Posts tonen met het label waarheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label waarheid. Alle posts tonen

dinsdag 9 december 2014

Dringende noodzaak: een oproep om te strijden voor het geloof (Judas)


2 Kronieken 9, Judas, Zefanja 1, Lukas 23

‘Geliefden, toen ik mij er met alle inzet toe zette u te schrijven over de gemeenschappelijke zaligheid, werd ik genoodzaakt u te schrijven met de aansporing om te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is. Want er zijn sommige mensen binnengeslopen, die tot dit oordeel al lang tevoren opgeschreven zijn, goddelozen’ (Judas 3-4 [HSV]). Merk op:

(1) Soms is het goed te strijden voor het geloof. Dit is natuurlijk niet altijd de juiste weg: vaker moet de nadruk eerst liggen op verkondiging, waarbij we de hele raad Gods uitdragen en opnieuw uitdragen. Soms blijkt een vriendelijk antwoord of ernstige smeekbede de wijzere koers. Maar hier roept Judas zijn lezers op te strijden voor het geloof.

(2) Hetgeen waarvoor we moeten strijden is het geloof dat eens en voorgoed werd toevertrouwd aan de heiligen. De plaats waar het geloof in dergelijke gevallen wordt aangevallen is verbonden met een bepaald standpunt dat zichzelf omschrijft als ‘progressief’, ‘eigentijds’ of ‘avant-gardistisch’ – maar ook onvermijdelijk bereid is om iets op te offeren dat ‘eenmaal aan de heiligen is overgeleverd’. Natuurlijk is dat laatste soms niets meer dan een appèl aan ongegronde traditie, maar dit is niet wat er in dit geval gaande is. Hier offeren de ‘progressieven’ iets op dat al van helemaal in het begin essentieel was aan het evangelie.

(3) In bepaalde gevallen is strijden voor het geloof (wat niet mag verward worden met lichtgeraakt zijn over het geloof) wat we prioritair moeten doen. Dat is waarom Judas zonder meer kan toegeven dat hij gehoopt had iets anders te kunnen schrijven, maar zich genoodzaakt voelde zich aan die dringender taak te wijden. Hoe storend ook, wanneer essentiële waarheden worden ontkend, en de ontkenning door steeds meer mensen wordt geloofd, gaat strategische wijsheid tijdelijk voor op ander dienstwerk en focust die op het onmiddellijke dringende gevaar.

(4) De noodzaak om het felst te strijden doet zich meestal voor wanneer er stemmen van dwaalleer opgaan in de kerk. Wanneer zij die de waarheid tegenstaan zich buiten de kerk bevinden, is de urgentie er niet om te strijden voor het geloof dat eenmaal aan de gelovigen werd overgeleverd - hoewel sommige christenen de diverse redeneringen moeten weerleggen (bijvoorbeeld voor evangelisatiedoeleinden).

Eenmaal dergelijke mensen echter de kerk kunnen binnensluipen, zodat heel wat naïeve christenen hun leer aannemen zonder dat ze doorhebben dat die schadelijk is, dan is vastberaden strijd onvermijdelijk. Dergelijke mensen moeten niet alleen worden weerlegd, maar ook onder tucht gebracht – en dit laatste kan niet worden bereikt zonder het eerste.

(5) De specifieke goddeloosheid die Judas in dit geval ontkracht is een bepaalde verwrongen lezing van het evangelie, die het evangelie vervormt tot ‘voorwendsel voor losbandigheid’ (vers 4 [NBV]). Elke lezing van het evangelie die immoraliteit aanmoedigt of de effectiviteit van Jezus’ redding ontkent, moet wel verkeerd zijn en als goddeloos worden afgewezen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 21 mei 2014

Hou je aan je woord (Num. 30)


Numeri 30; Psalm 74; Jesaja 22; 2 Petrus 3

Een paar jaar geleden verbleef ik een tijd in een zogenaamd ‘derdewereldland’, gekend voor zijn extreme armoede. Wat me van de cultuur van dat land echter het hardst trof, was niet zijn armoede, noch de kloof tussen de zeer rijken en de zeer armen – ik had voldoende over deze punten gelezen om niet verrast te zijn en was elders al getuige van gelijkaardige tragedies – maar wel de corruptie die er overal hoogtij vierde.

Hier in het Westen zijn we niet in de positie om met de vinger te wijzen. Ongetwijfeld hebben we hier minder openlijke omkoping; ongetwijfeld zorgen gepubliceerde tarieven voor veel overheidsdiensten dat omkoperij en smeergeld wat moeilijker ingang vinden ; ongetwijfeld is er nog genoeg van het christelijke erfgoed dat we toch ten minste nog op papier verklaren dat eerlijkheid een goede zaak is, dat het woord van een man of vrouw zou moeten gelijkstaan met een overeenkomst, dat hebzucht boos is – hoewel zulke waarden vandaag heel vaak eerder in theorie dan in de praktijk hoog worden geacht.

Toch zijn we veruit de meest pleitzieke natie ter wereld. We brengen veel meer advocaten voort dan ingenieurs (het tegengestelde van Japan). De meest eenvoudige overeenkomst moet vandaag gepaard gaan met tal van wettelijke beschermingen voor de ondertekenaars.

Een groot deel daarvan komt voort uit het feit dat veel personen of bedrijven zich niet aan hun woord houden, niet proberen om te doen wat rechtvaardig is en zullen proberen om de andere partij af te zetten als ze ermee weg kunnen komen.

Een leugen brengt je alleen in verlegenheid als je betrapt wordt. Beloften en eden worden werktuigen om te verkrijgen wat je wilt, eerder dan verplichtingen aan de waarheid.

Plechtige huwelijksbeloften worden met een bevlieging van tafel geveegd, of vervagen in de hitte van de lust. En natuurlijk, als we makkelijk huwelijksverbonden verbreken, zakelijke of persoonlijke overeenkomsten, is het al net zo makkelijk om het verbond met God te verbreken.

De waarheid spreken en je beloften houden op één terrein van het leven, zet zich voort op andere terreinen; net zo goed gaat ontrouw in één arena verder in andere arena’s. Dus zijn de volgende woorden in het Mozaïsche verbond vastgelegd: ‘De HEER heeft het volgende bepaald: Wanneer een man de HEER belooft iets te zullen doen of onder ede de verplichting op zich neemt zich van iets te onthouden, mag hij zijn woord niet breken; aan alles wat hij met zoveel woorden zegt, moet hij zich houden’ (Num. 30:1-2).

De rest van het hoofdstuk maakt duidelijk dat dergelijke eden door individuele personen wel eens meer kunnen zijn dan individuele zaken; er kunnen echtelijke of familiale gevolgen zijn.

Voor de goede orde van de cultuur bepaalt God dus zelf wie er, onder dit verbond, een gelofte mag bekrachtigen of opheffen; dit patroon zegt iets over leiding en verantwoordelijkheid in het gezin. Maar de fundamentele kwestie hier is er een van het spreken van de waarheid en van trouw.


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 mei uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 26 mei 2013

Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren (1 Joh. 5)


Numeri 35; Psalm 79; Jesaja 27; 1 Johannes 5
De meeste mensen die 1 Johannes een paar keren gelezen hebben weten dat Johannes een aantal bewijzen bespreekt (sommige commentatoren noemen het ‘toetsen’ of ‘toetsen van leven’) die verklaren wie werkelijk een christen is.

De meeste mensen zien drie toetsen:
(a) een toets van waarheid, in het bijzonder de waarheid dat Jezus de Zoon van God is;
(b) een toets van gehoorzaamheid, in het bijzonder gehoorzaamheid aan de geboden van Jezus;
(c) een toets van liefde, in het bijzonder liefde voor onze broeders en zusters.

Het gevaar ligt in de gedachte dat deze ‘toetsen’ op een of andere manier onafhankelijke bijdragen vormen, alsof iemand zou kunnen hopen er twee van de drie over te slaan. Maar naar het einde van de brief, zeker in 1 Johannes 5:1-5, komen die drie toetsen op een dusdanige manier bijeen dat ze helemaal niet los staan. Ze hangen allemaal samen.

Deze paragraaf begint met de waarheidstoets, met de persoon ‘die gelooft, dat Jezus de Christus is’ (5:1). Deze persoon is uit God geboren – een punt dat herhaaldelijk terugkomt in de geschriften van Johannes.

Maar iedereen die uit God geboren is zal zeker anderen liefhebben die uit God geboren zijn – geestelijke familieleden als het ware (5:1). Zo is de waarheidstoets verbonden, doorheen de wedergeboorte, met de liefdestoets.

Hoe weten we dan dat we de kinderen van God echt liefhebben? Wel, in de eerste plaats, door God zelf lief te hebben, en dan als gevolg daarvan zijn geboden te doen (5:2). Het is echt gek te beweren God lief te hebben en Hem niet te gehoorzamen.

Dit is zo duidelijk dat je zo ver kunt gaan te zeggen dat ‘liefde Gods’ is, zijn ‘geboden bewaren’ (5:3). Natuurlijk heeft Johannes zijn lezers er al aan herinnerd dat een van Jezus’ kerngeboden, zijn ‘nieuw gebod’ is, dat zijn discipelen elkaar liefhebben (2:3-11; 3:11-20; vgl. Johannes 13:34-35).

Zo is de liefdestoets op verschillende niveaus verbonden met de gehoorzaamheidstoets. Iemand moet niet denken dat het christendom niets anders is dan ongevoelige gehoorzaamheid. De waarheid is dat Jezus’ geboden ‘niet zwaar’ zijn (5:3), want in de wedergeboorte heeft God ons de kracht gegeven Jezus’ geboden te bewaren, het vermogen ‘de wereld’ te overwinnen (5:4-5; vgl. 2:15-17).

Wie heeft dan die kracht om de wereld te overwinnen? Zij die wedergeboren zijn, die waarachtig geloof hebben, natuurlijk – en waarachtig geloof wordt gedefinieerd in termen van het voorwerp van geloof, namelijk de waarheid dat Jezus waarlijk de Zoon van God is. Dus is de toets van gehoorzaamheid, en daarmee ook de toets van liefde, verbonden met de waarheidstoets.

De heerlijke realiteit is dat, op de christelijke weg, waarheid en ethiek met elkaar verbonden zijn. Geloofsbelijdenis en levensverandering gaan hand in hand. Elk ander alternatief is ofwel bijgeloof ofwel bedrog.


Eigen vertaling van de overdenking bij 26 mei uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 14 februari 2013

'Wil Hij mij doden, ik blijf op Hem hopen' (Job 13)


Genesis 47; Lukas 1:1-38; Job 13; 1 Korinthiërs 1
Jobs antwoord aan Sofar beslaat drie hoofdstukken (Job 12-14), het eerste ervan maakte deel uit van de lezing voor gisteren. Daar beschuldigt Job Sofar en zijn vrienden er in vernietigende taal van, dat ze aankomen met traditionele platitudes en denken dat hun uitspraken diepgang hebben: ‘Waarlijk, gij zijt nog eens mensen: met u zal de wijsheid uitsterven’ (12:2).

Job voegt eraan toe: ‘Ook ik heb verstand, zo goed als gij, ik doe voor u niet onder; aan wie zijn zulke dingen niet bekend?’ (12:3) – d.w.z. de dingen die te maken hebben met Gods soevereiniteit, grootheid en onschatbare kracht en wijsheid. Zo gebruikt Job het grootste deel van hoofdstuk 12 om die visie op Gods grootheid te bespreken en te verdiepen.

Maar hier in Job 13 gaat Job in zijn argumentatie nog een stap verder. De gemeenschappelijke grond die hij met deze drie vrienden deelt is duidelijk genoeg: ‘Zie, alles heeft mijn oog gezien, mijn oor gehoord en in zich opgenomen. Wat gij weet, weet ik ook, ik doe voor u niet onder’ (13:1-2). De vraag is wat we moeten maken van Gods transcendente soevereiniteit. Zijn vrienden gebruiken die basis om te argumenteren dat een dergelijke God zeker zonde kan bespeuren en bestraffen; Job zelf draait het argument nu om.

Ten eerste doet dit nadenken over wie God is, Job helemaal niet angstig terugdeinzen, maar zet het Job er toe aan om te spreken met de Almachtige, om zijn zaak bij God te bepleiten (13:3). Zijn geweten is werkelijk rein, en hij wil het bewijzen. Hij is ervan overtuigd dat als hij maar gehoor vindt, God minstens eerlijk en rechtvaardig zou zijn.

Ten tweede besmeuren de ellendige vrienden hem daarentegen gewoon met leugens (13:4). Ze zijn ‘kwakzalvers’ of ‘heelmeesters van niets’ – d.w.z. ze doen niets om Job in zijn pijn te helpen.

Wat, ten derde, nog erger is volgens Job, is dat ze ‘ten gunste van God onrecht spreken
en ten behoeve van Hem bedrog’ (13:7). Ze kunnen geen concrete bewijzen vinden voor grove zonde in het leven van Job, toch denken ze dat ze voor God mogen spreken wanneer ze benadrukken dat Job toch echt wel slecht moet zijn. Dus in hun ‘verdediging’ van God, zeggen ze dingen die onwaar en oneerlijk zijn over Job: ze spreken ‘ten gunste van God onrecht’. Hoe kan God blij zijn met hun woorden?

Het doel wettigt de middelen niet. Het is altijd belangrijk de waarheid te spreken en geen feiten te verdraaien opdat ze maar zouden overeenstemmen met onze theologische vooroordelen. Je kunt veel beter onwetendheid toegeven of uitgaan van mysterie dan onwaarheden te vertellen.

Ten vierde spreekt Job zelf nog altijd niet als een agnost, hoezeer hij ook in discussie wil gaan met God. Het is waar, Job wil zijn moment in de goddelijke rechtbank. Maar voor hem is God nog altijd God, en dat is ook wat hij belijdt: ‘Wil Hij mij doden, ik blijf op Hem hopen’ (13:15). Zelfs de alternatieve lezing (de voetnoot in de NIV-vertaling geeft aan dat het om complexe materie gaat) erkent dat God God is: het verschil zit hem in Jobs antwoord.


Eigen vertaling van de overdenking bij 14 februari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 7 oktober 2012

'Het is dus waar, wat ik in mijn land over u en uw wijsheid gehoord heb' (1 Kon. 10)



1 Koningen 10, Filippenzen 1, Ezechiël 40, Psalm 91
Het bezoek van de koningin van Seba (1 Koningen 10) werd in boeken en films vaak bijgekruid tot een koninklijk liefdesverhaal. In de bijbelse tekst duikt geen enkele aanwijzing op voor interesse uit liefde of voor een seksschandaal. Het verhaal van de koningin van Seba is bedoeld om met een concreet voorbeeld aan te tonen dat Salomo’s reputatie gegrond was op reële feiten. Een paar opmerkingen over de ontmoeting:

Ten eerste biedt dit verslag een gelegenheid om oppervlakkig iets te zeggen over de aard van waarheid in het Oude Testament. Sommigen hebben betoogd dat het Hebreeuwse woord voor ‘waarheid’, ‘emet, in werkelijkheid ‘trouw’ of ‘betrouwbaarheid’ betekent, en dat het te maken heeft met relaties en niet met proposities, stellingen. Sommigen betogen zelfs dat de schrijvers van het Oude Testament gewoon geen categorie hebben voor ware proposities.

Zoals aan de meeste fouten, hangt ook aan deze een zekere mate van waarheid (als ik dat woord mag gebruiken). Zeker, ‘emet heeft een bredere betekenis dan het Engelse woord ‘truth’ (of het Nederlandse ‘waarheid’), en kan verwijzen naar trouw.

Maar woorden kunnen ook trouw weergeven. De koningin van Seba vertelt Salomo dat de roep die ze in haar eigen land gehoord had over zijn daden en wijsheid ‘emet was: het was ‘waar’ (10:6; HSV: ‘de waarheid’); nog letterlijker, omdat het verslag getrouw was, d.w.z. omdat de stellingen overeenkwamen met de werkelijkheid, was het verslag waarheid. Weg dus met een reductionistische analyse van wat het oude Hebreeuws wel of niet kon kennen.

Ten tweede biedt een groot deel van het hoofdstuk beknopte beschrijvingen van Salomo’s rijkdom, militaire macht, succesvolle handelsmissies met schepen die zich op zee begeven, muziekinstrumenten, en meer. Toch is ook ruimte gereserveerd voor verschillende uitgesproken theologische thema’s. Koningen bezochten Salomo om te luisteren naar zijn wijsheid – en die wijsheid was door God zelf in zijn hart gelegd (10:24).

Salomo genoot inderdaad een buitengewone reputatie voor het in stand houden van recht en gerechtigheid in zijn koninkrijk, in die mate dat de koningen van Seba dacht dat zijn daden op dit vlak aantoonden dat ‘de HERE Israël voor altoos liefheeft’ (10:9).
Maar ten derde is dit alles in zekere zin een opstap naar het volgende hoofdstuk. Ondanks al de zegeningen, wijsheid, macht, rijkdom, prestige en eer die Salomo genoot, allemaal uit de hand van God ontvangen, is er het feit dat zijn eigen wandel de weg baande voor oordeel en de ondergang van het Davidische koningshuis.

Die gecompliceerde ontwikkelingen laten we liggen tot de overdenking van morgen. Hier volstaat het stil te staan bij het feit dat buitengewone zegeningen niet noodzakelijkerwijs een bewijs zijn van trouw. Omdat God traag is om te toornen (wat zeker een goede zaak is!), worden de oordelen die onze misdaden verdienen vaak lang uitgesteld. Veronderstel niet snel dat huidige zegeningen een bewijs zijn voor huidige trouw: de vreselijke vrucht van trouweloosheid kan een lange tijd nodig hebben om er te komen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 28 september 2012

'Ben ik dus een vijand van u geworden, nu ik u de waarheid zeg?' (Gal. 4)


2 Samuël 24, Galaten 4, Ezechiël 31, Psalm 79
Galaten 4 bevat een aantal gedeeltes die ervoor gezorgd hebben dat christenen zich lange tijd hebben afgevraagd hoe Paulus de geschiedenis van Israël precies ziet – in het bijzonder de zogenaamde ‘beeldspraak’ van 4:21-31. Ze vragen heel wat aandacht.

Ingebed in het midden van het hoofdstuk staan echter twee korte paragrafen die heel wat tonen van het hart van de apostel (4:12-20), hoewel je er makkelijk overheen leest.

(1) De eerste (4:12-16) toont hoe de apostel pleit bij de Galaten. Hij benadrukt dat zijn sterke taal tegenover hen niets te maken heeft met persoonlijke pijn: ‘U hebt mij in geen enkel opzicht onrecht aangedaan’ (4:12, HSV). Hij herinnert hen er zelfs aan dat het begin van hun wederzijdse relatie een verbondenheid bewerkte die Paulus nooit zou kunnen verbreken. Hij kwam de eerste maal bij hen, zegt hij, omdat hij ‘ziek geworden was’ (4:13).

We kunnen niet met zekerheid zeggen waar het om ging. Misschien is de beste suggestie (hoewel het niet meer is dan dit), dat Paulus met het schip aankwam op de zuidkust van wat nu Turkije is, en dat hij bij zijn dienst daar besmet werd met malaria of een of andere subtropische ziekte. De beste oplossing in die tijd was om dan naar hoger gelegen streken te reizen – naar de regio van de Galaten.

Daar vond Paulus een opmerkelijk behulpzaam en gastvrij volk. Terwijl hij het evangelie tot hen predikte, behandelden ze hem als ware hij ‘een bode Gods’ (4:14; HSV: ‘een engel van God’). Hoe zou Paulus hen dan kunnen laten vallen of afschrijven? Maar spijtig genoeg was hun vreugde verdwenen. Ze waren zodanig gecharmeerd door de vreemde visie van de opruiers, dat ze Paulus als een vijand beschouwen omdat hij hen de waarheid vertelt (4:16).

Hier zie je dan een apostel die van dichtbij betrokken is bij de levens van de mensen tot wie hij predikt, bereid en gretig om met hen uit de complexe geschiedenis van hun relaties te geraken, maar niet bereid om compromissen te sluiten met de waarheid om de scherpe randjes in hun relaties weer weg te werken. Bij Paulus moet zuiverheid in de leer blijven staan naast zuiverheid in relaties; ze mogen niet tegen elkaar uitgespeeld worden.

(2) Paulus bespeurt een verregaande zwakte in het karakter van de Galaten en legt er vriendelijk de vinger op: ze houden van ijverige mensen, zeker van mensen die hen met ijver omringen, zonder zich goed af te vragen in welke richting die ijver gaat (4:17-20). Paulus waarschuwt: ‘Het is goed als u zich inspant, maar doe het dan ook voor de goede zaak’ (4:18, NBV). In de onmogelijkheid om te communiceren via telefoon of e-mail en dus zonder recente update, is de apostel onzeker over hoe hij best verdergaat. Moet hij deze vermaning verderzetten? Moet hij nu zijn toon veranderen en hen het hof maken? Hij voelt zich als een moeder die voor een tweede keer door de pijn van een bevalling moet, om het kind opnieuw te laten geboren worden dat ze eigenlijk al ter wereld bracht.

Zouden hedendaagse voorgangers en leiders minder zorg aan de dag moeten leggen voor hen over wie ze verantwoordelijk zijn wanneer die afdwalen?


Eigen vertaling van de overdenking bij 28 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 30 mei 2012

'Goedertierenheid en trouw ontmoeten elkaar' (Ps. 85)


Deuteronomium 3, Psalm 85, Jesaja 31, Openbaring 1

Het is een prachtig koppel: ‘Goedertierenheid en trouw ontmoeten elkander’. Dan nog een ander paar: ‘gerechtigheid en vrede kussen elkaar’ (Ps. 85:11). Oudere lezers zullen zich de eerste van de twee zinnen herinneren uit de oude Statenvertaling: ‘goedertierenheid en waarheid’ zullen elkander ontmoeten.

Net zoals in het Nederlands het verschil tussen trouw en waarheid, bestaat er in het Engels er een behoorlijk groot verschil tussen het oudere ‘mercy and truth’ en wat de NIV nu weergeeft: ‘love and faithfulness’. Maar het onderliggende Hebreeuws, een vaak voorkomend koppel (zoals ook in 86:15 of in Ex. 34:6 – zie ook de overdenking van 23 maart), kan op elk van beide manieren worden vertaald.

Het eerste woord verwijst gewoonlijk naar Gods verbondsliefde, zijn barmhartigheid in het verbond – zijn pure goedheid of genade in het verbond, uitgegoten over zijn volk dat dit niet verdient. Het tweede woord verschilt in zijn Nederlandse vertaling ook, afhankelijk van naar wat het verwijst.

Wanneer de koningin van Sheba verhaalt dat alles wat ze over Salomo gehoord had ‘waar’ is (letterlijk: ‘de waarheid’, 1Kon.10) – dit wil zeggen dat de voorafgaandelijke verslagen overeenstemden met de realiteit – dan gebruikt ze het woord dat hier vertaald wordt als ‘trouw’. Een ‘waar’ verslag is een ‘trouw’ verslag; wanneer de waarheid belichaamd wordt, dan vindt het een uiting in trouw.

Zoals deze psalm aantoont, worden de beide categorieën suggestief gebruikt. Wanneer je het eerste koppel leest, ‘Goedertierenheid en trouw ontmoeten elkander’, dan is de natuurlijke leeswijze dat we ze zien als beschrijvingen van God: God is de God van verbondstrouw of -liefde en van volkomen betrouwbaarheid waar je op kunt rekenen.

Het tweede koppel kan op dezelfde manier gezien worden: God is zowel onvoorwaardelijk in zijn gerechtigheid, als de bron van alle welzijn. In Hem kussen gerechtigheid en vrede elkaar.

Maar in het volgende vers worden het tweede woord uit het eerste koppel en het eerste woord van het tweede koppel opnieuw opgepikt en samengevoegd om een nieuwe gedachte in te leiden: ‘trouw spruit voort uit de aarde, en gerechtigheid ziet neder van de hemel’ (85:12).

In de context van de volledige psalm wordt de trouw van het volk blijkbaar gelinkt aan de gerechtigheid van de Heer: de eerste spruit voort uit de aarde, terwijl de tweede neerziet vanuit de hemel. Het is niet absoluut noodzakelijk om de dingen zo te bekijken, maar de psalmist erkent de verbanden impliciet al eerder in zijn gedicht: ‘Gij hebt de ongerechtigheid van uw volk vergeven … Herstel ons, o God van ons heil … schenk ons uw heil … Hij zal van vrede spreken tot zijn volk … maar laten zij niet terugkeren tot dwaasheid’ (85:3-9, cursief toegevoegd).

Hoezeer we deze koppels ook op een lijn stellen, toch is het van vitaal belang om te bedenken dat liefde en trouw beiden toebehoren aan God, dat gerechtigheid en vrede samenkomen of kussen in Hem. Om die reden kan God zowel rechtvaardig zijn, als Degene die de goddeloze rechtvaardigt door genadig zijn Zoon te geven (Rom. 3:25-26). Is het dan verrassend te ontdekken dat onder zijn beelddragers liefde en trouw en gerechtigheid en vrede dan hand in hand gaan, en ook ofwel samen staan of samen ten val komen?


Eigen vertaling van de overdenking bij 30 mei uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

maandag 21 mei 2012

Hou je aan je woord (Num. 30)


Numeri 30, Psalm 74, Jesaja 22, 2 Petrus 3


Een paar jaar geleden verbleef ik een tijd in een zogenaamd ‘derdewereldland’, gekend voor zijn vreselijke armoede. Wat me van de cultuur van dat land echter het hardst getroffen heeft, was niet zijn armoede, noch de kloof tussen de zeer rijken en zeer armen – ik had voldoende over deze punten gelezen om niet verrast te zijn en had elders al gelijkaardige tragedies gezien – maar wel zijn alomtegenwoordige hoogtij vierende corruptie.

Hier in het Westen zijn we niet goed geplaatst om met de vinger te wijzen. Ongetwijfeld hebben we hier te maken met minder openlijke omkoping; ongetwijfeld zorgen gepubliceerde prijzen voor veel overheidsdiensten dat omkoperij en smeergeld wat moeilijker te organiseren vallen ; ongetwijfeld is er nog genoeg van het christelijke erfgoed dat we ten minste nog op papier verklaren dat eerlijkheid een goede zaak is, dat het woord van een man of vrouw zou moeten gelijkstaan met een overeenkomst, dat hebzucht boos is – hoewel zulke waarden vandaag heel vaak eerder in de theorie geëerd worden dan in de praktijk.

Toch zijn we veruit de meest pleitzieke natie ter wereld. We brengen veel meer advocaten voort dan ingenieurs (het tegengestelde van Japan). De eenvoudigste overeenkomst moet vandaag gepaard gaan met hopen wettelijke beschermingen voor de ondertekenaars. Een groot deel daarvan komt voort uit het feit dat veel personen of bedrijven zich niet aan hun woord houden, niet proberen om te doen wat rechtvaardig is en zullen proberen om de andere partij af te zetten als ze ermee weg kunnen komen.

Een leugen brengt je alleen in verlegenheid als je betrapt wordt. Beloften en eden worden werktuigen om te verkrijgen wat je wilt, eerder dan verplichtingen aan de waarheid. Plechtige huwelijksbeloften worden met een bevlieging van tafel geveegd, of vervagen in de hitte van de lust. En natuurlijk, als we makkelijk huwelijksverbonden verbreken, zakelijke overeenkomsten of persoonlijke overeenkomsten, is het al net zo makkelijk om het verbond met God te verbreken.

De waarheid spreken en je beloften houden op één domein van het leven, zet zich voort op andere terreinen; net zo goed gaat ontrouw in één arena verder in andere arena’s. Dus zijn de volgende woorden in het Mozaïsche verbond vastgelegd: ‘De HEER heeft het volgende bepaald: Wanneer een man de HEER belooft iets te zullen doen of onder ede de verplichting op zich neemt zich van iets te onthouden, mag hij zijn woord niet breken; aan alles wat hij met zoveel woorden zegt, moet hij zich houden’ (Num. 30:1-2).

De rest van het hoofdstuk maakt duidelijk dat dergelijke eden door individuele personen wel eens meer kunnen zijn dan individuele zaken; er kunnen echtelijke of familiale gevolgen zijn.

Binnen dit verbond bepaalt God dus zelf, voor de goede orde van de cultuur, wie een gelofte mag bekrachtigen of opheffen; dit patroon zegt iets over leiding en verantwoordelijkheid in het gezin. Maar de fundamentele kwestie hier is er een van het spreken van de waarheid en van trouw.


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 mei uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

zaterdag 29 oktober 2011

Verdraagzaamheid zonder grenzen is slechts onverschilligheid

Paulus vertelt ons in de Galatenbrief onder meer dat de christelijke boodschap een geïnspireerde boodschap is, een boodschap met hoofdletter W.

Roy Clements schrijft daarover in zijn boekje 'Vrij zijn van slavernij, Christenzijn volgens de brief aan de Galaten' (pag. 37-38, uitg. Novapres):

"We moeten ons niets aantrekken van die kinderachtige definitie van geloof: als je kunt bewijzen waarin je gelooft, is het geen geloof meer. Dat is onzin! Geloof is voor een christen geen comfortabele psychische steunpilaar. De waarheid van het evangelie vereist geloof, zoals rook onder de deur vraagt om actie.

In dit opzicht moeten er grenzen zijn aan verdraagzaamheid. Want verdraagzaamheid zonder grenzen is geen ware verdraagzaamheid, maar alleen onverschilligheid. Dan verwarren we ruimdenkendheid met leeghoofdigheid.

G.K. Chesterton had het goed gezien toen hij zei:

'Het doel van het openstellen van de geest is, net als met het openen van de mond, om hem weer te sluiten rond iets dat vast is.'

Onze christelijke opvattingen nederig onderwerpen aan kritisch onderzoek is belangrijk, maar ons gedragen alsof we helemaal geen opvattingen hebben, is weer iets heel anders.

(...)

Toestaan dat mensen die boodschap (van het evangelie, JL) verdraaien of er een verkeerde voorstelling van geven, is geen prijzenswaardige tolerantie, maar flagrante onverantwoordelijkheid."

Vervolgens beschrijft Clements nog een tweeledig gevolg van het doen alsof de waarheid van het evangelie niet buiten kijf staat:

- "Ten eerste zal de wereld concluderen dat zij onze boodschap ongestraft kan negeren" (...)

- "Ten tweede zetten we de deur op een kier voor geloofsrichtingen met minder slappe knieën. Valse godsdiensten die de moed hebben om vast te houden aan hun overtuigingen, zullen, hoe fout ze ook mogen zijn, een geestelijk gat vullen. In onze wereld met al haar postmodernistische twijfels heerst een honger naar een zingeving van het bestaan. Maar zij zal er nooit van overtuigd raken dat Christus die honger kan stillen als wij zo week blijven over de waarheid. Velen zullen zich in de plaats daarvan laten verleiden door de verkondigingen van fundamentalistische sekten."

Over de waarheid valt niet te onderhandelen.

woensdag 16 juni 2010

Iedereen heeft een standpunt, maar neutraal is dat nooit

De krant De Morgen heeft in zijn literatuurkatern 'Uitgelezen' een dubbele pagina gereserveerd voor Michael Sandel, de 'Steve Jobs van de Amerikaanse politieke filosofie'. Naar aanleiding van zijn nieuwe boek 'Rechtvaardigheid'.

Titel van het krantenartikel: "Wie altijd de waarheid zegt, heeft weinig vrienden". Niet echt uitnodigend dus om vriendjes te worden met de man, lijkt me. Soit, ik vermeld graag een paar stukjes uit het interview.

Voor Sandel zijn goed en fout geen principiële categorieën. Ze hangen af van de context. Hij vindt het beter om te liegen omwille van de huiselijke vrede over het uur waarop je de zoon naar bed stuurde, ook al zat je samen veel te laat naar het voetbal te kijken. Hij vindt dat de mens moet nadenken over de specifieke omstandigheden, ervaringen en tradities die hen een plaats geven in de wereld. En dan komt hij tot die conclusie: 'wie altijd de waarheid zegt, houdt immmers weinig vrienden over'.

Wat verder scoort Sandel bij mij wel een punt, als hij het neoliberale credo van de morele neutraliteit van de overheid in vraag stelt. "Wie het publieke goed voorstaat, moet bereid zijn als burger te discussiëren over soms controversiële zaken als waarden en de vraag wat het betekent een goed leven te leiden, eerder dan een neutraliteit na te streven die toch onbereikbaar is. Neem abortus of het homohuwelijk, wie zegt daar neutraal over te kunnen oordelen, houdt zichzelf voor de gek. Iedereen heeft een persoonlijk standpunt, voor of tegen, maar neutraal is dat nooit. Anders zou het niets inhouden. Ieder beleid is gefundeerd op ideeën en waarden. Wanneer we beweren neutraal te zijn, smokkelen we onze voorkeuren mee het debat in zonder ze openlijk te verdedigen, wat leidt tot huichelarij en zeker niet tot neutraliteit."

Sandel is voor een scheiding tussen kerk en staat, maar ziet een scheiding tussen politiek en religie als "gewoon niet haalbaar": "Als je ervan uitgaat dat politiek op waarden en morele argumenten gebaseerd is, wordt het heel moeilijk om vol te houden dat alleen morele argumenten die uit een seculiere traditie stammen in het publieke domein mogen treden." (...) "De poging om het publieke domein te vrijwaren van op religie gebaseerde morele waarden en argumenten, leidt trouwens tot een moreel vacuüm dat binnen de kortste keren gevuld zal worden door fundamentalistische stemmen."

Verder ook nog:
"Het is waar dat bepaalde mensen die religieuze overtuigingen in het publieke debat introduceren, nogal eens dogmatisch zijn en niet bereid blijken een beredeneerd argument naar voor te brengen. Dogmatisch denken hoort inderdaad niet thuis binnen democratische onderhandelingen, maar ik wil hier wel opmerken dat niet alleen de religieuzen dogmatisch zijn. Er bestaat ook seculier dogmatisme."

Sandel heeft nog zware bedenkingen bij de neoliberale ethiek die de mens zelfbeschikkingsrecht geeft over zijn eigen lichaam: "Waar ik problemen mee heb, is de gedachtegang dat ik als individu de eigenaar ben van mijn lichaam en mijn leven en daar mee mag doen wat ik wil. Dat libertaire argument slik ik niet."
Hij haalt hierbij het voorbeeld aan van de Duitse kannibaal die iemand zocht die wilde opgegeten worden. De man voerde zijn duistere plan uit, met een vrijwilliger. "Gelukkig ging de rechtbank niet akkoord met de stelling van de advocaat van de kannibaal dat de twee mannen een contract hadden afgesloten en dat er dus geen sprake was van een misdaad. De kannibaal kreeg levenslang."

Leuk dat iemand eens wat ballonnen durft doorprikken en dat een Vlaamse krant hem daar de ruimte voor geeft. Jammer, vind ik, dat hij uiteindelijk geen vast fundament van een eeuwige God kent om normen en waarden op te baseren. In de ethiek draait het bij hem om 'loyaliteit'. Voor mij toch een te flauw afkooksel van Gods liefde en eeuwige trouw. "Voor degenen met wie we een speciale band hebben, hebben we ook speciale verplichtingen", heet het. Maar als dit zo zou zijn, dan waren van nature zondige mensen hopeloos verloren: van een band met een eeuwig goede God zou zonder genade nooit sprake kunnen zijn.

donderdag 28 januari 2010

Wil het gebeuzel over tolerantie aub ophouden?



Elk jaar hypet de reclamewereld de spots die de wereld ingestuurd worden tijdens de Super Bowl. Elk bureau zet zijn beste beentje voor, krimpende budgetten worden voor de gelegenheid wat gerokken.

Dit jaar heeft footballspeler Tim Tebow samen met zijn ma, enkele private donateurs en Focus on the Family commerciële zendtijd gekocht om een pro-life commercial uit te zenden (lees: een spotje dat mensen oproept om hun ongeboren kindje te houden en geen abortus te plegen). Zij vertellen het verhaal van hoe moeder Tebow voor de geboorte van haar zoon Tim het advies kreeg om de vandaag bekende footballspeler Tim te aborteren om medische redenen. Het thema van de spot is "Celebrate Family, Celebrate Life" (of: vier het gezin, vier het leven).

Er is in de VS nogal wat om te doen. Veel zgn. pro-choicers willen dat zender CBS de toelating om de commercial uit te zenden zal intrekken. Hoezo "pro-choice", of voor de vrije keuze? Hoe vrij is het als een andere mening niet mag getoond worden?
Een abortus-zegsvrouw vond het aanstootgevend ('offensive') dat de ene visie als beter wordt omschreven dan de andere. Haar eigen visie is dan misschien van een andere orde? Zach Nielsen blogt erover. Ook in de Charleston Daily Mail lees je iets meer. Dit is het bericht van ABC News.

In de marge van het bericht heeft Nielsen een sterk punt over het "tolerantie-argument". En omwille van dit punt haal ik het hele debat aan.
Nielsen vraagt: 'wil je aub bij me aansluiten in het ijveren voor het compleet ophouden van al het "tolerantie"-gepraat? Het gaat immers niet om tolerantie en het heeft daar ook nooit over gegaan. Als er je iemand vraagt om te stoppen met je "intolerante" gedrag, of omwille van een visie zegt dat je toleranter moet zijn, dan kun je gewoon iets als het volgende sugereren:

"Waarom vraag je me om toleranter te zijn? Dat is op zichzelf niet zeer tolerant. Als je echt consequent zou zijn in je eigen visie op tolerantie, dan zou je ALLE visies als waardevol accepteren, ook de mijne. Maar we weten allebei dat dit onmogelijk is. Niemand wil "tolerant" zijn voor Hitler en zijn visies op het joodse volk. Dus weten we allebei dat ware tolerantie een onmogelijkheid is.

Laten we naar de basis gaan van wat er hier echt gaande is. We zijn het allebei oneens over iets. Ik denk dat ik gelijk heb en jij denkt dat jij gelijk hebt. Heel waarschijnlijk kunnen we niet allebei gelijk hebben. Denk jij dat je redenen kunt aanhalen voor of tegen wat we geloven, zonder dat we elkaar afmaken? Ik wel.
Dus waarom houden we niet op met dat "tolerantie"-gepraat dat niemand verder brengt, en laten we redenen geven waarom we geloven wat we geloven. Op die manier kunnen we er misschien achter komen wat echt waar is. Vrede-lievende waarheid is waar het hier om gaat, veel meer dan over tolerantie."

zondag 4 januari 2009

Theologie: een kwestie van aanvoelen?


Je moet duidelijk geen professor zijn om theologie te snappen.
'Definieer "Braaf"', vraagt de jongeman aan de kerstman.

Gelezen bij Ray Ortlund.

vrijdag 12 december 2008

De waarheid kan ernstige schade toebrengen aan je carrière


Mijn broer Luc tipte me over dit Nieuwsblad-bericht:

"Lerares ontslagen omdat ze de waarheid vertelde

Een lerares in een lagere school in het Britse Royton (Oldham) is ontslagen nadat zij haar leerlingen de harde waarheid had verteld: de kerstman bestaat niet. Dat meldt de BBC.

De lerares vertelde de zevenjarige kinderen dat niet Santa Claus, maar de ouders degenen zijn die zorgen voor de pakjes onder de kerstboom. Verscheidene ouders hadden zich daarop bij de schoolleiding beklaagd, en de lerares had haar verontschuldigingen aangeboden. Maar voor het schoolhoofd ging dat niet ver genoeg: zij wil niet dat de lerares ooit nog voet zet in Blackshaw Lane Primary School."