Posts tonen met het label Psalmen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Psalmen. Alle posts tonen

maandag 25 maart 2019

Zaterdag in Kortrijk: de Psalmen centraal op Dag van Ontmoeting (HeartCry)

UPDATE: zie het aantal spreekbeurten en de behandelde teksten



Aanstaande zaterdag 30 maart 2019 organiseert HeartCry België een Dag van Ontmoeting in De Lange Munte in Kortrijk (Beeklaan 81).

Dit keer staan de Psalmen centraal.
Spreker is James Hely Hutchinson (IRL), directeur van het Institut Biblique Belge in Brussel.
Hij studeerde in Australië en behaalde een doctoraat in de Psalmen in Frankrijk. Daarnaast schreef hij een bijdrage voor een boek over de Psalmen.
Zaterdag geeft hij 3 spreekbeurten over de Psalmen.
- Psalm 73
- Psalm 32
- Psalm 27:4
(Engels gesproken; consecutief vertaald naar Nederlands)

Praktisch:
- 's Ochtends start een eerste bijeenkomst om 10 u. (deuren 9.30 u), in de namiddag is er een tweede bijeenkomst (aanvang 13.30)
- Middagpauze van 12u tot 13u30 (eigen lunch).
- Einde: 16 u.
- Gratis (vrijblijvende gift), iedereen welkom

Inschrijven via de website

Hieronder een eerdere toespraak van James Hely Hutchinson (bron)

https://videopress.com/v/o8sKUvU2

dinsdag 22 maart 2016

Jezus zingt: we volgen een zingende God

Psalm 22:23:
Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen,
in het midden van de gemeente zal ik U loven.
(NBG: … zal ik U lofzingen)

Hebr. 2:12 maakt duidelijk dat Jezus Christus degene is die hier zingt:

9 maar wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die voor korte tijd minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood zou proeven.
10 Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou heiligen.
11 Immers, zowel Hij Die heiligt als zij die geheiligd worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen,
12 want Hij zegt: Ik zal Uw Naam aan Mijn broeders verkondigen; te midden van de gemeente zal Ik U lofzingen.
13 En verder: Ik zal Mijn vertrouwen op Hem stellen. En vervolgens: Zie, Ik en de kinderen die God Mij gegeven heeft.
14 Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel gehad om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen,
15 en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.
De auteur van de Hebreeënbrief schrijft de woorden van Psalm 22 dus toe aan Jezus.
Deze Psalm begint eigenlijk met een schreeuw:
‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten, verre zijnde van mijn verlossing, bij de woorden van mijn jammerklacht’ (vers 2).
Jezus maakte deze schreeuw de zijne aan het kruis. Maar het gedeelte in Hebreeën toont ons dat de hele Psalm van Christus is.
Hebr. 5:7 drukt zelfs geloof uit terwijl het de situatie van Psalm 22:22 beschrijft en het ‘Verlos mij uit de muil van de leeuw … Gij hebt mij geantwoord’ vervuld ziet in Jezus:
‘Hij die tijdens zijn dagen in het vlees met sterk geroep en tranen zowel gebeden als smekingen geofferd heeft aan Hem die Hem uit de dood kon verlossen (en Hij is verhoord om zijn godsvrucht)’ (Hebr. 5:7)
Dus niet alleen de schreeuw van verlatenheid aan het begin, maar ook de eed van de overwinning op het hoogtepunt in Ps.22:23 zijn de woorden van de Heer.

Christus zingt ook in Rom. 15:8-13:
8 En ik zeg dat Jezus Christus een Dienaar van de besnijdenis is geworden ter wille van de waarheid van God om de beloften aan de vaderen te bevestigen,
9 en opdat de heidenen God zouden verheerlijken vanwege de barmhartigheid, zoals geschreven staat: Daarom zal ik U belijden onder de heidenen, en Uw Naam lofzingen.
10 En verder zegt Hij: Wees vrolijk, heidenen, met Zijn volk!
11 En verder: Loof de Heere, alle heidenvolken, en prijs Hem, alle volken!
12 En verder zegt Jesaja: De wortel van Isaï zal er zijn en Hij Die opstaat om heerschappij te voeren over de heidenen, op Hem zullen de heidenen hopen. (zie Opw. 618)
13 De God nu van de hoop moge u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest.


Paulus citeert in Rom. 15 uit Psalm 18:50:
49 Die mij bevrijdt van mijn vijanden;
ja, U verheft mij boven hen die tegen mij opstaan,
U redt mij van de man van geweld.
50 Daarom zal ik U, HEERE, loven onder de heidenvolken,
voor Uw Naam zal ik psalmen zingen.

51 Hij schenkt Zijn koning grote overwinningen
en bewijst goedertierenheid aan Zijn gezalfde,
aan David en zijn nageslacht tot in eeuwigheid.

Jezus zingt temidden de volken. Zijn zendingslied is een lofzang, terwijl Hij de volkeren oproept mee de lof te zingen van de naam van zijn Vader.
Vroeger gebeurde de lofzang in Jeruzalem, in de poorten van Gods huis. Het zingende volk van God riep de volkeren op om de Heer van de hele aarde te loven, wiens heil te zien was in Sion (Ps. 98:3-4). De profeten beschrijven hoe de volkeren toestromen om God in zijn stad te loven (Jes. 2:2-3 en Zef. 3:9-10).

In het Nieuwe Testament lijkt de richting omgekeerd. Jezus zendt zijn discipelen uit vanuit Jeruzalem naar de einden van de aarde (Mt. 28:18-19). Maar de lofzang blijft. Christus heeft alle macht in hemel en aarde. Hij gaat naar het hemelse Jeruzalem en roept de volkeren op om tot Hem te naderen met een lofzang voor de God van het heil (Hebr. 12:22-29).

Onze evangelisatie moet lofprijzend zijn. We zijn Gods heilige natie, een volk tot een eigendom ‘opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht’ (1 Petr.2:9b).

Wanneer we Gods wonderbaarlijke genade bezingen onder de volkeren, heft Jezus zelf de lofzang aan. We getuigen niet vanuit een defensieve of trotse houding, maar in de vreugde van de aanbidding. Zoals de herder die de Redder zagen en terugkeerden, ‘terwijl ze God verheerlijkten en prezen om alles wat zij gehoord en gezien hadden’ (Lk. 2:20).

-------------------------------------------------------------------------------
Waarom het een zegen is dat Christus zingt:
- Je zingt (ook en spontaan) als je hart blij is; Christus is de God die blij is in zichzelf en van zichzelf
- Je zingt alleen als je daar reden toe hebt; Christus is overwinnaar
- Je zingt voor als je vreugde wilt delen, je heft de lofzang aan in vertrouwensvolle omgeving; Christus midden de Zijnen
Alleen het christendom heeft een dergelijke rijke zangtraditie. Het zegt iets over de inhoud van dit geloof.


(deels gebaseerd op Edmund Clowney, 'Christ the singing Savior')

zaterdag 19 maart 2016

Alles is uit God

'Als de HERE het huis niet bouwt,
tevergeefs zwoegen de bouwlieden daaraan...' (Ps. 127:1a)
Er is een gezegde dat luidt: 'Weinig is alles, wanneer God daarbij is'.
Maar het omgekeerde is evenzeer waar: 'Veel is niets, wanneer God ontbreekt'.
Dat is ook wat in Psalm 127 wordt gezegd: Wanneer onze activiteiten niet worden bepaald en geleid door God, is dat verspilling van tijd en energie.

Uit: 'De Psalmen', door William MacDonald, uitg. Medema, pag. 392

woensdag 3 februari 2016

Smeken in geloof



Doorheen de geschiedenis hebben veel gelovigen antwoorden van God gezocht door vragen te stellen, ook in de Schrift zelf. Deze vragen stellen is een werk van geloof, want we weten dat God de antwoorden heeft.

Wanneer David lijdt door toedoen van goddeloze mensen, roept hij het uit:
Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten,
bent U ver van mijn verlossing, van de woorden van mijn jammerklacht?
Mijn God, ik roep overdag, maar U antwoordt niet,
en 's nachts, maar ik vind geen stilte.
(Ps. 22:2-3)

In Ps. 73 roept Asaf het uit:
Ja, voor niets heb ik mijn hart gezuiverd
en mijn handen in onschuld gewassen.
Want de hele dag word ik gekweld
en mijn bestraffing is er elke morgen.

Waarom lijden we? Wat doet God toch? Waar is de gerechtigheid? Waarom voel ik me zo eenzaam? God, ben je me vergeten?
Deze vragen komen niet van nergens, maar ze komen voort uit het kennen van de beloften van God, zonder de ervaring van deze beloften te vinden in de schaduwen van de dood.
Het is goed om vragen te stellen om de waarheid te herontdekken waarop we het zicht verliezen. In elke beproeving hebben we de keuze:
- onze tanden knarsen en de lasten en vragen alleen in onze harten dragen;
- ze allemaal bij de God brengen die ons antwoordt.

Wanneer we vragen stellen in onze pijn, zoeken we naar de God die er is. Het is het verlangen om God te zien handelen op manieren die Hij heeft beloofd te zullen gebruiken.
Komen we nederig met onze vragen, dan ontkennen we zijn karakter niet, maar zoeken we de God die zich heeft geopenbaard als rechtvaardig, genadig, goed en liefdevol.
Wanneer we bidden, in het bijzonder in lijden, dan uiten we een smeekbede tot God om ons te antwoorden, terwijl we wachten in geloof dat Hij dit zal doen in volmaakte voorzienigheid. Laten we niet twijfelen.
Vertrouw op de HEERE met heel je hart,
en steun op je eigen inzicht niet.
Ken Hem in al je wegen,
dan zal Híj je paden rechtmaken.
(Spr. 3:5-6)


Vrije bewerking naar Joe Thorn in Tabletalk januari 2016

zaterdag 2 januari 2016

Kerst vervult het Oude Testament

De Bijbel heeft een voorliefde voor het getal 7:
- 7 scheppingsdagen
- 7 keer rond Jericho stappen in de tijd van Jozua en het volk bij het binnentrekken van het land
- In Opb.: 7 brieven van Jezus voor 7 gemeenten, maar ook 7 zegels, 7 schalen, 7 bazuinen.
Zeven wordt vaak gezien als volmaakt getal. Zelfs het beruchte nummer 666 alludeert naar het feit dat het niet 777 is.

Mattheüs: gebruikt ook het getal 7 in het eerste deel van zijn evangelie: Mt. 1:17-4:17.
Wanneer Mattheüs de geboorte van Jezus beschrijft en de periode vooraleer Hij begint te prediken, citeert Mattheüs 7 vervullingen van het Oude Testament:
1. Het kind Jezus is geboren uit een maagd (1:22-23)
2. Jezus wordt geboren in Betlehem (2:5-6)
3. De vlucht naar Egypte en de daaropvolgende terugkeer (2:15)
4. De moord op de onschuldige kinderen in Betlehem (2:17-18)
5. De thuisbasis Nazareth (2:23)
6. De bediening van de voorloper, Johannes de doper (3:1-3)
7. De start van Jezus’ bediening in de noordelijke streek, waar een volk dat in duisternis wandelde, een groot licht zag (4:13-14)
Als je deze 7 gebeurtenissen bestudeert, vind je voor elk van ze een vervulde profetie uit het Oude Testament.

Met andere woorden: Kerst wortelt diep in het Oude Testament. Bij elke stap of gebeurtenis vervulde Jezus een rol die werd vormgegeven door meer dan een millennium van voorzeggingen.

Geen aspect van de bediening van verzoening gebeurde zonder vooruitziende bespiegeling. Op het moment van Jezus’ geboorte tekende zich de volledige breedte en focus van het Oude Testament af:
"Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet … " (Gal. 4:4)

Onze redding werd door God al heel lang geleden gepland. Zelfs nog voor het ontstaan van de tijd, in de eeuwige raadsbesluiten, in het verbond van de verzoening.
De Schrift heeft het over 'het Lam Dat geslacht is, van de grondlegging van de wereld af'. (Opb. 13:8)

Psalm 2:7-9 lijkt ons een verslag te geven van de bepalingen van het verbond tussen Vader, Zoon en Heilige Geest:
Ik zal het besluit bekendmaken:
De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon,
Ík heb U heden verwekt.
Eis van Mij en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven,
de einden der aarde als Uw bezit.
U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter,
U zult hen in stukken slaan als aardewerk.

Van eeuwigheid af heeft de Heer zijn volk liefgehad.
- Kerst is hiervan de zichtbare demonstratie;
- het kruis toont ons hiervan de kostprijs;
- terwijl opstanding en hemelvaart ons hiervan de triomf en het effect tonen.

Dan mag het ons niet verwonderen dat de schepselen die de troon van het Lam omringen in de hemel, uitroepen ‘Het Lam Dat geslacht is, is het waard om de kracht te ontvangen, en rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid en dankzegging.’ (Opb. 7:12). Een zevenvoudige zegen.


(vrij vertaald naar een weekend devotional voor 26 en 27 december in Tabletalk)

woensdag 11 november 2015

Antwoord mij naar uw trouw, naar uw gerechtigheid (Ps. 143)

2 Koningen 24; Hebreeën 6; Joël 3; Psalm 143

Traditioneel wordt Psalm 143 gezien als de laatste van zeven boetepsalmen, ongetwijfeld omdat vers 2 universele schuld erkent. Maar ongeacht hoe belangrijk deze waarheid in de Bijbel op zijn geheel is, in deze psalm komt dit thema alleen in dit ene vers naar voren.

Het grootste deel van de psalm is gewijd aan de moeilijkheden waar David mee te maken krijgt, door toedoen van vijanden (143:1-6), en aan Davids groeiende vastberadenheid als hij zich richt op het volgen van Gods wegen, wat zijn vijanden ook mogen doen.

Enkele opmerkingen:

(1) David doet initieel beroep op Gods trouw en gerechtigheid (143:1). Dit is volkomen gepast, net zoals de goedheid van een heerser of de integriteit van een rechter met vreugde onthaald wordt door wie een fout probeert recht te zetten.

De moeilijkheid is natuurlijk dat als wij als zondaars een beroep doen op de gerechtigheid van God om vrijspraak te bekomen, we ons makkelijk kunnen voorstellen dat wijzelf vreselijk onrein zijn vergeleken met de zuivere heerlijkheid van de onbedekte heiligheid van de Almachtige.

Vandaar vers 2: David erkent ‘niemand die leeft, is voor U rechtvaardig’. Dit is een spanning die niet eerder finaal opgelost geraakt dan aan het kruis (Rom. 3:21-26; vgl. 1 Joh. 1:9).

(2) Waar de verzen 3-4 zich wentelen in het moeras van de vertwijfeling, zien we hoe David er in de verzen 5-6 begint uit te klimmen.

Lezen we voor het eerst de zin ‘Ik gedenk aan de dagen van ouds’, dan zouden we als lezers nog kunnen denken dat David zich overgeeft aan nostalgie, terwijl hij terugdenkt aan ‘de goede oude tijd’. Maar hij is niet zo dwaas, zoals de rest van het vers aantoont: in plaats daarvan wijdt hij zich aan het denken aan alle dingen die God gedaan heeft – met andere woorden, hij overdenkt al Gods creatieve en tuchtigende en verlossende daden uit het verleden; hij zet zich er toe na te denken over de God van de Bijbel.

Ook is dit niet slechts een intellectuele oefening, zoals je lijstjes naziet voor een naderend examen. David weet dat zijn focus op wat God heeft gedaan, een door God gegeven middel is om aansluiting te vinden bij de levende God zelf, en dit is wat hij wil: ‘Ik strek mijn handen tot U uit, mijn ziel smacht naar U als een dorstig land’ (143:6).

(3) Drie keer in de verzen 8-10 bidt David voor leiding. Elk verzoek heeft een iets andere focus.

‘Maak mij de weg bekend, die ik gaan moet’ (143:8) weerspiegelt Davids vertwijfeling, maar is ook een hint dat er unieke en individuele elementen zijn aan de leiding die hij nodig heeft (zoals er individuele roepingen zijn in de kerk, Joh. 21:21-22).

‘Leer mij uw wil te doen’ (143:10:a) focust nu volledig op Gods agenda (‘want Gij zijt mijn God’). Gods wil kennen en doen is waar het om gaat bij leiding.

‘[U]w goede Geest geleide mij in een effen land’ (143:10b) is toegeven dat we ook kunnen vallen of rebelleren, struikelen of afdwalen – en altijd hebben we hulp nodig.


Eigen vertaling van de overdenking bij 11 november uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 7 november 2015

Aan Babels stromen, daar zaten wij, ook weenden wij (Ps. 137)

2 Koningen 20; Hebreeën 2; Hosea 13; Psalmen 137-138

Het past dat we Hosea 13 moeten lezen in verbinding met Psalm 137. Hosea 13 brengt de beloften van de profeet met betrekking tot oordeel naar hun hoogtepunt. God zal het trotse Samaria (Efraïm) vernietigen. Gelijkaardige waarschuwingen werden regelmatig gebulderd tegen Juda, maar zij toonden geen tekenen van berouw. In 587 v.C. verwoestte God Jeruzalem en de laatste grote golf mensen werd in ballingschap gevoerd.

Hier in Psalm 137 verwoorden de gevangen van die ramp hun volkomen wanhoop, en bijna heel hun focus ligt op de secundaire uitvoerders – hun gevangennemers, de Edomieten, het volk van Babylon. En beide perspectieven houden steek en zijn complementair.

Hier zal ik over de vier delen van Psalm 137 nadenken.

(1) Het eerste (137:1-3) is zo levendig dat het klinkt als de herinnering van ooggetuigen. Een reliëf uit het Assyrisch paleis van Sanherib in Nineve beeldt drie krijgsgevangen af die op hun lieren spelen terwijl een soldaat met hen mee stapt; ongetwijfeld gebeurde dit ook in Babylon.

‘Babels stromen’ waren een kanalensysteem dat verbonden was met de rivierensystemen van Tigris en Eufraat. De ‘citers’ (lieren) waren instrumenten van vreugde. In de symbolische taal van Openbaring 5, wanneer de leeuw die tegelijk het lam is de boekrol uit de rechterhand van de Almachtige aanneemt, waarmee hij aantoont dat hij waardig is de boekrol te openen en al Gods plannen in zegen en oordeel ten uitvoer te brengen, barsten alle ‘citers’ los; het is een moment van onuitsprekelijke vreugde, het tegengestelde van deze paragraaf.

(2) Maar de ballingen weigeren te zingen (137:4-6). Alle associaties van de liederen van de Heer zijn verbonden met Jeruzalem en de tempel. Voor hen was hun besliste weigering, zelfs tegenover hun mishandelende gevangennemers, niet alleen een teken van pathos en harteleed (v. 4), maar ook van passie en trouw (vv. 5-6).

(3) De Edomieten hadden zich zichtbaar verheugd in de verwoesting van Jeruzalem en er mogelijk ook aan meegeholpen. Op dit punt heeft de profeet Ezechiël meer te zeggen (Ez. 35; zie de overdenking voor 2 oktober).

God haat zelfgenoegzaamheid en een wraakgierige geest. Het oordeel over Jeruzalem kwam, uiteindelijk, van God – maar hij zou ook hen oordelen die zich verheugden in Jeruzalems val en eraan bijdroegen.

Een van de lelijkste recente bewijzen van die zelfgenoegzame wraakgierigheid binnen de rangen van belijdend evangelicalisme was de slogan ‘geen tranen voor homo’s’ (Eng.: ‘no tears for queers’), nadat een jonge homofiele man was doodgeslagen.

(4) Aan het einde van een belegering gebeurt het dat soldaten van de overwinnaar kleine kinderen bij hun enkels vastgrijpen en ze doden door hun hoofden tegen een muur te slaan. Wat dergelijk barbarisme strikt gesproken vereist wil gerechtigheid kunnen zegevieren, is vergelijkbaar lijden.

Deze opgewonden zinnen zijn geen koude beleidslijnen, maar de hartenkreten van morele verontwaardiging. We moeten de kwelling horen, vooraleer we ook God horen beklemtonen dat Hem de wraak toekomt (Rom. 12:19).


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 november uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 6 november 2015

Want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid (Ps. 136)

2 Koningen 19; Hebreeën 1; Hosea 12; Psalmen 135-136

Bepaalde Psalmen schenken ons een glimp van de eredienst van het oude Israël, en Psalm 136 is daar een van. Waarschijnlijk werd dit in beurtzangen gezongen: ofwel een beperkt deel van het koor, of een deel van de vergadering in de tempel zou de leidende zin van elke cyclus zingen, en de hele vergadering zou uitbarsten en antwoorden met ‘want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid’.

De vergelijking tussen 136:18-22 en 135:10b-12 suggereert dat bepaalde andere psalmen ook op deze manier gezongen werden. In de Joodse traditie staat deze psalm bekend als de Grote Hallel, ‘de Grote Psalm van Lofprijs’. Het refrein zelf bejubelt Gods ‘liefde’: het Hebreeuwse woord is ‘hesed’, dat bijzonder moeilijk consequent met één Nederlands (of Engels) woord kan weergegeven worden.

De (Engelstalige) King James Version opteert bijvoorbeeld voor ‘steadfast love’ (De meeste Nederlandse vertalingen kiezen hier voor ‘goedertierenheid’, NBV opteert voor ‘trouw’ en Willibrord voor ‘liefde’, JL). Het is verbonden met Gods trouw aan het verbond, en in diverse contexten kan het naar behoren weergegeven worden als ‘genade’, liefde’, zelfs ‘verbondstrouw’ – met ondertonen van een wederkerige verplichting.

Wat deze psalm zo diepzinnig maakt is niet de compactheid van het refrein maar zijn verbinding met een uitgebreide bewijsgrond – bewijs dat Gods goedertierenheid eeuwig duurt. De psalm spreekt over Gods karakter (136:1), de uitgestrektheid van zijn soevereiniteit (136:2-3), zijn creatieve kracht (136:4-9), de buitengewone bewijzen van zijn sterkte toen Hij zijn volk uit Egypte verloste (136:10-22), en zijn genade die Hij evenzeer bewees aan zijn uitverkorenen als aan elk schepsel dat onder de hemel voedsel nodig heeft (136:23-25).

Vergelijk deze specificiteit met een aantal hedendaagse lofgezangen die ons eindeloos oproepen om de Heer te prijzen, zonder dat ze ons duidelijk maken waaróm we de Heer zouden moeten prijzen, of ons misschien maar een reden of twee geven.

Die lofgezangen neigen er vaak naar de nadruk te leggen op de lofprijs; hier ligt de nadruk op Degene die geprezen wordt, zodat de aanbidding het aroma heeft van niets meer te zijn dan de onvermijdelijke respons op een zo geweldige God. Het ene focust op wat wij doen, het andere op wie God is en wat Hij heeft gedaan.

Enkele slotoverdenkingen:

(1) De uitdrukking ‘looft’ of ‘prijst’ (Eng.: ‘give thanks’) waarmee de eerste drie verzen en het laatste beginnen, suggereert meer dan een gewone ‘heel erg bedankt’. Het heeft te maken met ‘belijden’ (in de oudmodische betekenis), ‘erkennen’ (met bedachtzame Godgerichtheid), met dankbare aanbidding.

(2) Deze God duldt geen rivalen. Hij is de God der goden, de Heer der heren (136:2, 3).

(3) Gevormd als ze zijn door het pluralisme, vinden onze oren het vreemd het refrein ‘want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid’ toe te voegen bij zinnen als ‘die grote koningen versloeg’ en ‘Farao met zijn leger in de Schelfzee stortte’. Maar deze daden waren uitdrukkingen van Gods verkiezende liefde voor zijn uitverkoren volk. De notie dat God alle mensen op precies dezelfde manier en in elk opzicht liefheeft, vindt maar weinig grond in de Schrift.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 november uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 4 november 2015

Ik ben stil geworden, ik heb mijn ziel tot rust gebracht (Ps. 131)


2 Koningen 17; Titus 3; Hosea 10; Psalmen 129-131

Velen hebben opgemerkt dat Psalm 131 vooruitgrijpt naar de leer van Jezus in Matteüs 18:1-4, waar Hij vraagt, ‘Wie is wel de grootste in het Koninkrijk der hemelen?’ – en dan een klein kind roept om tussen de discipelen te gaan staan.

In bepaalde opzichten moet de volgeling van Jezus als een kind zijn, en deze psalm levert zijn eigen bijdrage aan dit thema. Maar kinderlijkheid is niet hetzelfde als kinderachtigheid; eenvoud is niet hetzelfde als achterlijkheid; nederigheid is geen slaafsheid. De psalm zal krachtiger spreken als we nadenken over een aantal van de kenmerken ervan:

(1) Volgens het opschrift is dit een psalm van David. Je zou je wel kunnen afvragen tijdens welke periode in zijn loopbaan hij dit schreef. Meer dan een schrijver heeft geopperd dat het uit een vroege periode komt, voor de successen van zijn middelste en latere jaren een bepaalde arrogantie voortbrachten die het voor hem onmogelijk maakte om te schrijven ‘ik wandel niet in grootse dingen, noch in dingen die te wonderbaar voor mij zijn’ (131:1).

Dat is natuurlijk mogelijk. Niettemin zou een zeer jonge man die nog niet de gelegenheid had zich bezig te houden met grootse dingen, niet gauw deze woorden schrijven – en als hij het al deed, zouden ze lichtelijk pretentieus klinken, een beetje als een hoogdravend excuus om de moeilijke zaken niet aan te pakken.

Je kunt het punt niet finaal bewijzen, maar ik vermoed dat deze psalm makkelijker kan worden verstaan als hij voortkomt uit het einde van Davids leven, nadat hij was verbroken door zaken als met Batseba en Uria, en door de opstand van zijn zoon Absalom.

Verbroken, minder snel denkend dat alleen hij verstaat, trager om zijn paraplu open te trekken, en meer onder de indruk van de wijze voorzienigheid van God, schrijft David (zo stel je je voor) nu tot rust gekomen: ‘HERE, mijn hart is niet hovaardig, mijn ogen zijn niet trots; ik wandel niet in grootse dingen, noch in dingen die te wonderbaar voor mij zijn’ (131:1).

(2) Bepaalde commentatoren (en zelfs vertalingen) stellen het kind van vers 2 voor als zogend aan de borst. Maar dit is niet wat de tekst zegt. David stelt zichzelf voor als ‘een gespeend kind bij zijn moeder’. Dit kind weent niet langer, net zomin als David, voor wat het daarvoor als onmisbaar zag.

Ook dit suggereert dat David nu volwassen genoeg is om iets op te geven – namelijk, in het licht van vers 1, de zelfverzekerde zoektocht om alles te verstaan, voortgekomen uit meer dan een beetje arrogantie. De onvolwassenheid die hij verlaat is als een klein kind dat kronkelt om zijn moeders borst te pakken te krijgen. Maar David is dit punt voorbij. Hij is gespeend, en hij is voldaan. Vgl. Filippenzen 4:11 e.v.

(3) De maturiteit die David heeft bereikt is niet alleen gegrond in vluchtgedrag uit de complexiteiten van het leven, maar in vertrouwen in de Heer (131:3), wiens volmaakte verstand een bolwerk vormt voor onze hoop.


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 november uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 1 november 2015

Eenheid is een neveneffect, niet het doel (Ps. 122)

2 Koningen 14; 2 Timotheüs 4; Hosea 7; Psalmen 120-122

Onder de opgangsliederen of bedevaartpsalmen (zie vol. 1, overdenking van 29 juni) vind je ook de prachtige Psalm 122. Hier begeleidt de psalmist vreugdevol hen die opgaan naar Jeruzalem voor een van de feestelijke hoogtijden: ‘Laten wij naar het huis des HEREN gaan’ (122:1). De pelgrims zijn in vers 2 al aangekomen: ‘Onze voeten staan in uw poorten, o Jeruzalem’.

Twee thema’s overheersen in de resterende verzen van de psalm.

Ten eerste benadrukken de verzen 3-5 de eenheid van Gods volk, die bewerkt wordt door hun gemeenschappelijke aanbidding in Jeruzalem van de enige ware God en hun gemeenschappelijke onderwerping aan de heerschappij en het recht van het huis van David.

Natuurlijk was er verscheidenheid – niet alleen de verscheidenheid die eigen is aan elke groep mensen, maar ook de verscheidenheid die inherent is aan de twaalf ‘stammen’ (122:4), elk met zijn eigen specifieke karakter. De eenheid ging dieper dan bloedbanden. Ze was gebaseerd op een gemeenschappelijk verbond met de ene God. Dit waren ‘de stammen des HEREN’ (122:4).

Geen wonder dan dat wanneer de noordelijke tien stammen in opstand kwamen, de leider, Jerobeam, erg bevreesd was dat Jeruzalem en zijn tempel als steunpunt zouden dienen voor hernieuwde eenheid (1 Kon. 12:26 e.v.).

Maar eenheid was slechts het neveneffect van de feestelijke opgangen naar Jeruzalem. Het doel van deze opgangen was iets anders: ‘Een voorschrift voor Israël is het de naam des HEREN te loven’ (122:4). Wanneer God het middel wordt tot het doel, wordt nooit eenheid bereikt; wanneer God zelf het doel is, zijn de heerlijke neveneffecten van eenheid en vrede nooit ver weg.

De zuivere Godgerichtheid van Bijbelse godsdienst is een van de dingen die ze gewoonlijk onderscheiden van het heidendom, dat gewoonlijk godsdienst beschouwt als een middel tot een bepaald doel (vgl. Hosea 2:5).

Ten tweede roept David, in een ander onderscheid tussen middelen en doel, het volk op te bidden voor de vrede van Jeruzalem, niet omwille van een abstract ideaal of omwille van de stad op zich, maar omwille van het volk zelf (122:8) en bovenal ‘om het huis van de HERE, onze God’ (122:9).

Politieke vrede nastreven en daarbij de mensen vergeten is maar nep. De oproep te bidden voor de ‘vrede’ van ‘Jeruzalem’ (122:6) bevat een woordspeling: we moeten bidden voor het sjalom van Jeruzalem; de Hebreeuwse medeklinkers zijn dezelfde en herinneren er ons aan dat Jeruzalem welbeschouwd mensen het vooruitzicht biedt van volheid van ‘welzijn’.

Louter fysieke voordelen nastreven voor mensen terwijl je de tegenwoordigheid en de plannen van de Here God vergeet is op zijn best kortetermijndenken en op zijn slechtst een weg naar rampspoed en de hel zelf. ‘Om het huis van de HERE, onze God’, zo schrijft David, ‘wil ik het goede voor u zoeken’ (122:9).

Denk na over hoe je deze twee punten kunt transponeren naar het christelijke tegenbeeld (Heb. 12:22-24), vooral in gedetailleerde toepassing (Heb. 12:28-13:13).


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 november uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 15 oktober 2015

Hoe talrijk zijn uw werken, o HERE, Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt (Ps. 104)


1 Koningen 18; 1 Thessalonicenzen 1; Ezechiël 48; Psalm 104

‘HERE, mijn God, Gij zijt zeer groot, Gij hebt U met majesteit en luister bekleed’, lezen we in het openingsvers van Psalm 104. In deze Psalm is het bewijs van de grootheid van God verbonden met de scheppingsorde.

Enkele overwegingen:

(1) In de openingsverzen (104:1-4) is de rij figuurlijke accenten revelerend. God hult zichzelf in licht; Hij spant de hemel uit als een tent; Hij maakt de wolken tot zijn wagen; Hij wandelt op de vleugelen van de wind; Hij maakt de winden tot zijn boden.

Pantheïsme vermengt God met het universum; krachtig christelijk theïsme maakt niet alleen God onderscheiden van het universum zoals de Schepper onderscheiden is van de schepping, maar suggereert in deze beeldspraken ook dat God zich verheugt in wat Hij gemaakt heeft.

De stemming is niet alleen verheven, maar ook bijna speels. Waar het pantheïsme uitgesloten is, is er evenmin ruimte voor deïsme. De geschapen orde is vol van Gods tegenwoordigheid, terwijl Hij zich verheugt in wat zijn handen hebben gemaakt.

(2) In deze psalm ligt er een sterke nadruk op de manier waarop al wat leeft afhankelijk is van de onderhoudende voorzienigheid van de Almachtige. God doet bronnen water naar valleien voeren, en zo drenken zij de dieren van het veld, groeien de bomen en nest het gevogelte des hemels in de takken (104:10-12).

God is degene die het gras doet groeien voor het vee, en andere planten maakt voor menselijke consumptie (104:14). De leeuwen brullen en begeren hun voedsel van God (104:21).

Wat de zee betreft, met zijn krioelende miljoenen levensvormen, ‘Zij alle wachten op U, dat Gij hun spijze geeft te rechter tijd’ (104:27). De loutere overvloed en diversiteit aan levensvormen getuigt van Gods verbeelding, kracht, wijsheid en niet te schatten rijkdom.

Het leven zelf wordt onderhouden door Gods bekrachtiging. Neemt Hij hun adem weg, dan sterven ze (104:29-30). Het uitgangspunt is niet het animisme van de heidense wereld. Er is een orde in het geheel (merk het ritme op van licht en duisternis, 104:19-24) die wetenschap mogelijk maakt.

Maar God trekt zich nooit terug van actieve, voorzienige heerschappij over elk afzonderlijk element van de werking van het universum, met als gevolg dat het niet alleen gepast is maar ook essentieel te belijden dat alle leven elke dag afhankelijk is van God voor zijn dagelijkse voedselvoorziening.

(3) De hele scheppingsorde ontlokt aan de naamloze psalmist vreugdevolle en vertrouwende lofzang (104:33). Er is maar een hint dat we tegen deze achtergrond aan God zouden moeten denken; we willen dat onze overdenking Hem behaagt (104:34).

En voor de slotzinnen van lofprijzing is er een stille herinnering dat ondanks de heerlijkheid en schoonheid van de scheppingsorde, de zonde dit meer tot oorlogsgebied gemaakt heeft dan tot een museum of een koor (104:35).


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 oktober uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 14 oktober 2015

Hij doet ons niet naar onze zonden (Ps. 103)


1 Koningen 17; Kolossenzen 4; Ezechiël 47; Psalm 103

Een van de mooiste psalmen is Psalm 103. Ik stond er bij stil in volume 1 (overdenking van 11 juni). Hier wil ik terugkomen op verschillende van zijn thema’s:

(1) ‘Barmhartig en genadig is de HERE, lankmoedig en rijk aan goedertierenheid’ (103:8). Die waarheid wordt vaak verwoord in het Oude Testament. Bijvoorbeeld wanneer de Heer voorbijgaat aan Mozes terwijl die schuilt in een rotsspleet, klinkt het ‘HERE, HERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw…’ (Ex. 34:6).

Toch is dit niet de indruk die veel lezers van het Oude Testament hebben van God. Ergens denken ze dat Hij een kort lontje heeft, en nooit ver af is van een uitbarsting die een volk of twee kan wegvegen. Waarom hebben ze die indruk?

Waarschijnlijk deels omdat ze het Oude Testament niet zeer nauwgezet lezen. Of misschien lezen ze het Oude Testament op een impressionistische manier: er zijn al die passages in de profeten waar de Heer dreigt met oordeel, en die kunnen een bittere nasmaak laten en een geur van sulfer.

Maar moeten we er niet de genade van de Heer in zien? Hij stelt het oordeel uit, en het kan met jaren of zelfs decennia lang vooruitgeschoven worden. Bij de eerste tekenen van oprecht berouw, keert Hij af van toorn, want de Heer ‘is lankmoedig en groot van goedertierenheid’.

Strikte gerechtigheid zou onmiddellijk zijn – eenvoudig voor een Alwetende! De waarheid is dat God ons niet doet ‘naar onze zonden’ en Hij ‘vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden’ (103:10).

(2) ‘Gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de HERE over wie Hem vrezen. Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig, dat wij stof zijn’ (103:13-14). Het is bijna alsof God redenen zoekt om zo lankmoedig mogelijk te kunnen zijn. Maar het is ook waar dat een menselijke vader geneigd is om veel mededogender en lankmoediger te zijn voor een zoon of dochter die Hem ‘vreest’ en Hem in wezen respecteert.

Dan is het waarschijnlijk dat elke verwarring of mislukking of fout zal behandeld worden met meer lankmoedigheid dan het gedrag van de zoon of dochter die fundamenteel anarchistisch is.
In elk geval kent deze hemelse Vader ons beter dan we onszelf kennen. Wie kan ons beter dan Hij vertellen waaruit we gemaakt zijn?

(3) In onze schuld voor een heilig God hebben we nog meest van al nodig, dat al onze zonden vergeven worden (103:3), dat Hij ze ver van ons weg doet: ‘Zover het oosten is van het westen [een afstond zonder limiet, in tegenstelling tot van noord tot zuid], zover doet Hij onze overtredingen van ons’ (103:12).

Met die verzekering zullen alle andere zegeningen van enigerlei waarde op een dag ook de onze zijn; zonder de vergeving van zonden, is elke andere zegening die we ontvangen hebben erger dan waardeloos: het kan misleidend zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 oktober uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 13 oktober 2015

Ik verdor als gras, maar Gij, o HERE, troont voor eeuwig (Ps. 102)


1 Koningen 16; Kolossenzen 3; Ezechiël 46; Psalm 102

Psalm 102 krijgt soms onterecht het etiket boetepsalm opgekleefd. Het klinkt veel meer als de schreeuw van een mens wiens lijden onverklaarbaar is (zoals bij Job).

Aanvankelijk is het leed privaat en persoonlijk; later wordt het overschaduwd door een groeiende zorg voor Sion. De voortgang naar Sions heerlijkheid lijkt langzaam te verlopen. Dit doet een contrast ontstaan tussen de ‘dagen’ van de psalmist die eindig en vluchtig zijn (102:4) en de ‘jaren’ van de Almachtige die eeuwig duren (102:28).

Maar hier zal ik de aandacht vestigen op de laatste verzen van de psalm. Wie regelmatig de Bijbel lezen zullen merken dat de verzen 26-28 geciteerd worden in Hebreeën 1:10-12, waar God de Messias aanspreekt, en Hem eigenlijk goddelijke status geeft. Je zou je wel kunnen afvragen hoe de auteur van de Hebreeënbrief de Oudtestamentische tekst op die manier verklaarde.

Het antwoord draait gedeeltelijk om het feit dat het oorspronkelijke Hebreeuws van het Oude Testament bestond uit wat we vandaag medeklinkers noemen. Klinkers waren er niet bij. Ze werden veel later toegevoegd – het meest gebruikte klinkersysteem werd zelfs ongeveer duizend jaar later in het christelijke tijdperk bij de Hebreeuwse tekst gevoegd.

Gewoonlijk zorgt dit niet voor problemen. Af en toe echter is het mogelijk om de Oudtestamentische medeklinkertekst te lezen met een ietwat verschillende klinkerkeuze, waardoor een verschillende betekenis ontstaat.

In dit geval bestaat er helemaal geen twijfel over de medeklinkers. Maar de oude Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta, toont hoe deze vertalers het Hebreeuws verstonden – en in deze passage verstonden ze die precies zoals de Brief aan de Hebreeën die weergeeft.

De traditionele klinkerplaatsing, bewaard gebleven in onze Nederlandstalige versies, verstaat de verzen 24-25 zoals de NBG-vertaling. De gedachte is parallel aan de verzen 12-13. Maar de LLX en Hebreeën lezen het als volgt: “Hij antwoordde hem in de weg van zijn kracht, ‘Verklaar mij de geringheid van mijn dagen.

Breng mij niet op [d.w.z., zet mij niet tot actie aan] in de helft van mijn dagen; uw jaren zijn door alle geslachten heen. Gij, Here, hebt in den beginne de aarde gegrondvest…’’

De implicatie van deze weergave is dat God de psalmist aanspreekt , die God aanspreekt als Heer en Schepper. Dit is hoe Hebreeën het verstaat. In deze visie is de volledige Psalm Messiaans, een visionaire psalm zoals Psalm 110 (zie vol. 1, de overdenking van 17 juni).

Probeer Psalm 102 op die manier te herlezen, het houdt steek. Vergelijk het gebruik van Psalm 45 in Hebreeën 1 (zie de overdenking van 4 september): de Davidische koning wordt aangesproken als God, en dit wordt ook in Hebreeën 1 geciteerd.

Maar zelfs indien de traditionele klinkerkeuzes correct zijn, zijn de conclusies die door Hebreeën 1 getrokken worden niet ver weg, hoewel ze op basis van heel verschillende gronden moeten getrokken worden.


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 oktober uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 12 oktober 2015

Heilig is Hij (Ps. 99)


1 Koningen 15; Kolossenzen 2; Ezechiël 45; Psalmen 99-101

Bepaalde van de Psalmen zijn gegroepeerd in verzamelingen. De psalmen 93-100 vieren het koningschap en de komst van de Heer. Thematisch variëren ze echter van de uitbundige jubelzang van Psalm 98 (overdenking van gisteren) tot een meer ingehouden maar uiterst onderdanig ontzag. Na de ongebreidelde vreugde van Psalm 98, volgt er in Psalm 99 een diepe eerbied. We zijn overgegaan van een praisefestival naar een kathedraal.

De psalm valt uiteen in twee delen. Het thema van het eerste deel wordt aangeduid door de herhaalde zin ‘heilig is Hij’ (99:3, 5). De betekenis daarvan beperkt zich niet tot de bewering dat God goed is of moreel (hoewel het dergelijke betekenissen niet uitsluit). De nadruk ligt op het louter ‘God-zijn’ van God – wat Hem onderscheidt van mensen, wat Hem uniek maakt als God.

De twee keer dat het zinsdeel ‘heilig is Hij’voorkomt, zijn bedoeld als stellingen die in beide gevallen de voorgaande zinnen samenvatten.

(a) De Heer regeert; Hij is verheven boven de machtige cherubim (99:1). Hoewel Hij zichzelf vertoont in Sion, is Hij geen tribale godheid: ‘Hij is verheven boven alle volken’ (99:2). ‘Dat zij uw grote en geduchte naam loven’ (99:3) – en dan het samenvattende refrein, ‘heilig is Hij’.

(b) Als Hij over alles regeert, is Hij, bovenal, de Koning (99:4). Niet alleen is Hij machtig, Hij heeft ook recht en rechtmatigheid lief. Dit maakt Hij bij uitstek duidelijk in zijn eigen verbondsgemeenschap: ‘recht en gerechtigheid hebt Gij in Jakob gedaan’. Er past ons maar één reactie tegenover een dergelijke God: ‘Verhoogt de HERE, onze God, buigt u neder voor de voetbank zijner voeten’ (99:5) – en opnieuw het samenvattende refrein, ‘heilig is Hij’.

Het tweede deel van de psalm overdenkt de waarheid dat, hoe verheven en heilig God ook is, Hij er toch voor koos zichzelf te openbaren aan mensen. We kunnen in de verleiding komen Mozes en Aäron en Samuël te zien als bijna bovenmenselijk. Maar de psalmist rangschikt hen zorgvuldig onder de priesters en onder hen die zijn naam aanriepen: ze waren niet fundamenteel anders dan anderen. Bovendien waren ze zwak en onvolkomen, zoals de rest van ons.

Volgens vers 8 was God ‘hun [niet: ‘voor Israël’, de voetnoot van de NIV-vertaling is hier correct] een vergevend God geweest’, hoewel ‘wraak oefenend over hun daden’ (volg hier de NIV-tekst, niet de voetnoot).

Het thema van Gods heiligheid eindigt dus niet in loutere transcendentie, maar in een onvoorstelbaar grote God die zich genadig openbaart aan mensen – zelfs al zijn ze opstandig tegen Hem.

We bevinden ons in hun gezelschap. Als zijn heiligheid zich zowel openbaart in genade als in toorn, dan mag die heiligheid ons niet tot wanhoop drijven maar mogen we er ook niet zomaar aanspraak op maken. ‘Verhoogt de HERE, onze God, buigt u neder voor zijn heilige berg, want: Heilig is de HERE, onze God’ (99:9).


Eigen vertaling van de overdenking bij 12 oktober uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 11 oktober 2015

Juicht de HERE, gij ganse aarde, breekt uit in gejubel en psalmzingt (Ps. 98)


1 Koningen 14; Kolossenzen 1; Ezechiël 44; Psalmen 97-98

In het anglicaanse ‘Boek of common prayer’ staat Psalm 98 bekend als de Cantate Domino (‘Zing voor de Heer’) en is hij geplaatst tussen de avondlezing van het Oude Testament en zijn Nieuwtestamentische tegenhanger. De psalm vloeit over van uitbundige lofprijzing en vreugde.

De psalm bestaat uit drie strofes. De eerste (98:1-3) bejubelt de ‘zege’ van God (die we in elk vers vinden). Het woord behelst misschien meer dan hoe wij het vandaag gebruiken. Het behelst ook overwinning over vijanden: deze ‘zege’ of overwinning werd bewerkt door de Here ‘zijn rechterhand en zijn heilige arm’ (98:1).

Maar het omvat ook hetgeen wij uitdrukken met de term redding: God verzoent mensen met zichzelf en transformeert hen door zijn genade. Aangezien God gedacht heeft ‘aan zijn goedertierenheid en aan zijn trouw jegens het huis Israëls’ (98:3), is er de glorieuze waarheid dat de HERE zijn heil bekendgemaakt heeft en zijn gerechtigheid geopenbaard’ heeft ‘voor de ogen der volken’ (98:2); en alle einden der aarde hebben het heil van onze God aanschouwd (98:3).

Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat we de Here ‘een nieuw lied’ moeten zingen (98:1). De uitdrukking staat niet zozeer voor een nieuwe compositie, misschien voor de gelegenheid geschreven, als wel voor een vernieuwde respons op nieuwe barmhartigheden die over ons worden uitgestort.

De tweede strofe (98:4-6) is een antwoord op de eerste. De eerste bejubelt Gods komst in kracht en redding, de tweede antwoordt op elke daad van God in uitbundige lofprijzing.

Omdat de beknopt beschreven volle verlossing nog op haar eindvervulling wacht, zijn zelfs al onze daden van lofprijs een anticipatie van het einde. We juichen ‘voor de Koning, de HERE’ (98:6) als een prelude en aankondiging van de aanvang van zijn regering.

De instrumenten die hier worden opgesomd werden regelmatig gebruikt als onderdeel van de tempeldienst (zie 1 Kron. 16:5-6) of bij vreugdevolle gelegenheden zoals de troonsbestijging van een nieuwe koning (bijv. 1 Kon. 1:39).

Waar de lofprijs van de tweede strofe zorgvuldig is samengesteld in georkestreerde zang, is de lofprijs van de derde strofe (98:7-9) onuitgesproken. Maar hij is niet minder krachtig omdat hij niet kunstig zou zijn. Zelfs nu getuigt het hele universum van de heerlijkheid van God.

Maar indien diverse Oudtestamentische passages uitkijken naar een gigantische vernieuwing van de scheppingsorde (Ps. 96:11-13; Jes. 2; 11; 55:11-12), dan kijkt Paulus niet alleen uit naar hetzelfde, maar erkent hij ook dat de vervulling afhangt van de transformatie van mensen op het einde: ‘Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van) Hem, die haar daaraan onderworpen heeft, in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods.’


Eigen vertaling van de overdenking bij 11 oktober uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 29 september 2015

O God der heerscharen, herstel ons (Ps. 80)


1 Koningen 1; Galaten 5; Ezechiël 32; Psalm 80

Waarschijnlijk werd Psalm 80 geschreven door Asafietische zangers, weer in een tijd van nationale rampspoed – toen de Assyriërs het noordelijke koninkrijk veroverden, zijn hoofdstad verwoestten, en velen uit zijn bevolking in ballingschap gestuurd werden.

De schok die gevoeld werd door het godvrezende overblijfsel in Juda moet aanzienlijk zijn geweest. Het verklaart het refrein, ‘O God, herstel ons’ (80:4, 8, 20, vgl. vers 15).

Misschien is het meest treffende kenmerk van deze psalm het specifieke gebruik dat er gemaakt wordt van het uitgebreide wijnstok-beeld (80:9-19):

(1) We hebben Israël vaak geportretteerd gezien als een wijnstok: kijk bijvoorbeeld naar de overdenking voor 7 mei (over Jes. 5). In de meest dramatische van deze gedeeltes, is Israël een wijnstok die God zorgvuldig heeft geplant en verzorgd, maar jammer genoeg bracht hij alleen slechte vruchten voort. De wijnstok bleek uiteindelijk zodanig teleurstellend dat God na verloop van tijd besloot hem te vernietigen.

(2) Maar hier ligt de klemtoon niet op de vreselijke kwaliteit van de vrucht van de wijnstok (hoewel dit wordt verondersteld), maar op de belabberde staat van de wijnstok nu de Heer zelf de beschermende muur die Hij er rond had gebouwd heeft neergehaald. God zelf bracht de wijnstok uit Egypte, plantte hem, verzorgde hem en zag hoe hij zich uitstrekte van aan de (Middellandse) zee tot aan de Rivier (de Eufraat) (80:9-12). ‘Waarom hebt Gij zijn muren doorbroken, zodat ieder die langs de weg voorbijgaat, ervan plukt?’ (80:13). Zelfs de wilde dieren uit het woud vertreden hem en vreten hem af (80:14).

(3) Dus is hier de smeekbede dat God erbarmen zou hebben over zijn eigen wijnstok. Zonder verder stil te staan bij waarom God die beschermende muur neerhaalde – hoewel Asaf erkende dat het Gods brandende toorn is (80:5), Gods dreigende aanblik (80:17) – doet de psalmist een ronduit emotioneel beroep op God om de wijnstok te beschermen die Hij zelf verzorgd en beschermd heeft: ‘sla acht op deze wijnstok, de stek die uw rechterhand heeft geplant’ (80:15-16).

(4) Verweven met dit thema is de verwijzing naar de ‘zoon’ die God voor zichzelf had grootgebracht (80:16). Het Hebreeuwse woord kan verwijzen naar een tak of een boog (zoals in Gen. 49:22), maar in dit gedicht vormt het ook een inleiding op 80:18.

Waarschijnlijk moeten we hier in de eerste plaats een verwijzing zien naar Israël, een verwijzing die voortkomt uit Exodus 4:22: ‘daarom zeg Ik u: laat mijn zoon gaan, opdat hij Mij diene’. De psalmist bidt voor erbarmen over Gods ‘zoon’.

Zelfs in vers 18 doelen de uitdrukkingen het ‘mensenkind’ (HSV: ‘de Mensenzoon’) en ‘de man van uw rechterhand’ in eerste instantie op Israël. Aan de wijdere horizon zou het ultieme antwoord op deze smeekbeden van Asaf komen, wanneer de ware wijnstok (Joh. 15), de ultieme Mensenzoon, uit Israël zou voortkomen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 september uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 28 september 2015

Uw barmhartigheid kome ons haastig tegemoet, want wij zijn zeer verzwakt (Ps. 79)


2 Samuël 24; Galaten 4; Ezechiël 31; Psalm 79

Op het eerste gezicht schetst Psalm 79 de afschuw verbonden met de val van Jeruzalem in 587 v.C. Vooraleer we nadenken over enkele thema’s eruit, moeten we even stilstaan bij de vraag hoe zowel Psalm 78 als Psalm 79 kunnen beweren van Asaf te komen.

Psalm 78 werd duidelijk geschreven aan het begin van het Davidisch koningshuis; Psalm 79 blijkbaar vierenhalve eeuw later, bij de verwoesting van Jeruzalem. Dus hoe kunnen ze allebei psalmen van Asaf zijn? De Asaf die we kennen als een tijdgenoot van David.

De beste suggestie is dat het dozijn psalmen dat wordt toegeschreven aan Asaf afwisselend geschreven werd door ofwel hemzelf of door het koor dat hij oprichtte.
Net zoals sommige psalmen toegeschreven worden aan de ‘zonen van Korach’ (wellicht ook weer een muzikaal gezelschap), zo is het ook in dit geval.

Hier stelt Asaf de rechtvaardigheid van Gods brandende ‘naijver’ niet in vraag (79:5), maar (zoals in Ps. 74; zie de overdenking voor 23 september) de duur ervan: ‘Hoelang nog, o HERE? – Zult Gij voortdurend toornen’ (79:5).

Merk op hoe sommige van Asafs thema’s zich vermengen met wat we vinden in de profeten.

(1) ‘Stort uw grimmigheid uit over de volken die U niet kennen, en over de koninkrijken die uw naam niet aanroepen’ (79:6). Maar de grote profeten benadrukken, zoals we herhaaldelijk zagen, dat de heidense volkeren aansprakelijk zullen worden gehouden door God. Ze krijgen geen vrijbrief.

Ondertussen zouden gelovigen altijd Gods woorden aan zijn volk via Amos (3:2) goed moeten in gedachten houden: ‘U alleen heb Ik gekend uit alle geslachten van het aardrijk; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden aan u bezoeken’ (cursief toegevoegd).

In een wereld onder de vloek, moeten ook christenen verstaan dat straf die ons tot bekering brengt alleen maar een goede zaak kan zijn (vgl. Hebr. 12:4-13).

(2) ‘Reken ons de ongerechtigheid der voorvaderen niet toe’ (79:8): bekijk opnieuw Ezechiël 18 (zie de overdenking van 15 september).

(3) ‘Uw barmhartigheid kome ons haastig tegemoet, want wij zijn zeer verzwakt’ (79:8). Een dergelijke smeekbede vraagt tegelijk om de enige hulp die ons kan redden, en weerspiegelt de houding van afhankelijkheid en vertrouwen die zo volkomen ontbreken in de koppige rebellie en het vertrouwen op zichzelf die het oordeel in de eerste plaats opriepen.

(4) ‘Help ons, o God van ons heil, om de heerlijkheid van uw naam; red ons en doe verzoening over onze zonden om uws naams wil’ (79:9). Nog maar eens wordt er niet gepoogd de zonden te bedekken. Het appel is aan Gods heerlijkheid, zodat heidense volkeren niet zullen besluiten dat God te zwak of wispelturig is om zijn volk te redden (79:10). Hoeveel van de drijvende kracht achter het hedendaagse evangelische bidden komt voor uit een passie voor de heerlijkheid van God?


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 september uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 27 september 2015

Hij verkoos David, zijn knecht, en nam hem weg van de schaapskooien (Ps. 78)

2 Samuël 23; Galaten 3; Ezechiël 30; Psalm 78:40-72

De overdenking van 25 mei in het eerste deel van deze voorlopig tweedelige set focuste op Psalm 78:40-72, in het bijzonder op de verzen 40-41: ‘Hoe vaak waren zij weerspannig tegen Hem in de woestijn, griefden Hem in de wildernis, en verzochten God wederom, en krenkten de Heilige Israëls’ (zie. ook 78:56).

Het herhaaldelijke falen van de verbondsgemeenschap was bij elkaar opgeteld een minachting van God die Hem beproefde, tot Hij in toorn reageerde: Hij ‘was verbolgen op zijn erfdeel’ (78:62). Dit is een krachtig thema in de psalm. Maar er zit nog een andere kant aan dit thema waar we ook aan moeten denken.

De slotverzen van de psalm (78:65-72) schetsen de Heer als ontwakend, ‘Toen ontwaakte de Here als een slapende’ (78:65), terwijl Hij zijn vijanden terugslaat. Wat deed Hij? Hij verkoos ‘de tent van Jozef’ niet (hoewel Jozef de bestuurder van Egypte was geweest).

Maar ‘Hij verkoos de stam van Juda’. ‘Hij verkoos David, zijn knecht, en nam hem weg van de schaapskooien’ (78:70). Hij verkoos zelfs ‘de berg Sion, die Hij liefheeft. Hij bouwde zijn heiligdom als de hoogste bergen, als de aarde, die Hij voor altoos grondvestte’ (78:69). ‘Deze [=David] weidde hen naar de oprechtheid van zijn hart, en leidde hen met kundige hand’ (78:72).

Maar jij en ik lezen vandaag deze zinnen terwijl we tegelijk Ezechiël lezen en we weten dat de geslachtslijn van David weinig blijvende stabiliteit bood. Binnen de twee generaties had het Davidische koningshuis de noordelijke tien stammen verloren, en zijn geschiedenis vanaf dit punt tot aan de ballingschap bleek zo wispelturig en verwerpelijk slecht als wat beschreven wordt in deze psalm, die de periode overschouwt vanaf de Exodus tot aan het begin van het Davidisch koningshuis.

Deze psalm blikt met andere woorden terug op het puin van het falen en de welverdiende toorn van God, maar ziet de aanstelling van David en de keuze voor Sion als geweldige tekenen van Gods genade en goedheid, een bemoedigende basis voor stabiele trouw in de jaren die voor hen liggen.

Maar wanneer we terugkijken vanuit het perspectief van Ezechiël of Jeremia, vinden we een nog langere lijst van falen en nog veel meer verdiende toorn. Is Psalm 78 dan gewoon naïef?

In elke fase van de verhaallijn van de Bijbel, midden de toorn, grijpt God in genade in. Het menselijke ras gleed af naar een sfeer van zonde, dus koos God Abraham. In de teugelloosheid van de twaalf zonen, koos God Jozef. In de hel van Israëlische slavernij, koos God Mozes. In wanhopige cycli van opstand, wekte God de Richteren op.

Elke stap markeerde heerlijke hoop. En nu wekt God David op. Maar als je zoals wij drieduizend jaar later leeft dan David, kijk je terug en druk je gemeende dank uit voor hoe God zichzelf ‘in het laatst der dagen’ (Hebr. 1:1-4) geopenbaard heeft - in de finaliteit van zijn Zoon.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 september uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 24 september 2015

Gij, geducht zijt Gij; wie kan bestaan voor uw aangezicht (Ps. 76)


2 Samuël 20; 2 Korintiërs 13; Ezechiël 27; Psalmen 75-76

De structuur van Psalm 76 is van een elegante eenvoud, met een theologische les die ik aan het slot van deze overdenking zal uiteenzetten.

De eerste zeven verzen (in de Engelse vertalingen de eerste zes) herinneren aan een grote verlossing, een concrete historische gebeurtenis; de laatste zes verzen schilderen een beeld op kosmische schaal, met het vaste vooruitzicht dat God op dit terrein net zo goed zal triomferen.

De historische bijzonderheid van de eerste zeven verzen wordt duidelijk in de eerste verzen: ‘God is bekend in Juda, zijn naam is groot in Israël; in Salem [een alternatieve naam voor Jeruzalem, Gen. 14:18; Heb. 7:2] was immers zijn tent, en op Sion [de burcht op de heuveltop die David innam] zijn woning’ (76:1-2).

De focus ligt dus op Jeruzalem, waar God zich openbaarde. De verwijzing naar ‘tent’ kan suggereren dat de tabernakel er nog stond en de tempel nog niet was gebouwd. Of anders was de tempel al gebouwd, maar werd de ‘tabernakel’-taal er nog altijd voor gebruikt omdat het de terminologie was die gebruikt werd in het Mozaïsch verbond. Deze stad was in elk geval waar God ‘de vurige schichten’ (76:4, letterlijk ‘bliksemflitsen’, vgl. 78:48 HSV) en andere oorlogswapenen verbrak.

De verzen 5-7 suggereren een dramatische en plotse redding zoals toen Sanheribs leger ’s nachts door de engel van de Heer geslagen werd (Jes. 37:36; zie de overdenking voor 5 juni). God zelf verklaarde, ‘hij zal in deze stad niet komen; hij zal geen pijl daarin schieten’ (Jes. 37:33). Vergelijk: ‘niemand van de dapperen vond zijn kracht’.

De rest van de psalm wordt beschreven met bredere pennenstreken. Nu regeert God niet vanuit Jeruzalem, maar vanuit de hemel (76:9). De lessen uit de eerste zeven verzen worden universeel: ‘Gij, geducht zijt Gij; wie kan bestaan voor uw aangezicht, wanneer uw toorn ontbrandt?’ (76:8).

Vers 11 is bijzonder moeilijk te vertalen. De woede uit de eerste zin kan ofwel bij God liggen (zoals in de Engelstalige NIV-vertaling, ‘Surely your wrath against mankind brings you praise’) of bij de mensen (volgens de NIV-voetnoot, ‘Surely the wrath of mankind brings you praise’).

De twee versies liggen niet zo ver uiteen. Indien het de ‘razernij van de mens’ is (Coverdale) die zich overgeeft aan de lof van God, dan doet ze dit in deze context omdat God het laatste woord heeft en antwoordt met gericht – hoewel het ook waar is dat God opereert met zulke voorzienige wijsheid dat Hij de woede van mensen kan omkeren om Hem zelfs onder de meest buitengewone omstandigheden te dienen (Hd. 2:23). Wat duidelijk is uit de slotverzen is dat God over alles regeert en niemand tegen Hem kan opstaan.

Zo weerspiegelt de structuur van de psalm in bepaalde opzichten de structuur van de hele Bijbelse verhaallijn, wat de hedendaagse lezers toelaat om in verhalen van genade en oordeel onder het oude verbond portretten te zien van de uiteindelijke openbaring van God in genade en oordeel.


Eigen vertaling van de overdenking bij 24 september uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 23 september 2015

Waarom, o God, verstoot Gij voor altoos (Ps. 74)


2 Samuël 19; 2 Korintiërs 12; Ezechiël 26; Psalm 74

Het is gepast om na te denken over Psalm 74 in deze fase van onze lezing van de grote profeten. Het klinkt alsof deze psalm geschreven werd ten tijde van een nationale ramp, mogelijk de verwoesting van 587 v.C. (vgl. Ps. 79 en 137; Klaagl. 2:5-9). De ergste klap van allemaal is dat alle profeten zwijgen (74:9). Dan is er plotseling midden in de somberheid en chaos een zucht van lofprijs (74:12-17), vooraleer de duisternis opnieuw neerdaalt (74:18-23).

De onderbreking is dramatisch, en wordt versterkt door een plotselinge omschakeling van de eerste persoon meervoud (‘wij’, ‘ons’) naar de eerste persoon enkelvoud: ‘Toch is God mijn Koning van oudsher’ (74:12).

Opvallende kenmerken zijn onder meer:

(1) De kwelling van dit hoofdstuk komt voort uit geloof, niet uit scepticisme, en nog minder uit cynisme. Deze mensen kennen God, maar kunnen niet zien wat Hij aan het doen is. Ze protesteren niet zozeer tegen hun straf door Hem, maar wel over de duur: ze handelen alsof ze weten dat de straf verdiend is, maar is het einde ervan open? Is er geen verlichting? ‘Waarom, o God, verstoot Gij voor altoos?’ (74:1). ‘Richt uw schreden naar wat voorgoed in puin ligt’ (74:3). ‘Ja, hoelang nog zal de tegenstander honen, o God; zal de vijand uw naam voor altijd versmaden?’ (74:10).

(2) Er ligt een sterke nadruk op Gods ‘gedenken’ – of, preciezer gesteld, op het smeken tot God om te gedenken. Het is niet alsof de psalmist denkt dat er iets uit Gods gedachten gegaan is, en dat Hij aan een aantal beginselen moet herinnerd worden, die onder de druk van het besturen van het universum per abuis over het hoofd werden gezien.

Het pleiten bij God om te gedenken is expliciet in 74:2, 18, 22 en vaak impliciet – bijv. ‘Aanschouw het verbond’ (74:20). Deze passages bieden enig inzicht in wat dit ‘gedenken’ betekent: het is een smeekbede tot God om te handelen in het licht van zijn oude verbondsrelatie met zijn volk, het volk dat Hij ‘van ouds’ heeft ‘verworven’ (74:2), de stam die Hij als zijn erfdeel heeft verlost (74:2). Het is een smeekbede dat Hij, midden de toorn, zou ‘denken aan’ ontferming.

(3) De verzen 4-8 klinken alsof ze komen van een ooggetuigenverslag van de tempel die verwoest wordt, van een herinnering die onuitwisbaar omgeven is door smart. Dit was de plaats, zo vertelt de psalmist God, waar Hij hen ontmoette, ‘uw vergaderplaats’ (74:4). De volgende verzen lopen over van verdriet.

(4) Nu zijn we misschien beter geplaatst om na te denken over de rol van de verzen 12-17 in de psalm. Precies wanneer er maar weinig hoop lijkt, is het voor individuele gelovigen uiterst belangrijk om de kracht van God te gedenken in zowel de schepping (74:16-17) als in de verlossing (74:13-15).

Hoe zou een dergelijk standpunt in ons leven gestalte krijgen?


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 september uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.