Posts tonen met het label Drieëenheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Drieëenheid. Alle posts tonen

zaterdag 15 maart 2014

De Zoon doet alles wat de Vader doet (Joh. 5)


Exodus 26; Johannes 5; Spreuken 2; Galaten 1
Een van de meest treffende Bijbelse passages over wat het betekent om te belijden dat Jezus Christus de Zoon van God is, is Johannes 5:16-30.

In een voorindustriële cultuur doet de meerderheid van de zonen wat hun vader doet. Een bakkerszoon wordt bakker, een boerenzoon wordt boer. Dit standpunt –zo vader, zo zoon – laat Jezus toe bij gelegenheid te verwijzen naar zijn eigen volgelingen als ‘zonen Gods’. Zo verklaart Jezus ‘Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden’ (Matt. 5:9 [in het Eng. ‘they will be called sons of God’]). Met andere woorden: God zelf is de ultieme vredestichter; daarom handelen mensen die vredestichters zijn in dit opzicht als God, en daarom kunnen ze op dit vlak ook bestempeld worden als ‘zonen van God’.

Dit is het soort functionele bewoording waarmee Jezus begint in Johannes 5:17. Wanneer Hij wordt aangevallen op grond van zijn ‘werken’ op de Sabbat, biedt Hij geen andere verklaring voor wat ‘Sabbat’ betekent, of suggereert Hij ook niet dat wat Hij deed geen ‘werk’ was maar een bepaalde daad van ontferming of noodzaak.

Veeleer rechtvaardigt Hij zijn ‘werken’ door te zeggen dat Hij slechts doet wat zijn Vader doet. Zijn Vader werkt (zelfs op de Sabbat, of de voorzienigheid zelf zou ophouden!), en dit is wat Hij ook doet.

Zijn gesprekspartners beseffen dat dit een impliciete aanspraak is op gelijkheid aan God (5:18).

Maar het is bijna zeker dat ze Jezus misverstaan in één opzicht. Ze denken dat de aanspraak godslasterlijk is, want het zou Jezus tot nog een andere God maken –en ze hebben het best wel bij het rechte eind als ze eraan vasthouden dat er slechts één God is. Jezus antwoordt met twee opmerkingen.

Ten eerste benadrukt Hij dat Hij functioneel afhankelijk is van zijn Vader: ‘de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen’ (5:19). Jezus is niet een ander ‘God-centrum’: Hij is functioneel ondergeschikt aan zijn Vader.

Maar ten tweede is deze functionele ondergeschiktheid zelf gegrond in het feit dat deze Zoon alles doet wat ook maar de Vader doet (5:19).
Christenen mogen dan in bepaalde opzichten ‘zonen Gods’ zijn; Jezus is daarin de unieke Zoon, dat ‘wat deze doet [de Vader, JL], dat doet ook de Zoon evenzo’. Als de Vader schept, dan doet de Zoon dit ook: de Zoon is zelfs de Vaders vertegenwoordiger in het scheppen (1:2-3).

In de volgende verzen wekt de Zoon, zoals de Vader, mensen op uit de dood, en is Hij de Vaders vertegenwoordiger in het laatste oordeel.
Moslims met beperkte kennis van de christelijke theologie denken dat de christelijke Drieëenheid bestaat uit God, Maria en Jezus: God had omgang met Maria en verwekte Jezus.

Ze beschouwen de idee als belachelijk en lasterlijk en ze hebben gelijk. Maar dit is niet waar wij aan vasthouden, noch wat de Schrift leert. Ik wenste dat ze Johannes 5 konden bestuderen. Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is.


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 24 september 2012

'De genade van de Heere Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen' (2 Kor. 13)

2 Samuël 20, 2 Korinthiërs 13, Ezechiël 27, Psalmen 75-76
In veel kerken overal ter wereld - hoewel in vergelijking met elders toch minder frequent in Noord-Amerika - spreekt de voorganger aan het einde van de dienst stil de twee woorden ‘de genade’ uit (Eng.: ‘The grace’).
Zij die samengekomen zijn weten dan dat dit een teken is voor de volledige gemeente om samen te bidden, waarbij ze het vers reciteren waaruit deze twee woorden afkomstig zijn: ‘De genade des Heren Jezus Christus, en de liefde Gods, en de gemeenschap des heiligen Geestes zij met u allen’ (2 Kor. 13:13).

De tekst is kort en eenvoudig en we lopen gevaar dat we er snel overheen lezen zonder erover na te denken.

(1) De drieënige God is de bron van deze zegeningen. Dit is op zichzelf opmerkelijk: het duurde niet lang vooraleer christenen als Paulus de implicaties zagen van wie Jezus is, en de implicaties van de gave van de Geest, voor hun kennen van God zelf. De volledige Godheid is betrokken in deze rijkelijk royale heilsoperatie die Gods gevallen beelddragers herstelt tot gemeenschap met hun Schepper.

(2) In de eerste twee zinsdelen zijn de ‘genade’ ongetwijfeld de genade die de Heer Jezus Christus geeft of voorziet, en de ‘liefde’ de liefde die God zelf over ons uitstort. Dit maakt het heel erg waarschijnlijk dat de derde bijzin ‘de gemeenschap van de Heilige Geest’ niet verwijst naar onze gemeenschap met de Geest, maar naar de gemeenschap die de Heilige Geest schenkt, mogelijk maakt of geeft.

De Heilige Geest is uiteindelijk de bewerker van de christelijke gemeenschap. We genieten christelijke gemeenschap met elkaar dankzij het werk van de Geest in elk van ons individueel en in ons allen gemeenschappelijk. Daarbij haalt Hij de focus van ons hart en ons denken weg van onszelf en de zonde, en richt die op aanbidding van God en verlangen naar heiligheid en vreugde in Jezus en zijn evangelie en leer. Zonder dergelijke transformatie zou onze ‘gemeenschap’, ons partnerschap in het evangelie, onmogelijk zijn.

(3) Op geen enkel moment mogen we ons ook maar verbeelden dat genade exclusief van Jezus komt, liefde exclusief van God de Vader, en gemeenschap exclusief van de Geest – alsof Jezus geen liefde zou kunnen geven of gemeenschap bewerken, de Vader geen genade zou kunnen aan de dag leggen enzovoort. In zekere zin komen genade, liefde en gemeenschap van de drieënige God.

Maar je zou genade duidelijk kunnen verbinden met de Heer Jezus, omdat zijn opofferende, plaatsvervangende dood aan het kruis voortkwam uit loutere genade; we zouden liefde duidelijk kunnen verbinden met God, omdat het volledige heilsplan voortkomt uit een wijs en liefhebbend hart van God, van wie er gezegd wordt ‘God is liefde’ (zie 1 Joh. 4:8 en de overdenking van 11 oktober); gemeenschap zouden we duidelijk kunnen verbinden met de Heilige Geest, aangezien het werk van transformatie dat ons samenbindt in het partnerschap van het evangelie zijn werk is.

Prijs God van wie alle zegeningen komen; prijs Vader, Zoon en Heilige Geest.


Eigen vertaling van de overdenking bij 24 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.