Posts tonen met het label wraak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wraak. Alle posts tonen

dinsdag 9 september 2014

'Ik ben nu nog zwak' (2 Sam. 3)

2 Samuël 3; 1 Korinthiërs 14; Ezechiël 12; Psalm 51

Zelfs na de dood van koning Saul werd David niet meteen koning van Israël. Eerst werd David tot koning gezalfd over Juda (2 Sam. 2:1-7), en alleen maar Juda: zelfs Benjamin, dat bij Juda bleef toen er na de dood van Salomo een scheiding kwam tussen ‘Israël’ en ‘Juda’, was op dit moment nog verenigd met de andere stammen (2:9).

Abner, de aanvoerder van wat er nog van Sauls leger overbleef, had Sauls overgebleven zoon Isboset koning gemaakt over Israël (2:8-9). De schermutselingen tussen Davids troepen en die van Isboset namen toe. Veel gevechten in die tijd brachten de vijandige troepen tegenover elkaar in hevige clashes, gevolgd door een rennend gevecht: de ene zijde rende weg, en de andere zijde zat hen achterna.

In een van dergelijke clashes wordt Asaël, uit de troepen van David en een van de drie zonen van Seruja, gedood door Abner. Het was een ‘nette’ dood, d.w.z. volgens de regels van oorlogvoering, en geen moord.

Niettemin gaat deze dood vooraf aan een van de belangrijkste acties in 2 Samuël 3.

De verschillende delen van het land samenbrengen in verenigde loyaliteit onder David was een bloederige en soms gemene zaak – een herinnering aan het feit dat God soms de dwaasheid en boosheid van mensen gebruikt om zijn goede plannen tot stand te brengen.

Abner slaapt met een van Sauls voormalige bijvrouwen (3:6-7). Dit was niet enkel een overtreding van morele wetten, maar in de symboliek van die tijd claimde Abner het recht op het koningschap voor hemzelf. Het was een grote belediging en blaam voor Isboset.

Zo blijken Abners motieven om de elf stammen naar Davids kant over te hevelen minder te maken te hebben met integriteit en een verlangen om Gods roeping te erkennen, dan met frustratie over Isboset en een bepaalde zucht naar macht voor hemzelf.

Dan wordt Abner vermoord door Joab en zijn mannen (3:22-27), Joab die een van Asaëls broers is. Maar dit is echt moord en in strijd met de vrijgeleide die David gaf.

De manier waarop David deze crisis aanpakt weerspiegelt zowel zijn grote sterktes als een van zijn grootste zwakheden – sterktes en zwaktes die nog zullen opduiken.

Politiek gezien is David zeer schrander. Hij distantieert zich volkomen van Joabs daad en beveelt dat Joab en andere leiders deelnemen aan de officiële rouwstoet van de omgebrachte Abner. ‘Al het volk bemerkte dit en keurde het goed, zoals het alles goedkeurde, wat de koning deed’ (3:36).

Aan de andere kant roept hij Joab niet ter verantwoording, en wentelt daarmee zijn verantwoordelijkheid af met het argument dat ‘deze mannen, de zonen van Seruja, harder zijn dan ik’ (3:39; [NBV: ‘tegen deze mannen, de zonen van Seruja, ben ik niet opgewassen’]).

Met andere woorden, hij schoof zijn verantwoordelijkheid af – zoals hij later ook zou doen met zijn zoon Amnon (2 Sam. 13), waarbij de gevolgen Absaloms opstand in de hand werkten en David bijna zijn troon kostten. Het is nooit Gods weg om bijbels gemandateerde verantwoordelijkheid van je af te schuiven.


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 2 februari 2014

Niets beter dan Gods huis (Gn. 34)

Genesis 34; Markus 5; Job 1; Romeinen 5
Films en boeken over wraak zijn zodanig endemisch in de populaire cultuur dat we maar zelden stilstaan bij de dubbelzinnige, bijtende aard van zonde. Er zijn alleen ‘good guys’ en ‘bad guys’, goeden en slechteriken. Maar in de echte wereld is het verre van ongewoon als zonde niet alleen de boosdoeners aantast, maar ook hen die erop reageren met zelfingenomen verontwaardiging.

De enige personen die in dit vreselijke verslag van verkrachting en plundering (Gn. 34) geen verwijt krijgen, zijn de slachtoffers - Dina zelf, natuurlijk, en de Sichemieten die, hoewel niet gelinkt aan de schuld van Hamors zoon of het bedrog van Hamor, ofwel worden afgeslacht ofwel tot slaven worden gemaakt.

Zeker Sichem, de zoon van Hamor, is schuldig. In het licht van zijn verkrachting van Dina, lijken zijn inspanningen om de bruidsprijs te betalen en de overeenkomst te regelen van de andere mannen om zich te laten besnijden, minder op edelmoedige verzoening dan op besliste en bewuste zelfzucht, een soort voortgaande verkrachting via andere wegen.

De redenering van Hamor en zijn zoon, zowel bij het benaderen van Jakobs gezin als bij het benaderen van hun eigen volk, wordt ingegeven door eigenbelang en gekarakteriseerd door halve waarheden. Ze erkennen hun wandaad niet en spreken ook niet rechtuit, en ze proberen hun eigen volk erin te luizen door hebzucht op te wekken.

Je kan begrijpen dat Dina’s broers ‘zeer gegriefd’ en ‘toornig’ zijn (34:7), maar hun daaropvolgende daden vallen niet te verdedigen. Met buitengewone dubbelhartigheid gebruiken ze het belangrijke religieuze gebruik van hun geloof als een middel om de dorpsbewoners uit te schakelen (het woord 'stad' verwijst naar een gemeenschap van elke grootte). Daarna maken ze hen af en nemen ze hun vrouwen, kinderen en rijkdom als buit. Is daar iets bij dat Dina eert? Is daar iets bij dat God behaagt?

Zelfs Jakobs rol is op zijn minst dubbelzinnig. Zijn oorspronkelijke stilzwijgen (34:5) was mogelijk niet meer dan politiek opportunisme, maar het klinkt niet nobel of principieel. Zijn uiteindelijke conclusie (34:30) is ongetwijfeld een correcte analyse van de negatieve politieke gevaren, maar doet geen recht en biedt ook geen alternatief.

Wat draagt dit hoofdstuk bij tot het boek Genesis en bij uitbreiding tot de canon?

Veel. Om te beginnen herinnert dit hoofdstuk ons aan een terugkerend patroon. Alleen omdat God weeral eens genadig ingreep en zijn volk hielp in een crisissituatie (zoals Hij doet in Gen. 32-33), wil daarom nog niet zeggen dat er niet langer moreel gevaar is om af te glijden naar verderf.

Bovendien wordt nog maar eens duidelijk dat de lijn van de belofte niet is gekozen omwille van haar intrinsieke superioriteit; impliciet is dit hoofdstuk een argument voor de voorrang die de genade krijgt.

Schijnbaar is het de crisis bij Sichem die de familie terug naar Bethel brengt (Gen. 35:1, 5), hetgeen Jakobs verhuizingen afsluit en, belangrijker nog, de lezer eraan herinnert dat ‘het huis van God’ belangrijker is dan elke louter menselijke woonplaats.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 19 augustus 2013

Laten mijn vijanden niet over mij juichen (Ps. 25)


1 Samuël 11; Romeinen 9; Jeremia 48; Psalm 25
Een van de opvallende kenmerken van de Psalmen, in het bijzonder van de psalmen van David, is het thema ‘vijanden’. Dit maakt sommige christenen zenuwachtig. Draagt de Heer Jezus ons niet op om onze vijanden lief te hebben (Matt. 5:43-47)?

Maar hier bidt David dat God zijn vijanden niet over hem zal laten triomferen (Ps. 25, vooral vs. 2), noemt hij ze ‘trouweloos’ (25:3; NBV gebruikt ‘verraden’), en klaagt hij dat ze talrijker werden en hem op een boosaardige manier haten (25:19). Het volstaat niet om de twee standpunten toe te schrijven aan de verschillen tussen het nieuwe en het oude verbond.

Enkele inleidende gedachten:

(1) Zelfs Jezus’ leer dat zijn volgelingen hun vijanden zouden liefhebben veronderstelt dat zij vijanden hebben. Jezus’ eis onze vijanden lief te hebben moet niet herleid worden tot de sentimentele idee dat we allen zo ‘aardig’ worden dat we nooit enige vijanden zouden hebben.

(2) Nieuwtestamentische gelovigen kunnen vijanden hebben tegen wie je je op een bepaald vlak moet verzetten. De apostel Paulus, bijvoorbeeld, zegt dat hij Hymeneüs en Alexander aan Satan heeft overgeleverd om hen te leren dat ze niet moeten lasteren (1 Tim. 1:20).

Zowel 2 Petrus 2 als Judas gebruiken vrij kleurrijke taal om fundamentele vijanden van het evangelie aan de kaak te stellen. Zelfs als zijn taalgebruik deel uitmaakt van een hyperbool, kan Paulus wensen dat de onruststokers in Galatië zich zelf zouden laten castreren (Gal. 5:12).

De Heer Jezus zelf, dezelfde Jezus die, terwijl Hij sterft aan het kruis, uitroept, ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen’ (Lk. 23:34) – kan elders zijn vijanden in spectaculaire kleurrijke taal veroordelen (Mt. 23).

Je kunt moeilijk om de conclusie heen dat, tenzij we de apostelen en Jezus moeten beschuldigen van hypocriete inconsistentie, de eis dat we onze vijanden zouden liefhebben niet herleid mag worden tot het sentimentele gebazel dat vijanden louter afvlakt tot ze er niet meer zijn.

(3) Er valt heel wat te zeggen voor de visie dat de primaire doelstelling van Matteüs 5:43-47 bestaat uit het verwerpen van persoonlijke wraak, het tegengaan van bloedwraak, het overwinnen van het kwaad dat ons wordt aangedaan door het goed dat we doen, en het verwerken van de haat van een tegenstander om die met liefde te beantwoorden.

Maar niets van dit alles ontkent ook maar een ogenblik dat de andere persoon een vijand is. Bovendien kunnen mensen in een leiderschapspositie zich uit liefde verplicht voelen de kudde te beschermen door een wolf in schaapsvacht te verjagen, de bedrieger te ontmaskeren, de boze te veroordelen – zonder te bezwijken voor persoonlijk venijn.

(4) Een maatstaf om te weten of iemands respons haat of wraak is of iets meer principieels dat Gods heiligheid koestert en dat plaats laat voor geduld en liefde, is de reeks van onderling verbonden beloften. In Davids geval bevatten ze vertrouwen (25:1-3, 4-5, 7b, 16, 21), berouw en geloof (25:7, 11, 18), en verbondstrouw (25:10).


Eigen vertaling van de overdenking bij 19 augustus uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 1 september 2012

'De HEER heeft u ervan weerhouden om het recht in eigen hand te nemen' (1 Sam. 25)


1 Samuel 25, 1 Korinthiërs 6, Ezechiël 4, Psalmen 40-41

Hoewel heel interessant en met handige karakterschetsen, vraag je je toch af waarom het verhaal dat we vinden in 1 Samuel 25 is opgenomen. Hoe helpt het de verhaallijn van 1 en 2 Samuel verder?

Eens we de sociale gebruiken van die tijd begrijpen, is het verslag zelf duidelijk. Blijkbaar wordt David op dit ogenblik niet actief vervolgd door Saul (Zie 1 Sam. 24), maar de relaties zijn nog altijd zodanig broos dat David en zijn mannen ver bij Saul uit de buurt blijven. Veel van deze cultuur was verbonden met twee waarden die velen in het westen maar zelden kennen:

(1) Elke goede daad moet noodzakelijkerwijs terugbetaald worden met een andere. De vormen van beleefdheid strekken zich uit tot wederzijdse geschenken. Falen op dit gebied brengt schande over de persoon die tekortschiet, en behandelt de andere persoon met minachting.

(2) De eisen van gastvrijheid maken duidelijk dat het onredelijk is om een ander af te wijzen. Dit zou onbeschoftheid en hebzucht aantonen. De zuivere beleefdheid vereist dat je het beste aan je gasten aanbiedt. Dit is zeker waar wanneer iemand rijk is. Wanneer Davids mannen dus bij Nabal aan de deur komen, vragen ze niet om beschermingsgeld. Wanneer Nabal hen terug op weg zendt, is hij geen oprecht man die weigert om afgeperst te worden door een boef, maar een ondankbare wrek die neemt en neemt van iedereen, nooit iets in ruil teruggeeft en zijn neus ophaalt voor de hoffelijkheidsregels en –conventies van de cultuur. Hij brengt schande over zichzelf en is onverschillig voor wat mensen van hem denken. Hij behandelt de man die bijdroeg tot de rijkdom en het welzijn van zijn bedrijf, met onaanvaardbare minachting.
Abigail slaat het beste figuur in het verhaal. Met genade en tact stilt ze Davids toorn en redt ze de levens van haar man en de mannen in zijn dienst.

David is een tweeslachtig figuur. In het licht van de tijd had hij ongetwijfeld enige grond voor de wraakneming die hij plande, maar het voorspelde alleen maar meer bloedvergieten en een leiderschapsstijl die de troon zou bevlekken die hij op een dag zou bezetten.

Abigail ziet dit allemaal – en ze weet hem met succes te overtuigen dat ze het bij het rechte eind heeft.

Dus waarom is het verslag opgenomen? Oppervlakkig bekeken zijn er natuurlijk kleine aanwijzingen dat David dichter komt bij de troon. Samuël, de profeet die hem zalfde, is dood (25:1). David staat nu aan het hoofd van een gewapende bende van zeshonderd man. Abigail vertegenwoordigt het groeiend aantal Israëlieten dat erkent dat David vroeg of laat hun koning zal zijn (25:28, 30).

Maar bovenal gaat David nu in een andere morele richting dan Saul. Terwijl de macht van Saul is toegenomen, is ook zijn wraakzucht gegroeid. David evolueerde in dezelfde ellendige richting, tot Abigail hem ontmoet, zoals hijzelf erkent (25:32-34). Hier liggen belangrijke lessen voor veel krachtige christelijke leiders.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 september uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.