Posts tonen met het label Spurgeon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spurgeon. Alle posts tonen

vrijdag 10 februari 2012

Documentaire over C.H. Spurgeon

Een documentairefilm (van langer dan een uur) over C.H. Spurgeon, The People's Preacher - ofte: de prediker van het volk.



woensdag 23 februari 2011

Ook al is de criticus verkeerd, het praat onze trots niet goed

"Broeder, indien een mens verkeerd over je denkt, wees niet boos op hem. Want je bent slechter dan hij van je denkt.
Als hij je op een punt vals beschuldigt, wees toch tevreden. Want indien hij je beter kende zou hij misschien zijn beschulding aanpassen - en jij zou er niet beter uitkomen.
Als iemand je moreel portret schildert en het is lelijk, wees dan tevreden. Want het heeft nog slechts wat meer zwarte toetsen nodig, en het zou nog altijd dichter bij de waarheid aansluiten."

Charles Spurgeon, vrij vertaald. Gelezen bij Zach Nielsen; de bijhorende opmerking van C.J. Mahaney heb ik niet overgenomen maar is ook mooi en houdt een les in bescheidenheid in.
Oorspronkelijke bron voor het Spurgeon-citaat is een preek met de titel “David Dancing before the Ark because of His Election” en die is te lezen in 'The Metropolitan Tabernacle Pulpit Sermons, vol. 35'.

zondag 9 januari 2011

De verwarring van Spurgeon

"Ik vraag me vaak af, waarom sommigen van u komen om mij te horen zoals u doet; het brengt me in verwarring, want ik zie geen reden waarom u dat zou doen. Ik bied u geen amusement aan; ik vertel u geen grappige verhalen, maar ik probeer uw hart te breken met de hamer van het Woord. U komt en u gaat, toch krijgt u geen zegen voor zover ik kan zien; bent u er tevreden mee dat het altijd zo blijft? Als u dat bent, ik ben niet tevreden."

C. H. Spurgeon in "Het vullen van de maat van de ongerechtigheid."

Bron

maandag 25 oktober 2010

Niets brengt zoveel leven in mensen als een stervende Redder

De beste prediking is “Wij prediken Christus gekruisigd”.

Het beste leven is “Wij zijn gekruisigd met Christus”.
(…)

Hoe meer we leven terwijl we de onuitsprekelijke nood van onze Heer zien en verstaan hoe Hij ten volle onze zonden heeft weggedaan, hoe meer heiligheid we zullen voortbrengen.

Hoe meer we verblijven waar de kreten van Golgotha gehoord kunnen worden, waar we de hemel en de hel kunnen zien, allen bewogen door zijn wonderlijke lijden, hoe nobeler onze levens zullen worden.

Niets brengt zoveel leven in mensen als een stervende Redder.

Kom dicht bij Christus en draag de herinnering van Hem met je mee van dag tot dag en je zult rechtvaardige koninklijke daden stellen.

Kom, laat ons de zonde slaan, want Christus werd geslagen.

Kom, laten we al onze trots begraven, want Christus werd begraven.

Kom, laten we opstaan in nieuwheid van leven, want Christus is opgestaan.

Laten we één zijn met onze gekruisigde Heer in Zijn grote doel – laten we leven en sterven met Hem, en elke daad in ons leven zal zeer mooi zijn.


(Charles Spurgeon in een toespraak op 2 november 1884 - in het Engels gelezen bij Tony Reinke en vrij vertaald)

zaterdag 11 september 2010

Gewoon ik en mijn Bijbel



Justin Taylor blogt dat de gedachte van "Gewoon ik en mijn Bijbel" (lees erachter "en meer heb ik niet nodig") een onbijbelse gedachte is. Een paar quotes illustreren zijn punt. Hieronder heb ik ze vrij vertaald. In de originele post kun je ook doorklikken naar het bronmateriaal.
“Het lijkt vreemd dat sommige mensen die zo veel spreken over wat de Heilige Geest aan henzelf openbaart, zo klein zouden denken over wat hij aan andereen heeft geopenbaard.”
—Charles Haddon Spurgeon, Commenting and Commentaries (London: Passmore & Alabaster, 1876), 1.


“Traditie is de vrucht van het onderwijs door de Heilige Geest doorheen de eeuwen, waarin Gods volk heeft gezocht om de Schrift te verstaan. Dit is niet onfeilbaar, maar het kan ook niet zomaar genegeerd worden. En we verarmen onszelf als we het naast ons neerleggen.”
—J.I. Packer, “Upholding the Unity of Scripture Today,” JETS 25 (1982): 414


“De beste manier om een waarheidsgetrouwe verklaring van de Schrift te bewaren, zo beklemtoonden de hervormers, was om niet op een naïeve manier de onfeilbaarheid van de traditie te omarmen, of de onfeilbaarheid van het individu, maar om de gemeenschappelijke verklaring van de Schrift te erkennen.
De beste manier om trouw te blijven aan de tekst is om die samen te lezen, niet alleen met de kerken in onze tijd en plaats, maar met de bredere ‘gemeenschap van heiligen’ door de eeuwen heen.”
—Michael Horton, “What Still Keeps Us Apart?”

“Er is een ruw terrain af te leggen voor hen die constitutioneel niet in staat zijn om terug te grijpen naar de paden die uitgezet werden door wijze en geestvervulde cartografen van over de eeuwen heen.”
—Larry Woiwode, Acts (New York: HarperCollins, 1993).

maandag 24 mei 2010

Spurgeon leeft

"Iedere dwaas kan geld verdienen, maar er is een verstandig mens voor nodig om het uit te geven."

"...waarschijnlijk zouden wij, als we zulke goede christenen waren, als we behoren te zijn, nog niet half zo aardig gevonden worden door de wereld als nu."

"Ik vraag me vaak af, waarom sommigen van u komen om mij te horen zoals u doet; het brengt me in verwarring, want ik zie geen reden waarom u dat zou doen. Ik bied u geen amusement aan; ik vertel u geen grappige verhalen, maar ik probeer uw hart te breken met de hamer van het Woord. U komt en u gaat, toch krijgt u geen zegen voor zover ik kan zien; bent u er tevreden mee dat het altijd zo blijft? Als u dat bent, ik ben niet tevreden."

"U weet, geliefde toehoorders, en ik hoef het u nauwelijks te vertellen, dat een mens die bijna eerlijk is, een schurk is, en dat de mens die bijna een christen is, een onchristelijk persoon is. Er was een man die bijna werd gered uit een vuur, maar hij werd verbrand; er was iemand anders die bijna werd genezen van een ziekte, maar hij stierf; er was iemand die bijna gratie kreeg, maar hij werd opgehangen; en er zijn er velen in de hel die bijna gered werden."

"Ik hoor regelmatig dat personen worden aangespoord om hun hart aan Christus te geven, hetgeen een zeer juiste aansporing is, maar dat is niet het evangelie. Het evangelie komt voort uit iets dat Christus u geeft, niet uit iets dat u aan Christus geeft."

C.H. Spurgeon

vrijdag 2 april 2010

Wat maakte het kruis zo zwaar?




Mark Altrogge:

Toen Simon gedwongen werd om het kruis voor Christus te dragen, dan was al wat hij deed wat hout op zijn schouders tillen. Christus droeg oneindig veel meer.
"[Simon] droeg slechts het hout van [het kruis], hij droeg niet de zonde die het loodzwaar maakten. Christus droeg slechts het uitwendige kader over, de gewone balk. Maar de vloek van het kruis, die bestond uit onze zonde en haar straf, bleven op Jezus' schouders rusten.

Beste vriend, als je denkt dat je zoveel lijdt als voor een christen maar kan mogelijk zijn, als al Gods golven over je rollen, bedenk dan dat er niet één druppel toorn zit in je zee van zorgen. Jezus droeg de toorn. Jezus droeg de zonde" (Charles Spurgeon)

Laten we vandaag, op Goede Vrijdag, Jezus prijzen dat Hij het gewicht van onze zonde droeg opdat wij dat nooit zouden hoeven te doen. Elk kruis dat wij moeten dragen is daarmee vergeleken licht. Dank U, Jezus, voor het dragen van onze vloek!

(Gelezen bij Zach Nielsen, eigen vertaling)

zaterdag 23 januari 2010

Behoudenis is voor hen die ernst maken

27 Toen Jezus van daar verderging, volgden hem twee blinden die luidkeels riepen: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’ 28 En nadat hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar hem toe. Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’ 29 Daarop raakte hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’ 30 En hun ogen gingen open. Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: ‘Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!’ (Matt.9:27-30)


"Wij bemerken terstond, dat het de twee blinden recht ernst was. Het woord, hetwelk gebezigd wordt om hun aanroepen van Christus aan te duiden, is "roepende", en hiermee wordt niet een bloot spreken bedoeld, want zij worden voorgesteld als "roepende en zeggende." Met roepen nu wordt een ernstig, krachtig en gevoelvol aanhouden, smeken en pleiten aangewezen. Hun toon en gebaren gaven te kennen, dat het bij hen geen voorbijgaande inval was, maar een diepe hartstochtelijke kreet van het hart.

Stel uzelf in zulk een geval. Hoe begerig zoudt gij zijn naar het gezegende licht, indien gij jaren achtereen genoodzaakt waart geweest te verkeren in wat Milton noemt "het altijd durende duister". Zij waren hongerig en dorstig naar het gezicht.

Wij nu kunnen niet hopen op de zaligheid, tenzij wij deze met evenveel kracht zoeken, en toch, hoe weinigen maken ernst van hun behoudenis. Hoeveel naarstigheid betonen sommigen ten aanzien van hun geld, hun gezondheid of hun kinderen! Hoe vol vuur zijn zij ten opzichte 'van politieke en gemeentebelangen; maar op het ogenblik, dat gij het gesprek met hen brengt op zaken betreffende de ware godzaligheid, zijn zij zo koud als de sneeuw der poolstreken. O vrienden, hoe komt dit toch?

Verwacht gij behouden te worden, terwijl gij half in slaap zijt? Verwacht gij genade en schuldvergiffenis te ontvangen, terwijl gij volhardt in gevoelloze onverschilligheid? Zo ja, dan vergist gij u schromelijk, want "het koninkrijk der hemelen wordt geweld aangedaan, en de geweldigen nemen hetzelve met geweld".

Dood en eeuwigheid, het oordeel en de hel zijn geen zaken om mee te spelen; de eeuwige bestemming van de ziel is geen kleinigheid en de zaligheid door het dierbare bloed van Christus geen beuzeling. Men wordt niet behoed voor het verzinken in de bodemloze put door een onverschillige wenk of een knikken met het hoofd. Het mompelen van het "Onze Vader", of een haastig "Heere! wees mij genadig", zijn niet voldoende.

Deze blinden zouden blind gebleven zijn, was het er hun niet met ernst om te doen geweest geopende ogen te ontvangen; en op dezelfde wijze blijven velen in hun zonden, omdat het hun geen ernst is daaruit te ontkomen. Deze mensen waren volkomen wakker. Waarde toehoorder, zijt gij dat ook? Kunt gij met mij instemmen in deze twee versjes:
O Jezus, die voorbij ons gaat,
Gij, Koning, Priester en Profeet,
Merk op mijn droeve jammerstaat,
En hoor eens armen zondaars kreet:
Geneest de blindheid van mijn hart,
Verleen mij schuldvergiffenis,
Ik vind geen rust in al mijn smart,
tot mij 't gezicht geschonken is."



(Bron: de vraag van de Heere aan de twee blinden - CH Spurgeon)

vrijdag 1 januari 2010

Bezorgt Spurgeon je een gelukkig 2010?



Op de site van The Resurgence hebben ze een poging ondernomen om alle beschikbare literatuur van C.H. Spurgeon te bundelen en te linken.
De uitdaging: lees het allemaal in het komende jaar. Een goed voornemen waar je zeker goede vruchten van plukt.

Hier vind je de links.

zaterdag 19 december 2009

Is er nog geduld in stock?

"Geduld! We hebben er allemaal een grote voorraad van - tot we er nodig hebben. En dan blijken we er geen te bezitten. De man die werkelijk geduld bezit, is de man die beproefd is geworden."

(...)

"Beproeving is de steen die onze Heer Jezus gooit naar het voorhoofd van onze reusachtige trots, en geduld is het zwaard dat hem het hoofd afhakt."


Bron: C.H. Spurgeon over Jakobus 1:2-4:

"Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt. Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet."

vrijdag 18 december 2009

"Godzaligheid floreert meer op Golgatha dan op de Vesuvius"

"Streef toch niet naar sensatie en uiterlijke effecten. Tranen, zuchten, uitroepen, samenkomsten na de dienst en alle vormen van verwarring mogen dan wel voorkomen en kunnen gepaard gaan met oprechte godsdienstige gevoelens, maar laten we deze bijkomende zaken niet gaan bevorderen. Vaak gebeurt het dat bekeringen die door opwinding en enthousiasme bewerkt worden, later overgaan. Zij zijn als zekere insecten die het product zijn van een uitzonderlijk warme dag en weer vergaan als de zon ondergaat.

Sommige bekeerden zijn als salamanders in het vuur, die bij een gewone temperatuur de geest geven. Ik kan niet aarden in een godsdienstig klimaat dat hete harten voortbrengt. Geef mij maar de godzaligheid die floreert op Golgotha, meer dan zij op de Vesuvius zou doen. De beste ijver voor Christus gaat samen met het gezonde verstand en de rede. Het in verrukking raken, de hoogdravende taal en het fanatisme zijn producten van een andere ijver, die niet overeenkomt met verstand. Wij willen de mensen voorbereiden op de kamer van gemeenschap en niet voor de cel van het krankzinnigengesticht. Ik wil benadrukken dat voorzichtigheid geboden is, vooral als ik let op de schade die door zekere wilde opwekkingspredikers wordt aangericht."


Charles Sprurgeon (1834 - 1892)

(Bron)

vrijdag 20 november 2009

Bijna gered (met andere woorden: verloren)

"U weet, geliefde toehoorders, en ik hoef het u nauwelijks te vertellen, dat een mens die bijna eerlijk is, een schurk is, en dat de mens die bijna een christen is, een onchristelijk persoon is. Er was een man die bijna werd gered uit een vuur, maar hij werd verbrand; er was iemand anders die bijna werd genezen van een ziekte, maar hij stierf; er was iemand die bijna gratie kreeg, maar hij werd opgehangen; en er zijn er velen in de hel die bijna gered werden."


(C.H. Spurgeon in "Waarom sommige zoekenden niet gered worden", hier gelezen)

maandag 26 oktober 2009

Wie "zien" wij in de kerk?

"En ziet, er was een mens, die een dorre hand had.... Toen zeide Hij tot die mens: Strek uw hand uit; en hij strekte ze uit, en zij werd hersteld, gezond gelijk de andere." Matth. 12: 10, 13.

'Let wel op die uitdrukking. Jezus "kwam in hun synagoge. En ziet, er was een mens, die een dorre hand had." Er wordt als het ware aan de kant een merk gezet om aan te wijzen dat wij met een merkwaardig feit te doen hebben. Dat woord ziet is een soort van uitroep om de aandacht te trekken. "En ziet, er was een mens, die een dorre hand had."

Als er in menige vergadering één van de groten en machtigen uit het land binnentrad, zouden de mensen zeggen: "Ziet, daar is een hertog, of een graaf of een baron." Maar ofschoon er van tijd tot tijd ook wel enige groten waren in het gezelschap van onze Zaligmaker, vind ik geen uitroepen van verwondering over hun tegenwoordigheid, geen "ziet" door de evangelisten in de tekst ingelast, als om de aandacht op hun verschijning te vestigen.

Als er in een samenkomst der gemeente iemand kwam, die bekend was om zijn grote geleerdheid en buitengewone schranderheid, iemand, die zich een grote naam had verworven, er is geen twijfel aan of er zouden lieden zijn, die zeiden: "Weet gij wel, dat professor Wetenschap of Doctor Klassiek ook onder de dienst tegenwoordig was?" Velen zouden daar ook een "ziet" bij plaatsen en dat lang in hun geheugen bewaren.

Er kwamen ook wel geleerde personen, geleerd dan naar de maatstaf van die tijd, naar Christus luisteren, maar er wordt geen "ziet" geplaatst om de aandacht er op te vestigen, dat zij tegenwoordig waren. In de synagoge evenwel was een arme man, wiens hand verdord was. En nu worden wij opgeroepen om aan dat feit onze aandacht te schenken.'


Gedeelte uit een preek van C.H. Spurgeon, hier gelezen.
Via ICL (Internet Christian Library) vind je nog meer Nederlandstalige preken van Spurgeon.

vrijdag 18 september 2009

Spurgeon blogt



Af en toe verzorgde hij op God en Gebed al een bijdrage, maar nu treedt hij toe tot het vaste bloggersteam bij The Resurgence: C.H. Spurgeon.
Lees er hier meer over.

zaterdag 29 augustus 2009

De zegen van een kritische vriend

"Een gevoelige vriend, die je week na week niet zal sparen in zijn kritiek, zal een veel grotere zegen voor je zijn dan duizend bewonderaars zonder onderscheidingsvermogen - als je gezond verstand genoeg hebt om zijn behandeling te ondergaan en genade genoeg om er dankbaar voor te zijn."

Charles Spurgeon, Lectures to My Students (Hier gelezen)

maandag 17 augustus 2009

Spurgeon: "Predik Christus of ga naar huis"

Tony Reinke vermeldt een paar quotes van Spurgeon over diens stokpaardje: Christus prediken. Een preek waar Christus niet in zit, vergeleek hij met een brood zonder bloem. "Geen Christus in je preek, meneer? Ga dan naar huis en predik niet meer tot je iets hebt dat het prediken waard is". Ik heb 2 quotes vertaald, hier vind je de overige.
"Christus weglaten? O mijn broeders, je kunt dan maar beter de preekstoel helemaal weglaten. Als een man één preek kan geven zonder Christus' naam erin te vermelden, zou dit zijn laatste moeten zijn, zeker de laatste die ook maar enige christen van hem zou moeten gaan beluisteren".
Uit de preek: “A Prayer for the Church” (1867)

"Laat Christus uit je prediking en je zult niets doen. Adverteer eens over heel Londen, meneer de bakker, dat je brood bakt zonder bloem; zet het in iedere krant: "Brood zonder bloem" en je mag snel je winkel sluiten, want je klanten zullen zich naar andere handelaars spoeden. ... Een preek zonder Christus in zijn inleiding, midden en slot is een vergissing in ontstaan en een misdaad in uitvoering.
Hoe groots ook de taal, het zal slechts veel gedoe zijn over niets als Christus er niet in zit. En met Christus bedoel ik niet louter zijn voorbeeld en de ethische lessen uit zijn leer, maar zijn verzoenend bloed, zijn wonderlijk voldoen voor de zonde van de mens, en de grote leerstelling van 'geloof en leef'.
Uit de preek: “Christ the Glory of His People” (22 maart 1868)

zaterdag 27 juni 2009

Eerst spreken met God, dan pas met mensen

Antwoord mij als ik roep,
God die mij recht doet.
Geef mij ruimte als ik belaagd word,
wees genadig, hoor mijn gebed.

Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande,
is de schijn u lief, de leugen uw leidraad? (sela)
(Psalm 4:2-4)

Merk op dat David eerst tot God spreekt en dan tot mensen. We zouden zeker allen nog veel vrijmoediger tot mensen spreken indien we op een meer constante manier met God zouden spreken. Hij die voor Zijn Maker durft verschijnen, zal niet beven voor de zonen der mensen.

(Naar C.H. Spurgeon)

zaterdag 13 juni 2009

Klachten in marmer, zegeningen in zand

Christenen zijn geneigd om hun klachten in marmer te schrijven en hun zegeningen in het zand.
(C.H. Spurgeon)

Hoe snel vergeten we Gods werk. Laten we Hem prijzen voor al wat Hij voor ons deed.

zaterdag 2 mei 2009

Bij het afscheid van mémé (dankdienst 2 mei 2009)

Het was mémé's verlangen dat mensen het evangelie zouden horen. Zo bleek nog toen we een tijd terug voor haar opwekkingsliederen hadden gezongen, en ze droog zei: 'Je had dit beter in de eetzaal van het rusthuis gedaan, dan hadden de andere mensen dit ook gehoord".

“Gij zijt goed en goeddoende ...” staat er in Psalm 119:68

Toen de vrouw van George Mueller, Mary, in 1860 aan een ziekte overleed, stond deze christen zelf in voor de toespraak op haar begrafenis. Zijn tekst had 3 hoofdpunten:
- De Heer was goed en deed goed toen hij haar aan mij gaf
- De Heer was goed en deed goed toen hij haar zo lang bij me liet
- De Heer was goed en deed goed toen hij haar van me wegnam.


Wanneer we deze morgen bijeen zijn om afscheid te nemen van mémé (neem me niet kwalijk dat ik voortdurend over haar zal spreken als over mémé, dat is hoe ik haar kende), dan kan ik de 3 punten van George Mueller ook beamen:
- De Heer was goed en deed goed toen hij mémé aan ons gaf
- De Heer was goed en deed goed toen hij mémé zo lang bij ons liet
- De Heer was goed en deed goed toen hij mémé van ons wegnam.


Het is met dankbaarheid dat we naar de Heer opzien voor wat Hij heeft gegeven in het leven van mémé, en we bezingen graag zijn goedheid en genade tijdens deze dienst. We mogen een onwrikbaar vertrouwen hebben in de goedheid van God, geworteld in Jezus Christus, en mogen ons leven en dit verlies in dit licht bezien.

Ik wil voorlezen uit de Bijbel, Gods woord. Toen mémé nog gezond was, had ze de dagelijkse gewoonte opgebouwd om in de Bijbel te lezen. Als je op bezoek ging zag je vaak haar Bijbel open op verschillende plaatsen.
Mémé hield trouwens ook van de dagkalender Lichtstralen, met Bijbelse overdenkingen. Het was telkens met vreugde en beslist ook dankbaarheid weer een nieuw jaar te krijgen, dat ze elk jaar een nieuw exemplaar van de kalender mocht ophangen.

We lezen uit de 2e brief van Paulus aan de Korinthiërs, 2Kor.4:14-5:10

Immers, wij weten, dat Hij, die de Here Jezus opgewekt heeft, ook ons met Jezus zal opwekken en met u vóór Zich stellen. 15 Want het geschiedt alles om uwentwil, opdat de genade toeneme en door steeds meerderen overvloediger dank worde gebracht ter ere Gods.
16 Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd. 17 Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid, 18 daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.

1 Want wij weten, dat, indien de aardse tent, waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis. 2 Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden, 3 als wij maar bekleed, en niet naakt, zullen bevonden worden. 4 Want wij, die nog in een tent wonen, zuchten bezwaard, omdat wij niet ontkleed, doch overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven worde verslonden. 5 God is het, die ons juist dáártoe bereid heeft en die ons de Geest tot onderpand gegeven heeft.
6 Daarom zijn wij te allen tijde vol goede moed, ook al weten wij, dat wij, zolang wij in het lichaam ons verblijf hebben, ver van de Here in den vreemde zijn 7 – want wij wandelen in geloof, niet in aanschouwen – 8 maar wij zijn vol goede moed en wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen. 9 Daarom stellen wij er een eer in, hetzij thuis, hetzij in den vreemde, Hem welgevallig te zijn. 10 Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.


Dit gedeelte is geschreven door de apostel Paulus. Hij maakte heel wat mee. “Ik sterf dagelijks”, schreef Paulus. Zo beschreef hij ook in deze zelfde brief (hfdst 11:23 e.v.) hoe hij zeer overvloedig gewerkt heeft, in gevangenissen gezeten heeft, bovenmatig veel slagen kreeg, dikwijls in doodsgevaren verkeerde. Hij is driemaal met roeden geslagen, eenmaal gestenigd, heeft driemaal schipbreuk geleden, enz. Bovendien had hij niet alleen moeiten die van buiten kwamen (zoals ook honger en dorst, vasten, koude en naaktheid), maar overviel hem ook dagelijks de bezorgdheid over alle gemeenten Gods. Een dergelijk leven is mémé gelukkig grotendeels bespaard gebleven, hoewel ze ook de oorlog meemaakte, zorg gedragen heeft over haar familie en vrienden, en getrouw gezorgd heeft voor haar man, voor pépé, toen hij getroffen werd door Alzheimer. Ze zou daarna nog vele jaren alleen de weg gaan. Afscheid is in die laatste tientallen jaren het patroon geweest voor haar, die haar leeftijdsgenoten onder vrienden en familie een na een zag wegvallen.

Maar, schrijft Paulus, “Wij worden niet moedeloos”! (4:16)

In de tekst reikt hij 6 sterke redenen aan om niet moedeloos te worden. Ook al is onze uiterlijke mens in verval, sluipt de dood dichterbij om uiteindelijk effectief zijn intrede te doen, zoals dit ook bij het verouderen van mémé het geval was.
Paulus maakt duidelijk dat we niet kijken naar wat we zien, maar wel naar wat we niet zien. “Daar wij ons oog niet richten op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet.” (4:18). De dingen die we zien zijn tijdelijk, maar wat we niet zien is eeuwig. Hij geeft 6 concrete eeuwige dingen waarop we onze blik ook vandaag mogen vestigen.

1. Eeuwige glorie (heerlijkheid)

De kortstondige lichtheid van onze verdrukking bewerkt voor ons een uitermate uitnemend eeuwig gewicht van heerlijkheid. Niet dat Paulus zeer kort geleden heeft. Maar in vergelijking met de eeuwigheid is het vederlicht, is het als een pluimpje.
De tijd dat mémé zo bedlegerig was, mocht dan lang lijken, in vergelijking met de eeuwigheid die ze nu kreeg, is dit niets meer.
We kunnen zelfs over haar dood heen zien, naar wat voor eeuwig is. En dat is heerlijk, is glorieus. En hoe meer we hier gevormd worden door het lijden heen, hoe meer gewicht van heerlijkheid, van glorie we opsparen.
Lijden bewerkt glorie en vermeerdert het gewicht van heerlijkheid.

2. Een eeuwig lichaam

Paulus vermeldt het bij het begin van hoofdstuk 5. Ons lichaam hier is een tent. Een tijdelijke woning. Typisch voor de pelgrim, de man of vrouw op doorreis. Maar we krijgen straks een eeuwig lichaam, dat niet met mensenhanden is gemaakt, in de hemelen.
En in onze huidige tent zuchten we. En wie ouder wordt, merkt dat er dan inderdaad een bezwaard zuchten is, zoals Paulus het noemt in 5:2 en 5:4. Ook bij mémé was er soms een lichamelijk kreunen en steunen in de laatste jaren en vooral de laatste maanden.
En ook voorheen heeft ze best wel zorgen gekend. Toen ze huwde wist ze ook niet dat ze zoveel zorgen ging moeten geven aan haar man. En dat ze ook af en toe in het ziekenhuis zou belanden, en dan niet alleen om kinderen te krijgen. En toen ze kinderen kreeg, wist ze ook niet van de zorgen die de opvoeding met zich gingen brengen. Dan huwen je kinderen en denk je dat die zorgen voorbij zijn. Maar dan krijgen zij kinderen en worden je zorgen nog eens maal zoveel vermenigvuldigd. Zo hielden we wel eens problemen of ziekte wat achter voor mémé, omdat ze zich alles zo aantrok. Had je een kleine verkoudheid gehad en zij wist ervan, je mag er zeker van zijn dat ze er ging naar vragen de volgende keer dat ze je zag.
En dan heb ik nog niet gesproken over het zuchten van de zonde die zo makkelijk in ons hart en leven opduikt, zolang we hier op aarde zijn. Hoe vaak moeten we ons niet met tranen tot bij onze Heer begeven, omdat we weer gefaald hebben. Het is ook mémé niet vreemd. Zij wist zich geen zondeloze, maar hield van het lied Amazing Grace. Want ze wist zich ten volle een kind van Gods genade.
Maar niets van dit zuchten meer: de tent wordt omgeruild voor een perfect huis, Gods fijn maatwerk. Het huis dat God maakte is niet te vergelijken met wat we hier op aarde zien: het is onvergelijkbaar, prachtig en onvergankelijk.
Wat we vandaag mogen zien bij mémé is niet het einde van het leven, maar het begin van het leven zoals we het werkelijk willen leven: zonder ontgoochelingen, zonder pijn, zonder verdriet en teleurstelling, zonder zonde.

3. Een eeuwig plan

Kijk maar naar 5:5: Hij die ons hiertoe heeft bereid is God. Het heeft God niet overvallen, maar Hij heeft ons bereid, ons klaargemaakt, ons bewerkt naar zijn eeuwig voornemen.
Algemeen in de wereld lijkt het erop alsof met de dood het doel van je leven ten einde is. Maar wat lezen we eigenlijk hier? Dat God ons voor de eeuwigheid bereid heeft, klaargemaakt heeft. Het was altijd al in Gods gedachten om ons dat nieuwe verheerlijkte leven te geven, met een nieuw lichaam en zonder alle troep die we zelf maken en die anderen maken.
Toen de Heer in zijn boek, het boek van het leven, het boek van het Lam de naam Jeanne Vrielynck schreef, schreef Hij daar niet dat ze slechts 96 of bijna 97 zou worden, maar dat ze in eeuwige glorie bij Hem zou leven. Dat was zijn prachtige plan.
Kijken we dus naar de dood van een gelovige, dan zien we niet het einde van Gods plannen. We zien het begin van de vervulling van het eeuwige plan waarvoor God hem of haar van bij de start klaargemaakt heeft.

4. Een eeuwige relatie/gemeenschap

Vers 6 en vers 8 maken hier veel duidelijk. Zolang we hier op aarde in dit lichaam wonen, wonen we niet bij de Heer, zijn we nog afwezig. En we willen juist liever bij de Heer inwonen.
Hier op aarde is onze woning niet. Onze Vader, onze Redder en onze erfenis zijn in de hemel. Daar horen we waarlijk thuis.
Mémé hield er ontzettend van als de hele familie of toch zoveel mogelijk familie of vrienden en kennissen bij haar waren op de vaste afspraken: kerstfeestje, pasen, haar verjaardag.
Dat mag ze daar volop beleven met veel mensen die ze hier heeft losgelaten. Maar bovenal kent ze daar nu de volmaakte band met haar God die haar schiep en haar ten volle kent.
Voor wie Christus liefhebben is dit de volkomen vervulling van waar we voor gemaakt zijn.

5. Eeuwige vervulling

Die volkomen vervulling, eeuwige vervulling vind je eigenlijk ook in 5:9. Het is een groot verlangen van de gelovige om de Heer welbehaaglijk te leven, Hem welgevallig te zijn. Wij die geloven stellen daar een eer in. Want we hebben Christus lief en willen Hem geen pijn doen maar vreugde brengen. Zo vaak falen we daar in. Maar nu is die ambitie volkomen vervuld en leeft ze in tegenwoordigheid van de Heer, volledig tot lof en eer van Hem.
Geen teleurstelling meer, geen falen, geen gevoel van teleurstelling en geen schuld meer, maar nog slechts leven om Hem groot te maken.

6. Eeuwige beloning

5:10 ... Allen worden geopenbaard voor de rechterstoel van Christus. Wat heb je met je leven gedaan? Waar ging je hart naar uit? Wat we doen, toont waar ons hart is. Of het naar Christus uitging, of we Hem liefhadden. Hoe en wat mémé gedaan heeft voor de Heer, in het verborgen en in het openbaar, daar ontvangt ze nu de beloning voor. Niet in de vorm van eeuwig leven, want dat heeft de Heer voor haar verworven. Maar beloning voor wat ze gedaan heeft voor Hem en tot zijn eer. Van de giften die mémé soms gaf, tot de gebeden die ze uitgesproken heeft, tot de liefde die ze aan haar man gegeven heeft: ze krijgt er de beloning voor. Ook voor het feit dat ze ons voorgegaan is in het geloof, zoals Paulus ook schrijft aan Timotheus dat hij oprecht geloof vond bij zijn grootmoeder, moeder en bij hem. Zo ben ik persoonlijk mémé dankbaar voor de geestelijke erfenis die ze naliet voor ons die nog de weg gaan. Mede door haar hebben wij de Heer leren kennen.
Vandaag kijken we met dankbaarheid terug en heeft zij de beloning ontvangen.
Dank U Heer! Wij loven en prijzen uw wijsheid.

Om te besluiten nog een citaat uit “Christinnereis naar de eeuwigheid van John Bunyan:

Hierna verbreidde zich het gerucht dat Verdediger der Waarheid een oproep had ontvangen van dezelfde boodschapper, en hij ontving als teken, dat de boodschap echt was, dat de kruik aan de springader (=bron) gebroken wordt. (Pred. 12:6) Toen hij dit had verstaan, riep hij zijn vrienden bijeen en vertelde het hun. Daarna zei hij: Ik ga naar het huis mijns Vaders, en hoewel het mij zware strijd gekost heeft hier te komen, toch heb ik geen spijt van alle moeite, die het me heeft gekost. Mijn zwaard geef ik aan hem, die mij zal opvolgen in mijn pelgrimsreis en mijn moed en bekwaamheid aan hem, die ze kan hebben. Mijn littekens en schrammen draag ik met me mee als een getuigenis, dat ik de strijd gestreden heb van Hem, Die thans mijn Beloner wil zijn. Toen de dag was aangebroken, dat hij moest heengaan, vergezelden velen hem naar de oever van de rivier, die hij inging, zeggende: Dood, waar is uw prikkel? En toen hij dieper zonk, riep hij: Hel, waar is uw overwinning? (1 Cor. 15:55) Zo trok hij over en al de bazuinen maakten geschal voor hem aan de overzijde. (John Bunyan, de Christinnereis naar de eeuwigheid)

In het Engels staat er als laatste zin: And all the trumpets sounded. Toen mémé de hemel binnenging, dan schalden de bazuinen.

woensdag 29 april 2009

Spurgeon ziet gebed als het grotere werk

"Het is niet dat het gebed ons klaarmaakt voor de grotere werken; gebed zelf is het grotere werk."

(Charles Spurgeon)


“Prayer does not fit us for the greater works; prayer is the greater work.”