- Exodus 29:22-46: slot – gewijd tot priesterdienst
- Exodus 30 en 31 (30:1-16): het gouden reukofferaltaar en de heffing
- Exodus 30 en 31: wasvat, zalfolie, reukwerk, vakmensen en de sabbat
- Exodus 32 – deel 1: het gouden stierkalf, Israëls zondeval
dinsdag 19 mei 2026
Nieuwe studies in de reeks over Exodus
woensdag 23 oktober 2024
Slotstudie in de reeks over het grote verhaal achter tabernakel en tempel: een heerlijke toekomst
maandag 5 augustus 2024
Beluister 2 audiofiles in de reeks over tabernakel en tempel, onder meer deel 1 over de vervulde tempel
Op 12 en 19 juni hadden we 2 telkens een bijbelstudie in de reeks over tabernakel en tempel.
De eerste studie (de 27e in deze reeks) behandelde onder meer hoe de verschillende secties uit de tabernakel en tempel ook nog herkenbaar zijn in de vervulde eindtijdtempel.
De tweede studie (de 28e in de reeks) zette de stap naar het slot van Openbaring, de geweldige toekomst waar Gods plan naar toewerkt. Hiermee is deze reeks bijna (!) ten einde.
zondag 26 mei 2024
Het offer van getuigenis in Openbaring 11: beluister de mp3 in de reeks over het grote verhaal achter tabernakel en tempel
Na een lange onderbreking gaf ik recent deze studie in de reeks over het grotere verhaal achter de tempel.
Dit keer zoomden we voornamelijk in op een bijbelgedeelte uit Opb. 11.
- Beluister de mp3 - tabernakel deel 26 het offer van getuigenis in Openbaring 11
- Beluister ook eerdere studies in deze reeks
zaterdag 9 maart 2024
2 bijbelstudies in de reeks over het grotere verhaal achter tabernakel en tempel
Hieronder vind je de links naar de audio van de 2 recentste studies in de reeks over het grotere verhaal achter de tabernakel en de tempel.
Studie 24 in de reeks belicht voornamelijk hoe God in Zijn woning plaats heeft voor de ellendige en verslagene.
Deel 25 bekijkt hoe we vooral een offer van getuigenis brengen en wat dit dan betekent.
Ook de eerdere studies in de reeks kan je terugvinden via het label Exodus bijbelstudiereeks
zaterdag 17 februari 2024
Dienen als heilige en reine priesters in de ware tempel: beluister de mp3
Bijbelstudie van 7 februari in de reeks over het grote verhaal achter tabernakel en tempel. Dit is daarin deel 23.
Als wij vandaag priesters zijn in de ware tempel, hoe moet onze dienst dan zijn, waardoor wordt die dienst gekenmerkt?
> Beluister de mp3: reine en heilige priesterdienst in de ware tempel Gods
> Beluister eerdere studies in deze reeks
maandag 17 maart 2014
Waardigheid en aanzien voor de priester (Ex. 28)
Exodus 28; Johannes 7; Spreuken 4; Galaten 3De priesterkleding die God voorschrijft (Ex. 28) is vreemd en kleurig. Misschien dat sommige details ervan niet bedoeld waren om symbolisch gewicht te krijgen, maar dienden ze mee het doel van het ensemble in zijn geheel: Aäron en zijn zonen ‘waardigheid en aanzien’ geven bij het vervullen van hun priesterlijke plichten (28:2, 40, [zie Herziene Statenvertaling]).
De symboliek is voor een deel wel duidelijk. Het borstschild van de kleding van de hogepriester moest twaalf edelstenen of semi-edelstenen bevatten, gezet in vier rijen van drie, ‘De stenen moeten zegelgraveringen krijgen, ieder met zijn naam. Zij zijn voor de twaalf stammen bestemd’ (28:21).
Het borstschild wordt ook genoemd ‘het borstschild der beslissing’ (28:29). Dit is waarschijnlijk omdat ze de Urim en Tumim draagt. Mogelijk waren dit twee stenen, de ene wit en de andere zwart. Ze werden gebruikt om beslissingen te nemen, maar hoe ze precies werkten weet niemand helemaal zeker.
Bij belangrijke zaken zocht de priester de tegenwoordigheid en zegen van God in de tempel en gebruikte hij de de Urim en Tumim, die in de ene of de andere richting uitkwamen en zo, onder Gods soevereine zorg, leiding boden.
Dus droeg de priester tegelijk de namen van de twaalf stammen op zijn hart ‘tot een voortdurende gedachtenis voor het aangezicht des HEREN’, en de Urim en Tumim ‘wanneer hij in het heiligdom komt’, dus zal de priester zo ‘de beslissing voor de Israëlieten voortdurend op zijn hart dragen voor het aangezicht van de HEERE’ (28:29-30).
Vooraan op zijn tulband moet Aäron een plaat van louter goud bevestigen. Daarop zullen de woorden gegraveerd staan ‘Den HERE heilig’ (28:36). ‘Zij zal op het voorhoofd van Aäron zijn, en hij zal de schuld dragen, gelegen in de heilige dingen die de Israëlieten heiligen bij al de gaven van hun heilige dingen; ja, zij zal voortdurend op zijn voorhoofd wezen, zodat zij welgevallig zijn vóór het aangezicht des HEREN’ (28:38).
Dit veronderstelt dat ‘de heilige dingen die de Israëlieten heiligen’ in de eerste plaats diverse soorten zondoffers waren, geofferd om hun schuld te verzoenen.
De priester brengt dan, zelfs belichaamd door de symboliek van zijn kleding, de schuld in de tegenwoordigheid van de heilige God, die de enige is die er genoegdoening kan aan geven. De tekst impliceert dat als de priester deze rol niet vervult, de offers die de Israëlieten brengen niet aangenaam zullen zijn voor de Heere. De structuur van priester/offer/tempel hangt aan elkaar als een volledig systeem.
Te gelegener tijd zullen we met deze overdenkingen dieper ingaan op passages die de aanstaande opheffing van dit systeem aankondigen, wat daarmee een profetische aankondiging wordt van de ultieme priester, de ultieme verbondsgemeenschap, de ultieme autoriteit om leiding en richting te geven, het ultieme offer en de ultieme tempel.
Zijn ‘waardigheid en aanzien’ zijn onbegrensd (Opb. 1:12-18).
Eigen vertaling van de overdenking bij 17 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
maandag 10 december 2012
Hij heeft ons gemaakt tot koningen en priesters voor God, zijn Vader (Opb. 1)
2 Kronieken 10, Openbaring 1, Zefanja 2, Lukas 24Voor het openingsvisioen van Openbaring 1, die ons de verheerlijkte Jezus toont in apocalyptische symbolen die herinneren aan de beeldtaal van de Oude van Dagen uit Daniël 7 (Opb. 1:12-16), geeft Johannes ons een korte lofzang: ‘Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed – en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt – Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden! Amen’ (1:5-6).
(1) Nog voor al de verrassende en zelfs angstaanjagende beelden van God en van het Lam in dit boek, nemen we een opstap met een verklaring van Jezus’ liefde, zijn bijzondere liefde voor het volk van God: ‘Hem, die ons liefheeft … Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden!’ Er is niets dat onze dankbaarheid en ons ontzag meer inspireert dan de liefde die ons betoond wordt door de eeuwige Zoon van God aan het kruis.
Ik geloof dat het T. T. Shields was die de volgende zinnen neerpende: ‘Was ever a heart so hardened, / And can such ingratitude be, / That one for whom Jesus suffered / Should say, ‘It is nothing to me’?’ (Vrij vertaald: ‘Was ooit een hart dermate verhard, / En hoe kan dergelijke ondankbaarheid bestaan, / Dat iemand voor wie Jezus leed / Zou zeggen, ‘het zegt me helemaal niets’)
(2) Jezus Christus heeft ‘ons uit onze zonden verlost … door zijn bloed’ (of ‘bevrijd’ i.p.v. ‘verlost’, zie NBV). Andere vertalingen hebben ‘van onze zonden gewassen’ (zie HSV). Het verschil tussen ‘verlost’ en ‘gewassen’ is in het Grieks maar één letter; de NBG is bijna zeker juist. Door zijn bloed, d.w.z. door zijn offerdood en verzoenend sterven, heeft Jezus onze zonden verzoend en ons daardoor verlost (of bevrijd) van hun vloek.
En dit niet alleen, maar alle zegeningen die we ontvangen – de gave van de Heilige Geest, de beloften van Gods blijvende bescherming, eeuwig leven, de finale opstanding – zijn verzekerd door Jezus’ dood, en ze werken allemaal samen om ons te verlossen van onze zonden – hun schuld, hun kracht, hun gevolgen.
(3) Christus ‘heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt’. In een bepaald opzicht zijn wij in het koninkrijk – de invloedssfeer van zijn reddende regering. Er is een ander opzicht waarin Christus nu regeert over alles in onvoorwaardelijke soevereiniteit (Matt. 28:18; 1 Kor. 15:25), en in die betekenis zijn dan iedereen en alles in zijn koninkrijk. Maar voor zover christenen de specifieke kern vormen van de verloste gemeenschap en de voorsmaak van de aanstaande verlossing die het hele universum zal transformeren, kunnen we ook onszelf zien als zijn koninkrijk.
Bovendien heeft hij ons tot priesters gemaakt. Christenen hebben geen andere priesters dan Jezus, hun grote hogepriester: er is slechts één middelaar tussen God en mensen (1 Tim. 2:5). Maar in een ander opzicht, zijn we wel priesters: alle christenen zijn tussenpersonen tussen God en deze gebroken, zondige wereld. We zijn de tussenpersonen die God brengen aan mede-zondaars, door trouw het evangelie te verkondigen en uit te leven, en we dragen hun noden in onze voorbede tot onze hemelse Vader.
Jezus Christus heeft ons gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters om zijn God en Vader te dienen.
Eigen vertaling van de overdenking bij 10 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
dinsdag 27 november 2012
Flexibiliteit en trouw zijn even onmisbaar (1 Kron. 23)
1 Kronieken 23, 1 Petrus 4, Micha 2, Lukas 11In bepaalde opzichten veranderde de structuur van het leven van de Israëlieten, inclusief bepaalde facetten van het religieuze leven, toen het volk het Beloofde Land binnentrok en niet langer een nomadisch bestaan leidde. De eerste veranderingen waren voor de hand liggend. De Heer zette de dagelijkse voorziening van het manna stop: het volk moest voor zichzelf voedsel verzamelen en kweken. De verstedelijking ving aan. De sabbatswetten werden in toenemende mate zowel in handel en economie als in het landbouwleven toegepast.
Met de instelling van de monarchie en de aanstaande bouw van de tempel, drong heel wat meer organisatie en centralisatie zich op. Meer bepaald legt David zich niet alleen toe op het voorzien van allerlei middelen voor Salomo om de tempel te kunnen bouwen, maar ook op het leggen van de basis voor de nieuwe organisatiestructuren die noodzakelijk zullen zijn om het geheel te laten draaien. Dergelijke zaken staan centraal in 1 Kronieken 23-26.
Reeds in 1 Kronieken 23 denkt David zelf na over de veranderingen die op komst zijn. Een van de taken van de Levieten uit het verleden nam een aanvang tijdens de woestijnjaren, en bestond uit het oppakken en vervoeren van de tabernakel op de voorgeschreven manier, telkens de Heer aangaf dat het tijd was om in beweging te komen. David denkt na over het feit dat de Heer nu zijn volk ‘rust’ gegeven heeft: ze zijn in het Beloofde Land.
Bovendien heeft Hij gekozen om ‘in Jeruzalem’ te ‘wonen tot in eeuwigheid’ (23:25), dus moeten bepaalde taken van de Levieten veranderen: ‘nu behoeven de Levieten de tabernakel en al zijn dienstgerei niet meer te dragen’ (23:26).
Ondertussen worden nieuwe taken ingevoerd: meer aandacht gaat naar tempelkoren en dus naar muziekscholen en –training. Zo worden de Levieten gereorganiseerd. Ze worden onderverdeeld in grote families, kleinere clans enzovoort. Er zal over gewaakt worden dat niet alle aandacht gaat naar de tempel en zijn behoeften.
De volgende hoofdstukken focussen inderdaad wel op het soort taken waarvan zij die de tempel dienen zich zullen moeten kwijten – niet alleen de directe priesterlijke taken en de duidelijke huishoudelijke taken die verbonden zijn met de tempel, maar de grootste verantwoordelijkheden van in stand houden, onderhoud, financiën en beheer.
Maar vanaf het begin moesten de priesters het volk uit de wet kunnen onderwijzen en dienen als ‘opzieners en rechters’. David stelt voor die laatste taken zesduizend Levieten aan (23:4).
Uit dit alles leiden we betekenisvolle lessen af. Maar de belangrijkste is een les in contextualisatie in de canon – dit wil zeggen, hoe je de oude ‘gegevens’ van openbaring moet zien en hoe je ze aan een nieuwe context kunt aanpassen zonder de gegevens op te offeren.
Toen de kerk zich naar nieuwe culturele contexten uitbreidde, moest telkens opnieuw met dergelijke vragen afgerekend worden. De ene groep zal zich vastklampen aan louter traditionalisme uit een andere cultuur; de andere groep begint los te laten wat de Schrift eigenlijk zegt. Wat we echt nodig hebben is trouw en flexibliteit.
Eigen vertaling van de overdenking bij 27 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
dinsdag 13 november 2012
'Wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning' (Hebr. 8)

1 Kronieken 1-2, Hebreeën 8, Amos 2, Psalm 145Er is een thematisch verband tussen de eerste twee van bovenstaande Bijbelverwijzingen (afkomstig uit het Bijbelleesrooster van de negentiende-eeuwse Schotse predikant Robert Murray McCheyne, JL). 1 Kronieken 1 en 2 begint met lange hoofdstukken van becommentarieerde genealogische informatie. Dit is niet het soort materiaal waar we ons meteen toe aangetrokken voelen. Toch bewerken geslachtsregisters veel dingen naast het voor de hand liggende optekenen van genealogische afstamming.
Mocht je de Bijbel helemaal doorlezen, zouden de namenlijsten op dit punt deels dienen als een terugblik: de beginjaren tot aan David, met 1 en 2 Kronieken die de lezer vervolgens meenemen tot aan het einde van het Davidische koningshuis. De geslachtsregisters zetten in kort bestek enkele van de zijpaden uiteen die je anders makkelijk uit het zicht verliest wanneer je de verhalen gewoon op zich leest.
Hoe zijn de afstammelingen van Abraham verbonden met Noach? Abraham zelf had kinderen bij drie vrouwen: Hagar, Ketura en Sara. Waar eindigden zij? Natuurlijk is de genealogie niet bedoeld om volledig te zijn. Het is de weg wijzen naar Juda, naar het Davidische koningshuis.
En dit is de les: er is beweging en verandering, er zijn ontwikkelingen en nieuwe verbonden, maar vanaf het begin is de verhaallijn van de Bijbel een eenduidig verslag dat evolueert in de richting van de Davidische lijn, en uiteindelijk in de richting van ‘de grotere Zoon van de grote David’ (zie de overdenkingen van 17 mei en 10 september).
In genre en nadruk is Hebreeën 8 zeer verschillend van de geslachtsregisters van de openingshoofdstukken van 1 Kronieken. Toch overlapt een deel van de argumentatie in dit hoofdstuk met lessen uit 1 Kronieken. Op dit punt in Hebreeën betoogt de auteur dat de tabernakel (en, in principe, de tempel) ingevoerd bij het verbond bij Sinaï, niet moet gezien worden als de finale uitdrukking van Gods wil voor de eredienst van zijn volk. Anders begrijpen we zijn doel verkeerd in de ontwikkeling van de heilsgeschiedenis.
De auteur heeft al uitgebreid betoogd voor de superioriteit van het priesterschap van Jezus over het Levitische priesterschap (Heb. 5-7) – dit superieure priesterschap was zelfs al aangekondigd door de Oudtestamentische geschriften zelf.
Nu vestigt hij de aandacht op het feit dat het ‘heiligdom’ dat, of de ‘tabernakel’ die in de woestijn wordt opgericht exact het ‘ontwerp’ (NBV) of ‘voorbeeld’ (NBG en HSV) volgde dat Mozes kreeg op de berg (8:5).
De reden hiervoor, zo betoogt de auteur, is dat het slechts een schaduw vormde van de realiteit. Er de ultieme realiteit van maken, zou betekenen dat je het verkeerd interpreteert. Bovendien zouden lezers van de Hebreeuwse canon dit moeten weten. Deze tabernakel was verbonden met het Mozaïsche verbond. Maar eeuwen later, ten tijde van Jeremia, beloofde God dat er een nieuw verbond zou komen (8:7-12).
‘Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning’ (8:13). Het inluiden van het nieuwe verbond verwijst niet enkel de tabernakel van het oude verbond naar het verleden, maar spreidt ook de eenheid van de Bijbelse verhaallijn tentoon, hoe divers ook de stromen – want de verschillende stromen komen bijeen in Jezus.
Eigen vertaling van de overdenking bij 13 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
zaterdag 7 april 2012
'Toen ging er vuur uit van de HERE' (Lev. 10)
Leviticus 10, Psalmen 11-12, Spreuken 25, 1 Thessalonicenzen 4
In Leviticus 8 worden Aäron en zijn zonen via een door God voorgeschreven ritueel tot priesters gewijd. In Leviticus 9 beginnen ze hun dienst. Hier, in Leviticus 10, nog altijd binnen de zeven dagen van hun wijdingsrituelen, stoppen twee zonen van Aäron, nl. Nadab en Abihu, kolen in hun vuurpannen en voegen er reukwerk bij, schijnbaar in de overtuiging dat ze iets zullen toevoegen aan de ceremonies en rituelen die God instelde. Maar ‘Toen ging er vuur uit van de HERE en dit verteerde hen, zodat zij stierven voor het aangezicht des HEREN’ (10:2). Voor Aäron zich kan verzetten komt Mozes met een woord van God: ‘Dit is het, wat de HERE gesproken heeft: aan degenen die Mij het naaste staan, zal Ik Mij de Heilige betonen en ten aanschouwen van het gehele volk zal Ik Mij verheerlijken. En Aäron zweeg’ (10:3).
Dit is niet alles. Mozes benadrukt dat Aäron en zijn overblijvende zonen, Eleazar en Ithamar, de heilige wijdingscyclus niet mogen onderbreken om deel te nemen aan de publieke rouw om Nadab en Abihu. Ze mogen de tabernakel niet verlaten, want ‘de zalfolie des HEREN is op u’ (10:7). Neven zullen zich ontfermen over de stoffelijke overschotten en zich bekommeren om de familieverplichtingen (10:4-5).
Wat moeten we ervan denken? Een cynicus zou zeggen dat dit rituelen boven mensen stelt. Is God niet een beetje ongevoelig wanneer Hij twee fijne zonen neerslaat die slechts poogden om de aanbiddingsdienst wat op te leuken?
Ik claim allerminst alle antwoorden te hebben. Maar denk na over volgende punten:
(1) God heeft meermaals gezegd dat al wat verbonden is met de dienst van de tabernakel precies moet gebeuren volgens het op de berg aangeleverde patroon. Hij heeft zich zal een God betoond die geen rivalen duldt en die verwacht om gehoorzaamd te worden. Wat er op het spel staat is of God wel God is.
(2) Doorheen de Bijbel merk je dat hoe dichter het volk bij tijden en omstandigheden van openbaring of opwekking staat, hoe directer de Goddelijke straf tegen wie Hem vertreden. Uzzah steekt zijn hand uit om de ark niet te laten vallen en wordt gedood; Ananias en Safira worden gedood omwille van hun leugens. In koudere, meer rebelse tijden, lijkt het of God het volk buitengewoon ver laat gaan in het kwade voor Hij de teugels inhaalt. Maar de eerstgenoemde periodes brengen grotere zegen: meer van de onmiddellijke tegenwoordigheid van God, meer toegewijde ijver onder het volk.
(3) In de context bekeken hadden Nadab en Abihu haast zeker provocerende en weerspannige motieven. Want wanneer Aäron een andere aanpassing doorvoert in het ritueel, met de beste motieven, ontmoet hij verrassende flexibiliteit (10:16-20).
(4) Deze stevige les maakte de priesters gereed voor dat andere belangrijke onderdeel in hun dienst: ‘opdat gij scheiding kunt maken tussen heilig en onheilig, tussen onrein en rein, en opdat gij de Israëlieten kunt onderwijzen in al de inzettingen die de HERE door de dienst van Mozes tot hen gesproken heeft (10:10-11, cursief toegevoegd).
Eigen vertaling van de overdenking bij 7 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org









