Posts tonen met het label Jerobeam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jerobeam. Alle posts tonen

woensdag 8 oktober 2014

'De HEER werd woedend op Salomo, omdat hij ontrouw was geworden aan hem' (1 Kon. 11)


1 Koningen 11; Filippenzen 2; Ezechiël 41; Psalmen 92-93

Op weinig plaatsen heeft het word ‘echter’ [in de NBG-vertaling staat er: ‘nu’] meer brute kracht dan in 1 Koningen 11:1: ‘Koning Salomo nu had (…) vele vreemde vrouwen lief’. In die tijd werd de grootte van de harem van een koning algemeen beschouwd als een weerspiegeling van zijn rijkdom en macht. Salomo huwde prinsessen van overal, vooral, maakt de schrijver pijnlijk duidelijk, ‘behorende tot die volken, van wie de HERE tot de Israëlieten had gezegd: Gij zult u met hen niet inlaten, en zij zullen zich met u niet inlaten, voorwaar, zij zouden uw hart meevoeren achter hun goden’ (11:2).

Dit is precies wat er gebeurde, in het bijzonder toen Salomo ouder geworden was (11:3-4). Hij nam deel aan de dienst van vreemde goden. Om zijn vrouwen te behagen, voorzag hij in heiligdommen, altaren en tempels voor hun goden. Ongetwijfeld begonnen veel Israëlieten deel te nemen aan die heidense diensten. Op zijn minst zal de verontwaardiging bij velen afgenomen zijn, vooral omdat Salomo bekend stond als een zeer wijs, vindingrijk en succesvol koning.

Uiteindelijk breidde zijn heidense afgoderij zich uit tot de afschuwelijke goden voor wie men kinderen offert. Zo deed Salomo ‘wat kwaad is in de ogen des HEREN, en hij volgde de HERE niet ten volle, zoals zijn vader David’ (11:6). Natuurlijk had David zelf bij momenten gefaald. Maar hij viel terug van een leven van principiële toewijding aan de Here God, en hij had berouw en keerde terug naar de Heer; hij leefde niet in een stroom van groeiend godsdienstig compromis zoals zijn zoon en troonopvolger.

De straf wordt uitgesproken (11:9-13): na zijn dood zal Salomo’s koninkrijk worden verdeeld, met tien stammen die zich afscheuren, zodat er slechts twee overblijven voor het Davidische koningshuis – en zelfs dit schamele overblijfsel wordt alleen overgelaten ter wille van David.

Ware Salomo een man van een ander kaliber, hij had berouw getoond, de gunst van de Heer gezocht, de offerhoogten vernield en opgeroepen tot verbondstrouw.
Maar de trieste waarheid is dat Salomo zijn vrouwen en hun opinie belangrijker vond dan zijn Verbondsheer en diens opinie.

Tijdens de slotjaren van zijn regering kreeg Salomo heel wat tekenen voor het feit dat Gods bewaring en gunst hem onttrokken waren (11:14-40). Niets is droeviger dan Salomo’s vergeefse poging om Jerobeam te laten ombrengen – het roept herinneringen op aan Sauls pogingen om David te doden. Maar er is geen beweging naar God toe, geen bekering, geen honger naar God.

We kunnen er tal van lessen uit leren. Wees voorzichtig wat en wie je liefhebt. Een goede start is geen garantie voor een goede afloop. Geef gevolg aan Gods waarschuwingen wanneer je nog kunt; doe je dit niet, dan kun je uiteindelijk zo verhard geraken dat zelfs zijn meest ernstige dreigementen je niet meer zullen raken.

Op het niveau van de canon leren we dat zelfs het meest gezegende, bewaarde en gezalfde koningshuis, gekozen uit het uitverkoren volk van de Heer, zijn einde aankondigt: het zal uiteenvallen. Oh, hoezeer hebben we toch een Redder nodig, een koning uit de hemel!


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 11 december 2012

'Zo zegt de HERE: gij hebt Mij verlaten, nu heb Ik ook u verlaten' (2 Kron. 11-12)


2 Kronieken 11-12, Openbaring 2, Zefanja 3, Johannes 1
De kroniekschrijver biedt ons een aantal fascinerende inzichten in de regering van Rechabeam, de eerste koning van Juda na het einde van de verenigde monarchie (2 Kron. 11-12). We stippen er twee aan.

(1) Zoals te verwachten viel trokken veel Levieten die in het noorden woonden, naar het zuiden (11:11-17). Hun volledige leven was op de tempel gericht en dit was de verbinding die Jerobeam, koning over de tien noordelijke stammen, wilde verbreken. Niet alleen daarom voerde hij zijn eigen afgoden in, maar hij ontsloeg ook alle Levieten. Het effect, althans toch aanvankelijk, was dat Rechabeam versterkt werd (11:17). Soms wordt het principe van de ‘niet-bedoelde gevolgen’ stilletjes door Gods voorzienigheid gebruikt om zegen voort te brengen uit wat eerst een volslagen ramp schijnt. Het meest uitnemende voorbeeld hiervan is natuurlijk het kruis.

(2) Rechabeam blijkt maar een middelmatige koning wiens uiteindelijke effect slecht is. Bepaalde vroege elementen in Rechabeams regering waren goed. Hij koos de juist zoon, Abia, ‘tot een vorst over zijn broeders’ (11:22), waarmee hij hem wilde voorbereiden op de troon.

Rechabeam had geleerd uit de dwaasheid van de vroegere beslissing die hem het eengemaakte koninkrijk had gekost (10:8; zie 1 Koningen 12:8), en hij werkte hard aan het onderhouden van de contacten met het volk, door zijn vele zonen te verspreiden over de landstreken en versterkte steden van Juda. Helaas, eenmaal hij wat geruster wordt en zijn koninkrijk min of meer veilig weet, wijkt hij af van de Wet des Heren, en zijn volk met hem (12:1).

God antwoordt door koning Sisak van Egypte los te laten op deze kleine natie. De profeet Semaja buldert ‘Zo zegt de HERE: gij hebt Mij verlaten, nu heb Ik ook u verlaten en gegeven in de macht van Sisak’ (12:5).

Koning Rechabeam en de leiders van Israël verootmoedigen zich (12:6, 12). Het resultaat is dat God de Egyptenaren niet toestaat dat ze Juda te gronde richten. Niettemin zegt God van zijn volk: ‘Zij zullen hem echter tot knechten zijn, zodat zij mijn dienst en de dienst van de koninkrijken der landen leren kennen’ (12:8).

Deze ontwikkeling herinnert ons aan Gods reactie toen het volk Israël het beloofde land binnentrok en meteen zijn trouw compromitteerde. Het resultaat was dat ze in plaats van met een schone lei te kunnen staan, ze generaties lang gemoeid waren in smoezelige schermutselingen.

Er is een soort kwaad dat niet zeer slecht en niet zeer goed is, niet al te vreselijk opstandig maar ook niet hongerig naar gerechtigheid, een standpunt dat naar afgoderij neigt en haastig terugtrekt bij de dreiging met oordeel. Wat ontbreekt is het hart van David, het hart van een man die, ondanks falen, zich ertoe zet God te zoeken met passie en vreugde.

Het finale verdict over Rechabeams regering legt uit wat het probleem is: ‘Hij deed wat kwaad is, want hij had er zijn hart niet op gezet de HERE te zoeken’ (12:14).


Eigen vertaling van de overdenking bij 11 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 9 oktober 2012

'De koning gaf dus geen gehoor aan het verzoek van het volk. De HEER had dit zo beschikt' (1 Kon. 12)


1 Koningen 12, Filippenzen 3, Ezechiël 42, Psalm 94
De verdeling van het eendrachtige koninkrijk in twee ongelijke delen – het koninkrijk van Israël met zijn tien stammen in het noorden en het koninkrijk van Juda met twee stammen in het zuiden (1 Koningen 12) – schetst ons nog een keer een opmerkelijke dynamiek tussen Gods soevereiniteit en menselijke verantwoordelijkheid.

God had al voorzegd, door de profeet Achia, dat Jerobeam de tien noordelijke stammen zou afscheuren van Salomo’s opvolger (11:26-40). Jerobeam werd expliciet toegezegd, dat als hij dan trouw zou blijven aan de Heer, de Heer voor hem een blijvend koningshuis zou bouwen. Maar het eerste dat Jerobeam doet eens hij de noordelijke stammen beveiligd heeft, is twee gouden kalveren oprichten in Bethel en Dan, en niet-Levitische priesters aanstellen omdat hij niet wil dat zijn volk optrekt naar de tempel in Jeruzalem (12:25-33).

Beseft hij dan niet, dat als God de macht heeft om hem de tien stammen te geven en de zorg betoont om hem te waarschuwen voor ontrouw, Hij zeker de macht bezit om de eenheid van het noordelijke koninkrijk te bewaren, zelfs al zou het volk dan optrekken naar Jeruzalem voor de grote feesten?

Maar Jerobeam maakt zijn politieke overwegingen, weigert God te gehoorzamen, en betoont zichzelf weinig dankbaar voor wat hem ten deel is gevallen. Zijn enige duurzame erfenis is dat hij doorheen de rest van het Oude Testament beschreven wordt als ‘Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël deed zondigen’ (bijv. 2 Kon. 14:24, HSV).
Rehabeam, Salomo’s zoon, begrijpen we echter nog minder. Salomo mag dan een bekwaam uitvoerder van recht geweest zijn, maar aan het eind van zijn leven matten zijn enorm dure projecten zijn volk af. Hun vertegenwoordigers verzekeren Rehabeam ervan dat ze hem trouw zullen zijn als hij hun juk maar wat lichter wil maken.

De oudsten maken Rehabeam duidelijk dat hun verzoek redelijk is: hij zou het standpunt moeten innemen dat hij ‘een knecht van dit volk’ wil zijn ‘en hen dienen’, want dan zal hij ontdekken dat ‘zij voor altijd uw knechten’ zullen zijn (12:7).

Met enorme ongevoeligheid en treffende dwaasheid, neemt Rehabeam in plaats daarvan het belabberde advies aan van ‘jonge mannen’ die vol zijn van zichzelf en hun meningen, en die geen verstand hebben van mensen in het algemeen en dit volk in het bijzonder (12:8).

Zodoende antwoordt Rehobeam met hardheid, waarbij hij niet alleen het verzoek van het volk verwerpt, maar ook nog eens meer eisen belooft en toenemende brutaliteit. En plots zit de rebellie er aan te komen.

Maar de schrijver becommentarieert: ‘Dus luisterde de koning niet naar het volk, want het was een beschikking van ’s HEREN wege, om het woord waar te maken, dat de HERE door de dienst van de Siloniet Achia, tot Jerobeam, de zoon van Nebat, gesproken had’ (12:15).

Gods soevereiniteit (zie bijvoorbeeld de overdenking van 3 juni) vormt geen excuus voor de dwaasheid van Rehabeam en de opstandigheid van Jerobeam en maakt ze niet minder zwaar; hun dwaasheid en zonde betekenen niet dat God zaken niet meer onder controle heeft. Dergelijke mysteries van voorzienigheid maken het moeilijk om de geschiedenis te ‘lezen’; tegelijk brengen ze ook een immense rust en maken ze het mogelijk voor ons om te rusten in Romeinen 8:28.


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.