Posts tonen met het label Hebreeën. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hebreeën. Alle posts tonen

zaterdag 12 april 2025

Nieuwe mp3's in de bijbelstudiereeks over Exodus, onder meer over de ark doorheen het Oude Testament

Hieronder vind je de koppelingen naar audiofiles van recente bijbelstudies in de reeks over Exodus.

We gaan doorheen Exodus 25 en 26, maar leggen tegelijk de link naar de ark van het verbond doorheen het Oude Testament, naar Christus en het verzoendeksel en naar de Gelovige en het verzoendeksel.
In de derde studie zoomen we in op de tentkleden en andere materialen van de tabernakel.

Hieronder de link naar nog meer studies in deze Exodus-reeks:




zaterdag 25 januari 2025

Luister naar de lezing van Frederic Walraven over "De Heer Jezus als Middelaar"

Op vrijdagavond 24 januari gaf Frederic Walraven uit Hilversum (Nederland) in Menen een lezing in de reeks "De Heer Jezus als...".

Frederic behandelde het thema "Middelaar". Hij focuste daarin op Jezus als Middelaar van een nieuw verbond.

Foto IBCM Network

woensdag 6 maart 2019

Beluister de lezing over "Noach" door Raymond Hausoul

Op vrijdag 1 maart 2019 gaf Raymond Hausoul (Ieper) de 4e lezing in de reeks "Leven door geloof", gebaseerd op de geloofshelden uit Hebreeën 11.

Hieronder de audio en de presentatie.

>> Beluister de lezing over "Noach" (mp3) door Raymond Hausoul.





Op 29 maart geeft Maarten Hertoghs de slotlezing voor deel 1 van deze reeks, terug om 20 u. in CC De Steiger in Menen (Waalvest 1).
Titel van Maartens lezing: "Abraham"

Beluister ook eerdere lezingen uit de reeks

donderdag 31 januari 2019

Beluister de lezing van Philip Nunn over 'Henoch'



Op vrijdag 25 januari gaf Philip Nunn in CC De Steiger in Menen de 3e lezing in de reeks 'Leven door geloof', gebaseerd op de helden van het geloof uit Hebreeën 11.

>> Beluister nu de lezing: 'Henoch' door Philip Nunn (mp3)

Dit was de indeling van de lezing, zoals af te leiden uit de ppt:

1. Henoch wandelt 300 jaar met God

2. Henoch was een goede invloed op volgende generaties

3. Henoch behaagt God door zijn geloof

4. Henoch ontving woorden van God

Conclusie

dinsdag 22 januari 2019

Vrijdag lezing in Menen: Philip Nunn over "Henoch"

Vrijdag 25 januari kun je naar Menen voor opnieuw een lezing in de reeks 'Leven door geloof', gebaseerd op Hebreeën 11.

Spreker dit keer is Philip Nunn, zijn onderwerp is 'Henoch'.

Praktisch:

- Locatie: CC De Steiger, Waalvest 1 in Menen
- Iedereen is welkom
- Aanvangsuur: 20 u.

Meer weten over Philip Nunn? Bezoek www.philipnunn.com.

Eerdere audio uit deze reeks beluisteren? Gebruik het label "Leven door geloof"

Bron foto: Youtube

maandag 17 december 2018

Audio van de lezing over "Het geloof van Abel" door Jos Vanlede



Op vrijdag 14 december gaf Jos Vanlede uit Nieuwpoort in CC De Steiger in Menen een lezing in de reeks "Leven door geloof" (thema van de brief aan de Hebreeën).
Jos besprak het geloof van Abel.

>> Beluister de lezing "Het geloof van Abel" (Hebreeënbrief) - door Jos Vanlede

>> Bekijk de presentatie die bij de lezing hoort (pdf)

Eerder in deze reeks was er al de lezing door Ger de Koning, 'Wat is geloof?'

maandag 10 december 2018

Agenda: vrijdag lezing in Menen in de reeks "Leven door geloof"



Aanstaande vrijdag geeft Jos Vanlede in CC De Steiger in Menen de tweede lezing in de reeks "Leven door geloof", gebaseerd op de helden van het geloof uit Hebreeën 11.
Titel dit keer is "Abel". Iedereen is welkom, de toegang is gratis.
Aanvang: 20 u.

Beluister uit deze reeks ook de eerdere audio: Ger de Koning - "Wat is geloof"

vrijdag 2 november 2018

Beluister 'Wat is geloof?', lezing door Ger de Koning

Vrijdag 26 oktober ll. ging een nieuwe lezingenreeks van start in CC De Steiger in Menen: "Leven door geloof", gebaseerd op Hebreeën 11.
De inleidende lezing werd gegeven door Ger de Koning uit Nederland.

>>> Beluister 'Wat is geloof?', door Ger de Koning

Ger de Koning maakte van de gelegenheid gebruik om zijn website in de kijker te zetten. Op www.kingcomments.com kun je alle boeken raadplegen die hij schreef.
Op de website Oudesporen vind je ook heel wat audio van de Koning.

Bron foto

dinsdag 22 maart 2016

Jezus zingt: we volgen een zingende God

Psalm 22:23:
Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen,
in het midden van de gemeente zal ik U loven.
(NBG: … zal ik U lofzingen)

Hebr. 2:12 maakt duidelijk dat Jezus Christus degene is die hier zingt:

9 maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die voor korte tijd minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood zou proeven.
10 Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou heiligen.
11 Immers, zowel Hij Die heiligt als zij die geheiligd worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen,
12 want Hij zegt: Ik zal Uw Naam aan Mijn broeders verkondigen; te midden van de gemeente zal Ik U lofzingen.
13 En verder: Ik zal Mijn vertrouwen op Hem stellen. En vervolgens: Zie, Ik en de kinderen die God Mij gegeven heeft.
14 Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel gehad om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen,
15 en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.
De auteur van de Hebreeënbrief schrijft de woorden van Psalm 22 dus toe aan Jezus.
Deze Psalm begint eigenlijk met een schreeuw:
‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, bij de woorden van mijn jammerklacht’ (vers 2).
Jezus maakte deze schreeuw de zijne aan het kruis. Maar het gedeelte in Hebreeën toont ons dat de hele Psalm van Christus is.
Hebr. 5:7 drukt zelfs geloof uit terwijl het de situatie van Psalm 22:22 beschrijft en het ‘Verlos mij uit de muil van de leeuw … Gij hebt mij geantwoord’ vervuld ziet in Jezus:
‘Hij die tijdens zijn dagen in het vlees met sterk geroep en tranen zowel gebeden als smekingen geofferd heeft aan Hem die Hem uit de dood kon verlossen (en Hij is verhoord om zijn godsvrucht)’ (Hebr. 5:7)
Dus niet alleen de schreeuw van verlatenheid aan het begin, maar ook de eed van de overwinning op het hoogtepunt in Ps.22:23 zijn de woorden van de Heer.

Christus zingt ook in Rom. 15:8-13:
8 En ik zeg dat Jezus Christus een Dienaar van de besnijdenis is geworden ter wille van de waarheid van God om de beloften aan de vaderen te bevestigen,
9 en opdat de heidenen God zouden verheerlijken vanwege de barmhartigheid, zoals geschreven staat: Daarom zal ik U belijden onder de heidenen, en Uw Naam lofzingen.
10 En verder zegt Hij: Wees vrolijk, heidenen, met Zijn volk!
11 En verder: Loof de Heere, alle heidenvolken, en prijs Hem, alle volken!
12 En verder zegt Jesaja: De wortel van Isaï zal er zijn en Hij Die opstaat om heerschappij te voeren over de heidenen, op Hem zullen de heidenen hopen. (zie Opw. 618)
13 De God nu van de hoop moge u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest.


Paulus citeert in Rom. 15 uit Psalm 18:50:
49 Die mij bevrijdt van mijn vijanden;
ja, U verheft mij boven hen die tegen mij opstaan,
U redt mij van de man van geweld.
50 Daarom zal ik U, HEERE, loven onder de heidenvolken,
voor Uw Naam zal ik psalmen zingen.

51 Hij schenkt Zijn koning grote overwinningen
en bewijst goedertierenheid aan Zijn gezalfde,
aan David en zijn nageslacht tot in eeuwigheid.

Jezus zingt temidden de volken. Zijn zendingslied is een lofzang, terwijl Hij de volkeren oproept mee de lof te zingen van de naam van zijn Vader.
Vroeger gebeurde de lofzang in Jeruzalem, in de poorten van Gods huis. Het zingende volk van God riep de volkeren op om de Heer van de hele aarde te loven, wiens heil te zien was in Sion (Ps. 98:3-4). De profeten beschrijven hoe de volkeren toestromen om God in zijn stad te loven (Jes. 2:2-3 en Zef. 3:9-10).

In het Nieuwe Testament lijkt de richting omgekeerd. Jezus zendt zijn discipelen uit vanuit Jeruzalem naar de einden van de aarde (Mt. 28:18-19). Maar de lofzang blijft. Christus heeft alle macht in hemel en aarde. Hij gaat naar het hemelse Jeruzalem en roept de volkeren op om tot Hem te naderen met een lofzang voor de God van het heil (Hebr. 12:22-29).

Onze evangelisatie moet lofprijzend zijn. We zijn Gods heilige natie, een volk tot een eigendom ‘opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht’ (1 Petr.2:9b).

Wanneer we Gods wonderbaarlijke genade bezingen onder de volkeren, heft Jezus zelf de lofzang aan. We getuigen niet vanuit een defensieve of trotse houding, maar in de vreugde van de aanbidding. Zoals de herder die de Redder zagen en terugkeerden, ‘terwijl ze God verheerlijkten en prezen om alles wat zij gehoord en gezien hadden’ (Lk. 2:20).

-------------------------------------------------------------------------------
Waarom het een zegen is dat Christus zingt:
- Je zingt (ook en spontaan) als je hart blij is; Christus is de God die blij is in zichzelf en van zichzelf
- Je zingt alleen als je daar reden toe hebt; Christus is overwinnaar
- Je zingt voor als je vreugde wilt delen, je heft de lofzang aan in vertrouwensvolle omgeving; Christus midden de Zijnen
Alleen het christendom heeft een dergelijke rijke zangtraditie. Het zegt iets over de inhoud van dit geloof.


(deels gebaseerd op Edmund Clowney, 'Christ the singing Savior')

zaterdag 2 mei 2015

Van Hem wordt getuigd: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchisedek (Hebr. 7)

Numeri 9; Psalm 45; Hooglied 7; Hebreeën 7

In Volume 1 (overdenking voor 13 januari) dachten we na over de plaats van Melchisedek in Genesis en, door vooruit te grijpen, zijn plaats in de rest van de canon.

Hier en Hebreeën 7 kunnen we opnieuw nadenken over Melchisedek, dit keer kijken we hierbij achteruit. Ik zal focussen op enkele scharnierpunten in de gedachtegang in Hebreeën 7:11-28.

(1) In de voorafgaande verzen stelt de auteur dat Melchisedek groter was dan Abraham, en daarom groter dan Abrahams nakomeling Levi (aangezien de vader in de Hebreeuwse cultuur altijd superieur was aan de zoon). Zo was de priester Melchisedek historisch groter dan de priester Levi; in principe is het priesterschap van Melchisedek, als een instituut, superieur aan het Levitische priesterschap.

(2) Wanneer iemand de Oudtestamentische documenten achtereen doorleest, is het opvallend dat verschillende eeuwen na de Mozaïsche wet die Levieten als priesters aanstelde, God in Psalm 110 (Heb 5:6; 7:17, 21) aankondigt dat Hij een messiaanse figuur doet opstaan die priester is voor eeuwig naar de wijze van Melchisedek, niet van Levi (zie Vol. 1, de overdenking voor 17 juni).

(3) In principe kondigt een dergelijke belofte de afschaffing van het Levitische priesterschap aan. Het kan niet blijven. In Psalm 110 kondigt God door David aan dat het Levitische priesterschap vervangen zal worden door het priesterschap van Melchisedek.

(4) Dit betekent op zijn beurt dat er een verandering moet zijn in het wetsverbond dat gegeven werd aan de Sinaï. We zijn soms geneigd te denken dat de Wet in de eerste plaats om ‘moraliteit’ draaide, met een klein beetje religieuze ceremonie en wat andere dingen er bovenop. Indien dit juist zou zijn, dan zou het wetsverbond in grote lijnen onaangetast kunnen blijven wanneer het priesterschap verandert.

Maar dit is niet het argument van de Hebreeënbrief. Hier wordt ons verteld dat het Levitische priesterschap, verre van er maar bij te hangen, precies de basis van de wet was (7:11). Met andere woorden: in zekere zin vormen de ceremoniële functies van de wet de kern van zijn verbondsstructuur.

Dus moet er met de komst van een niet-Levitisch priesterschap ‘noodzakelijk ook een verandering van wet’ volgen (7:12; cf. 7:17-19), d.w.z. van het wetsverbond.

Dit suggereert op zijn beurt dat het niet de functie van de Mozaïsche wet was om een patroon van eredienst en een religieus raamwerk in te stellen dat geldt voor Gods volk voor altijd, maar dat de wet een onderdeel was van een patroon dat vooruitwees naar een nog grotere priester en naar het ultieme verbond.

Onvermijdelijk zijn er punten van continuïteit tussen het verbond van de Sinaï en het nieuwe verbond, maar de fundamentele verandering moet begrepen worden om te zien hoe de Bijbel samenhangt.

(5) Dit leidt naar het prachtige beeld in dit hoofdstuk van de volmaaktheid en finaliteit van Jezus als priester op de wijze van Melchisedek. Denk na over 7:23-25.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 mei uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 1 mei 2015

Kan een gelovige nog verloren gaan? (Hebr. 6)


Numeri 8; Psalm 44; Hooglied 6; Hebreeën 6

De passage over ‘afvalligheid’, Hebreeën 6:4-6 (vergelijk met 10:26-31) vormde in de loop van de geschiedenis het middelpunt van een aanzienlijk aantal theologische en pastorale disputen.

De kern van de vraag is of oprechte gelovigen hun redding kunnen verliezen. Sommige christenen antwoorden bevestigend, hoewel het moeilijk te verenigen valt met bevestigingen zoals bijvoorbeeld de ‘gouden ketting’ uit Romeinen 8:29-30 of de niet nader bepaalde beweringen van Johannes 6:39-40, 44. Sommige christenen hebben daarom gesuggereerd dat hetgeen Hebreeën hier ziet, niet gaat over het afvallen van eeuwig leven, maar afvallen van nuttige dienst.

Op het eerste gezicht is de taal van Hebreeën 6 en 10 strenger dan dit. Anderen stellen dat de waarschuwing louter hypothetisch of zelfs gunstig is – een instrument van genade dat garandeert dat gelovigen niet afvallig zullen worden.

Maar als we dit weten, is het moeilijk om de waarschuwing ernstig te nemen, want we krijgen op voorhand de verzekering dat de verzameling afvalligen een lege verzameling is – en dit maakt de waarschuwing lichtelijk bespottelijk en niet de bijzonder ernstige zaak waarvoor de auteur van de Hebreeënbrief ze aanziet.

Nog anderen argumenteren dat het Nieuwe Testament dan wel elders de volharding en de bewaring van de heiligen mag onderwijzen, maar dat hier verondersteld wordt dat sommigen zullen afvallen – en we moeten gewoon leven met die spanning, om maar niet te zeggen die tegenspraak.

Mijn eigen visie is dat de kwestie om twee punten draait, met een belangrijke pastorale implicatie. Ten eerste is het niet alsof Hebreeën één ding leert en Paulus en Johannes iets anders. Paulus smeekt christenen dat ze zichzelf zouden onderzoeken om te zien of ze in het geloof zijn (2 Kor. 13:5), maar dan stelt hij de gouden ketting op.

Johannes waarschuwt dat ranken van Christus (de ware wijnstok) afgesneden kunnen worden, maar benadrukt dat Christus al degenen zal bewaren die de Vader Hem gegeven heeft.

Daarom winnen we er niets mee als we Hebreeën 6 bijvoorbeeld tegenover Johannes stellen. Het gedeelte strookt telkens heel goed met één element in Johannes en Paulus.

Ten tweede moeten we ons afvragen of de individuele beschrijvingen (‘verlicht’, ‘de hemelse gave genoten hebben’, enz.) in Hebreeën 6 en 10 ons verplichten te denken aan ware christenen. Het antwoord op deze vraag is verbonden met onze theologie over bekering en over wat bedoeld wordt met ‘ware christen’.

Het Nieuwe Testament geeft veel voorbeelden van mensen die genoeg van Gods genade geproefd hebben om hun leven te veranderen en zich bij de zichtbare kerk te voegen, hoewel ze niet van de soort genade blijk geven die hen in staat stelt te volharden. Zelfs Hebreeën 3:6, 14 veronderstelt zoveel.

Onder een dergelijke ‘strakke’ definitie van een ware christen, valt niemand af. De vraag wordt dan: ‘Zul je volharden? Is je ervaring van genade zo licht dat je kunt wegwandelen van het kruis?’

Wat zijn de pastorale implicaties? De overdenkingen suggereren dat de Bijbel mooie bemoedigingen biedt aan de zwakken en wankelmoedigen, maar de openlijk opstandigen bedreigt met een ernstige toets van de oprechtheid van de belijdenis van hun geloof.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 mei uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 29 april 2015

Laten we dus alles op alles zetten om te kunnen binnengaan in die rust (Hebr. 4)


Numeri 6; Psalmen 40-41; Hooglied 4; Hebreeën 4

Hebreeën 3:7—4:11 bestaat uit een uitgebreide argumentatie. We kunnen kort samenvatten wat 3:7-19 zegt en dan de aandacht vestigen op Hebreeën 4:1-11.

De auteur van Hebreeën citeert Psalm 95:7-11 (Heb. 3:7-11), waarin je de Heilige Geest (3:7), de uiteindelijke auteur van de Schrift, eigenlijk hoort zeggen: ‘Als je vandaag zijn stem hoort, verhard dan jullie harten niet zoals jullie voorvaderen deden in Kadesh Barnea, toen ze voor het eerst het Beloofde Land naderden.

De meerderheid van de verspieders gaf een verslag in ongeloof, met als gevolg dat het verbondsvolk de volgende 40 jaren in de woestijn moest ronddolen in plaats van de rust in te gaan die hen beloofd was. Maar bega vandaag niet dezelfde vergissing. Als je de stem van God hoort, geloof en gehoorzaam – in tegenstelling tot het antwoord van jullie voorvaderen.’

Precies het volk dat God uit de slavernij had verlost waren de mensen die Hij veroordeelde tot ronddolen en omkomen in de woestijn. Zo moet het volk van God vandaag volharden in zijn geloof en gehoorzaamheid, en niet vallen in het ongeloof (4:19) van zijn voorouders.

Tot zo ver is het argument er een van analogie. Hebreeën 4 neemt ons veel verder mee. Indien God nog altijd rust belooft aan mensen in de tijd van Psalm 95, dan volgt daaruit dat de rust die het Beloofde Land bood nooit bedoeld was om de ultieme rust te zijn.

Want Jozua leidde het volk het land binnen, maar ‘indien Jozua hen in de rust gebracht had, zou Hij niet (meer) over een andere, latere dag gesproken hebben’ (4:8). Bovendien, wanneer God in zijn toorn zweert dat de generatie bij Kadesh Barnea nooit in ‘mijn rust’ (Ps. 95:11; Heb. 3:11; 4:3) zal ingaan, dan moet de aandachtige lezer zich afvragen wat deze ‘rust’ van God echt is.

God ‘rust’ voor het eerst aan het einde van de scheppingsweek (Gen. 2:2). Dit wordt een model voor de verbonds-sabbatsrust. Maar noch de sabbatsrust, noch de rust in het Beloofde Land vormen de ultieme rust, want hier in Psalm 95, ‘na zo lange tijd’ (4:7), nodigt God het volk nog altijd uit om zijn rust in te gaan, met de voorwaarde dat ze volharden in geloof (4:2, 11).

De ultieme rust, zo benadrukt de schrijver van Hebreeën, kan enkel het evangelie zijn, waarin mannen en vrouwen afzien van hun werken (zoals God rustte van zijn Schepping).

Alles van deze argumentatie hangt af van het feit of je de Bijbel in zijn heilshistorische voortgang leest, dit wil zeggen, of je hem leest als opeenvolgend langs zijn verhaallijn en opmerkt hoe de delen niet alleen samenhangen maar ook vooruitwijzen en vooruitgrijpen naar grotere dingen die nog moeten komen.

De argumentatie is er geen van analogie maar van typologie. Dit is wat ons oproept tot volharden in geloof en gehoorzaamheid; dit maakt deel uit van hetgeen het woord van God levend en krachtig maakt en scherp doet doordringen (4:12-13).


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 27 april 2015

Hij die heiligt en zij die geheiligd worden hebben een en dezelfde oorsprong (Hebr. 2)


Numeri 4; Psalm 38; Hooglied 2; Hebreeën 2

Occasioneel hebben we het theologisch belang van Jezus’ menselijkheid laten liggen. Dit is een van de belangrijke thema’s van Hebreeën 2.

Zowel degene die mensen heiligt – Jezus zelf – als de mensen die geheiligd worden, zijn van dezelfde familie. Dit is waarom Jezus zich niet schaamt ons broeders te noemen (2:11). Aangezien wij vlees en bloed hebben, deelde hij in onze menselijkheid (2:14) – wat natuurlijk impliceert dat dit iets was wat niet intrinsiek bij Hem hoorde, maar iets wat Hij diende aan te nemen (het eeuwige Woord ‘werd vlees’, Johannes 1:14).

Hij deed dit zodat Hij door zijn dood (iets wat Hij nooit had kunnen ondergaan als hij geen vlees en bloed had aangenomen) ‘hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren’ (2:14, 15).

Jezus nam niet de natuur van engelen aan (2:16 – wat aantoont dat Jezus niet een louter engelachtig wezen was). Hij werd wel een mens, een mens met een echte afstamming – het nageslacht van Abraham (2:16). Indien Hij moest dienen als een middelaar tussen God en mensen, ‘moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden’ (2:17 – wat veronderstelt dat Hij reeds in alle opzichten aan God gelijk was).

Dus ‘paste’ het Hem volkomen, dat God de Leidsman van onze behoudenis ‘door lijden heen zou volmaken’ (2:10). De idee is niet dat Jezus door het lijden een morele volmaaktheid bekomt die Hij anders had moeten ontberen, maar dat de volmaaktheid van zijn identificatie met ons afhing van zijn deelnemen in wat voor ons gemeengoed is, namelijk lijden.

De auteur van de Hebreeënbrief heeft al een hint gegeven rond het probleem dat Jezus kwam oplossen. Oorspronkelijk waren mensen gemaakt om Gods vice-bestuurders te zijn over de gehele schepping, een punt dat niet alleen gemaakt wordt door de scheppingsverslagen (Gen. 1-2) maar herhaald wordt in de superbe poëzie van Psalm 8 (geciteerd in Hebr. 2:6-8).

Maar zoals de auteur van de Hebreeënbrief aanduidt, zien we nog niet alles onder zijn voeten, zoals waar Genesis 1 en Psalm 8 naar uitzien.

Natuurlijk niet: de zondeval is er tussengekomen en de dood heeft zijn onveranderlijke tol geëist. Maar wat zien we? ‘Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken’ (2:9).

Het punt is niet precies dat Jezus de ‘mens’ is die gezien wordt in Psalm 8, alsof Hij profetisch beschreven wordt, maar dat Hij, door zijn missie, door zijn identificatie met ons en door zijn dood, Hij de eerste mens wordt die met dergelijke heerlijkheid en eer gekroond wordt, aangezien Hij vele zonen – een nieuwe mensheid – tot heerlijkheid voert.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 18 november 2014

De God van de vrede moge u toerusten tot elk goed werk (Hebr. 13)


1 Kronieken 11-12; Hebreeën 13; Amos 7; Lukas 2

De zegenbede van Hebreeën 13:20-21 nodigt ons uit om er langer over na te denken. Enkele opmerkingen:

(1) De teneur van het gebed is tweevoudig: ten eerste, dat God ‘u’ (de christen lezers) bevestige [HSV gebruikt het werkwoord ‘toerusten’] ‘in alle goed, om zijn wil te doen’; en ten tweede is het gebed dat ‘Hij aan ons doe, wat in zijn ogen welbehagelijk is’ (13:21, eigen cursief [merk op: HSV vermeldt in tegenstelling tot NBG en NBV niet de tegenstelling u/ons, maar gebruikt twee keer ‘u’].

Er ligt met andere woorden een geweldige nadruk op het doen van Gods wil, op het leven op een wijze die Hem welgevallig is. Hoewel het gebed voor christenen is, ligt de volledige focus op God en op wat Hem behaagt. Het belangrijkste gebed voor christenen is dat ze Gods wil doen, dat God in hen zal bewerken wat Hem behaagt.

(2) De verandering in persoon van ‘u’ naar ‘ons’ betekent niet dat de eerste voorbede alleen voor de lezers is en de tweede alleen voor de auteur. De ‘ons’ is bijna zeker inclusief, d.w.z. dat die zowel op de auteur als op zijn lezers slaat, en dus impliciet ook op christenen overal. De switch van ‘u’ naar ‘ons’ kan wel verklaard worden, althans gedeeltelijk, door de wens niet de indruk te wekken dat de auteur voor anderen bidt dat ze de wil van God zouden doen, zonder hetzelfde te bidden voor hemzelf.

(3) Er wordt naar God verwezen als ‘de God van de vrede’ (13:20). De verwijzing is niet in de eerste plaats naar psychologische vrede. De fundamentele vrede waarvan sprake (zoals de hoofdstukken 9—10 vooropstellen) is vrede met God – de verzoening van schuldige rebellen met hun Schepper en Verlosser. De auteur bidt tot de God die zondaars verzoent dat Hij hen zou toerusten zodat ze op één lijn zouden komen met Zijn wil.

(4) Van deze God staat geschreven dat Hij ‘onze Here Jezus (…) heeft teruggebracht uit de doden’ (13:20). Aan de ene kant is dit een nagenoeg aanhoudend Nieuwtestamentisch thema: God heeft Jezus uit de dood opgewekt. Maar deze passage vermeldt dat God dit deed ‘door het bloed van een eeuwig verbond’ (13:20). De verwijzing is naar Jezus’ bloed, naar Jezus’ dood, wat het nieuwe verbond inluidt (zoals de hoofdstukken 8-10 duidelijk maken) – en dit nieuwe verbond is niet een bepaald tijdelijk instrument, maar is ‘eeuwig’ in zijn bindende gezag.

Eerst lijkt het vreemd te denken dat God Jezus opwekt door Jezus’ bloed, door Jezus’ dood. Maar het punt is waarschijnlijk dat het eeuwige verbond, ingeluid door Jezus’ succesvolle dood, zijn volbrachte offer, zijn volmaakte verzoening, uitgedrukt in zijn overwinningskreet ‘Het is volbracht!’, het verbondsfundament vormt dat aanduidt dat het goed is voor God om Jezus op te wekken en Hem te rechtvaardigen.

(5) Jezus zelf is ‘de grote Herder van de schapen’. Veel beelden komen bij je op. God zelf beloofde dat Hij zijn volk zou ‘weiden’ als herder; Hij zou zelfs de Davidische koning zenden om deze rol te vervullen (Ez. 34). Bovenal geeft de Goede Herder zijn leven voor de schapen (Joh. 10, zie de overdenking van 20 maart). Het is dan nauwelijks verwonderlijk dat het gebed wordt gebracht ‘door Jezus Christus, aan wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid’ (13:21).


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 17 november 2014

'U bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God' (Hebr. 12)


1 Kronieken 9-10; Hebreeën 12; Amos 6; Lukas 1:39-80

De inspanningen van de auteur van de brief aan de Hebreeën om zijn lezers het transcendente belang van Jezus en het nieuwe verbond te doen vatten, tegenover het oude verbond dat God gaf bij Sinaï, brengen ons snel bij een nieuw en interessant contrast in Hebreeën 12:18-24.

Aan de ene kant zijn christenen ‘niet genaderd tot een tastbaar en brandend vuur (12:18) [in het Engels luidt het ook dat christenen niet zijn gekomen tot een berg die kan worden aangeraakt en die brandt met vuur: ‘have not come to a mountain that can be touched and that is burning with fire‘, JL]– de verwijzing gaat duidelijk naar de berg Sinaï wanneer God er neerdaalde en Mozes ontmoette.

De verschrikking van die theofanie wordt uiteengezet in zeer grafische bewoordingen. God zelf verklaarde ‘Zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het worden gestenigd’ (12:20). Zelfs Mozes ervoer diepgaande vrees (Deut. 9:19; Hebr. 12:21). Christenen zijn niet genaderd tot die specifieke berg.

Aan de andere kant zijn christenen tot een andere berg genaderd. Maar hier zet de auteur ons even op het verkeerde been. Eerst klinkt het alsof hij wil zeggen dat de berg die we naderen niet Sinaï is, verbonden met de woestijn en het geven van de Wet, maar de berg Sion, de plaats waar de tempel werd gebouwd in Jeruzalem, de zetel van het koningshuis van David. Maar dan wordt het plots duidelijk dat de tekst niet focust op het geografische en historische Sion, maar op zijn tegenbeeld: ‘de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem’ (12:22).

Je kunt heel wat zeggen over deze typologie, maar ik zal me beperken tot twee opmerkingen.

Ten eerste strekt ze zich uit naar andere Bijbelboeken. De typologie zelf is gebaseerd op de terugkeer uit de ballingschap. De hoop van de bannelingen was dat ze naar Jeruzalem zouden terugkeren. Jeruzalem werd het symbool van alles wat hersteld kon worden. Al in de literatuur van het Judaïsme uit de tweede-tempelperiode spreken Joden soms over ‘het nieuwe Jeruzalem’ of iets vergelijkbaars dat hemels, volmaakt is. Zo ook in het Nieuwe Testament. Paulus kan spreken over ‘het Jeruzalem dat boven is’ (Gal. 4:26). Het laatste boek van de Bijbel ziet het Nieuwe Jeruzalem uit de hemel neerdalen (Opb. 21).

Ten tweede, als christenen tot dit ‘hemelse Jeruzalem genaderd’ zijn, wat betekent dit dan in feite? Het betekent dat we door christen te worden nu zijn toegetreden tot de gemeenschap van hen die ‘vergaderd’ zijn voor de tegenwoordigheid van de levende God. Ons burgerschap is in de hemel; onze namen zijn ingeschreven in de hemel.

We sluiten aan bij de vreugdevolle bijeenkomst van ontelbare duizendtallen van engelen rond de troon. Kortom, we zijn gekomen ‘tot God, de Rechter over allen’; we hebben ons aangesloten bij de ‘geesten van rechtvaardigen die de voleinding bereikt hebben’ (Heb. 12:23).

Bovenal zijn we gekomen ‘tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond’ (12:24). Hier is de ultieme visie van wat het betekent om de ‘feestelijke en plechtige vergadering [of: ‘gemeenschap’, NBV] van eerstgeborenen’ te zijn (Heb. 12:23).


Eigen vertaling van de overdenking bij 17 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 16 november 2014

Vertrouw je God op zijn woord? (Hebr. 11)


1 Kronieken 7-8; Hebreeën 11; Amos 5; Lukas 1:1-38

Geloof heeft veel facetten. Sommige ervan duiken op in Hebreeën 11 – en ook wat geloof niet is.

(1) Niet een keer neemt ‘geloof’ de moderne betekenis aan van ‘religieuze voorkeur’ of ‘geloof zonder dat dit een basis vindt in feiten of waarheid’. Sciëntisme heeft onze wereld op dit vlak zodanig gebrainwasht dat we gemakkelijk over ‘geloof’ denken in deze zuiver subjectieve betekenis. Als je anderen vertelt wat je gelooft, dan vragen ze je niet naar wat je redenen zijn om te bepalen of je geloof al dan niet goed gefundeerd is. Er wordt automatisch aangenomen dat dergelijk geloof niet meer kan zijn dan religieuze voorkeur, waarvoor er per definitie geen werkbare criteria zijn.

(2) In dit hoofdstuk is geloof integendeel een bekwaamheid om te achterhalen wat objectief waar is. De auteur trekt de voorstelling niet in twijfel ‘dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is’ (11:3). Eerder betekent het voor hem dat we geen kant-en-klare manier hebben om het aan te tonen; we kunnen het waarheidsgehalte van zijn voorstelling alleen erkennen als de enige Persoon die erbij was ontsluiert wat er gebeurde – en wij Hem geloven.

Evenmin vind je bij de auteur enige twijfel over het feit of de christelijke vervulling, ‘alles waarop we hopen’ (11:1 [NBV]), eraan komt. Maar we kunnen het niet meten of inblikken of het bewijzen. We hebben heel goede redenen om de beloften van God te geloven met betrekking tot wat zal komen. Ons ‘geloof’ is zo een heerlijke, door God geschonken bekwaamheid die ons in staat stelt om zekerheid te hebben over de ‘dingen, die men hoopt’, en ‘bewijs der dingen, die men niet ziet’ (11:1).

(3) In bepaalde opzichten dan is dit geloof als het geloof van ‘de ouden’ (11:2). Want aan velen onder hen werden beloften gedaan over dingen die ze in hun leven niet zagen. Omdat ze de beloften van God geloofden en ernaar handelden, werden ze geroemd voor hun geloof. Zo handelde Abraham naar de belofte dat zijn nakomelingen overvloedig zouden toenemen en het land Kanaän zouden beërven. Hij maakte het in zijn leven niet mee, maar hij handelde ernaar.

De twaalf aartsvaders geloofden de belofte, Jozef zelfs zo sterk dat hij de Israëlieten instructies gaf om zijn lichaam mee te nemen wanneer ze uit Egypte trokken, hoewel dat vertrek nog eeuwen verder lag. Veel van deze beloften zijn al in vervulling gegaan; moeten wij - naar analogie hiermee - niet met vreugdevol geloof uitzien naar de vervulling van de beloften van God die nog openstaan?

(4) Dergelijk geloof krijgt niet alleen gestalte in hen die gemakkelijk gezien worden als overwinnaars (bijv. 11:32-35a) maar ook in hen die beschouwd worden als slachtoffers (11:35b-38). Of we nu behoren tot hen die geroepen zijn om koninkrijken te onderwerpen, gerechtigheid te oefenen, aan het scherpe zwaard te ontkomen of doden uit de opstanding terug te ontvangen, of anderzijds tot hen die gefolterd worden, hoon en geselslagen te verduren krijgen, of gevangenschap, armoede en een smadelijke dood, is helemaal van secundair belang. De vraag waar het om draait is of we God op zijn woord vertrouwen of niet.


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 15 november 2014

5 keer 'Laten wij … ' (Hebr. 10)

1 Kronieken 5-6; Hebreeën 10; Amos 4; Psalmen 148-150

Hebreeën 10 brengt veel van de eerdere thema’s uit dit boek samen, terwijl het een aantal nieuwe naar voren schuift. Het hoofdstuk markeert ook een overgang: vanaf 10:19 verandert de balans tussen uitleg en vermaning. Nu is er meer van het laatste en minder van het eerste.

We vinden de samenvatting van het voorafgaandelijke onderricht aan het begin van het hoofdstuk: ‘Want daar de wet [waarmee de auteur het volledige wetsverbond bedoelt, vooral zijn tabernakel, priesterlijke systeem en offeranden] slechts een schaduw heeft der toekomstige goederen, niet de gestalte dier dingen zelf, is zij nimmer in staat ieder jaar met dezelfde offeranden, die onafgebroken gebracht worden, degenen, die toetreden, te volmaken’ (10:1).

Integendeel, wij bezitten ‘volle vrijmoedigheid (…) om in te gaan in het heiligdom [niet het heilige der heiligen van de oude tabernakel of tempel, maar zelfs de tegenwoordigheid van de levende God] door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel’ (10:19-20).
Dit is de aanzet voor een rij van vijf ‘laten wij’-uitspraken.

(1) Laten wij toetreden (10:22 in NBG [of ‘laten we God dan naderen’ in NBV]). Omdat een offer voor ons is gebracht dat zodanig volmaakt en finaal is, laten we er dan gebruik van maken, en naderen tot deze heilige God ‘met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs’, precies omdat ons geweten is gereinigd.

(2) Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden (10:23). Wat Christus heeft verwezenlijkt op het kruis is de vervulling van de voorbeelden en voorzeggingen uit het Oude Testament, maar de climax van wat het inluidt is nog altijd toekomstig. Onze ultieme rechtvaardiging en verandering liggen nog voor ons. Maar deze hoop is al even zeker als de triomf van Christus effectief was, ‘want Hij, die beloofd heeft, is getrouw’ (10:23).

(3) En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken (10:24). We zijn niet op zoek naar de vervulling als geestelijke individualisten [of ‘lone rangers’]; christenen leven nu in de gemeenschap van de kerk en zullen dan leven in de gemeenschap van de hemelse stad.

(4) Verwoord in negatieve zin, laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten (10:25). Gewoon omdat sommigen vervallen in patronen van zich terugtrekken of onttrekken, is dit nog geen reden voor ons om hetzelfde te doen, als we werkelijk de grootheid van de redding vatten waaraan we deel kregen en de heerlijkheid die nog geopenbaard moet worden.

(5) Met andere woorden, laten we elkaar aansporen – zelfs zoveel te meer ‘naarmate gij de Dag ziet naderen’ (10:25). Iedereen zal van tijd tot tijd vermoeid raken, of vervallen in onrust of zelfgerichtheid. Als alle gelovigen zich daartoe verbinden dat ze elkaar zullen bemoedigen in het evangelie en in alles wat het schenkt en belooft, dan zal er veel minder individueel falen zijn, waartegen de auteur waarschuwt in de resterende verzen van het hoofdstuk.


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 14 november 2014

Het bloed en de as van dieren: geen definitief antwoord (Hebr. 9)

1 Kronieken 3-4; Hebreeën 9; Amos 3; Psalmen 146-147

Het rijke betoog van Hebreeën 9 zou ons verder kunnen voeren dan wat deze overdenking toelaat. Hier zal ik slechts enkele contrasten kunnen verduidelijken die de auteur schildert tussen de dood van talloze offerdieren in het Oude Testament, en de dood van Jezus die centraal staat in het nieuwe verbond.

Ten eerste steunt een deel van zijn betoog op wat hij tot hiertoe heeft gezegd. Als de tabernakel en het Levietische priesterschap al van in het begin slechts bedoeld waren als tijdelijke instellingen die het verbondsvolk enkele belangrijke lessen leerden en vooruitwezen naar de realiteit die zou komen met Christus, dan geldt hetzelfde voor de offers.

Dus vat de auteur zijn standpunt samen tot dit punt: het volledige systeem was ‘een zinnebeeld voor de huidige tijd: er worden daar gaven en offers gebracht die het geweten van degenen die ze opdragen niet tot volmaakte zuiverheid kunnen brengen; het gaat alleen om voedsel, drank en rituele wassingen, om bepalingen over uiterlijkheden die slechts gelden tot aan de nieuwe orde’ (9:9-10 [NBV]).

Ten tweede bewijst de herhaling van de offerandes zelf – bijvoorbeeld de offers gebracht op Grote Verzoendag –dat geen van deze offers een definitieve oplossing voor de zonde biedt. Er zal altijd meer zonde zijn, die ook weer meer offers vergt, met de priester die er altijd weer staat om nog maar eens een dier te doden en nog meer bloed te brengen. Vergelijk dit met Christus’ offer, dat één keer geofferd werd (9:6, 9, 25-26; 10:1 e.v.).

Maar het derde en meest belangrijke punt is de aard van het offer. Hoe kon het bloed van stieren en bokken werkelijk een oplossing brengen voor de zonde? De dieren zelf dienden zich niet vrijwillig aan voor deze slachtpartij; ze werden naar het altaar getrokken door hun eigenaars. De dieren verloren hun leven, maar ze waren maar zelden gewillige slachtoffers. Wat de ‘bereidheid’ betreft, waren het de mensen die eigenaar waren van de slachtofferdieren die iets verloren.

Natuurlijk was dit offersysteem door God zelf bepaald. Hij leerde daarmee dat zonde de dood vereist – en in de hele Bijbelse verhaallijn, dat een beter ‘lam’ zou nodig zijn. De zonden van het volk werden op die manier bedekt tot een dergelijk offer zou verschijnen. Maar het bloed en de as van dieren boden geen definitief antwoord.

Hoe anders is dan het offer van Jezus Christus! Van Hem staat geschreven dat Hij ‘door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft’ – dit wil niet zeggen ‘door de Heilige Geest’, maar ‘door [zijn eigen] eeuwige Geest’, een daad van de wil, een opperste daad van vrijwillige opoffering, de Zoon die instemt met het plan van de Vader. Daar was inderdaad een offer van ongeziene waarde, van onschatbaar belang. Dit is waarom zijn bloed, zijn leven dat met geweld en bij wijze van offer wordt gebracht, in staat is om ons bewustzijn te ‘reinigen van dode werken’, werken die leiden tot de dood, ‘om de levende God te dienen’ (9:14).


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 13 november 2014

'Wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning' (Hebr. 8)

1 Kronieken 1-2; Hebreeën 8; Amos 2; Psalm 145

Er is een thematisch verband tussen de eerste twee van bovenstaande Bijbelverwijzingen [afkomstig uit het Bijbelleesrooster van de negentiende-eeuwse Schotse predikant Robert Murray McCheyne, JL]. 1 Kronieken 1 en 2 begint met lange hoofdstukken van becommentarieerde genealogische informatie. Dit is niet het soort materiaal waar we ons meteen toe aangetrokken voelen. Toch bewerken geslachtsregisters veel dingen naast het voor de hand liggende optekenen van genealogische afstamming.

Mocht je de Bijbel helemaal doorlezen, zouden de namenlijsten op dit punt deels dienen als een terugblik: de beginjaren tot aan David, met 1 en 2 Kronieken die de lezer vervolgens meenemen tot aan het einde van het Davidische koningshuis.

De geslachtsregisters zetten in kort bestek enkele van de zijpaden uiteen die je anders makkelijk uit het zicht verliest wanneer je de verhalen gewoon op zich leest.

Hoe zijn de afstammelingen van Abraham verbonden met Noach? Abraham zelf had kinderen bij drie vrouwen: Hagar, Ketura en Sara. Waar eindigden zij? Natuurlijk is de genealogie niet bedoeld om volledig te zijn. Het is de weg wijzen naar Juda, naar het Davidische koningshuis.

En dit is het punt: er is beweging en verandering, er zijn ontwikkelingen en nieuwe verbonden, maar vanaf het begin is de verhaallijn van de Bijbel een eenduidig verslag dat evolueert in de richting van de Davidische lijn, en uiteindelijk in de richting van ‘de grotere Zoon van de grote David’ (zie de overdenkingen van 17 mei en 10 september).

In genre en klemtoon is Hebreeën 8 zeer verschillend van de geslachtsregisters van de openingshoofdstukken van 1 Kronieken. Toch overlapt een deel van de argumentatie in dit hoofdstuk met lessen uit 1 Kronieken. Op dit punt in Hebreeën betoogt de auteur dat de tabernakel (en, in principe, de tempel) ingesteld bij het verbond bij Sinaï, niet moet worden beschouwd als de finale uitdrukking van Gods wil voor de eredienst van zijn volk. Anders begrijpen we zijn doel verkeerd in de uitgestrektheid van de heilsgeschiedenis.

De auteur heeft al uitgebreid betoogd voor de superioriteit van het priesterschap van Jezus over het Levietische priesterschap (Heb. 5-7) – dit superieure priesterschap was zelfs al aangekondigd door de Oudtestamentische geschriften zelf.

Nu vestigt hij de aandacht op het feit dat het ‘heiligdom’ dat [of de ‘tabernakel’ die] in de woestijn wordt opgericht exact het ‘ontwerp’ [NBV] of ‘voorbeeld’ [NBG en HSV] volgde dat Mozes kreeg op de berg (8:5).

De reden hiervoor, zo betoogt de auteur, is dat het slechts een schaduw vormde van de realiteit. Er de ultieme realiteit van maken, zou betekenen dat je het verkeerd interpreteert.

Bovendien zouden lezers van de Hebreeuwse canon dit moeten weten. Deze tabernakel was verbonden met het Mozaïsche verbond. Maar eeuwen later, ten tijde van Jeremia, beloofde God dat er een nieuw verbond zou komen (8:7-12).

‘Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning’ (8:13). Het inluiden van het nieuwe verbond verwijst niet enkel de tabernakel van het oude verbond naar het verleden, maar toont ook de eenheid van de Bijbelse verhaallijn, hoe divers ook de stromen – want de verschillende stromen vloeien samen in Jezus.


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.