Posts tonen met het label religie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label religie. Alle posts tonen

zaterdag 7 september 2024

Religie, nee!

Dick Lucas, een vermaard Brits predikant, hield ooit een preek waarin hij een denkbeeldig gesprek weergeeft tussen een christen uit de oude kerk en zijn buurvrouw in Rome.

‘Hé’, zegt de buurvrouw, ‘ik heb gehoord dat jij religieus bent! Wat goed zeg! Religie is goed. Waar staat jouw tempel, waar is jouw heilige plaats?’

‘Wij hebben geen tempel’, zegt de christen. ‘Jezus is onze tempel.’

‘Geen tempel? Maar waar werken jullie priesters dan, waar voltrekken ze hun rituelen?’

‘Wij hebben geen priesters om Gods nabijheid te bemiddelen’, antwoordt de christen. ‘Jezus is onze priester.’

‘Geen priesters? Maar waar breng je dan offers om bij God in de gunst te komen?’

‘Wij hebben geen offers nodig’, antwoordt de christen. ‘Jezus is ons offer.’

‘Wat is dat voor religie?’, sputtert de heidense buurvrouw?

En het antwoord luidt: het is helemaal geen religie.

 

Tim Keller, ‘Kruistocht – Het leven van koning Jezus’, uitg. Van Wijnen – Franeker, 2011, blz. 67

zaterdag 19 april 2014

Dit zijn de hoogtijdagen van de HEER, die je als heilige dagen samen moet vieren (Lev. 23)


Leviticus 23; Psalm 30; Prediker 6; 2 Timotheüs 2
Leviticus 23 biedt een beschrijving van de belangrijkste ‘hoogtijdagen’ [of ‘feesttijden des Heren’] (23:2). Die omvatten de Sabbat, die natuurlijk niet kon worden in acht genomen door een bedevaart naar Jeruzalem. De overblijvende vermelde feesttijden zijn echter verbonden met de tempel in Jeruzalem.

Er zijn drie dergelijke feesttijden, samen met de gerelateerde vieringen voor de belangrijkste drie. (In latere tijden voegden de Joden een vierde feest toe.)

Buiten de Sabbat zelf, was de eerste ‘hoogtijdag’ (of koppel van feesttijden) het Pascha, gekoppeld aan het Feest van de Ongezuurde Broden. Het ‘Pascha des Heren’ begon bij de avondschemering op de veertiende dag van de eerste Joodse maand (Nisan), wanneer het Pesach of Paasmaal effectief werd gegeten, en het volk samenkwam om te gedenken hoe de Heer hen op een wonderbaarlijke manier uit Egypte had verlost.

De volgende dag begon het Feest der Ongezuurde broden dat een week duurde: niet alleen een herinnering aan de snelle vlucht uit Egypte, maar ook aan het bevel des Heren om alle zuurdeeg gedurende die periode weg te doen – een symbool van het wegdoen van alle zonde. De eerste en zevende dag moesten vrij zijn van arbeid en bekrachtigd door heilige samenkomsten.

Het Eerstelingenfeest (23:9-14), gevolgd door het Wekenfeest (23:15-22) – de zeven weken meteen na het Eerstelingenfeest, met als hoogtepunt een heilige samenkomst op de vijftigste dag – was een krachtige manier, in het bijzonder in een zeer agrarische maatschappij, om te gedenken dat alleen God ons voorziet van alles wat we nodig hebben om te leven.

Het was een manier om publiek getuigenis af te leggen van onze afhankelijkheid van God, om onze individuele en gemeenschappelijke dankzegging uit te drukken tegenover onze Schepper en Onderhouder.

In landen als Engeland en Canada vind je lichte overeenkomsten in de feesten van ‘Harvest Sunday’ (Oogstzondag) en het Canadese Thanksgiving. (Het Amerikaanse Thanksgiving is gedeeltelijk een oogstfeest, maar is ook beladen met aanzienlijk symbolisme dat te maken heeft met het vinden van vrijheid in een nieuw land). Maar er is geen dankfeest dat waardevoller kan zijn dan de kwaliteit en omvang van de dankbaarheid van de mensen die eraan deelnemen.

Op de eerste dag van de zevende Joodse maand, was er een andere gewijde samenkomst, het Bazuinfeest (of Feest der Geschal), herdacht met bazuinstoten (23:23-25), die voorafging aan Yom Kippur – de Grote Verzoendag (23:26-33) - die viel op de tiende dag van de zevende maand.

Dit was de dag waarop de hogepriester binnenging in het Heilige der Heiligen, met het voorgeschreven bloed, om zowel zijn eigen zonden als de zonden van het volk te bedekken (zie de commentaar op 12 april). De vijftiende dag van die maand begon het acht dagen durende Loofhuttenfeest (23:33-36), wanneer het volk moest leven in ‘loofhutten’ of ‘tabernakels’, hutten en tenten, om zichzelf te herinneren aan de pelgrimsjaren van voor ze het Beloofde Land binnentrokken.

Hoe zou het volk van het nieuwe verbond de voorzieningen van onze grote Verbondsgod moeten herinneren en gedenken?


Eigen vertaling van de overdenking bij 19 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 19 maart 2014

Wij zien! (of toch niet)


Exodus 30; Johannes 9; Spreuken 6; Galaten 5
Zoals de spijziging van de vijfduizend voorafgaat aan de uiteenzetting over het brood des levens, zo gaat Jezus’ genezing van de blindgeborene in Johannes 9 vooraf aan enkele kortere opmerkingen over de aard van geestelijke blindheid en geestelijk zien.

Sommige gezagsdragers vonden het moeilijk te geloven dat het slachtoffer werkelijk blind geboren was. Als dit het geval zou zijn, en als Jezus hem werkelijk had genezen, dan zou dit iets zeggen over Jezus’ kracht dat ze liever niet wilden horen.

Net als nu waren er ook toen talrijke ‘geloofsgenezers’ in het land, maar de meeste van hun werken waren niet erg indrukwekkend: de minst lichtgelovigen konden gemakkelijk de meeste bewijzen van hun succes weerleggen. Maar het zicht teruggeven aan een blindgeboren man – wel, daar was op dat moment nog niet eerder van gehoord in kringen van geloofsgenezing (9:32-33). Niet in staat om het onomwonden getuigenis van deze man te beantwoorden, zochten de autoriteiten hun toevlucht tot stereotypen en persoonlijke belediging (9:34).

Jezus zoekt hem opnieuw op, openbaart meer van zichzelf aan hem, nodigt hem uit te geloven en aanvaardt zijn aanbidding (9:35-38). Dan doet Hij twee belangrijke uitspraken:

(1) ‘Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat wie niet zien, zien mogen, en wie zien, blind worden’ (9:39). Op een bepaalde manier is dit de zaken volledig omkeren, zoals bij de rijke man en Lazarus (Lukas 16:19-31), of de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar (Lukas 18:9-14) - een gebruikelijk thema in de evangeliën.

Maar deze omkering vindt nu plaats in de sfeer van het zien. Zij die ‘zien’, met al hun principes van gesofisticeerd onderscheid, zijn verblind door wat Jezus zegt en doet; aan wie ‘blind’ zijn, de morele en geestelijke equivalenten van de man in dit hoofdstuk die blindgeboren is, aan hen betoont Jezus wonderlijk mededogen, en schenkt hen zelfs het zicht.

Sommige Farizeeërs die Jezus’ commentaar hoorden en zich beroemen op hun onderscheidingsvermogen, zijn geschokt. Het doet hen zelfs vragen of Jezus hen dan ook rangschikt onder de blinden. Dit is de aanleiding voor zijn tweede uitspraak.

(2) ‘Indien gij blind waart, zoudt gij geen zonde hebben; maar nu zegt gij: Wij zien; daarom blijft uw zonde’ (9:41). Natuurlijk had Jezus hun vraag gewoon met ‘Ja!’ kunnen beantwoorden. Maar dat zou de ernst van hun probleem niet aan het licht hebben gebracht.

Door subtiel de beeldspraak te wijzigen, maakt Jezus zijn punt op een andere manier duidelijk. In plaats van te benadrukken dat zijn tegenstanders blind zijn, geeft Jezus aan dat ze zelf beweren te zien – beter dan anderen, overigens.

Maar dat is het probleem: zij die van zichzelf vertrouwen dat ze bekwaam zijn om te zien, vragen niet om te zien. Zo blijven ze (impliciet) blind, met de schuldige blindheid van zelfgenoegzame zelfvoldaanheid. Niemand is zo blind als zij die niet weten dat ze blind zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 19 maart uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 4 februari 2014

Traditie in goede en slechte zin (Mk. 7)


Genesis 37; Markus 7; Job 3; Romeinen 7
Veel mensen uit protestantse kring staan wantrouwig tegenover ‘tradities’. In de populaire polemiek hebben protestanten de rooms-katholieken vaak afgeschilderd als mensen die de Bijbel omarmen plus tradities, terwijl wijzelf dan gewoon aan de Bijbel vasthouden. Diverse zaken vragen om verduidelijking voor we goed kunnen begrijpen wat Markus 7 over tradities zegt.

De eerste is een historische opmerking. Er is heel sterk bewijs dat de rooms-katholieke kerk tot aan de reformatie het scherp omlijnde verschil nog niet had geformuleerd dat opgeld deed na de reformatie.

Zelfs toen de katholieke kerk op de proppen kwam met behoorlijk vernieuwende leerstellingen, deed ze verwoede pogingen om die leer toch op een bepaalde manier met de Schrift te verbinden, soms via een reeks gevolgtrekkingen.

Maar geconfronteerd met het 'Sola Scriptura' (‘alleen de Schrift’) van de reformatie, pleitte de katholieke kerk voor een visie op openbaring die benadrukte dat de waarheid in bewaring was gegeven aan de kerk zelf. Deel daarvan werd dan gevormd door de weergave die we vinden in de heilige Schrift zelf, en een ander deel lag in andere tradities die de kerk bewaakte en doorgaf. In dergelijke formulering wordt traditie boven de Schrift gesteld als iets bijkomend.

Dit brengt ons bij de tweede opmerking, een die de tekst van het Nieuwe Testament raakt. Hier zie je hoe het woord 'traditie' [overlevering, JL] of 'tradities' ofwel in een positieve of een negatieve betekenis wordt gebruikt.

Het woord 'traditie' verwijst eenvoudigweg naar hetgeen wordt overgeleverd. Als hetgeen wordt overgeleverd ‘apostolische leer’ is, dan zijn tradities een zeer goede zaak (bijv. 1 Kor. 11:2); als hetgeen wordt overgeleverd conflicteert met wat God zegt, dan zijn 'tradities' niet nuttig en zelfs gevaarlijk (zoals hier in Markus 7).

Dit onderscheid tussen verschillende soorten 'traditie' is niet hetzelfde als wat vandaag meestal wordt gemaakt. We onderscheiden tradities die intrinsiek neutraal zijn maar niettemin behulpzaam in het bouwen van gezinnen of gemeenschappen – familietradities of interessante culturele of kerkelijke tradities – en daarnaast de tradities die repressief zijn, restrictief of verstikkend.

Kortom, we maken onderscheid op basis van het sociale effect van tradities, niet op basis van hun waarheidsgehalte. Maar in het Nieuwe Testament worden tradities niet geprezen of bekritiseerd op basis van hun sociale functie, maar in het licht van hun conformiteit aan of afwijken van het Woord van God.

Hier in Markus 7:3 zijn de tradities die Jezus veroordeelt, deze die mensen toelaten te omzeilen wat de Schrift duidelijk zegt.

Ten derde moeten we erkennen dat belijdende evangelicalen die in naam traditie schuwen ook soms tradities omarmen die feitelijk het Woord van God aan banden leggen.

Dit kunnen traditionele uitleggingen van de Schrift zijn, of traditionele kerkelijke praktijken, of traditionele gedragsvormen die in onze kringen worden ‘toegestaan’ maar ver af staan van de heilige Schrift. In elk geval vereist trouw aan Christus dat we hervormd worden door het Woord van God.


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 3 januari 2014

De wereld ontregeld door de opstand van de mens (Gen. 3)


Genesis 3; Matteüs 3; Ezra 3; Handelingen 3
In elk domein is het onwaarschijnlijk dat we het eens zullen raken over de oplossing van een probleem, tenzij we overeenstemmen over de aard van het probleem.
De religies in de wereld bieden een enorme variatie aan oplossingen voor menselijke problemen. Sommige verspreiden verschillende vormen van religieuze
zelfhulpoefeningen; sommige staan voor een soort gelovig fatalisme: andere moedigen aan om te putten uit een onpersoonlijke energie of kracht in het universum; weer andere beweren dat mystieke ervaringen beschikbaar zijn voor wie er naar streeft, ervaringen die alle kwaad relatief maken [want waar het dan om gaat is of je die ervaring hebt, niet hoe je leeft of denkt, JL]. Een van de kritische vragen om te stellen: wat vormt ten diepste de kern van de menselijke problemen?

De Bijbel benadrukt dat het hart van alle menselijke problemen de opstand is tegen de God die onze Schepper is, wiens beeld we dragen en wiens heerschappij we willen omverwerpen. Elk van onze problemen kunnen zonder uitzondering herleid worden naar die fundamentele bron: onze opstand en de rechtvaardige vloek van God die we door onze opstand over ons halen.

Dit mag niet op een simplistische manier worden (mis)begrepen. Het is niet noodzakelijk zo dat de grootste opstandelingen in deze wereld ook het meeste pijn lijden in deze wereld, in een of ander lik-op-stuksysteem. Maar of we nu de overtreders zijn (zoals in haat, jaloezie, lust of diefstal) of de slachtoffers (zoals in verkrachting, mishandeling of nietsontziende bombardementen), onze toestand is verbonden met zonde – de onze of die van anderen.

En of onze ellende verder het resultaat is van expliciete menselijke booasaardigheid of het resultaat van een ‘natuur’-ramp, Genesis 3 beklemtoont dat dit een ontregelde wereld is, een gebroken wereld – en dat deze stand van zaken er gekomen is door de opstand van de mens.

Gods vloeken over het menselijke paar zijn treffend. De eerste (Gen. 3:16), die pijn belooft bij het baren en falende huwelijken, is de ontwrichting van de eerste toegewezen taak die de mensen voor de zondeval kregen toebedeeld: dat man en vrouw, in de zegen van God, zouden vruchtbaar zijn en in aantal zouden toenemen (1:27-28).

De tweede (Gen. 3:17-19), die pijnlijk zwoegen belooft, een ontregelde ecologie, en een zekere dood, is de ontwrichting van de tweede taak die de mensen voor de zondeval kregen toebedeeld: Gods beelddragers zijn die regeren over de scheppingsorde en er in harmonie mee leven (1:28-30).

Met volkomen rechtvaardigheid had God dit opstandige geslacht meteen kunnen uitroeien. Hij kan dergelijke opstand niet meer negeren dan Hij zijn eigen Godheid kan loochenen. Maar in genade kleedt Hij hen, stelt een deel van de straf uit (de dood zelf) – en voorzegt een tijd waarin het nageslacht van de vrouw de slang zal verbrijzelen die het eerste paar had misleid. Je leest dan Openbaring 12 met opluchting, en beseft dat Genesis 3 het probleem beschrijft dat alleen Christus kan oplossen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 28 december 2013

Waar is de vrees voor Mij? zegt de HERE der heerscharen tot u (Mal. 1)


2 Kronieken 33; Openbaring 19; Maleachi 1; Johannes 18
We weten niet veel over Maleachi. Hij diende in de periode na de ballingschap, later dan de vroege jaren waarin de grootste crisissen plaatsvonden. Tegen zijn tijd waren zowel de muur als de tempel herbouwd.

Nehemia, Zerubbabel en Jozua waren namen uit het verleden. Het teruggekeerde overblijfsel had zich gesetteld. Recent had zich niets van grote betekenis voorgedaan. Er was geen spectaculair herstel van de heerlijkheid van God in de tempel, zoals voorzien door Ezechiël (43:4). De rituelen werden uitgevoerd, maar zonder veel ijver of enthousiasme.

Dit is de situatie die Maleachi aankaart. Het maakt zijn woorden bijzonder toepasselijk voor gelovigen die leven in vergelijkbare tijden van lethargie. Er gebeurt niet al te veel: de politieke situatie is stabiel, de godsdienstvrijheid verzekerd, de voorgeschreven rituelen worden uitgevoerd – maar bij dit alles ontbreekt niet alleen passie, maar ook integriteit, levensverandering, vuur, eer in relaties en beloften, en godsvrucht. De terugkerende Joden worden gekenmerkt door een cynisme dat levensmoe is en zich niet zomaar laat wegzetten.

Maleachi 1 schept al meteen het kader:

(1) De mensen zijn niet overtuigd dat God hen werkelijk liefheeft. ‘Waarin hebt Gij ons uw liefde betoond?’, protesteren ze (1:2) – in het bijzonder in het licht van de algemene belabberde staat van zwakheid en relatieve armoede waarin ze zich bevinden.

God verwijst in de eerste plaats naar zijn liefde waarmee Hij hen uitverkoren heeft. Hij verkoos Jakob boven Esau; er was niets intrinsiek aan de twee mannen dat een aanleiding vormde voor deze keuze. De keuze valt terug te voeren naar niets meer of minder dan de verkiezende liefde van God.

Gelovigen moeten leren veilig te rusten in die liefde, willen ze niet worden overvallen door elke donkere omstandigheid die hen treft.

(2) In haar godsdienstige praktijken voert het volk de rituelen uit, maar het behandelt God met een uitgesproken gebrek aan respect. Dit wordt minstens op twee manieren getoond.

(a) De wet bepaalde dat wie een offer wilde brengen, met een vlekkeloos lam moest komen, niet met het zwakke en kreupele. Maar deze mensen brengen de slechtste dieren uit hun kudde – iets waar ze zelfs nog niet aan zouden durven denken als ze een geschenk zouden aanbieden aan een aardse monarch (1:6-9).

(b) Bovenal behandelt het volk de aanbidding van de almachtige God in woord en daad als een last die je moet verdragen, veel meer dan een vreugde die je geniet of minstens een gelukkige plicht die je vervult. ‘Wat is het een moeite!’ (1:13), zuchten ze, terwijl ze misprijzend ‘de neus ophalen’ (1:13).

De kwestie waar het om draait is dat God een groot koning is. Deze mensen handelen op een manier die Hem minacht. ‘Van waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat, is mijn naam groot onder de volken’ (1:11). ‘Want een groot Koning ben Ik (…) en mijn naam is geducht onder de volken’ (1:14).

Maken Maleachi’s woorden ons beschaamd over hoe wij God benaderen?


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 11 juli 2013

Zend voor hen geen smeking op en geen gebed (Jer. 7)


Jozua 14-15; Psalmen 146-147; Jeremia 7; Matteüs 21

Deze tempelprediking (Jer. 7) in proza tot het volk dat door de poorten binnenkwam om zich ‘neder te buigen voor de HERE’ (7:2), is bekend omwille van zijn sterke nadruk op het feit dat geen ritueel of instelling of gebouw een schuldig volk kan beschermen tegen de toorn van God. Daar anders over denken staat gelijk met afglijden tot dwaas bijgeloof.

Enkele opmerkingen:

(1) Het slechts herhaaldelijk opdreunen van godsdienstige kreten als ‘des HEREN tempel’ (7:4) – of, net zo goed, ‘Jezus is Heer’ – haalt niets uit. Wat God vraagt is morele hernieuwing, verwerpen van valse goden, gerechtigheid, en vrijgevigheid (7:6-8).

Het vergieten van onschuldig bloed (7:6) kan verwijzen naar justitiële moorden, want we weten dat die voorkwamen (26:23, onder Jojakim).

(2) Maar vooral weerzinwekkend is de pure hypocrisie. Mensen konden zomaar stelen en moorden en overspel en meineed plegen, en offeren aan afgoden – en daarna deelnemen aan de tempeldienst, terwijl ze bescherming vroegen alsof de tempelmuren hen konden bewaren voor het oordeel van God (7:9-11).

Wanneer je de huidige statistieken ziet over stelen (bijv. sjoemelen met de belastingaangifte) en overspel, zowel buiten als binnen de kerk, kun je moeilijk geloven dat onze situatie heel erg verschilt. Wij zoeken dan misschien geen toevlucht in de tempelomgeving, maar op een of andere manier denken we dat de mate waarin we de christelijke regels volgen ons nog altijd ‘goede mensen’ maakt en daarom bewaart voor het oordeel dat andere volkeren treft.

(3) Mogelijk komt de tijd, zoals die ook kwam in de dagen van Jeremia, dat voorbede voor dergelijke mensen door God zelf verboden wordt (7:16). Dit staat gelijk met zeggen dat het te laat is.

(4) Desondanks wil God dat Jeremia al deze dingen doorgeeft aan het volk. Misschien dat de zwaarte van het dreigement tot nadenken stemt en aanzet tot bekering.

Maar neen: ‘Ook nu gij tot hen al deze woorden spreekt, horen zij niet naar u, en nu gij tot hen roept, antwoorden zij u niet; zeg dus van hen: Dit is het volk dat niet hoort naar de stem van de HERE, zijn God, en dat geen tuchtiging aanneemt; de oprechtheid is verdwenen en teloorgegaan uit hun mond’ (7:27-28).

Hoewel geschreven om Judeeërs in de zesde eeuw voor Christus te beschrijven, kun je je moeilijk een passage voorstellen die nog scherper de westerse cultuur beschrijft, inclusief veel van de westerse kerk.

Ook in onze dagen is ‘de oprechtheid verdwenen’, niet alleen in de zin dat eerlijkheid ver te zoeken is, maar ook ten gevolge van postmoderne gevoeligheden die het moeilijk vinden te zien waar we ons druk over maken: al deze religieuze claims worden gedreven door sociologische druk, is het niet, en niet door een Goddelijke persoon die eigenlijk objectieve waarheid spreekt? En zo snellen we in de richting van de hel.


Eigen vertaling van de overdenking bij 11 juli uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 6 juli 2013

Petrus: eerste onder gelijken (Mt. 16)


Jozua 8; Psalm 139; Jeremia 2; Matteüs 16
Over weinig gedeelten uit de synoptische evangeliën is in de geschiedenis van de kerk meer getwist dan over Petrus’ belijdenis dat Jezus ‘de Christus’ is, ‘de Zoon van de levende God’, en hetgeen daarop volgt (Mt. 16:13-28).

Hier wagen we ons aan slechts drie bedenkingen:

(1) Te oordelen naar zijn antwoord, ziet Jezus deze belijdenis als een belangrijke vooruitgang, bereikt via openbaring door de Vader (16:17). Maar dit betekent niet dat Petrus voor dat ogenblik nog niet besefte dat Jezus de Messias is. Ook betekent het niet dat hij ‘Messias’ begreep in de volwaardige, christelijke betekenis die het woord kreeg na Jezus’ dood en opstanding.

Op dat ogenblik is Petrus heel duidelijk bereid om Jezus te aanvaarden als Israëls koning, de Gezalfde uit de lijn van David, maar hij besefte niet dat Hij tegelijk de Davidische koning en de lijdende Knecht moest zijn, zoals de daaropvolgende verzen tonen.

Zowel Petrus’ begrip als zijn geloof waren groeiend, maar nog steeds pijnlijk beperkt. Om Petrus op dit gebied tot volle christelijke geloof te zien komen, moeten we wachten op de volgende grote heilshistorische afspraak: het kruis en de opstanding.

(2) Jezus’ woorden ‘Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen' (16:18), zijn begrepen als de start van het rooms-katholieke pausdom. Maar zelfs in de meest ruimhartige interpretatie kun je maar moeilijk zien hoe dit tekstgedeelte iets zou zeggen over het doorgeven van een Petrine voorrang, en nog minder over een geleidelijk ontwikkelen en bevorderen van het pausdom tot de introductie van de leer van de pauselijke onfeilbaarheid in 1870.
Beledigd door dergelijke buitensporige claims, zijn veel protestanten met uitleggingen gekomen die al even ongelooflijk zijn.

Misschien zei Jezus ‘gij zijt Petrus’ (wijzend naar Petrus) ‘en op deze rots zal ik mijn gemeente bouwen’ (wijzend naar zichzelf).
Of misschien is de ‘rots’ waarop de gemeente gebouwd wordt niet Petrus, maar Petrus’ belijdenis – wat nauwelijks recht doet aan de woordspeling in het Grieks: ‘Jij bent petros en op deze petra’.’

(3) Het is beter te zien dat Petrus werkelijk een bepaalde voorrang heeft – wat een ‘heilshistorische voorrang’ genoemd werd. Hij was de eerste om bepaalde dingen te zien, de leider die van God gaven kreeg bij de eerste stappen van organisatie en evangelisatie na de opstanding (zoals Handelingen duidelijk maakt).

Maar niet alleen was dit leiderschap verbonden met Petrus’ unieke rol in de heilsgeschiedenis (zo uniek, dat het naar de aard van de zaak niet kon doorgegeven worden), maar de evangelieautoriteit die hem verleend was (16:18-19) wordt uitgebreid naar al de apostelen (18:18).

Dit is wat we moeten verwachten: elders wordt ons verteld dat de gemeente gebouwd wordt op het fundament van profeten en apostelen (Ef. 2:20, cursief toegevoegd). Zoals de oude formulering luidt, Petrus was primus inter pares – de eerste onder gelijken.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 juli uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 4 juli 2013

Op zulken sla Ik acht: op de ellendige, de verslagene van geest en wie voor mijn woord beeft (Jes. 66)


Jozua 6; Psalmen 135-136; Jesaja 66; Matteüs 14
Hoewel Jesaja 66 eindigt op een noot van apocalyptische daadkracht en hoop (66:18-24), verweven met een duidelijk missionair thema (66:19), biedt het begin van het hoofdstuk nog één waarschuwing. Deze waarschuwing (Jes. 66:1-6) trekt hier onze aandacht.

De tekst kijkt vooruit naar de tijd waarin de tempel in Jeruzalem zal herbouwd worden. Jesaja heeft de hele tijd voorspeld dat Jeruzalem zou vernietigd worden en daarmee impliciet ook de tempel. Hij profeteerde ook dat een overblijfsel naar de stad zou terugkeren en de herbouw zou aanvatten. Maar ze mogen nooit vergeten dat God niet kan herleid worden tot de afmetingen van een tempel: ‘De hemel is mijn troon en de aarde de voetbank mijner voeten, waar zou dan het huis zijn, dat gij Mij zoudt bouwen, en waar de plaats mijner rust? Dit alles heeft immers mijn hand gemaakt en zo is dit alles ontstaan’ (66:1-2).

Salomo begreep dit toen hij Israël voorging in gebed bij de inwijding van de eerste tempel (1 Kon. 8:27). Niettemin is dit een les die snel wordt vergeten wanneer opeenvolgende generaties afglijden naar religieuze kerkelijkheid.

Op een of andere manier denken zij goed te zijn omdat ze de voorgeschreven religieuze verplichtingen nakomen. Maar God benadrukt dat een voorgeschreven dier offeren in de nieuwgebouwde tempel met een hart dat ver van de Heer staat, niet beter is dan te komen met de offerande van een onrein dier – het kan voor de Heer zelfs zo verwerpelijk zijn als een mensenoffer, want de volledige handeling wordt zo vreselijk Godonterend (66:3). Deze religieuze mensen glijden uiteindelijk af tot de godsdienstvervolging van wie Gods woord willen volgen (66:5).

Nog maar eens dreigt de Heer met enorm oordeel (66:4, 6). Wat zal de Heer dan zoeken onder het overblijfsel dat terugkeert uit ballingschap? ‘Op zulken sla Ik acht: op de ellendige, de verslagene van geest en wie voor mijn woord beeft’ (66:2).

Een paar verzen later, richt Jesaja zich rechtstreeks tot de getrouwen als ‘gij die voor zijn woord beeft’ (66:5). Niets nieuws. Een van de lessen die de Israëlieten moesten leren gedurende hun jaren van omzwerving in de woestijn, was ‘dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des HEREN uitgaat’ (Deut. 8:3).

Dit is van blijvend belang – niet alleen goed te luisteren naar elk woord dat God gesproken heeft, maar luisteren met nederigheid, verbrokenheid en vreze Gods (66:2).

In elke generatie bestaat het verschil tussen oprechten en valsen en gezegenden en vervloekten, uit hun trouw of ontrouw aan het woord van God.


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 juli uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 3 april 2013

Gerechtigheid en recht doen, is de HERE welgevalliger dan offers (Spr. 21)


Leviticus 6; Psalmen 5-6; Spreuken 21; Kolossenzen 4

Hier zal ik me toeleggen op drie van de verscheiden thema’s die in Spreuken 21 opduiken:

(a) ‘Gerechtigheid en recht doen, is de HERE welgevalliger dan offers’ (21:3). De profeten zeggen iets gelijkaardigs (bijv. Hosea 6:6), en dat doet ook de Heer Jezus (Mt. 9:13; 12:7).

Elke generatie moet bedenken dat integriteit en gerechtigheid belangrijker zijn dan religieuze rituelen. Het zou niet mogen verrassen dat religieuze mensen soms sjoemelen met hun belastingaangiftes, hun kinderen misbruiken, de auto van hun buren begeren en niets zo hard liefhebben als hun persoonlijke plezier. Hun religie zou in de praktijk kunnen dienen als mantel om hun zonde te bedekken onder een vernislaag van eerbiedwaardigheid.

Dit hoofdstuk bevat ook een andere relevante spreuk: ‘Het offer der goddelozen is een gruwel, hoeveel te meer, als hij het met boze bedoeling brengt (21:27). De religieuze inachtname door goddeloze mensen is gewoon verachtelijk in Gods ogen; het is onvoorstelbaar walgelijk voor Hem wanneer de goddeloze persoon minder een verdorven slachtoffer is dan een zelfbewuste charlatan die zijn religie gebruikt om mensen te misleiden.

Impliciet betekent dit natuurlijk dat de religie van de Bijbel meer gaat over karakter dan over koren, meer over werkelijke transformatie dan over religieuze traditie, meer over God en het evangelie dan over leiderschap en protserigheid.

(b) Armoede kan zijn oorsprong vinden in misbruik en onderdrukking door de sterken en machtigen. Maar het kan ook voortkomen uit een karakteriële zwakte zoals luiheid of liefhebben van eigen genot.

Zo is het ook in dit hoofdstuk: ‘Wie van vermaak houdt, zal gebrek lijden; wie olie en wijn liefheeft, wordt niet rijk’ (21:17). ‘In de woning van de wijze is kostelijke voorraad en olie, maar een dwaas van een mens brengt het door (21:20). ‘De begeerte van de luiaard brengt hem ten dode, want zijn handen weigeren te werken’ (21:25). ‘De begerigheid begeert de ganse dag, maar de rechtvaardige geeft en houdt niet terug’ (21:26).

In tegenstelling daarmee: ‘De plannen van de vlijtige strekken tot louter overvloed, maar al wie overijlt, komt slechts tot gebrek’ (21:5). De wijze zal geen genot najagen als een van de grote doelen in het leven, maar zal zich vooruitziend tonen, vrijgevig, hardwerkend, trouw en rechtvaardig – precies het soort kwaliteiten die mensen tot goede werkgevers en goede werknemers maken.

(c) ‘Trotsheid van ogen en opgeblazenheid van hart – de glans der goddelozen is zonde’ (21:4). ‘Een overmoedige en vermetele heet spotter, hij, die handelt in mateloze overmoed’ (21:24). De kern van alle goddeloosheid is die voortdurende zelfgerichtheid die bij zichzelf de illusie wekt dat we alles zelf in handen hebben, in die mate dat God nooit meer kan zijn dan een handlanger. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat transformatie begint met berouw.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 25 februari 2013

Re: Hoe kun je beweren dat er maar 1 waar geloof is?



Dit berichtje dat ik december 2011 al eens postte kwam ik vandaag terug tegen. Het blijft actueel ... Oordeel zelf.

‘Hoe kun je beweren dat er maar 1 waar geloof is?’ Misschien kreeg je die vraag al eens voor de voeten geworpen? Tim Chester (UK) wijdt een kleine serie aan geloofsverdediging. Het geeft een idee van hoe je de vragen van mensen kunt beantwoorden in gevallen waar je slechts een paar minuten tijd krijgt of hebt.


1. Mensen vergelijken religies of geloofsrichtingen wel eens met blinden die een olifant vinden. De eerste blinde voelt aan de zij van de olifant en concludeert dat het om een muur gaat. De volgende voelt de slurf en trekt de conclusie dat het om een slang gaat. Afhankelijk van waar ze voelen concluderen ze dat het een touw, een boom enz is. Het verhaal moet dan zogezegd aantonen dat alle religies de waarheid weerspiegelen, maar dat geen van hen de volle waarheid heeft. Maar als mensen met dit voorbeeld uitpakken, kun je hen best eens vragen ‘Hoe weet je dat er een olifant is?’. Met andere woorden: het verhaal veronderstelt dat er een verlichte verteller is, die objectief tegen de zaken kan aankijken.

2. Soms wordt gezegd: ‘Mocht je geboren zijn in Iran, dan was je nu moslim en geen christen.’ Maar hetzelfde gaat op voor de pluralist. ‘Als jij in Iran geboren was, dan was jij geen pluralist.’ Anders gezegd: je geloof dat alle religies gelijk zijn of misleid zijn is al even cultureel bepaald en sociaal geconditioneerd als mijn geloof in Jezus (en zelfs vandaag nog meer want kerkgangers zijn vandaag een minderheid in onze samenleving)

3. Jezus beweerde dat Hij de enige weg tot God is (Joh. 14:6). Als alle religies tot God leiden, dan was Jezus een leugenaar en is het christendom vals. In dit geval houdt een stelling dat alle religies tot God leiden geen stand.

4. Mensen vragen wel eens of je alle geloven volledig hebt onderzocht voor je besliste om Christus na te volgen. Daarop 2 antwoorden: (1) Je behoeft geen volledige kennis te hebben vooraleer je over iets kunt beslissen dat het waar is. Je hoeft niet alle kranten te lezen en alle ooggetuigen gehoord te hebben om te geloven dat de uitslag van een sportwedstrijd klopt. (2) Ik besliste niet dat het christendom het beste geloof is; Jezus heeft een claim op mijn leven.

5. Vraag mensen wat ze verstaan onder religie. Jezus is niet de zoveelste religieuze figuur maar het einde of het tegenovergestelde van alle religies. Religie gaat immers over een opwaartse beweging van de mensheid naar God toe, maar Jezus staat voor een neerwaartse beweging van God naar de mens toe.

6. Omdat Jezus Gods initiatief naar de mens is, is de boodschap van Jezus een boodschap van genade. Dit is niet afhankelijk van menselijke prestatie maar van Gods genadige en voltooide werk. Dus geeft alleen Jezus geloofszekerheid.

Gelezen bij Zach Nielsen.
Oorspronkelijk gebaseerd op een leermodule uit het materiaal van Porterbrook.

woensdag 15 februari 2012

De Schrift is eenduidig: ga naar Jezus (Lk. 1)


Genesis 48, Lukas 1:39-80, Job 14:1, 1 Korinthiërs 2

Soms wekt slechte theologie reactionaire slechte theologie op. Omdat het rooms-katholicisme Maria gaandeweg meer titels gaf en mythes toeschreef, hebben protestanten soms gereageerd door stil te blijven over haar verbazingwekkende karakter. De aanpak van geen van beide houdt goed stand wanneer die door dit gedeelte (Lk. 1:39-80) en enkele andere waarover we zullen kunnen nadenken, wordt beproefd.

Katholieken gaven Maria titels als ‘Moeder Gods’ en ‘Koningin van de Hemel’, maar geen daarvan wordt in de Bijbel gevonden. De visie dat Maria onbevlekt werd ontvangen (en daarom zondeloos is), en dat ze net als Henoch lichamelijk in de hemel werd opgenomen en daarmee aan de dood ontsnapte, vinden in de Bijbel al evenmin enige basis. Die laatste visie werd voor de rooms-katholieken niet eerder een dogma dan in 1950. Volgens nieuwsberichten overweegt de huidige Paus of hij een andere titel, die conservatieve katholieken al voor Maria gebruiken, ook niet zou invoeren als een te belijden dogma, nl. de titel van ‘Coredemptrix’ of ‘medeverlosseres.

Maar Lukas’ getuigenis wijst in een andere richting. In Maria’s lofzang (1:46-55), traditioneel de ‘Magnificat’ genoemd (naar het Latijnse woord voor ‘verheerlijken’ of ‘grootmaken’: ‘Mijn ziel maakt groot de Here’), zegt Jezus’ moeder dat haar geest zich verblijdt in ‘God, mijn Heiland’ – wat zeker klinkt alsof ze zichzelf zag als iemand die een Redder nodig had, wat vreemd zou zijn voor iemand die onbevlekt ontvangen was. Meer, als je snel doorheen de evangeliën scant ontdek je dat Maria gedurende Jezus’ dienst geen speciale toegang had tot haar beroemde zoon, soms ook de aard van zijn missie niet begreep (bijv. 2:48-50), en nooit iemand hielp een bepaalde gunst van Jezus te verkrijgen die hij of zij ook anders niet kon krijgen. Ja, het eenduidig getuigenis van de Schrift is dat mensen tot Jezus moeten gaan. Jezus zegt: ‘Kom tot Míj, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ík zal u rust geven’ (Mt. 11:28). Hij zegt niet: ‘Kom tot mijn moeder’. Hij alleen is de ware Middelaar tussen God en mensen.

Niettemin is Maria helemaal prachtig als een voorbeeld van vele deugden (zoals bijvoorbeeld ook Jozef dat is in Genesis 37-50). Ze aanvaardt haar verbazingwekkende rol onderdanig en onverstoorbaar, zeker als je bedenkt wat het aanvankelijk voor haar reputatie heeft betekend (1:34-38). Tweemaal noemt Elisabeth haar ‘gezegend’ (1:42, 45), d.w.z. door God aangenomen; de bovennatuurlijke erkenning van de superioriteit van de Zoon van Maria boven de zoon van Elisabeth (1:41-45) was ongetwijfeld een van de dingen die Maria in haar hart overwoog (2:19). Maar geen van deze dingen stijgen Maria naar het hoofd: zijzelf erkent dat haar ‘gezegend’-zijn niet gebaseerd is op haar intrinsiek superieur zijn, maar op Gods (‘de Machtige’) gedenken van haar ‘lage staat’ en zijn keuze om ‘grote dingen’ voor haar te doen (1:48-49). Zij focust in de ‘Magnificat’, zoals ook wij dat moeten doen, op de trouw van God die nu de zo lang beloofde verlossing brengt (1:50-55).


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

zaterdag 4 februari 2012

Traditie: gehaat of geliefd - en waarom? (Mk. 7)

Genesis 37, Markus 7, Job 3, Romeinen 7

Veel mensen uit protestantse kring staan wantrouwig tegenover ‘tradities’. In de populaire polemieken hebben protestanten de rooms-katholieken vaak neergezet als mensen die de Bijbel omarmen plus tradities, terwijl we onszelf dan zien als eenvoudig vasthoudend aan de Bijbel. Diverse zaken vragen verduidelijking voor we goed kunnen verstaan wat Markus 7 ons leert over tradities.

De eerste is een historische opmerking. Er is heel sterk bewijs dat er in de rooms-katholieke kerk van voor de reformatie nog geen sprake was van het scherp omlijnde verschil zoals dit na de reformatie opdook. Zelfs toen de katholieke kerk op de proppen kwam met behoorlijk vernieuwende leerstellingen, deed ze verwoede pogingen om die leer toch op een bepaalde manier met de Schrift te verbinden, soms via een reeks gevolgtrekkingen. Maar geconfronteerd met het ‘Sola Scriptura’ (alleen de Schrift) van de reformatie, betoogde de katholieke kerk voor een visie op openbaring die benadrukte dat de waarheid aan de kerk zelf in bewaring was gegeven. Deel daarvan werd dan gevormd door het onderpand gevonden in de heilige Schrift zelf, en een ander deel lag in andere tradities die de kerk bewaakte en doorgaf. In dit soort formulering wordt traditie boven de Schrift gesteld als iets wat eraan wordt toegevoegd.

Dit brengt ons bij de tweede opmerking, een die de tekst van het Nieuwe Testament raakt. Hier vind je het woord ‘traditie’ (overlevering) of ‘tradities’ in ofwel positieve of negatieve zin gebruikt. Het woord ‘traditie’ verwijst eenvoudigweg naar dit wat overgeleverd wordt. Als dit wat wordt overgeleverd ‘apostolische leer’ is, dan zijn tradities een zeer goede zaak (bijv. 1 Kor. 11:2). Als dit wat wordt overgeleverd in tegenstelling staat met wat God zegt, dan zijn ‘tradities’ niet nuttig en zelfs gevaarlijk (zoals hier in Markus 7).

Dit onderscheid tussen verschillende soorten ‘traditie’ is niet hetzelfde zoals dit vandaag meestal gemaakt wordt. We onderscheiden tradities die in zichzelf neutraal zijn maar niettemin behulpzaam in het bouwen van gezinnen of gemeenschappen – familietradities of interessante culturele of kerkelijke tradities – en daarnaast de tradities die onderdrukkend zijn, beperkend of beklemmend. In het kort gezegd maken we onderscheid op basis van het sociale effect van tradities, niet op basis van hun waarheidsgehalte. Maar in het Nieuwe Testament worden tradities niet ofwel geprezen of bekritiseerd op basis van hun sociale functie maar in het licht van hun trouw aan of afwijken van het Woord van God. Hier in Markus 7:3 zijn de tradities die door Jezus veroordeeld worden, die tradities die mensen toestaan om naast zich neer te leggen wat de Schrift duidelijk zegt.

Ten derde moeten we inzien dat belijdende evangelicalen die in naam wel traditie schuwen ook soms tradities omarmen die in de praktijk het Woord van God knechten. Dit kunnen traditionele interpretaties van de Schrift zijn, of traditionele vormen of een wandel die in onze kringen ‘toegestaan’ worden, maar veraf staan van de heilige Schrift. In elk geval vraagt trouw aan Christus dat we hervormd worden door het Woord van God.


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

Bron afbeelding

vrijdag 6 januari 2012

Vrome daden kunnen in werkelijkheid net het tegenovergestelde zijn

Genesis 6, Mattheüs 6, Ezra 6, Handelingen 6


De eerste drie delen van Mattheüs 6 (dat zelf het centrale hoofdstuk vormt van de Bergrede) behandelen 3 fundamentele daden van vroomheid in het judaïsme: geven aan de behoeftigen (traditioneel ‘aalmoezen geven’ genoemd), gebed en vasten (Matt. 6:1-18).

De link tussen de gedeeltes is treffend: Jezus erkent hoe makkelijk het is voor zondaars om zich te engageren in waardevolle, menslievende en zelfs religieuze activiteiten, minder om te doen wat recht is dan om bewonderd te worden omwille van dit rechtdoen.
Als het belangrijker geacht wordt om gezien te worden als vrijgevig dan om vrijgevig te zijn, als het belangrijker is een reputatie te krijgen van bidder dan om een bidder te zijn als alleen God je hoort, als vasten iets is waar we ons alleen aan wijden als we er vrij mogen over praten, dan worden deze vrome daden net het tegenovergestelde.

De beste manier om te ontdekken hoe betrouwbaar we zijn op elk van deze terreinen is om die daden zo in het verborgen te doen dat niemand er van weet behalve God. Dus wees vrijgevig, maar vertel niemand wat je geeft (6:1-4). Sta erop dat zelfs de ontvangers er discretie over bewaren. Bid veel meer in het verborgen dan je dit publiek doet (6:5-8). En jazeker, vast – maar vertel het aan niemand (6:16-18). Voor het middelste van deze drie vroomheidsdaden is er een verdere test: onderneem geen pogingen om je hemelse Vader vergeving te vragen als je zelf onwillig bent om te vergeven (6:14-15).

In elk van deze drie traditionele vroomheidsdaden wordt het ware christelijke leven gekenmerkt door een eenvoudig maar diepgaand verlangen om God welgevallig te zijn, en niet door de drang naar uiterlijk vertoon, die er in werkelijkheid meer belang aan hecht om bij anderen de indruk te wekken dat we voor God leven.

De laatste twee delen van het hoofdstuk gaan verder met het testen van onze diepste motieven.
(1) Ten eerste zegt Jezus ons om schatten te verzamelen in de hemel, want onze harten zullen onvermijdelijk naar onze schatten uitgaan. Wat we uiteindelijk kostbaar achten zal aan onze 'harten' trekken – onze persoonlijkheid, onze dromen, onze tijd, onze verbeelding, wie we diep van binnen zijn – en we zullen ze nastreven. Dat ding wordt onze God. Als hetgeen we waardevol achten louter materieel is, is materialisme onze god. Maar als alles wat we koesteren het meest behoort tot de eeuwige dingen, dan zal ons hele wezen nastreven wat van betekenis is voor de eeuwigheid.
(2) Ten tweede zegt Jezus ons dat een oprechte en trouwe relatie met God weigert om zich te geven aan eindeloze, nodeloze bezorgdheid. We kunnen God vertrouwen – zijn wijsheid, zijn goedheid, zijn voorzienige beschikkingen – zelfs in deze gebroken boze wereld. Hem niet vertrouwen verraadt het heidense karakter van onze harten.

Kortom: zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid (6:33).

Eigen vertaling van de overdenking bij 6 januari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998. Dit dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I.

zaterdag 24 december 2011

Minder christenen in Engeland

Steeds minder mensen in Engeland en Wales noemen zich christen. Hoewel het christendom er nog steeds de grootste godsdienst is, nam het aantal christenen in vijf jaar tijd met bijna 10 procent af.
Dat blijkt uit onderzoek van de Britse regering, waarover de krant The Telegraph vrijdag berichtte.

Het percentage christenen daalde tussen 2005 en 2010 van 77 tot 70. In deze periode steeg het aantal mensen dat zegt geen godsdienst te hebben van 15 naar 21 procent.

Uit het Britse onderzoek blijkt ook dat christenen veel minder vaak een dienst bezoeken dan aanhangers van andere godsdiensten. Ondanks dat, nam het aantal christenen dat zegt regelmatig naar de kerk te gaan toe van 31 naar 33 procent.

Het onderzoek van de Britse regering naar godsdienst en etnische afkomst heeft sinds 2001 ieder jaar plaats. Vanwege de hoge kosten –bijna 5 miljoen euro– was dit de laatste keer.

Het onderzoek verscheen kort nadat de Britse premier David Cameron aangaf dat christelijke leiders en geestelijken van andere religies een belangrijke rol kunnen spelen bij het keren van het moreel verval waarmee Groot-Brittannië te maken heeft.

In de Verenigde Staten noemt 78 procent van de bevolking zich christen, zo blijkt uit vrijdag gepubliceerde cijfers van het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup. Minder dan 2 procent noemt zich joods. Zo’n 15 procent van de Amerikanen geeft aan geen „religieuze identiteit” te hebben.

Het aantal mensen dat aangeeft geen religie te hebben neemt ieder jaar toe. Op dit moment noemt 82,5 procent van de Amerikanen zich religieus. In 1951 bijvoorbeeld, was dat nog 99 procent.

(Bron: Refdag.nl)

woensdag 21 december 2011

Ravi Zacharias komt naar België

In 2012 komt Ravi Zacharias naar België. Onderstaande video en tekst situeren deze uitstekende apologeet een beetje ...



Ravi is geboren in 1946 in Madras in India. Hij komt uit een geslacht van Hindupriesters. Zijn familie kwam in aanraking met het christendom en aanvaardde door deze ontmoetingen Christus.

Maar Ravi bleef atheïst tot zijn 17e. Op die leeftijd probeerde hij zelfmoord te plegen door vergif in te nemen. In het ziekenhuis kreeg hij een Bijbel en werd hem aangeraden het evangelie van Johannes te lezen. Hij werd getroffen door de kracht van deze woorden.

Vandaag is Ravi op vele terreinen actief. Hij is auteur van vele bestsellers. Enkele van zijn boeken zijn bekroond met hoge prijzen. Verschillende ervan zijn vertaald in het Russisch, Chinees, Koreaans, Thais en Spaans en vele andere talen. Hij heeft een wekelijks radioprogramma: "Let My people think". Het wordt op meer dan 1700 plaatsen in de wereld uitgezonden.

Doordat Ravi van binnenuit op de hoogte is van de grote godsdiensten, spreekt hij over de hele wereld mensen bemoedigend toe. Hij kent het Hindoeïsme en het Boeddhisme. Hij is opgegroeid in de Islamitische wereld en kent daarnaast vele filosofieën en theorieën. Dat maakt dat hij heel sterk is in het beantwoorden van vragen waar mensen uit alle culturen mee rondlopen. Daar zal ook veel tijd voor worden uitgetrokken tijdens zijn verblijf in België.

Ravi heeft vele contacten op hoog niveau. Hij is adviseur van vele politici. Hij spreekt in het "Witte huis, het Pentagon en de Algemene vergadering van de Verenigde Naties.

In België zal Ravi 3 toespraken verzorgen. Algemeen thema is 'De veranderende Europese identiteit'.

Dit is de uitgewerkte agenda:

+++ Toespraak 1 (in Leuven) +++
De Veranderende Europese Identiteit – De Zin van het Leven

Dinsdag 31 januari 2012 19:30 – 22:30
KU Leuven, aula Pieter De Somer, Charles Deberiotstraat 24, 3000 Leuven


+++ Toespraak 2 (in Antwerpen) +++
De Veranderende Europese Identiteit – Navigeren in een moreel divers Europa – Zonder God?

Woensdag 1 februari 2012 19:30 – 22:30
Feestzaal Kielpark, Sint Bernardsesteenweg 113, Kiel-Antwerpen


+++ Toespraak 3 (in St.-Genesius-Rhode) +++
De Veranderende Europese Identiteit – Het Christelijke Antwoord

Donderdag 2 februari 19:30 – 22:30
Christian Center Brussels – Waterloosesteenweg 47 – 1640 St.-Genius-Rhode

Gratis toegang, maar beperkt aantal plaatsen.



donderdag 29 september 2011

woensdag 25 mei 2011