Posts tonen met het label kruis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kruis. Alle posts tonen

zaterdag 6 februari 2016

Christus: het zaad van de vrouw, van Abraham en van David

Pas aan het kruis komen alle eindjes van Gods belofte bij elkaar...

- Aan het kruis wordt de belofte vervuld van het Zaad van de vrouw die de kop van de slang zou vermorzelen
Wie de zonde doet, is uit de duivel; want de duivel zondigt vanaf het begin. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, dat Hij de werken van de duivel verbreken zou.
1 Joh. 3:8

- Aan het kruis wordt de belofte vervuld dat zegen tot alle volken zou komen door het Zaad van Abraham
Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die aan een hout hangt, opdat de zegen van Abraham in Christus Jezus tot de heidenen zou komen, en opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof.
Gal. 3:13-14

- Aan het kruis wordt de belofte vervuld om in een eeuwige Koning te voorzien uit het Zaad van David
En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood. Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.
Fp. 2:8-11



(Bron: Reformation Theology - The Story of the Bible (Part 3))

zaterdag 21 december 2013

Wat doen wij, want deze mens doet vele tekenen? (Joh. 11)


2 Kronieken 25; Openbaring 12; Zacharia 8; Johannes 11
Aan het slot van het verslag van de opwekking van Lazarus schrijft Johannes een kort deeltje vol ironieën (Johannes 11:45-53). Ze wijzen allemaal feilloos naar het kruis.

(1) De autoriteiten zijn bijzonder gefrustreerd. Er is er geen die kan het wonder loochenen dat Jezus werkelijk heeft verricht: daarvoor was het al te openlijk, en Lazarus was echt dood – zo dood dat de stank van de ontbinding publiek en onaangenaam was (11:39).

Dus hoe kan het Sanhedrin Jezus groeiende gezag beknotten of het messiaanse vuur doven dat wellicht zou uitbreken wanneer het verslag van het wonder zou rondgaan? Uiteindelijk, zo vrezen ze, ‘zullen allen in Hem geloven’, de opstand zal een feit zijn, ‘en de Romeinen zullen komen en ons zowel onze plaats als ons volk ontnemen’ (11:48).

Er kan zelfs sprake zijn van ironie als ze het hebben over ‘onze plaats’: de eigenaardige uitdrukking zou kunnen verwijzen naar de tempel [de NBV kiest zelfs om te vertalen met ‘tempel’] (zoals ook de voetnoot in de Engelstalige NIV suggereert), maar er valt moeilijk te ontkennen dat hun werkelijke interesse niet zozeer de tempel is, maar veeleer hun geprivilegieerde plaats in de maatschappij.

Toch is er een nog diepere ironie. Als het verhaal zich verder ontvouwt, komen ze in actie tegen Jezus, en Hij wordt gekruisigd. Maar dit is onvoldoende om hun ‘plaats’ te behouden. Binnen de veertig jaar overvallen de Romeinen Jeruzalem en de stad wordt verpletterd. Ze verwoesten de tempel. En de ‘plaats’ van de autoriteiten is weggevaagd.

(2) Maar dit is nog toekomstig. Het is Kajafas die als eerste het concrete voorstel formaliseert om het recht te buigen en de judiciële integriteit te offeren op het altaar van het politieke eigenbelang. ‘Gij weet niets’, roept hij uit (11:49), met een wrevel die zijn collega’s eigenlijk degradeert tot een stelletje oelewappers. ‘En gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat één mens sterft voor het volk en niet het gehele volk verloren gaat’ (11:50).

Merk op: het is in uw belang– dit is waar het werkelijk om gaat, de politieke zelfzucht achter de politieke holle frasen. Jezus uit de weg ruimen, en de messiaanse ijver valt weg en het volk wordt gespaard: het lijkt allemaal zo netjes, zo logisch – en bovendien, het zal goed zijn voor ‘onze plaats’.

Dus Jezus sterft – en de tragische ironie is dat het land toch ten onder gaat. Zelfs het jaar 70 n.C. betekende nog niet het einde. Zes decennia later brengt de Bar Kochba opstand de Romeinen terug (132-135). Jeruzalem werd met de grond gelijk gemaakt. Het werd een halsmisdaad voor iedere Jood om ergens in de omgeving van Jeruzalem te wonen.

(3) Maar Johannes bespeurt een nog diepere ironie in de woorden van Kajafas. Kajafas spreekt als hogepriester, en in Gods voorzienigheid zegt hij meer dan hij eigenlijk beseft. Jezus sterft voor het Joodse volk, ‘en niet alleen voor het volk, maar om ook de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen’ (11:52).


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 5 november 2013

Mijn hart keert zich om in Mij, ten volle wordt mijn erbarming opgewekt (Hos. 11)


2 Koningen 18; Filemon; Hosea 11; Psalmen 132-134

In Hosea 9 zegt God over zijn verbondsvolk: ‘Al hun boosheid is in Gilgal, daar heb Ik ze dan ook gehaat; wegens hun boze handelingen zal Ik ze uit mijn huis verdrijven. Ik zal ze niet meer liefhebben: al hun vorsten zijn opstandelingen’ (9:15).

Maar hier in Hosea 11 verklaart God, ‘Mijn hart keert zich om in Mij, ten volle wordt mijn erbarming opgewekt’ (11:8). Hoe moeten we deze twee passages samen zien?

Ten eerste is deze emotionele onrust de taal van de afgewezen echtgenoot: in dit boek speelt de Almachtige God de rol van de bedrogen echtgenoot. Maak alle voorbehoud dat je wilt bij antropomorfisme, dit is al evenzeer de manier waarop God zich voorstelt in de Schrift als de passages waar zijn volkomen soevereiniteit wordt bevestigd.

Het is het naast elkaar zetten van dergelijke thema’s dat het orthodoxe confessionalisme ertoe dreef te beklemtonen dat God tegelijk, aan de ene kant, soeverein en transcendent is, en aan de andere kant, persoonlijk en in interactie met zijn beelddragers.

Ten tweede maakt het naast elkaar zetten van Gods toorn en Gods liefde het onnodig om verzen uit twee hoofdstukken weg te halen (9 en 11).
In hoofdstuk 11 is de spanning al bijna niet te dragen. Het hoofdstuk begint met een korte historische terugblik. God verloste Israël uit Egypte ten tijde van de Exodus (11:1) en Hij leert haar lopen, door haar te leiden ‘met mensenbanden’, ‘met koorden der liefde’ (11:4).

Maar hoe meer Hij Israël begunstigde, hoe meer zij afdwaalden (11:2), en ze weigerden absoluut om zich te bekeren (11:5). Dus zal God tot hen komen met grote toorn: ‘Het zwaard zal zijn steden treffen en zijn grendels vernietigen en verteren, wegens hun overleggingen. (…) En al roepen zij tot Hem omhoog, Hij zal hen geenszins opheffen’ (11:6-7).

Het klinkt alsof het te laat is. En dan, plotseling, bijna alsof God tegen zichzelf spreekt, vraagt Hij hoe Hij hen ooit zou kunnen prijsgeven (11:8).
Wat is het antwoord? Het antwoord ligt in het karakter van God zelf. Hij is niet net als een bedrogen echtgenoot. ‘Want Ik ben God en geen mens, heilig in uw midden, en Ik zal niet komen in toorngloed’ (11:9).

Of, nog preciezer, zoals de volgende twee verzen aantonen, zal Hij niet finaal in toorn tot hen komen. Zij zullen in gevangenschap gaan, maar Hij zal opnieuw brullen met de koninklijke sierlijkheid van de leeuw en zal zijn kinderen roepen uit het westen, uit Egypte, uit Assur, en ze zullen terug in hun huizen wonen.

Binnen het grotere canonieke kader betekent het feit dat God God is en niet maar een sterveling, het feit dat zowel aan zijn toorn als aan zijn liefde moet voldaan worden, dat toorn en liefde samen zullen komen aangesneld – tot ze elkaar ontmoeten in het kruis, het kruis van de mens die ook werd geroepen uit Egypte om de volmaakte zoon te zijn, het volmaakte tegenbeeld van Israël (11:1; Matt. 2:15).


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 november uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 28 mei 2013

Hij heeft uw ogen, de profeten, toegesloten (Jes. 29)


Deuteronomium 1; Psalmen 81-82; Jesaja 29; 3 Johannes
In het derde grote gedeelte van zijn boek (hoofdst. 28-35) focust Jesaja op de belangrijke kwestie die de monarch van Jeruzalem wacht. Zal het zuidelijke koninkrijk zich tot Egypte wenden wanneer het probeert de agressie van Assyrië het hoofd te bieden, of zal het vertrouwen op de Heer?

De aard van de crisis en de onheilspellende stemmen die aan het hof circuleren overheersen in de hoofdstukken 28-29. De hoofdstukken 30-31 spreken het wee uit over al wie vertrouwt op Egypte: in die richting ligt alleen rampspoed. De hoofdstukken 32-33 schilderen de godsvruchtige oplossing: vertrouw op de levende God die als Koning regeert in het midden van zijn volk.

De twee laatste hoofdstukken van het gedeelte, 34 en 35 tonen respectievelijk de verschroeide aarde van het oordeel dat zal voortkomen uit het vertrouwen op de heidense naties, en de tuin van vreugde die wacht voor wie op de Heer vertrouwen.

Jesaja 29 maakt dan deel uit van de beschrijving van de crisis. Jeruzalem wordt aangesproken als ‘Ariël’ (29:1, 2, 7 – NBG vertaalt de naam, i.t.t. NBV en HSV, met ‘Vuurhaard’, JL). We weten dat dit staat voor Jeruzalem, omdat Ariël beschreven wordt als ‘veste waar David zich legerde’ (29:1).

Die benaming komt bijna zeker van Jesaja; er is geen eerdere vermelding van een vroeger gebruik van dit woord voor Jeruzalem gevonden. ‘Ariël’ is een woordspeling met ‘vuurhaard’ of ‘altaarhaard’ – het vlakke oppervlak op het altaar waar het vuur de offers verteert (vgl. Ez. 43:15). God zegt dat Hij Ariël zal ‘benauwen’ (of belegeren), dat voor Hem zal zijn ‘als een vuurhaard’ (29:2): God zal het vuur van oordeel onder Jeruzalem aansteken.

De tragedie van de situatie ligt in de zuivere blindheid van het volk. Dit is tegelijk hun eigen verdorvenheid en Gods oordeel (29:9-10). Wat God ook openbaart door Jesaja, het volk veegt zijn woorden gewoon van tafel wanneer ze die horen.

De waarheid kunnen ze niet vatten; ze hebben er zelfs geen beschrijvingen voor, want hun harten zijn ver van Gods wegen verwijderd (29:13). Voor hen blijft alles wat Jesaja zegt als verzegelde woorden in een boekrol die ze niet kunnen lezen (29:11-12). Zelfs hun eredienst wordt tot weinig meer dan louter plicht (29:13b).

Dus wanneer God finaal doorbreekt, zal het ‘wonderlijk en wonderbaar’ zijn’, allemaal tot stand gebracht om de pretenties van de ‘wijzen’ en ‘verstandigen’ te beschamen (29:14), die de koning aanraden te doen wat God verbiedt.

De uiteindelijke vervulling van dit patroon vindt plaats in evangelietijden. Paulus verstaat zeer goed hoe iemand zonder de Geest van God het evangelie in grote mate incoherent vindt, hoe de ‘wijzen’ en ‘verstandigen’ met veel bedenkselen komen, geen ervan in lijn met het evangelie (1 Kor. 1:18-31; 2:14).

Ook hier verderft God de wijsheid van de wijzen (1 Kor. 1:19; Jes. 29:14), want zijn weg is wat geen van de wijzen had voorzien: de loutere ‘dwaasheid’ van het kruis.


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 mei uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 21 februari 2013

'Waarom leven goddelozen lang, tot in hun ouderdom welvarend en gezond?' (Job 21)


Exodus 4; Lukas 7; Job 21; 1 Korinthiërs 8

De tweede rede van Sofar (Job 20) sluit de tweede ronde van de drie ‘ellendige vertroosters’ af. Jobs antwoord (Job 21) zet het slotakkoord.
Als zij hem geen andere vertroosting kunnen bieden, zegt Job, dan kunnen ze toch minstens luisteren terwijl hij antwoordt (21:2). Wanneer hij gesproken heeft mogen ze dan weer verder spotten (21:3).

De kern van Jobs antwoord stemt iedereen tot nadenken die om moraliteit en rechtvaardigheid geeft: ‘Waarom blijven de goddelozen in leven, worden zij oud, nemen zelfs toe in kracht?’ (21:7). Niet alleen merk je geen duidelijk patroon van temporaal oordeel over de flagrante zondaars; al te vaak is zelfs het omgekeerde waar: de goddelozen kunnen tot de meest welvarenden van het lot behoren. ‘Hun stier bespringt en mist niet, hun koe kalft en heeft geen misdracht’ (21:10). Ze hebben talrijke gezonde kinderen, ze zingen en dansen. Terwijl ze hun totale desinteresse voor God laten blijken (21:14), genieten ze van voorspoed (21:13).

Slechts zelden worden ze gedood (21:17). En als het gaat om populaire spreuken zoals ‘God spaart zijn onheil op voor zijn zonen’, dan is Job niet onder de indruk; de echte goddelozen kan het niet schelen dat ze hun gezinnen achterlaten in ellende, mits ze maar zelf gerust zijn (21:21). Dit is waarom de zondaars zelf moeten ‘drinken van de grimmigheid des Almachtigen’ (21:20) – en dit is niet wat meestal gebeurt.

Het is waar, God weet alles; Job wil Gods kennis en rechtspraak niet ontkennen (21:22). Maar feiten mogen niet verzwegen worden. Eenmaal de rijken en de armen gestorven zijn, wacht hen dezelfde ontbinding (21:23-26). Waar is de gerechtigheid in dat alles?

Al vergunnen we Job zijn overdrijvingen – uiteindelijk krijgen sommige slechte mensen wel degelijk te maken met tijdelijke oordelen – dan mogen we zijn punt niet zomaar afwijzen. Indien de cijfers van zegen en oordeel uitsluitend berekend worden op basis van wat in dit leven plaatsvindt, dan is dit een uiterst onfaire wereld. Miljoenen relatief goede mensen sterven in lijden, armoede en vernedering; miljoenen relatief slechte mensen leven vervulde levens en sterven in hun slaap. We kunnen allemaal de verhalen vertellen die Gods rechtvaardigheid in dit leven aantonen, maar wat met de rest van de verhalen?

Het moraliteitssysteem van Jobs drie gesprekspartners, van lik op stuk geven, behandelt de miljoenen moeilijke kwesties niet. Bovendien wil Job Gods gerechtigheid net zomin als zij in twijfel trekken, maar feiten zijn feiten: het is geen deugd, zelfs al neem je dan de verdediging van Gods gerechtigheid op je, om de waarheid te verdraaien en de werkelijkheid te vervalsen.

In de loop van de tijd zou het duidelijker worden dat finaal oordeel wordt uitgeoefend na de dood – en dat de God van de gerechtigheid zelf weet wat ongerechtigheid is, niet alleen vanuit zijn alwetendheid, maar ook vanuit eigen ervaring aan een kruis.


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 februari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 12 februari 2012

‘Werkelijk, deze Mens was Gods Zoon!’ (Mk. 15)


Genesis 45, Markus 15, Job 11, Romeinen 15
In Markus 15 spreken mensen beter dan ze eigenlijk beseffen.
‘Wat moet ik dan doen met Hem, die gij de Koning der Joden noemt?’, vraagt Pilatus (15:12). Natuurlijk gebruikt hij die uitdrukking ‘de Koning der Joden’ met een zekere snerende minachting. Wanneer de menigte antwoordt met ‘Kruisig Hem!’ (15:13-14), dan denken zij die politieke motieven hebben dat dit het einde is van alweer iemand met messiaanse aanspraken. Zij weten niet dat deze koning moét sterven, dat zijn regering afhangt van zijn dood en dat Hij tegelijk Koning en Lijdende Knecht is.

De soldaten vlechten een doornenkroon in elkaar en duwen die hardhandig op zijn hoofd. Ze slaan en bespuwen Hem en vallen dan op hun knieën in een spottende verering, terwijl ze roepen ‘Wees gegroet, Gij Koning der Joden!’ (15:18). In feite is Hij meer dan de Koning der Joden (hoewel zeker niet minder). Op een dag zal elk van deze soldaten, met ieder ander, ook weer neerknielen voor de opgewekte man die ze bespot en gekruisigd hebben, en zullen ze belijden dat Hij Heer is (Fp. 2:9-11).

De voorbijgangers konden niet aan de drang weerstaan om verwijten te slingeren: ‘Ha, Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, red Uzelf, kom af van het kruis!’ (15:29-30). De onverschillige spot verborg de waarheid die ze niet konden zien: eerder had Jezus inderdaad geleerd dat Hijzelf de ware tempel was, het tegenbeeld van het gebouw in Jeruzalem, de ultieme ontmoetingsplaats tussen God en mensen (Joh. 2:19-22). Meer, Jezus had niet enkel benadrukt dat Hijzelf de tempel is, maar dat Hij dit is op grond van het feit dat deze tempel moet worden vernietigd en in drie dagen terug herrijzen. Had Hij ‘afgekomen’ van dat kruis en zichzelf gered, zoals zijn bespotters stelden, dan kon Hij niet de afgebroken en herrezen ‘tempel’ worden die mannen en vrouwen weer met God verzoent.
‘Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden’ (15:31). Weer mis – en ook weer correct. Dit is de man die vrijwillig naar het kruis gaat. (14:36; vgl. Joh. 10:18). Te zeggen dat Hij zichzelf niet ‘kàn’ redden, is dwaas beperkend. Maar Hij kon zichzelf niet redden én tegelijk anderen redden. Hij redt anderen door zichzelf niét te redden.

‘Laat de Christus, de Koning van Israël, nu afkomen van het kruis, dat wij het zien en geloven’ (15:32). Maar in wat voor een Christus zouden ze in dat geval geloofd hebben? Een machtige koning, ongetwijfeld – maar niet de Redder, niet het Offer, niet de Lijdende Dienstknecht. Ze hadden niet lang in Hem kunnen geloven, want de basis voor die verandering in hen was precies gelegen in dat kruiswerk waarvan ze Hem smadend wilden afbrengen.
‘Werkelijk, deze Mens was Gods Zoon!’ (15:39). Ja, meer dan ze beseften.


Eigen vertaling van de overdenking bij 12 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

Bron afbeelding

zondag 5 februari 2012

Neem je kruis op (Mk. 8)

Genesis 38, Markus 8, Job 4, Romeinen 8

Toen ze ernaar gevraagd werden, beleden de discipelen wie Jezus is (Markus 8:27-30). Christus is het Grieks voor Messias, dat stamt uit het Hebreeuws. Deze belijdenis brengt een stroom van nieuwe openbaringen van de Heer Jezus in beweging (8:31-38). Nu leert Hij ‘dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden, en gedood worden en na drie dagen opstaan’ (8:31). En Markus geeft aan dat Jezus dit woord ‘vrijuit’ sprak (8:32). Schijnbaar waren vroegere verklaringen rond dit onderwerp nog veel meer omfloerst.

Voor ons die aan deze zijde van het kruis leven is het wat makkelijker om een beetje zelfgenoegzaam naar Petrus’ reactie en vermaning van de Meester te kijken (8:32). Vanuit Petrus’ perspectief moest Jezus wel verkeerd zijn op dit punt. Want uiteindelijk worden messiassen toch niet omgebracht: ze winnen. En hoe kon een door God gezalfde Messias die wonderen deed als Jezus nu verliezen? Petrus had het bij het verkeerde eind, natuurlijk. En hij zat er goed naast. Want zelfs de discipelen hadden nog niet begrepen dat Jezus tegelijk de overwinnende Koning en de lijdende Knecht was.

Maar er zou nog meer volgen. Niet alleen benadrukte Jezus dat Hijzelf zou moeten lijden en sterven en weer zou opstaan, maar Hij beklemtoonde ook de opdracht voor elk van zijn volgelingen: zichzelf verloochenen zijn kruis opnemen en Hem volgen (8:34). Voor de eerste-eeuwse oren was dit ronduit schokkende taal. ‘Je kruis opnemen’ betekende niet iets als tandpijn doorstaan of jobverlies of een persoonlijke handicap. Kruisiging werd wereldwijd beschouwd als de meest barbaarse van alle Romeinse executievormen, waar je in welopgevoede kringen nauwelijks over sprak. De veroordeelde misdadiger ‘nam zijn kruis op’. Dit wil zeggen: hij nam de dwarsbalk van het kruis en droeg die naar de plaats van terechtstelling. Als het je lot was om je kruis op te nemen, dan was er geen hoop voor je. Het enige wat je nog kon verwachten was een schandelijke dood met ondraaglijke pijnen.

Maar dit is wel de taal die Jezus hier gebruikt. Want wat al zijn discipelen moeten leren is dat, wil je een volgeling van Jezus zijn, dit inhoudt dat je je eigenbelang op een pijnlijke manier aan de kant schuift en je hart toewijdt aan Jezus’ belangen. Maar Jezus’ onverbloemde taal is geen uitnodiging tot geestelijk masochisme, maar een uitnodiging tot leven en overvloed. Want het is een vaste regel van het koninkrijk dat zelfgerichtheid uitmondt in dood, terwijl ‘ieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en om des evangelies wil’, het zal ‘behouden’ (8:35). Slechts voor een aantal zal deze toewijding ook het verlies van hun fysieke leven betekenen; voor ons allen betekent het wel dood aan onze zelf en discipelschap tegenover Jezus. En dit behelst ook een blijmoedige belijdenis van Jezus en een principiële weigering om ons voor Hem en zijn woorden te schamen in deze overspelige en zondige generatie (8:38).


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

Bron afbeelding (je vindt er een korte strip)


maandag 12 december 2011

Christendom: het bloed is overal

Als mensen denken aan christendom als een bloederige religie, denken ze meestal eerst aan het bloed dat in de naam van dat christendom onterecht en soms wreedaardig is gestort in de loop van de menselijke geschiedenis.

Bestudeer je de bijbel, dan zie je dat ook daar de pagina's als het ware doordrenkt zijn van bloed. Maar in dit geval gaat het vooral om heenwijzingen naar het vergoten bloed van Christus. Er wordt in de eerste plaats over die bloedstorting gesproken als datgene wat de grote zegeningen van de redding bewerkt.

Diverse zegeningen zijn voor de gelovigen verworven door de bloedstorting van Christus:
- We zijn gekocht door Zijn bloed (Hd. 20:28)
- We zijn verzoend door zijn bloed (Rm. 3:25)
- We zijn gerechtvaardigd door zijn bloed (Rm. 5:9)
- We zijn verlost door zijn bloed (Ef.1:7)
- We zijn niet meer veraf maar zijn nu dichtbij gebracht door Zijn bloed (Ef.2:13)
- We hebben vrede door Zijn bloed (Kol.1:20)
- Ons geweten is gereinigd door Zijn bloed (Hb.9:13)
- We zijn geheiligd door Zijn bloed (Hb.13:12)
- We zijn vrijgekocht door zijn bloed (1Pt.1:19)
- We zijn van onze zonden verlost door Zijn bloed (Opb.1:5)

M.a.w.: het bloed van Christus is essentieel voor wat we zijn als verlosten. Het is dus normaal dat we er zo op gefocust zijn.
Ook als we als christenen bij het breken van het brood bovendien van de wijn drinken, worden we eraan herinnerd dat het dan gaat om de gemeenschap van het bloed van Christus (1Kor.10:16).

Waarom nu eigenlijk al dat bloed? Vanwege alle zonde, omdat er zoveel zonde is.
Bloedvergieten is het resultaat van de zonde. Maar bloedstorting is ook het enige middel waardoor die zonde kan weggedaan worden.

Zonder zonde zou er geen bloedstorting nodig zijn. Maar net zo min is er vergeving mogelijk zonder dat er bloed vloeit (Heb.9:22). In de Bijbel wordt gesproken over bloed als vergoeding en als verlossing.

Een verduidelijkende geschiedenis is die van de dood van Abel. Hij werd vermoord door zijn toornige broer Caïn. Daarna staat er in Gn.4:10: ‘Het bloed van uw broer roept tot Mij van de aardbodem’.
Het bloed van Abel riep om wraak, om betaald zetten. Het vergoten bloed van Abel veroordeelde het hart en de daden van Caïn. Caïns veroordeling was meteen een feit, Caïn was schuldig aan moord. Het bloed van Abel veroordeelde hem, het was een vlek die hij onmogelijk kon wegkrijgen.

Het Nieuwe Testament zegt echter dat het bloed van Christus beter spreekt dan het bloed van Abel (Hebr. 12:24). Abels bloed riep om wraak en betaald zetten, het bloed van Christus roept om verlossing. Het spreekt luider en duidelijker.

Meer zelfs: het bloed van Christus roept niet alleen om die verlossing, het bewerkt ze ook.

In het Oude Testament al riep het bloed ... Vanaf de moord op Abel tot de met bloed bestreken deurposten van het Israëlische volk in Egypte en tot de offers van stieren en schapen door de priesters. Het bloed riep zijn nood aan een verlosser uit voor de straf op de zonde en de gebondenheid van de dood.

In Christus is die Verlosser gekomen.

Door Zijn bloed te storten, dus door Zijn dood, heeft Christus eens en voor altijd hen verlost die op Hem vertrouwen en op Hem een beroep doen voor hun redding. Voor eens en altijd spreekt het woord van Zijn bloed, het woord van verlossing ten gunste van ons die op Christus vertrouwen, in Hem geloven. Het bloed van Christus spreekt ons vrij van zonde en dood. Geen woord in de schrift is zo duidelijk. Geen woord zo mooi.

dinsdag 20 september 2011

Verbroken en hersteld

"Het geheim van de Heer is voor hen die verbroken zijn door Zijn kruis en genezen door Zijn Geest."

P.T. Forsythe, gelezen bij John Piper.

oorspronkelijke tekst:
"The secret of the Lord is with those who have been
broken by his cross and healed by his Spirit."

zaterdag 19 maart 2011

Onze enige hoop ... is hoop genoeg

Tegen Hem die zo zuiver was, moest God zeggen: 'God damn you' ...
Wie niet schuilt achter Zijn plaatsvervangende werk, leeft onder die vloek.
"Maar Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt.’"
Gal. 3:13



Gezien bij Kevin DeYoung.

maandag 14 maart 2011

Het kruis blinkt uit in de geschiedenis

Als de geschiedenis kan vergeleken worden met het uitgestrekte heelal, dan vormt het kruis zijn helderste ster. We zien de volheid van Gods wezen het duidelijkst aan het kruis. We zien de volheid van Zijn actieve doeleinden met de grootste helderheid aan het kruis.

Rom.5:10:
Toen wij vijanden waren zijn wij met God verzoend door de dood van Zijn Zoon.


Aan het kruis …
… Zien we Gods soevereiniteit – Hij regeert met absolute controle en gezag over de grootste zonde van de mensheid

… Zien we Gods doel – Hij maakt het mysterie, het geheim bekend van Zijn wil, die vaststond voor het begin der tijden

… Zien we Gods plan – om alles in Hem samen te brengen, onder de hemel en op de aarde

… Zien we Gods oordeel – die vergelding vraagt voor de schuld

… Zien we Gods heiligheid – Hij eist een volmaakt offer

… Zien we Gods kracht – die de Zoon van God verbrijzelt volgens Zijn wil

… Zien we Gods toorn – Hij straft de verschrikking van de zonde

… Zien we Gods smart – weeklagend zoals alleen een verlaten zoon dat kan

(…)

… Zien we Gods medelijden – pleitend bij de Vader om de onwetende te vergeven

… Zien we Gods geschenk – Zijn enige Zoon verbrijzeld en verbroken voor ons

… Zien we Gods genade – Hij maakt onrechtvaardige zondaars rechtvaardig

… Zien we Gods liefde – Christus die sterft voor zondaars

… Zien we Gods reddingsoperatie – Hij bevrijdt ons uit de macht van de duisternis en brengt ons over in het koninkrijk van zijn Zoon

… Zien we Gods aanzoek – Hij wijdt zich voor altijd toe aan Zijn bruid

… Zien we Gods openbaring – Het woord van God spreekt zijn laatste woorden opdat Hij voor altijd voor velen zou kunnen spreken en pleiten

… Zien we Gods overwinning – Hij ontwapent zijn vijanden, maakt hen te schande en triomfeert over hen

… Zien we Gods glorie – de Naam van de Vader wordt grootgemaakt tot heil van de volkeren

Maar niet ons verstaan is het grote doel. Het grote doel is Jezus Christus zelf, en Hem te kennen. Hier op aarde gebeurt dit wanneer we zicht krijgen op de persoon van Jezus en het werk dat Hij verricht aan het kruis van Golgotha.
Het kruis doet er toe voor ons gisteren, ons heden en onze toekomst.

Het evangelie herontdekken maakt dat we volgende waarheden kunnen zien en beleven:
- Omdat Jezus sterk was voor mij, ben ik vrij om zwak te zijn
- Omdat Jezus voor me overwon, ben ik vrij om te verliezen
- Omdat Jezus Iemand was, ben ik vrij om niemand te zijn
- Omdat Jezus buitengewoon en bijzonder was, ben ik vrij om gewoontjes te zijn
- Omdat Jezus voor mij slaagde, ben ik vrij om te falen



(Ondermeer gebaseerd op deze post van Tullian Tchividjian)

maandag 28 februari 2011

God redt ons van en voor Zichzelf

'Alleen bewogen door zijn eigen karakter, zond God zijn enige Zoon in deze wereld om zondaars te redden van het oordeel dat ze verdienen. Uiteindelijk waren het niet de Joden die Christus kruisigden of zelfs niet de Romeinen. Het waren wij zelfs niet die Hem daar brachten, hoewel het omwille van onze zonde en schuld was dat Hij daar onder bespotting hing.

Uiteindelijk was het God die Jezus kruisigde. "Maar het behaagde de HERE hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek." Niet omdat God sadistisch is, maar omwille van zijn grote liefde voor hen die gered zouden worden door deze onbaatzuchtige daad.

"Wanneer hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen des HEREN zal door zijn hand voortgang hebben. Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien tot verzadiging toe." (Jes. 53:10-11)

Hoewel Jezus vrijwillig zijn leven gaf aan de Vader als een offerande waartoe Hij niet gedwongen werd, het was een doodstraf die God uitvoerde als de rechtvaardige rechter van het heelal.

Terwijl Hij zijn ogen afwendt van het mishandelde lichaam van zijn Zoon, die de zonden van ons allen draagt, verlaat God daar Jezus Christus. Opdat Hij ons nooit meer zou moeten verlaten, niet in de diepste beproeving of in de vreselijkste zonde.

God redde ons van Hemzelf om ons voor eeuwig voor Zichzelf te redden.'

Michael Horton in "Saved From God", verschenen in het tijdschrift Modern Reformation, maart/april 1996

Gelezen bij Zach Nielsen.

maandag 25 oktober 2010

Niets brengt zoveel leven in mensen als een stervende Redder

De beste prediking is “Wij prediken Christus gekruisigd”.

Het beste leven is “Wij zijn gekruisigd met Christus”.
(…)

Hoe meer we leven terwijl we de onuitsprekelijke nood van onze Heer zien en verstaan hoe Hij ten volle onze zonden heeft weggedaan, hoe meer heiligheid we zullen voortbrengen.

Hoe meer we verblijven waar de kreten van Golgotha gehoord kunnen worden, waar we de hemel en de hel kunnen zien, allen bewogen door zijn wonderlijke lijden, hoe nobeler onze levens zullen worden.

Niets brengt zoveel leven in mensen als een stervende Redder.

Kom dicht bij Christus en draag de herinnering van Hem met je mee van dag tot dag en je zult rechtvaardige koninklijke daden stellen.

Kom, laat ons de zonde slaan, want Christus werd geslagen.

Kom, laten we al onze trots begraven, want Christus werd begraven.

Kom, laten we opstaan in nieuwheid van leven, want Christus is opgestaan.

Laten we één zijn met onze gekruisigde Heer in Zijn grote doel – laten we leven en sterven met Hem, en elke daad in ons leven zal zeer mooi zijn.


(Charles Spurgeon in een toespraak op 2 november 1884 - in het Engels gelezen bij Tony Reinke en vrij vertaald)

zaterdag 25 september 2010

Dood: de weg naar het leven

"De gemeente van Christus werd van in het begin zo gevormd dat dood de weg is naar het leven en het kruis het pad naar overwinning"


(J. Calvijn, gelezen bij Sinclair Ferguson in 'Daniel - The Preacher's Commentary', pag 62)