zaterdag 31 januari 2015

'Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden' (Rom. 3)


Genesis 32; Markus 3; Esther 8; Romeinen 3

Over bijna alles in Romeinen 3:21-26 bestaat strijd. Hier is geen plaats om een specifieke exegese te verdedigen. Maar volgens mij zijn dit enkele van de meer belangrijke conclusies die we moeten trekken:

(1) ‘Maar nu’ (3:21, HSV): de uitdrukking is temporaal, niet louter logisch. Paulus heeft 1:18-3:20 gewijd aan het aantonen dat iedereen van het menselijk ras, zowel Joden als heidenen – d.w.z. zij die de Wet van Mozes bezitten en zij die dat niet doen – strafschuldig staat tegenover God. Maar nu, op dit punt in de heilsgeschiedenis, is er iets nieuws gebeurd. ‘Gerechtigheid van God’ is openbaar geworden.

(2) De zinsnede ‘buiten de wet om’ bepaalt wellicht ‘openbaar geworden’ – d.w.z. een ‘gerechtigheid Gods’ is ‘openbaar geworden’ ‘buiten de wet om’.

(3) ‘De wet’ betekent hier niet zuiver ‘wetticisme’, alsof Paulus zou willen zeggen dat nu een gerechtigheid openbaar is geworden die buiten het wetticisme om gaat. Paulus’ punt is eerder dat nu, met de dood en opstanding van Jezus, een gerechtigheid van God openbaar is geworden buiten het wetsverbond om, de Wet van Mozes. Dit betekent niet dat een dergelijke gerechtigheid onaangekondigd kwam. Verre van: ‘de wet en de profeten getuigen’ er al van (d.i. de heilige Schrift), hebben er getuigenis van afgelegd. Met andere woorden: ‘de gerechtigheid Gods’ die tot ons is gekomen door Jezus, kwam er onafhankelijk van het wetsverbond, maar niettemin getuigde de oude wet – zelfs de hele Hebreeuwse Bijbel - er al van en liep ze er op vooruit.

(4) Die ‘gerechtigheid Gods’ is voor allen die geloven (3:22-24). Ze kan niet voor hen zijn die goed zijn, want Paulus heeft net twee hoofdstukken gebruikt om te bewijzen dat allen slecht zijn. Ze is daarom weggelegd voor hen die geloven, en ze komt vrijelijk door de genade van God ‘door de verlossing in Christus Jezus’ (3:24).

(5) Die verlossing werd door God bewerkt door Christus Jezus naar voor te schuiven als een ‘zoenmiddel’ (3:25), of, meer precies, als een middel tot verzoening, een zoenoffer. God werkte Jezus’ dood zo uit dat Jezus, in zijn kruisiging, stierf als ‘rechtvaardige voor onrechtvaardigen’ (1 Pet. 3:18) en daardoor God gunstig stemde of ‘verzoende’ met hen die anders slechts zijn toorn konden verwachten. Op die manier is Christus’ dood niet alleen een ‘uitdelging’ (ze veegt onze zonde weg) maar ook een ‘zoenmiddel’ (hierdoor wordt God gunstig gestemd).

Aangezien het God zelf is die in het offer voorziet, is er natuurlijk een diepere zin waarbij God zichzelf verzoent – d.w.z. Hij voorziet genadig in het offer dat zijn eigen toorn bevredigt.

(6) Anders gesteld: God offert Christus niet alleen op om goddeloze zondaren zoals wij, die geloof hebben in Jezus, te rechtvaardigen, maar ook om zijn eigen rechtvaardigheid in stand te houden, om rechtvaardig te zijn in het licht van alle zonden die ooit werden begaan (3:25-26).


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 30 januari 2015

Tevreden? Gevaar terug! (Esth. 7)


Genesis 31; Markus 2; Esther 7; Romeinen 2

Zo wordt Haman gespiest (Esther 7). De details van hoe dit moment in het verhaal wordt bereikt getuigen tegelijk van de voorzienige hand van God en de verhalende kwaliteiten van de auteur van dit kleine boek. Esthers tweede tuinfeest laat Haman volledig ontmaskerd achter en zonder enige verdediging. Enkele minuten later struikelt hij over zichzelf op Esthers rustbank, smekend voor zijn leven, om slechts te ontdekken dat zijn daden door de woedende koning Xerxes geïnterpreteerd worden als een ernstige poging om de koningin te molesteren.

Bovendien wordt de vijftig el hoge paal die klaargezet was om Mordechai aan op te hangen – de Mordechai die Haman gedwongen eer diende te betuigen – nu de plaats waar hij zelf ter dood wordt gebracht. De man die een genocide wilde veroorzaken wordt gedood.

Terugblikkend is de operatie zo eenvoudig verlopen. Ondanks Mordechais bittere tranen, ondanks Esthers onzekerheid en haar oproep voor drie dagen van vasten en gebed, lijkt vanuit dit gezichtspunt het resultaat bijna onvermijdelijk.

Merk niettemin op:

Ten eerste kennen we in de meeste van de conflicten waar we in terechtkomen, zeker waar het gaat om conflicten rond het evangelie en het leven en de gezondheid van Gods volk, de uitkomst niet wanneer we onverschrokken ten strijde trekken. Die kennis is voorbehouden voor God alleen. Toch mag het christelijk geloof nooit verward worden met fatalisme; de tussenkomst van Mordechai en Esther vereiste zelfonderzoek, geloof, gebed en gehoorzaamheid.

Blikken we terug, dan was zelfs hun aanwezigheid aan het hof en aan de rand van het hof Gods voorbereiding, en zeker de uitkomst was een werk van God; maar nooit mag ons vertrouwen in Gods uiteindelijke overwinning zorgen voor verzwakking in onze eigen gepassioneerde betrokkenheid, onze voorbede en onze inzet bij de zaken die Gods verbondsvolk raken.

Ten tweede betekent deze ene overwinning niet dat alle problemen van de Joden nu voorbij zijn. Een snelle blik op de rest van het boek Esther toont hoeveel weg er nog moet afgelegd worden. Dit is volkomen realistisch. Soms verheugen we ons over beslissende momenten, maar zelfs die blijken gewoonlijk slechts stappen in een veel gecompliceerder onderneming.

Paulus geeft zijn afscheidsrede voor de oudsten van Efeze (Handelingen 20), maar hij is realistisch genoeg om de voortgaande gevaren te erkennen die de kerk nog wachten (Handelingen 20:29-31). We hebben net gezien hoe onder Nehemia de muur kon gebouwd worden rond Jeruzalem en hoe de voltooiing ervan als een succes mocht beschouwd worden, en hoe onder Ezra een opwekking uitbrak bij het opnieuw instellen van de oude feesten van het verbond – maar onmiddellijk wachtten er nieuwe uitdagingen en gevaren voor nieuwe compromissen, en moesten er harde beslissingen genomen worden.

Je zult het nooit anders meemaken. Satan neemt nooit vakantie. Op het moment dat we tevreden zijn in deze gevallen wereld, keren de gevaren terug – niet in het minst het gevaar van over-gelukkig zijn.

Bereid je voor op conflict, zonder twistziek te zijn; bereid je voor op de ‘goede strijd’ (2Tim.4:7), zonder strijdlustig te zijn. Het zal minstens je leven lang blijven duren.


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 29 januari 2015

Lezing Raymond Hausoul 'De vrede van God': mp3 en ppt



Zaterdag 24 januari ll. gaf Raymond Hausoul in de reeks 'God leren kennen' de 4e lezing: 'De vrede van God'.

Beluister de mp3 van de lezing 'De vrede van God' door Raymond Hausoul of bekijk hierboven de bijhorende ppt-voorstelling.



'In diezelfde nacht was de slaap van de koning geweken' (Esth. 6)


Genesis 30; Markus 1; Esther 6; Romeinen 1

‘In diezelfde nacht was de slaap van de koning geweken’ (Esther 6:1). Wat een geweldig dramatische zin! Moeten we dit zien als toeval?

Zowel de Bijbel als de geschiedenis tonen ons talloze ‘toevalligheden’ die tot stand komen in de voorzienigheid van God en waarvan we de betekenis pas vatten wanneer we achterom kijken.

Zelfs in dit hoofdstuk kiest Haman die specifieke morgen om zichzelf vroeg aan te bieden aan het hof – om toelating te krijgen voor Mordechais terechtstelling dan nog! – en dit maakt van hem de man aan wie de koning die fatale vraag stelt (6:4-6). In de overdenking van 25 januari merkten we op dat de specifieke timing van het bezoek van Agrippa II aan Porcius Festus betekent dat Paulus niet anders kan dan zich op de keizer te beroepen – en dit brengt hem naar Rome.

Hetzelfde geldt wanneer Caesar Augustus meer dan een halve eeuw daarvoor in Gods voorzienigheid een volkstelling beveelt voor de Romeinse wereld, en dit bevel door de lokale voorschriften Jozef en Maria net op tijd naar Betlehem brengt voor de geboorte van Jezus. Zo wordt de bijbelse profetie vervuld dat de Messias geboren zou worden in Betlehem (Micha 5:2).

Ook de geschiedenis die helemaal buiten de canon valt biedt talloze omstandigheden waarin de allerkleinste aanpassing de loop van de gebeurtenissen veranderd zou hebben. Stel dat de Britten de codes van de ‘Enigma’ codeermachines niet hadden kunnen breken. Zou de Slag om Engeland (Battle of Britain) en zelfs Wereldoorlog II dan misschien een andere wending genomen hebben? Stel dat Hitler zijn pantsers niet had ingehouden bij Duinkerke, waar hij in plaats daarvan koos voor zijn vliegtuigen. Zouden 150.000 Britse soldaten dan gevangen genomen zijn of gedood, waardoor ook weer het aangezicht van de oorlog er anders zou hebben uitgezien?

Is het niet merkwaardig dat Hitlers Jodenvervolging enkele van de beste wetenschappers uit Duitsland dreef en naar de Verenigde Staten bracht? Had hij dit niet gedaan, is het dan niet goed mogelijk dat Hitler eerder een atoombom had uitgevonden dan Amerika? Hoe zou de geschiedenis van de voorbije vijftig jaar er dan hebben uitgezien?

Veronderstel dat Chroesjtsjov niet had geaarzeld in de Cubaanse rakettencrisis en een nucleair conflict was uitgebroken? In welke toestand zou de wereld zich dan vandaag bevinden? Veronderstel dat de kogel die op Kennedy werd gericht gemist had. Veronderstel dat de kogel die op Martin Luther King gericht werd gemist had. Veronderstel dat de kogel die de aartsbisschop wegnam in Sarajevo gemist had. Christenen kunnen onmogelijk geloven dat er van die gebeurtenissen waren, en van miljoenen andere, groot of klein, die buiten Gods controle vielen.

Zo bereidt het eerste vers van Esther 6 de lezer voor op de dramatische ontwikkelingen in dit hoofdstuk, terwijl het ons meteen onderdompelt in vele nuttige overdenkingen met betrekking tot de onnavolgbare wijsheid en bijzondere voorzienigheid van God.

Dan, aan het eind van het hoofdstuk, volgt een zin die nauwelijks minder dramatisch is: ‘Terwijl zij nog met hem spraken, kwamen de hovelingen des konings en zij brachten Haman ijlings naar het feestmaal dat Ester had aangericht’ (6:14).

Welk voordeel zouden lezers moeten halen uit de overdenking van dit keerpunt?


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 28 januari 2015

'Dit betekent allemaal niets voor mij zolang ik Mordechai, die Jood, in de Koningspoort zie zitten' (Esth. 5)


Genesis 29; Matteüs 28; Esther 5; Handelingen 28

Drie opmerkingen die voortspruiten uit Esther 5:

Ten eerste vraagt het tempo van het verhaal om een opmerking in verband met de cultuur. In onze cultuur zijn er veel omstandigheden waarin onmiddellijk beslissen vereist is. Dit geldt al evenzeer op kerkelijk vlak als in de politiek. We merken iets op dat volgens ons onrechtvaardig is en onmiddellijk grijpen we naar de telefoon, vuren we e-mails af, of hokken we bijeen over een kop koffie om de situatie te bespreken.

Natuurlijk vragen bepaalde situaties om snelheid. Steeds weerkerend uitstel is geen deugd. Maar heel wat situaties, en in het bijzonder wanneer het om menselijke relaties gaat, zouden baat hebben bij extra tijd, een trager tempo, een periode om na te denken.

We zagen al dat het nieuws over Hamans complot verspreid is doorheen het rijk. Daarom ging er heel wat tijd voorbij vooraleer Mordechai Esther benaderde en haar uitdaagde om te handelen. Zelfs dan stormde ze nog niet meteen tot in de tegenwoordigheid van de koning. Ze veroorloofde zich drie dagen van voorbereiding en gebed.

Nu bevindt ze zich in de tegenwoordigheid van de koning. Haar onbevoegde intrede werd aanvaard. Maar in plaats van meteen het probleem uit te leggen, nodigt ze rustig de koning en Haman uit voor een besloten banket. Wanneer ze daar aankomen verlaagt ze het tempo zelfs nog verder, en ze bouwt verwachting op door een vervolgbanket voor te stellen, waarop ze alles zal onthullen.

Ten tweede staat Haman voor een machtswellustige man. Hij is in hogere sferen omdat alleen de koning en hijzelf uitgenodigd zijn voor Esthers banket (5:9, 12). Zijn roem bestaat uit zijn rijkdom en zijn publieke verhoging boven de andere edelen (5:11). Het is voor hem niet genoeg om rijk en machtig te zijn; hij moet rijker en machtiger zijn dan anderen.

Ongetwijfeld zullen sommige lezers veronderstellen dat dergelijke verleidingen hen niet echt kunnen treffen, omdat ze geen toegang hebben tot de mate van rijkdom en macht die hen kwetsbaar zou maken. Dit is naïef. Kijk maar hoe vaak mensen, christen mensen, in de tegenwoordigheid van wat zij grootheid achten, immoreel worden, onwijs of makkelijk te manipuleren

Een van de grote deugden van ware heiligheid, een deugd die op onberispelijke wijze weerspiegeld wordt in de Heer Jezus, is het vermogen om op dezelfde manier om te gaan met zowel rijken als armen, of zowel sterken als zwakken. Let op voor zij die in hun nopjes zijn over rijkdom en macht en opscheppen over de machtige mensen die ze kennen. Hun geestelijke mentor is Haman.

Ten derde staat Haman voor een man die zich overgeleverd heeft aan haat. Al zijn sterktes en voordelen betekenen, ook naar hijzelf toegeeft, niets voor hem wanneer hij denkt aan Mordechai, ‘die Jood’ (5:13, NBV).

Het enige dat hem zijn verrukking kan teruggeven is het vooruitzicht van Mordechais dood (5:14). Hier vind je eigenliefde terug, het hart van alle zonde, sociaal op zijn dieptepunt: in haar bandeloze vorm, zweert ze dat ze de eerste zal zijn en wil ze de dood van iedereen die de vervulling van deze eed in de weg staat.


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 27 januari 2015

'Wie weet, of gij niet juist met het oog op deze tijd de koninklijke waardigheid verkregen hebt?' (Esth. 4)

Genesis 28; Matteüs 27; Esther 4; Handelingen 27

Door zijn verhalende eenvoud en kracht spreekt het boek Esther snel tot onze verbeelding. Hoewel we hier al drie hoofdstukken ver zijn in het boek, kunnen we toch nog van zowel zijn geur iets oppikken als van zijn boodschap, door na te denken over bepaalde elementen van Esther 4.

(1) Het boek leert ons zijn diepgaande theologische lessen via de vorm van zijn beknopte verhaal. Uitleggers laten nooit na op te merken dat het boek God niet eenmaal expliciet vermeldt. Niettemin zegt het heel wat over God en zijn voorzienigheid, over zijn bescherming voor zijn verbondsvolk (zelfs wanneer ze zich ver van het land bevinden en leren overleven tijdens de ballingschap en gedurende de verstrooiing), en over hun geloof in Hem, zelfs wanneer ze vreselijk bedreigd worden.

(2) Het boek leidt ons dus geleidelijk tot het overwegen van de vreemde omstandigheden die Esther tot opvolgster maken van koningin Vasthi, als de gemalin van koning Xerxes. Als dit punt door de onachtzame lezer over het hoofd wordt gezien, dan maakt het hoofdstuk dat we hier voor ons hebben het behoorlijk duidelijk voor iedereen, of je moet al heel kortzichtig zijn. ‘En wie weet, of gij niet juist met het oog op deze tijd de koninklijke waardigheid verkregen hebt?’ (4:14), vraagt Mordechai aan Esther via Hatak.

Mordechai verwijst hier niet naar een onpersoonlijk lot; hij is een toegewijde en vrome Jood. Maar de vorm van zijn uitspraak benadrukt Gods soevereine voorzienigheid; zelfs terwijl hij impliciet erkent dat de voorzienigheid moeilijk te doorgronden valt. Gods volk moet verantwoordelijk, wijs en strategisch handelen in het licht van de omstandigheden die rond hen spelen, in de wetenschap dat God alles bestuurt.

(3) Zelfs wanneer Mordechai rouwt en luid jammert wanneer hij Hamans complot ontdekt (4:1-3), toch laat hij zich niet gaan in fatalisme en al evenmin verliest hij zijn geloof. Nu hij tijd gehad heeft om na te denken over de vreselijke bedreiging voor zijn volk, komt hij tot de volgende conclusie (zoals hij die verwoordt tegen Esther): ‘als gij in deze tijd blijft zwijgen, dan zal er voor de Joden wel van andere zijde redding en uitkomst opdagen, maar gij en uws vaders huis zult omkomen’ (4:14).

Aangezien God trouw is aan zijn verbondsbeloften, kan Mordechai zich niet voorstellen dat Hij zou toestaan dat het volk van God wordt uitgeroeid.

(4) Trouw aan haar opvoeding door Mordechai drukt Esther tegelijkertijd vertrouwen uit in de levende God en vermijdt ze zich aan te matigen Gods plannen voor haar leven gemakkelijk te kunnen doorgronden. Ze weet dat God er is en dat Hij aanhoudend gebed hoort en verhoort. ‘Ga heen, vergader al de Joden die zich in Susan bevinden, en vast om mijnentwil: eet noch drinkt drie dagen, zo min des nachts als des daags. Ook ik en mijn dienaressen zullen op dezelfde wijze vasten (…); kom ik om, dan kom ik om’ (4:16). Terwijl ze vastbesloten is te doen wat goed is, erkent ze dat ze haar eigen toekomst niet kan zien en geeft ze zich over aan de genade van God.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 26 januari 2015

'Waarom wordt het bij u ongelofelijk geacht, als God doden opwekt?' (Hd. 26)

Genesis 27; Matteüs 26; Esther 3; Handelingen 26

In Handelingen 26 biedt Lukas ons het derde verslag in dit boek van de bekering van Paulus (vergelijk met Handelingen 9 en 22). Elk ervan heeft natuurlijk een ander doel. Hier verdedigt Paulus zich voor de Romeinse gouverneur Porcius Festus en Herodus Agrippa II van Galilea. De belangrijke punten omvatten onder meer het volgende:

(1) Zoals in eerdere verdedigingen benadrukt Paulus de voortzetting van zijn verleden in het conservatieve Judaïsme: met onbekeerde Joden deelt hij een ‘hoop’ voor wat God beloofd heeft aan hun vaderen en een uitzien naar de uiteindelijke opstanding (bijv. 24:15; 26:6-7).

(2) Daardoor bewerkt de merkwaardige retorische vraag van Paulus in 26:8 diverse dingen tegelijk. Hij vraagt: ‘Waarom wordt het bij u ongelofelijk geacht, als God doden opwekt?’ De Joden die zich in de rechtszaal bevinden constateren met deze vraag dat Paulus op dit punt instemt met de Farizeïsche richting in de Joodse traditie. Impliciet is het op dit punt een hint dat als ze een theorie hebben voor God die de doden op het einde opwekt, waarom zou het dan zo onmogelijk geacht worden dat God Jezus uit de dood opwekte in afwachting van dat einde?

Voor een man als koning Agrippa, goed vertrouwd met het Joodse geloof, versterkt de vraag terug de theorieën waarmee hij al vertrouwd was. Voor een man als Festus mikte de vraag op het verminderen van het skepticisme van zijn gesofistikeerde heidense achtergrond. Voor mensen met naturalistische visie vandaag blijft dezelfde vraag een uitdaging: verwerpen van de theorie van opstanding komt voort uit een eerder verwerpen van de God van de Bijbel. Gaan we uit van de God van de Bijbel, waarom is de opstandingstheorie dan zo moeilijk aan te nemen?

(3) Paulus richt zich hoofdzakelijk tot koning Agrippa (26:2, 13, 19), dit wil zeggen, tot de heerser die het meest vertrouwd is met het Joodse erfgoed en de Bijbel. Voor zijn part, erkent Festus, is hij al op zee (25:26-27); En voor wat hij begrijpt van de leer van Paulus, beschouwt hij diens beweringen als zodanig bizar dat ze alleen aantonen dat hij gek moet zijn (26:24). Had Paulus zich in meest directe wijze tot Festus gericht, dan had hij misschien gekozen voor een aanpak zoals in Handelingen 17:16-31, de toespraak voor de Areopagus.

(4) Paulus’ directe appèl aan Koning Agrippa (26:25-29) is openlijk evangeliserend en verbazingwekkend direct, terwijl het volkomen respectvol blijft. Paulus’ verdediging is helemaal niet defensief; zijn toespraak leest meer als een evangelisatieoffensief dan het pleidooi van een bange of geïntimideerde gevangene. Maar net zoals zijn ‘verdediging’ niet defensief of afwerend is, zo wordt deze ‘aanval’ nooit beledigend.

(5) Zowel Festus als Agrippa merken dat, wat ze ook over hem mogen denken, Paulus niets gedaan heeft dat de dood of gevangenschap verdient (26:31). Had dit plaatsgevonden voor de gebeurtenissen van 25:1-12, Paulus had vrijgelaten kunnen worden. Maar nu is het zo dat een beroep op Caesar niet ongedaan gemaakt kan worden, en dus wordt Paulus in Gods voorzienigheid naar Rome gebracht.


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 25 januari 2015

En Paulus zeide: Ik sta voor de keizerlijke rechtbank, en dáár moet ik terechtstaan (Hd. 25)


Genesis 26; Matteüs 25; Esther 2; Handelingen 25

De overgang van stadhouder Felix naar Porcius Festus (Handelingen 24:27) brengt niet onmiddellijk verbetering voor de toestand van Paulus. Maar God behoudt de controle, en in dit hoofdstuk, Handelingen 25, zet Paulus onder Gods voorzienigheid een beslissende stap. Hoe verliep dit?

(1) Nieuw in de regio en nog altijd relatief onbekend met haar politieke en godsdienstige dynamiek, is Festus vastbesloten een goede start te maken. Als hij nog maar drie dagen aangekomen is in de Romeinse regionale hoofdstad van Caesarea, reist hij al meteen naar Jeruzalem om er de lokale Joodse autoriteiten te ontmoeten. Hij had hen kunnen ontbieden; hij had zijn bezoek kunnen uitstellen. Maar daar gaat hij en hij wordt meteen geïnformeerd over de vreselijke man die Paulus is. De Joodse autoriteiten zien de aanstelling van Festus als een kans om van Paulus af te geraken. Ze drukken hun verlangen uit dat hij naar Jeruzalem zou worden overgebracht voor een rechtszaak, maar in werkelijkheid bereiden ze een aanslag voor die zeker zijn dood zou worden (25:1-3). Festus antwoordt dat Paulus in Caesarea in bewaring blijft en staat erop dat zijn gesprekspartners hun zaak daar zouden pleiten.

(2) In de volgende ronde van wettelijk gemanoeuvreer bieden de aanklachten tegen Paulus en zijn antwoorden daarop (25:6-8) Festus geen duidelijker beeld van wat hij moet doen. Terwijl hij nog altijd probeert om een goede indruk te maken op de Joodse autoriteiten (en tot op dat punt nog altijd meer bereid is om naar hen te luisteren dan naar een eenzame man die al twee jaar in de gevangenis zit), vraagt Festus aan Paulus of hij bereid is om terecht te staan voor het Romeinse gerechtshof, maar dan in Jeruzalem.

(3) We hebben geen aanwijzingen dat Paulus getipt werd over de geplande aanslag. Niettemin was hij twee jaar eerder al eens gewaarschuwd voor een vergelijkbaar complot (23:16), en het zal je niet veel moeite kosten om te bedenken dat er wellicht opnieuw op een dergelijk complot gebroed werd. Indien hij instemt met de suggestie van Festus, zal hij vermoord worden; als hij die afwijst, zal hij overkomen als onwillig en arrogant.

Dus doet hij een beroep op het recht van elke Romeinse burger in de eerste eeuw: hij beroept zich op Caesar. Dit was de juridische equivalent van je beroepen op het hoogste gerechtshof. Naar de mens gesproken was dit een wanhoopszet. Keizer Nero moest niet veel weten van lichtzinnige rechtsgedingen, en hij stond al bekend als corrupt en dronken van zijn eigen macht.

(4) Toch is dit het middel, zoals de rest van het boek aantoont, waardoor Paulus eindelijk in Rome aanbelandt. Zoals Jozef naar de paleizen van Egypte gebracht werd via de weg van slavernij en gevangenis, zo wordt Paulus voor de machtigste menselijke autoriteiten gebracht om te getuigen van Koning Jezus via de weg van gevangenschap en corrupte rechtspraak.

En ja, hoe won zelfs Jezus zijn plaats aan de rechterhand van de Vader?


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 24 januari 2015

'Maar dit erken ik voor u: dat ik volgens die Weg die zij sekte noemen, op die manier de God van de vaderen dien' (Hd. 24)


Genesis 25; Matteüs 24; Esther 1; Handelingen 24

In de rechtszaak van Paulus voor Felix (Handelingen 24) komt de stadhouder over als een man in een gezagspositie zonder morele visie om doortastend te kunnen handelen. Kortom, hij is een morele slapjanus. Hij vertegenwoordigt ook de vele machtige mensen die wel verontrust worden door het evangelie, en tot op een bepaalde hoogte wel weten dat het waar is, maar toch nooit christen worden.

Merk op:

(1) Te oordelen naar zijn aanpak en retoriek, is Tertullus een redenaar die geoefend is in de Griekse traditie en zodoende goed geplaatst is om de Joodse leiders te vertegenwoordigen in deze grotendeels Hellenistische setting. De aanklacht tegen Paulus voor het ontwijden van de tempel (24:6) is ernstig en kan met de dood bestraft worden.

Wanneer Tertullus Felix aanmoedigt om Paulus ‘in verhoor te nemen’ (24:8), bedoelt hij daar meer mee dan dat Felix een aantal doordringende vragen moet stellen. Romeins ‘verhoor’ van een gevangene betekende zonder ophouden slaan tot de gevangene ‘tot bekentenissen overging’. Romeinse officieren hadden niet het recht om een Romeins staatsburger zoals Paulus te ‘verhoren’, maar een stadhouder zoals Felix kon het ongetwijfeld klaarspelen om zo nu en dan van de regels af te wijken.

(2) Paulus’ antwoord, niet minder hoffelijk dan dat van Tertullus, spreekt de aanklacht van tempelontwijding tegen (24:12-13, 17-18) en biedt een plausibele verklaring voor de oproer door die acties toe te schrijven aan ‘enige Joden uit Asia’ (24:19).

Paulus maakt ook van de gelegenheid gebruik om te bevestigen dat hij een volgeling is van ‘de Weg’ – een prachtige uitdrukking die verwijst naar het eerste-eeuwse christendom en die mogelijk diverse allusies bevat. Het christendom is meer dan een geloofssysteem; het is een manier van leven. Bovendien biedt het een weg naar God, een weg om vergeven en aangenomen te worden door de levende God – en die Weg is Jezus zelf (zoals Johannes 14:6 expliciet stelt).

(3) Paulus benadrukt dat hij gelooft in ‘al hetgeen in de wet en in de profeten geschreven staat’ (24:14). Die uitdrukking maakt de Wet niet tot de hoogste autoriteit, maar benadrukt niettemin dat ‘alles’ wat Paulus gelooft overeenstemt met de Wet. De Wet is dus een cruciale test die wijst naar ‘alles’ wat Paulus gelooft, maar het is niet de essentie van alles wat hij gelooft. Vergelijk Matteüs 5:17-20 en Romeinen 3:21 (zie de overdenking voor 31 januari).

(4) En Felix? Dankzij zijn Joodse vrouw Drusilla (24:24) is hij een beetje vertrouwd met ‘de Weg’ (24:22). Toch vermijdt hij hier te moeten kiezen tussen gerechtigheid en zijn verlangen om Paulus’ tegenstanders tevreden te stemmen, terwijl hij zich beroept op de noodzaak om de overste Lysias te horen.

Het is niet meer dan een uitvlucht. Hij houdt ervan met Paulus te praten en hij is zelfs bang voor zijn boodschap, maar hij stuurt de apostel telkens weer weg op het kritieke moment. Twee jaar lang wordt hij heen en weer geslingerd tussen zijn verlangen zich te bekeren en zijn verlangen naar steekpenningen. Hoe zal Felix deze twee jaren inschatten in de eeuwigheid?


Eigen vertaling van de overdenking bij 24 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 23 januari 2015

We dwalen af naar compromis en noemen het tolerantie (Neh. 13)


Genesis 24; Matteüs 23; Nehemia 13; Handelingen 23

Een van de meest treffende bewijzen voor de zondigheid van de menselijke natuur ligt in de universele neiging om neerwaarts af te drijven. Met andere woorden, er is bedachtzaamheid, vastbeslotenheid, energie en inspanning voor nodig om hervorming tot stand te brengen. Door Gods genade kunnen mensen soms dergelijke deugden vertonen.

Maar waar die deugden afwezig zijn, gaat de stroming onveranderlijk naar compromis, gemak, gebrek aan discipline, voortschrijdende ongehoorzaamheid en voortgaand verval over de generaties heen, soms aan een slakkengang, soms in galop.

Mensen drijven niet af in de richting van heiligheid. Neem de door genade bewerkte inspanning weg en mensen voelen zich niet aangetrokken tot godsvrucht, gebed, gehoorzaamheid aan de Schrift, geloof en blijdschap in de Heer.

We dwalen af naar compromis en noemen het tolerantie; we drijven af naar ongehoorzaamheid en noemen het vrijheid; we drijven af naar bijgeloof en noemen het geloof.

We verheugen ons in de ongedisciplineerdheid van de verloren zelfdiscipline en noemen het relaxen; we slungelen naar gebedsloosheid en misleiden onszelf met de gedachte dat we ontsnapt zijn aan wetticisme; we glijden af naar goddeloosheid en maken onszelf wijs dat we bevrijd zijn.

Dit is het soort situatie waar Nehemia mee te maken krijgt naar het einde toe van zijn leiderschap in Jeruzalem (Neh. 13). Hij is voor een tijd weggeweest, gedwongen door zijn verplichtingen tegenover Koning Artaxerxes om naar de hoofdstad terug te keren.

Wanneer hij voor een tweede termijn als landvoogd terugkeert naar Jeruzalem, ontdekt hij dat commerciële belangen de overhand kregen op de discipline rond de sabbat, dat compromissen met de omringende heidenen de overhand kregen over verbondstrouw, dat hebzucht een gedeelte van de bijdragen voor de geestelijkheid heeft ingehouden, en daarom zijn hun aantallen en rol gereduceerd, en dat een bepaalde combinatie van ongedisicplineerdheid en louter dwaasheid mensen als Tobia en Sanballat tot de tempel en de hoogste raden heeft toegelaten. Dit terwijl zij geen enkele interesse hebben in trouw tegenover God en zijn woord.

Door een buitengewone combinatie van vermaning, bevel en daadkracht, herstelt Nehemia de verbondstucht. Ongetwijfeld hebben veel van de godvrezende mensen een zucht van opluchting geslaakt en God voor hem gedankt; met niet minder zekerheid zullen anderen gegromd hebben dat hij een bemoeial is, een spelbreker, een kortzichtige wetticist.

Onze tolerante en relativerende cultuur past makkelijker in de tweede dan in de eerste groep – maar dit zegt meer over onze cultuur dan over Nehemia.

Ware hervorming en herleving zijn nooit in de kerk voorgekomen zonder leiders voor wie toewijding aan God van buitengewoon groot belang is. Indien de kerk in het Westen de waarden van de omringende cultuur in zich opneemt, en als de westerse kerk achterdochtig wordt tegenover dergelijke leiders, of als ze reageert met impulsief cultureel conservatisme dat al even ver af staat van Bijbelse integriteit als het compromis waarvan ze de tegenstelling vormt, dan zijn we verloren. Moge God ons genadig zijn en ons profetische leiders sturen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 23 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 22 januari 2015

Zaterdag lezing in Menen: 'De vrede van God' | door Raymond Hausoul



Komende zaterdag 24 januari geeft Raymond Hausoul (Ieper) een lezing in CC De Steiger in Menen. Titel voor deze lezing is 'De vrede van God'.
De lezing kadert in de reeks 'God leren kennen'.
Aanvangsuur is 19.30 u., iedereen is welkom en de toegang is gratis.

Ontzagwekkend en prachtig gemaakt: 9 maanden in 4 minuten




Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt.
Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken! ook weet het mijn ziel zeer wel.
Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen der aarde.
Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.


(gezien bij Justin Taylor)

'En Hij zei tegen mij: Ga, want Ik zal u ver weg zenden, naar de heidenen' (Hd. 22)


Genesis 23; Matteüs 22; Nehemia 12; Handelingen 22

Lees je Paulus’ geïmproviseerde verdediging voor de menigte (Handelingen 22), dan treft je de zuinige eenvoud van het relaas. Maar twee details zetten ons aan tot verdere overdenking:

Ten eerste moeten we ons afvragen waarom het tumult in de menigte ontstaat als dit gebeurt. Wanneer Paulus het volk begint aan te spreken in hun moedertaal, Aramees, worden ze eerst ‘te meer stil’ (22:2). Zonder in woede uit te barsten luisteren ze naar het volledige verslag van zijn bekering en zijn roeping tot het dienstwerk. Maar wanneer Paulus zegt dat de Heer hem zelf zei ‘Ga heen, want Ik zal u uitzenden, ver weg, naar de heidenen’ (22:21), kan niets minder dan zijn dood de losgeslagen kwade zin van de massa nog bevredigen. Waarom?

Het kan niet anders of de antwoorden zijn complex. Een zekere druk die de Joden voelden om afgezonderd te blijven van de heidenen was ongetwijfeld sociologisch: hun identiteit was verbonden met wetten rond rein voedsel, onderhouden van de Sabbat, besnijdenis en dergelijke, en een man als Paulus, die werd gezien als iemand die deze grenzen deed vervagen, vormde een bedreiging voor die identiteit.

Maar hun brandende passie kan niet uitgelegd worden door louter horizontale analyse. Minstens twee andere factoren moeten onderkend worden.

(1) Voor toegewijde conservatieve Joden uit Jeruzalem stond de Wet van God op het spel, de exclusieve voorrang van de tempel en hun uitleg van de Schrift. Vanuit hun oogpunt was Paulus aan het vernietigen wat God zelf had opgezet. Hij was het volk aan het verstrikken in compromissen met heidenen. Niet alleen bracht hij hun identiteit in gevaar, hij lasterde de Almachtige, en zij waren zijn volk en aangewezen om zijn openbaring te gehoorzamen en te bewaren.

(2) Tegelijkertijd kun je maar moeilijk naast het element van eigendomsrecht kijken: deze mensen handelden alsof God zodanig exclusief eigendom was van historische Joden, dat heidenen geen inzage konden krijgen. Vanuit Paulus’ gezichtspunt had dit een ernstig verkeerde en zelfs verdorven lezing van het Oude Testament als gevolg, en een trieste tribale visie van tamme huisgod. Natuurlijk wordt hun fout vandaag nog dikwijls herhaald, met minder recht, door hen die hun cultuur zodanig verbinden met hun begrip van het christelijk geloof dat de Bijbel zelf aan banden gelegd en de zendingsimpuls bevroren wordt.

Ten tweede
moeten we ons afvragen waarom Paulus op zijn Romeins staatsburgerschap staat en een geseling vermijdt, terwijl hij bij andere gelegenheden simpelweg de slagen ondergaat. Minstens een van de redenen is, dat hij geneigd is zich op zijn wettelijke status te beroepen, wanneer hij daarmee de kans groter maakt dat hij een precedent zal scheppen dat christenen zal helpen beschermen. Een van Lukas’ argumenten in deze hoofdstukken is dat het christendom politiek niet gevaarlijk is; het wordt integendeel herhaaldelijk wettelijk in het gelijk gesteld. Paulus, met zijn broers en zusters in gedachten, handelt zoals gewoonlijk in hun belang.

Eigen vertaling van de overdenking bij 22 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 21 januari 2015

'Nu heeft men hun van u verteld, dat gij alle Joden onder de heidenen afval van Mozes leert' (Hd. 21)


Genesis 22; Matteüs 21; Nehemia 11; Handelingen 21

In Handelingen 21 lezen we hoe Paulus en de gemeente in Jeruzalem zo inschikkelijk mogelijk proberen te zijn, maar niets mag baten. Paulus wordt gearresteerd, wat ook aansluit met de profetieën dat hij gegrepen en gebonden zou worden (21:4, 11).

Merk op:

(1) Dit is een van de ‘wij’-passages in Handelingen (21:1, 17). Op het eerste gezicht reist Lukas, de auteur, op dit moment met Paulus mee en is hij getuige van de gebeurtenissen die hier worden beschreven. Dit is het vermelden waard omdat veel critici deze gebeurtenissen compleet ongeloofwaardig vinden.

(2) De gemeente en haar leiders ontvangen Paulus en zijn berichten over de vrucht van het evangelie onder de heidenen hartelijk. Dit is volledig in lijn met hun eerdere blijdschap toen Paulus verslag uitbracht van veel bekeringen onder de heidenen (bijv. in Handelingen 15). De ervaringen in Samaria (Hand. 8) en Petrus’ bezoek aan Cornelius en diens huis (Hand. 10-11) hebben de kerk met andere woorden voorbereid om zich te verblijden in de duidelijke vooruitgang van het evangelie onder de heidenen.

(3) Niettemin zijn de leiders er zich pijnlijk van bewust dat aanzienlijke aantallen conservatie Joden erop uit zijn Paulus te pakken te krijgen. Ze hebben vernomen dat hij ‘alle Joden’ in de verstrooiing leert hun kinderen niet te besnijden en dat ze ook niet moeten leven overeenkomstig de Wet van Mozes (21:21).

Dus bedenken ze een plan om hem te helpen een reputatie te herwinnen dat hij het conservatisme navolgt (21:23-24). ‘Dan zullen allen bemerken, dat van alles, wat men hun van u verteld heeft, niets waar is, maar dat gij ook zelf medegaat in de onderhouding van de wet’ (21:24). Het is deze passage die bijzonder betwist wordt, want zegt Paulus niet zelf dat hij flexibel is in dergelijke zaken (1 Cor. 9:19-23; Gal.)? Maar voor we de oudsten van Jeruzalem en Paulus zelf afschrijven omwille van absolute incoherentie, of Lukas beschuldigen verhalen te verzinnen, moeten we opmerken:

(a) De initiële beschuldiging is dat Paulus alle Joden in de verstrooiing aanspoort de besnijdenis en de Wet van Mozes los te laten. Dat doet hij niet. Hij weigert besnijdenis en inachtneming van de reinheidswetten toe te laten als een test van geestelijkheid, maar hij pleit niet voor een universele afwijzing van de Wet. Hijzelf besneed Timotheüs om de verkondiging van het evangelie vooruit te helpen.

(b) Je krijgt het vermoeden dat de grootste angst van sommige conservatieve Joden was dat Paulus de tempel zou ontwijden (21:27-29). Daarom poogden de oudsten aan te tonen, dat terwijl Paulus in Jeruzalem was, hij een keurige orthodoxe Jood was, die zelfs betaalde voor de tempel reinigingsrituelen van anderen. Uiteindelijk legden noch Paulus noch de leiders van Jeruzalem totale onderhouding van de Wet op aan alle christen gelovigen (21:25; vgl. Hand. 15; zie vol. 1, overdenking voor 28 juli).

Zo wordt Paulus in de voorzienigheid van God gearresteerd. Op die manier komt hij voor het eerst in Rome en wordt het evangelie gehoord in Caesars paleis.


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 20 januari 2015

'Zij verplichtten zich onder zelfvervloeking en onder ede, om te wandelen naar de wet van God' (Neh. 10)


Genesis 21; Matteüs 20; Nehemia 10; Handelingen 20

Nehemia 9 en Nehemia 10 moeten samen gelezen worden. In Nehemia 9 hoor je hoe de Israëlieten belijdenis doen van ‘hun zonden en van de ongerechtigheden hunner vaderen’ (9:2). Toch is dit geen tafereel van individueel berouw en individuele belijdenis. Er is een grootschalige gemeenschappelijke dimensie, georganiseerd maar toch sterk bekrachtigd door de Geest van God, die prachtig is om te overdenken.

Gedurende een vierde van de dag hoort het volk de Schrift vertaald en uitgelegd worden; gedurende een ander vierde van de dag wijden ze zich aan belijdenis en aanbidding. Ze worden daarin geleid door de Levieten.

Het gemeenschappelijk gebed waarin ze geleid worden is in grote mate een terugblik op Israëls geschiedenis. Het markeert de herhaalde cyclussen van afdwaling waarin het volk verviel, en de herhaalde malen dat God hen bezocht om hen te herstellen.

Het hart van de belijdenis wordt gevonden in 9:33: ‘Maar Gij hebt het recht aan uw zijde in alles wat ons overkomen is, want Gij hebt trouw betoond, doch wij hebben goddeloos gehandeld’.

‘Op grond van dit alles’ (9:38) gaat het volk dan een verbond aan met God (Neh. 10). Dit is meer bepaald een hernieuwing van het oude Mozaïsche verbond. Aangezien het gebed wordt geleid door de priesters, mag het ons niet verrassen dat veel elementen hier focussen op de tempel.

Niettemin komen er ook bredere kwesties aan bod met betrekking tot het huwelijk (om het volk te bewaren voor heidense invloeden), tot het onderhouden van de Sabbat, en een veralgemeende toewijding ‘om te wandelen naar de wet van God, die door de dienst van Mozes, de knecht Gods, gegeven was, en om naarstig te onderhouden al de geboden, verordeningen en inzettingen van de HERE, onze Here’ (10:29).

Hadden de feesten en rituelen van het oude Israël gefunctioneerd op de manier waartoe ze bestemd waren, dan zou deze verbondsvernieuwing natuurlijk niet nodig geweest zijn.

Zo was het Pascha bijvoorbeeld bedoeld om te herinneren aan de Exodus en om het volk opnieuw bewust te maken van de genade en de trouw van de Heer in hun redding, terwijl het een nieuwe gelegenheid bood voor een hernieuwde belofte van trouw.

Christenen zijn niet minder geroepen dan de oude Israëlieten om het verbond te hernieuwen. Dit is een van de grote doelstellingen van het avondmaal des Heren. Het is een tijd voor zelfonderzoek, zondebelijdenis, gedenken wat de Heer Jezus onderging om onze verlossing te verzekeren, en, samen met het volk van God in de plaatselijke gemeente, een tijd om zijn dood te gedenken en te verkondigen totdat Hij komt.

Daarbij hernieuwen we onze belofte van trouw. Als we toelaten dat het Avondmaal des Heren afzinkt naar een niveau van betekenisloos ritueel, terwijl we onze harten verharden tegen de levende God, dan verkeren we in ernstig gevaar. Het zal ons goed doen om, plechtig samengekomen, onze zonden te overschouwen en te belijden, om opnieuw gegrepen te worden door de trouw van de Heer en om vernieuwde trouw te beloven aan het nieuwe verbond.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 19 januari 2015

'De volksvergadering was verward en de meesten wisten niet eens, waartoe zij samengekomen waren' (Hd. 19)


Genesis 20; Matteüs 19; Nehemia 9; Handelingen 19

Massapsychologie laat zich na de feiten gemakkelijk verklaren, maar ze is moeilijk te voorspellen.

Ik herinner me hoe op een rommelige campusverkiezing op McGill University 35 jaar geleden een student en lastige-vragensteller een aantal krachtige punten maakte die de kandidaat in kwestie in verlegenheid brachten. Meteen kreeg hij de menigte op zijn hand en zij moedigden hem verder aan.

Op die manier aangemoedigd waagde hij nog een kwinkslag, maar die was nu kleurloos en onzinnig. De kandidaat keek hem minachtend aan en vroeg, ‘Probeer je misschien een punt te maken?’. Niet in staat om te antwoorden met een snelle en gevatte repliek, kreeg de student meteen gefluit en boegeroep van de massa over zich heen, terwijl ze hem toeriepen te zwijgen en te gaan zitten.

In twee minuten was de menigte gedraaid: van enthousiaste steun naar afwijzend hoongelach. Het was makkelijk genoeg te analyseren na de feiten; het viel moeilijk te voorspellen.

Demetrius de zilversmid leerde deze les door schade en schande (Handelingen 19:23-41). Gezien Paulus’ effectieve evangelisatie en de mogelijke bedreiging van een achteruitgang van zijn zaak als ambachtsman die zilveren beeldjes van de godin Artemis vervaardigt (haar Latijnse naam was Diana), probeert Demetrius genoeg tegenstand op te hitsen om de christelijke beweging te stoppen.

Gepland of niet, het resultaat is een grote opschudding. Paulus ziet dit als een geweldige kans om het evangelie te verkondigen tegenover een grote menigte; zijn vrienden echter zien deze menigte als zodanig gevaarlijk, dat ze hem met de nodige moeite maar uiteindelijk met succes overtuigen om er weg te blijven.
Uiteindelijk weet de ‘stadssecretaris’ (min of meer een equivalent voor een burgemeester) de menigte te bedaren. Efeze is een vrije stad, die wordt vertrouwd door Rome om zichzelf te besturen en trouw te blijven aan het rijk. De stadssecretaris beseft goed dat rapporten over onlusten in Efeze tot een onderzoek kunnen leiden en dat een gouverneur kan aangesteld worden door ofwel de senaat ofwel de keizer zelf.

De christenen, zegt de burgemeester, zijn niet schuldig aan het ontheiligen van de tempel van Artemis. Dus waarom deze oproer? Als Demetrius en zijn vrienden een klacht hebben, dan bestaan er rechtszittingen, of ze kunnen wachten tot het bijeenroepen van de volgende behoorlijk samengestelde stads-‘vergadering’ (19:39 – het is interessant dat hier het woord ‘ekklesia’ gebruikt is, van waaruit wij ‘kerk’ of ‘gemeente’ afleiden). Zo kalmeert hij de menigte en stuurt hij hen weg.

Sommige van de lessen zijn voor de hand liggend.

(1) Het is meestal zeer onverstandig om een menigte op te zwepen. De resultaten zijn onvoorspelbaar.

(2) God blijft de leiding hebben. Ondanks sommige penibele momenten, zijn de resultaten in dit geval prachtig: de christelijke zaak is gezuiverd, Demetrius en zijn makkers hebben gezichtsverlies geleden, niemand heeft letsels opgelopen.

(3) God kan vreemde economische en politieke druk gebruiken, in dit geval inclusief een heidense ambachtsman en een burgemeester, om zijn goede plan tot stand te brengen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 19 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 18 januari 2015

De Bijbel (voor)lezen en verklaren (Neh. 8 en Hd. 18)


Genesis 19; Matteüs 18; Nehemia 8; Handelingen 18

Je haalt er voordeel uit de laatste twee van bovenstaande tekstverwijzingen, Nehemia 8 en Handelingen 18, naast elkaar te zetten.

Een groot deel van Handelingen 18 is gewijd aan de prediking en leer van het Woord van God en aan de kwestie hoe je Gods openbaring goed moet verstaan. Wanneer Silas en Timotheüs vanuit Macedonië in Korinthe aankomen (18:5), en ze waarschijnlijk wat geld meebrengen als steun, krijgt Paulus de vrijheid om zich ‘geheel aan de prediking’ te wijden, ‘waarin hij de Joden betuigde, dat Jezus de Christus is’ (18:5).

Uiteindelijk brengt de driftige tegenstand hem ertoe meer tijd met de heidenen door te brengen. Niet langer in de mogelijkheid de synagoge te gebruiken, maakt hij gebruik van het huis van Titius Justus net ernaast. Al gauw komt de overste van de synagoge zelf tot bekering (18:8).

Sommige Joden starten een wettelijke procedure tegen Paulus, maar de plaatselijke magistraat ziet in dat het geschil in de kern draait om tegengestelde interpretaties van de Schrift (18:12-16).

Het einde van het hoofdstuk introduceert Apollos, onderwezen in de Schrift en een krachtig spreker, maar nog altijd een beetje slecht op de hoogte betreffende Jezus. ‘Hij wist alleen van de doop van Johannes’ (18:25, HSV).

Mogelijk kende hij genoeg van de leer van Johannes de Doper om de komst van Jezus aan te kondigen en misschien kende hij zelfs details van Jezus’ leven, dood en opstanding, maar zoals de ‘gelovigen’ aan het begin van het volgende hoofdstuk, is het mogelijk dat hij niets wist van Pinksteren en van de gave van de Geest.

Uiteindelijk bezochten veel Joden van overal uit het rijk Jeruzalem wel na de opstanding, maar nog voor Pinksteren, want na de feesten keerden ze naar huis terug. Indien Apollos en anderen Jeruzalem verlaten hebben na de opstanding en nog voor Pinksteren had plaatsgevonden, was het niet onmogelijk dat het jaren kon duren vooraleer ze beter geïnformeerd raakten. En informatie is precies wat Priscilla en Aquila Apollos gaven, terwijl ze ‘hem de weg Gods nauwkeuriger uitlegden’ (Hd. 18:26).

In Nehemia 8 begint Ezra een zevendaagse Bijbelconferentie. Hij leest de verzamelde menigte zorgvuldig voor uit ‘de Wet’. De Levieten sluiten zich hierbij aan; ze ‘gaven het volk onderricht in de wet (…).Zij lazen namelijk uit het boek, uit de wet Gods, duidelijk voor en gaven uitlegging, zodat men het voorgelezene begreep’ (8:8-9).

Het ‘duidelijk voorlezen’ kan ook vertaald worden als ‘ze vertaalden het’; per slot van rekening was de Wet geschreven in het Hebreeuws, en tegen die tijd spraken de meeste mensen Aramees. De Bijbel was voor hen een gesloten boek geworden.

Of het nu door vertaling of uitlegging of door een combinatie van beide was, het volk verstond het opnieuw. Er komt vreugde ‘want zij hadden begrepen wat men hun had bekendgemaakt’ (8:13).

Of het nu onder het oude verbond of het nieuwe is, er is niets belangrijker voor de groei en rijping van Gods volk dan een hart dat hongerig is om te lezen en te begrijpen wat God zegt, en mensen die het duidelijk kunnen uitleggen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 17 januari 2015

'Hij was meer dan wie ook een betrouwbaar en godvrezend man' (Neh. 7)



Genesis 18; Matteüs 17; Nehemia 7; Handelingen 17

Wanneer een groot bouwproject af is, of wanneer er een belangrijk doel bereikt wordt, ontstaat vaak de neiging om het kalmer aan te doen. Nogal wat gemeenten hebben aanzienlijke energie geïnvesteerd in het neerzetten van een nieuw gebouw, om dan voor maanden of zelfs jaren daarna in apathie te verzinken.

Nehemia beseft dat het bouwen van de muur niet het hoogtepunt is van de terugkeer, waarna dan ontspanning op het programma zou staan. De rest van het boek maakt dit punt genoegzaam duidelijk. De herbouw van de muur is nauwelijks meer dan de voorbereiding voor een aantal nog verreikender politieke en religieuze hervormingen. In de bediening is het vitaal om altijd goed onderscheid te zien tussen middelen en doelstellingen.

Eenmaal de muur afgewerkt, blijft Nehemia voor een tijd aan als landvoogd voor de volledige regio Juda, maar wijst hij twee mannen aan als verantwoordelijken over Jeruzalem – zijn broer Chanani (blijkbaar een man die hij kon vertrouwen) en een militair, Chananja, gekozen omdat hij ‘een betrouwbaar man en godvrezend boven velen’ was (Neh. 7:2 – vergelijk met de overdenking voor 6 januari).

Er zit iets verfrissends en fundamenteels aan deze leiders. Ze zijn geen vleiers of huurlingen; ze proberen niet om ‘zichzelf te ontdekken’ of hun mannelijkheid te bewijzen; ze beklimmen niet de ladder op zoek naar succes. Ze zijn integere mannen die God meer vrezen dan de meeste anderen.

Nehemia geeft dan instructies met betrekking tot het openen en sluiten van de poorten – instructies die bedoeld zijn om aanvallen te vermijden tussen de gevaarlijke uren van de avondschemering tot het ochtendgloren (7:3). Op die manier worden bestuur en verdediging van Jeruzalem geregeld.

De loutere verlatenheid van de stad is wat Nehemia nu het hoofd moet bieden (7:4). De muren zijn min of meer langs hun oorspronkelijke lijnen herbouwd. Jeruzalem is een aanzienlijke stad, maar toch leeft de grote meerderheid van de teruggekeerde Joden op het platteland.

Wat dan in de volgende hoofdstukken gebeurt is iets dat we alleen maar een ‘opwekking’ kunnen noemen, gevolgd door de beslistheid van het volk om een tiende onder hen naar Jeruzalem te sturen om de prille kern te worden van een nieuwe generatie bewoners van Jeruzalem.

Als eerste stap diept Nehemia de nu oude registers op met de namen van de bannelingen die het eerst uit ballingschap waren teruggekeerd, om schriftelijk bewijs te zoeken dat zij deel uitmaakten van het verbondsvolk, en in het bijzonder om te achterhalen wie er legitiem als priester mocht dienen.

De stappen die Nehemia zet lijken deel van een zorgvuldig opgesteld plan, een plan dat, zoals Nehemia zelf benadrukt, ‘mijn God mij in het hart’ gaf (7:5).


Eigen vertaling van de overdenking bij 17 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 16 januari 2015

Verwacht moeilijkheden, het is de prijs van goddelijk leiderschap (Neh. 6)


Genesis 17; Matteüs 16; Nehemia 6; Handelingen 16

Het typeert grote geloofsondernemingen dat ze vaak te kampen krijgen met extreem moeilijke relaties.

William Carey, de vader van de moderne Protestantse zending, mag dan voor ons een held zijn, in zijn eigen tijd werd hij beschouwd als excentriek en kreeg hij meer dan zijn deel van persoonlijk en familiaal lijden. De grote rechtshervormers streden niet louter voor ideeën; ze waren verwikkeld in een grote strijd waarin ze niet alleen ‘vijanden’ troffen, maar ook talloze mensen die op sommige terreinen ‘vrienden’ waren maar op andere dan weer tegenstanders bleken.

Het is onvermijdelijk dat je in elke grote strijd een heel spectrum aan visies en een aanzienlijke diversiteit vindt in de mate van trouw. Je kunt geen gedetailleerde en eerlijke biografie lezen over gelijk welke christelijke leider, zonder dit soort terugkerende moeilijke, pijnlijke en soms misleidende debatten tegen te komen waarin ze zich wel moesten begeven.

Bekijk bijvoorbeeld Arnold Dallimore’s biografie over ‘George Whitefield’ of Iain Murray zijn biografie over D. Martyn Lloyd-Jones. Ik kan geen uitzondering bedenken. Waar voldoende informatie geboden wordt, moet hetzelfde gezegd worden over geloofsleiders van wie de Schrift een portret schetst.

Ondanks de lange opsomming van fysiek lijden vanwege ongelovigen en door zijn roeping als gemeentestichtend apostel (2 Kor. 11), komen Paulus’ meest pijnlijke momenten toch van dichter bij huis – van christenen die zich sub-christelijk gedragen, van valse broeders en van valse apostelen die zijn werk ondermijnen met insinuaties en halve waarheden.

Dit is het soort dingen waar Nehemia nu mee te maken krijgt (Neh. 6). Omdat ze via spot, bedreiging en directe tegenstand niet in hun opzet slagen, beginnen Sanballat en Tobia en hun collega’s nu met list en persoonlijke druk. In dit hoofdstuk vind je leugens, valse profeten en beschuldigingen van opstand.

Ja, zelfs enkele van de Joden, Nehemia’s eigen volksgenoten, zijn loyaliteit verschuldigd aan Tobia door politieke en huwelijksverbintenissen. Ze gebruiken hun compromisposities in pogingen om de landvoogd te beïnvloeden om zijn beleid - dat goed is voor het volk en God eert - te veranderen.

Midden al die machinaties blijft Nehemia een rechte koers varen, vraagt hij God om hulp en betoont hij zich een vooruitziend leider met onderscheidingsvermogen.

Vergelijkbare problemen overvallen vandaag oprechte christen leiders, en eenzelfde rustige vastbeslotenheid en onverschrokken onderscheidingsvermogen zijn vereist om ze tegemoet te treden. Dit geldt zeker in de bediening als voorganger.

De moeilijkste aanvechtingen komen niet voort uit rechtstreekse oppositie of door problemen met een gebouw of iets dergelijks, maar door misleiders, door leugenaars, door mensen die eigenlijk een andere agenda hebben maar wiens gladde praatjes op het eerste gezicht zodanig ‘geestelijk’ zijn dat velen misleid worden.

Verwacht dergelijke moeilijkheden; je krijgt er zeker mee te maken. Het is de prijs van godvrezend leiderschap in een gevallen wereld.


Eigen vertaling van de overdenking bij 16 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 15 januari 2015

'Gij neemt woeker, ieder van zijn volksgenoot' (Neh. 5)


Genesis 16; Matteüs 15; Nehemia 5; Handelingen 15
Toen ik universiteitsstudent was in Canada hoorde ik van onze docent geschiedenis een verhaal. Hij vertelde het met grote boosheid. Hij was net teruggekeerd van de slagvelden van Wereldoorloog II, waar hij had gezien hoe veel van zijn vrienden gedood waren. Met verlof thuis omwille van een oorlogswonde, reed hij in een bus in een belangrijke Canadese stad. Gezeten achter twee dames die er welvarend uitzagen, hoorde hij hoe een van hen tegen de andere zei ‘Ik hoop dat deze oorlog niet snel eindigt. We hadden het nog nooit zo goed.’

Er zijn bijna altijd mensen die voordeel halen uit de rampspoed van anderen, zeker in geval van oorlog. Zo was het ook in de tijd van Nehemia (Neh. 5). Zelfs terwijl er een gehoorzame inspanning werd geleverd om de stad te herbouwen, maakte de fiscale druk van die tijd, samen met de omstandigheden van hongersnood, dat de rijken op het omliggende platteland rijker werden, terwijl de armen er armer werden.

In een poging de eindjes aan elkaar te knopen verpandden de armen hun land, waarna ze het verloren; ze verkochten zichzelf of hun gezin als slaven. Vanuit Nehemia’s standpunt was slavernij slavernij; een slaaf zijn voor een mede-Jood was nog altijd een slaaf zijn. In zekere zin was het erger: Nehemia was niet alleen bekommerd om de slavernij zelf, maar ook om de morele hardheid van de rijken die profiteerden van het failliet van anderen – het gebrek aan barmhartigheid, het falen in gehoorzaamheid aan de Mozaïsche wet die woekerwinst verbood, de loutere begeerte en hebzucht.

Ze hadden duidelijk niet nóg meer nodig. Ook was dit geen kwestie van luiheid voorkomen. Welke mogelijke rechtvaardiging konden ze aanbieden voor dergelijke zakkenvullerij?

Gelukkig bleken de gewetens van deze rijke mensen gevoelig genoeg om niet opstandig te reageren toen ze vermaand werden. ‘Ze zwegen, ze wisten niet wat ze moesten zeggen’ (5:8, NBV). Uiteindelijk toonden ze zelfs berouw, gaven ze terug wat ze afnamen en hielden ze op met rente te vragen van hun broeders.

Een van de factoren die bijdroegen tot Nehemia’s geloofwaardigheid in zijn inspanningen om deze hervormingen te bewerken, was zijn eigen gedrag. Ongetwijfeld maakte het merendeel van de landvoogden in die tijd gebruik van hun machtspositie om aanzienlijke rijkdom voor zichzelf te verwerven. Nehemia weigerde zo te handelen. Hij ontving, vermoedelijk uit de centrale schatkist, een mooi loon en voldoende ondersteuning voor hemzelf en zijn staf, en daarom wees hij de mogelijkheid af zijn macht te gebruiken om bijkomende materiële steun te vragen van de lokale bevolking. Ja, het eindigt er zelfs mee dat hij velen van hen ondersteunt (5:14-18).

Gehoorzaamheid aan God, mededogen voor je naasten, beginselvastheid in het leiderschap, verbondstrouw die zich uitstrekt tot je portemonnee, berouw en herstel waar er ofwel corruptie ofwel hebzucht was – het waren allemaal waarden die belangrijker waren dan het bouwen van de muur. Was de muur herbouwd zonder dat ook het volk heropgebouwd werd, de overwinning ware klein.


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 14 januari 2015

'Wij baden tot onze God, en vanwege hun houding zetten wij dag en nacht een wacht' (Neh. 4)


Genesis 15; Matteüs 14; Nehemia 4; Handelingen 14
Het drama van Nehemia 4 loopt over van lessen en illustraties van diverse waarheden. Maar we mogen niet vergeten dat hetgeen voor ons een dramatisch verhaal is, voor degenen die het meemaakten een tijd was van zuur en hard werk, hoge spanning, werkelijke angst, onzekerheid, groeiend geloof, viezigheid en vuiligheid.

Niettemin overstijgen een aantal lessen de tijd:

(1) Bij de dingen die het moeilijkst te verdragen zijn hoort spottende minachting. Dit is waar Nehemia en de Joden mee te maken krijgen vanwege Sanballat, Tobia en de overigen (4:1-3). Het Judeo-christelijke erfgoed van westerse landen was tot de recente decennia zodanig sterk dat veel christenen gespaard bleven van dergelijke verachting. Nu niet meer. We kunnen maar beter wennen aan dat waar onze broers en zusters in Christus in andere landen en eeuwen beter mee omgaan dan wij.

(2) Hoewel God soms via spectaculaire en bovennatuurlijke manieren werkt, gebruikt Hij gewoonlijk gewone mensen die zelf verantwoordelijkheid opnemen en ernaar streven zich trouw te gedragen, zelfs onder moeilijke omstandigheden. Zo staat er van de Joden geschreven ‘wij baden tot onze God, en vanwege hun houding zetten wij dag en nacht een wacht’ (4:9). Ze bewapenden zichzelf en deelden zich op in vechters en bouwers, maar werden ook aangespoord ‘denkt aan de grote en geduchte Here en strijdt voor (…) uw huizen’ (4:14). Joden die dichtbij de vijand leefden hoorden van de plannen om het bouwproject te dwarsbomen en rapporteerden het aan Nehemia, die gepaste actie ondernam – maar God krijgt de lof voor het verijdelen van het complot (4:15).

(3) Deze aanpak brengt een aantal praktische gevolgen met zich:

(a) Het veronderstelt een Godgerichte visie die naturalisme vermijdt. Als God God is, als Hij genadig zichzelf bekend gemaakt heeft in de grote momenten van de heilsgeschiedenis en via gezichten en woorden die trouw overgebracht werden door de profeten die hij riep, waarom zouden wij dan ook niet God gaan zien als werkzaam via de zogenaamde ‘natuurlijke’ loop van gebeurtenissen? Anders zijn we vervallen in een bepaalde kortzichtige visie waarin God alleen werkt in het spectaculaire en wonderbaarlijke, maar anders afwezig is of in slaap of onverschillig. De God die wordt beschreven in de Bijbel is nooit zo klein of afstandelijk.

(b) Dit is waarom God kan vertrouwd worden. Nehemia neemt zijn toevlucht niet tot louter psychologische opschepperij of tot schaamteloze religieuze retoriek. Zijn geloof is vast gegrond in de God die altijd aan het werk is en zijn heilshistorische plannen uitwerkt via het einde van de ballingschap en de herbouw van Jeruzalem – net zoals vandaag ons geloof vast gegrond is in de God die altijd aan het werk is en zijn heilshistorische plannen uitwerkt via de roeping en de transformatie van de uitverkorenen en de opbouw en heiliging van zijn kerk.


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 13 januari 2015

'Toen stond Paulus op, wenkte met de hand en zei: Israëlitische mannen en u die God vreest, luister' (Hd. 13)


Genesis 14; Matteüs 13; Nehemia 3; Handelingen 13

Het is altijd de moeite waard om ons af te vragen waarom de samenvatting van een specifieke toespraak in Handelingen is opgenomen. Soms is het antwoord onmiddellijk duidelijk, althans gedeeltelijk.

Zoals bijvoorbeeld Petrus’ toespraak op de Pinksterdag, vermeld in Handelingen 2: wat hiervan ook de bijzondere kenmerken zijn, dit is toch vooral de eerste christelijke evangeliserende prediking van na de opstanding, de eerste christelijke preek nadat de Heilige Geest is neergedaald.

De toespraak die Paulus houdt in Pisidisch Antiochië (Handelingen 13:13-52) heeft veel interessante kenmerken die helpen uitleggen waarom Lukas die heeft opgetekend:

(1) De preek wordt gegeven in een synagoge, en dus voor mensen die Paulus ziet als Bijbels geletterd – Joden, proselieten, godvrezenden. Hij moet de basisbegrippen niet op dezelfde manier uitleggen als voor de Atheners, die op het vlak van de Bijbel ongeletterd zijn (Handelingen 17).

(2) Als hij predikt voor de bijbels geletterden, begint Paulus met een selectieve opsomming uit de geschiedenis van Israël – blijkbaar een standaardaanpak in bepaalde christelijke prediking, want Stefanus doet hetzelfde (Handelingen 7).

(3) Nog belangrijker, deze selectieve geschiedenis voert in de richting van een bepaald punt dat hij wil maken: God had beloofd dat er een koning zou komen in de Davidische lijn. Dit biedt Paulus de basis van waaruit hij voortspringt naar het christelijk getuigenis: de Messias, die Davidische koning, is gekomen, en zijn naam is Jezus.

(4) Met deze gedachtegang en voor deze bijbels ongeletterde menigte, wijdt Paulus een gedeelte van zijn toespraak aan de uitleg van specifieke teksten, precies om zijn belangrijkste punten aan te tonen.

(5) Paulus maakt duidelijk dat het doel en de focus van Christus’ komst bestaat uit de vergeving van zonden. Hij vergelijkt en contrasteert de aard en reikwijdte van die vergeving met hetgeen waarin de Wet van Mozes voorziet. Paulus is geïnteresseerd in de heilshistorische ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden met de komst van de Messias (13:39). In de redding die Paulus aankondigt is verder een cruciale rol weggelegd voor de rechtvaardiging.

(6) De volgende verzen (13:42-52) leggen uit hoe Paulus’ populariteit jaloezie opwekt, die uitmondt in diverse zaken – inclusief Paulus’ wegtrekken uit de synagoge naar de bredere heidense gemeenschap. Dit is een concrete manifestatie van wat Paulus’ evangeliserende dienstwerk karakteriseert in elke nieuwe plaats die hij bezoekt: hij begint met Joden en iedereen die is bijeengekomen in de synagoge – een kwestie van theologische overtuiging voor hem; maar uiteindelijk wendt hij zich, of wordt hij verplicht zich te wenden, tot de bijbels ongeletterde heidenen – voor hem een kwestie van roeping, want hij weet dat hij is geroepen om de apostel te zijn voor de heidenen (Gal. 2:8).

(7) Net als bij andere gelegenheden veroorzaakt Paulus’ prediking zowel een rel als een opwekking.


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 12 januari 2015

Laat God God zijn en zijn dienstknechten ‘gewoon’ trouw (Neh. 2 en Hd. 12)

Genesis 13; Matteüs 12; Nehemia 2; Handelingen 12
Het is de moeite waard om de twee laatste van bovenstaande tekstverwijzingen met elkaar te vergelijken (Neh. 2; Handelingen 12:1-19). Achter beide situaties schuilt natuurlijk dezelfde God. In beide situaties krijgt een eenzame dienstknecht van God de uitdaging voor de voeten om Gods volk op te bouwen en te bemoedigen, terwijl hij te maken krijgt met de bijtende tegenstand van een aantal nogal vijandige opdrachtgevers.

Beide mannen zijn in gevaar, deels om politieke redenen, hoewel het gevaar voor Petrus directer is. Beiden zijn onbuigzaam in hun trouw aan de levende God en aan de opdracht waartoe elk van hen is geroepen.

Daarna lopen de verhalen verder uiteen. Eenmaal de koning naar hem geluisterd heeft, bevindt Nehemia zich aan de rijksgrenzen. Hij heeft een bepaald papieren gezag, maar de plaatselijke bevolking is erop gebrand het hem moeilijk te maken. Hij vordert stap voor stap, met wijsheid, hij wint de steun van de lokale Joodse leiders, verzekert de voorraden die nodig zijn voor de herbouw van de muren, en wijst zijn opponenten met al hun foefjes af.

Voor Nehemia zijn er geen wonderen, geen machtige vertoningen van kracht, geen engelen in de nacht. Alleen een grote dosis risicovol en moedig werk.

De situatie van Petrus daarentegen is veel meer beperkend. Hij is gearresteerd en wacht in de gevangenis op zijn terechtstelling. Aangezien Jakobus al om het leven is gebracht, heeft Petrus geen redenen om aan te nemen dat hij wel aan het zwaard van de beul zal ontsnappen. In een vreemde verschijning die hij verkeerdelijk aanziet voor een droom, wordt Petrus gered door een engel; de ketenen vallen af en de deuren gaan vanzelf open.

Eenmaal hij buiten de gevangenismuren staat, komt Petrus bij zinnen en biedt hij zich aan bij het huis van de moeder van Johannes Markus, waar mensen zijn samengekomen om voor hem te bidden. Uiteindelijk raakt hij binnen en na een tijd vertrekt hij ‘naar een andere plaats’ (12:17).

In Petrus’ geval is het een overwinning dat hij aan de dood ontsnapt, en het geloof van de kerk is versterkt door wat er is gebeurd. En het gebeurde allemaal dankzij de wonderlijke tentoonspreiding van de hulp van een engel.

De les van deze radicaal verschillende ervaringen is er een die we steeds opnieuw moeten leren: Gods dienstknechten hebben niet dezelfde gaven, dezelfde taken, hetzelfde succes of dezelfde graad van goddelijke tussenkomst. Het is deels een kwestie van gaven en roeping; het is deels een kwestie van waar we passen binnen de zich ontvouwende heilsplannen van God. Heeft Hij ons bijvoorbeeld geplaatst in een tijd van neergang of van opwekking? Van vervolging of van belangrijke vooruitgang? Laat God God zijn; laten al zijn dienstknechten trouw zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 12 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 11 januari 2015

Ach HEER, God van de hemel, machtige en ontzagwekkende God … (Neh. 1)


Genesis 12; Matteüs 11; Nehemia 1; Handelingen 11

In de complexe geschiedenis van de Judese gemeenschap van na de ballingschap speelt Nehemia een opmerkelijke rol. Hij maakte geen deel uit van de oorspronkelijke groep die naar Juda terugkeerde, maar wordt er nadien door de koning zelf naartoe gestuurd. In twee afzonderlijke expedities fungeert Nehemia in de praktijk als gouverneur van de resterende gemeenschap en was hij grotendeels verantwoordelijk voor de herbouw van Jeruzalems muren, zonder zijn andere hervormingen te vergeten. Zijn werk overlapte met dat van Ezra.

Het boek Nehemia wordt vaak behandeld als een handleiding voor godvrezend leiderschap. Ik vraag me af of dit recht doet aan het boek. Was het Nehemia’s bedoeling om een handleiding over leiderschap te schrijven? Wordt het boek met dat doel in de canon opgenomen – alsof we dan, zeg maar, Handelingen opslaan om de geschiedenis van de vroege kerk te ontdekken en Nehemia lezen om de principes van leiderschap te ontdekken?

Hiermee wil ik niet zeggen dat we niets kunnen leren over leiderschap van Nehemia – net zoals ook van Mozes, David, Petrus of Paulus. Maar lees je dit boek met focus op het thema leiderschap, dan kan het niet anders of je trekt zaken scheef; het is niet wat de auteur bedoeld heeft, en het is niet in lijn met de canonieke prioriteiten.

Nehemia is een boek over Gods trouw en over de vertegenwoordigers die God gebruikte om zijn verbondsvolk opnieuw in het Beloofde Land te vestigen bij het einde van de ballingschap – over de eerste stappen die gezet werden om hun veiligheid en identiteit te verzekeren als Gods volk en hun verbondstrouw te versterken. Canoniek legt dit deel van de verhaallijn van de Bijbel stukken van de post-ballingschapsgeschiedenis vast die ons tot bij de Heer Jezus zelf brengen.

Maar misschien kunnen weer ons voordeel mee doen als we focussen op twee elementen van Nehemia 1, waarmee we meteen de brug slaan naar Nehemia 2.

Vroege verslagen over de droevige staat waarin de teruggekeerde resterende gemeenschap in Juda verkeert (1:3), wekken bij Nehemia diep verdriet op en hartstochtelijke voorbede (1:4). De essentie van zijn gebed neemt het grootste deel van het eerste hoofdstuk in beslag (1:5-11).

Nehemia richt zich tot de ‘grote en geduchte God’ in bewoordingen uit het verbond. God had beloofd zijn volk in ballingschap te sturen indien ze aanhoudend ongehoorzaam waren; maar Hij had ook beloofd dat, als ze zich zouden bekeren en tot Hem zouden terugkeren, Hij hen terug bijeen zou brengen op de plaats die Hij had gekozen als een woonplaats voor zijn naam (1:8-9; zie Deut. 30:4-5).

Toch bidt Nehemia niet voor anderen terwijl hij ondertussen gelijk welke rol voor zichzelf vermijdt. Hij bidt dat hij welgevallen mag vinden in de ogen van de koning, die hij als schenker dient (1:11), wanneer hij die benadert omtrent deze grote last. Zelfs Nehemia’s ‘schietgebed’ in het volgende hoofdstuk (2:4) is de manifestatie van aanhoudende voorbede in het verborgen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 11 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 10 januari 2015

'U bent ontrouw geweest, u bent met uitheemse vrouwen getrouwd' (Ezr. 10)


Genesis 11; Matteüs 10; Ezra 10; Handelingen 10

Algemeen gesproken wordt Ezra 10 op twee verschillende manieren begrepen:

Volgens de eerste visie is hetgeen er plaatsvindt verwant aan een opwekking. Ezra’s tranen en gebed blijken zo aangrijpend dat de leiders van de gemeenschap, hoewel ook zij in een slecht daglicht kwamen door deze gemengde huwelijken, een verbond aangaan om te scheiden van hun heidense vrouwen en hen naar hun eigen volk terug te sturen, samen met alle kinderen die uit deze huwelijken zijn voortgekomen.

Zij die het niet eens zijn met deze beslissing zullen uit de gemeenschap van de ballingen worden uitgesloten (10:8), om in het vervolg behandeld te worden alsof ze zelf vreemdelingen zijn. De nodige raden worden opgericht en het werk gaat van start.

Dit is opmerkelijk moedig, een zeker teken van Gods zegen, een duidelijk bewijs dat deze mensen God zelfs meer liefhebben dan ze hun eigen gezinnen liefhebben. De zuiverheid van de gemeenschap van na de ballingschap wordt gehandhaafd, en de toorn van God afgewend.
De les is dan dat je radicaal met zonde moet afrekenen.

Volgens de tweede visie, en hoewel Ezra’s gebed (Ezra 9) volledig terecht is, zijn de stappen die eruit voortvloeien vrijwel allemaal slecht. Het huwelijk is uiteindelijk een instelling van bij de schepping.

In elk geval kun je niet simpelweg een huwelijk ongedaan maken; verbiedt de Wet huwelijken met een heiden, net zo goed verbiedt ze gemakkelijke echtscheiding. Wat met al die kinderen? Moeten ze dan verbannen worden naar hun heidense grootouders, zonder enige toegang tot de verbondsgemeenschap en de ene God van de hele aarde – dan nog niet gesproken van de psychologische schade die ongetwijfeld bij hen wordt aangericht?

Konden in de plaats geen andere stappen gezet worden? Zo hadden bijvoorbeeld alle verdere gemengde huwelijken kunnen verboden worden en nauwgezet worden voorkomen, met als sanctie de uitsluiting uit de vergadering. Priesters die gemengde huwelijken waren aangegaan konden uit hun priesterlijke rechten en taken ontheven worden. Het brede berouw dat wordt vertoond kon gekanaliseerd worden in trouwe studie van de Wet, vooral door deze gemengde gezinnen. Welke sanctie is er voor een dergelijke onmenselijke actie als in dit hoofdstuk?

Strikt gesproken biedt de tekst geen uitsluitsel over welk van deze twee de juiste interpretatie is, hoewel de eerste van de twee iets natuurlijker lijkt binnen de lijn van het boek. Maar is het natuurlijker binnen de lijn van de volledige canon of van de Oudtestamentische canon?

Zonder de kwestie te willen uit de weg gaan, vermoed ik dat beide visies in grote lijnen correct zijn. Er is iets nobels en moedigs aan de actie die ondernomen wordt; maar er is ook iets harteloos en reductionistisch aan.

Je krijgt het vermoeden dat dit een van de gemengde resultaten is waar de Bijbel eerlijk gezegd vol van staat, zoals het verslag van Gideon, of van Jefta, of van Simson. Sommige zonden hebben zulke ingewikkelde tentakels dat het niet hoeft te verrassen als besluiten die genomen worden door berouwvolle zondaars al evenzeer verwarrend zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 9 januari 2015

'Om onze ongerechtigheden zijn wij overgeleverd' (Ezr. 9)

Genesis 9-10; Mattheüs 9; Ezra 9; Handelingen 9

Goed mogelijk dat het voor sommige christenen, ondergedompeld in de erfenis van individualisme en beïnvloed door postmodern relativisme, moeilijk is om veel sympathie te koesteren voor Ezra en zijn gebed (Ezra 9). Een honderdtal van de teruggekeerde Israëlieten, op een bevolking die op dat moment minstens vijftig- tot zestigduizend mensen telt, heeft heidense vrouwen gehuwd uit de omringende volken. Ezra behandelt deze zaak alsof het een volslagen ramp betreft en weent voor de Heer alsof zeer ernstige schade is aangericht.

Is godsdienst afgedaald naar het niveau dat het zijn aanhangers vertelt met wie ze mogen huwen? Bovendien is de nasleep van dit gebed (waarover we morgen zullen nadenken) behoorlijk harteloos, niet?

In werkelijkheid laat Ezra’s gebed ons kennismaken met een man die lang en hard heeft nagedacht over Israëls geschiedenis.

Ten eerste verstaat hij wat ten grondslag lag aan de ballingschap, aan de formele verwoesting van het land, de verstrooiing van het volk. Het was niets anders dan de zonden van het volk – en vreselijk vaak waren deze zonden gevoed door verbanden, heel zeker ook huwelijksverbanden, tussen het volk van het verbond en de omliggende stammen. ‘Om onze ongerechtigheden zijn wij overgeleverd, wij, onze koningen, onze priesters, in de macht van de koningen der landen, aan het zwaard, aan gevangenschap, aan plundering, aan openlijke schande, zoals nu’ (9:7).

Ten tweede verstaat hij dat als deze gemeenschap de toelating kreeg om terug te keren naar Juda, dit is omdat ‘ons sedert kort genade [is] bewezen van de HERE, onze God, doordat Hij ons heeft gelaten degenen die ontkomen waren, en ons een tentpin heeft gegeven in zijn heilige plaats, waardoor onze God onze ogen deed oplichten en ons een weinig verademing gaf in onze slavernij’ (9:8).

Ten derde verstaat hij dat in het licht van de eerste twee punten, en in het licht van het uitgesproken verbod in de Schrift op gemengde huwelijken, hetgeen gebeurde niet alleen opmerkelijk ondankbaar is, maar ook concrete minachting van de God die gekomen is om Israël te redden, niet alleen in de Exodus, maar ook uit de ballingschap.

Ten vierde verstaat hij de complexe, ondermijnende, gemeenschappelijke aard van zonde. Net als Jesaja voor hem (Jes. 6:5), stelt Ezra zich op één lijn met het volk in zijn zonde (9:6).

Hij verstaat het hardnekkige feit dat het hier niet slechts gaat om individueel falen en niets meer dan dat; dit zijn manieren waarop rauw heidendom, en uiteindelijk relativisme met betrekking tot de Almachtige God, via de achterdeur worden binnengesmokkeld in de volledige gemeenschap.

Hoe konden dergelijke huwelijken, zelfs onder priesters, geregeld worden tenzij vele, vele anderen hun goedkeuring hebben gegeven, of op zijn minst een oogje hebben dichtgeknepen rond de praktijk?
Ezra verstaat bovenal dat de zonden van het volk van God vele malen erger zijn dan de straf die ze kregen (9:13-15).

Hoe zouden deze denkpatronen ons denken vandaag moeten vormen met betrekking tot de zonden van het volk van God?


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.