte dat God in een letterlijk dier zou voorzien. Iemand zou zelfs kunnen veronderstellen dat dit een vroom antwoord is voor de jongen, tot de vreselijke waarheid niet langer kon worden verzwegen.

Maar toch zat Abraham volgens de context van het verhaal dichter bij de waarheid dan hij kon vermoeden: God voorzag inderdaad in het lam, een plaatsvervanger voor Isaak (22:13-14). In feite zat Abraham, zoals zoveel andere personen uit de Bijbel (bijv. Kajafas in Joh. 11:49-53), véél dichter bij de waarheid dan hij kon vermoeden: God zou niet slechts in het dier voorzien dat in dit geval als plaatsvervanger kon dienen, maar ook in de ultieme plaatsvervanger, het Lam van God, die als enige onze zonde kon dragen en al Gods wonderlijke heils- en oordeelsplannen kon verwezenlijken (Opb. 4-5; 21:22).

‘De HERE zal erin voorzien’ (22:14): zoveel had Abraham duidelijk begrepen. Je kunt je slechts inbeelden hoezeer dezelfde les in de geest van de jonge Isaak was ingeprent, en bij zijn latere nakomelingen.

God zelf verbindt deze episode met de verbondsbelofte: Abrahams geloof mondt hier uit in een zo krachtige gehoorzaamheid, dat hij zelfs zijn eigen veelgeliefde zoon niet tot een plaats verheft die God zou onttronen.

God herhaalt de belofte: Ik zal ‘u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt’ (22:17-18).

Op dit punt zweert God bij zichzelf (22:16), niet omdat Hij anders zou liegen, maar omdat er niemand groter is om bij te zweren. En de eed zelf zou een geweldig stabiliserend anker blijken voor Abrahams geloof en voor het geloof van allen die in zijn spoor zouden volgen (vergelijk Hebr. 6:13-20).


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 16 januari 2014

Mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden (Gen. 17)


Genesis 17; Matteüs 16; Nehemia 6; Handelingen 16
We moeten niet denken dat God zich elke dag aan Abraham openbaarde: de beslissende momenten vinden plaats over een aanzienlijke periode. Brengen we de chronologische aanwijzingen samen, dan speelt Genesis 12 zich af wanneer Abram vijfenzeventig is; Genesis 15 is niet gedateerd maar vindt plaats in het daaropvolgende decennium. Nu is hij negenennegentig en Ismaël is er al 13 (Gen. 17:1, 25).

Gods aanhef bij deze gelegenheid moet een grote bemoediging zijn geweest, wanneer die zo enkele van de al aangehaalde thema’s samenbrengt: ‘Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk; Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken’ (Gen. 17:1-2).

In de volgende verzen ligt aanvankelijk nadruk op het verbond, op de belofte van het land en op het feit dat Abram ‘tot een vader van een menigte volken’ wordt (17:4-5). Dit laatste staat in de schijnwerpers, maar er zijn drie nieuwe elementen in de ontwikkeling van de heilsgeschiedenis.

Ten eerste krijgen zowel Saraï als Abram een nieuwe naam. Als Abram ‘verheven vader’ betekent, dan betekent Abraham ‘vader van velen’, dit wil zeggen ‘de vader van vele volken’, wat impliciet aankondigt dat, hoe belangrijk zijn rol als hoofd van het jonge Hebreeuwse volk ook is, Abraham nog groter zal zijn in zijn fundamentele rol als degene in wie alle geslachten op aarde zullen gezegend worden (12:3). Sarah zal als moeder ‘tot volken worden’ (17:16) [Eng.: ‘the mother of nations’].

Ten tweede introduceert God de besnijdenis als inwijdingsteken voor het verbond. Besnijdenis werd door diverse volkeren in het Midden-Oosten gepraktiseerd. Hier echter heeft het een onderscheidende rol: een niet onbekend gebruik in Abrahams wereld wordt door God opgepakt en krijgt een kenmerkende betekenis in de geschiedenis van het verbond dat God met zijn volk sluit.

Abraham laat geen tijd verloren gaan om eraan te voldoen (17:23-27). Dit is een sociale ‘grenspaal’ die de Hebreeën in de loop van de geschiedenis in toenemende mate heeft gekenmerkt als anders. Maar het is meer dan dat. Het is zo definitief ingesteld als het unieke teken van het eeuwigdurende verbond dat niet-naleven betekent dat iemand is afgesneden van het volk van God (17:13-14). Nog vooraleer er een groot aantal verordeningen in het verbond staat, worden zijn kader, zijn scheidslijn en zijn symboliek vastgelegd.

Ten derde leidt Abrahams begrijpelijke maar ongelukkige scepticisme dat hij op hoge leeftijd en in dit late stadium van hun huwelijk nog een zoon van Sara zal voortbrengen, hem ertoe Ismaël voor te stellen als degene door wie God zijn beloften zal vervullen (17:17-18). Maar God moet daar niet van weten. Ismaël zal grote aantallen voortbrengen, maar de lijn van het verbond loopt via Isaak (17:19-21). De geschiedenis van het verbondsvolk krijgt zo op een beslissende manier vorm door Gods soevereine keuze.


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 14 januari 2014

En hij geloofde in de HERE, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid (Gen. 15)


Genesis 15, Matteüs 14, Nehemia 4, Handelingen 14
Gods tijdschema is zo anders dan het onze. Abram wil een zoon en hij heeft het gevoel dat zijn tijd opraakt; God voorziet een geslacht met vele miljoenen afstammelingen. Abram heeft het gevoel dat zijn levenseinde nadert terwijl er maar weinig is bereikt van Gods doel met zijn roeping uit Ur der Chaldeeën; God ziet de volledige loop van de heilsgeschiedenis.

Wat God in Genesis 15 doet, is Abraham beloven dat zijn nageslacht talrijk zal zijn. Aan de ene kant is Gods belofte genoeg: ‘ En hij geloofde in de HERE, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid’ (Gen. 15:6).

Abrams geloof is eenvoudig en diep: hij geloofde Gods beloften, terwijl hij God op zijn woord vertrouwde. En dit geloof werd, in Gods ogen, hem als gerechtigheid toegerekend. Dit betekent niet dat Abram spaarpunten kreeg omdat hij dergelijk rechtvaardig geloof aan de dag legde.

De idee is eerder dat God van zijn beelddragers gerechtigheid vereist, wat Hij altijd heeft vereist– maar wat Hij met dit zondige mensengeslacht aanvaardt en het bestempelt als gerechtigheid, is geloof, geloof dat onze afhankelijkheid van God erkent en God op zijn woord vertrouwt. Dit geloof van Abram is hetgeen hem tot ‘vader’ maakt van hen die uit het geloof zijn (Rom. 4; Gal. 3).

Maar hoe echt dit geloof ook is, toch heeft Abram moeite om zich sommige details van Gods belofte te kunnen voorstellen. God vertelt hem over een tijd waarin zijn nakomelingen het hele land rond hem zullen bezitten en Abram slaat aan het wankelen en vraagt een teken (Gen. 15:8).

Heel genadig willigt God die vraag in: in een visioen mag Abram zien hoe God met hem in een verbond treedt. Waarschijnlijk staan de stukken van de dieren waartussen ‘een rokende oven met een vurige fakkel’ doorging (Gen. 15:17), voor een manier van uitdrukken dat ‘wie tot dit verbond toetreden op dezelfde manier mogen uiteengerukt worden als ze de voorwaarden van dit verbond met voeten treden’.

Wat een visionaire daad van goedheid is om Abrams geloof te verankeren is tegelijk een gelegenheid voor Gods langetermijnplannen, zijn vaste referentiekader: Hij stelt zijn verbond in met Abram en zijn nageslacht, een verbondsrelatie waarin christenen vandaag toetreden (Gal. 3:6-9).

Er rest ons in dit hoofdstuk nog één lijn die Gods langetermijnvisie op dingen weergeeft. Een reden waarom Abram nog niet meteen kan beginnen het Beloofde Land in te nemen, is dat ‘de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol’ is (Gen. 15:16).

Gods soevereine timing stemt zo goed overeen met zijn morele gevoeligheden dat tegen de tijd dat de kinderen van Abraham klaar zijn om het Beloofde Land in te nemen, de bewoners van dat land zodanig in verval zullen zijn gezonken dat het oordeel over hen moet uitgeoefend worden. Die tijd komt, zo zegt God, maar in dit hoofdstuk is het nog niet zover.


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 11 januari 2014

Met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden (Gen. 12)


Genesis 12, Matteüs 11, Nehemia 1, Handelingen 11
Dit gedeelte, Genesis 12, toont een keerpunt in het zich ontvouwende heilsplan van God. Van nu af aan ligt de focus van Gods handelen niet meer op verspreide individuele personen, maar op een geslacht, een volk. Dit is het keerpunt dat de Oudtestamentische documenten zo uitgesproken Joods maakt.

Uiteindelijk komen uit dit volk de wet, priesters, wijsheid, relatiepatronen tussen God en zijn verbondsvolk, gezichten, profetieën, klaagzangen, psalmen – een rijk pallet aan instellingen en teksten die vooruitwijzen, op manieren die steeds duidelijker worden, naar een nieuw verbond dat werd voorzegd door Israëls profeten.

Zelfs in dit initiële verbond met Abram vervat God een belofte die de horizon breder maakt dan Israël, een belofte die herhaaldelijk opnieuw opduikt in de Bijbel. God zegt aan Abraham: ‘met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden’ (12:3) [NBV wijkt hier af, maar heeft een voetnoot, JL].

Opdat we het belang ervan niet zouden missen, herhaalt het boek Genesis de belofte (18:18; 22:18: 26:4; 28:14). Een millennium later wordt dezelfde belofte geheroriënteerd van het volk in zijn geheel, naar een van Israëls grote koningen: ‘Zijn naam zal eeuwig bestaan, zijn naam zal voortleven zolang de zon zal schijnen. Men zal wensen gezegend te worden als hij, en alle volken prijzen hem gelukkig’ (Ps. 72:17).

De ‘evangelische profeet’ vertolkt vaak dezelfde brede focus (bijv. Jes. 19:23-25). De vroegste prediking in de kerk, na de opstanding van Jezus, begreep dat de redding die Jezus bracht een vervulling was van die belofte aan Abraham (Hd. 3:25). De apostel Paulus legt hetzelfde verband (Gal. 3:8).

Zelfs wanneer het gedeelte uit Genesis niet expliciet wordt geciteerd, duikt hetzelfde standpunt op honderden manieren weer op: dat het al vanaf het begin Gods ultieme voornemen was om mannen en vrouwen uit elk geslacht samen te brengen in de nieuwe mensheid die Hij vormde.

In feite wijzen – weliswaar los van dit gedeelte –twee van de drie overblijvende passages uit het leesregime voor vandaag [zie bovenaan] in dezelfde richting.

In Matteüs 11:20-24 maakt Jezus in verontrustende bewoordingen duidelijk, dat heidense steden op de laatste dag – hoewel gestraft - mogelijk minder streng zullen worden gestraft dan de steden van Israël die het onschatbare voorrecht genoten om Jezus zelf te horen en zijn wonderen te zien, maar er niets mee aanvingen. Zijn eigen uitnodiging is breed: ‘Kom tot mij allen die vermoeid en belast zijt, en ik zal u rust geven’ (Matt. 11:28).

En in Handelingen 11 verhaalt Petrus de kerk in Jeruzalem zijn wedervaren met Cornelius en diens huishouden en hij leidt hen tot de conclusie: ‘Dan geeft God dus ook de heidenen de kans om tot inkeer te komen en het nieuwe leven te ontvangen.’ (Hand. 11:18).

Christus ontvangt de onbelemmerde lof van de hemel, omdat Hij met zijn bloed mensen heeft gekocht voor God ‘uit elke stam en taal en volk en natie’ (Opb. 5:9; zie de overdenking voor 15 december).


Eigen vertaling van de overdenking bij 11 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 16 november 2012

Vertrouw je God op zijn woord? (Hebr. 11)


1 Kronieken 7-8, Hebreeën 11, Amos 5, Lukas 1:1-38
Geloof heeft veel facetten. Sommige ervan duiken op in Hebreeën 11 – en ook wat geloof niet is.

(1) Niet een keer neemt ‘geloof’ de moderne betekenis aan van ‘religieuze voorkeur’ of ‘geloof zonder dat dit een basis vindt in feiten of waarheid’. Sciëntisme heeft onze wereld op dit vlak zodanig gebrainwasht dat we gemakkelijk over ‘geloof’ denken in deze zuiver subjectieve betekenis. Als je anderen vertelt wat je gelooft, dan vragen ze je niet naar wat je redenen zijn om te bepalen of je geloof al dan niet goed gefundeerd is. Er wordt automatisch aangenomen dat dergelijk geloof niet meer kan zijn dan religieuze voorkeur, waarvoor er per definitie geen nuttige criteria zijn.

(2) In dit hoofdstuk is geloof integendeel een bekwaamheid om waar te nemen wat objectief waar is. De auteur trekt de voorstelling niet in twijfel ‘dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is’ (11:3). Eerder betekent het voor hem dat we geen kant-en-klare manier hebben om het aan te tonen; we kunnen het waarheidsgehalte van zijn voorstelling alleen erkennen als de enige Persoon die erbij was ontsluiert wat er gebeurde – en wij Hem geloven.

Evenmin vind je bij de auteur enige twijfel over het feit of de christelijke vervulling, ‘alles waarop we hopen’ (11:1, NBV), eraan komt. Maar we kunnen het niet meten of inblikken of het bewijzen. We hebben heel goede redenen om de beloften te geloven met betrekking tot wat zal komen. Ons ‘geloof’ is zo een heerlijk, door God geschonken bekwaamheid die ons in staat stelt om zekerheid te hebben over de ‘dingen, die men hoopt’, en ‘bewijs der dingen, die men niet ziet’ (11:1).

(3) In bepaalde opzichten dan is dit geloof als het geloof van ‘de ouden’ (11:2). Want aan velen onder hen werden beloften gedaan over dingen die ze in hun leven niet zagen. Omdat ze de beloften van God geloofden en ernaar handelden, werden ze geroemd voor hun geloof. Zo handelde Abraham naar de belofte dat zijn nakomelingen overvloedig zouden toenemen en het land Kanaän zouden beërven. Hij maakte het in zijn leven niet mee, maar hij handelde ernaar.

De twaalf aartsvaders geloofden de belofte, Jozef zelfs zo sterk dat hij de Israëlieten instructies gaf om zijn lichaam mee te nemen wanneer ze uit Egypte trokken, hoewel dat vertrek nog eeuwen verder lag. Veel van deze beloften zijn al in vervulling gegaan; moeten wij - naar analogie hiermee - niet met vreugdevol geloof uitzien naar de vervulling van de beloften van God die nog openstaan?

(4) Dergelijk geloof krijgt niet alleen gestalte in hen die gauw gezien worden als overwinnaars (bijv. 11:32-35a) maar ook in hen die beschouwd worden als slachtoffers (11:35b-38). Of we nu behoren tot hen die geroepen zijn om koninkrijken te onderwerpen, gerechtigheid te oefenen, aan het scherpe zwaard te ontkomen of doden uit de opstanding terug te ontvangen, of anderzijds tot hen die gefolterd worden, hoon en geselslagen te verduren krijgen, of gevangenschap, armoede en een smadelijke dood, is helemaal van secundair belang. De vraag waar het om draait is of we God op zijn woord vertrouwen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 28 juni 2012

Zo stierf Mozes (Deut. 34)



Deuteronomium 33-34, Psalm 119:145-176, Jesaja 60, Mattheüs 8


Hoe eindigt de Pentateuch (Deut. 34)?

In zekere zin kun je misschien spreken van hoop, of toch op zijn minst van verwachting. Zelfs als Mozes zelf het Beloofde Land niet mag betreden, staan de Israëlieten op het punt om binnen te trekken. Het land ‘vloeiende van melk en honing’ zal het hunne worden. Jozua, de zoon van Nun, een man ‘vol van de geest der wijsheid’ (34:9), is aangewezen. Zelfs de zegen van Mozes over de twaalf stammen (Deut. 33) kan gelezen worden als een passend slot voor dit hoofdstuk van Israëls geschiedenis.

Toch is een dergelijke lezing te optimistisch. Samenlopende klemtonen laten de bedachtzame lezer achter met een nogal pessimistische verwachting voor de onmiddellijke toekomst. Uiteindelijk heeft het volk gedurende 40 jaren beloften afgelegd en die gebroken, en herhaaldelijk zijn ze teruggeroepen naar de verbondstrouw door de harde oordeelswerktuigen.

In Deuteronomium 31 voorspelt God zelf over dit volk: het ‘zal overspelig de vreemde goden gaan nalopen van het land, waarin het komt; zij zullen Mij verlaten en mijn verbond verbreken, dat Ik met hen gesloten heb’ (31:16).

Mozes, die ongelooflijk moedige en volhardende leider, gaat het land niet binnen omdat hij bij een gelegenheid tekortschoot in het eren van God in tegenwoordigheid het volk. In dit verband dient hij als een negatief contrast voor de grote Hebreeër aan het begin van dit verhaal van Israël: Abraham sterft als een pelgrim in een vreemd land dat het zijne nog niet is, maar hij sterft ten minste met eer en waardigheid, terwijl Mozes sterft als een pelgrim wie het verboden wordt het land binnen te trekken dat hem en het volk beloofd was, in eenzame afzondering en schande.

We weten niet hoeveel tijd voorbijging na Mozes’ dood voor dit laatste hoofdstuk van Deuteronomium werd neergepend, maar het moet een aanzienlijke periode geweest zijn, want in vers 10 lezen we ‘Zoals Mozes, dien de HERE gekend heeft van aangezicht tot aangezicht, is er in Israël geen profeet meer opgestaan’ (in het Engels: ‘Since then, no prophet has risen in Israel like Moses’).

Je kunt nauwelijks de ondertoon missen van de profetie van de komst van een profeet als Mozes (18:15-18). Tegen de tijd van het schrijven waren andere leiders opgestaan, waarvan sommigen trouw en krachtig. Maar geen als Mozes was opgestaan – en dit is wat beloofd was.

Deze lijnen doen de lezer bepaalde punten waarderen, in het bijzonder als de Pentateuch gelezen wordt binnen de verhaallijn van de hele Bijbel.
(1) Het verbond van de wet had eenvoudigweg niet de kracht om het verbondsvolk van God te veranderen.
(2) We moeten niet verrast zijn door meer gelegenheden van catastrofale afgang.
(3) De belangrijkste hoop ligt in de komst van een profeet als Mozes.
(4) Dit is op een bepaalde manier verbonden met de belofte aan het begin van het verhaal: we wachten op iemand uit Abrahams zaad door wie alle volken van de aarde gezegend zullen worden.


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

zondag 18 maart 2012

'Omdat Ik u de waarheid zeg - Mij gelooft gij niet' (Joh. 8)


Exodus 29, Johannes 8, Spreuken 5, Galaten 4

Twee opmerkingen over Johannes 8:12-51.

(1) Reeds in Johannes 7:7 zei Jezus tegen zijn broers: ‘U kan de wereld niet haten, maar Mij haat zij, omdat Ik van haar getuig, dat haar werken boos zijn’. Zowel in eigen persoon als in zijn compromisloze woorden is Jezus zo aanstootgevend dat de wereld Hem haat. Hij is de zuivere belichaming van 3:19-21, dat ‘het licht in de wereld gekomen is en de mensen de duisternis liever gehad hebben dan het licht, want hun werken waren boos’.

Johannes 8 gaat nu verder. Jezus benadrukt dat wanneer de duivel liegt, hij spreekt ‘naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen’ (8:44). Dan voegt Jezus eraan toe: ‘Maar omdat Ik u de waarheid zeg – Mij gelooft gij niet’ (8:45).

Dat is verbazingwekkend. Het eerste van de twee zinsdelen is niet ondergeschikt, alsof Jezus zou gezegd hebben: ‘Hoewel ik u de waarheid zeg, Mij gelooft gij niet’. Dat zou al erg genoeg geweest zijn. Maar Jezus zegt: ‘omdat Ik u de waarheid zeg – Mij gelooft gij niet’ Welke opties laat dit Hem? Moet Hij goedverpakte leugens vertellen die geruste mensen willen horen? Dit had Hem best meer publiek kunnen opleveren, maar het is ondenkbaar dat Jezus een dergelijke koers zou kiezen. Dus blijft Hij de waarheid vertellen, en precies omdat Hij de waarheid vertelt, wordt Hij niet geloofd. De waarheid vertellen tegen zodanig verblinde mensen, is precies wat hun hart verhardt. Het wakkert de verterende haat aan die uitmondt in de vuurzee van het kruis.

(2) Jezus beklemtoont het volgende over Abraham: ‘Abraham heeft zich erop verheugd mijn dag te zien’ (8:56): waar Jezus waarschijnlijk aan dacht is de belofte die God deed en ook hernieuwde tegenover Abraham, dat in zijn nakomelingschap alle volkeren van de aarde gezegend zouden worden (Gen. 12). Het is onwaarschijnlijk dat Jezus beweert dat Abraham een bepaald visioen kreeg dat het leven en de tijd van Jezus in een soort visionaire vooruitblik uitpakte. Wat Hij eerder bedoelt is dat Abraham God kende, Gods beloften over het nakomelingschap geloofde en in geloof de vervulling van die beloften overdacht, terwijl hij zich verblijdde in het vooruitzicht van wat hij nu nog niet ten volle kon vatten: ‘hij heeft die gezien en zich verblijd’ (8:56).

Maar op zijn minst betekent het dat Jezus het onderwerp en de vervulling van Gods belofte aan Abraham is, waardoor Hij hem overstijgt in belangrijkheid. Meer nog: als het eeuwige Woord (Joh. 1:1) altijd bij God was, en altijd God was, dan was zelfs Abrahams in geloof gevormde overdenking van God niets meer dan een overdenking van Hem die Jezus van Nazareth werd.

‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u’ antwoordde Jezus, ‘Eer Abraham was, ben Ik’ – precies de verbondsnaam van God (Ex. 3:14).

Wanneer zijn tegenstanders stenen oprapen om Jezus te vermoorden omwille van die tweede opmerking, bewijzen ze zijn eerste opmerking.


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

donderdag 16 februari 2012

'Mijn ogen hebben uw heil gezien' (Lk. 2)

Genesis 49, Lukas 2, Job 15, 1 Korinthiërs 3

Jezus groeide helemaal op als Joodse jongen. Niet alleen was Hij van Joodse afkomst, Hij was ook van Davidische komaf: wettelijk behoorde Hij tot het onderdrukte koningshuis (Lk. 2:4). De keizerlijke politiek werd van Godswege gestuurd om te verzekeren dat Jezus geboren zou worden in de oude stad van David (2:1-4, 11). Op de achtste dag van zijn leven werd Jezus besneden (2:21). Op het daarvoor bepaalde tijdstip brachten Maria en Jozef een offer, naar het voorschrift uit de Wet voor wat vereist was voor elke eerstgeborene (2:22-24). Van Maria en Jozef wordt ons verteld dat ‘zij alles volbracht hadden, wat volgens de wet des Heren te doen was’. Tijdens de eerste dagen van Jezus’ leven bad Simeon profetisch tot God, terwijl hij verklaarde dat de komst van Jezus tot ‘heerlijkheid voor uw volk Israël’ was (2:32); bejaarde Hanna ‘loofde mede God en sprak over Hem tot allen, die voor Jeruzalem verlossing verwachtten’ (2:38).

Elk jaar reisden Jozef en Maria de vele kilometers van Nazareth naar Jeruzalem om deel te nemen aan het feest rond Pascha, ‘zoals dit bij het feest gebruikelijk was’ (2:41-42). Ze voegden zich bij tienduizenden andere pelgrims. Natuurlijk ging Jezus mee en was Hij getuige bij de slachting van duizenden paaslammetjes, hoorde Hij de tempelkoren en reciteerde Hij de oude Schriften. Op zijn twaalfde leidden Jezus’ voortdurende blootstelling aan het erfgoed van zijn volk en aan de inhoud van hun Schriften tot de buitengewone gesprekken die Hij voerde met de leraars uit de tempel (2:41-52).

We beginnen niet eens te beseffen over welke terreinen Jezus allemaal sprak en waarin Hij handelde, en op welke terreinen zijn leven en dienst en zijn dood en opstanding allemaal invloed hebben, tenzij we ze vinden in de oude Hebreeuwse Bijbel.

Maar dit is niet alles wat erover te zeggen valt. Diezelfde Bijbel begint niet bij Abraham en het ontstaan van de Israëlieten. Hij begint met God, de oorsprong van het heelal, de schepping van menselijke wezens die Gods beelddragers zijn, de wrede rebellie van de zondeval, de eerste cycli van oordeel en vergeving, en de eerste beloften van redding die zou volgen.

Jazeker, Paulus verstond dat de lange geschiedenis van de Joden moet gezien worden binnen het nog langere verhaal van het menselijke ras, en dat zelfs de eerste roeping van de man die de voorvader is van alle Joden, verduidelijkt dat door hem alle volken op aarde gezegend zullen worden (Gal. 3, vgl. Gen. 12). Hier, aan het begin van Jezus’ leven, komt hetzelfde raamwerk weer piepen. Simeon prijst de soevereine Heer dat Hij hem toestaat te blijven leven om deze baby te zien: ‘want mijn ogen hebben uw heil gezien, dat Gij bereid hebt voor het aangezicht van alle volken: licht tot openbaring voor de heidenen en heerlijkheid voor uw volk Israël.’

Eigen vertaling van de overdenking bij 16 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

zaterdag 21 januari 2012

De HERE zal erin voorzien (Gen. 22)

Genesis 22, Mattheüs 21, Nehemia 11, Handelingen 21

De dramatische kracht van de beproeving van Abraham bij het offeren van Isaak (Gen. 22) is welbekend. Het mag ons verwonderen dat het verslag zo beknopt is. Wanneer hij zijn dienstknecht vertelt dat ‘we’ (22:5 – t.t.z.: Abraham en Isaak) zullen terugkeren nadat ze hebben aangebeden op de berg Moriah, speculeert Abraham er op dat moment op dat God zijn zoon terug zal opwekken uit het graf? Hoopt hij dat God op een nog onbekende manier zal tussenkomen? Welke denkbare verklaring kon Abraham zijn zoon geven toen hij hem vastbond en op het klaargemaakte altaar legde?

Een ogenblik eerder was Abrahams antwoord op Isaaks vraag over het lam een voltreffer: ‘God zal Zichzelf voorzien van een lam ten brandoffer, mijn zoon’ (22:8). Het suggereert niet dat Abraham het kruis voorzag. Te oordelen aan de manier waarop hij bereid was om door te gaan met het offer (22:10-11), is het zelfs niet duidelijk dàt hij verwachtte dat God in een letterlijk dier zou voorzien. Iemand zou zelfs kunnen veronderstellen dat dit een vroom antwoord is voor de jongen, tot de angstaanjagende waarheid niet langer verborgen kon blijven.

Maar toch waren Abrahams woorden volgens de context van het verhaal dichter bij de waarheid dan hij kon vermoeden: God voorzag inderdaad in het lam, een plaatsvervanger voor Isaak (22:13-14). In feite zat Abraham, zoals zoveel andere personen uit de Bijbel (bijv. Kajafas in Joh. 11:49-53), véél dichter bij de waarheid dan hij zelf wist: God zou niet enkel in het dier voorzien dat in deze situatie de plaats kon innemen, maar zou voorzien in de ultieme plaatsvervanging, het Lam van God, die als enige onze zonde kon dragen en al Gods wonderlijke plannen rond verlossing en oordeel ten uitvoer zou brengen (Opb. 4-5; 21:22).

‘De HERE zal erin voorzien’ (22:14): zoveel had Abraham duidelijk begrepen. Je kunt je slechts inbeelden hoezeer dezelfde les bij Isaak zat ingeprent, en bij zijn latere nakomelingen. God zelf verbindt deze episode met de verbondsbelofte: Abrahams geloof mondt hier uit in een zo verheven gehoorzaamheid, dat hij zelfs zijn veelgeliefde zoon niet wil verhogen tot een plaats die God zou onttronen. God herhaalt de belofte: Ik zal ‘u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt’ (22:17-18). Op dit punt zweert God bij zichzelf (22:16). Niet omdat Hij anders zou liegen, maar omdat er niemand groters is om bij te zweren. En de eed zelf zou een groot stabiliserend anker blijken in Abrahams geloof en in het geloof van allen die in zijn spoor zouden volgen (vergelijk Hebr.6:13-20).


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.