Posts tonen met het label Ruth. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ruth. Alle posts tonen

zondag 10 augustus 2014

'Spreid uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser' (Ruth 3-4)


Ruth 3-4; Handelingen 28; Jeremia 38; Psalmen 11-12

De uitleggers zijn het niet eens over de sociale betekenis van elke actie die wordt ondernomen in Ruth 3-4, maar de algemene lijn is duidelijk genoeg. Het is bijna zeker dat de leviraatswetten, die mannen onder bepaalde omstandigheden toestonden of verplichtten te huwen met aangetrouwde weduwen om de familienaam in leven te houden, niet zeer nauwgezet werden gevolgd.

Op aanwijzing van Naomi neemt Ruth een beetje initiatief: ze legt zich neer aan de voeten van Boaz in een slaapvertrek dat alleen voor mannen was. Wanneer hij wakker wordt, zegt ze: ‘spreid uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser’ (3:9). Dit was een uitnodiging, maar geen goedkope. Het tekende haar bereidheid om zijn vrouw te worden, indien Boaz zich van zijn taken zou kwijten als bloedverwant-losser.

Boaz vat dit op als een compliment: het leeftijdsverschil tussen hen is blijkbaar groot genoeg (3:10, plus zijn gewoonte om Ruth aan te spreken als ‘mijn dochter’) om te maken dat hij wordt geraakt door haar bereidheid met hem te huwen in plaats van met een van de jongere mannen.

Het verhaal ontvouwt zich met romantische integriteit. Hollywood zou het haten: er is geen spannende seks, zeker niet van de voorhuwelijkse soort. Maar het verhaal heeft een verleidelijke charme, verbonden met een totaal respect voor traditie en procedure, en een goed bewustzijn van de menselijke natuur.

Daarom voorspelt Naomi ook vertrouwensvol dat Boaz niet zal ‘rusten, voordat hij vandaag deze zaak tot een einde heeft gebracht’ (3:18). Ze heeft het natuurlijk bij het rechte eind.

De stadspoort is de plaats voor publieke overeenkomsten en daar verzamelt Boaz tien oudsten als getuigen en verzoekt voorzichtig dat de ene persoon die nog dichter verwant is aan Naomi (en daarom zich op ‘voorkeursrecht’ kan beroepen) de verplichtingen van verwant-losser zou nakomen of wettelijk zou afzien van de claim (4:1-4).

Op dit punt zijn de huwelijksrechten schijnbaar verbonden met het bezit van het land van de overleden echtgenoot. Die specifieke verwant-losser zou heel graag het land verkrijgen, maar wil niet huwen met Ruth. Haar eerstgeboren zoon zou in een dergelijke verbinding het bezit en het familie-erfgoed van de overleden echtgenoot behouden; latere zonen zouden erven van de natuurlijke vader. Maar de situatie is verwarrend. Stel dat Ruth slechts één zoon zou baren?

Zo huwt Boaz met Ruth, en na verloop van tijd baart ze een zoon, die ze Obed noemen. Naomi krijgt niet alleen een kleinzoon, maar ook een familie die verlangt en in staat is om voor haar te zorgen.

Aan de ene kant is dit een eenvoudig verhaal van Gods trouw in de kleine dingen des levens, in een tijd van sociale malaise, godsdienstige achteruitgang, politieke verwarring en terugkerende anarchie. God heeft nog altijd zijn mensen – hardwerkend, eerbaar handelend, huwend en kinderen krijgend, met zorg voor de ouderen.

Zij konden niet weten dat het de lijn van Obed was die Koning David zou voortbrengen – en naar het vlees, Koning Jezus.


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 9 augustus 2014

'De HERE vergelde u uw daad' (Ruth 2)


Ruth 2; Handelingen 27; Jeremia 37; Psalm 10

De verteller heeft ons al meegedeeld dat wanneer Naomi en Ruth terug in Betlehem aankomen, het de tijd van de gersteoogst was (Ruth 1:22). Nu wordt (Ruth 2) de betekenis van dit stukje informatie verder uitgewerkt.

Het was een langlopende traditie, stammend uit de Wet van Mozes, dat landeigenaars niet te fijnmazig tewerk mochten gaan bij het oppikken van elk deeltje van de oogst van hun land. Dit liet iets te eten voor de armen (vgl. Deut. 24:19-22; zie de overdenking van 19 juni).

Zo trekt Ruth er op uit en gaat ze aan het werk achter de maaiers in een veld niet al te ver van Jeruzalem. Ze kon niet weten dat dit veld toebehoorde aan een rijke landeigenaar met de naam Boaz – een verre verwant van Naomi en Ruths toekomstige echtgenoot.

Het is een pakkend verhaal, met waardige mensen die zich op elk vlak ook zo gedragen. Aan de ene kant bewijst Ruth zich een harde werker, want ze stopt bijna niet om te rusten (2:7). Ze is zich pijnlijk bewust van haar vreemdelingenstatus (2:10), maar behandelt de plaatselijke mensen met respect en hoffelijkheid.

Wanneer ze haar opbrengst naar Naomi brengt en verhaalt wat er allemaal gebeurd is, herinnert een andere kleine zijdelingse opmerking ons eraan dat het voor een alleenstaande vrouw bijna gelijkstond met een uitnodiging tot mishandeling (2:22) wanneer je je op dit punt in Israëls geschiedenis aan dergelijk werk begaf – wat getuigt van haar moed en vastberadenheid.

Naomi ziet de hand van God. Vanuit een louter pragmatische blik van genoeg te eten vinden, is ze dankbaar, maar wanneer ze de naam van de man hoort die het veld bezit, erkent ze niet alleen de veiligheid die dit Ruth zal bieden, maar realiseert ze zich dat Boaz een van hun ‘lossers’ is (2:20) – dit wil zeggen: een van hen die onder de zogenaamde wet rond het leviraatshuwelijk kon trouwen met Ruth, met als resultaat dat hun eerstgeboren zoon de legitieme rechten en eigendomstitels van haar oorspronkelijke echtgenoot zou bekomen.

Maar het is Boaz die misschien in het beste daglicht wordt gesteld. Zonder een spoor van romantiek op dit moment, toont hij zichzelf niet alleen bezorgd om de armen, maar blijkt hij ook een man die wordt geraakt door de nood van anderen en die in stilte wil helpen.

Hij heeft gehoord van Naomi’s terugkeer en over de aanhoudende trouw van deze jonge Moabitische.

Hij instrueert zijn eigen werkers in haar behoeften te voorzien, haar veiligheid te garanderen en zelfs enige extra’s uit de bundels achter te laten, zodat Ruths werk beloond zal worden.

Bovenal is hij zowel een man van geloof als van integriteit, een punt dat we horen in zijn eerste gesprek met de vrouw die op een dag zijn bruid zou worden: ‘De HERE vergelde u uw daad, en uw loon valle u onverkort ten deel van de HERE, de God van Israël, onder wiens vleugelen gij zijt komen schuilen’ (2:12). Goed gezegd – want de Here blijft niemand iets verschuldigd [of: ‘is niemands schuldenaar’].


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 8 augustus 2014

Dring er bij mij niet op aan, dat ik u in de steek zou laten (Ruth 1)


Ruth 1; Handelingen 26; Jeremia 36, 45; Psalm 9

Er is nauwelijks een aantrekkelijker personage in de Schrift te vinden dan Ruth. Ze is een Moabitische (Ruth 1:4). Ze leeft in verwarrende tijden, en krijgt haar eigen portie verscheurend verdriet. Zij en een andere Moabitische, Orpa, huwen twee recente immigranten, Machlon en Kiljon. Deze twee mannen en hun ouders zijn gearriveerd in Moabitisch gebied om aan de hongersnood te ontkomen in hun woonplaats Betlehem.

Enkele jaren gaan voorbij en dan sterft de vader van de mannen, Elimelech. Dan sterven ook Machlon en Kiljon zelf. Dit betekent dat de drie vrouwen alleen achterblijven: de schoonmoeder van de beide Moabitische vrouwen, Naomi, en de twee Moabitische vrouwen zelf, Orpa en Ruth.

Wanneer Naomi verneemt dat de hongersnood op het thuisfront voorbij is, wat hun oorspronkelijke reden was voor de verhuis naar Moab, beslist ze om naar huis terug te keren. Families werkten vaak in uitgebreide familierelaties. Er zou voor haar worden gezorgd en de pijn van haar eenzaamheid zou slijten.

Op een wijze manier moedigt ze haar twee schoondochters aan om in hun eigen land te blijven, bij hun eigen volk, taal en cultuur. Wie weet? Misschien konden ze na verloop van tijd zelfs een nieuwe partner vinden? Ze kunnen toch zeker niet van Naomi verwachten dat ze hier nog voor zal kunnen zorgen!

Orpa neemt de raad ter harte, blijft thuis in Moab en we horen niets meer van haar. Maar Ruth klampt zich aan Naomi vast: ‘Dring er bij mij niet op aan, dat ik u in de steek zou laten, door van u terug te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten: uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. waar gij zult sterven, zal ik sterven, en daar zal ik begraven worden‘(1:16-17). Ze legt zichzelf zelfs de dreiging van een vloek op: ‘Zo moge de HERE mij doen, ja nog erger: voorwaar, de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en u’ (1:17).

Het is niet Ruths bedoeling dit heldhaftig te laten klinken. Ze spreekt eenvoudigweg vanuit haar hart. Was ze tot een oprecht en aanhoudend geloof in de Here God gekomen gedurende haar tienjarig huwelijk? Welke stevige en fijne banden waren er gesmeed tussen Ruth en de Israëlitische leden van deze grotere familie, en in het bijzonder tussen Ruth en Naomi?

Onze cultuur maakt allerhande snerende opmerkingen over schoonmoeders. Maar veel schoonmoeders zijn opmerkelijk onbaatzuchtig, en smeden relaties met hun schoondochters die al even godsvruchtig en diep zijn als de beste banden tussen moeders en dochters. Zo blijkbaar ook hier.

Ruth is bereid om haar eigen volk, cultuur, land en zelfs haar godsdienst te verlaten, als ze maar bij Naomi kan blijven en haar kan helpen.

Ze kon niet weten dat ze door deze keuze spoedig opnieuw zou mogen huwen. Ze kon niet weten dat dit huwelijk haar niet alleen een voorouder zou maken van het aanstaande Davidische koningshuis, maar ook van de allerhoogste Koning die hier eeuwen later zou uit afstammen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 10 augustus 2012

'Spreid uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser' (Ruth 3-4)

Ruth 3-4, Handelingen 28, Jeremia 38, Psalmen 11-12
De uitleggers zijn het niet eens over de sociale betekenis van elke actie die wordt ondernomen in Ruth 3-4, maar de algemene lijn is duidelijk genoeg. Het is bijna zeker dat de leviraatswetten, die mannen onder bepaalde omstandigheden toestonden of geboden om te huwen met aangetrouwde weduwen om de familienaam in leven te houden, niet zeer nauwgezet werden gevolgd.

Ruth volgt Naomi’s aanwijzing en neemt een beetje initiatief: ze legt zich neer aan de voeten van Boaz in een slaapvertrek dat alleen voor mannen was. Wanneer hij wakker wordt, zegt ze: ‘spreid uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser’ (3:9). Dit was een uitnodiging, maar geen goedkope. Het tekende haar bereidheid om zijn vrouw te worden, indien Boaz zich van zijn taken zou kwijten als bloedverwant-losser.

Boaz neemt dit op als een compliment: het leeftijdsverschil tussen hen is blijkbaar groot genoeg (3:10, plus zijn gewoonte om Ruth aan te spreken als ‘mijn dochter’), om ervoor te zorgen dat haar bereidheid met hem te huwen in plaats van met een van de jongere mannen hem raakt.

Het verhaal ontvouwt zich met romantische integriteit. Hollywood zou het haten: er is geen spannende seks, zeker niet van de voorhuwelijkse soort. Maar er is een verleidelijke charme aan het verslag, verbonden met een totaal respect voor traditie en procedure, en een goed bewustzijn van de menselijke natuur.

Daarom voorspelt Naomi ook vertrouwensvol dat Boaz niet zal ‘rusten, voordat hij vandaag deze zaak tot een einde heeft gebracht’ (3:18). Ze heeft het juist, natuurlijk.

De stadspoort is de plaats voor publieke overeenkomsten en daar verzamelt Boaz tien oudsten als getuigen en verzoekt voorzichtig dat de ene persoon die nog dichter verwant is aan Naomi (en daarom zich op ‘voorkeursrecht’ kan beroepen) de verplichtingen van verwant-losser zou nakomen of wettelijk zou afzien van de claim (4:1-4).

Op dit punt zijn de huwelijksrechten schijnbaar verbonden met het bezit van het land van de overleden echtgenoot. Die specifieke verwant-losser zou heel graag het land verkrijgen, maar wil niet huwen met Ruth. Haar eerstgeboren zoon zou in een dergelijke verbinding het bezit en het familie-erfgoed van de overleden echtgenoot behouden; latere zonen zouden erven van de natuurlijke vader. Maar de situatie is verwarrend. Stel dat Ruth slechts één zoon zou baren?

Zo huwt Boaz met Ruth, en na verloop van tijd baart ze een zoon, die ze Obed noemen. Naomi krijgt niet alleen een kleinzoon, maar ook een familie die verlangt en in staat is om voor haar te zorgen.

Aan de ene kant is dit een eenvoudig verhaal van Gods trouw in de kleine dingen des levens, in een tijd van sociale malaise, godsdienstige achteruitgang, politieke verwarring en terugkerende anarchie. God heeft nog altijd zijn volk – hardwerkend, eerbaar handelend, huwend en kinderen krijgend, met zorg voor de ouderen.

Zij konden niet weten dat Obed de lijn was die Koning David zou voortbrengen – en naar het vlees, Koning Jezus.


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

donderdag 9 augustus 2012

'De HERE vergelde u uw daad' (Ruth 2)


Ruth 2, Handelingen 27, Jeremia 37, Psalm 10

De schrijver heeft ons al verteld dat wanneer Naomi en Ruth terug aankomen in Betlehem, het de tijd van de gersteoogst was. Nu wordt in Ruth 2 de betekenis van dit stukje informatie verder uitgewerkt.

Het was een langlopende traditie, stammend uit de Wet van Mozes, dat landeigenaars niet te fijnmazig tewerk mochten gaan bij het oppikken van elk deeltje van de oogst van hun land. Dit liet iets te eten voor de armen (vgl. Deut. 24:19-22; zie de overdenking van 19 juni).

Dus trekt Ruth er op uit en gaat ze aan het werk achter de maaiers in een veld niet al te ver van Jeruzalem. Ze kon niet weten dat dit veld toebehoorde aan een rijke landeigenaar met de naam Boaz – een verre verwant van Naomi en Ruths toekomstige echtgenoot.

Het is een pakkend verhaal, met waardige mensen die zich op elk vlak ook zo gedragen. Aan de ene kant bewijst Ruth zich een harde werker, want ze stopt bijna niet om te rusten (2:7). Ze is zich pijnlijk bewust van haar status als vreemdeling (2:10), maar behandelt de plaatselijke mensen met respect en hoffelijkheid.

Wanneer ze haar opbrengst bij Naomi brengt en verhaalt wat er allemaal gebeurd is, herinnert een kleine zijdelingse opmerking ons eraan dat het voor een alleenstaande vrouw bijna gelijkstond met een uitnodiging tot mishandeling (2:22) wanneer je je op dit punt in Israëls geschiedenis aan dergelijk werk begaf – wat ook weer getuigt van haar moed en vastberadenheid.

Naomi ziet de hand van God. Vanuit een louter pragmatische blik van genoeg te eten vinden, is ze dankbaar, maar wanneer ze de naam van de man hoort die het veld bezit, erkent ze niet alleen de veiligheid die dit brengt voor Ruth, maar realiseert ze zich dat Boaz een van hun ‘lossers’ is (2:20) – dit wil zeggen: een van hen die onder de zogenaamde wet rond het leviraatshuwelijk kon trouwen met Ruth, met als resultaat dat hun eerstgeboren zoon de legitieme rechten en eigendomstitels van haar oorspronkelijke echtgenoot zou bekomen.

Maar het is Boaz die misschien in het beste daglicht wordt gesteld. Zonder een spoor van romantiek in deze fase, toont hij zichzelf niet alleen bezorgd om de armen, maar hij blijkt ook een man die geraakt wordt door de nood van anderen en die in stilte wil helpen.

Hij heeft gehoord van Naomi’s terugkeer en over de aanhoudende trouw van deze jonge Moabitische. Hij draagt zijn eigen werkers op om te voorzien in wat ze nodig heeft, om haar veiligheid te verzekeren en zelfs iets extra uit de bundels achter te laten, zodat Ruths werk beloond zal worden.

Bovenal is hij zowel een man van geloof als van integriteit, een punt dat we voor het eerst horen in zijn eerste gesprek met de vrouw die op een dag zijn bruid zou worden: ‘De HERE vergelde u uw daad, en uw loon valle u onverkort ten deel van de HERE, de God van Israël, onder wiens vleugelen gij zijt komen schuilen’ (2:12). Goed gezegd – want de Here blijft niemand iets verschuldigd, is niemands schuldenaar.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

woensdag 8 augustus 2012

'Dring er bij mij niet op aan, dat ik u in de steek zou laten' (Ruth 1)



Ruth 1, Handelingen 26, Jeremia 36, Psalm 9

Het is moeilijk in de Schrift een aantrekkelijker figuur te vinden dan Ruth. Ze is een Moabitische (Ruth 1:4). Ze leeft in verwarrende tijden, en krijgt haar eigen portie vreselijk verdriet. Zij en een andere Moabitische, Orpa, huwen twee pas geïmmigreerden, Machlon en Kiljon. Deze twee mannen en hun ouders zijn gearriveerd in Moabitisch gebied om aan de hongersnood te ontkomen in hun woonplaats Betlehem.

Enkele jaren gaan voorbij en dan sterft de vader van de mannen, Elimelech. Dan sterven ook Machlon en Kiljon zelf. Dit betekent dat de drie vrouwen alleen achterblijven: de schoonmoeder van beide Moabitische vrouwen, Naomi, en de twee Moabitische vrouwen zelf: Orpa en Ruth.

Wanneer Naomi verneemt dat de hongersnood op het thuisfront voorbij is, wat hun oorspronkelijke reden was voor de verhuis naar Moab, beslist ze om naar huis terug te keren. Families werkten vaak in uitgebreide familierelaties. Er zou voor haar gezorgd worden en de pijn van haar eenzaamheid zou slijten.

Op een wijze manier moedigt ze haar twee schoondochters aan om in hun eigen land te blijven, bij hun eigen volk, taal en cultuur. Wie weet? Misschien konden ze na verloop van tijd een nieuwe partner vinden? Ze kunnen toch zeker niet van Naomi verwachten dat ze hier nog voor zal kunnen zorgen?

Orpa neemt de raad aan, blijft thuis in Moab en we horen niets meer van haar. Maar Ruth klampt zich aan Naomi vast: ‘Dring er bij mij niet op aan, dat ik u in de steek zou laten, door van u terug te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten: uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. waar gij zult sterven, zal ik sterven, en daar zal ik begraven worden‘(1:16-17). Ze zet zichzelf zelfs onder de dreiging van een vloek: ‘Zo moge de HERE mij doen, ja nog erger: voorwaar, de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en u’ (1:17).

Het is niet Ruths bedoeling om zo helfdhaftig te klinken. Ze spreekt eenvoudigweg vanuit haar hart. Was ze tot een oprecht en aanhoudend geloof in de Here God gekomen gedurende haar tienjarig huwelijk? Welke stevige en fijne banden waren er gesmeed tussen Ruth en de Israëlitische leden van deze grotere familie, en in het bijzonder tussen Ruth en Naomi?

Onze cultuur maakt allerhande snijdende opmerkingen over schoonmoeders. Maar veel schoonmoeders zijn opmerkelijk onzelfzuchtig, en smeden relaties met hun schoondochters die al even godsvruchtig en diep zijn als de beste banden tussen moeders en dochters. Zo blijkbaar ook hier.

Ruth is bereid om haar eigen volk, cultuur, land en zelfs haar godsdienst te verlaten, als ze maar bij Naomi kan blijven en haar kan helpen. Ze kon niet weten dat ze door deze keuze spoedig opnieuw zou mogen huwen. Ze kon niet weten dat dit huwelijk haar niet alleen een voorouder zou maken van het aanstaande Davidische koningshuis, maar ook van de allerhoogste Koning die hier eeuwen later zou uit afstammen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

dinsdag 12 april 2011

Naomi heeft een plan - en dus hoop!

"Twee dingen vallen op in de strategie van Naomi in hoofdstuk 3 van het boek Ruth.
Het eerste is het feit dat ze een strategie hééft, het tweede is wat die strategie is.

Staan we even stil bij dat nuchtere feit dat Naomi een plan heeft. Dit leert ons iets. Mensen die zich een slachtoffer voelen maken geen plannen. Zolang Naomi zichzelf zag als onderdrukt, zolang ze slechts kon met woorden als "de Almachtige heeft mij veel bitterheid aangedaan", kwam ze niet met een strategie voor de toekomst.

Een van de vreselijke effecten van een depressie is dat we niet in staat zijn om doelgericht vooruit te gaan of hoopvol naar de toekomst te kijken.

Plannen van gerechtigheid vloeien voort uit hoop. Wanneer Naomi zich in hoofdstuk 2 vers 20 bewust wordt van de goedertierenheid van God, wordt haar hoop levend. Wat eruit voortkomt is 'strategische gerechtigheid'.

Ze draagt zorg over Ruth en wil voor haar een plaats van veiligheid en bescherming garanderen. Daartoe maakt ze een plan.

Een van de redenen dat we elkaar moeten helpen 'hopen op God' (Psalm 42:6), is dat alleen hoopvolle gemeentes of kerken plannen en strategieën hebben. Kerken die geen hoop koesteren ontwikkelen een behoudende mentaliteit en boeren maar voort, jaar na jaar.

Maar wanneer een kerk de soevereine goedertierenheid van God over haar opmerkt en ziet voortgaan, dan wordt hoop aangevuurd en gerechtigheid houdt op met gewoon maar het kwade te vermijden en wordt in plaats daarvan actief en strategisch."

(Vrij vertaald van een preek van John Piper)

vrijdag 8 januari 2010

Download John Pipers nieuwste boek (over Ruth)



De pen van John Piper heeft een nieuw vruchtje geworpen: "A Sweet and Bitter Providence - Sex, Race, and the Sovereignty of God". Het boek behandelt de thema's sex, ras en de soevereiniteit van God via een bespreking van het boek Ruth.

"In A Sweet and Bitter Providence, the book of Ruth comes alive as a story of how God uses the most dangerous and tenuous circumstances to accomplish his wise and gracious purposes."

Zoals zoveel andere van de boeken van Piper, is ook dit boek als pdf beschikbaar via de website van Desiring God. Dankbaar voor de visie bij de mensen achter Desiring God.

De pdf-download vind je hier.


Piper geeft op de Desiring God blog 7 redenen om het boek Ruth te lezen, te bestuderen en lief te hebben ...
1. Ruth is het Woord van God (en gevuld met God-geïnspireerde hoop)

2. Ruth is een love story
(van een familie die het onverwachte plan van God beleeft)

3. Ruth is een portret van mooi en nobel man-zijn en vrouw-zijn
(en wij hebben vandaag helden als hen nodig)

4. Ruth spreekt over raciale en ethnische harmonie
(met lessen die dus zeker actueel zijn)

5. Ruth spreidt de sovereiniteit van God tentoon
(en in elk leven komt de vraag naar voren: kan ik God vertrouwen en liefhebben wanneer hij pijn op mijn weg brengt?)

6. Ruth vertoont radicale handelingen van liefde die risico's durft nemen
(om nederig tot Gods eer te leven en met Hem te wandelen)

7. Ruth spreidt de glorie van Christus tentoon
(zoveel duizenden jaren voor Christus, wordt gezien hoe God de meest duistere tijden gebruikt om de wereld voor te bereiden voor de heerlijkheden van Jezus Christus)