Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geloof. Alle posts tonen

vrijdag 2 november 2018

Beluister 'Wat is geloof?', lezing door Ger de Koning

Vrijdag 26 oktober ll. ging een nieuwe lezingenreeks van start in CC De Steiger in Menen: "Leven door geloof", gebaseerd op Hebreeën 11.
De inleidende lezing werd gegeven door Ger de Koning uit Nederland.

>>> Beluister 'Wat is geloof?', door Ger de Koning

Ger de Koning maakte van de gelegenheid gebruik om zijn website in de kijker te zetten. Op www.kingcomments.com kun je alle boeken raadplegen die hij schreef.
Op de website Oudesporen vind je ook heel wat audio van de Koning.

Bron foto

vrijdag 26 oktober 2018

Vandaag in Menen: start nieuwe lezingenreeks



Deze avond in CC De Steiger in Menen: om 20 u. lezing door Ger de Koning (NL) over "Wat is geloof".

De lezing kadert in de nieuwe reeks "Leven door geloof".

woensdag 10 oktober 2018

Is geloven rationeel? Beluister de apologetische lezing door Simon Edwards (Zacharias Trust)



Op 18 augustus gaf Simon Edwards (Zacharias Trust) uit Australië in De Steiger in Menen een apologetische lezing.

>> Beluister de mp3: Simon Edwards over "Is geloven rationeel?"


Eerder kwam van dezelfde avond al de mp3 online over 'Waar is God in het lijden?', toespraak gegeven door Alanzo Paul uit Canada.

Zacharias Trust is onderdeel van RZIM, Ravi Zacharias International Ministries. Ook de RZIM-website bevat heel wat Media en er is een RZIM Youtubekanaal.

(Bron foto)

woensdag 27 april 2016

'He Will Hold Me Fast' / Hij zal me vasthouden



“He Will Hold Me Fast”


- door: The Norton Hall Band

When I fear my faith will fail,
Christ will hold me fast;
When the tempter would prevail,
He will hold me fast.
I could never keep my hold
Through life’s fearful path;
For my love is often cold;
He must hold me fast.

He will hold me fast,
He will hold me fast;
For my Savior loves me so,
He will hold me fast.

Those He saves are His delight,
Christ will hold me fast;
Precious in his holy sight,
He will hold me fast.
He’ll not let my soul be lost;
His promises shall last;
Bought by Him at such a cost,
He will hold me fast.

For my life He bled and died,
Christ will hold me fast;
Justice has been satisfied;
He will hold me fast.
Raised with Him to endless life,
He will hold me fast
‘Till our faith is turned to sight,
When He comes at last!

Bron: Justin Taylor

woensdag 3 februari 2016

Smeken in geloof



Doorheen de geschiedenis hebben veel gelovigen antwoorden van God gezocht door vragen te stellen, ook in de Schrift zelf. Deze vragen stellen is een werk van geloof, want we weten dat God de antwoorden heeft.

Wanneer David lijdt door toedoen van goddeloze mensen, roept hij het uit:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten,
bent U ver van mijn verlossing, van de woorden van mijn jammerklacht?
Mijn God, ik roep overdag, maar U antwoordt niet,
en 's nachts, maar ik vind geen stilte.
(Ps. 22:2-3)

In Ps. 73 roept Asaf het uit:
Ja, voor niets heb ik mijn hart gezuiverd
en mijn handen in onschuld gewassen.
Want de hele dag word ik gekweld
en mijn bestraffing is er elke morgen.

Waarom lijden we? Wat doet God toch? Waar is de gerechtigheid? Waarom voel ik me zo eenzaam? God, ben je me vergeten?
Deze vragen komen niet van nergens, maar ze komen voort uit het kennen van de beloften van God, zonder de ervaring van deze beloften te vinden in de schaduwen van de dood.
Het is goed om vragen te stellen om de waarheid te herontdekken waarop we het zicht verliezen. In elke beproeving hebben we de keuze:
- onze tanden knarsen en de lasten en vragen alleen in onze harten dragen;
- ze allemaal bij de God brengen die ons antwoordt.

Wanneer we vragen stellen in onze pijn, zoeken we naar de God die er is. Het is het verlangen om God te zien handelen op manieren die Hij heeft beloofd te zullen gebruiken.
Komen we nederig met onze vragen, dan ontkennen we zijn karakter niet, maar zoeken we de God die zich heeft geopenbaard als rechtvaardig, genadig, goed en liefdevol.
Wanneer we bidden, in het bijzonder in lijden, dan uiten we een smeekbede tot God om ons te antwoorden, terwijl we wachten in geloof dat Hij dit zal doen in volmaakte voorzienigheid. Laten we niet twijfelen.
Vertrouw op de HEERE met heel je hart,
en steun op je eigen inzicht niet.
Ken Hem in al je wegen,
dan zal Híj je paden rechtmaken.
(Spr. 3:5-6)


Vrije bewerking naar Joe Thorn in Tabletalk januari 2016

woensdag 27 januari 2016

De helft van de leerlingen in het katholiek onderwijs gelooft in Christus


'Helft leerlingen in katholiek onderwijs gelooft in Christus', zo bericht Knack vandaag. Het zegt er niet bij of het glas nu halfvol of halfleeg is.
Knack vervolgt: ''De jeugd interesseert zich niet meer in het katholieke geloof', zo wordt weleens gezegd. Een onderzoek van de KU Leuven toont het tegenovergestelde aan.'

Verder bijvoorbeeld ook nog:
'Uit een grootschalig onderzoek van de faculteit Theologie en Religiewetenschappen in Vlaamse katholieke scholen, dat woensdag te lezen staat in het christelijk opinieweekblad Tertio, blijkt dat de helft van de ondervraagde leerlingen aangeeft te geloven in Christus. 43,9 procent bidt zelfs af en toe. Eveneens de helft van de scholieren waardeert de katholieke identiteit van hun school en amper 8,3 procent verzet er zich tegen.'

(...)


'Een nadere blik op de cijfers toont aan dat, hoewel het aantal gedoopten in het katholiek onderwijs jaar na jaar daalt, het geloof er volgens de onderzoekers nog sterk aanwezig, sterker zelfs dan in de maatschappij. Er zijn meer praktiserende kerkgangers te vinden onder deze leerlingen dan onder de Vlaamse bevolking. 12,4 procent woont bijvoorbeeld geregeld een kerkdienst bij.'

(...)

'Opmerkelijk is dat 53 procent aangeeft in zekere mate te geloven in Jezus Christus, waarbij 4,3 procent zich een diepgelovige christen noemt. Daartegenover staat 47 procent die niet in Christus gelooft.'

(...)

Het onderzoek werd uitgevoerd van september 2008 tot juni 2015 bij 15.287 leerlingen in 57 katholieke scholen in Vlaanderen.

zondag 16 november 2014

Vertrouw je God op zijn woord? (Hebr. 11)


1 Kronieken 7-8; Hebreeën 11; Amos 5; Lukas 1:1-38

Geloof heeft veel facetten. Sommige ervan duiken op in Hebreeën 11 – en ook wat geloof niet is.

(1) Niet een keer neemt ‘geloof’ de moderne betekenis aan van ‘religieuze voorkeur’ of ‘geloof zonder dat dit een basis vindt in feiten of waarheid’. Sciëntisme heeft onze wereld op dit vlak zodanig gebrainwasht dat we gemakkelijk over ‘geloof’ denken in deze zuiver subjectieve betekenis. Als je anderen vertelt wat je gelooft, dan vragen ze je niet naar wat je redenen zijn om te bepalen of je geloof al dan niet goed gefundeerd is. Er wordt automatisch aangenomen dat dergelijk geloof niet meer kan zijn dan religieuze voorkeur, waarvoor er per definitie geen werkbare criteria zijn.

(2) In dit hoofdstuk is geloof integendeel een bekwaamheid om te achterhalen wat objectief waar is. De auteur trekt de voorstelling niet in twijfel ‘dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is’ (11:3). Eerder betekent het voor hem dat we geen kant-en-klare manier hebben om het aan te tonen; we kunnen het waarheidsgehalte van zijn voorstelling alleen erkennen als de enige Persoon die erbij was ontsluiert wat er gebeurde – en wij Hem geloven.

Evenmin vind je bij de auteur enige twijfel over het feit of de christelijke vervulling, ‘alles waarop we hopen’ (11:1 [NBV]), eraan komt. Maar we kunnen het niet meten of inblikken of het bewijzen. We hebben heel goede redenen om de beloften van God te geloven met betrekking tot wat zal komen. Ons ‘geloof’ is zo een heerlijke, door God geschonken bekwaamheid die ons in staat stelt om zekerheid te hebben over de ‘dingen, die men hoopt’, en ‘bewijs der dingen, die men niet ziet’ (11:1).

(3) In bepaalde opzichten dan is dit geloof als het geloof van ‘de ouden’ (11:2). Want aan velen onder hen werden beloften gedaan over dingen die ze in hun leven niet zagen. Omdat ze de beloften van God geloofden en ernaar handelden, werden ze geroemd voor hun geloof. Zo handelde Abraham naar de belofte dat zijn nakomelingen overvloedig zouden toenemen en het land Kanaän zouden beërven. Hij maakte het in zijn leven niet mee, maar hij handelde ernaar.

De twaalf aartsvaders geloofden de belofte, Jozef zelfs zo sterk dat hij de Israëlieten instructies gaf om zijn lichaam mee te nemen wanneer ze uit Egypte trokken, hoewel dat vertrek nog eeuwen verder lag. Veel van deze beloften zijn al in vervulling gegaan; moeten wij - naar analogie hiermee - niet met vreugdevol geloof uitzien naar de vervulling van de beloften van God die nog openstaan?

(4) Dergelijk geloof krijgt niet alleen gestalte in hen die gemakkelijk gezien worden als overwinnaars (bijv. 11:32-35a) maar ook in hen die beschouwd worden als slachtoffers (11:35b-38). Of we nu behoren tot hen die geroepen zijn om koninkrijken te onderwerpen, gerechtigheid te oefenen, aan het scherpe zwaard te ontkomen of doden uit de opstanding terug te ontvangen, of anderzijds tot hen die gefolterd worden, hoon en geselslagen te verduren krijgen, of gevangenschap, armoede en een smadelijke dood, is helemaal van secundair belang. De vraag waar het om draait is of we God op zijn woord vertrouwen of niet.


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 17 oktober 2014

Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken (1 Thess. 3)

1 Koningen 20; 1 Thessalonicenzen 3; Daniël 2; Psalm 106

De intensiteit van de relatie tussen Paulus en zijn bekeerlingen duikt elke keer weer op. Bij Paulus merk je nooit een spoor van louter professionalisme. Waar hij bij gelegenheid bereid is om zich te beroepen op zijn apostolisch gezag, is zijn standpunt tegenover gemeenten die hij opstartte er nooit een van afstandelijke superioriteit.

Wanneer Paulus zelf niet in de gelegenheid was om de gelovigen in Thessalonika te bezoeken om te zien hoe het met hen ging – en in dit geval was hij bijzonder bezorgd aangezien zijn volledige dienst in Thessalonika ongeveer maar een maand duurde, zodat het fundament van deze gelovigen niet zo sterk was als bij de meeste bekeerlingen – besloot Paulus om Timotheüs te sturen om het uit te zoeken (1 Thess. 3:1-2).

Nu Paulus zich weer bij Paulus heeft gevoegd in Athene, met prachtige verslagen over het geloof en de liefde van de Thessalonicenzen (3:6 – twee elementen uit de Paulinische triade; zie de overdenking van 11 oktober), om nog maar te zwijgen over hun trouw aan Paulus en aan het apostolische evangelie, kent Paulus’ vreugde geen grenzen: ‘zijn wij dan ook, broeders, bij al onze nood en druk, vertroost over u door uw geloof, want nu leven wij, als gij staat in de Here’ (3:7-8). Zelfs dat is niet genoeg. Paulus roept uit: ‘Want welke dank kunnen wij Gode over u vergelden voor al de blijdschap, waarmede wij ons om u verblijden voor onze God?’ (3:9).

Op zijn beurt is dit een aanzet voor Paulus’ onthulling van hoe hij bidt voor de Thessalonicenzen.

(1) Paulus bidt voortdurend (‘nacht en dag’, zegt hij), ‘vurig’, dat hij op de een of andere manier in staat zal zijn om terug te keren naar Thessalonika om te ‘voltooien wat nog aan uw geloof ontbreekt’ (3:10-11). Deze jonge gemeente heeft weinig basis gekregen. Paulus voelt een enorm gewicht van verantwoordelijkheid om erin te voorzien, om de hele raad van God te schetsen, het evangelie op een begrijpelijke manier over te brengen, deze broers en zusters te leren hoe de Bijbel is opgebouwd, en hen een duidelijk zicht te bieden op het voorwerp van hun geloof zodat hun (subjectieve) geloof stevig gefundeerd zal zijn.

(2) Ondertussen bidt hij dat de liefde van de Thessalonicenzen voor elkaar mag ‘toenemen en overvloedig worden’ (3:12). Paulus weet dat een christengemeenschap die op een goede manier liefde betoont niet alleen het evangelie weerspiegelt in het leven, maar ook voorziet in een gezonde omgeving waarin bijbels onderwijs wordt meegenomen. Een kibbelende gemeenschap drijft mensen weg. Bovendien werden in deze cultuur veel relaties gevormd op basis van verplichting. Een ‘weldoener’ voorzag in iets, en de ontvanger was de weldoener een bepaalde gehoorzaamheid of dienst verschuldigd.

Paulus wil daarentegen dat christenen dergelijke culturele begrenzingen overstijgen, en op een dusdanige manier leven dat elke christen voortdurend de ‘verplichting’ kwijtscheldt om elkaar lief te hebben, waardoor hij of zij de loutere schraapzucht van ‘voor wat hoort wat’ overtreft.

(3) Paulus bidt dat God zelf de gelovigen in Thessalonika zou versterken om zo te leven dat ze klaar zullen zijn voor de wederkomst van Jezus (3:13).


Eigen vertaling van de overdenking bij 17 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 11 oktober 2014

Geloof en liefde door hoop (Kol. 1)

1 Koningen 14; Kolossenzen 1; Ezechiël 44; Psalmen 97-98

Soms wordt naar geloof, hoop en liefde samen verwezen als naar de Paulinische triade. Ze komen in de brieven van Paulus in verschillende combinaties voor. Soms duiken er maar twee van de drie op; soms alle drie.

Het wellicht meest bekende vers met de Paulinische triade is 1 Korinthiërs 13:13: ‘Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde’. Hier wordt geen relatie tussen de drie uitgedrukt. Paulus vertelt ons dat deze deugden – geloof, hoop en liefde (en die laatste noemt hij ‘een weg die dit alles nog overtreft’ (12:31b [HSV]; zie ook de overdenking van 8 september), eerder dan een ‘gave’) – alles ‘blijft’: wat hij volgens mij bedoelt is dat die alle blijven tot in eeuwigheid en daarom zelfs nu moeten worden gevoed en nagestreefd.

Maar de grootste van deze drie, benadrukt Paulus, is liefde. Waarom dit zo is, vertelt Paulus ons niet. Gebaseerd op wat het Nieuwe Testament elders zegt, mogen we redelijkerwijs aannemen dat de reden waarom liefde de grootste is, ligt in het feit dat het een eigenschap is van God.

God legt geen geloof aan de dag; Hij ‘hoopt’ ook niet in de betekenis van verlangen naar de vervulling van iets dat door bepaalde andere dingen wordt veroorzaakt. Maar Hij heeft wel lief: 1 Johannes 4:8 vertelt ons zelfs dat God liefde ís; er is geen tekst die zegt dat Hij geloof of hoop is. Dus is de grootste van de drie liefde.

Hier in Kolossenzen 1:3-6 echter is de relatie tussen de drie elementen van de Paulinische triade helemaal anders. Paulus dankt God wanneer hij voor de Kolossenzen bidt. Hij zegt: ‘daar wij gehoord hebben van uw geloof in Christus Jezus en van de liefde, die gij al de heiligen toedraagt, om de hoop, die voor u is weggelegd in de hemelen. Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking der waarheid, het evangelie, dat tot u gekomen is’ (1:4-6). Sommige vertalingen hebben een wat geparafraseerde weergave, maar dit kan de betekenis toch goed vatten.

Merk op:

(1) Paulus heeft de gemeente van Kolosse niet gesticht. Maar nu hij over deze gelovigen gehoord heeft, bidt hij voortdurend voor hen, met dankzegging.

(2) Wat Paulus over deze gelovigen uit Kolosse heeft gehoord heeft, is over hun geloof en liefde, allebei aantoonbare deugden. Als je geloof hebt in Jezus, en als je de gelovigen liefhebt, kan geen van de twee deugden verborgen blijven. Die deugden waren zo duidelijk aanwezig onder de Kolossers dat verhalen over hun geloof en liefde circuleerden tot bij Paulus. Is het ook zo dat verhalen over het geloof en de liefde van onze kerken wijdverbreid circuleren?

(3) Paulus zegt dat dit geloof en die liefde voortkomen uit hoop, of zoals in de NBG-vertaling ‘om de hoop’ zijn, die voor hen is weggelegd (1:5). Leven met de eeuwigheid in zicht wekt geloof en brengt liefde voort.

(4) Deze hoop die aan de basis lag van hun geloof en liefde, vindt op zijn beurt zijn oorsprong in het evangelie, het woord van de waarheid dat tot hen was gepredikt (1:5-6).


Eigen vertaling van de overdenking bij 11 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 20 augustus 2014

'Wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden' (Rom. 10)

1 Samuel 12; Romeinen 10; Jeremia 49; Psalmen 26-27

Hier wens ik stil te staan bij een kort gedeelte uit Romeinen 10.

Als onderdeel van zijn nadruk op het feit dat Joden net zo goed als heidenen moeten gered worden door geloof of helemaal niet gered zijn, bespreekt Paulus het fundamentele christelijke ‘woord van geloof’: ‘indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden’ (10:9).

Dit wordt dan enigszins uitgebreid: ‘want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis’ (10:10). Het bijkomende vers legt redding niet uit in twee onderscheiden stappen: stap een, geloof in je hart en word gerechtvaardigd; stap 2, belijd met je mond en word gered. Dit zou dan bijna impliceren dat rechtvaardiging kan plaatsvinden los van redding, en dat geloof een ontoereikend middel is dat nog moet aangevuld worden door belijdenis.

We zouden dichter bij de gedachte van de apostel blijven als we zeggen dat de twee zinnen parallel zijn – niet omdat elk ervan precies hetzelfde zegt als de andere (want dat doen ze niet), maar omdat elk licht werpt op de andere, terwijl ze die verheldert en wat meer uitleg geeft over wat de andere betekent.

Geloof in het hart zonder belijdenis met de mond wordt op die manier ongeloofwaardig; aan de andere kant is belijdenis met de mond die louter formeel is en niet wordt bewerkt door geloof in het hart, al evenmin wat de apostel in gedachten heeft.

Hij staat voor het geloof dat belijdenis bewerkt; die belijdenis wordt voortgebracht door geloof. Uit dit geloof/die belijdenis komt rechtvaardiging/redding – opnieuw, overlappende bewoordingen, van dien aard dat je de ene niet kunt hebben zonder de andere.

Dus hamert Paulus op de les: op die manier is er geen verschil tussen Jood en heiden, want dezelfde Heer is Heer van allen, en zegent wie Hem aanroepen, zoals de Schrift zegt: ‘wie [in de betekenis van ‘elk die’, JL] de naam des Heren aanroept, zal behouden worden’ (10:13; Joël 2:32).

Dit betekent dat christenen moeten mensen uitzenden met het goede nieuws, want hoe zouden mensen Hem anders kunnen aanroepen als ze niet van Hem gehoord hebben (10:14-15)?

Het punt dat we hier kunnen leren is dat dezelfde Paulus, die zo sterk benadrukt in Romeinen 8 en 9 dat God onvoorwaardelijk soeverein is, niet minder sterk benadrukt in Romeinen 10 dat mensen moeten geloven in hun hart en de waarheid van het evangelie moeten verkondigen met hun mond als ze gered zijn, en hij legt de plicht op het geweten van gelovigen om dit goede nieuws te brengen aan degenen die het nog niet hebben gehoord.

Elke theologie die poogt Gods soevereiniteit te beperken door zich te beroepen op de menselijke vrijheid is al even absoluut on-Paulinisch als elke theologie die op enige manier de menselijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid beperkt door zich te beroepen op een bepaald bot goddelijk fatalisme.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 3 juni 2014

U heeft de HERE uit alle volken op de aardbodem uitverkoren (Deut.7)

Deuteronomium 7; Psalm 90; Jesaja 35; Openbaring 5

Diverse complexe thema’s zijn in Deuteronomium 7 vervlochten. Hier wil ik nadenken over twee ervan.

De eerste is de nadruk op uitverkiezing. ‘Want gij zijt een volk, dat de HERE, uw God, heilig is; ú heeft de HERE, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn’ (7:6; NBV vertaalt ‘zijn kostbaar bezit’).

Waarom dan wel? Was het op grond van een intrinsieke superioriteit, een bepaalde grotere intelligentie, een of andere morele superioriteit of een bepaalde militaire bekwaamheid dat de Heer zijn keuze maakte? Neen. ‘Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de HERE Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volken. Maar, omdat de HERE u liefhad en de eed hield, die Hij uw vaderen gezworen had, heeft de HERE u met een sterke hand uitgeleid en u verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao, de koning van Egypte’ (7:7-8).

Twee opmerkingen:
(1) In de Bijbel doet Gods volkomen soevereiniteit niets af van de menselijke verantwoordelijkheid; omgekeerd zijn mensen morele actoren die kiezen, geloven, gehoorzamen, niet geloven en ongehoorzaam zijn, en dit feit maakt Gods soevereiniteit niet finaal voorwaardelijk. Dit is duidelijk uit de manier waarop Gods soevereiniteit zich in dit hoofdstuk manifesteert, d.i. in verkiezing, zelfs wanneer het hoofdstuk uitpakt met de verantwoordelijkheden die op het volk worden gelegd.
Mensen die beide waarheden niet geloven – dat God soeverein is en mensen verantwoordelijk – introduceren vroeg of laat een aantal ontoelaatbare afwijkingen in de structuur van hun geloof.
(2) Gods liefde is hier selectief. God verkoos Israël omdat Hij zijn genegenheid op hen richtte, en niet omwille van iets in henzelf. De gedachte duikt ook elders op (bijv. in Mal. 1:2-3). Maar dit is niet de enige manier waarop de Bijbel over de liefde van God spreekt (bijv. in Joh. 3:16).

Het tweede thema is de bemoediging die God zijn volk schenkt dat ze niet moeten vrezen voor het volk waartegen ze zullen moeten vechten wanneer ze het Beloofde Land innemen (7:17-22). De reden is de Exodus. Elke God die de plagen kan voortbrengen, de Rode Zee kan splijten en zijn volk kan bevrijden van een regionale supermacht als Egypte is niet het soort God dat last zou hebben van enkele heidense en immorele Kanaänieten.

Vrees is het tegenovergestelde van geloof. De Israëlieten worden bemoedigd niet te vrezen, niet omdat ze sterker zijn of beter, maar omdat ze het volk van God zijn, en God is onverslaanbaar.

Deze twee thema’s – en diverse andere – zijn in dit hoofdstuk verweven. De God die mensen verkiest is sterk genoeg om al zijn plannen in hen te verwezenlijken; het volk dat door God gekozen werd moet niet alleen antwoorden met dankbare gehoorzaamheid, maar ook met rotsvast vertrouwen.

Eigen vertaling van de overdenking bij 3 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 30 maart 2014

In het voetspoor van de moedige Thomas (Joh. 20)


Leviticus 1; Johannes 20; Spreuken 17; Filippenzen 4

Thomas krijgt heel wat negatieve commentaren – ‘Ongelovige Thomas’, noemen we hem. Maar de reden voor zijn twijfel of Jezus uit de dood was opgestaan, had mogelijk meer te maken met het feit dat hij niet aanwezig was toen Jezus voor het eerst verscheen aan de groep apostelen (Joh. 20:19-25). Is het niet duidelijk dat geen van de anderen het er beter vanaf had gebracht, indien zij op die bewuste dag afwezig waren geweest?

In elk geval ontbreekt het Thomas niet aan moed. Wanneer Jezus zich voorneemt om vanuit Galilea naar Judea terug te keren om Lazarus uit de doden op te wekken, zijn de discipelen zich bewust van het politieke klimaat en erkennen ze het gevaar van een dergelijke koers. Maar dan is het Thomas die zijn collega’s rustig aanmoedigt: ‘Laten wij ook gaan om met Hem te sterven’ (11:16).

Bij een andere gelegenheid formuleert Thomas de vraag die de hele groep wil stellen. Wanneer Jezus stelt dat Hij weggaat en dat ze nu echt wel de weg al kennen, spreekt Thomas zo niet alleen voor zichzelf wanneer hij stil tegenwerpt ‘Here, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg?’ (14:5).

Maar hier in Johannes 20, wanneer hij degene is die de pech heeft afwezig te zijn, bij de tweede verschijning van de opgewekte Jezus aan de groep apostelen, geeft Thomas de aanzet voor een dialoog die van ontzettend groot belang is.

Wanneer Jezus opdaagt, doorheen de gesloten deuren, wendt Hij zich specifiek tot Thomas en toont hem de tekens van zijn wonden: ‘Breng uw vinger hier en zie mijn handen en breng uw hand en steek die in mijn zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig’ (20:27). Thomas vraagt geen verder bewijs. Hij barst uit in een van de grote christologische belijdenissen van het Nieuwe Testament: ‘Mijn Here en mijn God!’ (20:28).

Jezus antwoordt met een uitspraak die licht werpt op het karakter van het christelijk getuigenis van vandaag: ‘Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven’ (20:29).

Jezus werpt hier zijn schaduw vooruit op de vlakten van de geschiedenis, terwijl Hij zich de ontelbare miljoenen voorstelt die op Hem zullen vertrouwen zonder Hem ooit in het vlees te hebben gezien, zonder de littekens in zijn handen, voeten en zijde te hebben nagegaan. Hun geloof is niet minderwaardig.

In de bijzondere voorzienigheid van God is het verslag van Thomas’ ervaring zelfs een van de zaken die de Geest van God zal gebruiken om hen tot geloof te brengen.

Genadig biedt Jezus de visuele en tastbare bewijzen aan die ene persoon, zodat het geschreven verslag van Thomas’ geloof en belijdenis een stimulans zou vormen voor de bekering van wie slechts toegang hebben tot de tekst. Zowel Thomas als wie na hem kwamen geloven in Jezus en hebben leven in zijn naam (20:30-31).


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 21 januari 2014

De HERE zal erin voorzien (Gen. 22)

Genesis 22; Matteüs 21; Nehemia 11; Handelingen 21

De dramatische kracht van de beproeving van Abraham bij het offeren van Isaak (Gen. 22) is welbekend. Dat het verslag zo beknopt is roept verwondering op.

Wanneer hij zijn dienstknecht vertelt dat ‘we’ (22:5 – d.w.z.: zowel Abraham als Isaak) zullen terugkeren na op de berg Moriah te hebben aangebeden, speculeerde Abraham er toen op dat God zijn zoon terug zou opwekken uit het graf? Hoopte hij dat God op een nog onbekende manier zou ingrijpen? Welke denkbare verklaring kon Abraham zijn zoon geven toen hij hem vastbond en hem op het gereedgemaakte altaar legde?

Een ogenblik eerder was Abrahams antwoord op Isaaks vraag over het lam een voltreffer: ‘God zal Zichzelf voorzien van een lam ten brandoffer, mijn zoon’ (22:8). Er is geen suggestie dat Abraham het kruis voorzag. Te oordelen aan de manier waarop hij bereid was om door te gaan met het offer (22:10-11), is het zelfs niet duidelijk dàt hij verwachtte dat God in een letterlijk dier zou voorzien. Iemand zou zelfs kunnen veronderstellen dat dit een vroom antwoord is voor de jongen, tot de vreselijke waarheid niet langer kon worden verzwegen.

Maar toch zat Abraham volgens de context van het verhaal dichter bij de waarheid dan hij kon vermoeden: God voorzag inderdaad in het lam, een plaatsvervanger voor Isaak (22:13-14). In feite zat Abraham, zoals zoveel andere personen uit de Bijbel (bijv. Kajafas in Joh. 11:49-53), véél dichter bij de waarheid dan hij kon vermoeden: God zou niet slechts in het dier voorzien dat in dit geval als plaatsvervanger kon dienen, maar ook in de ultieme plaatsvervanger, het Lam van God, die als enige onze zonde kon dragen en al Gods wonderlijke heils- en oordeelsplannen kon verwezenlijken (Opb. 4-5; 21:22).

‘De HERE zal erin voorzien’ (22:14): zoveel had Abraham duidelijk begrepen. Je kunt je slechts inbeelden hoezeer dezelfde les in de geest van de jonge Isaak was ingeprent, en bij zijn latere nakomelingen.

God zelf verbindt deze episode met de verbondsbelofte: Abrahams geloof mondt hier uit in een zo krachtige gehoorzaamheid, dat hij zelfs zijn eigen veelgeliefde zoon niet tot een plaats verheft die God zou onttronen.

God herhaalt de belofte: Ik zal ‘u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt’ (22:17-18).

Op dit punt zweert God bij zichzelf (22:16), niet omdat Hij anders zou liegen, maar omdat er niemand groter is om bij te zweren. En de eed zelf zou een geweldig stabiliserend anker blijken voor Abrahams geloof en voor het geloof van allen die in zijn spoor zouden volgen (vergelijk Hebr. 6:13-20).


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 8 januari 2014

Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich (Mt. 8)


Genesis 8; Matteüs 8; Ezra 8; Handelingen 8

Waarom vindt Jezus het geloof van de hoofdman (Romeins centurio) zo verwonderlijk (Mat. 8:5-13)? De hoofdman verzekert Jezus dat het wat hem betreft onnodig is dat de Meester zijn huis bezoekt om de verlamde knecht te genezen.

Hij begrijpt dat Jezus slechts een woord hoeft te spreken en de knecht zal gezond worden. ‘Want’ zo legt de centurion uit ‘ik ben zelf een ondergeschikte met soldaten onder mij, en ik zeg tot de één: Ga heen, en hij gaat heen, en tot een ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het’ (Mat. 8:9). Waarom is dit bewijs van geloof zo verbazingwekkend?

Drie elementen vallen op.

Het eerste is dat de centurion, in een tijd van niet weinig bijgeloof, geloofde dat Jezus’ genezende kracht niet lag in hocus pocus, of zelfs in zijn persoonlijke aanwezigheid, maar in zijn woord. Het was niet noodzakelijk voor Jezus om de knecht aan te raken of te behandelen of zelfs maar aanwezig te zijn; Hij moest slechts het woord spreken en het zou gebeuren.

Het tweede is dat hij tot dergelijke vertrouwensvolle uitspraken kwam ondanks het feit dat hij niet gepokt en gemazeld was in de Schrift. Hij was een heiden. Hoeveel hij van de Schrift begreep kunnen we niet zeggen, maar het was zeker minder dan veel van de geleerden in Israël. Toch was zijn geloof zuiverder, eenvoudiger, diepgaander en meer Christusverheerlijkend dan het hunne.

Het derde verbazingwekkende element in het geloof van deze man is de analogie die hij maakt. Hij erkent dat hij zelf een man onder gezag is, en daarom bezit hij autoriteit wanneer hij spreekt in de context van die relatie.

Wanneer hij een Romeins soldaat onder zijn bevel opdraagt om te komen of te gaan of iets te doen, dan spreekt hij niet louter van de ene man tot een andere man. De centurion spreekt met de autoriteit van zijn hogere officier, de tribuun, die uiteindelijk op zijn beurt spreekt met de autoriteit van Caesar, met de autoriteit van het machtige Romeinse Rijk.

Die autoriteit, dit gezag hoort bij de centurion, niet omdat hij in feite in elk opzicht even machtig is als Caesar, maar omdat hij een man onder gezag is: de commandostructuur betekent dat wanneer de hoofdman spreekt tot een soldaat van het voetvolk, Rome spreekt.

Impliciet geeft de hoofdman dus aan dat hij in Jezus een vergelijkbare relatie ziet: Jezus staat zo in relatie tot God en onder Gods gezag, dat wanneer Jezus spreekt, God spreekt. De hoofdman sprak natuurlijk niet vanuit het kader van een doorwrochte christelijke leer omtrent Christus, maar de ogen van het geloof hadden hem in staat gesteld om inderdaad heel diep door te dringen.

Dit is het geloof dat wij nodig hebben. Het vertrouwt op Jezus’ woord, weerspiegelt een eenvoudige diepgang en gelooft dat wanneer Jezus spreekt, God spreekt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 5 januari 2014

Er valt niet aan te ontkomen: toen stierf hij … (Gen. 5)

Genesis 5, Matteüs 5, Ezra 5, Handelingen 5

Steeds opnieuw klinkt in het vijfde hoofdstuk van Genesis hetzelfde refrein: ‘daarna stierf hij’. Die-en-die leefde zoveel jaren, daarna stierf hij … daarna stierf hij … daarna stierf hij … Waarom die herhaling?

Vanaf het begin was het Gods bedoeling dat de gemeenschap tussen Hemzelf en zijn beelddragers eeuwig zou zijn: Adam en Eva zouden eeuwig leven ervaren met God. Hun opstand maakte een einde aan die weg (Gen. 3:21-22).

Al kwam de dood niet meteen over hen (Adam werd 930 jaar volgens Gen. 5:5), toch was die dood onvermijdelijk. Het hoofdstuk dat aan deze dodenlijst voorafgaat, brengt het verslag van de eerste moord - Alweer een dood.

En de drie volgende hoofdstukken (Gen. 6-8) tekenen de zondvloed op, waarin de mensheid sterft, op slechts Noach en zijn gezin na. Of het nu door moord of door direct Goddelijk oordeel of door ouderdom is, het resultaat is altijd hetzelfde: ‘en daarna stierf hij’. Zoals de bittere uitdrukking het vandaag poneert: ‘Life is hard, and then you die’ [Het leven is hard, en dan volgt de dood, JL].

Door Gods rechtvaardige oordeel legt de dood in feite beslag op de mensheid. De leeftijden in Genesis 5 zijn buitengewoon. Ze blijven echter niet: meer jaren betekent meer kwaad. Al in Genesis 6:3 bepaalt God dat de leeftijd van zijn opstandige beelddragers korter wordt. Deze beslissing wordt gradueel maar toch resoluut ingevoerd, zodat tegen Genesis 11 de vermelde leeftijden aanmerkelijk zijn verkort. In latere verslagen leven er nog maar weinigen langer dan 120 jaar. Maar wat ook hun leeftijd, het uiteindelijke resultaat is hetzelfde: ‘daarna stierf hij’.

Het hedendaags westers denken vindt de dood zo beangstigend dat het in beleefde conversaties het laatste taboe vormt. Vandaag kun je makkelijk praten over seks en financiën en men fronst niet eens de wenkbrauwen. Maar breng de dood ter sprake, en de meeste mensen voelen zich op zijn minst ongemakkelijk.

Zelfs veel christenen denken over hun geloof bijna uitsluitend in termen van wat het nu voor hen doet, eerder dan in termen van hen voor te bereiden op de eeuwigheid en zo te zorgen voor een transformatie in hoe ze nu leven.

God wil niet dat we onze ogen sluiten voor de gevolgen van de zonde, voor de onvermijdelijkheid van de dood. Maar toch bevat dit hoofdstuk een schitterende uitzondering: ‘En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.’ (Gen. 5:24).

Het is bijna alsof God toont dat de dood ontologisch [volgens de zijnsleer, JL] niet noodzakelijk is, dat zij die met God wandelen op een dag aan de dood zullen ontkomen. Dat er zelfs voor hen die sterven nog hoop is – in Gods genade – op een leven na onze onvermijdelijke dood. Maar het is verbonden met onze wandel met God. Er zal de rest van de Bijbel voor nodig zijn om verder te uit te werken wat dit betekent.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 8 december 2013

De HERE Here is mijn kracht: Hij maakt mijn voeten als die der hinden (Hab. 3)


2 Kronieken 8; 3 Johannes; Habakuk 3; Lukas 22
Habakuks laatste gebed (Hab. 3) is in grote lijnen een reactie op het perspectief van de Heer in hoofdstuk 2. Het is een heel mooi voorbeeld van hoe te reageren op openbaringen van God wanneer die iets zeggen dat we misschien niet zo fijn vinden.

Dit zijn de dominerende thema’s:

(1) Habakuk blijft bidden voor opwekking. Wie weet of dit niet een van die gelegenheden is waarin God hartstochtelijke voorbede verhoort? In het voorgaande hoofdstuk sluit God de mogelijkheid van een dergelijke bezoeking niet volledig uit.

Dus bidt Habakuk: ‘HERE, ik heb de tijding aangaande U vernomen, ik ben, HERE, met vreze voor uw werk vervuld; roep het in het leven in de loop der jaren, maak het openbaar in de loop der jaren; gedenk in de toorn aan ontfermen!’ (3:2).

(2) In uiterst poëtische taal roept Habakuk dan herinneringen op aan een aantal gelegenheden uit het verleden waarin God in feite zijn verbondsvolk redde door hun tegenstanders te slaan. ‘In gramschap doorschrijdt Gij de aarde, in toorn dorst Gij de volkeren’, herinnert Habakuk (3:12), duidelijk suggererend ‘waarom nu niet opnieuw?’.

Uiteindelijk, zo voegt hij toe, trok U bij die gelegenheden ‘uit tot redding van uw volk, tot redding van uw gezalfde’ (3:13 – merk op hoe ‘gezalfde’ hier blijkbaar verwijst naar het hele volk van God, niet slechts naar de Davidische koning).

(3) Maar Habakuk heeft gehoord wat God gezegd heeft over deze gelegenheid. Hoezeer het ook zijn hart doet beven en zijn knieën doet knikken (3:16), hij is vastbesloten om de enige wijze koers te volgen: ‘toch zal ik rustig afwachten de dag der benauwdheid, wanneer die aanbreken zal voor het volk dat met benden ons aanvalt’ (3:16).

Met andere woorden, hij zal wachten op wat God heeft beloofd – het rechtvaardige oordeel van God over de onderdrukkers, zelfs als het volk van God eerst zelf oordeel moet ondergaan.

(4) Maar het mooiste en meest inzichtrijke deel van Habakuks gebed is voorbehouden voor het einde. Zijn ultieme vertrouwen rust niet op het vooruitzicht van oordeel over Babylon. Aan de ene kant staat zijn uiteindelijke vertrouwen volkomen los van politieke omstandigheden en van het materiële welzijn van zijn volk. ‘Al zou de vijgeboom niet bloeien, en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn’, zo schrijft hij, en ‘de vrucht van de olijfboom teleurstellen; al zouden de akkers geen spijs opleveren, de schapen uit de kooi verdreven zijn en er geen runderen in de stallingen zijn, nochtans zal ik juichen in de HERE, jubelen in de God van mijn heil’ (3:17-18).

Een dergelijk geloof kan leven zonder te weten; het kan overwinnen wanneer er geen opwekking is; het kan zich in God verblijden, zelfs al is de cultuur in verval. ‘De HERE Here is mijn kracht: Hij maakt mijn voeten als die der hinden, Hij doet mij treden op mijn hoogten’ (3:19).


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 24 november 2013

Wie is toch deze? (Lk. 8)


1 Kronieken 19-20; 1 Petrus 1; Jona 3; Lukas 8

Het stillen van de storm (Lukas 8:22-25) zoals weergegeven in Lukas’ evangelie draagt bijzonder gewicht:

(1) De essentie van het verslag is duidelijk, hoewel het bijna zijdelings licht werpt op de ware uitputting die Jezus soms ervoer in de loop van zijn uitgebreide bediening, waarin ‘Hij van stad tot stad en van dorp tot dorp trok, verkondigende het evangelie van het Koninkrijk Gods’ (8:1).

Niet alleen kon Hij in slaap vallen in de boot, Hij kon zelfs blijven doorslapen toen de boot heen en weer sloeg en rondtoste in een storm die ernstig genoeg was om vissers bang te maken.

(2) De slotzinnen van deze paragraaf vestigen de aandacht op zijn belangrijkste aandachtspunt: wie Jezus is. ‘Wie is toch deze’, vragen de discipelen, ‘dat Hij ook aan de winden en aan het water bevelen geeft en zij Hem gehoorzaam zijn?’ (8:25).

De paragraaf vormt zelfs het begin van een reeks wonderen. In de volgende verzen geneest Jezus een door demonen bezeten man (8:26-39), wekt Hij een dood meisje op en geneest Hij een zieke vrouw (8:40-56), geeft Hij aan de Twaalven een gelijkaardig gezag (9:1-9), en dan geeft hij de vijfduizend te eten (9:10-17) – wat dan een volkomen geschikte plaats is om even halt te houden en na te denken over wie Jezus is (9:18 e.v.).

Degene die heerst over de natuurelementen en de krachten van de geestenwereld en die zelfs de dood zelf kan afwenden is niet alleen de beloofde ‘Christus Gods’ (9:20) maar wordt ook verheerlijkt in het bijzijn van drie apostelen (9:28-36), die iets van de heerlijkheid aanschouwen die normaal gezien achter zijn vleesgeworden vorm verborgen bleef.

(3) Maar je moet ook nadenken over de vreemde vraag die Jezus stelt: ‘Waar was uw geloof?’ (8:25). We mogen dit niet verkeerd begrijpen. Jezus geeft zijn volgelingen niet een uitbrander omwille van een of ander duidelijk falen om de goedheid van de wereld te zien of de onvermijdelijkheid van een happy end.

Stormen kosten mensen soms echt het leven, kanker kan een vijftienjarige wegnemen, ongevallen gebeuren, goede mensen sterven. Het tegendeel denken is geen geloof aan de dag leggen maar Pollyanisch optimisme.

Het geloof dat de discipelen hadden moeten vertonen is geloof in Jezus – niet gewoon maar geloof dat Hij hen hier kon en wilde helpen, maar rijk geloof in Hem dat het, precies omdat Hij de beloofde Messias is die werd gezonden door de Almachtige God, dwaas is te geloven dat een ‘toevallige’ storm Hem en zij die bij Hem waren kon doden.

Hun vrees verraadt minder dan een stevig en vertrouwend verstaan van wie Jezus is. (Zie op dit punt ook vol. 1, de overdenking van 3 februari.)

(4) Nu is de bijdrage van 8:22-25 aan de bredere context duidelijker: de gelijkenis van de zaaier is op zoek naar hoorders van het woord die volharden en vrucht voortbrengen (8:10-11, 15). De volgende zinnen dragen de lezer op, ‘Ziet dan toe, hoe gij hoort’ (8:18, cursief toegevoegd). Jezus’ echte moeder en broers ‘zijn dezen, die het woord Gods horen en doen’ (8:21, cursief toegevoegd). Dus nu onze tekst: echte discipelen tonen hun geloof wanneer ze zo duidelijk erkennen wie Jezus is dat ze Hem in alle omstandigheden vertrouwen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 24 november uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 4 oktober 2013

Audiofile lezing 'De gelovige en zijn/haar God'



Op zaterdag 21 september gaf Gerard Hoddenbagh in CC De Steiger in Menen de openingslezing voor de nieuwe reeks 'Geloven in de 21e eeuw'. Zijn lezing had de titel 'De gelovige en zijn/haar God'.

Om de mp3 van deze lezing te downloaden, kun je de volgende link gebruiken:

Naar de lezing van Gerard Hoddenbagh - De gelovige en zijn of haar God

Er opent een ander venster met een eenvoudige downloadknop.

Merk op: de meeste links op deze blog naar de lezingen in Menen uit het verleden zijn zgn. dood, door oorzaken buiten mijn wil om. Op aanvraag kan ik bepaalde lezingen opnieuw beschikbaar stellen, maar het is jammer genoeg onmogelijk om ze allemaal terug op te laden en tot leven te wekken.

donderdag 12 september 2013

Nieuwe reeks Bijbellezingen Menen: Geloven in de 21e eeuw



Zaterdag 21 september e.k. vangt een nieuw seizoen Bijbellezingen aan. Zoals je in de afbeelding ziet zijn er in totaal 6 lezingen voorzien onder de hoofdtitel 'Geloven in de 21e eeuw'. Of anders verwoord: welke invloed, welke praktische gevolgen heeft het geloof op diverse levensterreinen?

De eerste lezing wordt verzorgd door Gerard Hoddenbagh en heeft als titel 'De gelovige en zijn/haar God'. Hoe ziet een gezond geloofsleven eruit? Wat betekent het te leven met God? Denk maar aan Paulus die aan de Filippenzen schrijft 'Te leven is voor mij Christus en te sterven is winst' (1:21).

De lezing vindt plaats in CC De Steiger, Waalvest 1 in 8930 Menen. Aanvang: 19.30 u.
(Merk op: 2 lezingen uit de reeks staan gepland op vrijdagavond in plaats van op de gebruikelijke zaterdagavond.)

donderdag 15 augustus 2013

De wet des HEREN is volmaakt, zij verkwikt de ziel (Ps. 19)


1 Samuël 5-6; Romeinen 5; Jeremia 43; Psalm 19

Psalm 19 is een van de kostbare diamanten uit het psalter. Hij telt drie delen. Het eerste verheugt zich in de woordenloze openbaring van God in het universum (19:1-6); het tweede bejubelt de helderheid, volmaaktheid en rijkdom van Gods geschreven openbaring (19:7-11); na een overgangsvers (19:11), schetst het derde deel het gepaste antwoord van de gelovige, een antwoord vol zelfonderzoek en godvruchtig voornemen.

Was het oude Israël soms geneigd om de scheppingsorde te aanbidden – zon, maan, sterren, dan is onze generatie meer geneigd argumenten aan te voeren die ze maken tot niets meer dan het product van onpersoonlijke krachten. Beide standpunten zijn verschrikkelijk.

Door de filosofische toewijding aan het naturalisme die in onze cultuur prevaleert, wordt het krachtige bewijs voor intelligent design gemarginaliseerd tot we het evidente niet langer kunnen zien: ‘De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen’ (19:2).

De paradox van woordenloze uitdrukking is prachtig, zoals ook de idee van onstuitbare spraak: ‘de dag doet sprake toestromen aan de dag, en de nacht predikt kennis aan de nacht. Het is geen sprake en het zijn geen woorden, hun stem wordt niet vernomen, toch gaat hun prediking uit over de ganse aarde en hun taal tot aan het einde der wereld’ (19:3-5).

Maar het is in verbinding met zijn geschreven zelfonthulling dat de verbondsnaam van God, Jahweh (‘de HEER’ of ‘de HERE’ in veel van onze Nederlandstalige Bijbels), zeven maal voorkomt (19:8-12). De zes predikingen (19:8-10) overlappen een beetje, maar samen projecteren ze een kijk op de geschreven openbaring die vooruitgrijpt op de zelfs nog vollediger uiteenzetting van Psalm 119.

Een van de treffende dingen aan deze zes stellingen is dat verscheidene ervan niet puur abstract zijn. De tekst zegt niet alleen iets over de woorden van God, maar ook over hun functie in de levens van wie ze in zich opnemen en ze navolgen. Bijvoorbeeld: ‘de getuigenis des HEREN is betrouwbaar’ (19:8): dit is zo, maar de psalmist laat het daar niet bij. Precies omdat de getuigenis des HEREN betrouwbaar is, kunnen ze de onverstandige wijsheid schenken.

Opnieuw: ‘De bevelen des HEREN zijn waarachtig’ (19:9) – een punt dat nog wordt versterkt in het volgende vers: ‘de verordeningen des HEREN zijn waarheid, altegader rechtvaardig’ (19:10). Maar dit is precies waarom ze het hart verheugen (19:9): we hebben te maken met de waarachtige voorschriften en verordeningen des HEREN, dus zijn ze nooit corrupt of manipulatief.

Wat deze twee terreinen van openbaring vereisen is meer dan ontzag bij het zien van transcendente macht, en meer dan persoonlijke verrukking omwille van de persoonlijke, sprekende God – maar beide. Het gepaste antwoord is dan inderdaad berouw en geloof, en toegewijd gebed dat God zelf ons van binnen rein zou maken en onze woorden en overdenkingen Hem welgevallig zou maken (19:13-15).


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 augustus uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.