Posts tonen met het label gehoorzaamheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gehoorzaamheid. Alle posts tonen

donderdag 20 november 2014

God bracht ons een zware slag toe omdat wij Hem niet hadden geraadpleegd (1 Kron. 15)


1 Kronieken 15; Jakobus 2; Amos 9; Lukas 4

In 1 Kronieken 15 vinden we elementen uit Davids gedachtegang die we niet vinden in het parallelle gedeelte in 2 Samuel 6.

Nadat hij Jeruzalem had ingenomen besliste David uiteindelijk om de ark van het verbond naar de nieuwe hoofdstad te halen. Onderweg strekte Uzza zijn hand uit om de ark tegen te houden, toen de wagen waarop die werd vervoerd zich een weg schokte over de hobbelige wegen – en meteen werd hij gedood. David was zowel boos op God als bevreesd voor Hem (1 Kron. 13:11-12), en hij liet zijn plan varen.

De ark werd ondergebracht in het huis van Obed-Edom de Gethiet. Gedurende het drie maanden durende tijdelijke verblijf van de ark daar, werd het gezin van Obed-Edom zodanig overvloedig gezegend dat het iedereen opviel. Dus ondernam David na verloop van tijd een nieuwe poging om de ark naar Jeruzalem over te brengen.

Zoveel kon je opmaken uit zowel 2 Samuel als 1 Kronieken. Wat 1 Kronieken 15:1-24 toevoegt is iets van Davids redenering en schikkingen. Ik zal me toeleggen op één punt.

Blijkbaar ontnuchterd na het schokkende verlies van Uzza, keert David terug naar de Schriften. Het is waar, Uzza had de ark nooit mogen aanraken. Maar overtraden David en zijn volk enig ander wetsvoorschrift in de manier waarop ze haar behandelden? Davids lectuur van de Bijbel herinnert er hem aan dat het alleen Levieten is toegestaan de ark te vervoeren, en hoe ze dit moeten doen.

Dus draagt hij de Levieten op zich klaar te maken voor de taak, en legt hij zijn redenering uit: ‘Want daar gij [de Levieten, JL] het de vorige keer niet gedaan hebt, heeft de HERE, onze God, ons een zware slag toegebracht, omdat wij Hem niet hadden geraadpleegd, zoals het behoorde’ (15:13).

David besluit met andere woorden dat Gods toorn in de zaak van Uzza’s onbedachtzaamheid de manifestatie was van Gods diepere ongenoegen.

Het vervoeren van de ark mocht niet worden beschouwd als een kleinigheid. God verwachtte gehoorzaamheid, en het symbool van zijn tegenwoordigheid moest worden behandeld volgens de voorschriften van het verbond.

Dus is dit wat de Levieten doen: ‘De Levieten nu droegen de ark Gods, met draagbomen op hun schouders, gelijk Mozes naar het woord des HEREN geboden had’ (15:15).

Hier vinden we een belangrijke les. Aan de ene kant neemt God ongetwijfeld kinderlijke lofprijzing en enthousiaste ijver aan. Maar Hij verwacht van de gezagsdragers onder zijn volk dat ze weten wat zijn Woord zegt en dat ze dit gehoorzamen.

Er is geen bepaalde mate van enthousiasme of ijver die opweegt tegen een dergelijk gebrek. IJver die in de verkeerde richting gaat bereikt nooit haar doel. Ofwel moet die ijver worden bijgestuurd in de richting die in Gods Woord wordt aangegeven, of ze is nog altijd verkeerd en gaat de slechte kant uit.

Er bestaat geen vervangmiddel voor geloof dat gestalte krijgt in welingelichte gehoorzaamheid.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 23 augustus 2014

Gehoorzamen is beter dan slachtoffers (1 Sam. 15)


1 Samuel 15; Romeinen 13; Jeremia 52; Psalm 31
Saul heeft al een wisselende staat van dienst. Aan de ene kant redde hij moedig de stad Jabes van de Ammonieten en legde hij een bewonderenswaardige beheersing aan de dag in het vroege gebruik van zijn koninklijke macht (1 Sam. 11). Niettemin duurt het niet lang vooraleer hij de Here God begint te behandelen als een talisman en zijn woord als het equivalent van een magische of astrologische aanwijzing voor wat hij moet doen, eerder dan iets dat eerst en vooral moet geëerbiedigd en gehoorzaamd worden (1 Sam. 13).

Al in hoofdstuk 14 kan alleen de tussenkomst van zijn eigen mannen hem behoeden voor het doden van zijn zoon Jonathan omwille van een belofte die nooit mocht worden gemaakt en zeker al niet ingelost (vergelijk met de overdenking van 28 juli).

Hier in 1 Samuel 15 maken diverse karaktertrekken duidelijk dat Saul nooit het hoofd van een koningshuis, een dynastie zal worden. Hij zal vervangen worden door een andere koning.

(1) Ondanks expliciete bevelen van de Heer met betrekking tot de Amalekieten, sparen Saul en zijn leger de beste schapen en vee, en zelfs de Amalekietische koning Agag, misschien als een soort trofee. Erger nog, Saul liegt dan hierover tegen Samuel – alsof God zou kunnen bedrogen worden. De leugen verraadt het feit dat Saul tegen deze tijd in zijn denken al geen rekening meer houdt met God; hij denkt louter als een politicus, als een heiden of een secularist.

(2) Samuel begrijpt dat de kern van het probleem bij Sauls veranderde kijk op zichzelf ligt (15:17): er was een tijd dat hij klein was in eigen ogen, en zich nauwelijks kon voorstellen dat hij een koning zou zijn. Nu is hij al bereid om te liegen tegen Gods profeet en nooit, maar dan ook nooit, waarlijk berouw te tonen.

(3) Saul verandert zijn aanpak en beweert dat de reden dat hij de beste schapen en vee spaarde was dat hij de Heer een groot offer wilde brengen. Er is niet meer nodig dan een klein beetje religieus geklets om de ogen van sommige mensen te verblinden. Maar niet zo met Samuel. ‘Heeft de HERE evenzeer welgevallen aan brandoffers en slachtoffers als aan horen naar des HEREN stem?’, vraagt hij. ‘Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffers, luisteren beter dan het vette der rammen. Voorwaar, weerspannigheid is zonde der toverij en ongezeggelijkheid is afgoderij en dienen van terafim’ (15:22-23). Dergelijke reminders moeten worden gekoesterd in het hedendaagse evangelicalisme.

(4) Dus komt Saul met formeel berouw – maar maakt het excuus dat hij bang was voor het volk. Hij wil gewoon zijn eigen verantwoordelijkheid niet onder ogen zien – en Samuel ziet het duidelijk (15:24-26).

(5) Saul probeert het nog een keer met formeel berouw; maar nog maar eens verraadt hij zijn eigen hart wanneer hij toont dat hij het belangrijker vindt te worden geëerd voor de oudsten van Israël dan bij de God van Israël (15:30-31). We zijn verloren wanneer de mening van mensen over ons meer betekent dan Gods mening.


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 12 augustus 2014

God zal ieder vergelden naar zijn werken (Rom. 2)

1 Samuel 2; Romeinen 2; Jeremia 40; Psalmen 15-16

Waar Romeinen 1 het hele menselijke ras veroordeelt, focust Romeinen 2 specifiek op Joden. Ze hebben enorme voorrechten in het feit dat zij de ontvangers van de Wet waren – de openbaring van God die hen door Mozes bij de Sinaï werd gebracht.

Maar ook hier, zo argumenteert Paulus, zijn allen veroordeeld; bezit van de wet redt op zichzelf niet. Tegen 3:19-20 stelt de apostel expliciet dat zij ‘die onder de wet zijn’ het zwijgen wordt opgelegd, samen met hen die zonder wet zijn: allen zijn onder de zonde. Dit effent het pad voor de glorieuze oplossing van het evangelie (3:21-31).

Hier in Romeinen 2 is er echter een paragraaf die tot heel wat discussie heeft geleid (Rom. 2:12-16). In vers 12 maakt Paulus het algemene punt dat God mensen oordeelt op basis van wat zij weten, niet van wat zij niet weten. Vandaar: ‘Want allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan; en allen, die onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden’ (2:12).

Op een gelijkaardige manier verbond Jezus menselijke verantwoordelijkheid met menselijke voorrechten: hoe meer we weten, hoe meer we verantwoordelijk worden geacht (Mat. 11:20-24). Louter bezit van de wet is niets waard. Deze (Joden) zijn rechtvaardig, die de wet gehoorzamen.

Dan voegt Paulus eraan toe: ‘Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder wet, zichzelf tot wet; immers, zij tonen, dat het werk der wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten medegetuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen’ (2:14-15).

Veel schrijvers menen dat dit betekent dat sommige heidenen waarlijk gered kunnen zijn zonder ooit van Jezus te hebben gehoord, want uiteindelijk zegt Paulus dat sommige heidenen ‘van nature doen wat de wet gebiedt’, en stelt hij dat hun geweten hen zelfs kan ‘verontschuldigen’ (of NBV: ‘vrijpleiten’). Anderen pogen deze consequentie te vermijden door te argumenteren dat de positieve optie voor Paulus puur hypothetisch is.

Maar Paulus voert niet aan dat er een deelgroep is van heidenen die zo goed zijn dat hun gewetens altijd zuiver zijn, en die daarom gered zullen worden.

Eerder argumenteert hij dat heidenen overal enige kennis hebben van goed en verkeerd, zelfs al hebben ze de wet niet, en dat dit wordt aangetoond door het feit dat ze soms dingen doen in lijn met de wet, en gewetens hebben die hen soms veroordelen en hen soms verontschuldigen.

Zijn argument is niet dat sommigen goed genoeg zijn om gered te zijn, maar dat allen door hun intuïtieve begrip van goed en verkeerd, een bewustzijn van dergelijke morele maatstaven, ongetwijfeld gegrond in het Imago Dei, dat ook zij genoeg kennis hebben om verantwoordelijk te worden geacht. Want Paulus gaat het er om aan te tonen dat ‘zowel de Joden als de andere volken, in de macht van de zonde zijn’ (3:9, NBV).


Eigen vertaling van de overdenking bij 12 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 21 januari 2014

De HERE zal erin voorzien (Gen. 22)

Genesis 22; Matteüs 21; Nehemia 11; Handelingen 21

De dramatische kracht van de beproeving van Abraham bij het offeren van Isaak (Gen. 22) is welbekend. Dat het verslag zo beknopt is roept verwondering op.

Wanneer hij zijn dienstknecht vertelt dat ‘we’ (22:5 – d.w.z.: zowel Abraham als Isaak) zullen terugkeren na op de berg Moriah te hebben aangebeden, speculeerde Abraham er toen op dat God zijn zoon terug zou opwekken uit het graf? Hoopte hij dat God op een nog onbekende manier zou ingrijpen? Welke denkbare verklaring kon Abraham zijn zoon geven toen hij hem vastbond en hem op het gereedgemaakte altaar legde?

Een ogenblik eerder was Abrahams antwoord op Isaaks vraag over het lam een voltreffer: ‘God zal Zichzelf voorzien van een lam ten brandoffer, mijn zoon’ (22:8). Er is geen suggestie dat Abraham het kruis voorzag. Te oordelen aan de manier waarop hij bereid was om door te gaan met het offer (22:10-11), is het zelfs niet duidelijk dàt hij verwachtte dat God in een letterlijk dier zou voorzien. Iemand zou zelfs kunnen veronderstellen dat dit een vroom antwoord is voor de jongen, tot de vreselijke waarheid niet langer kon worden verzwegen.

Maar toch zat Abraham volgens de context van het verhaal dichter bij de waarheid dan hij kon vermoeden: God voorzag inderdaad in het lam, een plaatsvervanger voor Isaak (22:13-14). In feite zat Abraham, zoals zoveel andere personen uit de Bijbel (bijv. Kajafas in Joh. 11:49-53), véél dichter bij de waarheid dan hij kon vermoeden: God zou niet slechts in het dier voorzien dat in dit geval als plaatsvervanger kon dienen, maar ook in de ultieme plaatsvervanger, het Lam van God, die als enige onze zonde kon dragen en al Gods wonderlijke heils- en oordeelsplannen kon verwezenlijken (Opb. 4-5; 21:22).

‘De HERE zal erin voorzien’ (22:14): zoveel had Abraham duidelijk begrepen. Je kunt je slechts inbeelden hoezeer dezelfde les in de geest van de jonge Isaak was ingeprent, en bij zijn latere nakomelingen.

God zelf verbindt deze episode met de verbondsbelofte: Abrahams geloof mondt hier uit in een zo krachtige gehoorzaamheid, dat hij zelfs zijn eigen veelgeliefde zoon niet tot een plaats verheft die God zou onttronen.

God herhaalt de belofte: Ik zal ‘u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt’ (22:17-18).

Op dit punt zweert God bij zichzelf (22:16), niet omdat Hij anders zou liegen, maar omdat er niemand groter is om bij te zweren. En de eed zelf zou een geweldig stabiliserend anker blijken voor Abrahams geloof en voor het geloof van allen die in zijn spoor zouden volgen (vergelijk Hebr. 6:13-20).


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 21 september 2013

Des morgens nu sprak ik tot het volk, des avonds stierf mijn vrouw (Ez. 24)


2 Samuël 17; 2 Korintiërs 10; Ezechiël 24; Psalm 72
Het tweede deel van Ezechiël 24 (Ezech. 24:15-27) is mogelijk het meest hartverscheurende gedeelte van het hele boek. Elders vangen we glimpen op van Ezechiël de trouwe profeet, Ezechiël de volhardende getuige van de waarheid van God, Ezechiël de man die bereid is te handelen vanuit bijzonder symbolische parabels. Hier lezen we over Ezechiël de echtgenoot.

Een paar opmerkingen:

(1) Een kleine hint naar hoe Ezechiël zijn vrouw zag komt naar boven in de uitdrukking die God gebruikt: ‘de lust van uw ogen’ (24:16). Als Ezechiël dertig jaar was in het vijfde jaar van de ballingschap (1:1-2), dan kan hij nu in het negende jaar (24:1) niet meer dan vier- of vijfendertig geweest zijn, en vermoedelijk was zijn vrouw niet ouder.

Ezechiël is niet de enige leider van Gods volk die te lijden krijgt onder verwoestend persoonlijk verlies. Hier wordt hem al op voorhand gezegd dat de klap zal komen (vooraf al weten is zowel een zegen als een beklemming), maar hij krijgt ook de opdracht niet te rouwen: zijn stilte bij een dergelijke aangelegenheid, in een maatschappij die bekend staat voor zijn ongehinderde uitingen van rouw, wordt opnieuw een symbolische profetische actie.

(2) Je kunt bijna de enorme zelfbeheersing voelen in de beknopte woorden: ‘Des morgens nu sprak ik tot het volk, des avonds stierf mijn vrouw. En op de volgende morgen deed ik, zoals mij bevolen was’ (24:18, cursief toegevoegd).

Zijn stilzwijgen kan verkeerd begrepen worden als ongevoeligheid, maar in dit geval niet voor lang. De mensen weten welk soort man hij is, en bemerken dat zijn volkomen zelfbeteugeling een boodschap voor hen bevat (24:19).

(3) Ezechiël onthult aan het volk de betekenis van zijn stilte (24:20-24). De lust van hun ogen, het verlangen van hun hart, dat waarop ze nog altijd hun hoop vestigen, is de stad Jeruzalem. Vanaf die plaats, zo dachten ze, zal God uitbreken en hen redden. Maar Jeruzalem zal weggenomen worden, net zoals Ezechiëls vrouw weggenomen werd. En wanneer dit gebeurt, mogen ze niet meer wenen dan Ezechiel heeft gerouwd over de dood van zijn vrouw.

Wat betekent dit?

(a) Sommigen denken dat dit een veroordeling is van het volk: ze zijn zodanig hard en ongevoelig dat het rouwen over de val van de stad hen niets zegt. Deze verklaring past helemaal niet in het boek in zijn geheel. (b) Anderen denken dat de tragedie van Jeruzalems vernietiging zodanig diep gaat dat er geen enkele uitdrukking van rouw gepast is. Dit is mogelijk, maar Ezechiël is niet stil omwille van de diepte van zijn verlies, maar omwille van Gods bevel.

(c) Het kan dus zijn dat het volk hier de opdracht krijgt niet te rouwen over de val van de stad, omdat het oordeel zo volkomen verdiend is (vgl. 14:22-23; 1 Sam. 16:1).

Denk in het licht van 24:25-27 na over 3:26-27 en 33:21-22.


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 september uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 31 augustus 2013

Eet deze rol en ga heen, spreek tot het huis Israëls (Ez. 3)



1 Samuël 24; 1 Korintiërs 5; Ezechiël 3; Psalm 39

Het kan nuttig zijn twee van de thema’s uit Ezechiël 3, inherent aan de roeping van Ezechiël, toe te lichten:

Ten eerste toont het openingsgedeelte hoe belangrijk het voor de profeet is om mee te leven met God en zijn visie. Gaan we voort vanaf de slotzinnen van hoofdstuk 2 en tot in het begin van hoofdstuk 3, dan krijgt Ezechiël in zijn visioen de opdracht een boekrol te eten met daarop aan beide zijden ‘klaagliederen geschreven, gezucht en gejammer’ (2:10).

Ezechiël eet ze op en schrijft daarover ‘zij was in mijn mond zoet als honig’ (3:3). Waarom zou een boekrol vol ‘klaagliederen’ en ‘gezucht en gejammer’ zoet smaken? Het punt van het visioen is dat Gods woorden zoet worden voor Ezechiël, gewoonweg omdat ze Gods woorden zijn. God weet het echt het best, Hij weet wat goed is. Daarom is er zelfs wanneer zijn woorden oordeel en rampspoed uitdrukken, er een betekenis is waarin de profeet empatisch moet zijn met Gods perspectief.

Evenzo in de volgende verzen (3:4-9): Ezechiël wordt niet gezonden naar een of andere vreemde cultuur, waar de eerste stap bestaat uit het leren van de plaatselijke taal. Hij wordt geroepen te spreken tot het volk van zijn eigen erfdeel.

Niettemin zal hij zien hoe onwillig ze zijn naar hem te luisteren, precies omdat ze onwillig zijn te luisteren naar God (3:7). Dus belooft God: ‘Zie, Ik maak uw gezicht even hard als het hunne, en uw voorhoofd even hard als het hunne. Als diamant, harder dan steen, maak Ik uw voorhoofd; vrees hen dan niet en wees niet beangst voor hun blik, want zij zijn een weerspannig geslacht’ (3:8-9).

Dus in deze koppigheidswedstrijd wordt Ezechiël in staat gesteld onvoorwaardelijk aan Gods kant te staan. God doet soms sterke en verbeten leiders opstaan die, ongeacht hun persoonlijke populariteit, ernaar hongeren aan Gods kant te staan.

Dit betekent geenszins dat Ezechiël zich niet verwant voelt met de ballingen; zowel de volgende verzen als de rest van het boek spreken elke dergelijke bewering tegen. Toch is zijn opdracht een oproep mee te voelen met Gods visie en daarbij onbuigzaam te zijn.

Ten tweede bevat dit hoofdstuk een oproep om waarschuwingen te uiten en voorzichtig te zijn (3:16-27). Het thema van de wachter (3:16-21) keert terug in het boek (hoofdstuk 33), en kan later onderzocht worden. Maar in de slotverzen krijgt Ezechiël het verbod iets te zeggen – beleefdheden, begroetingen, politieke toespraken, wat ook – behalve wat God hem te zeggen geeft.

Deze situatie houdt aan tot de val van Jeruzalem, nog ongeveer zes jaar verder weg (Ezech. 33:21-22), wanneer zijn tong wordt losgemaakt. De restrictie voegt gewicht toe aan de momenten waarop hij wel spreekt.

Het is ook een uitdaging voor iedereen die spreekt voor God. Al ons spreken en al onze stiltes moeten zo afgestemd zijn dat wanneer we Gods woorden overbrengen, het onze geloofwaardigheid bevordert en niet vermindert.


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 augustus uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 12 juli 2013

Hoe durft gij zeggen: Wij zijn wijs en de wet des HEREN is bij ons? (Jer. 8)


Jozua 16-17; Psalm 148; Jeremia 8; Matteüs 22

In elke stap van Jeremia’s beschrijving van de rebellie van Gods volk, worden bepaalde facetten van hun zonde herhaald, terwijl andere worden verfijnd en bepaalde nieuwe worden geïntroduceerd. Hier focus ik op twee van die laatste (Jer. 8).

Ten eerste focust Jeremia op de volkomen onnatuurlijkheid van de onwil van het volk om te leren uit zijn fouten en berouw te tonen. De presentatie van de toespraak draait deels rond een woordspeling: het Hebreeuwse woord voor ‘keren’ of ‘bekeren’ is hetzelfde dat wordt weergegeven als ‘terugkeren’. Het punt is dat in de gewone ervaring iemand die ‘zich afkeert’, d.w.z. die een fout maakt, uiteindelijk terugkeert, terwijl hij leert uit de ervaring. Maar Israël ‘keert zich telkens weer af’ (8:4) – ze leren nooit uit het bittere ervaringen. Dit is omdat ze hun zonde koesteren, vasthouden ‘aan bedriegerij en weigeren zich te bekeren’ (8:5). ‘Niemand heeft berouw over zijn boosheid, dat hij zou zeggen: Wat heb ik gedaan?’ (8:6).

Wie voor het eerst het Oude Testament leest verbaast zich er soms over dat mensen zo dom kunnen zijn dat ze maar niet leren uit de terugkerende cycli van rebellie en straf. Ratten in een doolhof leren zich aanpassen aan externe stimuli; in een bepaalde mate leren welopgevoede kinderen zich te conformeren aan culturele verwachtingen en hun ergste instincten te verbergen. Waarom leert Juda niet uit de geschiedenis van het noordelijke koninkrijk? Of zelfs uit zijn eigen bewogen geschiedenis?

Hoewel een bepaalde gedragsverandering kan bereikt worden via training, toont de bijbelse geschiedenis dat het probleem verbonden is met de menselijke natuur. We zijn een gevallen geslacht. Zondaars zullen zondigen. Belijdenissen en verbonden en eden en beloftes en liturgie kunnen het beest voor een tijd temmen, maar wat we zijn zal niet voor altijd onderdrukt blijven.

De geschiedenis van Israël toont het punt aan, niet omdat Israël het ergste is van alle rassen, maar omdat Israël typisch menselijk is – en gevallen. Zelfs mensen die zo bevoorrecht, uitverkoren en begenadigd zijn als zij, kunnen niet ontsnappen uit de neerwaartse spiralen. Hoe naïef van ons te denken dat we dit wel kunnen!

Ten tweede denken veel van deze mensen gek genoeg dat ze ‘veilig’ zijn omdat ‘de wet des Heren bij hen is’ zelfs als ze die niet gehoorzamen (8:8 – een terugkerend thema in de profeten), maar in dit geval wordt het probleem nog ontzettend vergroot door ‘de leugenpen der schrijvers’ die deze wet ‘bedrieglijk heeft vervaardigd’ (8:8).

Dit is de eerste verwijzing in het Oude Testament naar de ‘schrijvers’, de schriftgeleerden, als een groep – en de mensen die de taak hebben de schriften te bestuderen, te bewaren en uit te leggen, mishandelen haar. Misschien halen ze er elementen uit waar ze van houden en maken ze een synthese die hen bevalt, terwijl ze het geheel naast zich neerleggen; misschien ontplooien ze slimme technieken om de wet te doen zeggen wat hun standpunten en theologie vereist. Klinkt het bekend? Herbekijk de overdenking van 4 juli eens.


Eigen vertaling van de overdenking bij 12 juli uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 5 juli 2013

Zij zullen u niet overmogen, want Ik ben met u (Jer. 1)

Jozua 7; Psalmen 137-138; Jeremia 1; Matteüs 15

Jeremia leefde in een tijd van dreiging en verval. Geroepen als profeet in het dertiende jaar van de regering van koning Josia, Juda’s laatste hervormende koning (rond 627 v.C.), diende Jeremia meer dan veertig jaar. De val van Jeruzalem vond plaats in 587 (veertig jaar naar de roeping van Jeremia), en de profeet zette zijn dienst daarna nog een tijd voort.

Zijn dienst was gedoemd tot schijnbare vruchteloosheid. Maar God had hem geroepen om de waarheid te spreken over de natie en over het komende oordeel, of zijn woorden nu wel of niet goed ontvangen werden.

Je merkt Jeremia’s groeiende maturiteit en vastberadenheid met het voorbijgaan van zijn jaren dienst. De roeping van Jeremia beslaat het eerste hoofdstuk (Jer. 1). Een paar belangrijke elementen:

(1) Niet alleen kwam Jeremia’s opdracht van God, maar God had hem al uitverkoren van voor zijn geboorte (1:5). In de donkerste uren van tegenstand en wrede behandeling, was dit feit ongetwijfeld een ontzettende geruststelling voor Jeremia.

(2) Jeremia was duidelijk nog een jongeman toen God hem riep voor zijn eerste opdracht. Jeremia protesteerde dat hij te jong was, ‘nog maar een jongen’ (HSV) – maar God wilde van dit excuus niet weten, want Hij is volkomen in staat om iedereen toe te rusten die Hij kiest. God zelf zou de woorden in Jeremia’s mond leggen en hem een profetische stem maken, niet alleen voor Juda, maar ook voor de omliggende volken (1:7-10).

(3) Twee visionaire beschrijvingen verklaren de roeping van Jeremia.

De eerste is een amandeltwijg. Het Hebreeuwse woord klinkt als het Hebreeuws voor ‘waken over’. De amandeltwijg was de eerste om in de lente te ontspruiten, en zo wijst ze op de komst van de lente; in de woordspeling wijst Gods woord naar zijn eigen vervulling, die zonder twijfel moet volgen. Zo wordt Jeremia bemoedigd Gods woorden te brengen met volkomen vertrouwen dat al wat God zegt waar is, en al wat Hij voorspelt zal gebeuren (1:11-12): God waakt over alles.

Het tweede visionaire element is een kokende pot, die uit het noorden verschijnt – een beeldende manier om aan te duiden dat de kokende ketel van oordeel, het oordeel dat Babylon over de nietige natie zou brengen (1:13-16), zou over Juda uitgestort worden vanuit het noorden.

(4) Bovenal zegt God aan Jeremia niet bang te zijn – een veelgebruikt woord van God voor zijn dienstknechten (bijv. Abraham, Gen. 15:1; Mozes, Num. 21:34 en Deut. 3:2; Daniël, Dan. 10:12, 19; Maria, Lukas 1:30; Paulus, Handelingen 27:24). God verbloemt de moeilijkheden niet: Jeremia zal tegenstand krijgen en zal soms alleen staan ‘tegen het gehele land’ (1:18) – maar ‘zij zullen u niet overmogen’, zegt God, ‘want Ik ben met u (…) om u te bevrijden’ (1:19). Alleen dergelijke beloften zijn voldoende om gigantische profetische moed te verkrijgen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 juli uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 26 mei 2013

Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren (1 Joh. 5)


Numeri 35; Psalm 79; Jesaja 27; 1 Johannes 5
De meeste mensen die 1 Johannes een paar keren gelezen hebben weten dat Johannes een aantal bewijzen bespreekt (sommige commentatoren noemen het ‘toetsen’ of ‘toetsen van leven’) die verklaren wie werkelijk een christen is.

De meeste mensen zien drie toetsen:
(a) een toets van waarheid, in het bijzonder de waarheid dat Jezus de Zoon van God is;
(b) een toets van gehoorzaamheid, in het bijzonder gehoorzaamheid aan de geboden van Jezus;
(c) een toets van liefde, in het bijzonder liefde voor onze broeders en zusters.

Het gevaar ligt in de gedachte dat deze ‘toetsen’ op een of andere manier onafhankelijke bijdragen vormen, alsof iemand zou kunnen hopen er twee van de drie over te slaan. Maar naar het einde van de brief, zeker in 1 Johannes 5:1-5, komen die drie toetsen op een dusdanige manier bijeen dat ze helemaal niet los staan. Ze hangen allemaal samen.

Deze paragraaf begint met de waarheidstoets, met de persoon ‘die gelooft, dat Jezus de Christus is’ (5:1). Deze persoon is uit God geboren – een punt dat herhaaldelijk terugkomt in de geschriften van Johannes.

Maar iedereen die uit God geboren is zal zeker anderen liefhebben die uit God geboren zijn – geestelijke familieleden als het ware (5:1). Zo is de waarheidstoets verbonden, doorheen de wedergeboorte, met de liefdestoets.

Hoe weten we dan dat we de kinderen van God echt liefhebben? Wel, in de eerste plaats, door God zelf lief te hebben, en dan als gevolg daarvan zijn geboden te doen (5:2). Het is echt gek te beweren God lief te hebben en Hem niet te gehoorzamen.

Dit is zo duidelijk dat je zo ver kunt gaan te zeggen dat ‘liefde Gods’ is, zijn ‘geboden bewaren’ (5:3). Natuurlijk heeft Johannes zijn lezers er al aan herinnerd dat een van Jezus’ kerngeboden, zijn ‘nieuw gebod’ is, dat zijn discipelen elkaar liefhebben (2:3-11; 3:11-20; vgl. Johannes 13:34-35).

Zo is de liefdestoets op verschillende niveaus verbonden met de gehoorzaamheidstoets. Iemand moet niet denken dat het christendom niets anders is dan ongevoelige gehoorzaamheid. De waarheid is dat Jezus’ geboden ‘niet zwaar’ zijn (5:3), want in de wedergeboorte heeft God ons de kracht gegeven Jezus’ geboden te bewaren, het vermogen ‘de wereld’ te overwinnen (5:4-5; vgl. 2:15-17).

Wie heeft dan die kracht om de wereld te overwinnen? Zij die wedergeboren zijn, die waarachtig geloof hebben, natuurlijk – en waarachtig geloof wordt gedefinieerd in termen van het voorwerp van geloof, namelijk de waarheid dat Jezus waarlijk de Zoon van God is. Dus is de toets van gehoorzaamheid, en daarmee ook de toets van liefde, verbonden met de waarheidstoets.

De heerlijke realiteit is dat, op de christelijke weg, waarheid en ethiek met elkaar verbonden zijn. Geloofsbelijdenis en levensverandering gaan hand in hand. Elk ander alternatief is ofwel bijgeloof ofwel bedrog.


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 mei uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 29 maart 2013

Volg iemand na die Christus navolgt (Fp. 3)


Exodus 40; Johannes 19; Spreuken 16; Filippenzen 3

In zijn brieven vertelt Paulus zijn lezers vaak, impliciet of expliciet, dat ze niet alleen moeten begrijpen en volgen wat hij leert, maar ook dat ze hem moeten imiteren. Nergens is dit thema sterker dan in Filippenzen 3, waar het in 3:17 een climax bereikt: ‘Weest allen mijn navolgers, broeders, en ziet op hen, die evenzo wandelen, gelijk gij ons tot voorbeeld hebt’.

Niet alleen instrueert Paulus de gelovigen om hem te imiteren; hij heeft ook een kader van leiders opgebouwd die de levenswijze illustreren die hij onderwezen heeft, zodat ze voor anderen kunnen dienen als na te volgen voorbeelden.

Een paar overwegingen:

(1) Het is bijna zeker een van de redenen van Paulus om zoveel details te geven over Timotheüs en Epafroditus (2:19-30) dat ze zouden kunnen dienen als te bewonderen en na te streven voorbeelden.

Paulus zegt over Timotheüs: ‘Want ik heb niemand die zó eens geestes (met u) is, om uw belangen getrouw te behartigen; want allen zoeken zij hun eigen belang, niet de zaak van Christus Jezus’ (2:20-21). Hij verwacht dat de meer godvrezenden onder zijn lezers instinctief zullen reageren en zich zullen voornemen te worden als Timotheüs.

Paulus is zelfs nog meer expliciet met betrekking tot Epafroditus. Nadat hij de christelijke moed van de man heeft gespecificeerd, voegt Paulus eraan toe, ‘Ontvangt hem dan in de Here met alle blijdschap en houdt mannen zoals hij in ere (2:29) – niet alleen ‘hem’, maar ‘mannen zoals hij’, want Paulus onderwijst levenswijzen die bewonderd en geïmiteerd moeten worden.

(2) Paulus’ suggestie dat de Filippenzen Timotheüs en Epafroditus zouden imiteren, en zijn opdracht dat ze zijn eigen voorbeeld en levenswijze zouden navolgen die hij regelmatig had onderwezen (3:17), wordt deels aangereikt als een tegengif voor de alternatieve voorbeelden die ons omringen.

De veronderstelling is dat we onvermijdelijk iemand imiteren. Er zijn altijd genoeg slechte voorbeelden in voorraad. Paulus waarschuwt tegen ‘de honden’ (3:2) die probeerden om naleving van de Joodse verbondsgedachte op te leggen. Ongetwijfeld schenen ze geweldig vroom. De apostel waarschuwt tegelijk tegen de ‘vijanden van het kruis van Christus’ (3:18), die, te oordelen naar de context, bijna zeker belijdende christenen zijn die niet echt vatten waar het evangelie over gaat en die niet echt leven met de blik op de waarden van de eeuwigheid.

Ook zij moeten een bepaalde geloofwaardigheid genoten hebben, of Paulus zou niet tegen ze gewaarschuwd hebben. Christenen moeten intentioneel zijn in het kiezen wie ze zouden imiteren, of anders drijven ze misschien richting slechte voorbeelden.

(3) Paulus’ sterke vermaning dat de Filippenzen zijn voorbeeld moeten volgen is vrij van eigendunk en religieus gepraat door zijn beslistheid dat hij er zelf nog niet is, maar nog steeds op pelgrimstocht is (3:7-16).

Dus volg iemand die Christus navolgt; volg een pelgrim die aandringt dat je zou leven naar wat je al bereikt hebt, en dan zou jagen naar meer.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 16 maart 2013

'Vertrouw op de HERE met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet' (Spr. 3)



Exodus 27; Johannes 6; Spreuken 3; Galaten 2
Spreuken 3 bevat diverse bekende passages.

Veel christenen hebben al gehoord dat ze niet wijs mogen zijn in eigen ogen (3:7).

Het gedeelte dat de tuchtiging van gelovigen door de Heer vergelijkt met de tucht van een vader tegenover zijn zoon in wie hij zich verheugt (3:11-12) duikt ook later weer op in het Nieuwe Testament (Heb. 12:5-6).

Opgroeiend in een christelijk gezin is mij vaak gezegd ‘Welzalig de mens die wijsheid vindt, de mens die verstandigheid verkrijgt … Zij (de wijsheid, noot van de auteur) is kostbaarder dan koralen, al wat gij kunt begeren, kan haar niet evenaren (3:13, 15). Wijsheid is ofwel Gods plan of het gepersonaliseerde middel om de volledige geschapen orde vast te stellen (3:19-20).

Maar de eerste plaats zou moeten gaan naar 3:5-6, een passage die ingekaderd aan veel muren hangt en door vele generaties zondagschoolstudenten uit het hoofd geleerd werd: ‘Vertrouw op de HERE met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken’.

Merk op:

(1) Het eerste deel van deze vertrouwde tekst valt de onafhankelijkheid aan bij de wortel van alle zonde. Ons eigen inzicht is onvoldoende en vaak vervormd. Het enige rechte pad is dat je de Here vertrouwt. Dergelijk vertrouwen in de Heer is niet een etherisch subjectivisme; het is een soort levenslange toewijding (‘met uw ganse hart’ zegt Salomo) die zelfzuchtige gezichtspunten achterwege laat en ze inruilt voor de gezichtspunten van de Heer.

In de context van Bijbels geloof betekent dit dat je leert en weet wat de wil van de Heer is, en die wil gehoorzaamt, ongeacht of het nu ‘populair’ is om dit te doen of niet. Verre van een oproep te zijn voor subjectieve leiding, brengt dit vertrouwen van de Heer met je hele hart, met zich mee dat je nadenkt over Gods woord, dit woord in je hart bergt, en leert te denken zoals God denkt – precies zo dat je niet op je eigen inzicht vertrouwt.

Jozua heeft deze les moeten leren aan het begin van zijn leiderschap (Joz. 1:6-9). Van de koningen van Israël werd verwacht dat ze dit zouden leren (Deut. 17:18-20), maar het gebeurde zelden.

(2) De tweede strofe, ‘Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken’ vereist meer dan dat we erkennen dat God bestaat en dat Hij voorzienig regeert, of iets dergelijks. Het betekent dat we Hem zodanig erkennen dat zijn wegen en wetten en karakter onze keuzes vormgeven en onze levens besturen. Dan kennen we Hem in al onze wegen – niet uitsluitend in een bepaalde nauwe religieuze sfeer, maar in alle dimensies van ons leven. Het alternatief is Hem verwerpen.

Zo loopt de tweede strofe grotendeels parallel met de eerste. Het resultaat is een rechte koers, bestuurd door God zelf.


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 7 januari 2013

Ezra: bestuderen, navolgen en onderwijzen van de Wet (Ezr. 7)


Genesis 7; Matteüs 7; Ezra 7; Handelingen 7
Ezra 7 vertelt ons over de missie van Ezra in de gemeenschap van Jeruzalem en Juda na de ballingschap. Het behoorde duidelijk tot het rijksbeleid dat als groepen toegestaan werd vanuit ballingschap naar hun thuisland terug te keren, ze daarbij ondersteund moesten worden door hun priesters.

Vanuit het oogpunt van het heidense bijgeloof wilden de heersers niet dat ook maar een van de plaatselijke goden boos op hen zou zijn (7:23); vanuit het oogpunt van de verbondsgemeenschap was dit net een bijzonder bewijs dat de goede hand van God over hen was, dat Hij in staat was om de zaken van de machtigste rijken zodanig te regeren dat Hij zijn eigen volk bewaarde.

De aard van Ezra’s taak zou makkelijk kunnen beschouwd worden als een voorbeeld van de voorrechten en verantwoordelijkheden van ieder die de taak heeft het Woord van God te onderwijzen aan het volk van God: ‘Want Ezra had er zijn hart op gezet om de wet des HEREN te onderzoeken en haar te volbrengen, en om in Israël inzetting en verordening te onderwijzen’ (7:10).

(1) Ezra wijdde zich aan de studie van de Wet. Er is geen Bijbelonderwijs met langetermijneffect dat niet gepaard gaat met lange uren van voortdurende studie van de Bijbel. Effectiviteit in onderwijs van de Bijbel kost ons veel studiewerk, soms in eenzaamheid en altijd vermoeiend. Als je geen student bent van het Woord, ben je niet geroepen om een leraar van het Woord te zijn.

(2) Ezra wijdde zich aan het volbrengen van de Wet. Voor sommige mensen is studie een doel op zich, of misschien een middel om tot het doel onderwijs te komen. Maar zelfs al vormt de Bijbel dan de lesstof, voor die mensen is er geen persoonlijke toewijding om naar zijn voorschriften te leven – om het Woord van God zeggenschap te geven over hun huwelijk, hun financiën, hun manier van spreken, hun prioriteiten, hun waarden.

Ze vragen zich niet gedurig af hoe de uitgangspunten van hun tijd en cultuur, uitgangspunten die elk van ons onbewust opneemt, uitgedaagd worden door de Schrift. De studie van de Schrift is voor dergelijke mensen een uitnemende intellectuele discipline, maar geen voortdurende oproep om te aanbidden; de Bijbel moet behandeld worden als een tekstboek, maar het roept het volk van God niet op om te vrezen; zijn waarheden moeten gekoesterd worden, maar het Woord brengt ons niet in de tegenwoordigheid van God.
Ezra vermeed al deze valstrikken en wijdde zich aan het volbrengen van wat de Schrift zegt.

(3) Ezra wijdde zich aan het onderwijzen van de Wet. Hij was geen kluizenaar-geleerde; hij was een voorganger-geleerde. Hetgeen hij leerde in studie en gehoorzaamheid leerde hij ook doorgeven. Of het nu was in grote, plechtige samenkomsten, in familie- of stamverband, of in een-op-een studies, Ezra wijdde zich aan het onderwijs van het Woord van God aan het volk van God. Je kunt je moeilijk een hogere roeping voorstellen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 4 januari 2013

'Wij willen meehelpen met de bouw, want ook wij vereren uw God' (Ezr. 4)



Genesis 4; Matteüs 4; Ezra 4; Handelingen 4
In deze gebroken wereld zullen er altijd mensen zijn die op een of andere manier proberen om het volk van God te ontmoedigen of te verslaan. Voeg dergelijke mensen toe aan de ontmoedigingen en mislukkingen die opduiken van binnenin, en de omstandigheden kunnen ontzettend somber en onheilspellend schijnen.

In Ezra 4 gebruiken de vijanden van de teruggekeerde bannelingen drie uiteenlopende strategieën, allemaal bedoeld om deze kleine gemeenschap van Gods volk te verslaan.

De eerste is proberen gemene zaak met ze te maken. Het klinkt zo goed: ‘Laat ons met u bouwen, want wij zoeken uw God evengoed als gij; Hem toch brengen ook wij offers sinds de dagen van Esarhaddon, de koning van Assur, die ons hierheen heeft doen optrekken’ (4:2).

Onachtzame mensen kunnen zich laten vangen. Er is natuurlijk altijd plaats voor ware eenheid, maar ongebreidelde oecumene resulteert onvermijdelijk in het herdefiniëren van het evangelie in termen van de kleinste gemene deler. Een van de beste manieren om een comité een andere richting uit te sturen is het vol te stouwen met je eigen aanhangers. Terwijl je steun voorwendt, neem je iets over en je leidt haar energie af in een bepaalde onbeduidende richting, zoals een groeiend kankergezwel dat de energie van het lichaam gebruikt om zelf groter te worden.

In dit geval werkt de strategie niet, omdat de leiders van Gods volk, verre van zichzelf te feliciteren met de hulp die zonet is aangekomen, weigeren om zich om de tuin te laten leiden. Ze slaan het aanbod af. Dit mondt uit in een andere strategie vanwege de tegenstanders, een die hun ware aard blootlegt.

De tweede aanpak is ‘het moreel van de Judeeërs te ondermijnen en hen bang te maken, om hen af te houden van de bouw’ (4:4). Een gedeelte van hun plan wordt aan het licht gebracht in het boek Ezra; nog meer ervan wordt duidelijk in Nehemia. Zo toegewijd zijn deze tegenstanders aan de mislukking van Gods volk dat ze zelfs ‘raadslieden tegen hen’ omkochten, ‘teneinde hun plan te verijdelen’ (4:5).

Geruchten, bedreigingen, voorraadtekorten, energie opslorpende afleidingen – alles wordt bekokstoofd door die ingehuurde strategen, clevere mensen die zichzelf als zeer wijs beschouwen, invloedrijk en machtig, maar die helemaal geen geestelijk of moreel zicht op de situatie hebben.

De derde aanval is rechtstreeks politiek. In een zorgvuldig opgestelde brief vol met halve waarheden, slagen deze tegenstanders van Gods volk erin koning Xerxes te overtuigen het bouwproject stil te leggen. Het verbod blijft decennia lang van kracht. Wat begint als een schijnbaar onoverkomelijke politieke barrière verwordt tot een manier van leven, waarbij de Joden zelf de status quo aanvaarden, tot de krachtige prediking van Haggaï en Zacharia (5:1) hen uit hun lethargie wakker schudt.

Hoe zijn deze drie werktuigen ter ontmoediging gebruikt in de twintigste eeuw?


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 3 januari 2013

Gewijd aan Gods wil - ook onder tegenstand (Ezr. 3)


Genesis 3; Matteüs 3; Ezra 3; Handelingen 3
De duidelijke intensiteit van de ervaringen van Gods volk tijdens de eerste paar maanden van hun terugkeer naar het Beloofde Land (Ezra 3) schijnt tussen de zinnen van de tekst door.

(1) Ze zijn bevreesd (3:3). Dit is de eerste zinspeling op de gevaren waar ze voor staan, en de bron ervan wordt duidelijker in de volgende hoofdstukken. De Perzische koning Kores (of Cyrus) heeft toestemming verleend aan de Joden om naar hun thuisland terug te keren, en beval zelfs bepaalde betalingen ter ondersteuning en voor de herbouw van de tempel. Maar de grenzen van het koninkrijk liggen ver weg van het centrum, en in de harde politiek van het echte leven, betekent bezit negen tienden van de wet. Uiteindelijk zijn deze Joden een minderheid die omringd wordt door vijanden die veel sterker zijn dan zij.

(2) Ze zijn vastbesloten (3:3). De tegenstand ziet in dat de wederopbouw van de tempel niet alleen een godsdienstig teken is, maar ook een teken van groeiende politieke kracht. Daarom zouden de Joden er baat bij hebben zich stil en gedeisd te houden. Maar hun vastbeslotenheid op dit moment is bewonderenswaardig: ondanks hun begrijpelijke vrees bouwen ze het altaar van de Heer en voeren ze het systeem van de offeranden opnieuw in ‘zoals voorgeschreven is in de wet van Mozes, de man Gods’ (3:2-6), en vervolgens zetten ze de eerste stappen in de bouw van een nieuwe tempel.

(3) Ze zijn vol blijdschap en lopen over van lofprijzing (3:10-11). Het leggen van het fundament voor de nieuwe tempel bewerkt aanbidding en bewondering voor God zelf, die duidelijk de ondernemingen van zijn getuchtigde verbondsgemeenschap zegent. Hier zie je niet alleen de hoop op een tempel, maar ook op een herstel van het Davidische koningshuis, de vervulling van de heerlijke beloften van hoop die de profeten doorgaven tijdens de donkerste uren van ballingschap.

(4) Velen wenen (3:12-13). Het zijn vooral de ouderen die zich nog de contouren van Salomons schitterende tempel kunnen herinneren. De fundamenten van het nieuwe gebouw lijken in vergelijking daarmee onbeduidend. Ongetwijfeld zijn deze mensen dankbaar voor de dag der kleine dingen; uiteindelijk hebben ook zij ervoor gekozen om terug te keren. Maar dagen van kleine dingen zijn nog altijd klein, en de intensiteit van hun emotionele respons wordt veroorzaakt door herinneringen aan dingen van lang geleden.

Maar deze mensen leven tenminste nog en zij gaan voort met Gods werk; hun respons mag dan soms hartverscheurend zijn, vol hoogtes en laagtes, maar hij is wel levensecht, vitaal, en vol leven en engagement. Hier vind je geen mistroostige moedeloosheid, geen cynisch voorbehoud, geen emotioneel vlakke terugtrekking. Hier zie je de emoties van een groep mensen die, onder moeilijke omstandigheden, toegewijd is aan het doen van Gods wil.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 2 januari 2013

'Meneer, ik dien een nauwkeurige God' (Ezr. 2)


Genesis 2; Matteüs 2; Ezra 2; Handelingen 2
De nauwkeurigheid van de verslagen over de terugkeer (Ezra 2) is een van de eerste dingen die de achteloze lezer van dit hoofdstuk moet opvallen. Niet alleen zijn de aantallen van het volk accuraat weergegeven, samen met de namen van hun families, maar zelfs de aantallen van hun dieren – paarden, muildieren, kamelen en ezels (2:66).

Je herinnert je het antwoord van de oude Puritein die veracht werd omdat hij stond op nauwkeurigheid wanneer hij sprak over God en de leer van de Bijbel. ‘Meneer’, antwoordde hij, ‘Ik dien een nauwkeurige God’.

Dit is natuurlijk maar één kant van het verhaal. Diezelfde God verheugt zich in de spontane lofprijzing van kinderen, die niet bekend staan om hun nauwkeurigheid. De Bijbel die Hij ons gaf gebruikt zowel beeldende taal als nauwkeurige verslaggeving. Maar onze tijd is zodanig gehecht aan vage gevoelens dat precisie in zaken met betrekking tot God vaak veracht wordt. We willen onze intuïties volgen, niet onze richtlijnen; we prijzen gevoelens, geen feiten; we slikken stroperigheid, geen waarheid.

In dit geval zijn er diverse redenen voor de nauwkeurigheid van het verslag. Om te beginnen verschaft dergelijke nauwkeurigheid autoriteit aan het verslag: dit is niet een of ander ver gerucht, maar de nabije verslaggeving van iemand die vertrouwd was met de details.

Bovendien verleent het noemen van deze personen en hun families hen impliciet bijval. Talloze tienduizenden Israëlieten keerden nooit terug naar het Beloofde Land: ze waren te zeer gesetteld waar ze zich bevonden, en de heropbouw van Jeruzalem en de tempel was voor hen niet belangrijk genoeg om een dergelijke verhuis te rechtvaardigen. Hun namen zijn verloren gegaan; zij zijn van weinig belang in de loop van de heilsgeschiedenis. Maar deze namen worden herinnerd en opgeschreven in de heilige Schrift. Lees ze aandachtig; ze verdienen ons respect en onze dankbaarheid

Maar er hangt nog een bijkomend element vast aan deze nauwkeurigheid. Sommige van de terugkerende families konden niet aantonen dat ze afstamden van Israël (2:59); sommigen van hen die beweerden dat ze tot de priesterlijke lijn behoorden, verkeerden in hetzelfde geval (2:62). Het probleem werd ernstig genomen en de stadhouder Zerubbabel beval dat ze van priesterlijke dienst zouden worden uitgesloten tot de oude manier van goddelijke leiding, de Urim en Tumim, opnieuw in werking was en hun beweringen gecontroleerd konden worden (2:63).

Hier vinden we dus een volk dat ernst aan de dag legt rond het volgen van de richtlijnen van het Mozaïsch verbond, ernst betoont rond het bewaren van de zuiverheid, niet alleen van de verbondsgemeenschap in het algemeen maar ook van het priesterdom in het bijzonder, ernst over het navolgen van al Gods woorden.

De ernst waarmee ze de gigantische onderneming van de terugkeer aanpakten wordt zelfs nog benadrukt door de giften die ze schonken om het huis van God te kunnen herbouwen (2:68-69).

Het feit dat deze ontluikende gemeenschap van na de ballingschap snel in een nieuwe generatie van verse problemen en oude zonden zou vallen, zou niets mogen afdoen van de kracht van hun voorbeeld voor gelovigen van vandaag.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 20 november 2012

God bracht ons een zware slag toe omdat wij Hem niet hadden geraadpleegd (1 Kron. 15)



1 Kronieken 15, Jakobus 2, Amos 9, Lukas 4
In 1 Kronieken 15 vinden we elementen uit Davids gedachtegang die we niet vinden in het parallelle gedeelte in 2 Samuel 6.

Nadat hij Jeruzalem had veroverd besliste David uiteindelijk om de ark van het verbond naar de nieuwe hoofdstad te halen. Onderweg strekte Uzza zijn hand uit om de ark tegen te houden, toen de wagen waarop die vervoerd werd zich een weg schokte over de hobbelige wegen – en meteen werd hij gedood. David was zowel boos op God als bevreesd voor Hem (1 Kron. 13:11-12), en hij liet zijn plan varen.

De ark werd ondergebracht in het huis van Obed-Edom de Gethiet. Gedurende het drie maanden durende verblijf van de ark daar, werd het gezin van Obed-Edom zodanig overvloedig gezegend dat het iedereen opviel. Dus ondernam David na verloop van tijd een nieuwe poging om de ark naar Jeruzalem over te brengen.

Zoveel kon je afleiden uit zowel 2 Samuel als uit 1 Kronieken. Wat 1 Kronieken 15:1-24 toevoegt is iets van Davids redenering en schikkingen. Ik zal me toeleggen op één punt.
Blijkbaar ontnuchterd na het schokkende verlies van Uzza, keert David terug naar de Schriften.

Het is waar, Uzza had de ark nooit mogen aanraken. Maar hadden David en zijn volk enig ander wetsvoorschrift overtreden in de manier waarop ze hier handelden? Davids lectuur van de Bijbel herinnert er hem aan dat het alleen de Levieten toegestaan was de ark te vervoeren, en hoe ze dit moesten doen. Dus draagt hij de Levieten op zich klaar te maken voor de taak, en legt hij zijn gedachtegang uit: ‘Want daar gij (de Levieten, JL) het de vorige keer niet gedaan hebt, heeft de HERE, onze God, ons een zware slag toegebracht, omdat wij Hem niet hadden geraadpleegd, zoals het behoorde’ (15:13).

David besluit met andere woorden dat Gods toorn in de zaak van Uzza’s onnadenkendheid de manifestatie was van Gods diepere ongenoegen. Het vervoeren van de ark mocht niet beschouwd worden als een kleinigheid. God verwachtte gehoorzaamheid, en het symbool van zijn tegenwoordigheid moest behandeld worden volgens de voorschriften van het verbond.

Dus is dit wat de Levieten doen: ‘De Levieten nu droegen de ark Gods, met draagbomen op hun schouders, gelijk Mozes naar het woord des HEREN geboden had’ (15:15).
Hier vinden we een belangrijke les. Aan de ene kant neemt God ongetwijfeld kinderlijke lofprijs en enthousiaste ijver aan. Maar Hij verwacht van hen die gezag voeren onder zijn volk dat ze weten wat zijn Woord zegt en dat ze dit gehoorzamen. Er is geen bepaalde mate van enthousiasme of ijver die opweegt tegen een dergelijk gebrek. IJver die in de verkeerde richting gaat bereikt nooit zijn doel. Ofwel moet die ijver bijgestuurd worden in de richting die wordt uiteengezet in Gods Woord, of ze is nog altijd verkeerd en gaat de slechte kant uit.

Er bestaat geen vervangmiddel voor geloof dat gestalte krijgt in weldoordachte gehoorzaamheid.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 23 augustus 2012

'Gehoorzamen is beter dan slachtoffers' (1 Sam. 15)



1 Samuel 15, Romeinen 13, Jeremia 52, Psalm 31
Saul heeft al een wisselende staat van dienst. Aan de ene kant redde hij moedig de stad Jabes van de Ammonieten en legde hij een bewonderenswaardige beheersing aan de dag in het vroege gebruik van zijn koninklijke macht (1 Sam. 11). Niettemin duurt het niet lang vooraleer hij de Here God begint te behandelen als een talisman en zijn woord als equivalent van een magische of astrologische aanwijzing voor wat hij moet doen, eerder dan iets dat eerst en vooral moet geëerbiedigd en gehoorzaamd worden (1 Sam. 13).

Al in hoofdstuk 14 kan alleen de tussenkomst van zijn eigen mannen hem behoeden voor het doden van zijn zoon Jonathan omwille van een belofte die nooit mocht gemaakt worden en zeker al niet ingelost (vergelijk met de overdenking van 28 juli).

Hier in 1 Samuel 15 maken diverse karaktertrekken duidelijk dat Saul nooit het hoofd van een koningschap, een dynastie zal worden. Hij zal vervangen worden door een andere koning.

(1) Ondanks expliciete bevelen van de Heer met betrekking tot de Amalekieten, sparen Saul en zijn leger de beste schapen en vee, en zelfs de Amalekietische koning Agag, misschien als een soort van trofee. Erger nog, Saul liegt dan hierover tegen Samuel – alsof God zou kunnen bedrogen worden. De leugen verraadt het feit dat Saul tegen deze tijd in zijn denken al geen rekening meer houdt met God; hij denkt louter als een politicus, als een heiden of secularist.

(2) Samuel begrijpt dat het hart van het probleem bij Sauls veranderde kijk op zichzelf ligt (15:17): er was een tijd dat hij klein was in eigen ogen, en zich nauwelijks kon voorstellen dat hij een koning zou zijn. Nu is hij al bereid om te liegen tegen Gods profeet en nooit, maar dan ook nooit waarlijk berouw te tonen.

(3) Saul verandert zijn aanpak en beweert dat de reden dat hij de beste schapen en vee spaarde was dat hij de Heer een groot offer wilde brengen. Er is niet meer nodig dan een klein beetje religieus geklets om de ogen van sommige mensen te verblinden. Maar niet zo met Samuel. ‘Heeft de HERE evenzeer welgevallen aan brandoffers en slachtoffers als aan horen naar des HEREN stem?’, vraagt hij. ‘Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffers, luisteren beter dan het vette der rammen. Voorwaar, weerspannigheid is zonde der toverij en ongezeggelijkheid is afgoderij en dienen van terafim’ (15:22-23). Dergelijke reminders moeten goed vastgehouden worden in het hedendaagse evangelicalisme.

(4) Dus komt Saul met formeel berouw – maar maakt het excuus dat hij bang was voor het volk. Hij wil gewoon zijn eigen verantwoordelijkheid niet onder ogen zien – en Samuel ziet het duidelijk (15:24-26).

(5) Saul probeert het nog een keer met formeel berouw; maar hij verraadt weeral een keer zijn eigen hart wanneer hij toont dat hij het belangrijker vindt geëerd te worden voor de oudsten van Israël dan bij de God van Israël (15:30-31). We zijn verloren wanneer het voor ons meer betekent wat mensen van ons denken dan wat God van ons denkt.

Eigen vertaling van de overdenking bij 23 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 22 februari 2012

Een nieuwe familie op basis van gehoorzaamheid aan het woord (Lk. 8)


Exodus 5; Lukas 8; Job 22; 1 Korinthiërs 9

In Lukas 8:19-21 lees je: ‘Zijn moeder en broeders kwamen tot Hem en zij konden Hem niet bereiken vanwege de schare. Men boodschapte Hem: Uw moeder en uw broeders staan buiten en willen U zien.’ Wellicht leefde de veronderstelling dat Jezus zich zelf een weg ging banen naar hen toe, of zijn autoriteit zou gebruiken om te zorgen dat ze vrije doorgang kregen. Uiteindelijk was dit toch een cultuur die veel minder individualistisch was ingesteld dan de onze, veel meer op gezin en de grotere familie georiënteerd.

Het maakt Jezus’ antwoord nog verbazingwekkender: ‘Mijn moeder en mijn broeders zijn dezen, die het woord Gods horen en doen’ (8:21). Vier dingen moeten hier gezegd worden.

Ten eerste staat dit gedeelte ook niet apart. Eens Jezus zijn publieke dienst start, dan verraadt hij bij geen enkele gelegenheid, tot aan het kruis, nog maar de minste voorkeursbehandeling voor zijn eigen familieleden, inclusief zijn moeder. Bij elke gelegenheid houdt Hij ofwel rustig afstand van hen (zoals hier en in 11:27-28), of wijst Hij hen vriendelijk terecht (bijv. in Joh. 2:1-11). Er is geen uitzondering. Zij die beweren dat Maria een voetje voor heeft in de genegenheden en zegeningen die alleen Jezus kan schenken, kunnen dit niet op redelijke wijze staven vanuit deze teksten.

Ten tweede is het niet moeilijk om de redenen voor Jezus’ handelswijze te vinden. Ook buiten deze tekst blijven de evangeliën onze aandacht vestigen op de uniciteit van Jezus. In de context van Lukas wordt de familieband overschaduwd door de maagdelijke conceptie van Jezus, die verbonden is met Jezus’ opdracht en met wie Hij is. Te oordelen naar het boek Handelingen moet zelfs Jezus zijn natuurlijke familie zich na de opstanding verzoenen met wie deze zoon en broer van hen werkelijk was, en ze werden deel van de christelijke gemeenschap die Hem aanbad.

Ten derde suggereert dit op geen enkel ogenblik dat Jezus hard was voor de gevoelens van zijn familie. Een van de meest treffende momenten in het evangelie van Johannes schildert Jezus aan het kruis, terwijl Hij bijna met zijn laatste ademtocht voorziet in de zorg en stabiliteit die nodig is voor zijn radeloze moeder (Joh. 19:26-27).

Ten vierde mag de kracht van de passage die we voor ons hebben niet gemist worden: Jezus benadrukt dat degenen die Hem het meest na staan, degenen die Hij ‘bezit’, die de zijnen zijn, degenen die vlot toegang tot Hem hebben, degenen die deel uitmaken van zijn echte familie, dit voortaan niet zijn natuurlijke verwanten zijn, maar ‘dezen, die het woord Gods horen en doen’ (8:21). Anders dan veel heersers, toont Jezus geen interesse in een natuurlijke dynastie. Ook lag zijn ultieme focus niet op zijn stam, geslacht of gezin. Hij kwam om het gezin van God tot blijvend leven te roepen – en zij worden gekenmerkt door het gehoorzaam luisteren naar Gods woord.


Eigen vertaling van de overdenking bij 22 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

zaterdag 31 december 2011

Lopen we niet verkeerd, Heer?

"Henoch 'wandelde' met God. Er staat niet dat hij God vroeg om van richting te veranderen."


(naar Tom Carson in 'Memoirs of an ordinary pastor - The life and reflections of Tom Carson', door D.A. Carson, uitg. Crossway, pag. 124)

donderdag 8 september 2011

Je hebt moed nodig om te leven


"De vrees voor kritiek doodt de spontaniteit. Het zorgt ervoor dat mensen zichzelf niet durven blootstellen en zich niet vrijelijk durven uitdrukken zoals ze zijn. Er is veel moed voor nodig om een schilderij te maken, een boek te schrijven, een gebouw te ontwerpen volgens nieuwe architecturale lijnen of om een onafhankelijke opinie of een origineel idee te uiten.

Elk nieuw concept, elke creatie valt ten prooi aan een massa critici. Zij die kritiek spuien zijn degenen die niets creëren."

Vrij vertaald naar Paul Tournier, 'Guilt and Grace' (New York, 1962), pag. 98. Aanvankelijk gelezen bij Ray Ortlund.

Nadenkend over het citaat kom ik toch uit bij Christus: de meest vrije mens die ooit op aarde leefde. Kende geen mensenvrees, liet zich niet drijven door angst. Wel door (o.m.) liefde en ... gehoorzaamheid. Dit laatste wordt misschien te weinig verbonden met vrijheid?