Posts tonen met het label Lam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lam. Alle posts tonen

maandag 15 december 2014

Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet (Opb. 6)

2 Kronieken 17; Openbaring 6; Zacharia 2; Johannes 5

Openbaring hoofdstuk 4 en 5, waar we hier niet uitgebreider hebben bij stil gestaan, vormen een belangrijk gezicht dat ons voorbereidt voor veel van de rest van het boek – inclusief Openbaring 6. Hoofdstuk 4 is voor hoofdstuk 5 wat een decor is voor een theaterstuk.

Openbaring 4 schildert ons de troonzaal van de almachtige God in apocalyptische symbolen. De nadruk ligt op het ontzagwekkende van God, zijn heiligheid, zijn transcendentie en indrukwekkende heerlijkheid.

Zelfs de engelen met de hoogste rang bedekken hun gezicht wanneer ze buigen in aanbidding en God verheerlijken voor zijn heiligheid. In Openbaring 5 begint dan het drama. In de rechterhand van God rust een boekrol, die al zijn raadsbesluiten voor verlossing en oordeel blijkt te bevatten.

De boekrol is verzegeld met zeven zegels. In de symboliek van dit boek betekent het openen van de zegels hetzelfde als alle raadsbesluiten van God voor verlossing en oordeel tot stand brengen. Indien het boek ongeopend blijft, dan zullen Gods besluiten onvervuld blijven.

Een machtige engel houdt het hele universum een uitdaging voor: is iemand waardig om die geweldige en ronduit angstaanjagende God te benaderen, de boekrol te nemen, en de zegels te openen – met andere woorden, om te dienen als Gods afgezant die zijn besluiten ten uitvoer zal brengen? Niemand wordt waardig bevonden, en Johannes weent wanhopig.

Dan zegt een van de oudsten hem op te houden met wenen. De leeuw van de stam van Juda heeft overwonnen. Johannes kijkt op doorheen zijn tranen, en ziet – een Lam.

Dit is geen dier bijkomend bij de Leeuw. Getrouw aan de gemengde aard van apocalyptische metaforen, is de Leeuw het Lam – en Hij daagt op uit het midden van de troon. Vanaf dan wordt in het boek Openbaring lof gebracht aan Hem die zit op de troon, en aan het Lam.

In Openbaring 6 zien we het Lam de zegels openen. Na verloop van tijd introduceert het zevende zegel zeven bazuinen (Opb. 8), die op hun beurt worden gevolgd door de zeven schalen van Gods toorn (Opb. 16). Zo wordt het volledige drama van het boek Openbaring ingeleid door het gezicht van Openbaring 4-5.

Wat Openbaring 6 betreft zal ik op slechts twee punten focussen.

(1) De martelaren die ‘onder het altaar’ zijn riepen met luide stem ‘Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen?’ (6:9-10). Het is een grote troost te weten dat gerechtigheid zal worden bewerkt, en dat erop zal worden toegezien dat dit gebeurt; het is zelfs een nog grotere troost te weten dat God nog meer geduld heeft dan christenen.

(2) Maar wanneer dat oordeel dan wel komt, is er geen ontkomen aan, is er geen uitstel. Al wie opstandig waren tegen hun Schepper en nooit verzoend zijn met Hem, of het nu gaat om slaven of om machtigen en sterken, roepen tot de bergen en de rotsen dat ze hen zouden verbergen ‘voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam’ (6:16). Maar wie kan zich verbergen voor de troon van God?


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 21 januari 2014

De HERE zal erin voorzien (Gen. 22)

Genesis 22; Matteüs 21; Nehemia 11; Handelingen 21

De dramatische kracht van de beproeving van Abraham bij het offeren van Isaak (Gen. 22) is welbekend. Dat het verslag zo beknopt is roept verwondering op.

Wanneer hij zijn dienstknecht vertelt dat ‘we’ (22:5 – d.w.z.: zowel Abraham als Isaak) zullen terugkeren na op de berg Moriah te hebben aangebeden, speculeerde Abraham er toen op dat God zijn zoon terug zou opwekken uit het graf? Hoopte hij dat God op een nog onbekende manier zou ingrijpen? Welke denkbare verklaring kon Abraham zijn zoon geven toen hij hem vastbond en hem op het gereedgemaakte altaar legde?

Een ogenblik eerder was Abrahams antwoord op Isaaks vraag over het lam een voltreffer: ‘God zal Zichzelf voorzien van een lam ten brandoffer, mijn zoon’ (22:8). Er is geen suggestie dat Abraham het kruis voorzag. Te oordelen aan de manier waarop hij bereid was om door te gaan met het offer (22:10-11), is het zelfs niet duidelijk dàt hij verwachtte dat God in een letterlijk dier zou voorzien. Iemand zou zelfs kunnen veronderstellen dat dit een vroom antwoord is voor de jongen, tot de vreselijke waarheid niet langer kon worden verzwegen.

Maar toch zat Abraham volgens de context van het verhaal dichter bij de waarheid dan hij kon vermoeden: God voorzag inderdaad in het lam, een plaatsvervanger voor Isaak (22:13-14). In feite zat Abraham, zoals zoveel andere personen uit de Bijbel (bijv. Kajafas in Joh. 11:49-53), véél dichter bij de waarheid dan hij kon vermoeden: God zou niet slechts in het dier voorzien dat in dit geval als plaatsvervanger kon dienen, maar ook in de ultieme plaatsvervanger, het Lam van God, die als enige onze zonde kon dragen en al Gods wonderlijke heils- en oordeelsplannen kon verwezenlijken (Opb. 4-5; 21:22).

‘De HERE zal erin voorzien’ (22:14): zoveel had Abraham duidelijk begrepen. Je kunt je slechts inbeelden hoezeer dezelfde les in de geest van de jonge Isaak was ingeprent, en bij zijn latere nakomelingen.

God zelf verbindt deze episode met de verbondsbelofte: Abrahams geloof mondt hier uit in een zo krachtige gehoorzaamheid, dat hij zelfs zijn eigen veelgeliefde zoon niet tot een plaats verheft die God zou onttronen.

God herhaalt de belofte: Ik zal ‘u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt’ (22:17-18).

Op dit punt zweert God bij zichzelf (22:16), niet omdat Hij anders zou liegen, maar omdat er niemand groter is om bij te zweren. En de eed zelf zou een geweldig stabiliserend anker blijken voor Abrahams geloof en voor het geloof van allen die in zijn spoor zouden volgen (vergelijk Hebr. 6:13-20).


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 6 juni 2013

De rook van het reukwerk, mèt de gebeden der heiligen, steeg uit de hand van de engel voor Gods aangezicht op (Opb. 8)


Deuteronomium 10; Psalm 94; Jesaja 38; Openbaring 8
Een van de meest treffende symbolisch geleden beelden in het boek Openbaring vinden we in Openbaring 8:3-5.

De oorsprong ervan is divers. Een ervan gaat terug naar passages als Psalm 141:2: ‘Laat mijn gebed als reukoffer voor uw aangezicht staan, het opheffen van mijn handen als avondoffer’. David wil dat zijn gebeden even aangenaam zijn voor God, even aanvaardbaar voor God, als het reukwerk dat Hem aangeboden wordt voor de tabernakel aan het eind van de dag. Het reukofferaltaar was ingesteld door het Mozaïsch verbond (Ex. 30:1-10).

Dit specifieke altaar en slachtoffer zouden in de antieke wereld associaties oproepen die ons vreemd zijn. In een wereld voor er geursprays bestonden, konden de betere huizen wel een beetje reukwerk branden om de onvermijdelijke geurtjes te maskeren, en die associatie zou het branden van reukwerk in de tabernakel en later in de tempel oproepen. Dit door God ingestelde ritueel was nog altijd gangbaar in Jezus’ tijd (Lukas 1:8-9).

De associatie tussen gebeden en reukwerk werd al gebruikt door Johannes in Openbaring 5:8. Wanneer de Leeuw/het Lam, de Heer Jezus, de boekrol uit de rechterhand aanneemt van Hem die zit op de troon en zich klaarmaakt om de zegels te openen, staat er van de engelen die rond de troon zijn, dat ze zich voor het Lam neerwierpen. Ze hadden elk ‘gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen’.

De les van het gezicht is niet dat geurkaarsen iets goeds zijn in kathedralen (dit zou symbool en realiteit door elkaar halen), maar iets dat dieper gaat. Als niemand waardig zou bevonden worden om Gods plannen voor gerechtigheid en zegen tot stand te brengen, dan zijn al de gebeden van Gods volk zinloos.

Nu de Leeuw/het Lam de overwinning heeft behaald, worden de gebeden (gesymboliseerd door het reukwerk omwille van de gelijkenis met het Oude Testament) in de tegenwoordigheid van God gebracht. De gebeden van Gods volk zullen gehoord en verhoord worden, omdat Gods plannen voor zegen en oordeel nu zeker zullen uitgevoerd worden.

Hier in 8:3-5 worden ‘de gebeden van alle heiligen’ geofferd op het reukofferaltaar voor God. ‘En de engel nam het wierookvat en vulde dat met het vuur van het altaar, en wierp (het vuur) op de aarde; en er kwamen donderslagen en stemmen en bliksemstralen en aardbeving’ (8:5) – allemaal tekenen, in de context, van de vreselijke tegenwoordigheid en het oordeel van God.

Gods oordeel is een antwoord op de gebeden van zijn volk. Waarom zou die gedachte vreemd moeten overkomen? De zielen van de martelaren roepen om gerechtigheid (Opb. 6:10). De hele gemeente roept ‘Kom, Here Jezus’ (22:20), wetende dat die wil het laatste oordeel zal doen neerdalen. Volgelingen van Jezus bidden ‘Uw koninkrijk kome’ – geen sentimenteel begrip in de context van een gebroken, opstandige wereld.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 juni uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 3 juni 2013

Wie is waardig de boekrol te openen en haar zegels te verbreken? (Opb. 5)


Deuteronomium 7; Psalm 90; Jesaja 35; Openbaring 5
De setting van Openbaring 4 effent het pad voor het drama van Openbaring 5. In de rechterhand, de hand van kracht, ‘van Hem, die op de troon zat’ – de transcendente, ontzagwekkende God beschreven in hoofdstuk 4 – is er ‘een boekrol, beschreven van binnen en van buiten’.

Deze rol bevat al Gods plannen voor gerechtigheid, oordeel en zegen. De meeste mensen schrijven slechts op één zijde van een boekrol, de zijde met de horizontale stroken papyrus. Zij die op de beide zijden schreven waren misschien te arm om zich nog een blanco boekrol te kunnen veroorloven – of, zoals in dit geval, hadden ze heel wat te zeggen en wilden ze dat het allemaal in één boekrol vervat zou blijven.

Zo bestrijkt deze boekrol in de hand van de Almachtige de volheid van Gods plannen voor oordeel en zegen – dit is waarom ze op beide zijden beschreven is. Maar de boekrol is verzegeld: dit betekent dat de plannen van God die beschreven staan in deze rol niet zullen uitgevoerd worden tot de zegels verbroken worden.

De dramatische vraag van de engel (5:2) is fundamenteel voor elk geloof: Wie is de vertegenwoordiger die kenmerken heeft die zo rijk zijn, leven dat zo puur is, bekwaamheden die zo ongeëvenaard zijn, dat hij in staat zou zijn om deze God te benaderen – de God voor wie zelfs de hoogste orde van engelen hun gezichten verbergen – en de boekrol te nemen uit zijn rechterhand en al Gods plannen ten uitvoer te brengen?

Wanneer niemand waardig wordt bevonden, weent Johannes zeer (5:3-4). Zijn tranen komen niet voort uit frustratie dat hij niet in de toekomst zal kunnen kijken, maar vanuit zijn besef dat, in de symboliek van dit gezicht, Gods plannen nooit uitgevoerd zullen worden.

Er zal geen gerechtigheid zijn in het universum en geen redding. Dit is de wanhoop van de conclusie dat de geschiedenis zinloos is, dat God dood is.

Maar een oudste die uitleg geeft vertroost Johannes (5:5). De Leeuw uit de stam van Juda heeft ‘overwonnen’ (5:5) om de boekrol te kunnen openen: het werkwoord suggereert een verschrikkelijke strijd, maar de Leeuw heeft de overwinning behaald. Deze Leeuw is de koning uit de lijn van David.

Dus kijkt Johannes op en ziet – een Lam. De Leeuw wordt aangekondigd en wat Johannes ziet is een Lam. Dit is niet een ander, afzonderlijk dier. Apocalyptische literatuur houdt van het gebruik van gemengde metaforen. Hier is de Leeuw het Lam – en wel een geslacht offerlam, maar dan een met een volmaakte koninklijke macht (de zeven horens).

Hier is de Messias, de allergrootste in zelfopoffering, de allerhoogste in macht, die vanuit het midden van de troon zelf voortkomt. Alleen Hij kan al Gods plannen uitvoeren. Geen wonder dat het hele universum uitbarst in een nieuw lied, het lied van de verlossing (5:9-14).

De triomf van de Here God en van het Lam is wat ook achter de ommekeer van Jesaja 35 schuilgaat.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 juni uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 16 december 2012

'Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon' (Opb. 7)



2 Kronieken 18, Openbaring 7, Zacharia 3, Johannes 6
Er zijn veel geschilpunten als het gaat over de uitleg van Openbaring 7. Wie zijn bijvoorbeeld de 144.000 (7:4)? Zijn ze dezelfde mensen als de grote menigte die niemand kon tellen (7:9), zoals in hoofdstuk 5 de Leeuw ook het Lam is? Wat of wanneer is de ‘grote verdrukking’ (7:14)? Is het een korte periode? En indien dit het geval is – in het jaar 70 n.C., of tegen het einde der tijden? Of is het een manier om te verwijzen naar de volledige periode tussen Jezus’ eerste en zijn tweede komst?

Maar hier zal ik mijn aandacht beperken tot drie elementen in Johannes’ beschrijving van de ‘grote schare die niemand tellen kon’.

Ten eerste komen zij voort ‘uit alle volk en stammen en natiën en talen’ (7:9). Er is zelfs geen vleugje van racisme hier. Dit thema blijft overigens opduiken in het boek. Bijvoorbeeld al in Openbaring 5:9 zingen de oudsten een nieuw lied voor het Lam: ‘Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie’.
Gods uiteindelijke gemeenschap is transnationaal, transtribaal, transraciaal en translinguïstisch (of overstijgt volken, stammen, rassen en talen).

In die zin grijpt Los Angeles beter vooruit op de hemel dan Tulsa, Oklahoma (omdat de bevolking er demografisch veel meer varieert. Je kunt het in België vergelijken met bijvoorbeeld Antwerpen of Brussel, tegenover een stad als Brugge, JL). Laat de kerk, gesterkt door Gods genade, nu al zo ruimhartig mogelijk uitleven wat ze op een dag zal zijn.

Ten tweede draait alles wat aan deze mensen belangrijk is om het werk van God, verwezenlijkt door het Lam – het draait kortom om het evangelie van God. Zo staan ze ‘voor de troon en voor het Lam’ (7:9); ze roepen ‘met luider stem en zeiden: De zaligheid is van onze God, die op de troon gezeten is, en van het Lam!’ (7:10).

Terwijl de engelen God aanbidden (7:11-12), wordt aan Johannes over deze mensen verteld: ‘zij hebben hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed des Lams’ (7:14). Kortom, wat er ook nog allemaal aan andere zaken gevonden wordt in Openbaring, dit boek vloeit over van het evangelie.

Ten derde ligt het ultieme vooruitzicht voor de grote schare niet in dit leven. Zij zijn ‘voor de troon van God en zij vereren Hem dag en nacht in zijn tempel’ (7:15). Niets slechts zal hen ooit nog overkomen (7:16). ‘Want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en hen voeren naar waterbronnen des levens; en God zal alle tranen van hun ogen afwissen’ (7:17).

Het boek Openbaring wakkert de vlam aan van moed en trouw in dit leven, zelfs in de klauwen van de meest venijnige tegenstand, door de meest heerlijke vooruitzichten voor te houden met betrekking tot het leven dat nog komt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 15 december 2012

'Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet ... ' (Opb. 6)


2 Kronieken 17, Openbaring 6, Zacharia 2, Johannes 5
Openbaring hoofdstuk 4 en 5, waar we hier niet uitgebreider hebben bij stil gestaan, vormen een belangrijk gezicht dat ons voorbereidt voor veel van de rest van het boek – inclusief Openbaring 6.

Hoofdstuk 4 is voor hoofdstuk 5 wat een setting is voor een theaterstuk, een drama. Openbaring 4 schildert ons de troonzaal van de almachtige God in apocalyptische symbolen. De nadruk ligt op het ontzagwekkende van God, op zijn heiligheid, zijn transcendente en indrukwekkende heerlijkheid.

Zelfs de engelen met de hoogste rang bedekken hun gezicht wanneer ze buigen in aanbidding en God verheerlijken voor zijn heiligheid. In Openbaring 5 begint dan het drama. In de rechterhand van God rust een boekrol, die alle raadsbesluiten voor verlossing en oordeel blijkt te bevatten.

De boekrol is verzegeld met zeven zegels. In de symboliek van dit boek betekent het openen van de zegels hetzelfde als alle raadsbesluiten van God tot stand brengen voor verlossing en oordeel. Indien het boek ongeopend blijft, dan zullen Gods besluiten onvervuld blijven.

Een machtige engel houdt het hele universum een uitdaging voor: is iemand waardig om die geweldige en ronduit angstaanjagende God te benaderen, de boekrol te nemen, en de zegels te openen – met andere woorden, om te dienen als Gods afgezant die zijn besluiten ten uitvoer zal brengen? Niemand wordt waardig bevonden, en Johannes weent wanhopig.

Dan beveelt een van de oudsten dat hij niet langer zou wenen. De leeuw van de stam van Juda heeft overwonnen. Johannes kijkt op doorheen zijn tranen, en ziet – een Lam.
Dit is geen dier bijkomend bij de Leeuw. Getrouw aan de gemengde aard van apocalyptische metaforen, is de Leeuw het Lam – en Hij daagt op uit het midden van de troon. Vanaf dan in het boek Openbaring wordt lof gebracht aan Hem die zit op de troon, en aan het Lam.

In Openbaring 6 zien we het Lam de zegels openen. Na verloop van tijd introduceert het zevende zegel zeven bazuinen (Opb. 8), die op hun beurt gevolgd worden door de zeven schalen van Gods toorn (Opb. 16). Zo wordt het volledige drama van het boek Openbaring ingeleid door het gezicht van Openbaring 4-5.

Met betrekking tot Openbaring 6 zal ik slecht op twee punten focussen.

(1) De martelaren die ‘onder het altaar’ zijn riepen met luide stem ‘Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen?’ (6:9-10). Het is een grote troost te weten dat gerechtigheid zal bewerkt worden, en dat erop zal toegezien worden dat die gebeurt; het is zelfs een nog grotere troost te weten dat God nog meer geduld heeft dan christenen.

(2) Maar wanneer dat oordeel dan komt, is er geen ontkomen aan, is er geen uitstel. Al wie opstandig waren tegen hun Schepper en nooit verzoend zijn met Hem, of het nu gaat om slaven of om de machtigen en krachtigen, roepen tot de bergen en de rotsen dat ze hen zouden verbergen ‘voor het aangezicht van Hem, die gezeten is op de troon, en voor de toorn van het Lam’ (6:16). Maar wie kan zich verbergen voor de troon van God?

Eigen vertaling van de overdenking bij 15 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 30 oktober 2012

Eén Lam voor de hele wereld


Ook de Pentateuch vestigt de blik op Christus. Nancy Guthrie schreef er een boek over: ‘The Lamb of God: Seeing Jesus in Exodus, Leviticus, Numbers, and Deuteronomy’ (Crossway).

Gods Wet biedt ons niet in de eerste plaats een eindeloze lijst met morele regels, nee, ze wijst ons vooruit naar Hem die zou komen en de Wet volkomen zou vervullen: het Lam dat het finale, smetteloze offer voor de zonde is.

In een interview voor The Gospel Coalition-blog geeft Guthrie ook aan hoe ze op weg gezet werd door Philip Rykens 1200-pagina’s tellende commentaar ‘Exodus: Saved for God's Glory’.
Ryken ziet een duidelijke voortgang in de Bijbel:
- één lam voor één persoon wanneer Abraham een ram offert in plaats van zijn zoon Isaak,
- één lam voor één huishouden bij het Pascha
- één lam voor een heel volk op de Grote Verzoendag
- en – uiteindelijk – één Lam voor de hele wereld (zie Joh. 1:29).

Guthrie heeft het in het interview ook over ‘redding via oordeel’. De Oudtestamentische voorbeelden van redding zijn een voorafschaduwing van onze uiteindelijke redding. Hier verwijst Guthrie naar het boek van James Hamilton ‘God's Glory in Salvation Through Judgment’.

- Adam en Eva worden in Genesis gered van de eeuwige door het oordeel van weggestuurd worden uit de tuin van Eden
- Gods volk wordt in Exodus gered door het oordeel dat over Egypte kwam in de vorm van de 10 plagen
- Je ziet het het duidelijkst bij het kruis van Christus, wanneer de redding van zondaars mogelijk wordt gemaakt door het oordeel van God dat neerdaalt op Christus
- Onze finale redding in de Nieuwe Hemel en Nieuwe Aarde zal blijken bij het grote oordeel dat voorgoed een einde zal maken aan alle kwaad van de wereld

Download een uittreksel uit het boek van Nancy Guthrie, 'The Lamb of God (A 10-week Bible Study): Seeing Jesus in Exodus, Leviticus, Numbers, and Deuteronomy' (pdf)

Lees het interview van The Gospel Coalition met Nancy Guthrie
Lees meer via de website Preaching Christ in the Old Testament