Posts tonen met het label demonie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label demonie. Alle posts tonen

dinsdag 23 juli 2013

En zij kwamen bij Jezus en zagen de bezetene zitten, gekleed en goed bij zijn verstand (Mk. 5)


Richteren 6; Handelingen 10; Jeremia 19; Markus 5
De genezing van de man uit het land van de Gerasenen die bezeten was door een ‘legioen’ demonen (Mk. 5:1-20) vraagt op veel punten om uitleg en overdenking. We pikken er zes uit:

(1) De omgeving is heidens gebied aan de oostkant van het Meer van Galilea, in de regio van de Dekapolis (5:20), de tien steden met grotendeels heidenen. Dit punt is zelfs duidelijk vanwege de kudde varkens, die geen zichzelf respecterende Jood zou houden.

(2) De arme man die in deze verzen wordt beschreven leed onder een bepaald soort terugkerende aanvallen. Bij momenten was hij voldoende tam om hem te ketenen, maar dan werd de aanval weer zo ontzettend sterk dat hij de ketenen aan stukken trok om zich te bevrijden. Van huis en haard verstoten, leefde hij bij de graven, waar hij schreeuwde en zichzelf pijnigde, een man die door demonische machten zieltogend ten onder gaat (5:5).

We mogen niet veronderstellen dat elke zaak van wat we vandaag krankzinnigheid noemen het resultaat is van demonische activiteit; evenmin mogen we het reductionisme aannemen dat alle demonie herleidt tot chemische onevenwichten in de hersenen.

(3) De woorden tot Jezus (5:6-8) komen van de lippen van de man, maar zijn het product van de ‘onreine geest’. Deze geest weet voldoende om (a) te erkennen wie Jezus is, en (b) om te leven met de vreselijke verwachting van de ultieme verdoemenis die hem wacht.

(4) De conversatie tussen Jezus en de ‘onreine geest’ bevat twee elementen die we niet vinden in andere gevallen van exorcisme in de canonieke evangeliën.

Ten eerste suggereert het vreemde samenspel tussen de enkelvouds- en meervoudsvorm – ‘Mijn naam is legioen, want wij zijn talrijk’ – een ambiguïteit in bepaalde demonische activiteit. Zoals Jezus elders duidelijk maakt is een meervoudige invasie door onreine geesten bovendien een ‘ergere’ toestand die te allen prijze moet vermeden worden (Mt. 12:45).

Ten tweede willen deze demonen het gebied niet verlaten en willen ze toch in een lichaam huizen (5:10, 12). Jezus staat beide verzoeken toe. Wellicht weerspiegelt dit deels het feit dat het finale tijdstip voor hun verderf nog niet gekomen is.

(5) Terwijl het essentieel is om Jezus’ absolute meesterschap over deze boze geesten te erkennen, moet je eraan toevoegen dat Hij niet elk van deze geesten een voor een oproept, hen benadert met hun naam, in gesprek met ze gaat, of tal van andere zaken doet die vandaag in de praktijk gebracht worden door hen die zich wijden aan ‘bevrijdingsbedieningen’.

(6) De reacties op deze bevrijding zijn opmerkelijk. De bevrijde man wil Jezus volgen en krijgt de opdracht te getuigen, in zijn heidense wereld, over hoeveel de Heer voor hem gedaan heeft en hoe Hij hem erbarming betoond heeft (5:18-20). De mensen uit het gebied smeken Jezus om weg te gaan (5:17): ze verkiezen varkens boven mensen, hun financiële zekerheid boven de transformatie van een leven.


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 juli uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 1 augustus 2012

Jezus ken ik en van Paulus weet ik, maar wie zijt gij? (Hd. 19)

Richteren 15, Handelingen 19, Jeremia 28, Markus 14

Een van de vreemdste verslagen in het boek Handelingen betreft de zeven zonen van Skevas (Handelingen 19:11-20). De dienst van Paulus in Efeze duurde een aanzienlijke tijd, mogelijk tweeënhalf jaar, en gedurende die tijd deed God ‘buitengewone krachten door de handen van Paulus’ (19:11). Het resultaat is dat verschillende ‘concurrenten’ probeerden gelijke voet met hem te houden. Op zich was dit niet verrassend. Het is altijd zo geweest. Toen God Mozes op een bijzondere manier bekrachtigde om wonderen te verrichten voor Farao, konden de tovenaars van Egypte het meeste van wat hij deed nabootsen (hoewel niet alles).

Op die manier trokken sommige Joden die thuis waren in het godsdienstige in de tijd van Paulus rond met een soort van bevrijdingsbediening. Ze beseften maar weinig waar ze in betrokken waren. Toen ze zagen wat Paulus deed in de naam van Jezus, begonnen ze ook naar die naam te verwijzen, alsof het niets meer was dan een soort magische talisman: ze ‘waagden het over hen (…) de naam van de Here Jezus te noemen met de woorden: Ik bezweer u bij de Jezus, die Paulus predikt’ (19:13).

De zeven zonen van Skeva, een Joodse priester, waren in het bijzonder in die operatie betrokken. Op een dag diende de geest die ze probeerden uit de drijven hen van antwoord: ‘Jezus ken ik en van Paulus weet ik, maar wie zijt gij?’ (19:15). Vervolgens sprong de bezetene op hen af en sloeg hen alle zeven.

Merk op:

Ten eerste was het resultaat van deze ontmoeting volstrekt voordelig. Toen het verhaal circuleerde, werden velen gegrepen door een gezonde vrees en een groter respect voor de naam van de Heer Jezus. Dit was een zodanig krachtige naam dat hij nog kon behandeld worden als een magische formule. Die naam kon niet aan banden gelegd worden. Het resultaat was dat verblinding door occulte praktijken beteugeld werd. Velen beleden hun boze daden, en anderen brachten hun occulte boeken en verbrandden ze, goed voor een enorme tegenwaarde (19:17-19). ‘Zo wies het woord des Heren krachtig en het werd sterker’ (19:20).

Ten tweede is een van de echt treffende elementen de uitspraak van de boze geest: ‘Jezus ken ik en van Paulus weet ik, maar wie zijt gij?’ Je kunt verstaan waarom Jezus bekend moet zijn geweest onder demonische machten. Dit is geen verrassing. Maar ook Paulus is bekend!

Zijn dienst had de machten van de duisternis aangevallen. Het was van hem bekend dat hij beschermd en beveiligd was door de levende Christus – er is geen enkele manier waarop de demon de bezeten man had kunnen gebruiken om Paulus slaag te geven. Die andere personages waren een andere kwestie; voor zover het de demon betrof, waren ze een beetje een grap, gemakkelijk te verwaarlozen, te onderwerpen en te beschamen. Maar Paulus was bekend!

Christenen die de strijd aangaan met de Vijand zullen niet alleen bekend zijn in de hemelse paleizen, maar ook in de hogere regionen van de hel.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

zaterdag 25 februari 2012

Een halve bekering belooft niets goeds (Lk. 11)



Exodus 8; Lukas 11; Job 25-26; 1 Korinthiërs 12

Een van de meest treffende beelden van wat je een ‘gedeeltelijke bekering’ zou kunnen noemen, vinden we in Lukas 11:24-26. Jezus leert dat wanneer een boze geest van iemand is uitgevaren, die ‘door dorre plaatsen’ gaat ‘om rust te zoeken’ die hij niet vindt – schijnbaar zoekend naar een nieuwe persoon om verblijf in te houden. Dan overweegt de geest een terugkeer naar zijn vorige verblijfplaats. Bij verkenning blijkt de vroegere verblijfplaats nog verrassend beschikbaar. De geest verzamelt zeven makers die zelfs nog boosaardiger zijn dan hij ‘en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met dien mens in het einde erger dan in het begin’.

Het lijkt erop dat de man bij wie de boze geest uitgeworpen werd, deze geest nooit door iets anders verving. De Heilige Geest kon in zijn leven nooit een vaste woonplaats innemen; de man bleef als het ware beschikbaar.

We kunnen drie lessen leren.

Ten eerste zijn ‘gedeeltelijke bekeringen’ al te veel voorkomend. Er vindt een gedeeltelijke opkuis plaats bij iemand. Hij of zij komt net dicht genoeg bij het evangelie en bij het volk van God, opdat er een bepaald soort verlaten van goddeloosheid plaatsvindt, een beginnende fascinatie voor heiligheid, een aantrekking tot gerechtigheid. Maar zoals de persoon die wordt voorgesteld door de rotsachtige bodem in de gelijkenis van de zaaier en de bodems (8:14-15), kan deze persoon aanvankelijk wel tot het kruim lijken te behoren, maar toch niet volhouden. Er is nooit sprake geweest van het soort bekering dat de overname van een individu door de levende God met zich brengt, een verandering van richting die verbonden is met oprechte bekering en volhardend geloof.

De tweede les volgt: een klein beetje evangelie is een gevaarlijk ding. Het zorgt ervoor dat mensen goed van zichzelf denken, dat ze een zucht van opluchting slaken dat de vreselijkste kwaden verdwenen zijn, dat ze een fijn gevoel ervaren van ergens bij horen. Maar als een persoon niet werkelijk is gerechtvaardigd, wedergeboren en overgebracht van het koninkrijk van de duisternis in het koninkrijk van de Zoon van Gods liefde, dan kan de brok religie als weinig meer gezien worden dan inenting tegen het ware.

De derde les is een afgeleid punt. Dit gedeelte is thematisch verbonden met een andere grote lijn in de Schrift. Het kwaad kan nooit eenvoudigweg weerstaan worden – dit wil zeggen: het is nooit genoeg om het boze simpelweg te bevechten, om een demon uit te werpen. Het boze moet vervangen worden door het goede, de boze geest door de Heilige Geest. We moeten ‘het kwade door het goede’ overwinnen (Rom. 12:21). Het is bijvoorbeeld moeilijk om bitterheid tegenover iemand te overwinnen door het eenvoudige voornemen op te houden bitter te zijn; je moet de bitterheid vervangen door oprechte vergeving en liefde voor die persoon. Het is moeilijk om begeerte te overwinnen door het eenvoudige voornemen niet meer zo materialistisch te zijn; je moet je affecties richten op een betere schat (zie Lukas 12:13-21) en leren om op een wonderlijke en zelfopofferende manier vrijgevig te zijn. Overwin het kwade door het goede.


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.