Posts tonen met het label hemel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hemel. Alle posts tonen

dinsdag 19 januari 2016

Voor altijd ongehinderd bij God komen

"In de nieuwe hemel en nieuwe aarde zullen we ook leven in een nieuw Jeruzalem. In de Schrift wordt dat beschreven als in de vorm van een kubus (Opb. 21:9-16). Dit detail is belangrijk omdat het Heilige der Heiligen in de tempel van het oude verbond ook als een volmaakte kubus was, en Ezechiël voorzag dat de nieuwe tempel een volmaakte kubus zou zijn (2 Kron. 3:8; Ez. 41:4).

Met andere woorden, ons thuis, het nieuwe Jeruzalem, zal het nieuwe Heilige der Heiligen zijn. Onze toegang tot de Heer zal ongehinderd zijn, heel anders dan onder het oude verbond waarbij alleen de hogepriester het Heilige der Heiligen kon betreden. We zullen Gods aangezicht zien, hetgeen de grootste vooralsnog onvervulde zegen van het nieuwe verbond is (Opb. 22:4)."

Vrij vertaald uit Tabletalk, uit de overdenking van 31 december 2015, pag. 62.

dinsdag 30 december 2014

Voor altijd in de onafgebroken schittering van zijn tegenwoordigheid (Opb. 21)


2 Kronieken 35; Openbaring 21; Maleachi 3; Johannes 20

Eindelijk bereiken we de climax van de verlossing (Opb. 21). In zijn laatste visioen ziet Johannes ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’ (21:1). Enkele opmerkingen:

(1) De afwezigheid van een zee (21:1) is geen beschrijving van de hydrologische principes van de nieuwe hemel en nieuwe aarde. Zoals we al eerder opmerkten is de zee symbolisch voor chaos, de oude orde, dood. En zo is de zee verdwenen.

(2) Johannes ziet ook ‘de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God’ (21:2). We moeten dit nieuwe Jeruzalem niet lokaliseren binnen de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Ze zijn twee behoorlijk onderscheiden beelden van de finale realiteit, twee manieren om de ene waarheid af te beelden – een beetje zoals de Leeuw en het Lam in Openbaring 5, waar er wel twee dieren zijn, maar slechts één Jezus naar wie deze twee dieren verwijzen.

Eén manier om te denken over de finale heerlijkheid is om ze voor te stellen als een nieuw universum, een nieuwe hemel en aarde; een andere manier om ze te zien is als het Nieuwe Jeruzalem – met veel dat aan dit laatste beeld vasthangt.

(3) Maar nog een derde manier om de eindvervulling te zien is om te focussen op het bruiloftsmaal van het Lam (21:2, 9; vgl. 19:9)—en hier is de bruid het Nieuwe Jeruzalem. De metaforen zijn zeer mooi met elkaar gemixt. Maar iedereen begrijpt dat de vervulling volmaakte intimiteit zal met zich mee brengen tussen de Heer Jezus en het volk dat Hij heeft vrijgekocht.

(4) Ongetwijfeld liggen de volmaaktheden van het Nieuwe Jeruzalem zo ver buiten onze ervaring dat het moeilijk is om ze ons voor te stellen. Maar een manier om ze te vatten is door negatie: we moeten verstaan welke lelijke dingen verbonden met zonde en verderf er niet aanwezig zullen zijn: ‘de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan’ (21:4).

(5) De stad is op zichzelf een sociale realiteit. De vervulling is niet een plaats van geestelijkheid op je eentje. Evenmin zijn alle steden zo slecht als ‘Babylon’, de moeder van de hoeren (hoofdstuk 17, zie de overdenking van 26 december).

Deze stad, het Nieuwe Jeruzalem, wordt op veel symbolische manieren beschreven om haar mysterie en heerlijkheid voor te stellen – te veel om hier uiteen te zetten.

Maar merk op dat zij is opgebouwd als een perfecte kubus. Dit weerspiegelt al evenmin zijn architectuur, als de afwezigheid van een zee de ultieme hydrologische organisatie verraadt.

De kubus is symbolisch: er staat slechts één kubus in het Oude Testament, en dat is het Heilige der Heiligen van de tempel, waar alleen de priester één keer per jaar mocht binnengaan, terwijl hij bloed bracht voor zijn eigen zonden en voor de zonden van het volk.

Nu is de volledige stad het Heilige der Heiligen: in de eindvervulling bevindt iedereen van Gods volk zich te allen tijde in de onafgebroken schittering van zijn heerlijke tegenwoordigheid.


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 6 maart 2013

We krijgen een eeuwige, niet door mensenhanden gemaakte woning in de hemel (2 Kor. 5)


Exodus 17; Lukas 20; Job 35; 2 Korinthiërs 5

Dingen zijn nooit zo goed als ze zouden kunnen zijn. En als ze dan al voor een kort moment zo goed zijn als je je kunt inbeelden, als je dan voor even lijkt de nectar van het leven zelf in te zuigen met elke ademtocht die je in je hebt, dan weet jij net zo goed als ik dat dergelijke hoogtes niet kunnen blijven duren.

Morgen ga je terug naar je werk. Je kunt je job graag doen, maar hij brengt druk met zich mee. Jouw huwelijk mag misschien dicht bij het idyllische aanleunen, maar in een donkere bui vraag je je misschien af hoeveel je niet wilt en kunt delen met je echtgenoot. De warme westenwind die je haar streelt verandert in een tornado die je huis vernielt. Een van je ouders wordt getroffen door de ziekte van Alzheimer; een van je kinderen sterft.

Er valt zoveel te genieten rond je, maar als je begint de kauwen op de filet mignon die je kinderen voor je verjaardag gekocht hebben, denk je aan de miljoenen die elke dag sterven van de honger. Er valt niet te ontkomen aan de harde realiteit dat, hoe wondermooi je ervaringen in deze gebroken wereld ook zijn, anderen lijden onder ervaringen die veel schadelijker zijn, en jij zelf kunt ook nooit geloven dat wat je meemaakt volkomen ideaal is.

Die rusteloosheid is voor ons welzijn. Het is een ontwerpkenmerk dat hoort bij onze samenstelling, bij onze aard als schepselen die gemaakt zijn naar het beeld van God. We zijn gemaakt om de eeuwigheid te bewonen; door constitutie weten we dat we behoren bij iets beters dan een wereld (hoe mooi ook bij momenten) die overspoeld wordt door zonde.

Paulus begrijpt dit punt volkomen (2 Korinthiërs 5:1-5). Hij kijkt vooruit naar de tijd waarin ‘de aardse tent’ (ons huidige lichaam) zal worden afgebroken, en weet dat ‘wij een gebouw van God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis’ (5:1) – ons opstandingslichaam. ‘Want hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de hemel overkleed te worden’ (5:2). Niet dat we wensen dit sterfelijke kleed uit te trekken en willen bestaan in een naakte onsterfelijkheid: dat is niet onze ultieme hoop, ‘omdat wij niet ontkleed, doch overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven worde verslonden’ (5:4).

Dan voegt Paulus eraan toe: ‘God is het, die ons juist dáártoe bereid heeft en die ons de Geest tot onderpand gegeven heeft’ (5:5). God heeft ons voor zijn doel gemaakt, d.w.z. voor het doel van opstandingsleven, voor ons verzekerd door de dood van zijn Zoon.

Bovendien heeft God ons, in afwachting van de heerlijke vervulling van leven, al zijn Geest gegeven als een onderpand, een soort voorafbetaling van de ultieme erfenis.

Geen wonder dan dat we zuchten in afwachting en ontdekken dat onze zielen rusteloos zijn in deze tijdelijke verblijfplaats die de doodstraf over zich draagt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 31 december 2012

'Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij' (Opb. 22)


2 Kronieken 36, Openbaring 22, Maleachi 4, Johannes 21
De eerste twee van onze bovenvermelde lezingen voor deze laatste dag van het jaar brengen hoop.

De eerste, 2 Kronieken 36, schetst de uiteindelijke val van Jeruzalem. De Babyloniërs maken de stad met de grond gelijk en de leidinggevende burgers worden tussen 1000 en 1300 kilometer van huis weggevoerd. Maar de slotverzen vergunnen een glimp van hoop. Babylon heeft niet het laatste woord. Decennia later neemt het Perzische rijk over en wordt het de supermacht in de regio, en koning Cyrus staat de terugkeer van de bannelingen naar Jeruzalem en de bouw van een nieuwe tempel toe.

Historisch gezien hanteerden de Perzen dit beleid voor alle volken die de Babyloniërs weggevoerd hadden: allemaal kregen ze toestemming naar huis terug te keren. Maar de kroniekschrijver ziet de toepassing van dit beleid voor Israël terecht als hoogste bewijs van de hand van God, en een nieuwe fase in de heilsgeschiedenis die de vervulling van al Gods beloften zou brengen.

De hoop die geschetst wordt in de tweede lezing, Openbaring 22, is van een hogere orde. De openingsverzen vervolledigen het gezicht van Openbaring 21. De zegen van de eindvervulling draait om zaken als deze: het water van het leven vloeit vrijelijk vanuit de troon van God en van het Lam; alle gevolgen van de vloek worden uitgewist; Gods volk zal voortdurend zijn aangezicht zien, dit betekent dat ze voor altijd in zijn tegenwoordigheid zullen zijn; er zijn geen cycli meer van nacht en dag – opnieuw is de les moreel, niet astronomisch, d.w.z.: er zullen geen cycli meer zijn van goed en kwaad, van licht en duisternis, want ieder zal leven in het licht van God.

Gezien de loutere goedheid en heerlijkheid van dit voortdurende gezicht vol symboliek van de vervulling en de triomf van de verlossing, wordt de rest van het hoofdstuk grotendeels gebruikt om de lezer te verzekeren van de volkomen betrouwbaarheid van dit gezicht, en daarom van het absolute belang te horen bij hen ‘die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad’ (22:14).

Ziehier dus de ultieme hoop, in die zin ultiem dat als iemand zich dit maal afkeert, er geen hoop meer is. Er is alleen een angstig uitzien naar de uiteindelijke toorn. We zijn nog zover niet, zegt de auteur, maar de climax is niet meer veraf, en wanneer die komt zal het te laat zijn.

De opgewekte en verheerlijkte Jezus, de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster (22:16) verklaart plechtig: ‘Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naar dat zijn werk is. Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde’ (22:12-13).


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 30 december 2012

Voor altijd in de onafgebroken schittering van zijn tegenwoordigheid (Opb. 21)



2 Kronieken 35, Openbaring 21, Maleachi 3, Johannes 20
Eindelijk bereiken we de climax van de verlossing (Opb. 21). In zijn laatste visioen ziet Johannes ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’ (21:1).

Enkele opmerkingen:

(1) De afwezigheid van een zee (21:1) is geen beschrijving van de hydrologische principes van de nieuwe hemel en nieuwe aarde. Zoals we al eerder opmerkten is de zee symbolisch voor chaos, de oude orde, dood. En zo is de zee verdwenen.

(2) Johannes ziet ook ‘de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God’ (21:2). We moeten dit nieuwe Jeruzalem niet lokaliseren binnen de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Ze zijn twee behoorlijk onderscheiden beelden van de finale realiteit, twee manieren om de ene waarheid af te beelden – een beetje zoals de Leeuw en het Lam in Openbaring 5, waar er wel twee dieren zijn maar slechts één Jezus naar wie deze twee dieren verwijzen.

Eén manier om te denken over de finale heerlijkheid is om ze voor te stellen als een nieuw universum, een nieuwe hemel en aarde; een andere manier om ze te zien is als het Nieuwe Jeruzalem – met veel dat aan dit laatste beeld vasthangt.

(3) Maar nog een derde manier om de eindvervulling te zien is om te focussen op het bruiloftsmaal van het Lam (21:2, 9; cf. 19:9)—en hier is de bruid het Nieuwe Jeruzalem. De metaforen zijn zeer mooi met elkaar gemixt. Maar iedereen begrijpt dat de vervulling volmaakte intimiteit zal meebrengen tussen de Heer Jezus en het volk dat Hij heeft vrijgekocht.

(4) Ongetwijfeld liggen de volmaaktheden van het Nieuwe Jeruzalem zo ver buiten onze ervaring dat het moeilijk is om ze ons voor te stellen. Maar een manier om er bij te komen is door negatie: we moeten verstaan welke lelijke dingen - verbonden met zonde en verderf - er niet aanwezig zullen zijn: ‘de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan’ (21:4).

(5) De stad is op zichzelf een sociale realiteit. De vervulling is niet een plaats van geestelijkheid op je eentje. Evenmin zijn alle steden zo slecht als ‘Babylon’, de moeder van de hoeren (hoofdstuk 17, zie de overdenking van 26 december).

Deze stad, het Nieuwe Jeruzalem, wordt op veel symbolische manieren beschreven om zijn mysterie en heerlijkheid voor te stellen – te veel om hier te kunnen uiteenzetten. Maar merk op dat hij opgebouwd is als een perfecte kubus. Dit weerspiegelt al evenmin zijn architectuur, als de afwezigheid van een zee de ultieme hydrologische organisatie verraadt.

De kubus is symbolisch: er staat slechts één kubus in het Oude Testament, en dat is het Heilige der Heiligen van de tempel, waar alleen de priester één keer per jaar mocht binnengaan, terwijl hij bloed bracht voor zijn eigen zonden en voor de zonden van het volk.

Nu is de volledige stad het Heilige der Heiligen: in de eindvervulling bevindt iedereen van Gods volk zich te allen tijde in de onafgebroken schittering van zijn heerlijke tegenwoordigheid.


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 11 juli 2012

Ik zal mijn God psalmzingen, zolang ik nog ben (Ps. 146)



Jozua 14-15, Psalmen 146-147, Jeremia 7, Mattheüs 21

Psalm 146 gaf inspiratie voor liederen in vele talen. Isaac Watts (1674-1748) schreef een lied dat grotendeels door deze Psalm geïnspireerd was. Dit lied is wijdverbreid in het Verenigd Koninkrijk; jammer genoeg is het bijna onbekend in Noord-Amerika. Dus is het de moeite waard om het hier vandaag als overdenking op te nemen:

Oorspronkelijke tekst in het Engels:

I’ll praise my Maker while I’ve breath;
And when my voice is lost in death,
-- Praise shall employ my nobler powers.
My days of praise shall ne’er be past,
While life, and thought, and being last,
-- Or immortality endures.

Happy the man whose hopes rely
On Israel’s God! He made the sky,
-- And earth, and sea, with all their train.
His truth forever stands secure;
He saves the oppressed, he feeds the poor,
-- And none shall find his promise vain.

The Lord gives eyesight to the blind;
The Lord supports the fainting mind;
-- He sends the labouring conscience peace;
He helps the stranger in distress,
The widow and the fatherless,
-- And grants the prisoner sweet release.

I’ll praise him while he lends me breath;
And when my voice is lost in death,
-- Praise shall employ my nobler powers;
My days of praise shall ne’er be past,
While life, and thought, and being last,
-- Or immortality endures.


Vrije vertaling in het Nederlands:

Ik prijs mijn Schepper zolang ik adem heb
En wanneer mijn stem verloren gaat in de dood,
-- Zal ik mijn krachten nobeler gebruiken voor lofprijzing
Mijn dagen van lofzang zullen nooit meer ophouden,
Terwijl het leven en het denken en het wezen blijven,
-- Blijft onsterfelijkheid voortduren.

Gezegend de man wiens hoop is gevestigd
Op Israëls God! Hij maakte de hemel,
-- De aarde en de zee, met al hun heir.
Zijn waarheid houdt voor eeuwig veilig stand;
Hij redt de verdrukte, voedt de arme,
-- En niemand zal vruchteloos vertrouwen op zijn belofte.

De Here geeft de blinden zicht;
De Here ondersteunt het hart dat verzucht;
-- Hij schenkt zijn vrede aan het bezwaarde geweten
Hij helpt de vreemdeling in nood,
De weduwe en de wees
-- En laat de gevangene in zoete vrijheid gaan.

Ik prijs mijn Schepper zolang ik adem heb
En wanneer mijn stem verloren gaat in de dood,
-- Zal ik mijn krachten nobeler gebruiken voor lofprijzing
Mijn dagen van lofzang zullen nooit meer ophouden,
Terwijl het leven en het denken en het wezen blijven,
-- Blijft onsterfelijkheid voortduren.

Bekijk je bovenstaande filmpje op Youtube, dan vind je er bij de commentaar ook de gitaarakkoorden terug.

Eigen vertaling van de overdenking bij 11 juli uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

zaterdag 18 juni 2011

Ik volg je niet, tenzij ik je bestemming ken

Op een begraafplaats in Indiana vind je volgend grafschrift (in eigen vertaling):

"Sta stil, vreemdeling, als je mij voorbijkomt:
Zoals jij nu bent, zo was ik ooit.
Zoals ik nu ben, zo zul jij zijn.
Dus bereid je voor op de dood en volg mij."

Een onbekende voorbijganger kerfde enkele bijkomende woorden op de grafsteen:

"Om jou te volgen ben ik niet bereid,
Tenzij ik weet waarheen je ging."

Kunnen we voorafgaand aan de dood echt weten waar we nadien gaan? De apostel Johannes, dezelfde die over de nieuwe hemelen en Nieuwe Aarde schreef, zei in een van zijn brieven:
Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt. (1 Joh.5:13)

We kunnen zeker weten dat we eeuwig leven hebben. We kunnen met zekerheid weten of we naar de Hemel zullen gaan als we overlijden.

En jij?



De oorspronkelijke tekst op het graf luidde:

Pause, stranger, when you pass me by:
As you are now, so once was I.
As I am now, so you will be.
So prepare for death and follow me.

Met als latere toevoeging:
To follow you I'm not content,
Until I know which way you went.



Bewerkte tekst uit het non-fictieboek van Randy Alcorn "Heaven", uitg. Tyndale, 2004, pag. 33, (c) Eternal Perspective Ministries, www.epm.org

vrijdag 26 november 2010

Hemel, hel en middelaar

De hemel is een eeuwigheid in de tegenwoordigheid van God door een Middelaar.

De hel is een eeuwigheid in de tegenwoordigheid van God zonder een Middelaar.

(Gelezen bij Tony Reinke)

zondag 6 juni 2010

Haal de hel weg en de hemel verdwijnt mee

"(...) Een ander gevolg van het negeren van de toorn van God is dat we er moeite mee krijgen om de volle betekenis van de verlossing te bevatten. Wanneer we de onmetelijkheid waarmee God de zonde haat niet inzien, dan begrijpen we de onmetelijkheid van zijn genade ook niet god. We zouden niet beseffen uit welke vreselijke toestand God ons verlost. En dus zouden we ook niet begrijpen hoe enorm onze verlossing is.

R.V.G. Tasker heeft meer dan veertig jaar geleden een boekje over toorn geschreven, waarin hij F.C. Synge citeert:
'Zij die alleen de liefde van God willen zien, wenden de blik af van het onprettige leerstuk van de toorn van God. Maar door de toorn of ongenade van God uit te schakelen, schakelen ze tevens de genade van God uit.
Waar geen vrees is, kan ook geen uitredding zijn. Waar geen veroordeling is, kan ook geen vrijspraak zijn.'


Tasker voegt daar zelf aan toe: 'Door te proberen de hel te elimineren zullen we als gevolg daarvan ook de hemel moeten elimineren.'


(Uit: Belangrijke vragen over de hel, door Ajith Fernando, pag. 110-111, uitg. Novapres)

zaterdag 8 mei 2010

Mp3's Clarus conferentie 2010


Je zult je misschien herinneren dat ik al eens linkte naar de mp3's van eerdere edities van de Clarus conferentie.
Nu staat ook 2010 online. Titel was "tussen hemel en aarde". Wayne Grudem en Randy Alcorn waren de sprekers.

Hier vind je alle titels en mp3's van de diverse toespraken, ook enkele paneldiscussies.

zondag 25 april 2010

Het cliché voorbij: wat je niet doodt ...



Veelgehoorde boutade: wat jou niet doodt, dat maakt je sterker.

Deze knipoog vond ik er wel op: wat jou niet doodt, dat stelt het onoverkomelijke nog wat uit.


(foto gevonden bij Zach Nielsen)

dinsdag 20 april 2010

MP3's Clarus Conference



Eind deze maand is er de Clarus Conference in de VS. Als sprekers zijn Randy Alcorn en Wayne Grudem gecontacteerd. Zij zullen het hebben over "Between heaven & earth".

Via de blog van Zach Nielsen (TakeYourVitaminZ) vond ik de link naar audio van eerdere edities van deze conferentie. Daar zitten sprekers tussen als G.K. Beale, D.A. Carson, Ray Ortlund en Sam Storms. Zeker eens hier gaan neuzen.

donderdag 25 maart 2010

Hemelse gezangen



Vandaag is dit een virtueel koor van ongeveer 250 individuele zangers, door componist-uitvoerder Eric Whitacre zorgvuldig geselecteerd en bijeengevoegd uit verschillende inzendingen.

David Murray van The Gospel Coalition deed het eerst denken aan Christus die als middelaar de gezangen van overal ter wereld samenvoegt en ze als een volmaakt koor aanbiedt aan Zijn Vader.
Maar daarna ook aan het grote hemelse koor dat op een dag gezamenlijk Christus' lof zal zingen. Niet meer virtueel, maar heerlijk reëel.

dinsdag 26 januari 2010

Waar gaat het met de wereld naartoe?

Well, I've got good news for you (if you know Christ as Lord) ...

De drieënige God werkt zijn grote herstelplan af, met als resultaat:

" ... Gods volk in Gods plaats onder Gods regering levend op Gods manier en genietend van shalom in Gods heilige en liefhebbende tegenwoordigheid tot Gods glorie."


(Het gedeelte tussen aanhalingstekens las ik bij Tony Reinke die citeert uit wellicht zijn nummer 1-boek van het voorbije jaar: "God the Peacemaker: How Atonement Brings Shalom", door Graham A. Cole en uitgegeven bij Downers Grove, Ill: IVP, 2009 - vrij vertaald door mij)

maandag 25 januari 2010

Wat een preek doet

"Elke preek die we horen, brengt ons dichter bij de hemel of bij de hel."

(puritein John Preston, 1587-1628)

donderdag 21 januari 2010

Tekst lezing "Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde" (6 - slot)

Zesde en laatste deel van de lezing “een nieuwe hemel en aarde”, door Jos Vanlede. Gegeven op zaterdag 28 november, in CC De Steiger in Menen, in de reeks: “De eindtermen”.

De volgende lezing in deze reeks vindt volgende week vrijdag plaats: 29 januari.
Dan spreekt Ger De Koning over "de hel". U bent welkom, en dat is niet ironisch bedoeld.





2. De Nieuwe Hemel en Nieuwe Aarde is een tempelstad


DE TEMPELSTAD HEEFT DE HEERLIJKHEID VAN GOD EN SCHITTERT ALS JASPISSTEEN (10-11)

Niets minder dan de schitterende pracht die Johannes eertijds zag afstralen van Gods troon vervult en doordringt de gehele tempelstad. Gods heerlijkheid vervult de nieuwe hemelse samenleving als zijn heiligdom, ze straalt al de schoonheid van Gods heiligheid uit. De profeet Zacharia sprak over een komende dag het volgende:
"Als die tijd aanbreekt, zal zelfs op de bellen van de paarden gegraveerd staan: ‘Aan de HEER gewijd’. De kookpotten in de tempel zullen dienen als offerschalen voor het altaar. Alle kookpotten in Jeruzalem en Juda zullen aan de HEER van de hemelse machten gewijd zijn." (Zach.14:20-21)

“Aan de Here gewijd” stond gegraveerd op de gouden plaat boven de tulband van de hogepriester. Op een toekomende dag zou de volledige stad Jeruzalem een heiligdom voor God zijn. Zodat zelfs alle paarden en alle kookpotten in Jeruzalem en Juda aan de Here gewijd zijn, zoals het kostbare tempelgerei dat alleen gebruikt mocht worden om God te dienen in Zijn heiligdom. Het nieuwe Jeruzalem, Gods volk, is Gods volmaakte heiligdom.

Vandaar de kubusvorm van de tempelstad en de gouden straten in de stad. Er was slechts één ruimte in het Oude Testament die een kubusvorm had en bekleed was met puur goud: het binnenste heiligdom van de tempel van Salomo.

In de Nieuwe Hemel en Nieuwe Aarde is er geen tempel van steen en cement, God de Almachtige en het Lam is haar tempel (vers 22).

“EEN MET HANDEN GEMAAKT HEILIGDOM”

Mozes moest de tent waarin God zou wonen tijdens de woestijnreis nauwkeurig bouwen naar het model van wat hij op de berg gezien had. Deze tent van God, en later de tempel, was enkel een fysiek schaduwbeeld, een gelijkenis, van de hemelse realiteit die Mozes op de berg had gezien. Het was slechts een met mensenhanden gemaakt heiligdom. Salomo besefte al bij de inwijding van de eerste tempel de betrekkelijkheid van zijn fenomenaal bouwwerk.
Zou God dan waarlijk op aarde wonen? Zie, de hemel, zelfs de hemel der hemelen, kan U niet bevatten, hoeveel te min dit huis dat ik gebouwd heb. (1Kon 8:27)
God zal zichzelf een tempel bouwen. Hij kondigt de eerstesteenlegging van die nieuwe tempel aan in de dagen van Jesaja toen Gods volk de tempel van steen en cement ging beschouwen als een beschermend amulet dat veiligheid en bescherming bood niettegenstaande hun boosheid, onrecht en afgoderij.
Maar dit zegt God, de HEER: Ik leg in Sion een fundament met een uitgelezen grondsteen, een kostbare hoeksteen.
Wie zijn vertrouwen daarop grondvest, hoeft geen andere toevlucht te zoeken. (NBV Jes.28:16)

Ruim 700 jaar later wandelt er een man door de straten van Jeruzalem, naar het tempelhuis waar hij met een zweep van touwen allen uit de tempel drijft en de platte commercie van schapen, runderen en duiven een halt toeroept. Zijn gezag wordt onmiddellijk door de autoriteiten in Jeruzalem in vraag gesteld. “Welk teken toont u ons dat u deze dingen doet?” vragen ze verontwaardigd. Hij antwoordt hen echter: “Breek dit tempelhuis af en in 3 dagen zal ik het oprichten.” Een tempel waaraan ze al 46 jaar aan het renoveren waren ... zou hij die in 3 dagen opbouwen??

Kort voor zijn arrestatie had Jezus nog een laatste confrontatie met diezelfde overheden en hij hield hen als een spiegel een gelijkenis voor: “de gelijkenis van de onrechtvaardige landlieden die de zoon van de wijngaardenier zouden vermoorden”. Hij eindigt met de woorden:

Hebt u nooit gelezen in de Schriften: ‘De steen die de bouwlieden hebben verworpen, die is geworden tot een hoeksteen; van de Heer is dit gebeurd en het is wonderlijk in onze ogen’? (Mt21:42)


Jezus, nu verworpen door de overheden, identificeert zich als de hoeksteen van Gods nieuwe tempel. Uiteindelijk arresteren ze Jezus en moet hij terechtstaan, ze zoeken een vals getuigenis maar vinden er geen. Tenslotte komen er 2 mensen die ironisch genoeg van Hem getuigen:
Wij hoorden Hem zeggen: Ik zal dit met handen gemaakte tempelhuis afbreken en na drie dagen een ander, zonder handen gemaakt, opbouwen. (MK.14:58)

Jezus zweeg en antwoordde hierop niets. En toen ze Hem gekruisigd hadden liepen de mensen hoofdschuddend aan Hem voorbij en zeiden: “Ha, u die het tempelhuis afbreekt en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelf en kom van het kruis af!” Toen Jezus stierf met een luide schreeuw en de geest gaf gebeurden er ontzagwekkende dingen:
En zie, het voorhangsel van het tempelhuis scheurde van boven naar beneden in tweeën; en de aarde beefde en de rotsen scheurden. En de graven werden geopend en vele lichamen van de ontslapen heiligen werden opgewekt; en zij gingen uit de graven na zijn opwekking en kwamen in de heilige stad en verschenen aan velen. Toen nu de hoofdman en zij die met hem Jezus bewaakten, de aardbeving zagen en de dingen die waren gebeurd, werden zij zeer bang en zeiden: Waarlijk, Deze was Gods Zoon! (Mt.27:51-54)

... Duisternis op de middag, een aardbeving, rotsen die scheuren, graven die opengaan ... Deze vreemde “eindtijdgebeurtenissen” kondigen het begin aan van het voorbijgaan van de eerste schepping en het begin van een nieuwe schepping.

Het gescheurde voorhangsel in de tempel is het directe resultaat van Jezus’ dood. Door Jezus dood is de betekenis en de functie van de met handen gemaakte tempel voorgoed achterhaald. Jezus had - zoals voorzegd - de met mensenhanden gemaakte tempel afgebroken, het tempelcomplex zou nog tijdens die generatie met de grond gelijk gemaakt worden. We naderen niet langer tot God door een met handen gemaakte tempel, God heeft 3 dagen na het kruis een begin gemaakt met het oprichten van Zijn tempel in de opgestane Jezus Christus. Petrus had Jezus horen getuigen, heeft Jezus dood en opstanding meegemaakt en getuigde na de pinksterdag in alle vrijmoedigheid tot zijn volksgenoten:
Deze is de steen die door u, de bouwlieden, is veracht, die tot een hoeksteen is geworden. En in niemand anders is de behoudenis; want er is ook onder de hemel geen andere naam onder de mensen gegeven waardoor wij behouden moeten worden. (Hd.4:11-12)

Voeg u bij hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn.

Jezus Christus is de levende steen, het begin van de nieuwe schepping de eerstgeborene uit de doden. Iedereen die tot Hem komt en Jezus erkent als de kostbare hoeksteen, die erkent dat Hij het leven heeft geleid dat wij hoorden te leven en de dood is gestorven die wij verdiend hadden te sterven, die wordt in Hem een nieuwe schepping:
Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie het is alles nieuw geworden. (2Kor.5:17)

Wat jou afkomst of verleden ook is, het maakt Jezus en de Vader niets uit: je wordt in Gods huisgezin opgenomen als een Zoon van de Vader. Je krijgt deel aan die hemelse samenleving en mag genieten van de hemelse gemeenschap van Gods onbedekte heerlijkheid. Het is jou vergund om Gods aangezicht te zien en te leven in eeuwigheid.

Wie overwint maak ik tot een zuil in de tempel van mijn God. Daar zal hij voor altijd blijven staan. Ik zal op hem de naam schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen,… (NBV Opb.3:12)

dinsdag 12 januari 2010

Tekst lezing "Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde" (4)

Vierde deel van de lezing door Jos Vanlede van zaterdag 28 november, in CC De Steiger in Menen. Onderwerp: “een nieuwe hemel en aarde” (reeks: “De eindtermen”).

Merk op: volgende lezing op vrijdag 29 januari, door Ger De Koning over "de hel".




EEN VIRTUELE RONDREIS?

Misschien zouden we wel graag een virtuele toeristische rondleiding willen in de Nieuwe Hemel en Nieuwe Aarde, maar dit is niet wat Johannes ons toont.
Nee, hij geeft een bonte mengeling van metaforen die tot de verbeelding spreken. Dat blijkt meteen uit de inleidende woorden: Johannes heeft het in één adem over de nieuwe hemel en aarde, een stad, het nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel neerdaalt en een bruid die voor haar man versierd is.

Wat wil Johannes ons tonen? Gemakshalve wil ik deze overdenking opdelen:

1. De nieuwe hemel en aarde is een bruidsstad
2. De nieuwe hemel en aarde is een tempelstad


1. De nieuwe hemel en aarde is een BRUIDSSTAD (1-6) “samenvatting”

Wanneer Johannes in vers 2 het Nieuwe Jeruzalem uit de hemel ziet neerdalen, ziet hij vervolgens niet iets nieuws of slechts een bepaald gedeelte van het nieuwe universum, maar ziet hij gewoon een andere dimensie van dezelfde realiteit.

HET “NIEUWE” JERUZALEM, EEN HEMELS JERUZALEM

Het verlangen naar een “nieuw” Jeruzalem dat geopenbaard zou worden bij de komst van de Messias leefde vooral op na de periode van de ballingschap. Onder Gods oude verbondsvolk leefde toen sterk de gedachte dat, als de terugkeer uit de ballingschap al de heropbouw van Jeruzalem tot gevolg had, hoeveel te meer zou God op een nog toekomstige dag dan niet een “nieuw” Jeruzalem oprichten?
Niet zoals het Jeruzalem van vroeger, maar een stad naar hemels model, een plaats waar Gods volk zich voor altijd zou verheugen en jubelen voor zijn aangezicht.

Jesaja had hierover al met vertroostende en hoopvolle woorden gesproken:
Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen. Maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over hetgeen Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem tot jubel en zijn volk tot blijdschap. En Ik zal juichen over Jeruzalem en Mij verblijden over mijn volk. En daarin zal niet meer gehoord worden het geluid van geween of van geschreeuw. (Jes.65:17-19)


In het Nieuwe Testament wordt ditzelfde woordgebruik teruggevonden. De apostel Paulus spreekt in de Galatenbrief van het Jeruzalem dat van boven is, dat is niet het aardse Jeruzalem, maar de plaats waar God zijn woning heeft, waar Gods volk in zijn tegenwoordigheid verblijft.

En de Hebreeënbrief heeft het over de stad waarvan God de ontwerper en bouwmeester is, dat is de stad waar Abraham in zijn dagen naar uitzag. Dat is geen stad in het oude Midden-Oosten, maar een stad waar Abraham één kon zijn met God samen met het volk van God.

Het “nieuwe” Jeruzalem is het “antitype” van het “oude” Jeruzalem van het OT.

Jeruzalem was onder het oude verbond het centrum waar de tempel stond en waar God zijn volk ontmoette.
Het was ook de stad van waaruit de koning regeerde en waar de hogepriester zijn woning had.
Als er nu een plaats is waar de Priester-koning woont en waar Gods volk voor eeuwig in zijn nabijheid verblijft, niet enkel op de vaste feestdagen, maar voor eeuwig, welke naam zou er dan passender zijn voor die stad dan het Nieuwe Jeruzalem, de heilige stad?

Het is een stad die uit de hemel neerdaalt, het is een stad van hemelse oorsprong, het is Gods werk, zijn schepping, net zoals Gods volk evenzeer Gods schepping is, een nieuwe schepping.

EEN SOCIAAL VISIOEN - EEN HEMELSE SAMENLEVING

Een grootstad roept vooral in onze dagen een beeld van onveiligheid op, een plaats waar de criminaliteit hoog is en het kwaad hoogtij viert. En hoewel mensen er dicht op elkaar leven, leven mensen er vaak naast elkaar en voelen veel mensen zich er eenzaam. Hoe vaak lezen we niet in de krant dat iemand in zijn woning eenzaam en alleen overleden is en pas dagen later gevonden wordt als de geur van het ontbindingsproces de buren of voorbijgangers verstoort?

Een stad is bovenal een samenleving van mensen. Stel je eens een samenleving voor waar alle mensen God kennen en elkaar liefhebben. Een samenleving waar mensen niet langer op zichzelf gericht zijn maar gepassioneerd gericht zijn op het welzijn van de ander in dienst van hun Heer. Zou een grootstad dan geen aangename plaats zijn om te vertoeven? Zou er dan nog ooit iemand eenzaam zijn?

maandag 4 januari 2010

Tekst lezing "Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde" (3)

Deel 3 van de lezing van zaterdag 28 november, door Jos Vanlede in CC De Steiger in Menen. Onderwerp: “een nieuwe hemel en aarde” (reeks: “De eindtermen”).

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

Als er een nieuwe hemel en nieuwe aarde komt, betekent dit dan dat God onze aardbol op een of andere manier zal doen vergaan en dat er een volledig nieuwe kosmos komt?

“de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan…” (Opb.21:1)

De apostel Petrus heeft het in zijn 2e brief eveneens over de hoop en het vooruitzicht van de nieuwe hemel en nieuwe aarde:

De dag van de Heer zal komen als een dief. De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde wordt blootgelegd en alles wat daarop gedaan is komt aan het licht.
… Die dag gaan de hemelsferen in vlammen op, en de elementen vatten vlam en smelten weg.
Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. (NBV 2Pt.3:10-13)

Op het eerste gezicht lijkt het erop dat de huidige hemel en aarde voorgoed voorbij zullen gaan en vernietigd worden door een inferno van vuur. Dit is een thema waar de bekende filmregisseur Francis Ford Coppola op zinspeelt in zijn Vietnamfilm “Apocalypse Now”. De film opent met een scene waarin de jungle door napalmbommen herschapen wordt in een grote vuurzee. Sommige uitleggers zien in dit gedeelte uit de Petrusbrief ook het doemscenario van een wereldwijde nucleaire Holocaust.

Zal de aarde volledig vernietigd worden?

Petrus trekt in het hoofdstuk waaruit ik voorlas een parallel met de wereldwijde catastrofe uit het verleden, de zondvloed in de dagen van Noach. Het is overduidelijk dat de zondvloed in die dagen het oordeel van God bracht over de mensheid en hun zondige leefwereld, maar de aardbol werd hierdoor niet vernietigd.
We hebben gelezen dat in Opb.21:5 Hij die op de troon zit roept: … ‘Alles maak ik nieuw!’ (NBV Opb.21:7)

GEDAANTEVERWISSELING

Hij die op de troon zit roept niet: “Ik maak alles overnieuw” of “Ik maak nieuwe dingen” maar God op de troon zal alles “vernieuwen,” de huidige kosmos zal een gedaantewisseling ondergaan, een metamorfose.
De huidige schepping, zo leert de Bijbel, is onderworpen aan de slavernij van de vergankelijkheid en de vruchteloosheid maar dit is slechts tijdelijk. Onze vergankelijke lichamen zullen verlost worden in de opstanding. Op dat moment zullen alle gelovigen een formidabele gedaanteverwisseling ondergaan en een verheerlijkt lichaam krijgen. De verlossing van ons vergankelijk lichaam naar een verheerlijkt lichaam, luidt tevens de verlossing van de huidige schepping in:
“Want de schepping verwacht reikhalzend de openbaring van de zonen van God. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen (niet vrijwillig, maar om wille van hem die haar onderworpen heeft), in de hoop dat ook de schepping zelf zal worden vrijgemaakt van de slavernij van de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God." (Telos Rm.8:19-21)

Het feit dat alle gelovigen bij de komst van Jezus Christus een verheerlijkt lichaam zullen krijgen laat zien dat er wel degelijk een zekere voortgang is tussen het huidige bestaan en het bestaan in de toekomstige wereld.

JEZUS CHRISTUS, DE EERSTGEBORENE UIT DE DODEN, HET BEGIN VAN DE NIEUWE SCHEPPING

Het dode lichaam van Jezus Christus dat na de kruisiging in het graf werd gelegd, is in een bepaald opzicht hetzelfde lichaam waarin Jezus na zijn opstanding verschijnt aan zijn discipelen. De wonden in zijn handen en zijde vormen het bewijs dat Hij die in het graf werd gelegd, dezelfde is die uit het graf is opgestaan.

Maar in een ander opzicht is Jezus’ opstandingslichaam tegelijk totaal anders. Want hoewel Jezus na zijn opstanding at en dronk bij zijn discipelen, bleek zijn lichaam niet onderworpen te zijn aan de wetmatigheden en beperkingen van deze wereld. Hij was niet altijd herkenbaar. Hij kon ineens ergens verschijnen en op dezelfde manier even plots verdwijnen. Er is dus een zekere voortgang tussen dit bestaan en het bestaan in de toekomstige wereld en tegelijk zal het ook helemaal anders zijn.

PRAKTISCHE NOOT

De nieuwe hemel en aarde is een volledige gedaanteverwisseling van de kosmos die wij nu kennen.

De wijze waarop de Bijbel over deze dingen spreekt dient ons te waarschuwen voor de aanhoudende tendens onder de christenen om de eeuwige verblijfplaats van de gelovigen af te schilderen als een ongrijpbare geestelijke plaats daarboven ergens in de hemel. Het Nieuwe Testament zegt niet met zoveel woorden, in tegenstelling tot de populaire opvatting onder de christenen, dat de gelovigen de eeuwigheid zullen doorbrengen in de hemel.
We horen er niet zozeer naar uit te zien om de aarde te verlaten, maar we dienen er wel naar uit te zien dat Gods wil op aarde mag geschieden als in de hemel, we horen reikhalzend uit te zien naar het herstel en de vernieuwing van alle dingen bij de komst van Jezus Christus.

Het is moeilijk om laaiend enthousiast te worden bij het vooruitzicht om van deze aarde weggenomen te worden om ergens een totaal vreemd bestaan te gaan leiden wat veel weg heeft van een eeuwigdurende samenkomst.
Men moet al supergeestelijk zijn om dat erg aantrekkelijk te vinden. Hoeveel te meer aantrekkelijker is de finale apotheose van de Schrift waar God zijn woning maakt op een vernieuwde hemel en aarde om midden onder de mensen te gaan verblijven en alles wat ons huidig bestaan bederft en kapotmaakt, voorgoed te verwijderen. Is dat niet pas goed nieuws om naar uit te zien?

Laten we een moment samen nadenken en samen mijmeren over wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben. Zoals de gestorven martelaar John Bradford zijn vrienden herhaaldelijk voorhield: “Als God deze wereld toebereid heeft voor zijn vijanden, wat voor een wereld zal God dan niet bereiden voor zijn vrienden?”

dinsdag 22 december 2009

Tekst lezing "Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde" (2)

Deel 2 van de lezing die Jos Vanlede op zaterdag 28 november gaf in CC De Steiger in Menen. Onderwerp was “een nieuwe hemel en aarde” in de reeks “De eindtermen”.

Wat is het belang van de nieuwe hemel en aarde in de Bijbel?

1. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde is niet maar een detail in Gods grote heilsplan, maar het is een thema dat de volledige Bijbel overspant.


a. DE BIJBEL

De Bijbel begint namelijk bij de eerste schepping en laat ons zien hoe God in beginsel orde en structuur creëert in de chaotische toestand van een in duisternis gelegen en met wateren overdekte aarde.
God maakt scheiding tussen licht en duisternis, tussen wateren en het droge, Hij deelt zijn schepselen op in soorten, en gebiedt hen om het doel te vervullen waartoe ze geschapen zijn. Het beheer van deze schepping vertrouwt God onder zijn supervisie toe aan de mens. Het wantrouwen en de opstandigheid van de mens die God niet toelaat om God te zijn, zorgt ervoor dat de schepping al snel verandert in de gebroken wereld die wij tot op heden kennen.

Aan het eind van de Bijbel vinden we dat God alles nieuw maakt, een nieuwe hemel en nieuwe aarde creëert. Een aantal kenmerkende zaken van de oorspronkelijke schepping vinden we terug bij de nieuwe schepping, zoals het paradijs met zijn rivier, de levensboom en vooral de bijzondere intimiteit tussen God en de mens.
De hele geschiedenis tussen de eerste schepping en de nieuwe schepping, verhaalt ons stap voor stap de weg waarlangs God de mensheid en de hele schepping van de slavernij van de vergankelijkheid en de vruchteloosheid zal verlossen en opnieuw vrij zal maken. De nieuwe schepping is dus een thema dat de volledige Bijbel overspant.


b. HET BOEK DE OPENBARING

In de Openbaring van Jezus Christus is de nieuwe hemel en nieuwe aarde de climax, de grote finale van het boek. Na de inleidende beschrijving van de nieuwe hemel en nieuwe aarde in Opb.21 vinden de we in vers 7 de woorden:
“Wie overwint, zal deze dingen beërven, en ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon zijn”

Deze belofte grijpt terug naar de 7 brieven aan 7 gemeenten in Azië. Daar vinden we aan het eind van elke brief een belofte aan de overwinnaars, zij die trouw in geloof volharden tot het einde. Elke van deze beloften wijst vooruit naar de nieuwe hemel en nieuwe aarde. Zo vinden we de volgende belofte in de eerste brief aan Efeze:
"Wie overwint, die zal Ik te eten geven van de boom van het leven die in het paradijs van God is." (Opb.2:7)

De uitdrukking “wie overwint” vinden we nog slechts eenmaal vermeld aan het eind, hier in Hfdst. 21.

Dus net zoals de nieuwe hemel en aarde een thema is dat de complete Bijbel overspant, vinden we dat in het laatste boek van de Bijbel de nieuwe hemel en aarde een belangrijk thema is dat de volledige inhoud van het boek overspant.

zaterdag 19 december 2009

Tekst lezing "Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde" (1)

Op zaterdag 28 november gaf Jos Vanlede uit Nieuwpoort een lezing in CC De Steiger in Menen. Onderwerp was “een nieuwe hemel en aarde”. De lezing kaderde in de reeks “De eindtermen”. Je kunt nog steeds de mp3’s van deze en eerdere lezingen beluisteren via deze blog. Ook toespraken van voorgaande jaren zijn nog terug te vinden.

In stukjes hoop ik de komende dagen de lezingtekst over een nieuwe hemel en nieuwe aarde door Jos Vanlede voor je te kunnen online zetten. Hier alvast de inleiding.



Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

"Een onderwerp als de nieuwe hemel en nieuwe aarde spreekt tot de verbeelding. Het is ook mijn verlangen en mijn gebed om uw verbeelding te prikkelen opdat blijdschap in God en de Heer Jezus uw hart mag tot aanbidding brengen. Pas dan is dit een geslaagde avond voor mij.

Menig christen die met regelmaat probeert de Bijbel te lezen, worstelt en wroet zich een weg doorheen de profetische boeken. De vraag die daarbij steeds terugkeert is: “Moet ik dit nu letterlijk of figuurlijk zien? Gaat het hier om een symbolische voorstelling of zal dit letterlijk zo gebeuren?”

Wat de passage betreft (uit Opb.) die we vanavond lazen, geloof ik persoonlijk dat de apostel Johannes ons niet in het ongewisse laat hoe we ze moeten zien. In de openingswoorden van de openbaring van Jezus Christus, geeft Johannes een duidelijke hint naar de wijze waarop God deze boodschap aan hem heeft overgebracht.

“Openbaring van Jezus Christus, die God Hem heeft gegeven om zijn slaven te tonen wat spoedig moet gebeuren; en Hij heeft die door zijn engel gezonden en aan zijn slaaf Johannes te kennen gegeven.” (semaino “door tekenen bekend gemaakt”) (Opb.1:1)


Wie een Bijbel met kanttekeningen heeft zal bij het 1e vers een verwijzing terugvinden naar Dn.2:28, 29.
Het boek Daniël is één van de profetische boeken waar Johannes vaak naar verwijst.
Johannes begint zijn boek in de oorspronkelijke taal met woorden die veel overeenkomst vertonen met Daniëls inleidende woorden aan koning Nebukadnessar toen hij hem het visioen en de uitleg ging bekendmaken.

Er is veel voor te zeggen dat Johannes ons op deze manier wil aangeven dat de visioenen in het boek de openbaring van Jezus Christus, op dezelfde wijze zijn overgebracht aan Johannes, namelijk door tekenen of symbolen. Het visioen dat God bekendmaakte aan Nebukadnessar was duidelijk een symbolisch visioen, wat voor de koning niet te begrijpen viel zonder de uitleg van Daniël.

“te tonen”

God wil doormiddel van deze openbaring “zijn slaven tonen wat spoedig moet gebeuren.” Telkens luidt deze uitdrukking “te tonen” verder in het boek een nieuw symbolisch visioen in.
Kom, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer die op vele wateren zit (Opb.17:1)
Kom, ik zal u de bruid, de vrouw van het Lam tonen. (Op.21:9)

Het boek de openbaring van Jezus Christus, dankt zijn naam aan de 1e zin waarmee het boek begint. Die eerste zin mag dan ook als het programma voor de verdere inhoud van het boek beschouwd worden. Als we dit boek vanaf het eerste vers “letterlijk” willen interpreteren, horen wij het boek hoofdzakelijk als symbolisch te lezen en te verklaren. Letterlijk lezen betekent voor mij lezen naar de bedoeling, de intentie van de auteur.

In sommige gevallen verklaart Johannes zelf de betekenis van de symboliek, bijvoorbeeld in het eerstvolgende visioen waar Jezus wandelt tussen de kandelaars. Waar dit niet het geval is, kunnen we de betekenis achterhalen door de talloze verwijzingen naar het OT. Vandaar dat sommige Bijbeluitleggers Johannes' boek zien als een commentaar op de hele Bijbel."