Posts tonen met het label Jakobus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jakobus. Alle posts tonen
dinsdag 8 februari 2022
Slot van 'De christen en de wet': wat leren andere nieuwtestamentische auteurs? (mp3)
Labels:
audio,
Bijbel,
Christus,
Exodus,
Exodus bijbelstudiereeks,
Hebreeën,
Jakobus,
Jan Leplae,
Johannes,
Lukas,
Moo,
Mozes,
mp3,
Paulus,
ppt,
Tien Geboden,
wet
zondag 17 januari 2016
Hoe woordgericht ben je? Doe de test
"Jakobus 1:22 zegt: 'En weest daders van het woord en niet alleen hoorders, anders misleidt u zichzelf.'
We moeten niet alleen maar luisteren naar het woord, we moeten het in de praktijk brengen. De kerken zijn vol met mensen die ervan houden naar preken te luisteren. Maar preken tellen voor niets in Gods ogen.
We beoordelen kerken aan het feit of ze goed onderwijs hebben of niet. Maar Jakobus zegt dat geweldig onderwijs nergens voor telt. Wat telt is de praktijk van het woord. Wat telt is onderwijs dat leidt tot veranderde levens.
We moeten nooit goed onderwijs maar als een doel op zich beschouwen. Ons doel moet goed onderwijs zijn en een goede praktijk. En dat is een radicaal andere manier om te evalueren hoe woord-gericht we zijn."
Vrij vertaald van 'Total Church' door Tim Chester en Steve Timmis, IVP, pag. 113
We moeten niet alleen maar luisteren naar het woord, we moeten het in de praktijk brengen. De kerken zijn vol met mensen die ervan houden naar preken te luisteren. Maar preken tellen voor niets in Gods ogen.
We beoordelen kerken aan het feit of ze goed onderwijs hebben of niet. Maar Jakobus zegt dat geweldig onderwijs nergens voor telt. Wat telt is de praktijk van het woord. Wat telt is onderwijs dat leidt tot veranderde levens.
We moeten nooit goed onderwijs maar als een doel op zich beschouwen. Ons doel moet goed onderwijs zijn en een goede praktijk. En dat is een radicaal andere manier om te evalueren hoe woord-gericht we zijn."
Vrij vertaald van 'Total Church' door Tim Chester en Steve Timmis, IVP, pag. 113
zondag 10 mei 2015
Wilt gij weten, gij dwaze mens, dat het geloof zonder de werken niets uitwerkt? (Jak. 2)

Numeri 19; Psalmen 56-57; Jesaja 8:1-9:7; Jakobus 2
‘Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet’ (Rom. 3:28). Zo schrijft de apostel Paulus.
‘Wilt gij weten, gij dwaze mens’, argumenteert Jakobus, ‘dat het geloof zonder de werken niets uitwerkt?’ … Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof … Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood’ (Jakobus 2:14-26, in het bijzonder vers 20, 24 en 26).
De formele tegenspraak tussen Paulus en Jakobus is zo treffend dat ze doorheen de eeuwen tot onophoudelijke discussie leidde. Veel hedendaagse critici, sceptisch over het feit dat God werkelijk heeft gesproken in de Bijbel, denken dat de passages onverzoenbaar zijn, en dat ze samen aantonen dat er vanaf het begin diverse stromingen waren binnen de christenheid, met afzonderlijke en onderling zelfs tegenstrijdige uitleggingen. Anderen denken dat het ware geheim tot de relatie tussen Paulus en Jakobus ligt in zeer verschillende betekenissen van ‘werken’ of ‘daden’.
Diverse uitlegkundige syntheses werden gegeven, maar ze kunnen hier niet geëvalueerd worden. Het kan echter nuttig blijken om over de volgende punten na te denken:
(a) Paulus en Jakobus krijgen te maken met zeer verschillende problemen. Paulus staat tegenover hen die zeggen dat werken, of ze nu goed of slecht zijn, een fundamentele bijdrage leveren aan het feit of iemand christen wordt (zie een van zijn antwoorden in Rom. 9:10-12). Zijn antwoord is dat ze dit niet doen en ook niet kunnen doen: Gods genade wordt alleen door geloof verkregen.
Jakobus staat tegenover hen die beweren dat reddend geloof zelfs bij hen gevonden wordt die eenvoudig bevestigen (bijvoorbeeld) dat er één God is (Jak. 2:19). Zijn antwoord is dat dergelijk geloof onvoldoende is; zuiver geloof brengt goede werken voort, of anders is het dood geloof.
(b) Er staan dus kwesties van volgorde op het spel. Paulus betoogt dat werken iemand niet kunnen helpen om christen te worden; Jakobus betoogt dat goede werken moeten aan de dag gelegd worden door de christen. Maar Paulus zou het op dit punt niet oneens zijn; zie bijvoorbeeld 1 Korinthiërs 6:9-11.
(c) Paulus’ normale gebruik van ‘rechtvaardiging’ heeft te maken met die daad van God waardoor, op grond van Christus’ werk aan het kruis, Hij schuldige zondaars onschuldig en rechtvaardig verklaart. Dergelijke rechtvaardiging is volkomen genadig (Rom. 3:20; Gal. 2:16). Jakobus focust eerder op ‘rechtvaardiging’ ten opzichte van anderen (Jak. 2:18) en zelfs in het uiteindelijke oordeel. Een oprecht christelijk leven, zegt Jakobus, moet een getransformeerd leven zijn.
Weer is Paulus het niet oneens: ‘Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad’ (2 Kor. 5:10).
Het toekennen van beloningen mag dan uit genade zijn, want zelfs onze goede daden komen uiteindelijk voort uit Gods genade – maar de daden zijn daarom niet minder nodig.
Eigen vertaling van de overdenking bij 10 mei uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
zondag 23 november 2014
Oefent ook gij geduld … want de komst des Heren is nabij (Jak. 5)

1 Kronieken 18; Jakobus 5; Jona 2; Lukas 7
Het is één ding om op de komst van de Heer te wachten, het is iets anders om op een goede manier te wachten. We kunnen eerlijk en rustig wachten op de komst des Heren, terwijl we niet alleen erkennen dat de Tweede Komst een noodzakelijk onderdeel is van onze geloofsbelijdenis, maar zelfs tot op zekere hoogte uitzien naar de Parousia [de glorieuze verschijning, JL] en hopen dat die tijdens ons leven zal plaatsvinden – om dan te ontdekken, als we er langer over nadenken, dat de manier waarop we leven maar heel weinig veranderd is door dit vooruitzicht.
In feite kan dit wachten op de wederkomst van de Heer niets meer zijn dan een stokpaardje in onze lectuur of in ons onderwijs, een netjes afgewerkte kaart van de toekomst die ons onderscheidt van andere gelovigen, eerder dan een vast punt in ons wereldbeeld dat resoluut ingrijpt op ons gedrag.
Natuurlijk is er een element in het wachten op de wederkomst van de Heer dat gewoon maar dat is – wachten. Zoals ‘de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands’ (Jakobus 5:7), zo moeten ook wij ‘geduld hebben’ en ‘ons hart sterken’ (5:8).
Maar zoals alle vergelijkingen is ook deze niet volmaakt (dat is ook de bedoeling niet), en Jakobus laat ze ook snel achter zich. Uiteindelijk wacht de landman geduldig omdat hij min of meer weet wanneer de oogst er komt; wij weten niet wanneer Jezus’ wederkomst zal plaatsvinden.
Er zijn nog andere verschillen. De landman wacht op vruchten; wij wachten op de Rechter die ‘voor de deur staat’ (5:9). Dit betekent dat hetgeen waar we op wachten een onmiddellijke weerslag heeft op hoe we leven: ‘zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt’ (5:9) van nu net die Rechter zelf.
Bovendien wordt het wachten van de landbouwers op de oogst, hoewel ze misschien wel hard moeten werken terwijl ze wachten, in het normale verloop van de dingen, toch niet gekenmerkt door lijden en vervolging.
Christenen die wachten op het Einde krijgen met beide ervan te maken, zo benadrukt Jakobus – en met dit in gedachten, zou je ons wachten beter kunnen vergelijken met het geduld van de profeten (5:10) dan met de kalmte van de landman.
Zij ‘spraken in de naam des Heren’ en werden er meer wel dan niet voor verguisd. Dit lijden kon hun trouwe verkondiging niet tegenhouden. Maar wij moeten de voorbeelden waar we naar zoeken niet beperken tot de profeten. Denk maar aan Job, een rechtvaardig man, die te maken kreeg met catastrofale tegenslagen en niettemin volhardde – en u ‘hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming’ (5:11).
Dit perspectief is belangrijk: uiteindelijk overwint niet alleen Gods gerechtigheid maar ook zijn barmhartigheid en ontferming. De focus op Jezus’ wederkomst en op het Einde vormt niet alleen ons huidige leven, maar zal ook volmaakte rechtvaardiging met zich brengen in de eindeloze goedheid van de eindvervulling.
Eigen vertaling van de overdenking bij 23 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
vrijdag 21 november 2014
De tong: een klein vuur dat een grote hoop hout aansteekt (Jak. 3)

1 Kronieken 16; Jakobus 3; Obadja; Lukas 5
Wellicht is Jakobus 3 een van de bekendste passages uit de literatuur als het gaat over de tong.
(1) De boodschap van 3:3-6 is dat, hoewel de tong een heel klein lichaamsdeel is, zij in veel opzichten de rest van ons menselijk lichaam controleert of – in het slechtste geval – in brand steekt. Elk van de gelijkenissen die Jakobus maakt, werpt een nieuw licht op het onderwerp. Een bit is zeer klein vergeleken met de rest van het paard, toch stuurt het het paard aan. Iets gelijkaardigs kan gezegd worden over het roer met betrekking tot het schip, alleen maakt het nu deel uit van het schip in plaats van er los van te staan. Een vonk is heel klein vergeleken met de brand die hij veroorzaakt – maar in dit geval ligt de focus niet alleen op de relatieve grootte maar op de vreselijke schade die de tong kan aanrichten.
(2) Het volgende gedeelte (3:7-8) wijzigt de laatste van deze drie analogieën, en onderscheidt zich doelbewust van de eerste. De idee van een bit in de mond van het paard kan misschien in je gedachten de verwachting oproepen van controle en discipline. De realiteit, zo stelt Jakobus, ligt echter dichter bij de brand. We slagen erin ‘alle soorten van wilde dieren en vogels, van kruipende dieren en zeedieren’ te bedwingen (3:7), maar niemand kan de tong temmen. ‘Zij is een onberekenbaar kwaad, vol dodelijk venijn’ (3:8).
(3) Het is vooral de wilde onberekenbaarheid van de tong die zo kwaadaardig is (3:9-12). De vergelijkingen die Jakobus maakt suggereren dat, als we met die ene tong God loven en Gods beelddragers vervloeken, de lof die we God brengen onmogelijk meer kan zijn dan religieus gewauwel. Eén stroom kan niet zowel zoet als bitter water voortbrengen.
(4) Dit is allemaal met het gevaar te worden misbegrepen. De focus op de tong is qua retoriek krachtig, natuurlijk, maar we weten allemaal dat de tong niet los staat van de persoon. Misschien is dit een van de redenen waarom Jakobus verder gaat met het contrasteren van twee soorten wijsheid (3:13-18). Het gaat om wie we zijn als persoon. Als we in onze harten ‘bittere naijver en zelfzucht’ koesteren (3:14), dan zal dit doorklinken in ons spreken. Wij sturen onze eigen tong – en wat we nodig hebben is ‘de wijsheid van boven’ (3:17), zo beeldend beschreven in de laatste twee verzen van het hoofdstuk.
(5) Tegelijk kunnen de twee openingsverzen van het hoofdstuk niet worden losgemaakt van wat Jakobus zegt over de tong. Deze twee verzen zijn beangstigend voor iedere bedachtzame leraar van de Schrift: ‘U weet dat ons leraren een strenger oordeel te wachten staat’ (3:1 [NBV]). Dit is onderdeel van een Bijbels axioma: verantwoordelijkheid wordt beschouwd als een onderdeel van kennis. Maar leraars weten dat hun prestatie verbonden is met wat ze zeggen (3:2). We zijn teruggekeerd tot de tong – of, met slechts de kleinste uitbreiding, tot de gedrukte bladzijden en de cd-rom.
Eigen vertaling van de overdenking bij 21 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
woensdag 19 november 2014
Houdt het voor enkel vreugde wanneer gij in velerlei verzoekingen valt (Jak. 1)

1 Kronieken 13-14; Jakobus 1; Amos 8; Lukas 3
Volgens Jakobus 1:2-4, 12, zijn er twee redenen waarom christenen zich zouden moeten verheugen wanneer ze te maken krijgen met allerlei verzoekingen. Andere redenen worden elders gegeven, maar deze twee zijn opmerkelijk veelomvattend.
Ten eerste moeten we ons verheugen omdat we weten dat wanneer ons geloof beproefd wordt, dit resulteert in volharding (1:2-3). Zoals een atleet volhardt om uithouding op te bouwen, zo volhardt een christen onder moeiten om volharding op te bouwen. Volharding voegt iets belangrijks toe aan ons karakter.
Maar ‘die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet’ (1:4). Het alternatief is een persoonlijkheid die misschien de Heer wel liefheeft wanneer dingen goed gaan, een karakter dat onvervaard en blij is op heldere dagen in de lente, maar weinig afweet van standvastigheid onder spanning, van tevredenheid wanneer fysieke gemakken ontzegd worden, van stil vertrouwen in de levende God in het zicht van vervolging, van stabiliteit midden een stokkend tempo of een enorme teleurstelling.
In een gevallen wereld voegt volharding met andere woorden volwassenheid en stabiliteit toe aan ons karakter – en beproevingen bouwen volharding op. Dus is Jakobus heel rechtuit: we moeten het ‘voor enkel vreugde’ houden, zegt hij, wanneer we te maken krijgen met allerlei verzoekingen.
Dit is geen perverse vorm van christelijk masochisme, maar een volkomen gepaste reactie wanneer we de doelen van de christen in gedachten houden. Indien onze hoogste doelen bestaan uit het comfort van de schepping, dan is dit Schriftgedeelte niet te begrijpen; omvatten onze hoogste doelen echter ook groei in christelijk karakter, dan is de overweging van Jakobus juist buitengewoon verstandig.
Ten tweede is de christen die volhardt onder beproevingen gezegend ‘want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben’ (1:12). Volharding is met andere woorden een noodzakelijk bestanddeel van het onversneden christendom. Op de lange termijn houdt een christen vast: hij of zij volhardt. Er kunnen dan wel hoogte- en dieptepunten zijn, er kunnen bijzondere overwinningen zijn of tijdelijke nederlagen, maar precies omdat Hij die in ons een goed werk begonnen is, dit ook zal volmaken (Fp. 1:6), houden ware christenen vast (vgl. Hebr. 3:14).
Zij blijven degenen ‘die Hem liefhebben’. Christenen die te maken krijgen met een beproeving moeten dus niet alleen de bedreiging of het ongemak of de teleurstelling zien, maar ook de uitdaging waarvoor Gods genade ons toerust: door te gaan - altijd door te gaan – in het volle besef dat de uiteindelijke beloning, uitgedeeld door genade, bestaat uit ‘de kroon des levens’ – de kroon die het leven is, het leven in zijn volmaakte pracht, het leven van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, de erfenis van alle christenen.
Dus is Jakobus nog maar eens volkomen realistisch als hij opmerkt dat de persoon die volhardt onder verzoeking ‘gezegend’ [of ‘zalig’] is. Het is een eenvoudige afweging, mits we de doelen van een christen in gedachten houden.
Eigen vertaling van de overdenking bij 19 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
vrijdag 10 mei 2013
Wilt gij weten, gij dwaze mens, dat het geloof zonder de werken niets uitwerkt? (Jak. 2)

Numeri 19; Psalmen 56-57; Jesaja 8:1-9:7; Jakobus 2
‘Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet’ (Rom. 3:28). Zo schrijft de apostel Paulus.
‘Wilt gij weten, gij dwaze mens’, argumenteert Jakobus, ‘dat het geloof zonder de werken niets uitwerkt?’ … Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof … Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood’ (Jakobus 2:14-26, in het bijzonder vers 20, 24 en 26).
De formele tegenspraak tussen Paulus en Jakobus is zo treffend dat ze doorheen de eeuwen tot onophoudelijke discussie leidde. Veel hedendaagse critici, sceptisch over het feit dat God werkelijk heeft gesproken in de Bijbel, denken dat de passages onverzoenbaar zijn, en dat ze samen aantonen dat er vanaf het begin diverse stromingen waren binnen de christenheid, met afzonderlijke en onderling zelfs tegenstrijdige uitleggingen. Anderen denken dat het ware geheim tot de relatie tussen Paulus en Jakobus ligt in zeer verschillende betekenissen van ‘werken’ of ‘daden’.
Diverse uitlegkundige syntheses werden gegeven, maar ze kunnen hier niet geëvalueerd worden. Het kan echter nuttig blijken om over de volgende punten na te denken:
(a) Paulus en Jakobus krijgen te maken met zeer verschillende problemen. Paulus staat tegenover hen die zeggen dat werken, of ze nu goed of slecht zijn, een fundamentele bijdrage leveren aan het feit of iemand christen wordt (zie een van zijn antwoorden in Rom. 9:10-12). Zijn antwoord is dat ze dit niet doen en ook niet kunnen doen: Gods genade wordt alleen door geloof verkregen.
Jakobus staat tegenover hen die beweren dat reddend geloof zelfs bij hen gevonden wordt die eenvoudig bevestigen (bijvoorbeeld) dat er één God is (Jak. 2:19). Zijn antwoord is dat dergelijk geloof onvoldoende is; zuiver geloof brengt goede werken voort, of anders is het dood geloof.
(b) Er staan dus kwesties van volgorde op het spel. Paulus betoogt dat werken iemand niet kunnen helpen om christen te worden; Jakobus betoogt dat goede werken moeten aan de dag gelegd worden door de christen. Maar Paulus zou het op dit punt niet oneens zijn; zie bijvoorbeeld 1 Korinthiërs 6:9-11.
(c) Paulus’ normale gebruik van ‘rechtvaardiging’ heeft te maken met die daad van God waardoor, op grond van Christus’ werk aan het kruis, Hij schuldige zondaars onschuldig en rechtvaardig verklaart. Dergelijke rechtvaardiging is volkomen genadig (Rom. 3:20; Gal. 2:16). Jakobus focust eerder op ‘rechtvaardiging’ ten opzichte van anderen (Jak. 2:18) en zelfs in het uiteindelijke oordeel. Een oprecht christelijk leven, zegt Jakobus, moet een getransformeerd leven zijn.
Weer is Paulus het niet oneens: ‘Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad’ (2 Kor. 5:10).
Het toekennen van beloningen mag dan uit genade zijn, want zelfs onze goede daden komen uiteindelijk voort uit Gods genade – maar de daden zijn daarom niet minder nodig.
Eigen vertaling van de overdenking bij 10 mei uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
vrijdag 23 november 2012
'Oefent ook gij geduld … want de komst des Heren is nabij' (Jak. 5)

1 Kronieken 18, Jakobus 5, Jona 2, Lukas 7Het is één ding om op de komst van de Heer te wachten, het is iets anders om op een goede manier te wachten. We kunnen eerlijk en rustig wachten op de komst des Heren, terwijl we niet alleen erkennen dat de Tweede Komst een noodzakelijk onderdeel is van onze geloofsbelijdenis, maar zelfs tot op zekere hoogte uitzien naar de Parousia (de glorieuze verschijning, JL) en hopen dat die tijdens ons leven zal plaatsvinden – om dan te ontdekken, als we er langer over nadenken, dat de manier waarop we leven slechts weinig verandert onder dit perspectief.
In feite kan dit wachten op de wederkomst van de Heer niets meer zijn dan een stokpaardje in onze lectuur of in ons onderwijs, een netjes afgewerkte kaart van de toekomst die ons onderscheidt van andere gelovigen, eerder dan een vast punt in ons wereldbeeld dat resoluut ingrijpt op ons gedrag.
Natuurlijk is er een element in het wachten op de wederkomst van de Heer dat gewoon maar dat is – wachten. Zoals ‘de landman wacht op de kostelijke vrucht des lands’ (Jakobus 5:7), zo moeten ook wij ‘geduld hebben’ en ‘ons hart sterken’ (5:8).
Maar zoals alle vergelijkingen is ook deze niet volmaakt (dat is ook de bedoeling niet), en Jakobus laat ze ook snel achter zich. Uiteindelijk wacht de landman geduldig omdat hij min of meer weet wanneer de oogst er komt; wij weten niet wanneer Jezus’ wederkomst zal plaatsvinden.
Er zijn nog andere verschillen. De landman wacht op vruchten; wij wachten op de Rechter die ‘voor de deur staat’ (5:9). Dit betekent dat hetgeen waar we op wachten een onmiddellijke weerslag heeft op hoe we leven: ‘zucht niet tegen elkander, opdat gij niet onder het oordeel valt’ (5:9) van precies die Rechter.
Bovendien wordt het wachten van de landbouwers op de oogst, hoewel ze misschien wel hard moeten werken terwijl ze wachten, in normale omstandigheden toch niet gekenmerkt door lijden en vervolging. Christenen die wachten op het Einde krijgen met beide ervan te maken, zo benadrukt Jakobus – en met dit in gedachten, zou je ons wachten beter kunnen vergelijken met het geduld van de profeten (5:10) dan met de kalmte van de landman.
Zij ‘spraken in de naam des Heren’ en werden er meer wel dan niet voor verguisd. Dit lijden kon hun trouwe verkondiging niet tegenhouden. Maar wij moeten de voorbeelden waar we naar zoeken niet beperken tot de profeten. Denk maar aan Job, een rechtvaardig man, die te maken kreeg met catastrofale tegenslagen en niettemin volhardde – en u ‘hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming’ (5:11).
Dit perspectief is belangrijk: uiteindelijk overwint niet alleen Gods gerechtigheid maar ook zijn barmhartigheid en ontferming. De focus op Jezus’ wederkomst en op het Einde vormt niet alleen ons huidige leven, maar zal ook volmaakte rechtvaardiging met zich brengen in de onbeperkte goedheid van de eindvervulling.
Eigen vertaling van de overdenking bij 23 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
woensdag 21 november 2012
De tong: een klein vuur dat een grote hoop hout aansteekt (Jak. 3)

1 Kronieken 16, Jakobus 3, Obadja, Lukas 5
Waarschijnlijk is Jakobus 3 een van de bekendste passages uit alle literatuur met betrekking tot de tong.
(1) De boodschap van 3:3-6 is dat, hoewel de tong een heel klein lichaamsdeel is, zij in veel opzichten de rest van ons menselijk lichaam controleert of – in het slechtste geval – in brand steekt. Elk van de gelijkenissen die Jakobus maakt, werpt een nieuw licht op het onderwerp. Een bit is zeer klein vergeleken met de rest van het paard, toch stuurt het het paard aan. Iets gelijkaardigs kan gezegd worden over het roer met betrekking tot het schip, alleen maakt het nu deel uit van het schip in plaats van er los van te staan. Een vonk is heel klein vergeleken met de brand die hij veroorzaakt – maar in dit geval ligt de focus niet alleen op de relatieve grootte maar op de vreselijke schade die de tong kan aanrichten.
(2) Het volgende gedeelte (3:7-8) wijzigt de laatste van deze drie vergelijkingen, en onderscheidt zich doelbewust van de eerste. De idee van een bit in de mond van het paard kan misschien in je gedachten de verwachting oproepen van controle en discipline. De realiteit, zo benadrukt Jakobus, ligt dichter bij de brand. We slagen erin ‘alle soorten van wilde dieren en vogels, van kruipende dieren en zeedieren’ te bedwingen (3:7), maar niemand kan de tong temmen. ‘Zij is een onberekenbaar kwaad, vol dodelijk venijn’ (3:8).
(3) Het is vooral de wilde onberekenbaarheid van de tong die zo weerzinwekkend is. De vergelijkingen die Jakobus maakt suggereren dat, als we met die ene tong God loven en Gods beelddragers vervloeken, de lof die we God brengen onmogelijk meer kan zijn dan religieus gewauwel. Eén stroom kan niet zowel zoet als bitter water voortbrengen.
(4) Dit is allemaal met het gevaar misbegrepen te worden. De focus op de tong is qua retoriek krachtig, natuurlijk, maar we weten allemaal dat de tong niet los staat van de persoon. Misschien is dit een van de redenen waarom Jakobus verder gaat met het contrasteren van twee soorten wijsheid (3:13-18). Het gaat om wie we zijn als persoon.
Als we in onze harten ‘bittere naijver en zelfzucht’ hebben (3:14), dan zal dit doorklinken in ons spreken. We sturen onze eigen tong – en wat we nodig hebben is ‘de wijsheid van boven’ (3:17), zo beeldend beschreven in de laatste twee verzen van het hoofdstuk.
(5) Tegelijk kunnen de twee openingsverzen van het hoofdstuk niet losgemaakt worden van wat Jakobus zegt over de tong. Deze twee verzen zijn beangstigend voor iedere bedachtzame leraar van de Schrift: ‘U weet dat ons leraren een strenger oordeel te wachten staat’ (3:1, NBV). Dit is onderdeel van een Bijbels axioma: verantwoordelijkheid wordt gezien als een onderdeel van kennis. Maar leraars weten dat hun prestatie verbonden is met wat ze zeggen (3:2). We zijn teruggekeerd tot de tong – of, met slechts de kleinste uitbreiding, tot de gedrukte bladzijden en de cd-rom.
Eigen vertaling van de overdenking bij 21 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
maandag 19 november 2012
'Houdt het voor enkel vreugde wanneer gij in velerlei verzoekingen valt' (Jak. 1)
1 Kronieken 13-14, Jakobus 1, Amos 8, Lukas 3Volgens Jakobus 1:2-4, 12, zijn er twee redenen waarom christenen zich zouden moeten verheugen wanneer ze te maken krijgen met allerlei verzoekingen. Andere redenen worden elders gegeven, maar deze twee zijn van een opmerkelijke diepgang.
Ten eerste moeten we ons verheugen omdat we weten dat wanneer ons geloof beproefd wordt, het resulteert in volharding (1:2-3). Zoals een atleet volhardt om uithouding op te bouwen, zo volhardt een christen onder moeiten om volharding op te bouwen. Volharding voegt iets belangrijks toe aan ons karakter.
Maar ‘die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet’ (1:4). Het alternatief is een persoonlijkheid die misschien de Heer wel liefheeft wanneer dingen goed gaan, een karakter dat onvervaard en blij is op heldere dagen in de lente, maar weinig afweet van standvastigheid onder spanning, van tevredenheid wanneer fysieke gemakken ontzegd worden, van stil vertrouwen in de levende God in het zicht van vervolging, van stabiliteit bij een stokkend tempo of een grote teleurstelling.
In een gevallen wereld voegt volharding met andere woorden volwassenheid en stabiliteit toe aan ons karakter – en beproevingen bouwen volharding op. Dus is Jakobus heel rechtuit: we moeten het ‘voor enkel vreugde’ houden, zegt hij, wanneer we te makken krijgen met allerlei verzoekingen.
Dit is niet een perverse vorm van christelijk masochisme, maar een volkomen gepaste reactie wanneer we de doelen van de christen in gedachten houden. Indien onze hoogste doelen bestaan uit het comfort van de schepping, dan is dit Schriftgedeelte niet te begrijpen; omvatten onze hoogste doelen echter ook groei in christelijk karakter, dan is de overweging van Jakobus juist uiterst zinvol.
Ten tweede is de christen die volhardt onder beproevingen gezegend ‘want, wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die Hij beloofd heeft aan wie Hem liefhebben’ (1:12). Volharding is met andere woorden een noodzakelijk bestanddeel van het pure christendom. Op de lange termijn houdt een christen vast: hij of zij volhardt. Er kunnen dan wel ups en downs zijn, hoogtepunten en dieptepunten, er kunnen bijzondere overwinningen zijn of tijdelijke nederlagen, maar precies omdat Hij die in ons een goed werk begonnen is, dit ook zal volmaken (Fp. 1:6), houden ware christenen vast (vgl. Hebr. 3:14).
Zij blijven degenen ‘die Hem liefhebben’. Christenen die te maken krijgen met een beproeving moeten dus niet alleen de bedreiging of het ongemak of de teleurstelling zien, maar ook de uitdaging waarvoor Gods genade ons toerust: verder te gaan - altijd verder te gaan – in het volle besef dat de uiteindelijke beloning, uitgedeeld door genade, bestaat uit ‘de kroon des levens’ – de kroon die het leven is, het leven in zijn volmaakte pracht, het leven van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, de erfenis van alle christenen.
Dus is Jakobus opnieuw volkomen realistisch als hij opmerkt dat de persoon die volhardt onder verzoeking ‘gezegend’ (of ‘zalig’) is. Het is een eenvoudige afweging, mits we de doelen van een christen in gedachten houden.
Eigen vertaling van de overdenking bij 19 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
zaterdag 19 december 2009
Is er nog geduld in stock?
"Geduld! We hebben er allemaal een grote voorraad van - tot we er nodig hebben. En dan blijken we er geen te bezitten. De man die werkelijk geduld bezit, is de man die beproefd is geworden."
(...)
"Beproeving is de steen die onze Heer Jezus gooit naar het voorhoofd van onze reusachtige trots, en geduld is het zwaard dat hem het hoofd afhakt."
Bron: C.H. Spurgeon over Jakobus 1:2-4:
"Houdt het voor enkel vreugde, mijn broeders, wanneer gij in velerlei verzoekingen valt, want gij weet, dat de beproefdheid van uw geloof volharding uitwerkt. Maar die volharding moet volkomen doorwerken, zodat gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort schiet."
zaterdag 12 december 2009
Het probleem met geduld
"Het probleem met geduld is dat er geduld nodig is om geduld te verkrijgen"
Dixit Paul Tripp en bevestigd door een van nature ongeduldige zondaar die leert om daar niet meer luchtig over te doen. Er moest wel iemand sterven om mijn ongeduld, dus laten we het zien voor wat het werkelijk is: lelijke smerige zonde, die de rijke goedertierenheid en liefde van God in vraag stelt en naar eigen oplossingen grijpt of wil grijpen.
zaterdag 7 november 2009
Gebed aan het begin van de dag
May I speak each word as if my last word,
and walk each step as my final one.
If my life should end today,
let this be my best day.
Mag ik elk woord spreken alsof het mijn laatste woord is,
en elke stap zetten als mijn slotstap.
Mocht mijn leven vandaag eindigen,
laat dit dan mijn beste dag zijn.
Want ons leven is slechts een ademtocht:
14 U weet niet eens hoe uw leven er morgen uitziet. U bent immers maar damp, die heel even verschijnt en dan al verdwijnt. 15 U zou moeten zeggen: ‘Als de Heer het wil, zijn we dan in leven en zullen we dit of dat doen.’
(Jakobus 4:14-15)
Het gebed is een fragment uit "Morning Dedication" (221), uit "The Valley of Vision"
Gelezen bij The Gospel Coalition.
zaterdag 31 januari 2009
Niet de schuld, maar de nood
Barmhartigheid kijkt verder dan de schuld: barmhartigheid kijkt over de schuld heen naar de nood, en komt daaraan tegemoet.
"Want onbarmhartig zal het oordeel zijn over hem, die geen barmhartigheid bewezen heeft; barmhartigheid (echter) roemt tegen het oordeel."
Jakobus 2, vers 13
(opgepikt bij een bijbelstudie door Claude Vanmaelsaeke, op 29 jan. jl.)
maandag 13 oktober 2008
Jakobus 3 levensecht
Ook zonder woorden duidelijk te verstaan. Mijn hart krimpt in elk geval ineen. De Heer behoede ons voor een dergelijke weg.
Het filmpje vond ik bij Justin Taylor. Hij heeft het van de Desiring God-conferentie, die ging over de kracht van woorden en het wonder van God.
vrijdag 10 oktober 2008
Bijbel of bijbel of doet het er niet toe?
Nog een kleine TAALTIP.
Spreek je over de Bijbel in algemene termen, dus over de Schrift in haar geheel, over het geïnspireerde Woord van God, dan schrijf je Bijbel met een hoofdletter, zo maakt ook de "woordenlijst der Nederlandse taal" duidelijk.
Spreek je daarentegen over een bijbel, of jouw bijbel als boek, dat je kunt vastpakken en met je meedragen, dus over de letterlijke bladzijden met kaft rond, dan schrijf je "bijbel" met kleine letter.
Het is maar dat je het weet. Taal wil nog wel eens moeilijk zijn. Niet dat ik aan het gebruik van hoofdletters al teveel waarde hecht. Wat telt is toch de waarde die je de Bijbel in je hart toekent? Daar mag hij altijd hoofdletter krijgen. En dit blijkt pas als we er naar handelen.
En dat laatste vind ik dikwijls zowaar nog moeilijker dan taal.
Spreek je over de Bijbel in algemene termen, dus over de Schrift in haar geheel, over het geïnspireerde Woord van God, dan schrijf je Bijbel met een hoofdletter, zo maakt ook de "woordenlijst der Nederlandse taal" duidelijk.
Spreek je daarentegen over een bijbel, of jouw bijbel als boek, dat je kunt vastpakken en met je meedragen, dus over de letterlijke bladzijden met kaft rond, dan schrijf je "bijbel" met kleine letter.
Het is maar dat je het weet. Taal wil nog wel eens moeilijk zijn. Niet dat ik aan het gebruik van hoofdletters al teveel waarde hecht. Wat telt is toch de waarde die je de Bijbel in je hart toekent? Daar mag hij altijd hoofdletter krijgen. En dit blijkt pas als we er naar handelen.
En weest daders des woords en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden. Want wie hoorder is van het woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in een spiegel beschouwt; want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag. Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen. (Jak1:22-25)
En dat laatste vind ik dikwijls zowaar nog moeilijker dan taal.
vrijdag 15 augustus 2008
Over winter in de zomer

Vakantie is super en de voorbije rustperiode was dat niet minder. Ik mocht er echt van genieten. Maar toen ik de onderstaande quote van de Schotse theoloog en auteur Samuel Rutherford (1600-1661) las, bekroop me toch het verlangen om de blog nog eens aan te vullen.
Genade groeit het best in de winter.
Waarom zei Rutherford dit? Waarschijnlijk las hij Jakobus 1:2-4. God laat ons in de verzoekingen van het leven het meest groeien in genade:
"Het moet u tot grote blijdschap stemmen, broeders en zusters, als u allerlei beproevingen ondergaat. Want u weet: wanneer uw geloof op de proef wordt gesteld, leidt dat tot standvastigheid. Als die standvastigheid ook daadwerkelijk blijkt, zult u volmaakt en volkomen zijn, zonder enige tekortkoming."
Abonneren op:
Posts (Atom)

