Posts tonen met het label Hizkia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hizkia. Alle posts tonen

vrijdag 7 november 2014

Soms kun je maar beter jong sterven (2 Kon. 20)

2 Koningen 20; Hebreeën 2; Hosea 13; Psalmen 137-138

2 Koningen 20
is een van de droeviger hoofdstukken van de Schrift. Het schildert een man die trouw was in het verleden, maar nu wegkwijnt in het genot van de zelfzucht.

Koning Hizkia regeerde over Juda, het zuidelijke koninkrijk, in de dagen dat het noordelijke koninkrijk van Israël tanende was. Eens de Assyriërs Israël verslagen hadden en zijn leidinggevende burgers hadden meegevoerd, bleef er alleen een versplinterd wrakhout van een land achter, en was er voldoende reden voor ontmoediging in het zuiden.

Maar op waarlijk heldhaftige wijze weerstaat Hizkia, deels geleid door de profeet Jesaja, de afbrokkelende belegering door koning Sanherib van Assur, omdat hij gewoon vertrouwde op de genade van de Here God.

Een door God gezonden plaag raast doorheen het Assyrische kamp en doodt bijna tweehonderdduizend mensen. Jeruzalem en Juda worden gespaard (2 Koningen 18-19; Jes. 36-37). Bovendien werd Hizkia’s toewijding aan God in de vroege jaren van zijn regering niet gekenmerkt door het typische compromis, dat een bepaalde vorm van trouw aan Jahweh inhield terwijl er niet werd geraakt aan de offerhoogten en andere plaatsen van heidense cultus.

Verre van: hij ruimde zaken op, en kreeg als beoordeling ‘Hij deed wat recht is in de ogen des HEREN, geheel zoals zijn vader David gedaan had’ (18:3-4). Hij erkende zelfs dat de koperen slang die Mozes had gemaakt (Num. 21:4-9) nu een bijgelovige valstrik was, en vernietigde ze.

Toen werd hij ziek en weende bitter. Op een of andere manier manoeuvreerde hij zich in een positie waarin hij vond dat zijn rechtvaardige daden betekenden dat God hem een lang en voorspoedig leven verschuldigd was (20:2-3). In zijn genade schonk God hem nog vijftien jaren langer, en een wonderteken om de belofte te bevestigen (20:1-11).

Gedurende die periode van vijftien jaren echter, faalde Hizkia voor een belangrijke test: toen een gezantschap uit Babylon kwam, speelde Hizkia de rol van trotse potentaat, pochend met de toenemende rijkdom van het koninkrijk, in plaats van het aangezicht des Heren te zoeken en nederig te wandelen.

Alles werd zorgvuldig genoteerd in de boeken van Babylon, als voorbereiding voor de dag, meer dan een eeuw later, wanneer Babylon de supermacht zou worden die Jeruzalem verplettert en zijn bevolking in ballingschap zou sturen (20:12-18).

Maar dit is niet Hizkia’s meest ernstige misstap. Wanneer de profeet Jesaja hem vertelt wat er zal gebeuren, bekeert de koning zich niet van zijn hoogmoed en zoekt hij geen vergeving of gaat hij niet bidden tot God. Het dreigende oordeel is gepland voor de toekomst: Hizkia weigert enige diepgaande verantwoordelijkheid te aanvaarden.

Vroom becommentarieert hij ‘Het woord des HEREN, dat gij gesproken hebt, is goed’ – terwijl de schrijver de commentaar toevoegt: ‘Ook dacht hij: Het zal immers gedurende mijn leven bestendig vrede zijn’ (20:19). Hizkia is een morele en strategische dwerg geworden.

Je kunt beter jong sterven na oprechte, godvruchtige verwezenlijkingen, dan oud en verbitterd te sterven terwijl je je eigen erfenis vergiftigt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 3 november 2014

Gooi een stuk vlees naar een krokodil en ze wil meer (2 Kon. 16)


2 Koningen 16; Titus 2; Hosea 9; Psalmen 126-128

Hoewel de boeken 1 en 2 Koningen de lotgevallen van zowel Juda als Israël volgen (respectievelijk het zuidelijke en het noordelijke koninkrijk, na de scheuring die volgde op Salomo’s dood), ligt de nadruk toch meer op Israël, de noordelijke tien stammen.

Er wordt meer ruimte gewijd aan Israëls koningen dan aan die van Juda. Uiteindelijk stort natuurlijk het noordelijke koninkrijk in (zie de overdenking van morgen), en dan gaat alle aandacht naar het zuiden. In vergelijking daarmee verhalen 1 en 2 Kronieken min of meer dezelfde geschiedenis, maar richten zij de spots in de eerste plaats op het zuidelijke koninkrijk Juda.

Zelfs in 2 Koningen echter gaat soms heel wat aandacht naar een van de koningen van Juda. Zo ook in 2 Koningen 16. In het algemeen ontspoorden de noordelijke koningen sneller dan die in het zuiden. In het zuiden wordt van veel koningen geschreven dat ze de Heer volgden, maar niet zoals David gedaan had; in het noorden wordt van velen geschreven dat ze wandelen in het voetspoor van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël had doen zondigen. Maar af en toe staat een werkelijk zondige of dwaze koning op in het zuiden. Achaz is er zo een van.

Religieus en theologisch was Achaz een ramp. ‘Hij deed niet wat recht is in de ogen van de HERE, zijn God, zoals zijn vader David, maar hij wandelde in de weg der koningen van Israël. Ook deed hij zijn zoon door het vuur gaan in overeenstemming met de gruwelen der volken, die de HERE voor de Israëlieten had verdreven’ (16:2-3).

Politiek deed hij het al niet beter. Opgejaagd door Israël en Syrië [Aram in de NBG-vertaling] aan noordelijke zijde, besliste koning Achaz van Juda om de tempel van zijn rijkdom te ontdoen en die naar koning Tiglatpileser van Assur te zenden.

Assur was de opkomende supermacht. Hem geld sturen als een soort van eerbetoon, met een verzoek druk uit te oefenen op Syrië en Israël zodat de druk op Juda zou verlichten, was een beetje als een brok vlees naar een krokodil gooien: je mocht er zeker van zijn dat die krokodil meer zou willen.

Erger nog, koning Achaz raakte zodanig gecharmeerd door Assur dat hij een aantal van haar heidense gebruiken in de tempeldienst introduceerde. Angst neigde Achaz tot een heidense macht, en onderdanigheid aan de koning van Assur (16:18) bracht nieuwe compromissen met zich mee.

Vergelijk dat met Hizkia, twee hoofdstukken verder, die onder een veel ernstiger dreiging van Assur stond, in grote mate veroorzaakt door de dwaasheid en trouweloosheid van Achaz, maar die geen compromis duldt en ijverig het aangezicht van God zoekt.

Daar ontdekt Hizkia, in lijn met de ervaring van Mozes en de vaderen van Israël, dat God bekwaam is zijn volk te beschermen tegen weinigen of velen – voor Hem maakt het allemaal geen verschil.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 7 juni 2013

Wanneer en hoe leren wij de Heer te vertrouwen? (Jes. 39)

Deuteronomium 11; Psalmen 95-96; Jesaja 39; Openbaring 9
In Volume 1 van het For the Love of God-dagboek (overdenking van 7 november) becommentarieerde ik de bijna fatale ziekte van koning Hizkia, en zijn herstel en daaropvolgende dwaasheid met de Babylonische gezanten (een verslag dat gelijkloopt met Jesaja 39-40 vind je in 2 Koningen 20).

De dood is niet wat we het meest moeten vrezen. Was Hizkia aan zijn ziekte gestorven, in plaats van nog eens 15 jaar langer te leven, dan zou hij niet bezweken zijn voor sommige van zijn ergste zonden van trots en onverschilligheid (Jes. 39:5-8).

Maar hier zal ik me toespitsen op iets meer prozaïsch: de chronologie van de gebeurtenissen. Want we moeten er lessen uit trekken.

Er bestaat nogal veel onenigheid over de datering van Hizkia’s regering. Wat tamelijk helder is, is dat Sanheribs invasie (Jes. 36:1) plaatsvond in 701 v.C. Dit was in het veertiende jaar van Hizkia’s regering, wat betekent dat hij op de troon kwam in 715 v.C. (701 + 14).

Maar 2 Koningen 18:1 benadrukt dat Hizkia’s troonsbestijging plaatsvond in het derde jaar van koning Hosea van Israël (het noordelijke koninkrijk), d.w.z. ongeveer in 727.

Waarschijnlijk was Hizkia co-regent met zijn vader Achaz van 727 tot 715, toen Achaz stierf, om daarna alleen te regeren. (Co-regentschappen waren gewoon onder de koningen van Juda en Israël).

Zo vond de invasie van 701 plaats in ofwel het veertiende ofwel het zesentwintigste jaar van Hizkia’s regering plaats, afhankelijk of je al dan niet de co-regentschapsjaren meetelt. Maar 2 Koningen 18:1 specificeert ook dat Hizkia negenentwintig jaar regeerde vanaf de start van zijn co-regentschap, wat zijn dood situeert in 698. Indien zijn ziekte dan vijftien jaar eerder plaatsvond (Jes. 38:5), dan gebeurde dit in 713.

Het bezoek van de gezanten van Babylon was blijkbaar kort daarna, in 712 of 711 – meer dan een decennium voor de Assyrische invasie onder Sanherib.

De zin ‘in die dagen’ (38:1) moet dan veeleer een algemene verwijzing zijn naar de tijd van Hizkia’s leven en regering in plaats van iets meer specifieks. Dit betekent dat we de gebeurtenissen van Jes. 38-39 niet mogen beschouwen als zaken die plaatsvinden na Sanheribs invasie, alsof dit een terugval is na het moedige en trouwe gebed en de gehoorzaamheid beschreven in de hoofdstukken 36-37.

Dit situatie is complexer dan dit. Na vruchtbare regeringsjaren (2 Kon. 18) wordt Hizkia ziek en wordt hij wonderbaarlijk hersteld. Zijn roemen tegenover de gezanten van Babylon volgt (Jes. 39), en kan wel onderdeel geweest zijn van Hizkia’s plan om in opstand te komen tegen Assyrië.

Hizkia leert de Heer pas vertrouwen een decennium later, wanneer Assyrië hem bijna verplettert. Hij sterft drie jaar na deze invasie. Indien deze chronologie klopt, dan weerspiegelt Hizkia’s buitengewoon zelfzuchtige en verharde standpunt in Jesaja 39:8 zeer precies zijn tweeslachtigheid tegenover God en tegenover Gods profeet – tot hij gedreven wordt door wanhoop.

Wanneer en hoe leren wij de Heer te vertrouwen?


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 juni uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 5 juni 2013

Verlos ons uit zijn macht; dan zullen alle koninkrijken der aarde weten, dat Gij, HERE, alleen God zijt (Jes. 37)

Deuteronomium 9; Psalmen 92-93; Jesaja 37; Openbaring 7
Hizkia is buiten zinnen (Jesaja 37). Hij is de Heer ongehoorzaam geweest en heeft Assyrië geprovoceerd. Gelukkig handelt hij op dit scharnierpunt wel juist: wanhopig keert hij zich tot de Heer in aanhoudend en gepassioneerd gebed, en tot Jesaja, de profeet van de Heer, voor voorbede en leiding (37:1-4). Jesaja komt meteen met een visionair woord van de Heer (37:5-7).

God ziet het standpunt van Sanherib als uiterst godslasterlijk: hij heeft de levende God behandeld alsof het ging om een of andere plaatselijke heidense godheid. God belooft dat Sanherib een gerucht zal vernemen dat hem zal doen terugtrekken, en na verloop van tijd zal hij neergeveld worden in zijn eigen land.

De volgorde van de gebeurtenissen is op dit moment onduidelijk: we hebben niet genoeg informatie. De volgende verzen suggereren dat Lakis moeilijker blijkt te verslaan dan Sanherib had verwacht (hoewel hij het uiteindelijk inneemt), en dat hij naar Libna getrokken is. Terwijl hij daar is, verneemt hij het bericht dat Egypte (de Kushieten, 37:9) tegen hem optrekt, en hij waarschuwt Hizkia niet te denken dat dit meer is dan een tijdelijk uitstel. Aangezien Sanherib spoedig zijn belegering van Jeruzalem hervat (37:33 e.v.), heeft Egypte misschien niet meer gestuurd dan stropersbendes.

In elk geval, de troosteloze vooruitzichten voor Jeruzalem drijven Hizkia tot gebed (37:14-20), het hoogste peil uit het leven van deze koning. Hizkia spreekt God niet aan alsof Hij slechts een stammengod is. God is de Maker van hemel en aarde, de soevereine Schepper die God is ‘over alle koninkrijken der aarde’, en de almachtige God van Israël die ‘op de cherubs troont’ in het allerheiligste, de God van het verbond (37:16).

Ten einde raad werpt Hizkia zich op Gods erbarmen, niet alleen opdat de nietige natie gespaard zou worden, maar ook opdat ‘alle koninkrijken der aarde weten, dat Gij, HERE, alleen God zijt’ (37:20).

God antwoordt het gebed van Hizkia. Via de profeet Jesaja spreekt God een woord van oordeel tegen Sanherib (37:22-29), voorziet Hij in een geruststellend woord voor Hizkia (37:30-32), en merkt Hij op dat het Sanherib niet zal toegestaan worden om Jeruzalem in te nemen (37:33-35).

God zal Jeruzalem verdedigen, niet omwille van Hizkia, maar om ‘Zijnentwil’ en omwille van zijn knecht David. Hizkia bidt en God antwoordt, maar hij is niet gered omwille van hemzelf, maar omwille van iemand anders.

Het resultaat wordt ons kort verteld (37:36-38). De slachtpartij onder de soldaten kan het gevolg zijn van een door God bevolen builenpest; andere gelijkaardige rampen zijn bekend uit antieke bronnen. En twintig jaar later staken Sanheribs zonen hem inderdaad neer in zijn eigen tempel, terwijl de tempel van de Heer onaangeroerd bleef.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 juni uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 4 juni 2013

Op wie vertrouwt gij toch? (Jes. 36)


Deuteronomium 8; Psalm 91; Jesaja 36; Openbaring 6
Jesaja 36-39 is minder een historische excursus dan een scharniergedeelte voor het boek. Om een andere beeldspraak te gebruiken: deze hoofdstukken vormen de kaft die de twee grote delen aan weerszijden ervan bijeenhoudt.

Niet alleen bieden ze de historische setting voor veel van het boek (in het bijzonder voor veel van de eerste vijfendertig hoofdstukken), maar ze zetten ook de fundamentele vraag die het boek behandelt in historische vorm: op wie zullen we vertrouwen? Of, in de heidense blik van Sanheribs veldheer, ‘Op wie vertrouwt gij toch (…)?’ (36:5). Jesaja 36 brengt het drama op gang.

Koning Hizkia had de natie geleid in een anti-Assyrische opstand en keek dan naar Egypte voor hulp. Sanherib van Assyrië was niet meteen in een vergevingsgezinde stemming. Trots over zijn onafgebroken rij successen (36:18-20), was Sanherib vastbesloten Jeruzalem te verpletteren en het een les te leren die het niet meer zou vergeten. Hij nam van Juda stad na stad in, tot er maar twee meer overbleven, Lakis en Jeruzalem.

Hier komen we Sanheribs veldheer tegen die de resterende troepen probeert te ontmoedigen, terwijl hij spreekt in het Hebreeuws, dat het volk van Jeruzalem kon begrijpen, in plaats van in zijn eigen Aramees (36:11-12).

Wat we in dit hoofdstuk misschien het nauwgezetst moeten bekijken is het voorbeeld van satanische halve waarheden, de methoden van twijfel zaaien, waarbij de argumenten bedoeld zijn om het geloof in de levende God te doen afnemen. Ken je vijand, en zeker zijn leugens, en hij wordt zwakker en minder geloofwaardig.

Dus hier zijn zijn wapens:

Veel van de toespraak is brutale spot. Op dit ogenblik hield Juda zodanig weinig strijders over dat zelfs indien Sanherib de paarden zou leveren, Hizkia niet eens de ruiters had kunnen leveren (36:8).

De veldheer beweert dat hij hier is op bevel van de Heer (36:10) – wat natuurlijk deels waar was en zelfs resoneerde met het onderwijs van Jesaja zelf (10:5). Maar het was anderzijds volkomen onjuist in elke betekenis die het zou veronderstellen dat Assyrië de gehoorzame dienstknecht was van de Heer; veeleer is het een instrument dat gebruikt wordt in het mysterie van voorzienigheid.

Een bewuste poging om het vertrouwen van het volk in Hizkia te ondermijnen (36:13-15) wordt finaal alleen beantwoord met stilte (36:21), maar de psychologische schade moet aanzienlijk geweest zijn.

Zelfs de dreiging met deportatie naar een vreemd land wordt voorgesteld als een gezellige verhuis naar een betere plaats (36:16-17) – een beetje alsof je zonde zou voorstellen als heerlijk, terwijl je de schaamte, eenzaamheid en dood verbergt.

Als je natuurlijk Jahweh kunt reduceren tot de status van de heidense afgoden, zal het makkelijker zijn om hem aan de kant te schuiven (36:18-19). En zo de veldheer de betekenis van Hizkia’s vernietiging van afgodische altaren (36:7) verkeerd begrijpt, dan heeft hij het waarschijnlijk wel bij het rechte eind als hij iets van onvrede voelt bij velen uit het volk.

Welke vergelijkbare leugens en halve waarheden worden door krachtige stemmen in onze maatschappij eindeloos herhaald om het volk van God te demoraliseren?


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 juni uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 24 december 2012

Hizkia en heel het volk verblijdden zich over wat God voor het volk tot stand gebracht had (2 Kron. 29)


2 Kronieken 29, Openbaring 15, Zacharia 11, Johannes 14
Met uitzondering van slechts een paar verzen heeft het meeste materiaal in 2 Kronieken 29-31 geen parallel in 2 Koningen. Deze hoofdstukken bieden ons een gedetailleerd verslag van hoe koning Hizkia handelde om de tempeldienst opnieuw in te voeren naar de Wet Gods die Mozes had overgeleverd, en hoe hij toen het verbondsvolk bijeenriep uit Juda en zelfs enkelen uit Israël om het Pascha te vieren zoals het al een tijd niet meer gebeurd was.

We kunnen hier focussen op 2 Kronieken 29. De afgoderij had het volk zodanig in zijn greep dat de tempeldienst in onbruik geraakt was. De tempel was verworden tot een opslagruimte voor rommel; zelfs de deuren moesten hersteld worden. Nog altijd maar vijfentwintig jaar oud, opende koning Hizkia in de eerste maand van zijn regering (29:3) de deuren en liet ze herstellen.

Hij vond een aantal priesters en Levieten en droeg hen op zich te heiligen volgens de rituelen die de Wet voorzag, en zich toe te leggen op het reinigen, herstellen en het terug heiligen van de tempel.

Bovendien erkende Hizkia dat de mislukkingen uit het verleden op dit vlak de toorn van God hadden opgeroepen (29:6). Hij was niet zo dwaas te denken dat de mislukkingen slechts een louter rituele kwestie waren: hij zag het grotere plaatje, maar begreep dat de harten van zowel priesters, Levieten, volk als koning volkomen vervreemd waren van God. Zijn openlijke bedoeling was om dit patroon te keren en een verbond te sluiten met de Heer (29:10).

De rest van het hoofdstuk biedt meer details over wat gedaan werd. Meer priesters en Levieten kwamen aan boord. De muziekinstrumenten die David bepaalde werden opnieuw in gebruik genomen. Zelfs kleine afwijkingen van de Wet worden opgetekend, zoals de toelating die de Levieten kregen om de offerdieren te huid te helpen afstropen, te wijten aan het feit dat er op dat moment te weinig priesters geheiligd waren (29:32-34).

‘Aldus werd de dienst van het huis des HEREN hersteld. Jechizkia (of ‘Hizkia’, HSV) en het gehele volk verheugden zich over wat God zijn volk bereid had, want onverwacht was deze zaak geschied’ (29:35-36; of ‘heel snel’ i.p.v. ‘onverwachts’, NBV).
Zo gaat het wanneer er een diepgaande een aanzienlijke revival komt. Het is onvermijdelijk zo dat God een leider doet opstaan wiens profetische aandrang onweerstaanbaar blijkt, eerst voor enkelen, en dan voor een grote massa. En in de beste gevallen duurt het niet lang vooraleer mannen en vrouwen terugkijken en zich verwonderen over hoe snel het aanzien der dingen enorm veranderde.

Terecht concluderen ze dat de enige verklaring kan zijn dat God zelf het gedaan heeft – dit wil zeggen, dat de transformatie uiteindelijk niet kan toegeschreven worden aan ijver om te hervormen of aan organisatietalent, maar aan een God die de harten van mensen veranderd heeft.


Eigen vertaling van de overdenking bij 24 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 7 november 2012

Soms kun je maar beter jong sterven (2 Kon. 20)



2 Koningen 20, Hebreeën 2, Hosea 13, Psalmen 137-138
2 Koningen 20 is een van de droeviger hoofdstukken van de Schrift. Het toont ons het beeld van een man die trouw was in het verleden, maar nu wegkwijnt in het genot van de zelfzucht.

Koning Hizkia regeerde over Juda, het zuidelijke koninkrijk, in de dagen dat het noordelijke koninkrijk van Israël tanende was. Eens de Assyriërs Israël verslagen hadden en zijn leidinggevende burgers meegevoerd waren, bleef er alleen een versplinterd wrakstuk van een land achter, en was er heel wat reden voor ontmoediging in het zuiden. Maar op waarlijk heldhaftige manier weerstaat Hizkia, deels geleid door de profeet Jesaja, de kapseizende belegering door koning Sanherib van Assur, gewoon omdat hij vertrouwde op de genade van de Here God.

Een door God gezonden plaag trok doorheen het Assyrische kamp en doodde bijna tweehonderdduizend mensen. Jeruzalem en Juda worden gespaard (2 Koningen 18-19; Jes. 36-37). Bovendien werd Hizkia’s toewijding aan God in de vroege jaren van zijn regering niet gekenmerkt door het typische compromis, dat een bepaalde vorm van trouw aan Jahweh inhield terwijl er niet geraakt werd aan de offerhoogten en andere plaatsen van heidense aanbidding.

Verre van: hij ruimde zaken op, en kreeg als beoordeling ‘Hij deed wat recht is in de ogen des HEREN, geheel zoals zijn vader David gedaan had’ (18:3-4). Hij erkende zelfs dat de koperen slang die Mozes had gemaakt (Num. 21:4-9) nu een bijgelovige valstrik was, en vernietigde ze.

Toen werd hij ziek en weende bitter. Op een of andere manier bevond hij zich in een positie waarin hij vond dat zijn rechtvaardige daden betekenden dat God hem een lang en voorspoedig leven verschuldigd was (20:2-3). In zijn genade schonk God hem nog vijftien jaren langer, en gaf hem een wonderteken om de belofte te bevestigen (20:1-11).

Gedurende die periode van vijftien jaren echter, faalde Hizkia voor een belangrijke test: toen een gezantschap uit Babylon kwam, speelde Hizkia de rol van trotse potentaat, in plaats van het aangezicht des Heren te zoeken en nederig te wandelen, en hij pochte met de toenemende rijkdom van het koninkrijk.

Alles werd zorgvuldig genoteerd in de boeken van Babylon, als voorbereiding voor de dag, meer dan een eeuw later, wanneer Babylon de supermacht wordt die Jeruzalem vernietigt en zijn bevolking in ballingschap stuurt (20:12-18).

Maar dit is niet Hizkia’s meest ernstige misstap. Wanneer de profeet Jesaja hem vertelt wat er zal gebeuren, bekeert de koning zich niet van zijn hoogmoed en zoekt hij geen vergeving of gaat hij niet pleiten bij God. Het dreigende oordeel is gepland voor de toekomst: Hizkia weigert enige diepgaande verantwoordelijkheid te aanvaarden.

Vroom becommentarieert hij ‘Het woord des HEREN, dat gij gesproken hebt, is goed’ – terwijl de schrijver de commentaar toevoegt: ‘Ook dacht hij: Het zal immers gedurende mijn leven bestendig vrede zijn’ (20:19). Hizkia is een morele en strategische pygmee geworden.

Je kunt beter jong sterven na oprechte, godvruchtige verwezenlijkingen, dan oud en verbitterd terwijl je je eigen erfenis vergiftigt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 3 november 2012

Gooi een stuk vlees naar een krokodil en ze wil meer (2 Kon. 16)


2 Koningen 16, Titus 2, Hosea 9, Psalmen 126-128
Hoewel de boeken 1 en 2 Koningen de lotgevallen van zowel Juda als Israël volgen (respectievelijk het zuidelijke en noordelijke koninkrijk, na de scheuring die volgde op Salomo’s dood), ligt de nadruk toch meer op Israël, de noordelijke tien stammen.

Meer ruimte wordt gewijd aan Israëls koningen dan aan die van Juda. Uiteindelijk stort natuurlijk het noordelijke koninkrijk in (zie de overdenking van morgen), en dan gaat alle aandacht naar het zuiden. In vergelijking daarmee verhalen 1 en 2 Kronieken min of meer dezelfde geschiedenis, maar richten zij de spots in de eerste plaats op het zuidelijke koninkrijk Juda.

Zelfs in 2 Koningen echter gaat soms heel wat aandacht naar een van de koningen van Juda. Zo ook in 2 Koningen 16. In het algemeen ontspoorden de noordelijke koningen sneller dan die in het zuiden. In het zuiden wordt van veel koningen geschreven dat ze de Heer volgden, maar niet zoals David gedaan had; in het noorden wordt van velen geschreven dat ze wandelen in het voetspoor van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël had doen zondigen. Maar af en toe staat een werkelijk zondige of dwaze koning op in het zuiden. Achaz is er zo een van.

Religieus en theologisch was Achaz een ramp. ‘Hij deed niet wat recht is in de ogen van de HERE, zijn God, zoals zijn vader David, maar hij wandelde in de weg der koningen van Israël. Ook deed hij zijn zoon door het vuur gaan in overeenstemming met de gruwelen der volken, die de HERE voor de Israëlieten had verdreven’ (16:2-3).

Politiek was het met hem al niet beter gesteld. Opgejaagd door Israël en Syrië (Aram in de NBG-vertaling) aan noordelijke zijde, besliste koning Achaz van Juda om de tempel van zijn rijkdom te ontdoen en die naar koning Tiglatpileser van Assur te zenden. Assur was de opkomende supermacht. Hem geld sturen als een soort van eerbetoon, met een verzoek dat hij druk zou uitoefenen op Syrië en Israël zodat de druk op Juda zou verlichten, was een beetje als een stuk vlees naar een krokodil gooien: je kon er zeker van zijn dat die krokodil meer zou willen.

Erger nog, koning Achaz raakte zodanig gecharmeerd door Assur dat hij een aantal van haar heidense gebruiken in de tempeldienst introduceerde. Angst maakte dat Achaz zich wendde tot een heidense macht, en onderdanigheid aan de koning van Assur (16:18) was de voedingsbodem voor nieuwe compromissen.

Vergelijk dat met Hizkia, twee hoofdstukken verder, die onder een veel ernstiger dreiging van Assur stond, in grote mate veroorzaakt door de dwaasheid en trouweloosheid van Achaz, maar die geen compromis duldt en ijverig het aangezicht van God zoekt.

Daar ontdekt Hizkia, in lijn met de ervaring van Mozes en de vaderen van Israël, dat God bekwaam is zijn volk te beschermen tegen weinigen of velen – voor Hem maakt het allemaal geen verschil.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.