Posts tonen met het label Nehemia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nehemia. Alle posts tonen

vrijdag 23 januari 2015

We dwalen af naar compromis en noemen het tolerantie (Neh. 13)


Genesis 24; Matteüs 23; Nehemia 13; Handelingen 23

Een van de meest treffende bewijzen voor de zondigheid van de menselijke natuur ligt in de universele neiging om neerwaarts af te drijven. Met andere woorden, er is bedachtzaamheid, vastbeslotenheid, energie en inspanning voor nodig om hervorming tot stand te brengen. Door Gods genade kunnen mensen soms dergelijke deugden vertonen.

Maar waar die deugden afwezig zijn, gaat de stroming onveranderlijk naar compromis, gemak, gebrek aan discipline, voortschrijdende ongehoorzaamheid en voortgaand verval over de generaties heen, soms aan een slakkengang, soms in galop.

Mensen drijven niet af in de richting van heiligheid. Neem de door genade bewerkte inspanning weg en mensen voelen zich niet aangetrokken tot godsvrucht, gebed, gehoorzaamheid aan de Schrift, geloof en blijdschap in de Heer.

We dwalen af naar compromis en noemen het tolerantie; we drijven af naar ongehoorzaamheid en noemen het vrijheid; we drijven af naar bijgeloof en noemen het geloof.

We verheugen ons in de ongedisciplineerdheid van de verloren zelfdiscipline en noemen het relaxen; we slungelen naar gebedsloosheid en misleiden onszelf met de gedachte dat we ontsnapt zijn aan wetticisme; we glijden af naar goddeloosheid en maken onszelf wijs dat we bevrijd zijn.

Dit is het soort situatie waar Nehemia mee te maken krijgt naar het einde toe van zijn leiderschap in Jeruzalem (Neh. 13). Hij is voor een tijd weggeweest, gedwongen door zijn verplichtingen tegenover Koning Artaxerxes om naar de hoofdstad terug te keren.

Wanneer hij voor een tweede termijn als landvoogd terugkeert naar Jeruzalem, ontdekt hij dat commerciële belangen de overhand kregen op de discipline rond de sabbat, dat compromissen met de omringende heidenen de overhand kregen over verbondstrouw, dat hebzucht een gedeelte van de bijdragen voor de geestelijkheid heeft ingehouden, en daarom zijn hun aantallen en rol gereduceerd, en dat een bepaalde combinatie van ongedisicplineerdheid en louter dwaasheid mensen als Tobia en Sanballat tot de tempel en de hoogste raden heeft toegelaten. Dit terwijl zij geen enkele interesse hebben in trouw tegenover God en zijn woord.

Door een buitengewone combinatie van vermaning, bevel en daadkracht, herstelt Nehemia de verbondstucht. Ongetwijfeld hebben veel van de godvrezende mensen een zucht van opluchting geslaakt en God voor hem gedankt; met niet minder zekerheid zullen anderen gegromd hebben dat hij een bemoeial is, een spelbreker, een kortzichtige wetticist.

Onze tolerante en relativerende cultuur past makkelijker in de tweede dan in de eerste groep – maar dit zegt meer over onze cultuur dan over Nehemia.

Ware hervorming en herleving zijn nooit in de kerk voorgekomen zonder leiders voor wie toewijding aan God van buitengewoon groot belang is. Indien de kerk in het Westen de waarden van de omringende cultuur in zich opneemt, en als de westerse kerk achterdochtig wordt tegenover dergelijke leiders, of als ze reageert met impulsief cultureel conservatisme dat al even ver af staat van Bijbelse integriteit als het compromis waarvan ze de tegenstelling vormt, dan zijn we verloren. Moge God ons genadig zijn en ons profetische leiders sturen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 20 januari 2015

'Zij verplichtten zich onder zelfvervloeking en onder ede, om te wandelen naar de wet van God' (Neh. 10)


Genesis 21; Matteüs 20; Nehemia 10; Handelingen 20

Nehemia 9 en Nehemia 10 moeten samen gelezen worden. In Nehemia 9 hoor je hoe de Israëlieten belijdenis doen van ‘hun zonden en van de ongerechtigheden hunner vaderen’ (9:2). Toch is dit geen tafereel van individueel berouw en individuele belijdenis. Er is een grootschalige gemeenschappelijke dimensie, georganiseerd maar toch sterk bekrachtigd door de Geest van God, die prachtig is om te overdenken.

Gedurende een vierde van de dag hoort het volk de Schrift vertaald en uitgelegd worden; gedurende een ander vierde van de dag wijden ze zich aan belijdenis en aanbidding. Ze worden daarin geleid door de Levieten.

Het gemeenschappelijk gebed waarin ze geleid worden is in grote mate een terugblik op Israëls geschiedenis. Het markeert de herhaalde cyclussen van afdwaling waarin het volk verviel, en de herhaalde malen dat God hen bezocht om hen te herstellen.

Het hart van de belijdenis wordt gevonden in 9:33: ‘Maar Gij hebt het recht aan uw zijde in alles wat ons overkomen is, want Gij hebt trouw betoond, doch wij hebben goddeloos gehandeld’.

‘Op grond van dit alles’ (9:38) gaat het volk dan een verbond aan met God (Neh. 10). Dit is meer bepaald een hernieuwing van het oude Mozaïsche verbond. Aangezien het gebed wordt geleid door de priesters, mag het ons niet verrassen dat veel elementen hier focussen op de tempel.

Niettemin komen er ook bredere kwesties aan bod met betrekking tot het huwelijk (om het volk te bewaren voor heidense invloeden), tot het onderhouden van de Sabbat, en een veralgemeende toewijding ‘om te wandelen naar de wet van God, die door de dienst van Mozes, de knecht Gods, gegeven was, en om naarstig te onderhouden al de geboden, verordeningen en inzettingen van de HERE, onze Here’ (10:29).

Hadden de feesten en rituelen van het oude Israël gefunctioneerd op de manier waartoe ze bestemd waren, dan zou deze verbondsvernieuwing natuurlijk niet nodig geweest zijn.

Zo was het Pascha bijvoorbeeld bedoeld om te herinneren aan de Exodus en om het volk opnieuw bewust te maken van de genade en de trouw van de Heer in hun redding, terwijl het een nieuwe gelegenheid bood voor een hernieuwde belofte van trouw.

Christenen zijn niet minder geroepen dan de oude Israëlieten om het verbond te hernieuwen. Dit is een van de grote doelstellingen van het avondmaal des Heren. Het is een tijd voor zelfonderzoek, zondebelijdenis, gedenken wat de Heer Jezus onderging om onze verlossing te verzekeren, en, samen met het volk van God in de plaatselijke gemeente, een tijd om zijn dood te gedenken en te verkondigen totdat Hij komt.

Daarbij hernieuwen we onze belofte van trouw. Als we toelaten dat het Avondmaal des Heren afzinkt naar een niveau van betekenisloos ritueel, terwijl we onze harten verharden tegen de levende God, dan verkeren we in ernstig gevaar. Het zal ons goed doen om, plechtig samengekomen, onze zonden te overschouwen en te belijden, om opnieuw gegrepen te worden door de trouw van de Heer en om vernieuwde trouw te beloven aan het nieuwe verbond.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 18 januari 2015

De Bijbel (voor)lezen en verklaren (Neh. 8 en Hd. 18)


Genesis 19; Matteüs 18; Nehemia 8; Handelingen 18

Je haalt er voordeel uit de laatste twee van bovenstaande tekstverwijzingen, Nehemia 8 en Handelingen 18, naast elkaar te zetten.

Een groot deel van Handelingen 18 is gewijd aan de prediking en leer van het Woord van God en aan de kwestie hoe je Gods openbaring goed moet verstaan. Wanneer Silas en Timotheüs vanuit Macedonië in Korinthe aankomen (18:5), en ze waarschijnlijk wat geld meebrengen als steun, krijgt Paulus de vrijheid om zich ‘geheel aan de prediking’ te wijden, ‘waarin hij de Joden betuigde, dat Jezus de Christus is’ (18:5).

Uiteindelijk brengt de driftige tegenstand hem ertoe meer tijd met de heidenen door te brengen. Niet langer in de mogelijkheid de synagoge te gebruiken, maakt hij gebruik van het huis van Titius Justus net ernaast. Al gauw komt de overste van de synagoge zelf tot bekering (18:8).

Sommige Joden starten een wettelijke procedure tegen Paulus, maar de plaatselijke magistraat ziet in dat het geschil in de kern draait om tegengestelde interpretaties van de Schrift (18:12-16).

Het einde van het hoofdstuk introduceert Apollos, onderwezen in de Schrift en een krachtig spreker, maar nog altijd een beetje slecht op de hoogte betreffende Jezus. ‘Hij wist alleen van de doop van Johannes’ (18:25, HSV).

Mogelijk kende hij genoeg van de leer van Johannes de Doper om de komst van Jezus aan te kondigen en misschien kende hij zelfs details van Jezus’ leven, dood en opstanding, maar zoals de ‘gelovigen’ aan het begin van het volgende hoofdstuk, is het mogelijk dat hij niets wist van Pinksteren en van de gave van de Geest.

Uiteindelijk bezochten veel Joden van overal uit het rijk Jeruzalem wel na de opstanding, maar nog voor Pinksteren, want na de feesten keerden ze naar huis terug. Indien Apollos en anderen Jeruzalem verlaten hebben na de opstanding en nog voor Pinksteren had plaatsgevonden, was het niet onmogelijk dat het jaren kon duren vooraleer ze beter geïnformeerd raakten. En informatie is precies wat Priscilla en Aquila Apollos gaven, terwijl ze ‘hem de weg Gods nauwkeuriger uitlegden’ (Hd. 18:26).

In Nehemia 8 begint Ezra een zevendaagse Bijbelconferentie. Hij leest de verzamelde menigte zorgvuldig voor uit ‘de Wet’. De Levieten sluiten zich hierbij aan; ze ‘gaven het volk onderricht in de wet (…).Zij lazen namelijk uit het boek, uit de wet Gods, duidelijk voor en gaven uitlegging, zodat men het voorgelezene begreep’ (8:8-9).

Het ‘duidelijk voorlezen’ kan ook vertaald worden als ‘ze vertaalden het’; per slot van rekening was de Wet geschreven in het Hebreeuws, en tegen die tijd spraken de meeste mensen Aramees. De Bijbel was voor hen een gesloten boek geworden.

Of het nu door vertaling of uitlegging of door een combinatie van beide was, het volk verstond het opnieuw. Er komt vreugde ‘want zij hadden begrepen wat men hun had bekendgemaakt’ (8:13).

Of het nu onder het oude verbond of het nieuwe is, er is niets belangrijker voor de groei en rijping van Gods volk dan een hart dat hongerig is om te lezen en te begrijpen wat God zegt, en mensen die het duidelijk kunnen uitleggen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 17 januari 2015

'Hij was meer dan wie ook een betrouwbaar en godvrezend man' (Neh. 7)



Genesis 18; Matteüs 17; Nehemia 7; Handelingen 17

Wanneer een groot bouwproject af is, of wanneer er een belangrijk doel bereikt wordt, ontstaat vaak de neiging om het kalmer aan te doen. Nogal wat gemeenten hebben aanzienlijke energie geïnvesteerd in het neerzetten van een nieuw gebouw, om dan voor maanden of zelfs jaren daarna in apathie te verzinken.

Nehemia beseft dat het bouwen van de muur niet het hoogtepunt is van de terugkeer, waarna dan ontspanning op het programma zou staan. De rest van het boek maakt dit punt genoegzaam duidelijk. De herbouw van de muur is nauwelijks meer dan de voorbereiding voor een aantal nog verreikender politieke en religieuze hervormingen. In de bediening is het vitaal om altijd goed onderscheid te zien tussen middelen en doelstellingen.

Eenmaal de muur afgewerkt, blijft Nehemia voor een tijd aan als landvoogd voor de volledige regio Juda, maar wijst hij twee mannen aan als verantwoordelijken over Jeruzalem – zijn broer Chanani (blijkbaar een man die hij kon vertrouwen) en een militair, Chananja, gekozen omdat hij ‘een betrouwbaar man en godvrezend boven velen’ was (Neh. 7:2 – vergelijk met de overdenking voor 6 januari).

Er zit iets verfrissends en fundamenteels aan deze leiders. Ze zijn geen vleiers of huurlingen; ze proberen niet om ‘zichzelf te ontdekken’ of hun mannelijkheid te bewijzen; ze beklimmen niet de ladder op zoek naar succes. Ze zijn integere mannen die God meer vrezen dan de meeste anderen.

Nehemia geeft dan instructies met betrekking tot het openen en sluiten van de poorten – instructies die bedoeld zijn om aanvallen te vermijden tussen de gevaarlijke uren van de avondschemering tot het ochtendgloren (7:3). Op die manier worden bestuur en verdediging van Jeruzalem geregeld.

De loutere verlatenheid van de stad is wat Nehemia nu het hoofd moet bieden (7:4). De muren zijn min of meer langs hun oorspronkelijke lijnen herbouwd. Jeruzalem is een aanzienlijke stad, maar toch leeft de grote meerderheid van de teruggekeerde Joden op het platteland.

Wat dan in de volgende hoofdstukken gebeurt is iets dat we alleen maar een ‘opwekking’ kunnen noemen, gevolgd door de beslistheid van het volk om een tiende onder hen naar Jeruzalem te sturen om de prille kern te worden van een nieuwe generatie bewoners van Jeruzalem.

Als eerste stap diept Nehemia de nu oude registers op met de namen van de bannelingen die het eerst uit ballingschap waren teruggekeerd, om schriftelijk bewijs te zoeken dat zij deel uitmaakten van het verbondsvolk, en in het bijzonder om te achterhalen wie er legitiem als priester mocht dienen.

De stappen die Nehemia zet lijken deel van een zorgvuldig opgesteld plan, een plan dat, zoals Nehemia zelf benadrukt, ‘mijn God mij in het hart’ gaf (7:5).


Eigen vertaling van de overdenking bij 17 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 16 januari 2015

Verwacht moeilijkheden, het is de prijs van goddelijk leiderschap (Neh. 6)


Genesis 17; Matteüs 16; Nehemia 6; Handelingen 16

Het typeert grote geloofsondernemingen dat ze vaak te kampen krijgen met extreem moeilijke relaties.

William Carey, de vader van de moderne Protestantse zending, mag dan voor ons een held zijn, in zijn eigen tijd werd hij beschouwd als excentriek en kreeg hij meer dan zijn deel van persoonlijk en familiaal lijden. De grote rechtshervormers streden niet louter voor ideeën; ze waren verwikkeld in een grote strijd waarin ze niet alleen ‘vijanden’ troffen, maar ook talloze mensen die op sommige terreinen ‘vrienden’ waren maar op andere dan weer tegenstanders bleken.

Het is onvermijdelijk dat je in elke grote strijd een heel spectrum aan visies en een aanzienlijke diversiteit vindt in de mate van trouw. Je kunt geen gedetailleerde en eerlijke biografie lezen over gelijk welke christelijke leider, zonder dit soort terugkerende moeilijke, pijnlijke en soms misleidende debatten tegen te komen waarin ze zich wel moesten begeven.

Bekijk bijvoorbeeld Arnold Dallimore’s biografie over ‘George Whitefield’ of Iain Murray zijn biografie over D. Martyn Lloyd-Jones. Ik kan geen uitzondering bedenken. Waar voldoende informatie geboden wordt, moet hetzelfde gezegd worden over geloofsleiders van wie de Schrift een portret schetst.

Ondanks de lange opsomming van fysiek lijden vanwege ongelovigen en door zijn roeping als gemeentestichtend apostel (2 Kor. 11), komen Paulus’ meest pijnlijke momenten toch van dichter bij huis – van christenen die zich sub-christelijk gedragen, van valse broeders en van valse apostelen die zijn werk ondermijnen met insinuaties en halve waarheden.

Dit is het soort dingen waar Nehemia nu mee te maken krijgt (Neh. 6). Omdat ze via spot, bedreiging en directe tegenstand niet in hun opzet slagen, beginnen Sanballat en Tobia en hun collega’s nu met list en persoonlijke druk. In dit hoofdstuk vind je leugens, valse profeten en beschuldigingen van opstand.

Ja, zelfs enkele van de Joden, Nehemia’s eigen volksgenoten, zijn loyaliteit verschuldigd aan Tobia door politieke en huwelijksverbintenissen. Ze gebruiken hun compromisposities in pogingen om de landvoogd te beïnvloeden om zijn beleid - dat goed is voor het volk en God eert - te veranderen.

Midden al die machinaties blijft Nehemia een rechte koers varen, vraagt hij God om hulp en betoont hij zich een vooruitziend leider met onderscheidingsvermogen.

Vergelijkbare problemen overvallen vandaag oprechte christen leiders, en eenzelfde rustige vastbeslotenheid en onverschrokken onderscheidingsvermogen zijn vereist om ze tegemoet te treden. Dit geldt zeker in de bediening als voorganger.

De moeilijkste aanvechtingen komen niet voort uit rechtstreekse oppositie of door problemen met een gebouw of iets dergelijks, maar door misleiders, door leugenaars, door mensen die eigenlijk een andere agenda hebben maar wiens gladde praatjes op het eerste gezicht zodanig ‘geestelijk’ zijn dat velen misleid worden.

Verwacht dergelijke moeilijkheden; je krijgt er zeker mee te maken. Het is de prijs van godvrezend leiderschap in een gevallen wereld.


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 15 januari 2015

'Gij neemt woeker, ieder van zijn volksgenoot' (Neh. 5)


Genesis 16; Matteüs 15; Nehemia 5; Handelingen 15
Toen ik universiteitsstudent was in Canada hoorde ik van onze docent geschiedenis een verhaal. Hij vertelde het met grote boosheid. Hij was net teruggekeerd van de slagvelden van Wereldoorloog II, waar hij had gezien hoe veel van zijn vrienden gedood waren. Met verlof thuis omwille van een oorlogswonde, reed hij in een bus in een belangrijke Canadese stad. Gezeten achter twee dames die er welvarend uitzagen, hoorde hij hoe een van hen tegen de andere zei ‘Ik hoop dat deze oorlog niet snel eindigt. We hadden het nog nooit zo goed.’

Er zijn bijna altijd mensen die voordeel halen uit de rampspoed van anderen, zeker in geval van oorlog. Zo was het ook in de tijd van Nehemia (Neh. 5). Zelfs terwijl er een gehoorzame inspanning werd geleverd om de stad te herbouwen, maakte de fiscale druk van die tijd, samen met de omstandigheden van hongersnood, dat de rijken op het omliggende platteland rijker werden, terwijl de armen er armer werden.

In een poging de eindjes aan elkaar te knopen verpandden de armen hun land, waarna ze het verloren; ze verkochten zichzelf of hun gezin als slaven. Vanuit Nehemia’s standpunt was slavernij slavernij; een slaaf zijn voor een mede-Jood was nog altijd een slaaf zijn. In zekere zin was het erger: Nehemia was niet alleen bekommerd om de slavernij zelf, maar ook om de morele hardheid van de rijken die profiteerden van het failliet van anderen – het gebrek aan barmhartigheid, het falen in gehoorzaamheid aan de Mozaïsche wet die woekerwinst verbood, de loutere begeerte en hebzucht.

Ze hadden duidelijk niet nóg meer nodig. Ook was dit geen kwestie van luiheid voorkomen. Welke mogelijke rechtvaardiging konden ze aanbieden voor dergelijke zakkenvullerij?

Gelukkig bleken de gewetens van deze rijke mensen gevoelig genoeg om niet opstandig te reageren toen ze vermaand werden. ‘Ze zwegen, ze wisten niet wat ze moesten zeggen’ (5:8, NBV). Uiteindelijk toonden ze zelfs berouw, gaven ze terug wat ze afnamen en hielden ze op met rente te vragen van hun broeders.

Een van de factoren die bijdroegen tot Nehemia’s geloofwaardigheid in zijn inspanningen om deze hervormingen te bewerken, was zijn eigen gedrag. Ongetwijfeld maakte het merendeel van de landvoogden in die tijd gebruik van hun machtspositie om aanzienlijke rijkdom voor zichzelf te verwerven. Nehemia weigerde zo te handelen. Hij ontving, vermoedelijk uit de centrale schatkist, een mooi loon en voldoende ondersteuning voor hemzelf en zijn staf, en daarom wees hij de mogelijkheid af zijn macht te gebruiken om bijkomende materiële steun te vragen van de lokale bevolking. Ja, het eindigt er zelfs mee dat hij velen van hen ondersteunt (5:14-18).

Gehoorzaamheid aan God, mededogen voor je naasten, beginselvastheid in het leiderschap, verbondstrouw die zich uitstrekt tot je portemonnee, berouw en herstel waar er ofwel corruptie ofwel hebzucht was – het waren allemaal waarden die belangrijker waren dan het bouwen van de muur. Was de muur herbouwd zonder dat ook het volk heropgebouwd werd, de overwinning ware klein.


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 14 januari 2015

'Wij baden tot onze God, en vanwege hun houding zetten wij dag en nacht een wacht' (Neh. 4)


Genesis 15; Matteüs 14; Nehemia 4; Handelingen 14
Het drama van Nehemia 4 loopt over van lessen en illustraties van diverse waarheden. Maar we mogen niet vergeten dat hetgeen voor ons een dramatisch verhaal is, voor degenen die het meemaakten een tijd was van zuur en hard werk, hoge spanning, werkelijke angst, onzekerheid, groeiend geloof, viezigheid en vuiligheid.

Niettemin overstijgen een aantal lessen de tijd:

(1) Bij de dingen die het moeilijkst te verdragen zijn hoort spottende minachting. Dit is waar Nehemia en de Joden mee te maken krijgen vanwege Sanballat, Tobia en de overigen (4:1-3). Het Judeo-christelijke erfgoed van westerse landen was tot de recente decennia zodanig sterk dat veel christenen gespaard bleven van dergelijke verachting. Nu niet meer. We kunnen maar beter wennen aan dat waar onze broers en zusters in Christus in andere landen en eeuwen beter mee omgaan dan wij.

(2) Hoewel God soms via spectaculaire en bovennatuurlijke manieren werkt, gebruikt Hij gewoonlijk gewone mensen die zelf verantwoordelijkheid opnemen en ernaar streven zich trouw te gedragen, zelfs onder moeilijke omstandigheden. Zo staat er van de Joden geschreven ‘wij baden tot onze God, en vanwege hun houding zetten wij dag en nacht een wacht’ (4:9). Ze bewapenden zichzelf en deelden zich op in vechters en bouwers, maar werden ook aangespoord ‘denkt aan de grote en geduchte Here en strijdt voor (…) uw huizen’ (4:14). Joden die dichtbij de vijand leefden hoorden van de plannen om het bouwproject te dwarsbomen en rapporteerden het aan Nehemia, die gepaste actie ondernam – maar God krijgt de lof voor het verijdelen van het complot (4:15).

(3) Deze aanpak brengt een aantal praktische gevolgen met zich:

(a) Het veronderstelt een Godgerichte visie die naturalisme vermijdt. Als God God is, als Hij genadig zichzelf bekend gemaakt heeft in de grote momenten van de heilsgeschiedenis en via gezichten en woorden die trouw overgebracht werden door de profeten die hij riep, waarom zouden wij dan ook niet God gaan zien als werkzaam via de zogenaamde ‘natuurlijke’ loop van gebeurtenissen? Anders zijn we vervallen in een bepaalde kortzichtige visie waarin God alleen werkt in het spectaculaire en wonderbaarlijke, maar anders afwezig is of in slaap of onverschillig. De God die wordt beschreven in de Bijbel is nooit zo klein of afstandelijk.

(b) Dit is waarom God kan vertrouwd worden. Nehemia neemt zijn toevlucht niet tot louter psychologische opschepperij of tot schaamteloze religieuze retoriek. Zijn geloof is vast gegrond in de God die altijd aan het werk is en zijn heilshistorische plannen uitwerkt via het einde van de ballingschap en de herbouw van Jeruzalem – net zoals vandaag ons geloof vast gegrond is in de God die altijd aan het werk is en zijn heilshistorische plannen uitwerkt via de roeping en de transformatie van de uitverkorenen en de opbouw en heiliging van zijn kerk.


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 12 januari 2015

Laat God God zijn en zijn dienstknechten ‘gewoon’ trouw (Neh. 2 en Hd. 12)

Genesis 13; Matteüs 12; Nehemia 2; Handelingen 12
Het is de moeite waard om de twee laatste van bovenstaande tekstverwijzingen met elkaar te vergelijken (Neh. 2; Handelingen 12:1-19). Achter beide situaties schuilt natuurlijk dezelfde God. In beide situaties krijgt een eenzame dienstknecht van God de uitdaging voor de voeten om Gods volk op te bouwen en te bemoedigen, terwijl hij te maken krijgt met de bijtende tegenstand van een aantal nogal vijandige opdrachtgevers.

Beide mannen zijn in gevaar, deels om politieke redenen, hoewel het gevaar voor Petrus directer is. Beiden zijn onbuigzaam in hun trouw aan de levende God en aan de opdracht waartoe elk van hen is geroepen.

Daarna lopen de verhalen verder uiteen. Eenmaal de koning naar hem geluisterd heeft, bevindt Nehemia zich aan de rijksgrenzen. Hij heeft een bepaald papieren gezag, maar de plaatselijke bevolking is erop gebrand het hem moeilijk te maken. Hij vordert stap voor stap, met wijsheid, hij wint de steun van de lokale Joodse leiders, verzekert de voorraden die nodig zijn voor de herbouw van de muren, en wijst zijn opponenten met al hun foefjes af.

Voor Nehemia zijn er geen wonderen, geen machtige vertoningen van kracht, geen engelen in de nacht. Alleen een grote dosis risicovol en moedig werk.

De situatie van Petrus daarentegen is veel meer beperkend. Hij is gearresteerd en wacht in de gevangenis op zijn terechtstelling. Aangezien Jakobus al om het leven is gebracht, heeft Petrus geen redenen om aan te nemen dat hij wel aan het zwaard van de beul zal ontsnappen. In een vreemde verschijning die hij verkeerdelijk aanziet voor een droom, wordt Petrus gered door een engel; de ketenen vallen af en de deuren gaan vanzelf open.

Eenmaal hij buiten de gevangenismuren staat, komt Petrus bij zinnen en biedt hij zich aan bij het huis van de moeder van Johannes Markus, waar mensen zijn samengekomen om voor hem te bidden. Uiteindelijk raakt hij binnen en na een tijd vertrekt hij ‘naar een andere plaats’ (12:17).

In Petrus’ geval is het een overwinning dat hij aan de dood ontsnapt, en het geloof van de kerk is versterkt door wat er is gebeurd. En het gebeurde allemaal dankzij de wonderlijke tentoonspreiding van de hulp van een engel.

De les van deze radicaal verschillende ervaringen is er een die we steeds opnieuw moeten leren: Gods dienstknechten hebben niet dezelfde gaven, dezelfde taken, hetzelfde succes of dezelfde graad van goddelijke tussenkomst. Het is deels een kwestie van gaven en roeping; het is deels een kwestie van waar we passen binnen de zich ontvouwende heilsplannen van God. Heeft Hij ons bijvoorbeeld geplaatst in een tijd van neergang of van opwekking? Van vervolging of van belangrijke vooruitgang? Laat God God zijn; laten al zijn dienstknechten trouw zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 12 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 11 januari 2015

Ach HEER, God van de hemel, machtige en ontzagwekkende God … (Neh. 1)


Genesis 12; Matteüs 11; Nehemia 1; Handelingen 11

In de complexe geschiedenis van de Judese gemeenschap van na de ballingschap speelt Nehemia een opmerkelijke rol. Hij maakte geen deel uit van de oorspronkelijke groep die naar Juda terugkeerde, maar wordt er nadien door de koning zelf naartoe gestuurd. In twee afzonderlijke expedities fungeert Nehemia in de praktijk als gouverneur van de resterende gemeenschap en was hij grotendeels verantwoordelijk voor de herbouw van Jeruzalems muren, zonder zijn andere hervormingen te vergeten. Zijn werk overlapte met dat van Ezra.

Het boek Nehemia wordt vaak behandeld als een handleiding voor godvrezend leiderschap. Ik vraag me af of dit recht doet aan het boek. Was het Nehemia’s bedoeling om een handleiding over leiderschap te schrijven? Wordt het boek met dat doel in de canon opgenomen – alsof we dan, zeg maar, Handelingen opslaan om de geschiedenis van de vroege kerk te ontdekken en Nehemia lezen om de principes van leiderschap te ontdekken?

Hiermee wil ik niet zeggen dat we niets kunnen leren over leiderschap van Nehemia – net zoals ook van Mozes, David, Petrus of Paulus. Maar lees je dit boek met focus op het thema leiderschap, dan kan het niet anders of je trekt zaken scheef; het is niet wat de auteur bedoeld heeft, en het is niet in lijn met de canonieke prioriteiten.

Nehemia is een boek over Gods trouw en over de vertegenwoordigers die God gebruikte om zijn verbondsvolk opnieuw in het Beloofde Land te vestigen bij het einde van de ballingschap – over de eerste stappen die gezet werden om hun veiligheid en identiteit te verzekeren als Gods volk en hun verbondstrouw te versterken. Canoniek legt dit deel van de verhaallijn van de Bijbel stukken van de post-ballingschapsgeschiedenis vast die ons tot bij de Heer Jezus zelf brengen.

Maar misschien kunnen weer ons voordeel mee doen als we focussen op twee elementen van Nehemia 1, waarmee we meteen de brug slaan naar Nehemia 2.

Vroege verslagen over de droevige staat waarin de teruggekeerde resterende gemeenschap in Juda verkeert (1:3), wekken bij Nehemia diep verdriet op en hartstochtelijke voorbede (1:4). De essentie van zijn gebed neemt het grootste deel van het eerste hoofdstuk in beslag (1:5-11).

Nehemia richt zich tot de ‘grote en geduchte God’ in bewoordingen uit het verbond. God had beloofd zijn volk in ballingschap te sturen indien ze aanhoudend ongehoorzaam waren; maar Hij had ook beloofd dat, als ze zich zouden bekeren en tot Hem zouden terugkeren, Hij hen terug bijeen zou brengen op de plaats die Hij had gekozen als een woonplaats voor zijn naam (1:8-9; zie Deut. 30:4-5).

Toch bidt Nehemia niet voor anderen terwijl hij ondertussen gelijk welke rol voor zichzelf vermijdt. Hij bidt dat hij welgevallen mag vinden in de ogen van de koning, die hij als schenker dient (1:11), wanneer hij die benadert omtrent deze grote last. Zelfs Nehemia’s ‘schietgebed’ in het volgende hoofdstuk (2:4) is de manifestatie van aanhoudende voorbede in het verborgen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 11 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 23 januari 2013

We dwalen af naar compromis en noemen het tolerantie (Neh. 13)


Genesis 24; Matteüs 23; Nehemia 13; Handelingen 23

Een van de meest treffende bewijzen voor de zondigheid van de menselijke natuur ligt in de universele neiging om neerwaarts af te drijven. Met andere woorden, er is bedachtzaamheid, vastbeslotenheid, energie en inspanning voor nodig om hervorming tot stand te brengen. Door Gods genade kunnen mensen soms dergelijke deugden vertonen.

Maar waar die deugden afwezig zijn, gaat de stroming onveranderlijk naar compromis, gemak, gebrek aan discipline, voortschrijdende ongehoorzaamheid en voortgaand verval over de generaties heen, soms aan een slakkengang, soms in galop.

Mensen drijven niet af in de richting van heiligheid. Neem de door genade bewerkte inspanning weg en mensen voelen zich niet aangetrokken tot godsvrucht, gebed, gehoorzaamheid aan de Schrift, geloof en blijdschap in de Heer.

We dwalen af naar compromis en noemen het tolerantie; we drijven af naar ongehoorzaamheid en noemen het vrijheid; we drijven af naar bijgeloof en noemen het geloof.

We verheugen ons in de ongedisciplineerdheid van de verloren zelfdiscipline en noemen het relaxen; we slungelen naar gebedsloosheid en misleiden onszelf met de gedachte dat we ontsnapt zijn aan wetticisme; we glijden af naar goddeloosheid en maken onszelf wijs dat we bevrijd zijn.

Dit is het soort situatie waar Nehemia mee te maken krijgt naar het einde toe van zijn leiderschap in Jeruzalem (Neh. 13). Hij is voor een tijd weggeweest, gedwongen door zijn verplichtingen tegenover Koning Artaxerxes om naar de hoofdstad terug te keren.

Wanneer hij voor een tweede termijn als landvoogd terugkeert naar Jeruzalem, ontdekt hij dat commerciële belangen de overhand kregen op de discipline rond de sabbat, dat compromissen met de omringende heidenen de overhand kregen over verbondstrouw, dat hebzucht een gedeelte van de bijdragen voor de geestelijkheid heeft ingehouden, en daarom zijn hun aantallen en rol gereduceerd, en dat een bepaalde combinatie van ongedisicplineerdheid en louter dwaasheid mensen als Tobia en Sanballat tot de tempel en de hoogste raden heeft toegelaten. Dit terwijl zij geen enkele interesse hebben in trouw tegenover God en zijn woord.

Door een buitengewone combinatie van vermaning, bevel en daadkracht, herstelt Nehemia de verbondstucht. Ongetwijfeld hebben veel van de godvrezende mensen een zucht van opluchting geslaakt en God voor hem gedankt; met niet minder zekerheid zullen anderen gegromd hebben dat hij een bemoeial is, een spelbreker, een kortzichtige wetticist.
Onze tolerante en relativerende cultuur past makkelijker in de tweede dan in de eerste groep – maar dit zegt meer over onze cultuur dan over Nehemia.

Ware hervorming en herleving zijn nooit in de kerk voorgekomen zonder leiders voor wie toewijding aan God van buitengewoon groot belang is. Indien de kerk in het Westen de waarden van de omringende cultuur in zich opneemt, en als de westerse kerk achterdochtig wordt tegenover dergelijke leiders, of als ze reageert met impulsief cultureel conservatisme dat al even ver af staat van Bijbelse integriteit als het compromis waarvan ze de tegenstelling vormt, dan zijn we verloren. Moge God ons genadig zijn en ons profetische leiders sturen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 20 januari 2013

'Zij verplichtten zich onder zelfvervloeking en onder ede, om te wandelen naar de wet van God' (Neh. 10)


Genesis 21; Matteüs 20; Nehemia 10; Handelingen 20
Nehemia 9 en Nehemia 10 moeten samen gelezen worden. In Nehemia 9 hoor je hoe de Israëlieten belijdenis doen van ‘hun zonden en van de ongerechtigheden hunner vaderen’ (9:2). Toch is dit geen tafereel van individueel berouw en individuele belijdenis.

Er is een grootschalige gemeenschappelijke dimensie, georganiseerd maar toch sterk bekrachtigd door de Geest van God, die prachtig is om te overdenken.
Gedurende een vierde van de dag hoort het volk de Schrift vertaald en uitgelegd worden; gedurende een ander vierde van de dag wijden ze zich aan belijdenis en aanbidding. Ze worden daarin geleid door de Levieten.

Het gemeenschappelijk gebed waarin ze geleid worden is in grote mate een terugblik op Israëls geschiedenis. Het markeert de herhaalde cyclussen van afdwaling waarin het volk verviel, en de herhaalde malen dat God hen bezocht om hen te herstellen.

Het hart van de belijdenis wordt gevonden in 9:33: ‘Maar Gij hebt het recht aan uw zijde in alles wat ons overkomen is, want Gij hebt trouw betoond, doch wij hebben goddeloos gehandeld’.

‘Op grond van dit alles’ (9:38) gaat het volk dan een verbond aan met God (Neh. 10). Dit is meer bepaald een hernieuwing van het oude Mozaïsche verbond. Aangezien het gebed geleid wordt door de priesters, mag het ons niet verrassen dat veel elementen hier focussen op de tempel.

Niettemin komen er ook bredere kwesties aan bod met betrekking tot het huwelijk (om het volk te bewaren voor heidense invloeden), tot het onderhouden van de Sabbat, en een veralgemeende toewijding ‘om te wandelen naar de wet van God, die door de dienst van Mozes, de knecht Gods, gegeven was, en om naarstig te onderhouden al de geboden, verordeningen en inzettingen van de HERE, onze Here’ (10:29).

Hadden de feesten en rituelen van het oude Israël gefunctioneerd op de manier waartoe ze bestemd waren, dan zou deze verbondsvernieuwing natuurlijk niet nodig geweest zijn.

Zo was het Pascha bijvoorbeeld bedoeld om te herinneren aan de Exodus en om het volk opnieuw bewust te maken van de genade en de trouw van de Heer in hun redding, terwijl het een nieuwe gelegenheid bood voor een hernieuwde belofte van trouw.

Christenen zijn niet minder geroepen dan de oude Israëlieten om het verbond te hernieuwen. Dit is een van de grote doelstellingen van het avondmaal des Heren. Het is een tijd voor zelfonderzoek, zondebelijdenis, gedenken wat de Heer Jezus onderging om onze verlossing te verzekeren, en, samen met het volk van God in de plaatselijke gemeente, een tijd om zijn dood te gedenken en te verkondigen totdat Hij komt.

Daarbij hernieuwen we onze belofte van trouw. Als we toelaten dat het Avondmaal des Heren afzinkt naar een niveau van betekenisloos ritueel, terwijl we onze harten verharden tegen de levende God, dan verkeren we in ernstig gevaar. Het zal ons goed doen om, plechtig samengekomen, onze zonden te overschouwen en te belijden, om opnieuw gegrepen te worden door de trouw van de Heer en om vernieuwde trouw te beloven aan het nieuwe verbond.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 18 januari 2013

De Bijbel (voor)lezen en verklaren (Neh. 8 en Hd. 18)



Genesis 19; Matteüs 18; Nehemia 8; Handelingen 18
Je doet er je winst mee als je de laatste twee van bovenstaande tekstverwijzingen, Nehemia 8 en Handelingen 18, naast elkaar zet.

Een groot deel van Handelingen 18 is gewijd aan de prediking en leer van het Woord van God en aan de kwestie hoe je Gods openbaring goed moet verstaan. Wanneer Silas en Timotheüs vanuit Macedonië in Korinthe aankomen (18:5), en ze waarschijnlijk wat geld meebrengen als steun, krijgt Paulus de vrijheid om zich ‘geheel aan de prediking’ te wijden, ‘waarin hij de Joden betuigde, dat Jezus de Christus is’ (18:5).

Uiteindelijk brengt de driftige tegenstand hem ertoe meer tijd met de heidenen door te brengen. Niet langer in de mogelijkheid de synagoge te gebruiken, maakt hij gebruik van het huis van Titius Justus net ernaast. Al gauw komt de overste van de synagoge zelf tot bekering (18:8).

Sommige Joden starten een wettelijke procedure tegen Paulus, maar de plaatselijke magistraat ziet in dat het geschil in de kern draait om tegengestelde interpretaties van de Schrift (18:12-16).

Het einde van het hoofdstuk introduceert Apollos, onderwezen in de Schrift en een krachtig spreker, maar nog altijd een beetje slecht op de hoogte betreffende Jezus. ‘Hij wist alleen van de doop van Johannes’ (18:25, HSV).

Mogelijk kende hij genoeg van de leer van Johannes de Doper om de komst van Jezus aan te kondigen en misschien kende hij zelfs details van Jezus’ leven, dood en opstanding, maar zoals de ‘gelovigen’ aan het begin van het volgende hoofdstuk, is het mogelijk dat hij niets wist van Pinksteren en van de gave van de Geest.

Uiteindelijk bezochten veel Joden van overal uit het rijk Jeruzalem wel na de opstanding, maar nog voor Pinksteren, want na de feesten keerden ze naar huis terug. Indien Apollos en anderen Jeruzalem verlaten hebben na de opstanding en nog voor Pinksteren had plaatsgevonden, was het niet onmogelijk dat het jaren kon duren vooraleer ze beter geïnformeerd raakten. En informatie is precies wat Priscilla en Aquila Apollos gaven, terwijl ze ‘hem de weg Gods nauwkeuriger uitlegden’ (Hd. 18:26).

In Nehemia 8 begint Ezra een zevendaagse Bijbelconferentie. Hij leest de verzamelde menigte zorgvuldig voor uit ‘de Wet’. De Levieten sluiten zich hierbij aan; ze ‘gaven het volk onderricht in de wet (…).Zij lazen namelijk uit het boek, uit de wet Gods, duidelijk voor en gaven uitlegging, zodat men het voorgelezene begreep’ (8:8-9).

Het ‘duidelijk voorlezen’ kan ook vertaald worden als ‘ze vertaalden het’; per slot van rekening was de Wet geschreven in het Hebreeuws, en tegen die tijd spraken de meeste mensen Aramees. De Bijbel was voor hen een gesloten boek geworden.

Of het nu door vertaling of uitlegging of door een combinatie van beide was, het volk verstond het opnieuw. Er komt vreugde ‘want zij hadden begrepen wat men hun had bekendgemaakt’ (8:13).

Of het nu onder het oude verbond of het nieuwe is, er is niets belangrijker voor de groei en rijping van Gods volk dan een hart dat hongerig is om te lezen en te begrijpen wat God zegt, en mensen die het duidelijk kunnen uitleggen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 17 januari 2013

'Hij was meer dan wie ook een betrouwbaar en godvrezend man'



Genesis 18; Matteüs 17; Nehemia 7; Handelingen 17
Wanneer een groot bouwproject af is, of wanneer er een belangrijk doel bereikt wordt, ontstaat vaak de neiging om het kalmer aan te doen. Nogal wat gemeenten hebben aanzienlijke energie geïnvesteerd in het neerzetten van een nieuw gebouw, om dan voor maanden of zelfs jaren daarna in apathie te verzinken.

Nehemia beseft dat het bouwen van de muur niet het hoogtepunt is van de terugkeer, waarna dan ontspanning op het programma zou staan. De rest van het boek maakt dit punt genoegzaam duidelijk. De herbouw van de muur is nauwelijks meer dan de voorbereiding voor een aantal nog verreikender politieke en religieuze hervormingen. In de bediening is het vitaal om altijd goed onderscheid te zien tussen middelen en doelstellingen.

Eenmaal de muur afgewerkt, blijft Nehemia voor een tijd aan als landvoogd voor de volledige regio Juda, maar wijst hij twee mannen aan als verantwoordelijken over Jeruzalem – zijn broer Chanani (blijkbaar een man die hij kon vertrouwen) en een militair, Chananja, gekozen omdat hij ‘een betrouwbaar man en godvrezend boven velen’ was (Neh. 7:2 – vergelijk met de overdenking voor 6 januari).

Er zit iets verfrissends en fundamenteels aan deze leiders. Ze zijn geen vleiers of huurlingen; ze proberen niet om ‘zichzelf te ontdekken’ of hun mannelijkheid te bewijzen; ze beklimmen niet de ladder op zoek naar succes. Ze zijn integere mannen die God meer vrezen dan de meeste anderen.

Nehemia geeft dan instructies met betrekking tot het openen en sluiten van de poorten – instructies die bedoeld zijn om aanvallen te vermijden tussen de gevaarlijke uren van de avondschemering tot het ochtendgloren (7:3). Op die manier worden bestuur en verdediging van Jeruzalem geregeld.

De loutere verlatenheid van de stad is wat Nehemia nu het hoofd moet bieden (7:4). De muren zijn min of meer langs hun oorspronkelijke lijnen herbouwd. Jeruzalem is een aanzienlijke stad, maar toch leeft de grote meerderheid van de teruggekeerde Joden op het platteland.

Wat dan in de volgende hoofdstukken gebeurt is iets dat we alleen maar een ‘opwekking’ kunnen noemen, gevolgd door de beslistheid van het volk om een tiende onder hen naar Jeruzalem te sturen om de prille kern te worden van een nieuwe generatie bewoners van Jeruzalem.

Als eerste stap diept Nehemia de nu oude registers op met de namen van de bannelingen die het eerst uit ballingschap waren teruggekeerd, om schriftelijk bewijs te zoeken dat zij deel uitmaakten van het verbondsvolk, en in het bijzonder om te achterhalen wie er legitiem als priester mocht dienen.

De stappen die Nehemia zet lijken deel van een zorgvuldig opgesteld plan, een plan dat, zoals Nehemia zelf benadrukt, ‘mijn God mij in het hart’ gaf (7:5).


Eigen vertaling van de overdenking bij 17 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 16 januari 2013

Verwacht moeilijkheden, het is de prijs van goddelijk leiderschap (Neh. 6)


Genesis 17; Matteüs 16; Nehemia 6; Handelingen 16
Het typeert grote geloofsondernemingen dat ze vaak te kampen krijgen met extreem moeilijke relaties.

William Carey, de vader van de moderne Protestantse zending, mag dan voor ons een held zijn, in zijn eigen tijd werd hij beschouwd als excentriek en kreeg hij meer dan zijn deel van persoonlijk en familiaal lijden. De grote rechtshervormers streden niet louter voor ideeën; ze waren verwikkeld in een grote strijd waarin ze niet alleen ‘vijanden’ troffen, maar ook talloze mensen die op sommige terreinen ‘vrienden’ waren maar op andere dan weer tegenstanders bleken.

Het is onvermijdelijk dat je in elke grote strijd een heel spectrum aan visies en een aanzienlijke diversiteit vindt in de mate van trouw. Je kunt geen gedetailleerde en eerlijke biografie lezen over gelijk welke christelijke leider, zonder dit soort terugkerende moeilijke, pijnlijke en soms misleidende debatten tegen te komen waarin ze zich wel moesten begeven.

Bekijk bijvoorbeeld Arnold Dallimore’s biografie over ‘George Whitefield’ of Iain Murray zijn biografie over D. Martyn Lloyd-Jones. Ik kan geen uitzondering bedenken. Waar voldoende informatie geboden wordt, moet hetzelfde gezegd worden over geloofsleiders van wie de Schrift een portret schetst.

Ondanks de lange opsomming van fysiek lijden vanwege ongelovigen en door zijn roeping als gemeentestichtend apostel (2 Kor. 11), komen Paulus’ meest pijnlijke momenten toch van dichter bij huis – van christenen die zich sub-christelijk gedragen, van valse broeders en van valse apostelen die zijn werk ondermijnen met insinuaties en halve waarheden.

Dit is het soort dingen waar Nehemia nu mee te maken krijgt (Neh. 6). Omdat ze via spot, bedreiging en directe tegenstand niet in hun opzet slagen, beginnen Sanballat en Tobia en hun collega’s nu met list en persoonlijke druk. In dit hoofdstuk vind je leugens, valse profeten en beschuldigingen van opstand.

Ja, zelfs enkele van de Joden, Nehemia’s eigen volksgenoten, zijn loyaliteit verschuldigd aan Tobia door politieke en huwelijksverbintenissen. Ze gebruiken hun compromisposities in pogingen om de landvoogd te beïnvloeden om zijn beleid - dat goed is voor het volk en God eert - te veranderen.

Midden al die machinaties blijft Nehemia een rechte koers varen, vraagt hij God om hulp en betoont hij zich een vooruitziend leider met onderscheidingsvermogen.
Vergelijkbare problemen overvallen vandaag oprechte christen leiders, en eenzelfde rustige vastbeslotenheid en onverschrokken onderscheidingsvermogen zijn vereist om ze tegemoet te treden. Dit geldt zeker in de bediening als voorganger.

De moeilijkste aanvechtingen komen niet voort uit rechtstreekse oppositie of door problemen met een gebouw of iets dergelijks, maar door misleiders, door leugenaars, door mensen die eigenlijk een andere agenda hebben maar wiens gladde praatjes op het eerste gezicht zodanig ‘geestelijk’ zijn dat velen misleid worden.

Verwacht dergelijke moeilijkheden; je krijgt er zeker mee te maken. Het is de prijs van godvrezend leiderschap in een gevallen wereld.


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 15 januari 2013

'Gij neemt woeker, ieder van zijn volksgenoot' (Neh. 5)


Genesis 16; Matteüs 15; Nehemia 5; Handelingen 15
Toen ik universiteitsstudent was in Canada hoorde ik van onze docent geschiedenis een verhaal. Hij vertelde het met grote boosheid. Hij was net teruggekeerd van de slagvelden van Wereldoorloog II, waar hij had gezien hoe veel van zijn vrienden gedood waren. Met verlof thuis omwille van een oorlogswonde, reed hij in een bus in een belangrijke Canadese stad. Gezeten achter twee dames die er welvarend uitzagen, hoorde hij hoe een van hen tegen de andere zei ‘Ik hoop dat deze oorlog niet snel eindigt. We hadden het nog nooit zo goed.’

Er zijn bijna altijd mensen die voordeel halen uit de rampspoed van anderen, zeker in geval van oorlog. Zo was het ook in de tijd van Nehemia (Neh. 5). Zelfs terwijl er een gehoorzame inspanning werd geleverd om de stad te herbouwen, maakte de fiscale druk van die tijd, samen met de omstandigheden van hongersnood, dat de rijken op het omliggende platteland rijker werden, terwijl de armen er armer werden.

In een poging de eindjes aan elkaar te knopen verpandden de armen hun land, waarna ze het verloren; ze verkochten zichzelf of hun gezin als slaven. Vanuit Nehemia’s standpunt was slavernij slavernij; een slaaf zijn voor een mede-Jood was nog altijd een slaaf zijn. In zekere zin was het erger: Nehemia was niet alleen bekommerd om de slavernij zelf, maar ook om de morele hardheid van de rijken die profiteerden van het failliet van anderen – het gebrek aan barmhartigheid, het falen in gehoorzaamheid aan de Mozaïsche wet die woekerwinst verbood, de loutere begeerte en hebzucht.

Ze hadden duidelijk niet nóg meer nodig. Ook was dit geen kwestie van luiheid voorkomen. Welke mogelijke rechtvaardiging konden ze aanbieden voor dergelijke zakkenvullerij?

Gelukkig bleken de gewetens van deze rijke mensen gevoelig genoeg om niet opstandig te reageren toen ze vermaand werden. ‘Ze zwegen, ze wisten niet wat ze moesten zeggen’ (5:8, NBV). Uiteindelijk toonden ze zelfs berouw, gaven ze terug wat ze afnamen en hielden ze op met rente te vragen van hun broeders.

Een van de factoren die bijdroegen tot Nehemia’s geloofwaardigheid in zijn inspanningen om deze hervormingen te bewerken, was zijn eigen gedrag. Ongetwijfeld maakte het merendeel van de landvoogden in die tijd gebruik van hun machtspositie om aanzienlijke rijkdom voor zichzelf te verwerven.

Nehemia weigerde zo te handelen. Hij ontving, vermoedelijk uit de centrale schatkist, een mooi loon en voldoende ondersteuning voor hemzelf en zijn staf, en daarom wees hij de mogelijkheid af zijn macht te gebruiken om bijkomende materiële steun te vragen van de lokale bevolking. Ja, het eindigt er zelfs mee dat hij velen van hen ondersteunt (5:14-18).

Gehoorzaamheid aan God, mededogen voor je naasten, beginselvastheid in het leiderschap, verbondstrouw die zich uitstrekt tot je portemonnee, berouw en herstel waar er ofwel corruptie ofwel hebzucht was – het waren allemaal waarden die belangrijker waren dan het bouwen van de muur. Was de muur herbouwd zonder dat ook het volk heropgebouwd werd, de overwinning ware klein.


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 14 januari 2013

'Wij baden tot onze God, en vanwege hun houding zetten wij dag en nacht een wacht' (Neh. 4)


Genesis 15; Matteüs 14; Nehemia 4; Handelingen 14
Het drama van Nehemia 4 loopt over van lessen en illustraties van diverse waarheden. Maar we mogen niet vergeten dat hetgeen voor ons een dramatisch verhaal is, voor degenen die het meemaakten een tijd was van zuur en hard werk, hoge spanning, werkelijke angst, onzekerheid, groeiend geloof, viezigheid en vuiligheid. Niettemin overstijgen een aantal lessen de tijd:

(1) Bij de dingen die het moeilijkst te verdragen zijn hoort spottende minachting. Dit is waar Nehemia en de Joden mee te maken krijgen vanwege Sanballat, Tobia en de overigen (4:1-3). Het Judeo-christelijke erfgoed van westerse landen was tot de recente decennia zodanig sterk dat veel christenen gespaard bleven van dergelijke verachting. Nu niet meer. We kunnen maar beter wennen aan dat waar onze broers en zusters in Christus in andere landen en eeuwen beter mee omgaan dan wij.

(2) Hoewel God soms via spectaculaire en bovennatuurlijke manieren werkt, gebruikt Hij gewoonlijk gewone mensen die zelf verantwoordelijkheid opnemen en ernaar streven zich trouw te gedragen, zelfs onder moeilijke omstandigheden. Zo staat er van de Joden geschreven ‘wij baden tot onze God, en vanwege hun houding zetten wij dag en nacht een wacht’ (4:9). Ze bewapenden zichzelf en deelden zich op in vechters en bouwers, maar werden ook aangespoord ‘denkt aan de grote en geduchte Here en strijdt voor (…) uw huizen’ (4:14). Joden die dichtbij de vijand leefden hoorden van de plannen om het bouwproject te dwarsbomen en rapporteerden het aan Nehemia, die gepaste actie ondernam – maar God krijgt de lof voor het verijdelen van het complot (4:15).

(3) Deze aanpak brengt een aantal praktische gevolgen met zich:

(a) Het veronderstelt een Godgerichte visie die naturalisme vermijdt. Als God God is, als Hij genadig zichzelf bekend gemaakt heeft in de grote momenten van de heilsgeschiedenis en via gezichten en woorden die trouw overgebracht werden door de profeten die hij riep, waarom zouden wij dan ook niet God gaan zien als werkzaam via de zogenaamde ‘natuurlijke’ loop van gebeurtenissen? Anders zijn we vervallen in een bepaalde kortzichtige visie waarin God alleen werkt in het spectaculaire en wonderbaarlijke, maar anders afwezig is of in slaap of onverschillig. De God die wordt beschreven in de Bijbel is nooit zo klein of afstandelijk.

(b) Dit is waarom God kan vertrouwd worden. Nehemia neemt zijn toevlucht niet tot louter psychologische opschepperij of tot schaamteloze religieuze retoriek. Zijn geloof is vast gegrond in de God die altijd aan het werk is en zijn heilshistorische plannen uitwerkt via het einde van de ballingschap en de herbouw van Jeruzalem – net zoals vandaag ons geloof vast gegrond is in de God die altijd aan het werk is en zijn heilshistorische plannen uitwerkt via de roeping en de transformatie van de uitverkorenen en de opbouw en heiliging van zijn kerk.


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 12 januari 2013

Laat God God zijn en zijn dienstknechten 'gewoon' trouw (Neh. 2 en Hd. 12)


Genesis 13; Matteüs 12; Nehemia 2; Handelingen 12
Het is de moeite waard om de twee laatste van bovenstaande tekstverwijzingen met elkaar te vergelijken (Neh. 2; Handelingen 12:1-19). Achter beide situaties schuilt natuurlijk dezelfde God. In beide situaties krijgt een eenzame dienstknecht van God de uitdaging voor de voeten om Gods volk op te bouwen en te bemoedigen, terwijl hij te maken krijgt met de bijtende tegenstand van een aantal nogal vijandige opdrachtgevers.

Beide mannen zijn in gevaar, deels om politieke redenen, hoewel het gevaar voor Petrus directer is. Beiden zijn onbuigzaam in hun trouw aan de levende God en aan de opdracht waartoe elk van hen is geroepen. Daarna lopen de verhalen verder uiteen.

Eenmaal de koning naar hem geluisterd heeft, bevindt Nehemia zich aan de rijksgrenzen. Hij heeft een bepaald papieren gezag, maar de plaatselijke bevolking is erop gebrand het hem moeilijk te maken. Hij vordert stap voor stap, met wijsheid, hij wint de steun van de lokale Joodse leiders, verzekert de voorraden die nodig zijn voor de herbouw van de muren, en wijst zijn opponenten met al hun foefjes af.

Voor Nehemia zijn er geen wonderen, geen machtige vertoningen van kracht, geen engelen in de nacht. Alleen een grote dosis risicovol en moedig werk.

De situatie van Petrus daarentegen is veel meer beperkend. Hij is gearresteerd en wacht in de gevangenis op zijn terechtstelling. Aangezien Jakobus al om het leven is gebracht, heeft Petrus geen redenen om aan te nemen dat hij wel aan het zwaard van de beul zal ontsnappen. In een vreemde verschijning die hij verkeerdelijk aanziet voor een droom, wordt Petrus gered door een engel; de ketenen vallen af en de deuren gaan vanzelf open.

Eenmaal hij buiten de gevangenismuren staat, komt Petrus bij zinnen en biedt hij zich aan bij het huis van de moeder van Johannes Markus, waar mensen zijn samengekomen om voor hem te bidden. Uiteindelijk raakt hij binnen en na een tijd vertrekt hij ‘naar een andere plaats’ (12:17).

In Petrus’ geval is het een overwinning dat hij aan de dood ontsnapt, en het geloof van de kerk is versterkt door wat er is gebeurd. En het gebeurde allemaal dankzij de wonderlijke tentoonspreiding van de hulp van een engel.

De les van deze radicaal verschillende ervaringen is er een die we steeds opnieuw moeten leren: Gods dienstknechten hebben niet dezelfde gaven, dezelfde taken, hetzelfde succes of dezelfde graad van goddelijke tussenkomst. Het is deels een kwestie van gaven en roeping; het is deels een kwestie van waar we passen binnen de zich ontvouwende heilsplannen van God. Heeft Hij ons bijvoorbeeld geplaatst in een tijd van neergang of van opwekking? Van vervolging of van belangrijke vooruitgang?

Laat God God zijn; laten al zijn dienstknechten trouw zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 12 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 11 januari 2013

'Ach HEER, God van de hemel, machtige en ontzagwekkende God…' (Neh. 1)


Genesis 12; Matteüs 11; Nehemia 1; Handelingen 11
In de complexe geschiedenis van de Judese gemeenschap van na de ballingschap speelt Nehemia een opmerkelijke rol. Hij maakte geen deel uit van de oorspronkelijke groep die naar Juda terugkeerde, maar wordt er nadien door de koning zelf naartoe gestuurd.

In twee afzonderlijke expedities fungeert Nehemia in de praktijk als gouverneur van de resterende gemeenschap en was hij grotendeels verantwoordelijk voor de herbouw van Jeruzalems muren, zonder zijn andere hervormingen te vergeten. Zijn werk overlapte met dat van Ezra.

Het boek Nehemia wordt vaak behandeld als een handleiding voor godvrezend leiderschap. Ik vraag me af of dit recht doet aan het boek. Was het Nehemia’s bedoeling om een handleiding over leiderschap te schrijven? Wordt het boek met dat doel in de canon opgenomen – alsof we dan, zeg maar, Handelingen opslaan om de geschiedenis van de vroege kerk te ontdekken en Nehemia lezen om de principes van leiderschap te ontdekken?

Hiermee wil ik niet zeggen dat we niets kunnen leren over leiderschap van Nehemia – net zoals ook van Mozes, David, Petrus of Paulus. Maar lees je dit boek met focus op het thema leiderschap, dan kan het niet anders of je trekt zaken scheef; het is niet wat de auteur bedoeld heeft, en het is niet in lijn met de canonieke prioriteiten.

Nehemia is een boek over Gods trouw en over de vertegenwoordigers die God gebruikte om zijn verbondsvolk opnieuw in het Beloofde Land te vestigen bij het einde van de ballingschap – over de eerste stappen die gezet werden om hun veiligheid en identiteit te verzekeren als Gods volk en hun verbondstrouw te versterken. Canoniek legt dit deel van de verhaallijn van de Bijbel stukken van de post-ballingschapsgeschiedenis vast die ons tot bij de Heer Jezus zelf brengen.

Maar misschien kunnen we er ons voordeel mee doen als we focussen op twee elementen van Nehemia 1, waarmee we meteen de brug slaan naar Nehemia 2.

Vroege verslagen over de droevige staat waarin de teruggekeerde resterende gemeenschap in Juda verkeert (1:3), wekken bij Nehemia diep verdriet op en hartstochtelijke voorbede (1:4). De essentie van zijn gebed neemt het grootste deel van het eerste hoofdstuk in beslag (1:5-11).

Nehemia richt zich tot de ‘grote en geduchte God’ in bewoordingen uit het verbond. God had beloofd zijn volk in ballingschap te sturen indien ze aanhoudend ongehoorzaam waren; maar Hij had ook beloofd dat, als ze zich zouden bekeren en tot Hem zouden terugkeren, Hij hen terug bijeen zou brengen op de plaats die Hij had gekozen als een woonplaats voor zijn naam (1:8-9; zie Deut. 30:4-5).

Toch bidt Nehemia niet voor anderen terwijl hij ondertussen gelijk welke rol voor zichzelf vermijdt. Hij bidt dat hij welgevallen mag vinden in de ogen van de koning, die hij als schenker dient (1:11), wanneer hij die benadert omtrent deze grote last. Zelfs Nehemia’s ‘schietgebed’ in het volgende hoofdstuk (2:4) is de manifestatie van aanhoudende voorbede in het verborgen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 11 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 8 april 2009

Workaholic



"Soms werken we te veel. Niet omdat het werk op zich zo belangrijk is, maar omdat we eerder door vrees voortgedreven worden, dan door geloof. Workaholics zijn gedrevenen. Werk is voor hen geen uitdrukking van geloof, maar een zoektocht naar vrede.

(...)

Workaholics proberen hun geweten schoon te houden door te werken. Bijgevolg werken ze te veel en worden slaaf van hun eigen neurose. Workaholics kunnen niet gewoon tot rust komen. Ze beginnen geobsedeerd te kijken als ze zich ontspannen.

(...)

De schrift moedigt dit soort gedrevenheid niet aan.
'Het is voor u tevergeefs, dat gij vroeg opstaat, laat opblijft, brood der smarten eet - Hij geeft het immers zijn beminden in de slaap.' (Psalm 127:2)


Nehemia was er diep van overtuigd dat werken nutteloos is, als het niet met en voor God gebeurt. Nehemia werkte hard als hard werken nodig was, daar hij wist dat Gods goede hand over hem was (2:8,18), niet omdat hij leed aan een neurotische behoefte om te presteren."

J.I. Packer citeert de arts en psychiater John White (hij schreef 'The Bogeyman of Overwork' - de kwelduivel overwerk), in Opbouwend Leiderschap - wijsheid uit het boek Nehemia, uitg. Barnabas, pag. 57-58.

woensdag 4 maart 2009

Mensen die dicht bij God leven

Mensen die dicht bij God leven zijn zich meer bewust van God dan van zichzelf en als je ze godvrezend noemt zijn ze geneigd te glimlachen, hun hoofd te schudden en te zeggen dat ze wilden dat het waar was.
Wat ze over zichzelf weten heeft meer te maken met hun zwakheden en zonden dan met werkelijk bestaande of denkbeeldige geestelijke verworvenheden.
Bovendien hebben ze er een afkeer van over zichzelf te spreken, behalve als werktuigen in Gods hand, dienstknechten, wier levensverhaal alleen aandacht verdient omdat het deel is van het veel grotere verhaal over hoe God zichzelf in deze wereld, die Hem verloochent, verheerlijkt.


(J.I. Packer over Nehemia maar met duidelijk breder perspectief, in Opbouwend Leiderschap, pag. 32)