Posts tonen met het label volharding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label volharding. Alle posts tonen

zaterdag 31 augustus 2013

Eet deze rol en ga heen, spreek tot het huis Israëls (Ez. 3)



1 Samuël 24; 1 Korintiërs 5; Ezechiël 3; Psalm 39

Het kan nuttig zijn twee van de thema’s uit Ezechiël 3, inherent aan de roeping van Ezechiël, toe te lichten:

Ten eerste toont het openingsgedeelte hoe belangrijk het voor de profeet is om mee te leven met God en zijn visie. Gaan we voort vanaf de slotzinnen van hoofdstuk 2 en tot in het begin van hoofdstuk 3, dan krijgt Ezechiël in zijn visioen de opdracht een boekrol te eten met daarop aan beide zijden ‘klaagliederen geschreven, gezucht en gejammer’ (2:10).

Ezechiël eet ze op en schrijft daarover ‘zij was in mijn mond zoet als honig’ (3:3). Waarom zou een boekrol vol ‘klaagliederen’ en ‘gezucht en gejammer’ zoet smaken? Het punt van het visioen is dat Gods woorden zoet worden voor Ezechiël, gewoonweg omdat ze Gods woorden zijn. God weet het echt het best, Hij weet wat goed is. Daarom is er zelfs wanneer zijn woorden oordeel en rampspoed uitdrukken, er een betekenis is waarin de profeet empatisch moet zijn met Gods perspectief.

Evenzo in de volgende verzen (3:4-9): Ezechiël wordt niet gezonden naar een of andere vreemde cultuur, waar de eerste stap bestaat uit het leren van de plaatselijke taal. Hij wordt geroepen te spreken tot het volk van zijn eigen erfdeel.

Niettemin zal hij zien hoe onwillig ze zijn naar hem te luisteren, precies omdat ze onwillig zijn te luisteren naar God (3:7). Dus belooft God: ‘Zie, Ik maak uw gezicht even hard als het hunne, en uw voorhoofd even hard als het hunne. Als diamant, harder dan steen, maak Ik uw voorhoofd; vrees hen dan niet en wees niet beangst voor hun blik, want zij zijn een weerspannig geslacht’ (3:8-9).

Dus in deze koppigheidswedstrijd wordt Ezechiël in staat gesteld onvoorwaardelijk aan Gods kant te staan. God doet soms sterke en verbeten leiders opstaan die, ongeacht hun persoonlijke populariteit, ernaar hongeren aan Gods kant te staan.

Dit betekent geenszins dat Ezechiël zich niet verwant voelt met de ballingen; zowel de volgende verzen als de rest van het boek spreken elke dergelijke bewering tegen. Toch is zijn opdracht een oproep mee te voelen met Gods visie en daarbij onbuigzaam te zijn.

Ten tweede bevat dit hoofdstuk een oproep om waarschuwingen te uiten en voorzichtig te zijn (3:16-27). Het thema van de wachter (3:16-21) keert terug in het boek (hoofdstuk 33), en kan later onderzocht worden. Maar in de slotverzen krijgt Ezechiël het verbod iets te zeggen – beleefdheden, begroetingen, politieke toespraken, wat ook – behalve wat God hem te zeggen geeft.

Deze situatie houdt aan tot de val van Jeruzalem, nog ongeveer zes jaar verder weg (Ezech. 33:21-22), wanneer zijn tong wordt losgemaakt. De restrictie voegt gewicht toe aan de momenten waarop hij wel spreekt.

Het is ook een uitdaging voor iedereen die spreekt voor God. Al ons spreken en al onze stiltes moeten zo afgestemd zijn dat wanneer we Gods woorden overbrengen, het onze geloofwaardigheid bevordert en niet vermindert.


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 augustus uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 29 april 2013

Laten we dus alles op alles zetten om te kunnen binnengaan in die rust (Hebr. 4)


Numeri 6; Psalmen 40-41; Hooglied 4; Hebreeën 4

Hebreeën 3:7—4:11 bestaat uit een uitgebreide argumentatie. We kunnen kort samenvatten wat 3:7-19 zegt en dan de aandacht vestigen op Hebreeën 4:1-11.
De auteur van Hebreeën citeert Psalm 95:7-11 (Heb. 3:7-11), waarin je de Heilige Geest (3:7), de uiteindelijke auteur van de Schrift, eigenlijk hoort zeggen: ‘Als je vandaag zijn stem hoort, verhard dan jullie harten niet zoals jullie voorvaderen deden in Kadesh Barnea, toen ze voor het eerst het Beloofde Land naderden.

De meerderheid van de verspieders gaf een verslag in ongeloof, met als gevolg dat het verbondsvolk de volgende 40 jaren in de woestijn moest ronddolen in plaats van de rust in te gaan die hen beloofd was. Maar bega vandaag niet dezelfde vergissing. Als je de stem van God hoort, geloof en gehoorzaam – in tegenstelling tot het antwoord van jullie voorvaderen.’

Precies het volk dat God uit de slavernij had verlost waren de mensen die Hij veroordeelde tot ronddolen en omkomen in de woestijn. Zo moet het volk van God vandaag volharden in zijn geloof en gehoorzaamheid, en niet vallen in het ongeloof (4:19) van zijn voorouders.

Tot zo ver is het argument er een van analogie. Hebreeën 4 neemt ons veel verder mee. Indien God nog altijd rust belooft aan mensen in de tijd van Psalm 95, dan volgt daaruit dat de rust die het Beloofde Land bood nooit bedoeld was om de ultieme rust te zijn.

Want Jozua leidde het volk het land binnen, maar ‘indien Jozua hen in de rust gebracht had, zou Hij niet (meer) over een andere, latere dag gesproken hebben’ (4:8). Bovendien, wanneer God in zijn toorn zweert dat de generatie bij Kadesh Barnea nooit in ‘mijn rust’ (Ps. 95:11; Heb. 3:11; 4:3) zal ingaan, dan moet de aandachtige lezer zich afvragen wat deze ‘rust’ van God echt is.

God ‘rust’ voor het eerst aan het einde van de scheppingsweek (Gen. 2:2). Dit wordt een model voor de verbonds-sabbatsrust. Maar noch de sabbatsrust, noch de rust in het Beloofde Land vormen de ultieme rust, want hier in Psalm 95, ‘na zo lange tijd’ (4:7), nodigt God het volk nog altijd uit om zijn rust in te gaan, met de voorwaarde dat ze volharden in geloof (4:2, 11).

De ultieme rust, zo benadrukt de schrijver van Hebreeën, kan enkel het evangelie zijn, waarin mannen en vrouwen afzien van hun werken (zoals God rustte van zijn Schepping).

Alles van deze argumentatie hangt af van het feit of je de Bijbel in zijn heilshistorische voortgang leest, dit wil zeggen, of je hem leest als opeenvolgend langs zijn verhaallijn en opmerkt hoe de delen niet alleen samenhangen maar ook vooruitwijzen en vooruitgrijpen naar grotere dingen die nog moeten komen.

De argumentatie is er geen van analogie maar van typologie. Dit is wat ons oproept tot volharden in geloof en gehoorzaamheid; dit maakt deel uit van hetgeen het woord van God levend en krachtig maakt en scherp doet doordringen (4:12-13).


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 28 februari 2013

Met alleen ons getuigenis, hebben we niet het evangelie gebracht (1 Kor. 15)


Exodus 11:1-12:20; Lukas 14; Job 29; 1 Korinthiërs 15
De samenvatting van het apostolische evangelie bij het begin van 1 Korinthiërs 15 wordt uiteengezet in een aantal punten: Christus stierf voor onze zonden naar de Schriften, Hij werd begraven, Hij werd opgewekt op de derde dag naar de Schriften.

Het laatste punt wordt dan verder uitgewerkt: na zijn opstanding verscheen Jezus Christus aan Petrus, aan de twaalven, aan meer dan 500 mensen tegelijk (waarvan sommigen ondertussen zijn gestorven, hoewel de meesten op het moment van het schrijven nog altijd in leven zijn en dus in staat zijn om ervan te getuigen), aan Jakobus, aan alle apostelen, en uiteindelijk aan Paulus. De lijst is niet bedoeld om volledig te zijn, maar breed omvattend, met speciale focus op de officiële vaandeldragers van de christelijke traditie en op Paulus zelf als een van hen.

Iets van het belang van de opstanding wordt dan uiteengezet in de volgende verzen. Enkele beschouwingen vooraf:

Ten eerste gaat ‘het evangelie’ niet in de eerste plaats over iets dat God gedaan heeft voor mij, maar over iets dat God objectief gedaan heeft in de geschiedenis. Het gaat over Jezus, in het bijzonder over zijn dood en opstanding. We hebben het evangelie niet gepredikt wanneer we niets meer dan ons persoonlijke getuigenis gegeven hebben, of wanneer we een reeks mooie verhalen over Jezus aangereikt hebben, maar niet de telos (het doel of de bedoeling) bereikt hebben van het verhaal dat in de vier Evangeliën verteld wordt.

Ten tweede speelden de eerste gebeurtenissen van dit evangelie zich af ‘naar de schriften’. De precieze manier waarop de schriften deze gebeurtenissen voorzegden – vaak via typologie – is niet onze directe zorg; veeleer het eenvoudige feit van het verband met de Schrift is zo verbazingwekkend.

Niemand in de vroege kerk zag het belang van Jezus als iets volledig nieuw, of als iets dat los stond van alles wat daarvoor was gebeurd. Ze zagen Hem eerder als het sluitstuk, de culminatie, het heerlijke doel, de climax van al Gods voorafgaande openbaring in de heilige Schrift.

Ten derde redt dit evangelie ons (15:2). Heel wat theologie wordt al verondersteld met deze paar woorden: in het bijzonder hetgeen waarvan we gered worden. Inbegrepen zijn hier Paulus’ verstaan van mensen die zijn geschapen naar het beeld van God, de vreselijkheid van de zonde en de vloek van God die ons van onze Schepper gescheiden heeft, en ons onvermogen om onszelf te herscheppen. Het evangelie redt ons – en we moeten altijd precies in gedachten houden waarvan we gered zijn.

Ten vierde maakt Paulus niet alleen het onderwerp van dit reddende geloof duidelijk (namelijk het evangelie), maar ook de aard van dit geloof: het is geloof dat volhardt, dat stevig vasthoudt aan het woord dat door de apostelen gepredikt wordt. ‘tenzij gij tevergeefs tot geloof zoudt gekomen zijn’ (15:2) – een punt dat vaak terugkomt in het Nieuwe Testament (bijv. Joh. 8:31; Kol. 1:23; Heb. 3:14; 2 Pet. 1:10).


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 februari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 29 november 2012

Zijn goddelijke macht schonk ons alles wat nodig is voor een vroom leven (2 Petr. 1)



1 Kronieken 26-27, 2 Petrus 1, Micha 4, Lukas 13
2 Petrus 1:5-9 toont een opmerkelijke opeenvolging van stappen. Petrus weet dat zijn lezers gelovigen zijn. Nu vermaant hij hen om iets aan hun geloof toe te voegen.

(1) Voeg deugd bij het geloof (1:5): waarschijnlijk is het soort geloof dat Petrus niet wil zien het soort geloof dat Jakobus 2 verwerpt: geloof dat louter intellectueel is, louter bevestigend, maar ontdaan is van transparant vertrouwen en gewillige gehoorzaamheid. Waarachtig geloof mondt uit in gehoorzaamheid – maar zoals gewoonlijk zijn gelovigen verantwoordelijk voor het volgen van die route en worden ze ontmoedigd door zuivere passiviteit. Voeg dus de deugd bij het geloof.

(2) Voeg kennis bij de deugd (1:5): Bepaalde kennis is noodzakelijk voor het geloof, maar Petrus is dat punt al voorbij. Elders wordt Timotheüs aangemoedigd te volharden in zijn ‘leer’ (1 Tim. 4:16); hier worden christenen op een gelijkaardige manier vermaand om kennis te voegen bij de deugd. Niets biedt zoveel vastheid en motivatie als een groeiend begrip van de gedachten van God.

(3) Voeg zelfbeheersing bij de kennis (1:6): louter kennis kan iemand gewoon opgeblazen maken (1 Kor. 8:1-3) en onvoldoende blijken om iemand te veranderen. Maar als zelfbeheersing overvloedig aanwezig is, dan is het potentieel tot het goede immens.

(4) Voeg volharding bij de zelfbeheersing (1:6): het is één ding om je te beheersen in een crisis, of voor een korte tijd, of wanneer dingen goed gaan. Er is echter volharding nodig op lange termijn om zelfbeheersing ten volle te laten schitteren.

(5) Voeg godsvrucht bij de volharding (1:6): anders kan volharding uiteindelijk verworden tot weinig meer dan een bijzondere inspanning van gewoon de menselijke wil. Godgerichtheid, een zuiver religieus element in elke deugd, verandert de zuiver stoïcijnse beslistheid in een transparante godsvrees.

(6) Voeg broederliefde bij de godsvrucht (1:7): iedereen haat de eigengerechtige mensen. Zelfbeheersing en volharding, zelfs godsvrucht, staan erom bekend dat ze strikte en onvergevende Farizeeërs voortbrengen. Voeg broederliefde toe.

(7) Voeg liefde bij de broederliefde (1:7): dat is nog beter. Want dan weerspiegelen we, hoe zwak of hortend en stotend ook, het karakter van de Meester zelf.

Let goed op wat aan het begin en het einde van deze zeven stappen vermeld staat.

Ten eerste draagt Petrus ons aan het begin op dat we ons ‘om deze reden’ ‘met alle inzet’ op het nastreven van die lijst zouden toeleggen (1:5).
‘Om deze reden’ wordt uiteengezet in de daaraan voorafgaande verzen (1:3-4). Gods heerlijkheid en goedheid hebben ons grote en kostbare beloften geschonken, zodat we daardoor kunnen deelhebben aan de goddelijke natuur en kunnen ontkomen aan het verderf van de wereld. Om deze reden moeten we alle ijver betonen om de zeven stappen na te streven.

Ten tweede, aan het eind, bevestigt Petrus ons dat deze kwaliteiten ons ervoor zullen behoeden dat we doelloos en onvruchtbaar zouden zijn in de kennis van onze Heer Jezus Christus (1:8-9).


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 19 november 2012

'Houdt het voor enkel vreugde wanneer gij in velerlei verzoekingen valt' (Jak. 1)


1 Kronieken 13-14, Jakobus 1, Amos 8, Lukas 3
Volgens Jakobus 1:2-4, 12, zijn er twee redenen waarom christenen zich zouden moeten verheugen wanneer ze te maken krijgen met allerlei verzoekingen. Andere redenen worden elders gegeven, maar deze twee zijn van een opmerkelijke diepgang.

Ten eerste moeten we ons verheugen omdat we weten dat wanneer ons geloof beproefd wordt, het resulteert in volharding (1:2-3). Zoals een atleet volhardt om uithouding op te bouwen, zo volhardt een christen onder moeiten om volharding op te bouwen. Volharding voegt iets belangrijks toe aan ons karakter.

Maar ‘die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet’ (1:4). Het alternatief is een persoonlijkheid die misschien de Heer wel liefheeft wanneer dingen goed gaan, een karakter dat onvervaard en blij is op heldere dagen in de lente, maar weinig afweet van standvastigheid onder spanning, van tevredenheid wanneer fysieke gemakken ontzegd worden, van stil vertrouwen in de levende God in het zicht van vervolging, van stabiliteit bij een stokkend tempo of een grote teleurstelling.

In een gevallen wereld voegt volharding met andere woorden volwassenheid en stabiliteit toe aan ons karakter – en beproevingen bouwen volharding op. Dus is Jakobus heel rechtuit: we moeten het ‘voor enkel vreugde’ houden, zegt hij, wanneer we te makken krijgen met allerlei verzoekingen.

Dit is niet een perverse vorm van christelijk masochisme, maar een volkomen gepaste reactie wanneer we de doelen van de christen in gedachten houden. Indien onze hoogste doelen bestaan uit het comfort van de schepping, dan is dit Schriftgedeelte niet te begrijpen; omvatten onze hoogste doelen echter ook groei in christelijk karakter, dan is de overweging van Jakobus juist uiterst zinvol.

Ten tweede is de christen die volhardt onder beproevingen gezegend ‘want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben’ (1:12). Volharding is met andere woorden een noodzakelijk bestanddeel van het pure christendom. Op de lange termijn houdt een christen vast: hij of zij volhardt. Er kunnen dan wel ups en downs zijn, hoogtepunten en dieptepunten, er kunnen bijzondere overwinningen zijn of tijdelijke nederlagen, maar precies omdat Hij die in ons een goed werk begonnen is, dit ook zal volmaken (Fp. 1:6), houden ware christenen vast (vgl. Hebr. 3:14).

Zij blijven degenen ‘die Hem liefhebben’. Christenen die te maken krijgen met een beproeving moeten dus niet alleen de bedreiging of het ongemak of de teleurstelling zien, maar ook de uitdaging waarvoor Gods genade ons toerust: verder te gaan - altijd verder te gaan – in het volle besef dat de uiteindelijke beloning, uitgedeeld door genade, bestaat uit ‘de kroon des levens’ – de kroon die het leven is, het leven in zijn volmaakte pracht, het leven van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, de erfenis van alle christenen.

Dus is Jakobus opnieuw volkomen realistisch als hij opmerkt dat de persoon die volhardt onder verzoeking ‘gezegend’ (of ‘zalig’) is. Het is een eenvoudige afweging, mits we de doelen van een christen in gedachten houden.


Eigen vertaling van de overdenking bij 19 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 21 januari 2010

Sangster besefte de ernst van zijn ziekte en nam zich vier dingen voor

De grote Britse methodistenprediker W.E. Sangster illustreert het begrip 'christelijke volharding' op buitengewone wijze.

Toen hij in de bloei van zijn bediening stond, kreeg hij te horen dat hij weldra zou sterven aan een agressieve spierziekte. Een van de eerste functies die uitvielen was zijn stem. Toen hij onder ogen zag hoe ernstig zijn ziekte was, nam hij zich vier dingen voor:
1. Ik zal nooit klagen.

2. Ik zorg dat er in mijn huis een fijne sfeer blijft.

3. Ik tel mijn zegeningen.

4. Ik probeer er iets goeds van te maken.

Hij bleef actief tot het moment van zijn dood. Zijn laatste boek typte hij met twee vingers en het ging een paar dagen voor zijn overlijden naar de uitgever.

Een dergelijke volharding is de vrucht van geloof.

Ajith Fernando in "Vreugde vermengd met pijn", uitg. Medema, pag. 55.

vrijdag 1 januari 2010

Bezorgt Spurgeon je een gelukkig 2010?



Op de site van The Resurgence hebben ze een poging ondernomen om alle beschikbare literatuur van C.H. Spurgeon te bundelen en te linken.
De uitdaging: lees het allemaal in het komende jaar. Een goed voornemen waar je zeker goede vruchten van plukt.

Hier vind je de links.

dinsdag 16 december 2008

Waarom er meer praters zijn dan schrijvers

Een paar vrij vertaalde citaten van Randy Alcorn uit het boekje "Stand - A call for the Endurance of the Saints", dat een round-up is van een vroegere Desiring God-conferentie. Het boek zelf kun je gratis als pdf downloaden in het Engels.

"Elke dag zijn we iemand aan het worden - de vraag is 'wie?'
Auteur Jerry Bridges, die mij (Randy Alcorn) dit hoorde bespreken, vertelde me dat Dawson Trotman, de oprichter van de Navigators, vaak zei: 'Je zult zijn wie je nu aan het worden bent'" ("Stand", pag. 81)

Volharding is nooit automatisch

"Christus volgen is geen goocheltruc. Het vraagt herhaalde acties van onze kant, die dan gewoontes worden en discipline voor het leven.
Op Christus gerichte volharding doet zich niet zomaar voor, niet meer dan een marathon lopen of een berg beklimmen of een goed huwelijk hebben zomaar gebeurt.
Volharding vereist een goed plan, met duidelijke en bewuste stappen die de een na de ander genomen worden. De landbouwer bewerkt de grond. Het onkruid moet verwijderd worden. Hij zegt niet: 'Heer, neem alstublieft het onkruid weg.'
Hij bidt: 'Heer, geef me kracht wanneer ik vandaag dit onkruid wied.'
De atleet zegt niet: 'Heer, ga daar die race winnen.' Hij zegt: 'Heer, geef me de kracht om hard te lopen en mijn best te doen, en als U het wilt, te winnen.'"

(Pag. 83)

"Veel mensen zeggen dat ze een boek willen schrijven. Wat ze echt willen is een boek geschreven hebben. Spreken over een boek schrijven is heel gemakkelijk. Een boek schrijven is heel moeilijk. Dit is waarom er meer praters zijn dan schrijvers. En dit is waarom er meer mensen spreken over het christelijke leven dan het werkelijk ook te leven.

We willen de vrucht van geestelijke disciplines, maar vaak zijn we onwillig om het werk te doen dat ervoor vereist is. We willen de beloningen zonder de offers."

(Pag. 83-84)