Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label natuur. Alle posts tonen

dinsdag 15 oktober 2013

Hoe talrijk zijn uw werken, o HERE, Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt (Ps. 104)


1 Koningen 18; 1 Thessalonicenzen 1; Ezechiël 48; Psalm 104
‘HERE, mijn God, Gij zijt zeer groot, Gij hebt U met majesteit en luister bekleed’, lezen we in het openingsvers van Psalm 104. In deze Psalm is het bewijs van de grootheid van God verbonden met de scheppingsorde.

Enkele overwegingen:

(1) In de openingsverzen (104:1-4) is de rij figuurlijke accenten revelerend. God hult zichzelf in licht; Hij spant de hemel uit als een tent; Hij maakt de wolken tot zijn wagen; Hij wandelt op de vleugelen van de wind; Hij maakt de winden tot zijn boden.

Pantheïsme vermengt God met het universum; krachtig christelijk theïsme maakt niet alleen God onderscheiden van het universum zoals de Schepper onderscheiden is van de schepping, maar suggereert in deze beeldspraken ook dat God zich verheugt in wat Hij gemaakt heeft.

De stemming is niet alleen verheven, maar ook bijna speels. Waar het pantheïsme uitgesloten is, is er evenmin ruimte voor deïsme. De geschapen orde is vol van Gods tegenwoordigheid, terwijl Hij zich verheugt in wat zijn handen hebben gemaakt.

(2) In deze psalm ligt er een sterke nadruk op de manier waarop al wat leeft afhankelijk is van de onderhoudende voorzienigheid van de Almachtige. God doet bronnen water naar valleien voeren, en zo drenken zij de dieren van het veld, groeien de bomen en nest het gevogelte des hemels in de takken (104:10-12).

God is degene die het gras doet groeien voor het vee, en andere planten maakt voor menselijke consumptie (104:14). De leeuwen brullen en begeren hun voedsel van God (104:21).

Wat de zee betreft, met zijn krioelende miljoenen levensvormen, ‘Zij alle wachten op U, dat Gij hun spijze geeft te rechter tijd’ (104:27). De loutere overvloed en diversiteit aan levensvormen getuigt van Gods verbeelding, kracht, wijsheid en niet te schatten rijkdom.

Het leven zelf wordt onderhouden door Gods bekrachtiging. Neemt Hij hun adem weg, dan sterven ze (104:29-30). Het uitgangspunt is niet het animisme van de heidense wereld. Er is een orde in het geheel (merk het ritme op van licht en duisternis, 104:19-24) die wetenschap mogelijk maakt.

Maar God trekt zich nooit terug van actieve, voorzienige heerschappij over elk afzonderlijk element van de werking van het universum, met als gevolg dat het niet alleen gepast is maar ook essentieel te belijden dat alle leven elke dag afhankelijk is van God voor zijn dagelijkse voedselvoorziening.

(3) De hele scheppingsorde ontlokt aan de naamloze psalmist vreugdevolle en vertrouwende lofzang (104:33). Er is maar een hint dat we tegen deze achtergrond aan God zouden moeten denken; we willen dat onze overdenking Hem behaagt (104:34).

En voor de slotzinnen van lofprijzing is er een stille herinnering dat ondanks de heerlijkheid en schoonheid van de scheppingsorde, de zonde dit meer tot oorlogsgebied gemaakt heeft dan tot een museum of een koor (104:35).


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 oktober uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 12 april 2012

God openbaart zich (Ps. 19)


Leviticus 16, Psalm 19, Spreuken 30, 1 Timotheüs 1

God is zo wonderlijk genereus in het bekendmaken van Zichzelf. Hij heeft zich niet op een terughoudende manier geopenbaard aan dit opstandige volk, maar in de natuur, door zijn Geest, in zijn Woord, in grote gebeurtenissen in de verlossingsgeschiedenis, in de instellingen die Hij gelastte om zijn plannen en aard te ontsluieren, zelfs in ons loutere bestaan. (We dragen het beeld van God, de imago Dei).

Psalm 19 toont twee van die manieren waarop God zichzelf vertoont.

De eerste is de natuur, of meer precies, een deel van de natuur, de hemelse heerscharen die door ons allen aanschouwd en genoten worden. ‘De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen; de dag doet sprake toestromen aan de dag, en de nacht predikt kennis aan de nacht’ (19:2-3).
Maar net zoals de oude volkeren, die ingewikkelde mythes bedachten om de zon, de maan en de sterren te verklaren, bedenken wij op onze beurt ingewikkelde ‘wetenschappelijke’ mythes om ze te verklaren. Natuurlijk is onze kennis van hoe de dingen werkelijk zijn meer geavanceerd en nauwkeuriger dan die van hen. Maar onze diepgewortelde filosofische toewijding aan de notie van willekeurig, doelloos, zinloos , toevallig, ‘in stationaire toestand’ ontstaan van alles is vreselijk verwerpelijk – alles om de veel meer voor de hand liggende conclusie te vermijden van een hoogverheven intelligente God die tot bijzonder wonderlijk ontwerp in staat is. Het bewijs is er; de hemelse heerscharen doen dagelijks ‘sprake toestromen’ en predikt nacht na nacht kennis.

De tweede manier is de ‘wet des Heren’: volmaakt, betrouwbaar, juist, zuiver, rechtvaardig, stralend, de ziel verkwikkend, de onverstandigen wijs makend, vreugde brengend aan het hart, eeuwigdurend, kostbaarder dan goud, zoeter dan honing, vermanend, rijke beloning belovend (19:8-12)
Ook hier slagen we er in om neer te halen en te doen verstommen wat God geopenbaard heeft. Grote geleerden investeren verspilde levens in het ondermijnen van zijn geloofwaardigheid. Veel mensen kiezen fragmenten en thema’s die snel een patroon uittekenen om ook de rest te elimineren. De stroom binnen onze cultuur brengt nieuwe epistemologieën of kennistheorieën voort die Gods woorden zodanig relativeren dat ze in niets nog onthullender zijn dan de brondocumenten van gelijk welke andere religie.

Het ergste is nog dat christenen zodanig weinig tijd en energie spenderen aan het leren van dat waarvan ze zelf claimen dat het het Woord van God is, dat de verzwakking wel vanzelfsprekend lijkt. Maar het blijft een onvoorstelbaar heerlijke openbaring.

Leviticus 16 schetst nog een andere manier van openbaring. God stelde genadig een jaarlijks ritueel in onder het oude verbond dat fundamentele principes naar voren brengt van hoe Hij is en wat aanvaardbaar is voor Hem. Schuldige zondaars mogen tot Hem naderen via een middelaar en een bloedig offer dat Hij voorschrijft: de grote Verzoendag is zowel een ritueel als profetisch (vgl. Heb. 9:11-10:18).

Beantwoord samen met de Psalmist: ‘Mogen de woorden van mijn mond en de overleggingen van mijn hart U welgevallig zijn, o HERE, mijn rots en mijn verlosser’ (19:15).


Eigen vertaling van de overdenking bij 12 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

donderdag 6 mei 2010

Foto's National Geographic



National Geographic publiceert op zijn site weer een reeks prachtige natuurfoto's.
Hier vind je ze.

"Lord of all creation
of water earth and sky
The heavens are your Tabernacle
Glory to the Lord on high"

maandag 10 augustus 2009

De schepping toont Gods grootheid





Randy Alcorn blogt over de schepping die verwijst naar Gods grootheid en schoonheid.
Hij gebruikt daarvoor prachtige foto's van National Geographic.

Omdat ik er niet in slaag om alle foto's hier te integreren, toch nog maar eens deze link naar het origineel.

Of bezoek de site van National Geographic.

Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. (Rom.1:20)