Posts tonen met het label gastvrijheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gastvrijheid. Alle posts tonen

maandag 8 december 2014

Geliefde broeder, uw trouw blijkt uit alles wat u voor de broeders doet (3 Joh.)


2 Kronieken 8; 3 Johannes; Habakuk 3; Lukas 22

De situatie achter 3 Johannes lijkt ongeveer als volgt. De schrijver, de ‘oudste’ (1:1), wellicht de apostel Johannes, heeft geschreven naar een bepaalde gemeente in zijn bevoegdheidsgebied, blijkbaar met de vraag of deze kerk zou doen wat ze kon om enkele ‘broeders’ (1:5) te helpen die waren uitgestuurd met een evangelisatietaak.

Jammer genoeg was deze gemeente gekaapt door ene Diotrefes, die, naar het oordeel van de apostel, veel meer geïnteresseerd was in de ‘eerste’ zijn, d.w.z. in zichzelf profileren en in autocratische controle, dan hij dat was in de voortgang van het evangelie (1:9). Aangestuurd door dergelijke waarden, was Diotrefes maar al te bereid om de aanpak van de apostel te verwerpen.

Van op een afstand kon de apostel maar weinig doen. Wanneer hij niettemin toch zal opdagen, zal hij de aandacht vestigen op wat Diotrefes aan het doen is, en hem ontmaskeren voor de kerk (1:10). Blijkbaar vertrouwt Johannes erop dat hij de autoriteit en geloofwaardigheid bezit om te zegevieren.

Ondertussen stapt de apostel af van de geijkte gezagskanalen en schrijft hij zijn dierbare vriend Gajus aan (1:1); die blijkbaar tot dezelfde kerk behoort en blijk geeft van een heel andere geest dan Diotrefes.

Na een aantal voorafgaande woorden (1:2-4) prijst Johannes Gajus enthousiast voor de manier waarop hij zijn huis heeft opengesteld voor deze rondreizende ‘broeders’ (1:5). Sommigen onder hen hebben zelfs getuigd over de buitengewone gastvrijheid van Gajus (1:6).

Gajus doet er goed aan deze prachtige bediening verder te zetten, en hen verder op weg te helpen op ‘een voor God waardige manier’(1:6 [HSV]) – een verbazingwekkende maatstaf die we ook vandaag zouden moeten hanteren wanneer we zendelingen uitsturen en hen ondersteunen die werkelijk trouw zijn.

Kortom, stoutmoedige vrijgevigheid onder christenen, hier verpersoonlijkt door Gajus, moet altijd zendingsgericht zijn; koppige machtshonger, verpersoonlijkt door Diotrefes, zal qua visie veel sneller bekrompen en enggeestig zijn.

Let op de doordringende helderheid van de inleidende opmerkingen (1:2-3).

Ten eerste bidt Johannes dat het met de gezondheid van Gajus goed zal gaan, zoals ook met zijn ziel. Merk op welk van beide de standaard vormt voor de andere!

Ten tweede geeft de apostel aan wat hem grote blijdschap heeft gegeven - namelijk het verslag van Gajus’ trouw aan de waarheid, zijn wandel in waarheid.

Ten derde generaliseert Johannes dit laatste punt: ‘Groter blijdschap ken ik niet, dan dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen’ (1:4). In een wereld waarin veel christenen hun diepste vreugde vinden in voorspoed, gemak, promoties, financiële veiligheid, goede gezondheid, populariteit, en een pak andere dingen, is het verblijdend, om niet te zeggen uitdagend, een apostel te horen getuigen dat niets hem meer vreugde bezorgt, dan te horen dat zijn ‘kinderen’ wandelen in lijn met het evangelie. Dit vertelt ons alles wat we moeten weten over zijn hart – en ook over waarin wij onze blijdschap zouden moeten vinden.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 17 mei 2013

Vermaken we de bokken of voeden we de schapen? (1 Petr. 4)

Numeri 26; Psalm 69; Jesaja 16; 1 Petrus 4

1 Petrus 4 zet het thema van de christelijke wandel verder, inclusief onrechtvaardig lijden. Dit thema is nu in toenemende mate verbonden met de identificatie met Christus (bijv. 4:14), met het laatste oordeel (4:5-6, 7, 17), en bovenal met de wil van God: ‘Laten derhalve ook zij, die naar de wil van God lijden, hun zielen aan de getrouwe Schepper overgeven, steeds het goede doende’ (4:19, cursief toegevoegd).
Maar wat betekent ‘goed doen’? Dit wordt gedeeltelijk uiteengezet in 1 Petrus 4:7-11:

(a) We krijgen de opdracht ‘komt dus tot bezinning en wordt nuchter, opdat gij kunt bidden’ (4:7). (In het Engels wordt dit ‘nuchter’ zijn weergegeven als ‘self-controlled’, dus zelfbeheersing, JL). Zelfbeheersing is een element van de vrucht van de Geest (Gal. 5:22-23). Is onze geest verblind door de verhitte jacht van het hedonisme, dan is onze geest niet helder, niet bezonnen om te bidden.

(b) We krijgen de opdracht ‘Hebt bovenal bestendige liefde jegens elkander, want de liefde bedekt tal van zonden’ (4:8). Petrus is realistisch en veronderstelt dat er diverse barsten zullen komen in de christen gemeenschap – zoals die ook voorkomen in een gezin. Maar in een matuur gezin bedekt de liefde van elk gezinslid voor de ander die barsten. Zo ook in de kerk.

Dit betekent niet dat er geen zonden zijn die aan de kaak gesteld en onder tucht gebracht moeten worden; het hele Nieuwe Testament verwerpt dergelijk reductionisme. Aan de andere kant moeten we wel het feit onder ogen zien dat er zonden begaan zullen worden – en moeten we bereid zijn ze te bedekken met liefde. Want er is geen weg terug naar de onschuld van Eden – zeker niet door elke schoonheidsfout te onderzoeken en alles onverwijld aan te pakken, waarbij je altijd weer terugkomt op dezelfde zonden en mislukkingen.

Er is geen weg terug; er is slechts een weg vooruit – door het kruis, tot vergeving en verdraagzaamheid. Christenen moeten een diepe liefde hebben voor elkaar, ‘want de liefde bedekt tal van zonden’. Volwassen christenen kennen hun eigen harten goed genoeg om zich te realiseren dat ze dergelijke liefde nodig hebben en moeten betonen.

(c) We krijgen de opdracht ‘Weest gastvrij jegens elkander, zonder morren’ (4:9). Er komt meer kijken bij liefde dan elkaars fouten te verdragen; er komt meer bij kijken dan positieve activiteit zoals gastvrijheid betonen: het omvat ook het aspect hoe we dergelijke gastvrijheid betonen – niet al morrend of met wrevel, maar enthousiast, welwillend, royaal.

(d) We krijgen de opdracht elke genadegave die we ontvangen hebben, te gebruiken om anderen te dienen (4:10-11). Petrus geeft een paar voorbeelden, maar zijn lijst is niet exhaustief. Indien iemand geroepen is om (bijvoorbeeld) te spreken in de gemeente, is dit niet het moment voor uiterlijk vertoon of om de bokken te vermaken, maar om de schapen te voeden, en dit betekent spreken met woorden ‘als van God’ (4:11). Denk verder na over Romeinen 12:6-8.

Alles moet op een zodanige manier gedaan worden, ‘opdat in alles God verheerlijkt worde door Jezus Christus’ (4:11).


Eigen vertaling van de overdenking bij 17 mei uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 8 december 2012

'Geliefde broeder, uw trouw blijkt uit alles wat u voor de broeders doet' (3 Joh.)


2 Kronieken 8, 3 Johannes, Habakuk 3, Lukas 22
De situatie achter 3 Johannes lijkt ongeveer als volgt. De schrijver, de ‘oudste’ (1:1), wellicht de apostel Johannes, heeft geschreven naar een bepaalde gemeente in zijn bevoegdheidsgebied, blijkbaar met de vraag of die kerk zou doen wat ze kon om enkele ‘broeders’ (1:5) te helpen die waren uitgestuurd met een evangelisatietaak.

Spijtig genoeg was deze gemeente gekaapt door ene Diotrefes, die, naar het oordeel van de apostel, veel meer geïnteresseerd was in de ‘eerste’ zijn, d.w.z. in zichzelf profileren en in autocratische controle, dan hij dat was in de voortgang van het evangelie (1:9). Aangestuurd door dergelijke waarden, was Diotrefes maar al te bereid om de aanpak van de apostel te verwerpen.

Van op een afstand kon de apostel maar weinig doen. Wanneer hij niettemin toch zal opdagen, zal hij de aandacht vestigen op wat Diotrefes aan het doen is, en hem ontmaskeren voor de kerk (1:10). Blijkbaar vertrouwt Johannes erop dat hij de autoriteit en geloofwaardigheid bezit om te zegevieren.

Ondertussen stapt de apostel af van de geijkte gezagskanalen en schrijft hij zijn dierbare vriend Gajus aan (1:1); die blijkbaar tot dezelfde kerk behoort en blijk geeft van een heel andere geest dan Diotrefes.

Na een aantal voorafgaande woorden (1:2-4) prijst Johannes Gajus enthousiast voor de manier waarop hij zijn huis heeft opengesteld voor deze rondreizende ‘broeders’ (1:5). Sommigen onder hen hebben zelfs getuigd over de buitengewone gastvrijheid van Gajus (1:6).

Gajus doet er goed aan dit prachtige dienstwerk verder te zetten, en hen verder op weg te helpen op ‘een voor God waardige manier’(1:6, HSV) – een verbazingwekkende maatstaf die we ook vandaag moeten vertonen wanneer we zendelingen uitsturen en hen ondersteunen die werkelijk trouw zijn.

Kortom, stoutmoedige vrijgevigheid onder christenen, hier verpersoonlijkt door Gajus, moet altijd zendingsgericht zijn; koppige machtshonger, verpersoonlijkt door Diotrefes, zal qua visie veel sneller bekrompen en enggeestig zijn.

Let op de doordringende helderheid van de openingsopmerkingen (1:2-3).

Ten eerste bidt Johannes dat het met de gezondheid van Gajus goed zal gaan, zoals ook met zijn ziel. Merk op welk van beide de standaard vormt voor de andere!

Ten tweede geeft de apostel aan wat hem grote blijdschap gebracht heeft – namelijk het verslag van Gajus’ trouw aan de waarheid, zijn wandel in waarheid.

Ten derde veralgemeent Johannes dit laatste punt: ‘Groter blijdschap ken ik niet, dan dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen’ (1:4). In een wereld waarin veel christenen hun diepste vreugde vinden in voorspoed, gemak, promoties, financiële veiligheid, goede gezondheid, populariteit, en een pak andere dingen, is het verblijdend, om niet te zeggen uitdagend, om een apostel te horen getuigen dat niets hem meer vreugde bezorgt, dan te horen dat zijn ‘kinderen’ wandelen in lijn met het evangelie. Dit vertelt ons alles wat we moeten weten over zijn hart – en ook over waarin wij onze blijdschap zouden moeten vinden.


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.