Posts tonen met het label dienen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dienen. Alle posts tonen

maandag 8 februari 2016

Wanneer acht de goudsmid het goud zuiver?

Op een dag namen we de kinderen mee naar een goudsmid om hem het goud te zien verfijnen op de oude manier van het Oosten. Hij zat naast een klein kolenvuur. ("Hij zal zitten, het zilver smeltend en reinigend", Mal. 3:3 - de goud- of zilversmid verlaat nooit zijn kroes eens die op het vuur staat).

In de rode gloed lag een gewone gebogen dakpan; een andere dekte die af als een deksel. Dit was de kroes. Daarin lag het middel, gemaakt van zout, tamarindevrucht en verbrand baksteenstof, en daarin ingebed was er het goud.

Het middel doet zijn voorziene werk aan het goud, "dan vreet het vuur eraan", en de goudsmid heft het goud eruit met een paar tangen, laat het afkoelen, wrijft het tussen zijn vingers, en wanneer hij niet tevreden is, doet hij het weer in een nieuw middeltje.

Dit keer blaast hij het vuur heter dan voorheen, en elke keer hij het goud in de kroes doet, wordt de hitte van het vuur opgedreven; "Eerst kon het deze hitte niet aan, maar nu kan het dit wel; wat het toen zou vernietigd hebben, helpt het nu".

"Hoe weet je wanneer het goud gezuiverd is?", vroegen we hem.

Hij antwoordde: "Wanneer ik er mijn gezicht in kan zien (in het vloeibare goud in de kroes), dan is het zuiver"

― Amy Carmichael, in 'Gold Cord'




Ook nog van Amy Carmichael is deze mooie quote:
"Je kunt geven zonder lief te hebben, maar je kunt niet liefhebben zonder te geven"


Bron: goodreads.com

maandag 20 januari 2014

Het leven en de dood van Christus vormen de maatstaf voor leiderschap (Mt . 20)

Genesis 21; Matteüs 20; Nehemia 10; Handelingen 20
In de negentiende eeuw schreef Lord Acton al dat macht corrupt maakt en dat absolute macht absoluut corrupt maakt. De stichters van de Amerikaanse Republiek zouden het daarmee niet oneens zijn geweest. Dit is een van de redenen waarom ze een overheid samenstelden met aanvullende controles en waarborgen tussen de drie staatsmachten [de zgn. ‘checks and balances’]. Ze wilden niet dat één tak teveel macht zou krijgen, omdat ze wisten dat er vroeg of laat corruptie zou binnensluipen.

Dit is ook een van de belangrijkste redenen waarom ze een grondwettelijk gemandateerd democratisch kiesstelsel wilden. Het was niet omdat ze vertrouwden op de wijsheid van mensen als collectief – hun geschriften tonen dat ze klamme handen kregen bij de gedachte om teveel macht te geven aan volksstemming.

Maar ze wilden een mechanisme waarbij je mensen kon wegstemmen en vervangen door andere. Op die manier kon niemand die aan de macht was buitensporig veel macht verwerven: vroeg of laat zou hij er zonder bloedvergieten gewoon kunnen uitgegooid worden.

Jezus verstaat de aard van macht in alle lagen van de regering: ‘Gij weet, dat de regeerders der volken heerschappij over hen voeren en de rijksgroten oefenen macht over hen’ (Mat. 20:25).

Het is spijtig te moeten zeggen, maar kerkelijke macht kan net zo goed corrupt zijn. Dit is waarom Jezus voor een radicaal ander paradigma [of model] staat: ‘Zo is het onder u niet. Maar wie onder u groot wil worden, zal uw dienaar zijn’ (20:26-27).

Het is van vitaal belang voor een gezonde kerk dat we dit gedeelte goed verstaan. Drie overwegingen kunnen de betekenis helpen scherpstellen.

Ten eerste is het ultieme voorbeeld op dit vlak de Heer Jezus zelf, die ‘niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen’ (20:28). Dit is niet slechts een grootse tekst over de plaatsvervangende aard van de verzoening die Jezus bewerkte toen Hij stierf aan het kruis (vergelijk 20:17-19), maar de tekst beklemtoont ook het feit dat het leven en de dood van Jezus de maatstaf moeten vormen voor christelijk leiderschap.

Ten tweede betekent een slaaf worden van allen heel uitdrukkelijk niet dat leiders slaafs, dwaas, onwetend of alleen maar aardig moeten zijn – niet meer dan Jezus’ leiderschap en offer door dergelijke onbekwaamheid werden gekenmerkt.

Ten derde betekent het wel dat christelijk leiderschap op een verregaande manier zelfverloochenend zal zijn ten behoeve van anderen, naar het ultieme voorbeeld van de zelfverloochening van Christus voor anderen.

Daarom moet de kerk of gemeente geen mensen tot posities van leiderschap verhogen die veel van de noodzakelijke gaven hebben voor het hoge ambt, maar falen op dit punt. Om bijvoorbeeld leiding te geven of te onderwijzen moet je de gave van leiderschap of onderwijs bezitten (Rom. 12:6-8). Maar je moet net zo goed uiterst toegewijd zijn aan principiële zelfverloochening ten behoeve van broers en zusters in Christus, of je bent ongeschikt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 5 december 2013

Heer, hier is uw pond, dat ik in een doek weggeborgen en bewaard heb (Lk. 19)

2 Kronieken 5:1-6:11; 1 Johannes 4; Nahum 3; Lukas 19
Op zich kunnen we de gelijkenis van de tien ponden (Lukas 19:11-27) makkelijk begrijpen. Wat een grotere uitdaging vormt is de manier waarop ze wordt omsloten – dit wil zeggen, hoe ze wordt ingeleid en hoe ze eindigt.

(1) Het verhaal zelf beschrijft een edelman die naar een ver land reist om er tot koning te worden gezalfd. Het beeld zal niet vreemd zijn geweest: de Herodessen reisden bij gelegenheid naar Rome om bij Caesar hun status te bekomen of te verzekeren.

Voor zijn vertrek vertrouwt de edelman tien ponden, een aanzienlijke som geld, toe aan zijn dienstknechten, mogelijk een pond voor elk van hen. Bij zijn terugkeer (nu als koning), ontdekt hij dat zijn dienstknechten met wisselend succes zijn omgegaan met zijn geld. De gelijkenis vertelt ons niet voor elke dienstknecht wat de opbrengst is, maar rapporteert over representatieve gevallen.

Een van hen heeft tien ponden verdiend, een groei van 1000 procent; een andere vijf ponden, een groei van 500 procent. Elk wordt overvloedig beloond, maar in verhouding met de groei. Eén dienstknecht geeft slechts het pond terug dat hem was gegeven.

Zijn excuus is dat hij bang is voor zijn meester, want hij kent hem als een streng mens. De rest van het verhaal wikkelt zich dan verder af.

Mogelijk moeten wij er als hedendaagse lezers aan herinnerd worden dat de dienstknechten geen werknemers waren die konden vertrekken wanneer ze wilden of hun diensten konden staken onder vakbondsregelingen. Ze waren slaven die hun meesters hun best mogelijke inspanningen verschuldigd waren. Vandaar de straf voor de onverantwoordelijke slaaf.

(2) Maar het verhaal eindigt met een lang gezegde: ‘Ik zeg u, aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden, en hem, die niet heeft, zal ontnomen worden ook wat hij heeft. Doch die vijanden van mij, die niet wilden, dat ik over hen koning werd, brengt hen hier en slacht ze voor mijn ogen’ (19:26-27).

De laatste dienstknecht heeft niets qua groei; alles wat hij ‘heeft’ is de gift die hem was toevertrouwd voor het welzijn van een ander. De dienstknechten van de koning zijn verantwoordelijk om te werken voor de winst van hun meester. Doen ze dit niet, dan betonen ze zich opstandige dienstknechten, helemaal geen betrouwbare dienstknechten. Dan zijn ze nauwelijks beter dan de vijanden die het koningschap van hun meester uiteindelijk weerstaan.

(3) Dit moet allemaal vervat worden in het verwachtingspatroon dat wordt gecreëerd door het openingsvers (19:11). Jezus vertelt deze gelijkenis als een antwoord aan degenen die ‘meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond openbaar zou worden’.

Maar dit is niet zo, benadrukt de gelijkenis: de meester gaat weg om een koninkrijk in ontvangst te nemen; sommige mensen haten de idee; zelfs zijn dienstknechten verschillen in hun trouw en vrucht, en sommigen blijken valse dienstknechten.

Zij die werkelijk toegewijde slaven zijn van Koning Jezus zullen werken en proberen de bezittingen van hun meester te verbeteren, terwijl ze verlangend uitzien naar zijn terugkeer.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 1 maart 2013

'Als de Here het toestaat' (1 Kor. 16)


Exodus 12:21-51; Lukas 15; Job 30; 1 Korinthiërs 16

In de dramatische momenten van zijn leven wordt Paulus geleid door tussenkomst van een bepaalde openbaring. Waar we soms overheen kijken is hoeveel van zijn dienstwerk het resultaat is van planning, instructie, pastorale inschattingen, zelfs onzekerheden – veel zoals bij onze bediening het geval is.

In 1 Korinthiërs 16 vertelt Paulus de Korinthiërs over zijn reisplannen (16:5-9). Hij wil hen niet meteen ontmoeten, op zijn weg naar Macedonië, en slechts een tussenstop maken. Het ligt veeleer in zijn bedoeling om eerst naar Macedonië te trekken, en dan zal hij ‘misschien’ voor een tijd bij de Korinthiërs verblijven, of er zelfs de winter doorbrengen (wanneer het onveilig was om op de Middellandse Zee te varen). ‘Ik hoop enige tijd bij u te blijven’, schrijft Paulus, ‘als de Here het toestaat’ (16:7).

Vooraleer echter scheep te gaan voor een deel van deze reis, is de apostel van plan om nog wat langer in Efeze te blijven, ‘want mij is een grote en machtige deur geopend en er zijn vele tegenstanders’ (16:9). Met andere woorden, hij heeft nog altijd heel wat dienstwerk op de plank in deze grote stad.

Er is duidelijk onzekerheid in Paulus’ plannen, maar hij probeert de volgende paar maanden van zijn dienst vorm te geven op manieren die het best zullen bijdragen tot de verspreiding van het evangelie en tot het welzijn van Gods volk.

De volgende twee korte paragrafen (16:10-12) suggereren dat de bewegingen van Timotheüs en Apollos al evenmin volkomen voorspelbaar waren, hoewel in beide gevallen Paulus de Korinthiërs van informatie voorziet die bepaalde eventualiteiten omvat.

Bovendien ontdek je hoe Paulus de Korinthiërs in de eerste paragraaf (16:1-4) instrueert om vooruit te plannen in hun geven. De ‘inzameling’ die Paulus vermeldt is een project om de arme christenen in Judea te helpen. Hij weet dat als de Korinthische gelovigen pas zullen beginnen geld inzamelen wanneer hij opduikt, zij weinig zullen geven.

Trouw, regelmatig geven, weggelegd ‘elke eerste dag der week’ (wanneer christenen samenkwamen voor gemeenschappelijke aanbidding, bemoediging en onderwijs), zou verzekeren dat een aanzienlijke som kon bijeengebracht worden.

Natuurlijk kon geld in die tijd nog niet elektronisch overgemaakt worden; iemand zou het persoonlijk moeten overbrengen. Paulus wil dat de Korinthiërs daarvoor mannen kiezen waar ze zelf achter staan, en hij zal voor hen introductiebrieven voorzien voor de leiders in Jeruzalem. Hij zou zelfs met hen kunnen meegaan.

Dit soort regelingen kon elke hint naar financiële onbetamelijkheid van de kant van de apostel voorkomen. Ook in dit geval is er duidelijk sprake van zorgvuldige, godvrezende, wijze planning en een aanmoediging voor de Korinthiërs om hetzelfde te doen.

Vandaag bestaat er een vorm van zweverige ‘spiritualiteit’ die wil wachten voor expliciete leiding voor elke beslissing, die een zin als ‘als de Here het toestaat’ gebruikt als een schijnheilige smoes . Dit was niet de visie van Paulus, en het zou ook niet de onze mogen zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 30 augustus 2012

'Hij, die mij beoordeelt is de Here' (1 Kor. 4)



1 Samuël 23, 1 Korinthiërs 4, Ezechiël 2, Psalm 38

Paulus heeft de Korinthiërs in 1 Korinthiërs 3 verteld hoe ze dienstknechten van Christus niet mogen zien. Ze mogen geen enkele specifieke dienstknecht van Christus als een groepsgoeroe beschouwen, want dat zou impliceren dat andere dienstknechten minderwaardig zijn. Wanneer elke groep binnen de gemeente haar eigen christelijke goeroe heeft, brengt dit twee kwaden met zich: onnodige verdeeldheid binnen de gemeente, en een bedilzieke verwaandheid die oordeel uitspreekt over wie er waard is om een goeroe te zijn en wie niet. Paulus benadrukt dat alles wat God voor de kerk heeft in een Paulus of een Apollos of een Kefas rechtmatig toekomt aan de hele gemeente (3:21-22).

Bij het begin van 1 Korinthiërs 4 gaat Paulus verder met de Korinthiërs te vertellen hoe ze dienstknechten van Christus dan wel moeten zien: ‘als dienaren van Christus, aan wie het beheer van de geheimenissen Gods is toevertrouwd’ (4:1). Het woord dat wordt weergegeven als ‘geheimenissen’ (of ‘geheimen’ in NBV) betekent niet ‘mysterieuze dingen’ of ‘dingen die alleen de elite van de uitverkorenen kan leren’. Het woord wordt vaak weergegeven als ‘mysteries’ in onze oudere vertalingen.
In het Nieuwe Testament verwijst het meest naar iets dat God in het verleden in een bepaalde mate omsluierd hield, verborgen, of geheim, maar nu overvloedig duidelijk maakt in Christus Jezus.

Kort gezegd, deze ‘dienstknechten van Christus’ werd het evangelie toevertrouwd – alles wat God duidelijk gemaakt heeft in de komst van Jezus Christus.
Zij die dit vertrouwen kregen moeten hun trouw bewijzen tegenover degenen aan wie zij verantwoording afleggen (4:2). Om die reden weet Paulus dat het van weinig belang is hoe de Korinthiërs hem zien; en hoe hij zichzelf ziet speelt ook al geen grote rol (4:3). Paulus weet dat het belangrijk is om een rein geweten te bewaren voor de Heer.
Maar het is mogelijk om een rein geweten te hebben en toch aan veel dingen schuldig te zijn, omdat het geweten geen perfect instrument is. Het geweten kan verkeerd geïnformeerd zijn of verhard. De enige persoon wiens oordeel absoluut correct is, en van ultiem belang, is de Heer zelf (4:4).

Hieruit volgt dat de Korinthiërs zichzelf niet mogen aanstellen als rechters over alle ‘dienstknechten van Christus’ die Christus stuurt. Wanneer de Heer terugkomt, zal de finale afrekening duidelijk worden. Op dit punt zegt Paulus: ‘En dan zal God het zijn die ieder de lof geeft die hem toekomt’ (4:5 NBV) – een wonderlijke gedachte, want het lijkt erop dat de uiteindelijke Rechter meer bemoedigend en positief zal blijken dan vele menselijke rechters.

Er blijft ruimte in de gemeente voor onderscheidingsvermogen en oordeel: zie de overdenking van morgen! Maar er zijn altijd hordes critici die ‘gaan boven hetgeen geschreven staat’ (4:6) met wettische tests op het vlak van hun eigen chagrijnige afsplitsing, waarbij ze zichzelf verbinden aan hun goeroes en de rest verachten. Ze denken vaak dat ze profetisch zijn, waarbij hun aanspraken dicht komen bij het zich toe eigenen van Gods plaats.


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 16 juni 2010

Geroepen tot de dienst?

Als Dr. David P. Murray de vraag beantwoordt of je geroepen bent tot het dienstwerk, heeft hij het specifiek over het fulltime werk van een pastor. (Natuurlijk zijn we allen geroepen als voltijds werker voor Christus.) Murray geeft een korte checklist, ik citeer er enkel de hoofdtitels uit:

1. Heb je een heilig verlangen (1 Tim. 3:1)?

2. Heb je een karakter dat lijkt op dat van Christus?

3. Ben je geestelijk rijp (1 Tim. 3:6)?

4. Bezit je de noodzakelijke gaven (1 Tim. 3:1-7; Titus 1:6-9)?

5. Kun je ervaring aantonen?

6. Kunnen anderen achter je kandidatuur staan?


(Hier lees je de volledige post)

vrijdag 7 mei 2010

Hoe ontdek ik mijn geestelijke gave?

De 5 hoofdpunten uit een blogpost door Juan Sanchez, op de Gospel Coalition Blog. Hieronder geredigeerd/samengevat.

Eerst nog wat opmerkingen vooraf: eigenlijk stel je de verkeerde vraag. Gavenlijstjes zijn voorbeelden, en niet bedoeld om alle gaven weer te geven.
Bovendien: eenmaal je denkt ontdekt te hebben 'dit is mijn gave', zou het kunnen beperken hoe, waar en wanneer je dient. Maar dit kan niet de bedoeling zijn. Alsof iemand met de gave van leraar niet zou moeten meehelpen opruimen bij een activiteit omdat hij leraar is.

De juiste of betere vraag is: hoe kan ik het lichaam, de gemeente, dienen?

Naar 1Kor.12 kun je stellen dat we de Geest vertonen wanneer we elkaar dienen in geloof en liefde (1Kor.12:7 + 1Kor.13:1-3). Hoe dienen we elkaar in geloof en liefde?

1. Ontdek welke hulp het lichaam nodig heeft

Bijbelse noden, noden in dienstwerk, in het dienen ... Vraag de gemeenteleiding welke nood zij zien in je gemeente.

2. Eens je de nood van het lichaam ziet, BID!

Bid voor arbeiders in de oogst. Bid ook voor wijsheid voor de gemeenteleiding in het besturen van deze werken. Vraag de Heer of Hij je roept tot werk op een van de verschillende terreinen.

3. Vraag jezelf af: wat doe ik graag?

Waarom denken we dat je je slecht zou moeten voelen bij het doen van de wil van de Heer? Als de Geest ons heeft toegerust en we groeien in genade, dan zullen we ons verblijden in het dienen van de Heer en het lichaam met die specifieke gaven.
Natuurlijk kunnen er ook terreinen zijn waar ik niet echt enthousiast over ben, maar die wel belangrijk zijn. Misschien zijn er ook wel bepaalde capaciteiten die je kreeg van de Heer (neem bijv. boekhouding) waarvoor je niet enthousiast bent omdat je ze al elke dag gebruikt in je job. Dien het lichaam. Normaal gesproken zal het een vreugde zijn.

4. Zoek godvrezende raad - van oudsten/leiding, mentors, kringleiders, enz.

Mature christenen met wie je veel tijd doorbrengt zullen je aan het werk zien en om je geven. Ze zullen een meerwaarde vormen in bevestigen of ontkennen of je al dan niet een bepaalde gave hebt op specifieke terreinen. Luister naar hen, het is wijs.

5. Dien! Zit daar maar niet!

Elk kreeg gaven voor het gemeenschappelijk welzijn. Gebruik ze dus (1Petr.4:10-11)
In het dienen mag je vreugde vinden, de leiders kunnen bevestigen wat ze zien en jij zult een van de terreinen ontdekt hebben waarvoor de Geest je heeft toegerust om het lichaam op te bouwen in liefde. Stel je voor! Je hebt je gaven ontdekt terwijl je aan het werk was. Zit daar niet te wachten, doe iets. Mag de Heer ons bevrijden van het denken als consument.