Posts tonen met het label Deuteronomium. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Deuteronomium. Alle posts tonen

zaterdag 28 juni 2014

'Zo stierf Mozes' (Deut. 34)


Deuteronomium 33-34; Psalm 119:145-176; Jesaja 60; Mattheüs 8

Hoe eindigt de Pentateuch (Deut. 34)?

In zekere zin kun je misschien spreken van hoop, of toch op zijn minst van verwachting. Ook al wordt het Mozes niet zelf toegestaan het Beloofde Land te betreden, toch staan de Israëlieten op het punt om binnen te trekken. Het land ‘vloeiende van melk en honing’ zal straks het hunne worden. Jozua, de zoon van Nun, een man ‘vol van de geest der wijsheid’ (34:9), is aangesteld.

Zelfs de zegen van Mozes over de twaalf stammen (Deut. 33) kan worden gelezen als een passend slot voor dit hoofdstuk uit Israëls geschiedenis.
Toch is een dergelijke lezing te optimistisch. Klemtonen die nu samenlopen laten de bedachtzame lezer achter met een nogal pessimistische verwachting voor de onmiddellijke toekomst.

Uiteindelijk heeft het volk gedurende 40 jaren beloften afgelegd en die gebroken, en herhaaldelijk zijn ze teruggeroepen tot verbondstrouw door de harde oordeelswerktuigen.

In Deuteronomium 31 voorspelt God zelf over dit volk: het ‘zal overspelig de vreemde goden gaan nalopen van het land, waarin het komt; zij zullen Mij verlaten en mijn verbond verbreken, dat Ik met hen gesloten heb’ (31:16).

Mozes, die buitengewoon moedige en volhardende leider, treedt het land niet binnen omdat hij bij één gelegenheid tekortschoot in het eren van God in tegenwoordigheid het volk. In dit verband dient hij als een negatief contrast voor de grote Hebreeër aan het begin van dit verhaal van Israël: Abraham sterft als een pelgrim in een vreemd land dat het zijne nog niet is, maar hij sterft ten minste met eer en waardigheid, terwijl Mozes sterft als een pelgrim wie het verboden wordt het land binnen te trekken dat hem en het volk beloofd was, in eenzame afzondering en schande.

We weten niet hoeveel tijd voorbijging na Mozes’ dood voor dit laatste hoofdstuk van Deuteronomium werd neergepend, maar het moet een aanzienlijke periode zijn geweest, want in vers 10 lezen we ‘Zoals Mozes, dien de HERE gekend heeft van aangezicht tot aangezicht, is er in Israël geen profeet meer opgestaan’ [in het Engels: ‘Since then, no prophet has risen in Israel like Moses’, dus: ‘Sindsdien …’].

Je kunt nauwelijks de ondertoon missen van de profetie van de komst van een profeet als Mozes (18:15-18). Tegen de tijd van het schrijven waren andere leiders opgestaan, waarvan sommige trouw en krachtig. Maar geen als Mozes was opgestaan – en dit is wat beloofd was.

Deze lijnen doen de lezer bepaalde punten waarderen, in het bijzonder als de Pentateuch wordt gelezen binnen de verhaallijn van de hele Bijbel. (1) Het verbond van de wet had eenvoudigweg niet de kracht om het verbondsvolk van God te transformeren. (2) We mogen niet verrast zijn door meer gevallen van catastrofale afgang. (3) De belangrijkste hoop ligt in de komst van een profeet als Mozes. (4) Dit is op een bepaalde manier verbonden met de belofte aan het begin van het verhaal: we wachten op iemand uit Abrahams zaad doorheen wie alle volken van de aarde gezegend zullen worden.


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 26 juni 2014

'Roep het volk tezamen' (Deut. 31)


Deuteronomium 31; Psalm 119:97-120; Jesaja 58; Mattheüs 6

Denk een ogenblik na over de rijke en verscheiden manieren die God aan Israël schonk om hen te helpen gedenken wat Hij had gedaan om hen te verlossen, en wat de aard was van het verbond waartoe ze zich bij ede hadden verbonden om het te gehoorzamen.

Er was de tabernakel zelf (later de tempel), met zijn zorgvuldig voorgeschreven riten en feesten: het verbond was geen abstract filosofisch systeem, maar werd weerspiegeld in vaste religieuze rituelen. De natie was zo georganiseerd dat de Levieten verspreid waren onder de andere stammen en de Levieten hadden als taak de Wet te onderwijzen aan de rest van het volk.

De drie belangrijkste feesten waren gegeven om het volk bijeen te vergaderen bij de centrale tabernakel of tempel, waar zowel het ritueel als de eigenlijke lezing van de Wet moesten dienen als krachtige herinneringen (Deut. 31:11).

Van tijd tot tijd zond God speciaal gezalfde richters en profeten, die het volk terugriepen tot het verbond. Gezinnen werd nauwgezet geleerd hoe ze de overgeërfde geschiedenis moesten doorgeven aan hun kinderen, zodat nieuwe generaties die nooit de wonderlijke tentoonspreiding van Gods kracht ten tijde van de Exodus hadden meegemaakt, er toch alles zouden over vernemen en het tot iets van henzelf zouden kunnen maken.

Bovendien volgen zegeningen van God op gehoorzaamheid, en oordeel van God op ongehoorzaamheid, zodat de actuele omstandigheden van de gemeenschap verondersteld werden tot bezinning en zelfonderzoek te leiden.

De wetgeving was gegeven om een bewustzijn van afzondering te wekken in de jonge natie, terwijl ze bepaalde grenzen stelde, zodat het volk niet snel aangestoken zou worden door het omringende heidendom.

Unieke gebeurtenissen, zoals het tweestemmige roepen op de bergen Gerizim en Ebal ten tijde van de intocht in het land (zie de overdenking van 22 juni), werden verondersteld aan te zetten tot verbondstrouw in het nationaal geheugen.

Maar nu voegt God nog een instrument toe. Precies omdat God weet dat het volk na verloop van tijd toch opstandig zal worden, instrueert Hij Mozes om een lied te schrijven met pakkende kracht dat een nationale schat zal worden – en een gezongen getuigenis tegen henzelf (31:19-22).

Iemand heeft gezegd: ‘Laat me de liederen van een volk schrijven, en het kan mij niet schelen wie zijn wetten schrijft’. Het aforisme is natuurlijk overdreven, maar niettemin toch inzichtrijk.

Dit is het doel van het volgende hoofdstuk, Deuteronomium 32. De Israëlieten zullen als het ware een nationale hymne leren die tegen hen zal spreken als ze zich afsluiten voor alle andere door God geschonken oproepen om te gedenken en gehoorzamen.

Welke middelen, zowel in de Schrift als de geschiedenis, heeft God genadig geschonken om de erfgenamen van het nieuwe verbond te helpen gedenken en gehoorzamen? Overdenk ze. Hoe heb je ze gebruikt? Welke liederen zingen wij om dit principe in de praktijk te brengen, om het volk van God zaken van onomkeerbaar belang te onderwijzen en het louter sentimentalisme te overstijgen?


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 24 juni 2014

'De verborgen dingen zijn voor de HERE' (Deut. 29)

Deuteronomium 29; Psalm 119:49-72; Jesaja 56; Mattheüs 4

‘De verborgen dingen zijn voor de HERE, onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen voor altijd, opdat wij al de woorden dezer wet volbrengen’ (Deut. 29:29) De twee hoofdpunten roepen op tot overdenking.

Ten eerste is het op dit vlak de verantwoordelijkheid van de verbondsgemeenschap zich toe te spitsen op de dingen die God heeft geopenbaard. Niet alleen zijn ze ‘voor ons en onze kinderen voor altijd’, maar werden ze ons ook gegeven ‘opdat wij al de woorden dezer wet volbrengen’.

Dit is het hoofddoel van de positionering van deze tekst aan het eind van een lang hoofdstuk over verbondshernieuwing. Het is waar: veel verborgen dingen kunnen we niet kennen. Maar wat ons wel geopenbaard werd – in deze context de voorwaarden van het Mozaïsch verbond met al hun enorme mogelijkheden tot zegen en vloek – is waar onze aandacht en onze toegewijde gehoorzaamheid moeten naar uitgaan.

Ten tweede moeten we eerlijk toegeven dat sommige dingen voor onze ogen verborgen zijn. We begrijpen bijvoorbeeld echt het verband niet tussen tijd en eeuwigheid, en ook hebben we er weinig benul van hoe de God die de eeuwigheid bewoont zichzelf aan ons onthult in onze eindige ruimte/tijd-geschiedenis.

Er is ons geopenbaard dat Hij dit doet; we hebben diverse woorden die bepaalde elementen van die openbaring beschrijving (bijv. incarnatie, inwoning). Maar we weten niet hoe dit gaat. We weten niet hoe God zowel persoonlijk als soeverein/transcendent kan zijn, we weten niet hoe de Ene God ook drievuldig kan zijn.

Maar in geen van deze gevallen is dit een subtiele oproep tot onwetendheid, of een onverantwoordelijk verbergen achter het irrationele of het mystieke. Wanneer we toegeven – zelfs benadrukken – dat er mysteries bestaan rond deze onderwerpen, dan geven we daarmee niet te kennen dat ze onzinnig zijn of zichzelf zouden tegenspreken. Veeleer zeggen we dat we niet genoeg weten, en we erkennen onze onwetendheid. Wat God niet heeft geopenbaard over zichzelf kunnen we niet weten. De verborgen dingen zijn voor God.

En inderdaad, omwille van het contrast in de tekst, impliceert dit dat het aanmatigend zou zijn te beweren dat we wel weten, of zelfs teveel tijd zouden wijden aan het uitzoeken ervan – we moeten erover waken ons niet op Gods exclusieve terrein te wagen.

Sommige dingen kunnen tijdelijk verborgen zijn om ons ertoe aan te zetten te zoeken: Spreuken 25:2 maakt ons duidelijk dat het een eer is een zaak te verbergen, maar der koningen eer een zaak uit te vorsen, om tot de bodem van een zaak te spitten.

Maar dit is geen universele regel: de allereerste zonde omvatte een poging om sommige verborgen dingen te weten en op die manier als God te zijn. In dergelijke gevallen bestaat de weg van de wijsheid uit eerbiedige aanbidding van Hem die alle dingen weet, en zorgvuldig naleven van wat Hij genadig heeft geopenbaard.


Eigen vertaling van de overdenking bij 24 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 23 juni 2014

Geen bovennatuurlijke 'zap' als straf uit de hemel (Deut. 28)


Deuteronomium 28:20-68; Psalm 119:25-48; Jesaja 55; Mattheüs 3

Er zijn weinig passages in de Bijbel die meer vrees wekken dan Deuteronomium 28:20-68. Wat de tekst ons schildert zijn de oordelen die het volk van God zullen treffen wanneer het ongehoorzaam is aan de verordeningen van het verbond en het opstandig is tegenover God, wanneer ‘gij niet naarstig onderhoudt al de woorden der wet, die in dit boek geschreven zijn, en gij niet deze heerlijke, geduchte Naam, de HERE, uw God, vreest’ (28:58). Er zijn veel opvallende elementen in deze oordelen. Twee ervan krijgen hier onze volle aandacht.

Ten eerste kunnen al de beschreven oordelen door de seculiere denkers worden gezien als de toevallige gevolgen van de veranderende politieke en sociale omstandigheden, of, binnen een heidens wereldbeeld, als het werk van verscheidene gekrenkte goden.

Op het eerste gezicht lijkt het of de oordelen allemaal plaatsvinden in de ‘natuurlijke’ wereld: aanhoudende ziekte, droogte, hongersnood, militaire nederlaag, zweren, armoede, vazallenstatus onder een superieure macht, verwoestende sprinkhanenzwermen, economische tegenslagen, gevangenschap, slavernij, de vreselijke verwoestingen van aanhoudende belegeringen, afname in aantal, het nogmaals verstrooid worden onder de volken.

Met andere woorden, er is geen vervloeking die klinkt als een duidelijke bovennatuurlijk ‘Zap!’ vanuit de hemel. Zo komt het dat zij die niet langer luisteren naar Gods woorden zich in een vreselijke positie bevinden: ze ondergaan zijn straffen maar ze geloven niet dat die van Hem komen. Het is onderdeel van het oordeel waaronder ze vallen: ze ondergaan het oordeel, maar hun ongeloof is zodanig verhard dat ze zelfs een dergelijk oordeel niet kunnen zien voor wat het is.

De zegeningen die ze hadden genoten waren hen geschonken door Gods genadig welbehagen, en ze konden ze niet aannemen als geschenken van God; de vervloekingen waaronder ze nu vallen worden opgelegd door Gods rechtvaardige welbehagen (28:63), en nog altijd slagen ze er niet in ze te herkennen als oordelen van God. De blindheid is totaal, aanhoudend en menselijk niet te genezen.

Ten tweede gaan Gods oordelen verder dan de tragedies die van buiten uit worden opgelegd aan losgeslagen geesten – ten dele al door de grote omvang van het verlies, maar in elk geval door God zelf. De Heer zegt wat Hij deze mensen zal geven: ‘Gij zult onder die volken geen rust vinden noch een rustplaats voor uw voetzool; de HERE zal u daar een bevend hart geven, ogen vol heimwee en een kwijnende ziel’ (28:65-66). Deze God heeft niet enkel de controle over de externe factoren van de geschiedenis, maar ook over het verstand en de emoties van hen die onder zijn oordeel vallen.

Tegenover een dergelijke God getuigt het van onvoorstelbare dwaasheid als je probeert om je te verbergen of Hem te slim af te zijn. Wat we moeten doen is ons bekeren en ons volledig aan zijn genade toevertrouwen, terwijl we Hem om de genade vragen Hem in eerlijke gehoorzaamheid te kunnen navolgen, snel om de ware horror van de opstand op te merken, met ogen die geopend zijn om zowel Gods voorzienige goedheid te herkennen als zijn voorzienige oordeel. We moeten Gods hand zien, en moeten alles wegen met een onophoudelijke Godgerichtheid in onze interpretatieve focus.


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 22 juni 2014

Ik berg uw woord in mijn hart (Deut. 27+ 28 en Ps. 119)


Deuteronomium 27:1-28:19; Psalm 119:1-24; Jesaja 54; Mattheüs 2

Hier komen de eerste twee van de bovenstaande Bijbelgedeeltes samen.

De setting die we ontwaren in Deuteronomium 27-28 is spectaculair. Wanneer de Israëlieten het Beloofde Land binnentrekken, moeten ze een plechtige daad van nationale toewijding stellen. Ze moeten zich in twee grote groepen verdelen, elk honderdduizenden sterk.

Zes stammen moeten zich opstellen op de flanken van de berg Gerizim. Aan de andere kant van de vallei moeten de andere zes stammen zich opstellen op de flanken van de berg Ebal. De twee grote menigten moeten over en weer in beurtzangen op elkaar inspelen.

Tijdens sommige delen van deze ceremonie moeten de Levieten, die met de anderen op Gerizim staan, voorgeschreven zinnen uitspreken, en de volledige menigte roept zijn ‘Amen!’ uit. In andere delen moet dan de menigte op Gerizim de zegeningen van de gehoorzaamheid uitroepen, en de menigte op Ebal zal de vloeken van de ongehoorzaamheid uitroepen.

De zeer dramatische impact van deze gebeurtenis moet indrukwekkend zijn geweest zijn toen ze werkelijk werd uitgevoerd (Joz. 8:30-33).
Het doel van de volledige oefening was om het volk op het hart te drukken hoe volkomen ernstig het Woord van God moet worden genomen, wil het de zegen van God kunnen genieten, en welke vreselijke tragedie er voortvloeit uit ongehoorzaamheid, die zeker Gods vloek tot gevolg heeft.

In formele zin is Psalm 119 heel anders, maar ook hier ligt er een buitengewone nadruk op het Woord van God. Het is bijna alsof dit langste van alle hoofdstukken uit de Bijbel gewijd is aan het onthullen wat het tweede vers in het Psalmenboek betekent: ‘(…) maar aan des HEREN wet zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht’ (1:2, zie ook de overdenking van 1 april).

Psalm 119 is een acrostisch gedicht: elk van de tweeëntwintig letters uit het Hebreeuwse alfabet krijgt zijn beurt om te dienen als openingsletter van elk van de acht verzen met het Woord van God als onderwerp.

Doorheen dit gedicht worden acht bijna-synoniemen gebruikt om te verwijzen naar de Schrift: wet (wat misschien beter kan weergegeven worden als ‘instructie’, en ook een ondertoon heeft van openbaring), inzettingen (wat spreekt van de bindende kracht van de Schrift), voorschriften (verbonden met Gods toeziende overzicht, als van iemand die bekommerd is om de details van zijn opdracht), verordeningen (de besluiten van de hoogste en volkomen wijze Rechter), woord (de meest omvattende term, mogelijk alles omarmend van Gods zelfonthullende waarheid, of het nu in belofte, verhaal, inzetting of bevel is), geboden (gebaseerd op Gods autoriteit om zijn schepselen op te dragen wat ze moeten doen), beloften (een woord dat is afgeleid van het werkwoord ‘zeggen’, maar vaak wordt gebruikt in verbanden die ons doen denken aan het Nederlandse woord ‘beloven’), en getuigenissen (Gods moedige daad van ‘getuigenis’ afleggen of ‘getuigenis’ van de waarheid en tegen alles wat vals is; het Hebreeuwse woord wordt soms vertaald als ‘richtlijn’ of ‘statuut’, bijv. letterlijk ‘Uw getuigenissen zijn mijn verlustiging’).

[Nota bij de vertaling van de laatste paragraaf: door het ontbreken van precieze tekstverwijzingen, ben ik niet 100 % zeker dat ik bovenstaande synoniemen voor het Woord van God overal even goed vertaalde. Beter toch even je Bijbel erbij nemen – Wat overigens altijd aan te raden is.]


Eigen vertaling van de overdenking bij 22 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 19 juni 2014

Voor de vreemdeling, de wees en de weduwe (Deut. 24)


Deuteronomium 24; Psalmen 114-115; Jesaja 51; Openbaring 21

Het is opvallend hoe de Mozaïsche wet voorziet voor de armen.

Kijk naar Deuteronomium 24. Hier verbiedt God dat je de handmolen of zelfs ‘de bovenste molensteen’ (d.w.z. de meer verplaatsbare), als pand zou nemen, als waarborg voor een schuld (24:6). Het is alsof je het gereedschap van een mecanicien tot pand zou nemen, of de computer van een softwareontwikkelaar. Het zou de middelen wegnemen om in je levensonderhoud te voorzien, en daarom zou het niet alleen de armoede nog vergroten, maar het zou terugbetaling praktisch onmogelijk maken.

In 24:10-12 worden twee verdere bepalingen uiteengezet met betrekking tot onderpanden en lonen.

(1) Als je van je naaste schuld vordert, ga dan zijn huis niet binnen om het pand te bekomen. Blijf buiten; laat het door hem naar buiten brengen. Dergelijk ingehouden gedrag stelt de naaste in staat om een beetje waardigheid te bewaren, en perkt de neiging van sommige rijke mensen in om de baas te spelen en de armen te behandelen alsof ze vuilnis zijn.

(2) Hou niet als pand wat de arme man nodig heeft voor zijn basiswarmte en -bescherming. In 24:14-15 wordt werkgevers geboden hun werknemers dagelijks te betalen. In een arme en agrarische maatschappij waar tot 70 à 80 procent van het inkomen naar voedsel ging, stond dit gelijk met ervoor zorgen dat de dagloner en zijn gezin genoeg hadden om elke dag te eten.

Lonen inhouden bracht niet alleen leed voort, het was ook onrechtvaardig. Nog uitvoeriger beschouwingen rond rechtvaardigheid worden vermeld in 24:17-18: wezen en vreemdelingen, d.w.z. zij die zonder beschermer zijn of niet echt weten hoe het er in een bepaalde cultuur aan toe gaat, moeten rechtvaardig worden behandeld en nooit misbruikt of benadeeld.

In 24:19-22 ten slotte worden landbouwers gewaarschuwd niet elk klein stukje uit de oogst van hun veld te verzamelen om nog hogere opbrengsten te verkrijgen. Het is veel beter iets te laten liggen ‘voor de vreemdeling, de wees en de weduwe’ (zie ook de overdenking voor 9 augustus).

Twee opmerkingen. Ten eerste zullen dergelijke voorzieningen voor de armen het best werken in een niet-technische maatschappij waar werk en land met elkaar verbonden zijn, en hulp wordt geboden door de plaatselijke bevolking aan de plaatselijke bevolking. Er is geen enorme bureaucratische regeling. Aan de andere kant kun je je moeilijk voorstellen hoe, zonder een bepaalde gestructureerde organisatie, gelijkaardige hulp aan de armen kan worden geboden in pakweg het zuiden van Chicago, waar er weinig landbouwers zijn die kleine beetjes van de oogst kunnen laten liggen.

Ten tweede is de stimulans in elk van de gevallen dat je recht handelt voor het aangezicht van God, in het bijzonder met de jaren in gedachten dat het volk zelf in Egypte verbleef (24:13-22). Deze verzen vereisen dat je ze nauwgezet leest. Waar mensen leven in vrees, liefde en kennis van God, brengt dit maatschappelijk erbarmen en praktische vrijgevigheid met zich mee. Waar God vervaagt in de mist van sentimentalisme, verschrompelt ook de ware ontferming – en dit roept de bijtende aanklacht op van profeten als Amos.


Eigen vertaling van de overdenking bij 19 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 18 juni 2014

Smullen van andermans druiven (Deut. 23)


Deuteronomium 23; Psalmen 112-113; Jesaja 50; Openbaring 20

Om de zoveel hoofdstukken vind je in de Pentateuch een hoofdstuk met diverse wetten en inzettingen. Een voorbeeld daarvan is Deuteronomium 23. Het past niet bij deze korte overdenkingen om stil te staan bij elk onderwerp waarvoor een inzetting wordt gegeven, of zelfs nog maar stil te staan bij de manier van ordenen voor sommige van deze lijsten.

Het is duidelijk dat een gedeelte van de wetgeving gebaseerd is op de historische ervaring van de Israëlieten (bijv. 23:3-8). Andere delen behandelen symbolisch geladen reinheid (bijv. 23:9-14). Weer andere focussen op de nood het verbondsvolk afgescheiden te houden van de vreselijke praktijken van het oude Kanaänietische heidendom (23:17-18), op vooruitstrevende stappen van sociale gerechtigheid (23:15-16), op fiscale principes om zowel de identiteit als het welzijn van het verbondsvolk te bevorderen (23:19-20), en op het houden van je woord, in het bijzonder als het gaat om een gelofte afgelegd tegenover de levende God (23:21-23).

Maar vandaag wil ik nadenken over 23:24-25: ‘Wanneer gij in de wijngaard van uw naaste komt, dan moogt gij om u te verzadigen druiven eten, zoveel gij wilt, maar gij moogt ze niet ergens in meenemen. Wanneer gij in het staande koren van uw naaste komt, moogt gij aren plukken met uw hand, maar de sikkel moogt gij in het staande koren van uw naaste niet slaan’. Er ligt diepe wijsheid in deze eenvoudige inzettingen.

Een zuiver gemeenschapsstandpunt zou ofwel mensen laten nemen wat ze willen, wanneer ze willen en zoveel ze willen; of in het andere geval zou ze zeggen dat, aangezien de volledige opbrengst toebehoort aan de gemeenschap (of de overheid), het niemand is toegestaan om er ook maar iets van te nemen zonder expliciete toelating van de leiders van de gemeenschap.

Een zuiver kapitalistisch standpunt (of, meer precies, een standpunt dat alle nadruk legt op private eigendom) zou elke gelegenheid waarbij je een druif neemt van het veld van je buur, als een zaak van diefstal beschouwen, elke gelegenheid waarop je enkele granen kauwt terwijl je het voetpad neemt door het veld van je buur, als strafbare misdaad betitelen.

Maar door mensen toe te staan te eten wat ze willen terwijl ze eigenlijk in het veld van een buur zijn, bevordert deze inzetting een soort onderlinge gemeenschapsbrede afhankelijkheid, een visie van gedeeld erfgoed.

De muren en omheiningen die worden opgericht door ijverig privaat bezit worden afgezwakt. Bovendien konden de werkelijk armen ten minste iets vinden om te eten. Dit zou voor geen van de landeigenaren een loodzware last worden als de inzetting door alle landeigenaren zou worden gevolgd.

Aan de andere kant dient de stipulering dat het niemand is toegestaan iets van de oogst weg te dragen, indien werkelijk nagevolgd, niet alleen om diefstal en luiheid te bestrijden, maar houdt ze privébezit in stand en handhaaft ze de voordelen van werklust en de daarmee verbonden discipline.

Indien goed verstaan, weerspiegelen vele, vele inzettingen uit de Mozaïsche Wet een goddelijk evenwicht van complementaire belangen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 14 juni 2014

'Zo zult gij het kwaad uit uw midden wegdoen' (Deut.19)

Deuteronomium 19; Psalm 106; Jesaja 46; Openbaring 16

De gerechtigheid die ons wordt voorgesteld in Deuteronomium 19 lijkt behoorlijk ver af te staan van de visies die vandaag in westerse landen overheersen.

Voor een gedeelte van de nadruk in deze tekst zullen de meesten onder ons flink wat sympathie hebben: de rechtbank mag niemand veroordelen op basis van magere bewijsgrond. In dagen waarin krachtige forensische middelen nog niet bestonden, betekende dit bijna altijd dat meerdere getuigen werden vereist (19:15).

Vandaag is het soort bewijs dat als afdoend wordt beschouwd nog uitgebreid: vingerafdrukken, bloedonderzoek, enzovoort. De meesten onder ons erkennen dat dit een goede zaak is. Maar er circuleerden al genoeg verslagen van bewijs waarmee geknoeid werd dat de zorg die onze tekst uitdrukt nauwelijks gedateerd is. Er moeten procedures en beleid opgezet worden die verhinderen dat de rechtbank gecorrumpeerd wordt of een onschuldige zou veroordelen.

Maar de rest van het hoofdstuk (19:16-21) lijkt op het eerste gezicht een beetje vreemd voor ons, omwille van drie redenen.

(1) Als zorgvuldige rechters oordelen dat een bepaald getuige meineed heeft gepleegd, dan moeten de rechters hem een zelfde straf opleggen als zou opgelegd worden aan de persoon die valselijk werd aangeklaagd: je moet ‘hem doen, zoals hij zijn broeder dacht te doen’ (19:19).

(2) Het doel is ‘het kwaad uit uw midden wegdoen’ (19:19).

(3) Nogmaals wordt de lex talionis herhaald (de ‘oog om oog’-wet) (19:21; vgl. Ex. 21:24 en de overdenking voor 11 maart).

Elk van deze drie punten wordt zeer verschillend bekeken in westerse rechtbanken.

(1) De straf voor valse aanklachten is meestal verwaarloosbaar. Maar dit betekent wel dat er maar weinig officiële inspanning is om het vuur van sociale gedrevenheid voor publieke gerechtigheid aan te wakkeren. Je liegt als je er mee kunt wegkomen; de enige schande is ontmaskerd worden.

(2) Onze wetstheoretici denken dat opsluiting dient om de maatschappij een veiliger plaats te maken, of een weg voorziet naar verandering (therapeutisch of anders), of ervoor zorgt dat een overtreder ‘zijn schuld betaalt aan de gemeenschap’.
Zoveel inspanning gaat naar het analyseren van de sociale omstandigheden die ertoe bijdragen dat iemand een crimineel wordt, dat er een wijdverbreide terughoudendheid bestaat om te spreken over het kwaad van een persoon of een daad.
Misschien is dit waarom films met wraak als thema eerst werkelijk verbijsterend gruwelijke wreedheid in eendimensionale monsters moeten vertonen, vooraleer de wraak kan worden gerechtvaardigd.
Het standpunt van de Bijbel is werkelijk radicaal (d.w.z. het gaat naar de radix, naar de wortel): judicieel moeten de rechtbanken het kwaad uit uw midden wegdoen.

(3) Wij sluiten op; maar we denken zelden aan de gerechtigheid die een straf ‘gepast’ maakt voor de misdaad. Maar dit was een van de functies van de lex talionis.
Wanneer je focust op gerechtigheid en persoonlijke aansprakelijkheid, is het net ons judicieel en strafsysteem dat steeds ondoordachter en vreemder lijkt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 13 juni 2014

'Een profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broederen' (Deut. 18)


Deuteronomium 18; Psalm 105; Jesaja 45; Openbaring 15

De profetie van de komst van een profeet zoals Mozes (Deut. 18:15-18) moet eerst en vooral worden begrepen binnen zijn eigen context. Vier opmerkingen zetten ons op scherp voor deze passage.

Ten eerste veroordelen de voorafgaande verzen (18:9-13) de religieuze praktijken van de volkeren in wiens plaats de Israëlieten zullen komen, in het bijzonder die religieuze praktijken die gebruikt werden voor leiding: wichelarij, tovenarij, uitleggen van tekenen, hekserij, het lot werpen, spiritisme en raadplegen van doden.

Deze ‘verfoeilijke praktijken’ (18:12, NBV) verklaren deels waarom deze volkeren werden verdreven – een les die velen in het Westen nog niet hebben geleerd, tot ons grote gevaar. Dergelijke praktijken ontkennen impliciet Gods soevereiniteit en moedigen mensen aan om voor hun veiligheid en welzijn ofwel te vertrouwen op bijgelovige nonsens of op demonische macht.

In het overgangsvers (18:14) houdt Mozes de Israëlieten het contrast voor: ‘maar u heeft de HERE, uw God, dit niet toegelaten’. Verre van: zoals de Heer sprak door Mozes, zo zal God na Mozes’ dood een profeet verwekken zoals Mozes. ‘Naar hem zult gij luisteren’ (18:15). Gods volk moet worden geleid door het woord van God dat getrouw wordt overgebracht door zijn profeten, niet door religieus bijgeloof.

Ten tweede roept dit de vraag op wie een ware profeet is (18:20-22), een thema dat Mozes al eerder behandelde (Deut. 13, zie de overdenking van 9 juni) maar dat hier kort opnieuw aan bod komt. Want als het volk het Woord van God door Gods profeten wil kennen, is het belangrijk om sommige van de criteria te herhalen waardoor iemand ware profeten kan onderscheiden van valse.

Ten derde herinnert Mozes de Israëlieten aan de essentiële bemiddelende rol van de profeet (18:16-17). Natuurlijk is dit waar op een alledaags niveau: ware profeten openbaren woorden van God die anders onbekend zouden zijn, en bemiddelen dus tussen God en mensen. Maar Mozes verwijst naar iets diepers. Toen God zichzelf openbaarde bij Sinaï, was het volk zo bang dat ze wisten dat ze het niet konden wagen deze heilige God te benaderen: ze zouden sterven (Ex. 20:18-19).

Het volk wilde dat Mozes de middelaar zou zijn van de openbaring van God. Mozes prijst hen voor deze beoordeling, deze terechte vrees voor God (Deut. 18:17). Op dezelfde manier zal God een andere profeet verwekken die dezelfde middelaarsrol zal vervulllen.

Ten vierde werd deze belofte in zekere zin vervuld in elke ware door God gezonden profeet. Maar de taal van deze belofte is zo genereus dat het moeilijk is niet te zien dat uiteindelijk een bepaalde speciale profeet in beeld is: niet alleen zal hij alles doorgeven wat God hem opdraagt, maar als iemand niet luistert naar Gods woorden gesproken in Gods naam, van die zal God zelf rekenschap vragen. Denk niet alleen verder na over Handelingen 3:22-23; maar ook over Johannes 5:16-30.


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 12 juni 2014

De koning die de HERE, uw God, verkiezen zal (Deut. 17)

Deuteronomium 17; Psalm 104; Jesaja 44; Openbaring 14

Mozes voorziet een tijd waarin het volk Israël een koning zal kiezen (Deut. 17:14-20). Hij kon niet weten dat eeuwen later, wanneer de Israëlieten voor het eerst om een koning zouden vragen, ze dit zouden doen met alle verkeerde motieven – in de eerste plaats omdat ze wilden zijn als de heidense volkeren rondom hen. Het resultaat was Saul. Maar dat is een ander verhaal.

Als het volk een koning moet hebben, welke soort koning zou dit dan moeten zijn?
(1) Hij moet de eigen keuze zijn van de Here (17:15).
(2) Hij moet een Israëliet zijn, gekozen ‘uit het midden van uw broeders’ (17:15), geen buitenlander.
(3) Hij mag voor zichzelf geen grote aantallen paarden verwerven, d.w.z. grote persoonlijke rijkdom verwerven en militaire macht, en zeker niet als dit een of ander militair bondgenootschap inhoudt met een grootmacht als Egypte (17:16).
(4) Hij mag zich niet vele vrouwen nemen (17:17). Het was niet gewoon een kwestie van polygamie. In het oude Midden-Oosten was het zo dat hoe machtiger de koning was, hoe meer vrouwen hij had. Dit verbod is daarom tegelijk een beperking op de macht van de koning en een waarschuwing dat veel vrouwen waarschijnlijk zijn hart zouden doen afwijken (17:17). Dit is niet omdat vrouwen intrinsiek slecht zijn; veeleer is een koning die op veel vrouwen jaagt geneigd om prinsessen en edelvrouwen te huwen uit omliggende landen, en zij zullen hun heidendom meebrengen. Binnen dit kader zal het hart van de koning afwijken. Dit is precies wat er gebeurde met Salomo.
(5) Bij een troonsbestijging is het eerste dat een koning moet doen, voor zichzelf in het Hebreeuws een afschrift van ‘deze wet’ laten maken – ofwel van het boek Deuteronomium ofwel van de volledige Pentateuch. Dan moet hij er elke dag in lezen gedurende heel zijn leven (17:18-20).

De vele doelstellingen van deze taak zijn duidelijk: dat hij de HERE, zijn God, zou vrezen, al zijn woorden nauwgezet zou volgen en dat hij zich daarom niet beter zou achten dan zijn volksgenoten en niet zou afwijken van de wet. Het resultaat zal een duurzame dynastie zijn.

Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe radicaal anders de volledige geschiedenis van Israël ware geweest indien deze vijf criteria waren nagevolgd door elke koning die op de troon van David terechtkwam.

Het zou bijna anderhalf millennium duren eer er in Israël een koning zou opstaan die de uitverkoren dienstknecht van de Here zou zijn, iemand ‘in alle opzichten aan zijn broeders gelijk’ (Hebr. 2:17), een gewone handarbeider zonder rijkdom of macht, een man die niet verleid werd door schoonheid of macht of heidendom (ondanks de meest boosaardige aanvallen van de duivel), een man die van zijn jeugd af doorkneed was in de Schriften en die nauwgezet al de woorden van God volgde.
Hoezeer hebben we die koning nodig!


Eigen vertaling van de overdenking bij 12 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 10 juni 2014

'Armen zullen nooit in het land ontbreken' (Deut. 15)


Deuteronomium 15; Psalm 102; Jesaja 42; Openbaring 12

Een van de opvallende kenmerken van de vele passages in Deuteronomium die beschrijven hoe het leven zou moeten zijn eenmaal het volk het Beloofde Land binnentrekt, is de spanning tussen hetgeen wordt vooropgezet als ideaal en hetgeen in feite de realiteit zal blijken.

Zo wordt aan de ene kant tegen het volk gezegd ‘Er zal echter geen arme onder u zijn, want de HERE zal u gewis zegenen in het land, dat de HERE, uw God, u als erfdeel in bezit zal geven, indien gij maar aandachtig luistert naar de HERE, uw God, door heel dit gebod, dat ik u heden opleg, naarstig te onderhouden’ (Deut. 15:4-5). Aan de andere kant erkent hetzelfde hoofdstuk ronduit, ‘Want armen zullen nooit in het land ontbreken; daarom gebied ik u aldus: Gij zult uw hand wijd openen voor uw broeder, voor de ellendige en de arme in uw land’ (15:11).

Het eerste tekstgedeelte, dat er ‘geen arme onder u zal zijn’, is gebaseerd op twee dingen: de loutere overvloed van het land (een teken van verbondszegen), en het wettelijk systeem dat God wil opgelegd zien om elke vorm van de vreselijke ‘armoedeval’ te vermijden.

Dit laatste omvat het om de zeven jaar kwijtschelden van schulden – een schokkend voorstel voor onze oren (15:1-11). Er is zelfs een waarschuwing voor het koesteren van ‘de lage gedachte’, waarbij je, eens het zevende jaar in aantocht, onbarmhartig vrekkigheid plant (15:8-10).

De mate waarin deze idealistische wetten ooit werden uitgevoerd wordt betwist. Er is zeer weinig bewijs dat ze tot algemeen nagevolgde publieke wet werden in het Beloofde Land. Zo wordt het tweede tekstgedeelte onvermijdelijk: ‘armen zullen nooit in het land ontbreken’.

Het weerspiegelt de grauwe realiteit dat geen economisch systeem kan garanderen dat armoede wordt uitgeroeid, omdat mensen het in de praktijk moeten brengen, en mensen hebzuchtig zijn, mensen blijven proberen om er tussenuit te muizen en ten slotte het systeem proberen te misbruiken voor persoonlijk voordeel.

Niet dat we suggereren dat alle economische systemen even goed of even slecht zijn: dat is niet zo. Evenmin suggereren we dat wetgevers niet voortdurend moeten werken aan het verbeteren van een systeem en het sluiten van achterpoortjes die corruptie in de hand werken.

Maar dit suggereert wel dat de Bijbel pijnlijk realistisch is over de onmogelijkheid van gelijk welk utopia in deze gevallen wereld, zij het economisch of niet.

Bovendien zullen de Israëlieten bij gelegenheid zodanig corrupt worden, zowel op economisch vlak als daarbuiten, dat God zijn zegen aan het land zal onthouden; zo kon de regen bijvoorbeeld worden ingehouden (zoals in de dagen van Elia). En dan zou het land zelf niet in staat zijn om alle mensen die er leefden te onderhouden.

Vandaar dat de nadruk dat er altijd arme mensen zullen zijn (een punt dat Jezus herhaalt, Matt. 26:11) geen verborgen fatalisme is, maar een oproep tot milde vrijgevigheid.


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 9 juni 2014

Wat met de valse profeten? (Deut. 13)

Deuteronomium 13-14; Psalmen 99-101; Jesaja 41; Openbaring 11

Drie vragen:

(1) Hoe kun je een valse profeet herkennen? De Bijbel biedt verschillende complementaire criteria. In Deuteronomium 18:22 wordt ons bijvoorbeeld verteld dat als een ogenschijnlijke profeet iets voorspelt en zijn woord komt niet uit, de profeet vals is. Natuurlijk helpt dit criterium ons niet veel verder in het geval de voorspelling van de profeet nog ver in de toekomst ligt.

Bovendien worden we hier in Deuteronomium 13 gewaarschuwd dat het tegenovergestelde niet bewijst dat de profeet daarom te vertrouwen is. Indien uitkomt wat de zelfverklaarde profeet voorspelt, of als hij erin slaagt om een bepaald miraculeus teken of wonder te verrichten, moet nog een ander criterium worden gebruikt. Verleidt de boodschap van deze profeet mensen om een of andere god te aanbidden buiten de Heer die het volk uit Egypte leidde?

Dit criterium vooronderstelt een grondig begrip van de voorafgaande openbaring. Je moet weten wat God over zichzelf heeft geopenbaard vooraleer je kunt bepalen of de profeet je al of niet naar een valse God leidt. Want aan de valse God kunnen nog altijd de bijbelse namen van God worden gegeven (zoals bijvoorbeeld gebeurt in het mormonisme of in de christologie van de zogenaamde getuigen van Jehovah).

De eerste Brief van Johannes biedt hetzelfde criterium: als hetgeen de schijnbare profeet (1 Joh. 4:1-6) leert, niet te rijmen valt met wat de gelovigen gehoord hebben ‘van den beginne’ (1 Joh.2:7; 2 Joh. 9), dan komt het niet van God (zie ook Paulus in Gal. 1:8-9).

(2) Waarom zijn valse profeten gevaarlijk? Buiten de voor de hand liggende reden, namelijk dat ze valse leer prediken die mensen afbrengt van de levende God en daarom uiteindelijk zijn oordeel aantrekt, zijn er nog twee redenenen.

Ten eerste
maakt de manier waarop ze worden beschreven– ‘valse profeet’ – het kernprobleem al duidelijk. Ze pretenderen het woord van God te spreken, en dit kan misleidend zijn. Indien ze langskwamen en zeiden ‘Laat ons eens vreselijk zondigen’, dan zouden de meesten dit niet aantrekkelijk vinden. De verleiding van valse profetie ligt in zijn schijnbare spiritualiteit en betrouwbaarheid.

Ten tweede kunnen valse profeten een gemeenschap binnenkomen van buitenaf (bijv. Hand. 20:29 – en als het de ‘juiste’ buitenaf is, maakt dit hen buitengewoon aantrekkelijk), maar kunnen ze ook van binnen de gemeenschap opstaan (bijv. Hand. 20:30), zoals hier bijvoorbeeld een familielid (13:6). Ik weet van meer dan een christelijke instelling die leerstellig verkeerd liep omwille van nepotisme [of vriendjespolitiek].

(3) Wat moeten we er tegen beginnen? Drie dingen. Ten eerste moet je erkennen dat deze beproevende gebeurtenissen niet buiten de grenzen van Gods soevereiniteit vallen. Trouw is des te meer geboden (13:3-4). Ten tweede moet je de waarheid leren en ze goed leren, of je zult altijd onderscheidingsvermogen ontberen. Ten derde moet je de gemeenschap reinigen van valse profeten (een proces dat een andere vorm aanneemt onder het nieuwe verbond: bijv. 2 Kor. 10-13, 1 Joh.4:1-6) of ze zullen geleidelijk aan geloofwaardigheid winnen en enorme schade aanrichten.


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 8 juni 2014

Aan de vooravond van grote veranderingen (Deut. 12)


Deuteronomium 12; Psalmen 97-98; Jesaja 40; Openbaring 9

Hoewel het boek Deuteronomium voortdurend terugblikt naar de Exodus en de jaren van omzwervingen door de woestijn, kijkt het ook vooruit: het volk staat op het punt het Beloofde Land binnen te trekken en bepaalde dingen zullen veranderen. In een overgangsperiode moet je het verschil vatten tussen wat moet veranderen en wat niet.

In het hoofdstuk van gisteren staat het woord ‘heden’ [of ‘thans’ of ‘vandaag’, afhankelijk van je vertaling, JL]: ‘Immers, gij kent thans – want dit geldt niet voor uw kinderen …’ (Deut. 11:2). Dit woord is belangrijk doorheen dit boek. Een goed begrip van het verleden effent het pad voor de veranderingen van vandaag, nu ze op het punt staan om het Beloofde Land binnen te trekken.

In Deuteronomium 12 is de grootste verandering waar ze voor staan, het vestigen van een plaats in het land waar God verkiest ‘om daar zijn naam te vestigen’ en er zijn woning te maken (12:5, 11). Met andere woorden: het hoofdstuk kijkt vooruit naar de tijd waarin geen offers meer zullen worden gebracht naar goeddunken op de plaats waar de offeraar zich ook maar bevindt (12:8), en waarin de mobiele tabernakel van de pelgrimsjaren niet meer aanvaardbaar zal zijn. God zal veeleer een stabiel centrum vestigen in het land.

‘Maar de plaats, die de HERE, uw God, uit het gebied van al uw stammen verkiezen zal om daar zijn naam te vestigen, om daar te wonen, die zult gij zoeken en daarheen zult gij gaan. Daarheen zult gij brengen uw brandoffers en slachtoffers, uw tienden en uw wijgeschenken, uw gelofteoffers en uw vrijwillige offers, de eerstgeborenen van uw runderen en van uw kleinvee. Daar zult gij eten voor het aangezicht van de HERE, uw God, en u verheugen, gij en uw huisgezinnen, over alles wat gij ondernomen hebt, waarin de HERE, uw God, u gezegend heeft’ (12:5-7).

In de loop der jaren was de tabernakel gevestigd in Siloh, Bethel en uiteindelijk in Jeruzalem, waar ze werd vervangen door de tempel in de dagen van Salomo.
De gewijzigde omstandigheden brengen zowel punten van continuïteit als van discontinuïteit. Mozes stelt dat er dan, zoals nu, geen tolerantie zal zijn voor de heidense afgodspraktijken van de hen omringende volken en van hen die ze uit het land moeten verdrijven (12:29-31).

Maar de grote afstand waarop de meeste mensen zullen leven ten opzichte van het centrale heiligdom betekent ook dat er van hen niet meer wordt verwacht dat ze alle vlees zullen kunnen slachten in de regio, en dat ze ook niet langer de fijne verschillen zullen kunnen aanhouden tussen wat het deel is voor de priester en wat hun deel is. Nu zal het volkomen gepast zijn om hun dieren ook te slachten en te eten, zoals het groot wild dat gedood wordt in het veld (12:15-22).

Desondanks blijven drie punten in volle kracht staan.

(1) Ze mogen niet vergeten te voorzien voor de Levieten (velen van hen hingen van de tabernakel-/tempeldienst af voor hun onderhoud – 12:19).
(2) Ze mogen het bloed van de dieren die ze slachten niet eten (12:23-25).
(3) Er wordt nog steeds van hen verwacht dat ze de heilige gaven of gelofteoffers op het centrale altaar zullen brengen op de hoogtijdagen, wanneer van elk gezin wordt verwacht dat het zich voor de Heer zal stellen (12:26-28).

Andere veranderingen volgen in de heilsgeschiedenis en vragen dat we er met aandacht over nadenken (bijv. Ps. 95:7-11; Mark. 7:19; Joh. 16:5-11; Hebr. 3:7-4:11).


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 7 juni 2014

Gij kent zijn grootheid, zijn sterke hand en zijn uitgestrekte arm (Deut. 11)


Deuteronomium 11; Psalmen 95-96; Jesaja 39; Openbaring 9

Mijn ouders waren eerder arm – niet de armoede zoals je die vindt in de ergste sloppenwijken ter wereld, maar arm naar Noord-Amerikaanse maatstaven. Mijn vader was een voorganger. Voor mijn geboorte, aan het einde van de crisis die bekendstaat als ‘the Great Depression’, ging vader rond met een kleine wagen met voedsel dat rond kerstmis was gecollecteerd voor de armen. En toen kwam hij thuis in de flat die mijn ouders huurden en was het enige eten dat we als kerstdiner in huis hadden een blik bonen.

Mijn ouders dankten God hiervoor – en terwijl ze daar nog mee bezig waren werden ze uitgenodigd voor een maaltijd. Ik herinner me nog vele gelegenheden uit de tijd dat ik opgroeide, dat ons gezin bad dat God zou voorzien in onze noden – bijvoorbeeld bij grote medische facturen die we niet konden betalen – en Hij deed het altijd.

Toen ik van huis wegging om naar de universiteit te gaan, bezuinigden en spaarden mijn ouders; dat jaar stuurden ze me tien dollar. Voor hen was dit veel geld; wat mezelf betreft, stond ik er financieel alleen voor en werkte en studeerde ik.

Vele malen kwam ik twee of drie dagen door zonder eten, terwijl ik heel veel water dronk om te vermijden dat mijn maag rammelde, en de Heer vroeg om in mijn noden te voorzien, bang als ik was dat ik mijn studies zou moeten afbreken. God voorzag altijd, soms op eenvoudige manieren, soms op verbazingwekkende manieren.

Vandaag kijk ik naar mijn kinderen en merk ik dat, hoewel ze andere soorten beproevingen en verzoekingen te verduren krijgen, ze tot nog toe nooit met iets werden geconfronteerd dat lijkt op ontbering (niet alles krijgen wat ze willen, telt niet mee!).

Dan lees ik Deuteronomium 11, waar Mozes een onderscheid maakt tussen generaties: ‘Immers, gij kent thans – want dit geldt niet voor uw kinderen, die de tuchtiging van de HERE, uw God, niet kennen en niet gezien hebben – zijn grootheid, zijn sterke hand en zijn uitgestrekte arm, de tekenen en de daden, die Hij in Egypte gedaan heeft aan Farao, de koning van Egypte, en aan diens gehele land’ (11:2-3, zie 11:5). Nee, het waren niet de kinderen, maar ‘uw ogen hebben heel het grote werk gezien, dat de HERE gedaan heeft’ (11:7).

Wat concludeert Mozes dan uit dit verschil tussen de generaties?

(1) De oudere generatie zou snel moeten zijn om te gehoorzamen, omwille van alles waaruit ze hadden kunnen leren (11:8). Hier sta ik dan, nadenkend over de beperkte ervaring van mijn kinderen, terwijl God als eerste zegt dat ik degene ben voor wie geen excuus geldt.

(2) De oudere generatie moet systematisch doorgeven aan haar kinderen wat ze heeft geleerd (11:19-21); opnieuw ligt de eerste verantwoordelijkheid bij mij, niet bij hen.

(3) Algemener gesteld hangt Gods voorziening voor het volk van de zegeningen van het verbond, hier gefocust op het land en zijn overvloed, af van de eerste twee punten.


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 6 juni 2014

Vrees God en heb Hem lief (Deut. 10)



Deuteronomium 10; Psalm 94; Jesaja 38; Openbaring 8

Vervlochten met de historische terugblik die overheerst in de voorafgaande hoofdstukken van Deuteronomium, vind je uitingen van vermaning. Een van de meest treffende ervan wordt gevonden in Deuteronomium 10:12-22. Zijn schitterende thema’s omvatten:

(1) Een zuivere Godgerichtheid die zowel de vreze Gods als de liefde voor God omvat (10:12-13). In onze verwarde en verblinde wereld zal het vrezen van God zonder Hem lief te hebben veranderen in angst, en vervolgens in taboes, tovenarij, bezweringen, riten; God liefhebben zonder Hem te gehoorzamen vervaagt op zijn beurt tot sentimentalisme zonder sterke genegenheid, een schijn van godsvrucht zonder morele kracht, ongebreidelde machtshonger zonder enig besef van onbetamelijkheid, nostalgisch smachten naar relaties zonder passie voor heiligheid.

Geen van beide patronen strookt met wat de Bijbel zegt: ‘Nu dan, Israël, wat vraagt de HERE, uw God, van u dan de HERE, uw God, te vrezen door in al zijn wegen te wandelen; Hem lief te hebben … ?’ (10:12).

(2) Een zuivere Godgerichtheid die uitverkiezing neerzet als een daad van genade. God is eigenaar van het hele spectrum – ‘de hemel, ja, de hemel der hemelen, de aarde en alles wat daarop is’ (10:14). Hij kan ermee doen wat Hij maar wenst. Wat Hij in feite gedaan heeft is ‘zich verbinden’ met de vaderen, hen liefhebben en hun nakroost telkens weer verkiezen (10:15; vgl. 4:37).

(3) Een zuivere Godgerichtheid die nooit tevreden is met louter de rites en het uiterlijk vertoon van religie: het hart moet er bij betrokken zijn (10:16). Dit is waarom fysieke besnijdenis nooit als een doel op zich kon worden beschouwd, zelfs niet in het Oude Testament. Het stond symbool voor iets diepers: besnijdenis van het hart. Wat God wil is niet louter een uiterlijk teken dat bepaalde mensen Hem toebehoren, maar een innerlijke staat van het hart en het verstand die ons voortdurend op God richten.

(4) Een zuivere Godgerichtheid die Gods onpartijdigheid en daarom zijn gerechtigheid erkent – en daar ook naar handelt (10:17-20). Hij is ‘de God der goden en de Here der heren, de grote, sterke en vreselijke God’ (10:17). Geen wonder dus dat Hij geen geschenken aanneemt en geen partijdigheid kent.

(Verwar uitverkiezing nooit met partijdigheid. Partijdigheid is favoritisme dat is aangetast door een bereidheid om gerechtigheid tekort te doen ten gunste van geprivilegieerde enkelingen; uitverkiezing kiest bepaalde mensen vanuit Gods vrije beslissing en niets anders, en zelfs dan wordt gerechtigheid niet met voeten getreden: vandaar het kruis.) En Hij verwacht van zijn volk dat ze zich er naar gedragen.

(5) Een zuivere Godgerichtheid die wordt tentoongespreid in de lof van zijn volk (10:20-22). ‘Hij is uw lof en Hij is uw God’ (10:21). Zij die veel op God focussen hebben veel reden tot lof. Zij van wie de blik vooral aards of zelfgericht is drogen vanbinnen op als verdord snoeisel. God is uw lof!


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 5 juni 2014

De HEER, uw God, verdrijft die volken voor u omdat ze zo slecht zijn (Deut. 9)


Deuteronomium 9; Psalmen 92-93; Jesaja 37; Openbaring 7

Herinnert Deuteronomium 8 de Israëlieten eraan dat God degene is die hen al hun materiële zegeningen schonk, niet in het minst het vermogen om te werken en rijkdom te verwerven, dan benadrukt Deuteronomium 9 dat Hij ook degene is die hen in staat zal stellen om het Beloofde Land in te nemen en hun tegenstanders te verslaan. Voor aanvang van de strijd kampen de Israëlieten nog steeds met hun angsten.

Genadig stelt de Here hen gerust: ‘Weet dan heden, dat de HERE, uw God, zelf voor u uit gaat als een verterend vuur; Hij zal hen verdelgen en voor uw ogen onderwerpen’ (9:3).

Maar na de strijd zal de verleiding voor de Israëlieten helemaal anders zijn. Dan zullen ze verleid worden te denken dat, hoe groot hun vrees voorafgaand aan de gebeurtenissen ook was, het hun eigen intrinsieke superioriteit was die hen in staat stelde dit feit te verwezenlijken.

Daarom waarschuwt Mozes hen: ‘Zeg niet bij uzelf, wanneer de HERE, uw God, hen voor u uit gejaagd heeft: wegens mijn gerechtigheid heeft de HERE mij dit land in bezit doen nemen’. ‘Want wegens hun goddeloosheid drijft de HERE deze volken voor u weg. Niet wegens uw gerechtigheid noch wegens de oprechtheid van uw hart gaat gij hun land in bezit nemen, maar wegens hun goddeloosheid (…) om het woord gestand te doen, dat de HERE uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft. Weet dus dat de HERE, uw God, u dit goede land niet in bezit geeft wegens uw gerechtigheid; gij zijt immers een hardnekkig volk (9:4-6).

En het bewijs voor dit laatste punt? Mozes herinnert hen aan hun betreurenswaardige opstanden gedurende de woestijnjaren, startend met het ellendige incident met het gouden kalf (9:4-29).

Wat moeten we hieruit leren?

(1) Hoewel de uitroeiing van de Kanaänieten ons met beschaamde afschuw vervult, is er toch een bepaalde manier waarop we (durf ik het zeggen?) er beter waren aan gewend geraakt. Het is in lijn met de zondvloed, met de vernietiging van diverse koninkrijken, met de hel zelf. Het gepaste antwoord is Lukas 13:1-5: ‘als gij u niet bekeert, zult gij allen evenzo omkomen’.

(2) Het kan dan juist zijn te zeggen dat de Israëlieten overwonnen omdat de Kanaänieten zo zondig waren, maar daaruit volgt nog niet dat de Kanaänieten verloren omdat de Israëlieten zo goed waren. God werkte aan het verbeteren van de Israëlieten vanuit zijn eigen verbondstrouw. Maar zij waren buitengewoon dwaas als ze na deze gebeurtenis dachten dat ze hun triomf verdiend hadden.

(3) Onze verleidingen, zoals die van Israël, variëren met onze omstandigheden: ongelovige vrees in de ene omstandigheid, arrogante trots in de andere. Alleen de meest dichte wandel met God zorgt dat we ons voldoende zelfkritiek eigen maken om voor beide een afschuw te hebben.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 4 juni 2014

De mens leeft niet van brood alleen (Deut. 8)


Deuteronomium 8; Psalm 91; Jesaja 36; Openbaring 6

Deuteronomium 8 biedt een belangrijk theologisch perspectief op de veertig jaren van rondzwerven in de woestijn. Omdat God een persoonlijke God is, kun je het verhaal van deze jaren vertellen in termen van de interactie tussen God en zijn volk: Hij voorziet in hun noden, zij rebelleren, Hij antwoordt met oordeel, zij bekeren zich – en dan herhaalt de cyclus zich weer. Aan de andere kant kun je naar het hele verslag kijken vanuit het perspectief van Gods transcendente en trouwe soevereiniteit. Hij blijft de leiding houden. Dit is de blik die ons hier wordt geboden.

Natuurlijk kon God hen alles hebben gegeven wat ze wilden nog voor ze er zelfs maar aan dachten om hun verlangens kenbaar te maken. Hij kon hen rotverwend hebben. In plaats daarvan is het zijn bedoeling hen nederig te maken, hen op de proef te stellen, zelfs om hen honger te laten lijden vooraleer hen uiteindelijk te voeden met manna (8:2-3).

Gods doel met die laatste oefening, zo stelt Mozes, was hen te leren ‘dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des HEREN uitgaat’ (8:3). Meer in het algemeen: ‘Erken dan van harte, dat de HERE, uw God, u vermaant, zoals een man zijn zoon vermaant’ (8:5).

Waarom al deze vermaningen? De trieste realiteit is dat gevallen mensen zoals jij en ik snel gericht raken op Gods geschenken en de Schenker ervan negeren. Op een bepaald ogenblik degenereert dit in het aanbidden van het geschapene in plaats van de Schepper (zie Rom. 1:25).

God weet dat dit een gevaar is voor Israël. Hij brengt hen in een land met een beloftevolle landbouw, voldoende water en minerale rijkdom (8:6-9). Hoe waarschijnlijk is het op dat moment dan dat ze zullen leren ‘dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des HEREN uitgaat’?

Zelfs na die veertig jaren van beproevingen, zullen de gevaren enorm blijken. Daarom legt Mozes hen de lessen uit. Eenmaal het volk zich zal hebben gevestigd in het Beloofde Land en er zijn aanzienlijke rijkdom zal genieten, zullen de gevaren komen. ‘Neem u ervoor in acht, dat gij de HERE, uw God, niet vergeet door zijn geboden, zijn verordeningen en zijn inzettingen, die ik u heden opleg, te verwaarlozen’ (8:11).

Met de rijkdom zal ook de verleiding tot hoogmoed komen, die het volk ertoe aanzet de Heer te vergeten die hen uit de slavernij bevrijdde (8:12-14).

Uiteindelijk zullen ze niet slechts de rijkdom hoger achten dan de woorden van God, ze zouden zelfs zichzelf kunnen rechtvaardigen en trots beweren ‘mijn kracht en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verworven’ (8:17) – genoegzaam vergetend dat zelfs het vermogen om rijkdom te verwerven een genadig geschenk van God is (8:18).

Op welke manieren toont jouw leven dat je elk woord dat uit de mond des Heren komt hoger acht dan de zegeningen en zelfs de noodzakelijke behoeften van dit leven?


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 3 juni 2014

U heeft de HERE uit alle volken op de aardbodem uitverkoren (Deut.7)

Deuteronomium 7; Psalm 90; Jesaja 35; Openbaring 5

Diverse complexe thema’s zijn in Deuteronomium 7 vervlochten. Hier wil ik nadenken over twee ervan.

De eerste is de nadruk op uitverkiezing. ‘Want gij zijt een volk, dat de HERE, uw God, heilig is; ú heeft de HERE, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn’ (7:6; NBV vertaalt ‘zijn kostbaar bezit’).

Waarom dan wel? Was het op grond van een intrinsieke superioriteit, een bepaalde grotere intelligentie, een of andere morele superioriteit of een bepaalde militaire bekwaamheid dat de Heer zijn keuze maakte? Neen. ‘Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de HERE Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volken. Maar, omdat de HERE u liefhad en de eed hield, die Hij uw vaderen gezworen had, heeft de HERE u met een sterke hand uitgeleid en u verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao, de koning van Egypte’ (7:7-8).

Twee opmerkingen:
(1) In de Bijbel doet Gods volkomen soevereiniteit niets af van de menselijke verantwoordelijkheid; omgekeerd zijn mensen morele actoren die kiezen, geloven, gehoorzamen, niet geloven en ongehoorzaam zijn, en dit feit maakt Gods soevereiniteit niet finaal voorwaardelijk. Dit is duidelijk uit de manier waarop Gods soevereiniteit zich in dit hoofdstuk manifesteert, d.i. in verkiezing, zelfs wanneer het hoofdstuk uitpakt met de verantwoordelijkheden die op het volk worden gelegd.
Mensen die beide waarheden niet geloven – dat God soeverein is en mensen verantwoordelijk – introduceren vroeg of laat een aantal ontoelaatbare afwijkingen in de structuur van hun geloof.
(2) Gods liefde is hier selectief. God verkoos Israël omdat Hij zijn genegenheid op hen richtte, en niet omwille van iets in henzelf. De gedachte duikt ook elders op (bijv. in Mal. 1:2-3). Maar dit is niet de enige manier waarop de Bijbel over de liefde van God spreekt (bijv. in Joh. 3:16).

Het tweede thema is de bemoediging die God zijn volk schenkt dat ze niet moeten vrezen voor het volk waartegen ze zullen moeten vechten wanneer ze het Beloofde Land innemen (7:17-22). De reden is de Exodus. Elke God die de plagen kan voortbrengen, de Rode Zee kan splijten en zijn volk kan bevrijden van een regionale supermacht als Egypte is niet het soort God dat last zou hebben van enkele heidense en immorele Kanaänieten.

Vrees is het tegenovergestelde van geloof. De Israëlieten worden bemoedigd niet te vrezen, niet omdat ze sterker zijn of beter, maar omdat ze het volk van God zijn, en God is onverslaanbaar.

Deze twee thema’s – en diverse andere – zijn in dit hoofdstuk verweven. De God die mensen verkiest is sterk genoeg om al zijn plannen in hen te verwezenlijken; het volk dat door God gekozen werd moet niet alleen antwoorden met dankbare gehoorzaamheid, maar ook met rotsvast vertrouwen.

Eigen vertaling van de overdenking bij 3 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 2 juni 2014

'Gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken' (Deut. 6)

Deuteronomium 6; Psalm 89; Jesaja 34; Openbaring 4

We zijn al andere schriftgedeelten tegengekomen die handelen over het belang het erfgoed van de Bijbelse waarheid aan de volgende generatie door te geven. Dit thema vormt ook het hart van Deuteronomium 6. Nieuwe punten die in het bijzonder worden benadrukt zijn onder meer:

(1) De oude Israëlieten moesten de volgende generatie leren de God van het verbond te vrezen. Mozes leert het volk ‘opdat gij de HERE, uw God, vreest door al zijn inzettingen en geboden te onderhouden, die ik u opleg, gij en uw zoon en uw kleinzoon, al de dagen van uw leven’ (6:2).

Wanneer in de toekomst een zoon zijn vader vraagt wat de wetten betekenen, moet de vader de achtergrond uitleggen, de Exodus en het verbond: ‘De HERE gebood ons al deze inzettingen te onderhouden en de HERE, onze God, te vrezen, opdat het ons altijd wèl zou gaan en Hij ons in het leven zou behouden, zoals dit heden het geval is’ (6:24).

We doen er goed aan ons af te vragen welke stappen we moeten nemen om onze kinderen te leren de Heer onze God te vrezen, niet met de angstaanjagende verschrikking die bang is voor grillige boosaardigheid maar met de diepgaande overtuiging dat deze God volmaakt rechtvaardig is en niet spot met de zonde.

(2) Mozes benadrukt de standvastigheid waarmee de volgende generatie moet worden onderwezen. De geboden die Mozes doorgeeft moeten in de ‘harten’ blijven van het volk (6:6; wellicht zouden wij zeggen ‘in de gedachten’). Uit deze overvloed volgen de woorden daarna: ‘gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat’ (6:7).

Zelfs wat ze droegen en hoe ze hun huizen aankleedden moest dienen als herinneringen aan de wet van God (6:8-9). We doen er goed aan ons af te vragen hoe wij onze kinderen voortdurend de inhoud van de Schrift leren. In het oude Israël leerden kinderen hun beroepsbekwaamheden gewoonlijk van hun ouders, met wie ze talloze uren doorbrachten, wat vele gelegenheden schonk om de zegeningen van het verbond aan hen door te geven. Onze meer gefragmenteerde cultuur maakt dat we gelegenheden moeten creëren.

(3) Bovenal moest de oudere generatie model staan voor de volkomen trouw aan God (6:13-19). Dit voortdurend model staan moest ook een volkomen afwijzing van afgoderij omvatten, gehoorzaamheid aan de eisen van het verbond, het eren van de naam van de Heer, en doen ‘wat recht en goed is in de ogen des HEREN’ (6:18). Hoe trouw hebben wij, door ons eigen leven, ernstige Godgerichtheid aanbevolen bij onze kinderen?

(4) We moeten een gevoelig bewustzijn kweken voor de gelegenheden vragen te beantwoorden die onze kinderen stellen (6:20-25). Bluf daarin nooit. Als je het antwoord niet weet, zoek het dan uit, of vind iemand die dit doet. We moeten onszelf afvragen of we maximaal gebruik maken van de vragen die onze kinderen stellen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 31 mei 2014

Alleen Hij is God (Deut. 4)



Deuteronomium 4; Psalmen 86-87; Jesaja 32; Openbaring 2
De structuur van het boek Deuteronomium vertoont veel gedetailleerde parallellen met oude verbonden of verdragen die regionale machten afsloten met hun vazalstaten. Een van de elementen in dergelijke verdragen was een soort historische inleiding – een korte en selectieve recapitulatie van de historische omstandigheden die beide partijen tot op dit punt hadden gebracht. Een dergelijke samenvatting vind je in Deuteronomium 1-3.

Terwijl het verbondsvolk van God voor de tweede keer het Beloofde Land nadert, veertig jaar na de Exodus zelf (1:3) en met een volledige generatie die is overleden, legt Mozes tegenover de gemeente sterke nadruk op de aard van het verbond, de grootheid van de redding die nu hun erfgoed vormde, de droevige geschiedenis van rebellie, en boven alles de zuivere majesteit en heerlijkheid van de God met wie ze verbonden zijn in deze verbazingwekkend genereuze verbondsrelatie.

De drie hoofdstukken selectieve geschiedenis effenen de weg voor Deuteronomium 4. Hier is het historische overzicht grotendeels voorbij; nu worden de belangrijkste lessen getrokken uit die geschiedenis.

Kijk altijd terug naar wat God heeft gedaan en blijf het gedenken. God is je deze geweldige redding niet verschuldigd. Verre van: ‘Omdat Hij uw vaderen heeft liefgehad en hun nakroost heeft uitverkoren, heeft Hij zelf u met zijn grote kracht uit Egypte geleid’ (4:37).

Maar er zijn gevolgen aan verbonden: ‘Gij hebt het te zien gekregen, opdat gij zoudt weten, dat de HERE de enige God is, er is geen ander behalve Hij’ (4:35). ‘Weet daarom heden en neem het ter harte, dat de HERE de enige God is in de hemel daar boven en op de aarde hier beneden, er is geen ander’ (4:39). ‘Neemt u ervoor in acht, dat gij het verbond van de HERE, uw God, dat Hij met u gesloten heeft, niet vergeet en u een beeld maakt in de gedaante van iets, dat de HERE, uw God, u verboden heeft. Want de HERE, uw God, is een verterend vuur, een naijverig God’ (4:23-24).

Met andere woorden: ze moeten God dienen, maar alleen Hij is God. Elke generatie gelovigen moet met deze waarheid rekening houden, of moet Gods toorn ondergaan. Van de vele lessen die voortkomen uit deze historische terugblik, is er een relatief klein punt – pijnlijk voor Mozes en belangrijk voor ons – dat langzaam vervaagt. Herhaaldelijk herinnert Mozes het volk eraan dat hijzelf het land niet zal mogen binnengaan. Hij verwijst naar de tijd waarin hij de rots sloeg in plaats van er tegen te spreken (Num. 20, zie ook de overdenking van 9 mei).

Maar nu maakt hij naar waarheid duidelijk, dat zijn zonde en straf er kwamen ‘om uwentwil’ (Deut. 1:37; 3:23-27; 4:21-22). Natuurlijk was Mozes verantwoordelijk voor zijn eigen daad. Maar hij zou niet in de verleiding zijn gekomen had het volk zich godvrezend gedragen. Hun aanhoudend ongeloof en geklaag hadden hem uitgeput.

Sta stil bij een Nieuwtestamentische uitdrukking van dit principe: Hebreeën 13:17.


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 mei uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.