Posts tonen met het label verlossing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verlossing. Alle posts tonen

woensdag 10 december 2014

Hij heeft ons gemaakt tot koningen en priesters voor God, zijn Vader (Opb. 1)


2 Kronieken 10; Openbaring 1; Zefanja 2; Lukas 24

Voor het openingsvisioen van Openbaring 1, dat ons de verheerlijkte Jezus toont in apocalyptische symbolen die herinneren aan de beeldtaal van de Oude van Dagen uit Daniël 7 (Opb. 1:12-16), geeft Johannes ons een korte lofzang: ‘Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed – en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt – Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden! Amen’ (1:5-6).

(1) Nog voor alle verrassende en zelfs angstaanjagende beelden van God en van het Lam in dit boek, nemen we een opstap met een verklaring van Jezus’ liefde, zijn bijzondere liefde voor het volk van God: ‘Hem, die ons liefheeft … Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden!’ Er is niets dat onze dankbaarheid en ons ontzag meer inspireert dan de liefde die ons werd betoond door de eeuwige Zoon van God aan het kruis.

Ik geloof dat het T. T. Shields was die de volgende zinnen neerpende: ‘Was ever a heart so hardened, / And can such ingratitude be, / That one for whom Jesus suffered / Should say, ‘It is nothing to me’?’ (Vrij vertaald: ‘Was ooit een hart zo verhard, / En hoe is dergelijke ondankbaarheid mogelijk, / Dat iemand voor wie Jezus leed / Zou zeggen, ‘het zegt me helemaal niets’?).

(2) Jezus Christus heeft ‘ons uit onze zonden verlost … door zijn bloed’ [of ‘bevrijd’ i.p.v. ‘verlost’, zie NBV]. Andere vertalingen hebben ‘van onze zonden gewassen’ [zie HSV]. Het verschil tussen ‘verlost’ en ‘gewassen’ is in het Grieks maar één letter; de NBG is bijna zeker juist. Door zijn bloed, d.w.z. door zijn offerdood en verzoenend sterven, heeft Jezus onze zonden verzoend en ons daardoor verlost (of bevrijd) van hun vloek.

En dit niet alleen, maar alle zegeningen die we ontvangen – de gave van de Heilige Geest, de beloften van Gods blijvende bescherming, eeuwig leven, de finale opstanding – zijn verzekerd door Jezus’ dood, en ze werken allemaal samen om ons te verlossen van onze zonden – hun schuld, hun kracht, hun gevolgen.

(3) Christus ‘heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt’. In een bepaald opzicht zijn wij in het koninkrijk – de invloedssfeer van zijn reddende regering. Er is een ander opzicht waarin Christus nu over alles regeert in onvoorwaardelijke soevereiniteit (Matt. 28:18; 1 Kor. 15:25), en in die betekenis is dan iedereen en alles in zijn koninkrijk. Maar voor zover christenen de specifieke kern vormen van de verloste gemeenschap en de voorsmaak van de aanstaande verlossing die het hele universum zal transformeren, kunnen we ook onszelf beschouwen als zijn koninkrijk.

Bovendien heeft hij ons tot priesters gemaakt. Christenen hebben geen andere priesters dan Jezus, hun grote hogepriester: er is slechts één middelaar tussen God en mensen (1 Tim. 2:5). Maar in een ander opzicht, zijn we wel priesters: alle christenen zijn tussenpersonen tussen God en deze gebroken, zondige wereld.

We vertegenwoordigen God tegenover mede-zondaars door trouw het evangelie te verkondigen en uit te leven, en we brengen hun noden bij onze hemelse Vader in onze voorbede.

Jezus Christus heeft ons gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters om zijn God en Vader te dienen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 21 juni 2013

Door zijn kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken (Jes. 53)


Deuteronomium 26; Psalmen 117-118; Jesaja 53; Matteüs 1
Nu komt de identiteit van de volmaakte Knecht scherp in beeld. Jesaja 53, of beter, Jesaja 52:13-53:12, is de vierde van vijf liederen van de Knecht die hem beschrijven. ‘Zie, mijn knecht’ (52:13) zegt God, met een echo van de introductie van deze Knecht in 42:1.

De ‘arm van de Here’, Gods reddende kracht, werd beloofd in 51:9 en 52:10. Nu wordt de vraag, ‘aan wie is de arm des HEREN geopenbaard?’ (53:1). Het impliciete antwoord in dit hoogtepunt van Jesaja’s profetie is dat Gods reddende kracht nergens duidelijker gezien wordt dan in het werk van de Knecht.

In de voorgaande hoofdstukken heeft God zijn volk herhaaldelijk vergeving beloofd, maar de basis ervoor is nog niet gelegd. Hier wordt alles duidelijk: ‘mijn knecht, de rechtvaardige, [zal] velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen’ (53:11). Hij is een priester die de onreinen besprenkelt (52:15, zie HSV); Hij is een schuldoffer, dat hun ongerechtigheden wegneemt (53:10).

Het eerste van vijf delen (52:13-15) grijpt vooruit naar het geheel: ‘Mijn Knecht zal verstandig handelen’ (HSV) zegt God, vooruitgrijpend naar de conclusie. Beginnend met de verhoging van de Knecht (52:13), daalt deze strofe af tot zijn afschuwelijke lijden (52:14) en eindigt het met het ‘besprenkelen’ (HSV) van vele natiën en de reactie van verstomming daarop.

‘Besprenkelen’ met bloed, olie of water is in het Oude Testament verbonden met reiniging, d.w.z. met het geschikt maken van een persoon of voorwerp om voor God te komen. Normaal gezien verwijst dit naar Israël of zijn instellingen, maar niet hier: dit is voor ‘vele volken’ (52:15).

De reactie van verstomming getuigt van het feit dat Gods wijsheid alle menselijke wijsheid omverwerpt en verwart (vgl. 1 Kor. 1:18-2:5).

In de tweede en derde strofe (53:1-3, 4-6) zijn er getuigen aan het woord. God heeft zijn volk herhaaldelijk opgeroepen om van Hem te getuigen (43:10, 12; 44:8), maar ze zijn blind en doof gebleven.

Nu verklaren ze niet alleen maar dat alleen de Here God is (43:12), maar ze getuigen over wat God gedaan heeft door middel van zijn lijdende, gerechtvaardigde, verheerlijkte Knecht. Eerst zijn de reacties tegenover Hem behoedzaam, en dan negatief (53:1-3).

Hij groeide op om door mensen te worden veracht en verworpen: ‘wij hebben hem niet geacht’, zeggen de getuigen. Toen hij op een barbaarse manier gedood werd, dachten velen zelfs dat het Gods voorzienige oordeel was (53:4) – en ze zaten er dichter bij dan ze beseften.

Maar de getuigen beginnen te vatten dat Hij ‘om onze overtredingen werd (…) doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld’ – een plaatsvervangend lam (53:5-7).

In de vierde strofe (53:7-9) denkt Jesaja na over het stille lijden en de tegenstrijdige dood en begrafenis van de Knecht (Heeft God zijn werk aanvaard?), om in de vijfde strofe (53:10-12) te eindigen met duidelijke bevestiging van de plannen van God.

Gods knecht handelt verstandig (52:13, HSV); ‘door zijn kennis’ zal hij (letterlijk) velen rechtvaardig maken’, en hij zal ‘hun ongerechtigheden (…) dragen’ (53:11).

Denk na over Matteüs 1:21. Halleluja! Wat een Verlosser!


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 juni uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 1 mei 2013

Kan een gelovige nog verloren gaan? (Hebr. 6)


Numeri 8; Psalm 44; Hooglied 6; Hebreeën 6
De passage over ‘afvalligheid’, Hebreeën 6:4-6 (vergelijk met 10:26-31) vormde in de loop van de geschiedenis het middelpunt van een aanzienlijk aantal theologische en pastorale disputen.

De kern van de vraag is of oprechte gelovigen hun redding kunnen verliezen. Sommige christenen antwoorden bevestigend, hoewel het moeilijk te verenigen valt met bevestigingen zoals bijvoorbeeld de ‘gouden ketting’ uit Romeinen 8:29-30 of de niet nader bepaalde beweringen van Johannes 6:39-40, 44. Sommige christenen hebben daarom gesuggereerd dat hetgeen Hebreeën hier ziet, niet gaat over het afvallen van eeuwig leven, maar afvallen van nuttige dienst.

Op het eerste gezicht is de taal van Hebreeën 6 en 10 strenger dan dit. Anderen stellen dat de waarschuwing louter hypothetisch of zelfs gunstig is – een instrument van genade dat garandeert dat gelovigen niet afvallig zullen worden.

Maar als we dit weten, is het moeilijk om de waarschuwing ernstig te nemen, want we krijgen op voorhand de verzekering dat de verzameling afvalligen een lege verzameling is – en dit maakt de waarschuwing lichtelijk bespottelijk en niet de bijzonder ernstige zaak waarvoor de auteur van de Hebreeënbrief ze aanziet.

Nog anderen argumenteren dat het Nieuwe Testament dan wel elders de volharding en de bewaring van de heiligen mag onderwijzen, maar dat hier verondersteld wordt dat sommigen zullen afvallen – en we moeten gewoon leven met die spanning, om maar niet te zeggen die tegenspraak.

Mijn eigen visie is dat de kwestie om twee punten draait, met een belangrijke pastorale implicatie. Ten eerste is het niet alsof Hebreeën één ding leert en Paulus en Johannes iets anders. Paulus smeekt christenen dat ze zichzelf zouden onderzoeken om te zien of ze in het geloof zijn (2 Kor. 13:5), maar dan stelt hij de gouden ketting op.

Johannes waarschuwt dat ranken van Christus (de ware wijnstok) afgesneden kunnen worden, maar benadrukt dat Christus al degenen zal bewaren die de Vader Hem gegeven heeft.

Daarom winnen we er niets mee als we Hebreeën 6 bijvoorbeeld tegenover Johannes stellen. Het gedeelte strookt telkens heel goed met één element in Johannes en Paulus.

Ten tweede moeten we ons afvragen of de individuele beschrijvingen (‘verlicht’, ‘de hemelse gave genoten hebben’, enz.) in Hebreeën 6 en 10 ons verplichten te denken aan ware christenen. Het antwoord op deze vraag is verbonden met onze theologie over bekering en over wat bedoeld wordt met ‘ware christen’.

Het Nieuwe Testament geeft veel voorbeelden van mensen die genoeg van Gods genade geproefd hebben om hun leven te veranderen en zich bij de zichtbare kerk te voegen, hoewel ze niet van de soort genade blijk geven die hen in staat stelt te volharden. Zelfs Hebreeën 3:6, 14 veronderstelt zoveel.

Onder een dergelijke ‘strakke’ definitie van een ware christen, valt niemand af. De vraag wordt dan: ‘Zul je volharden? Is je ervaring van genade zo licht dat je kunt wegwandelen van het kruis?’

Wat zijn de pastorale implicaties? De overdenkingen suggereren dat de Bijbel mooie bemoedigingen biedt aan de zwakken en wankelmoedigen, maar de openlijk opstandigen bedreigt met een ernstige toets van de oprechtheid van de belijdenis van hun geloof.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 mei uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 31 januari 2013

‘Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden’ (Rom. 3)



Genesis 32; Markus 3; Esther 8; Romeinen 3
Over bijna alles in Romeinen 3:21-26 bestaat strijd. Hier is geen plaats om een specifieke exegese te verdedigen. Maar volgens mij zijn dit enkele van de meer belangrijke conclusies die we moeten trekken:

(1) ‘Maar nu’ (3:21, HSV): de uitdrukking is temporaal, niet louter logisch. Paulus heeft 1:18-3:20 gewijd aan het aantonen dat iedereen van het menselijk ras, zowel Joden als heidenen – d.w.z. zij die de Wet van Mozes bezitten en zij die dat niet doen – strafschuldig staat tegenover God. Maar nu, op dit punt in de heilsgeschiedenis, is er iets nieuws gebeurd. ‘Gerechtigheid van God’ is openbaar geworden.

(2) De zinsnede ‘buiten de wet om’ bepaalt wellicht ‘openbaar geworden’ – d.w.z. een ‘gerechtigheid Gods’ is ‘openbaar geworden’ ‘buiten de wet om’.

(3) ‘De wet’ betekent hier niet zuiver ‘wetticisme’, alsof Paulus zou willen zeggen dat nu een gerechtigheid openbaar is geworden die buiten het wetticisme om gaat. Paulus’ punt is eerder dat nu, met de dood en opstanding van Jezus, een gerechtigheid van God openbaar is geworden buiten het wetsverbond om, de Wet van Mozes.

Dit betekent niet dat een dergelijke gerechtigheid onaangekondigd kwam. Verre van: ‘de wet en de profeten getuigen’ er al van (d.i. de heilige Schrift), hebben er getuigenis van afgelegd. Met andere woorden: ‘de gerechtigheid Gods’ die tot ons is gekomen door Jezus, kwam er onafhankelijk van het wetsverbond, maar niettemin getuigde de oude wet – zelfs de hele Hebreeuwse Bijbel - er al van en liep ze er op vooruit.

(4) Die ‘gerechtigheid Gods’ is voor allen die geloven (3:22-24). Ze kan niet voor hen zijn die goed zijn, want Paulus heeft net twee hoofdstukken gebruikt om te bewijzen dat allen slecht zijn. Ze is daarom weggelegd voor hen die geloven, en ze komt vrijelijk door de genade van God ‘door de verlossing in Christus Jezus’ (3:24).

(5) Die verlossing werd door God bewerkt door Christus Jezus naar voor te schuiven als een ‘zoenmiddel’ (3:25), of, meer precies, als een middel tot verzoening, een zoenoffer. God werkte Jezus’ dood zo uit dat Jezus, in zijn kruisiging, stierf als ‘rechtvaardige voor onrechtvaardigen’ (1 Pet. 3:18) en daardoor God gunstig stemde of ‘verzoende’ met hen die anders slechts zijn toorn konden verwachten.

Op die manier is Christus’ dood niet alleen een ‘uitdelging’ (ze veegt onze zonde weg) maar ook een ‘zoenmiddel’ (hierdoor wordt God gunstig gestemd).
Aangezien het God zelf is die in het offer voorziet, is er natuurlijk een diepere zin waarbij God zichzelf verzoent – d.w.z. Hij voorziet genadig in het offer dat zijn eigen toorn bevredigt.

(6) Anders gesteld: God offert Christus niet alleen op om goddeloze zondaren zoals wij, die geloof hebben in Jezus, te rechtvaardigen, maar ook om zijn eigen rechtvaardigheid in stand te houden, om rechtvaardig te zijn in het licht van alle zonden die ooit werden begaan (3:25-26).


Eigen vertaling van de overdenking bij 31 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 10 december 2012

Hij heeft ons gemaakt tot koningen en priesters voor God, zijn Vader (Opb. 1)


2 Kronieken 10, Openbaring 1, Zefanja 2, Lukas 24
Voor het openingsvisioen van Openbaring 1, die ons de verheerlijkte Jezus toont in apocalyptische symbolen die herinneren aan de beeldtaal van de Oude van Dagen uit Daniël 7 (Opb. 1:12-16), geeft Johannes ons een korte lofzang: ‘Hem, die ons liefheeft en ons uit onze zonden verlost heeft door zijn bloed – en Hij heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt – Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden! Amen’ (1:5-6).

(1) Nog voor al de verrassende en zelfs angstaanjagende beelden van God en van het Lam in dit boek, nemen we een opstap met een verklaring van Jezus’ liefde, zijn bijzondere liefde voor het volk van God: ‘Hem, die ons liefheeft … Hem zij de heerlijkheid en de kracht tot in alle eeuwigheden!’ Er is niets dat onze dankbaarheid en ons ontzag meer inspireert dan de liefde die ons betoond wordt door de eeuwige Zoon van God aan het kruis.

Ik geloof dat het T. T. Shields was die de volgende zinnen neerpende: ‘Was ever a heart so hardened, / And can such ingratitude be, / That one for whom Jesus suffered / Should say, ‘It is nothing to me’?’ (Vrij vertaald: ‘Was ooit een hart dermate verhard, / En hoe kan dergelijke ondankbaarheid bestaan, / Dat iemand voor wie Jezus leed / Zou zeggen, ‘het zegt me helemaal niets’)

(2) Jezus Christus heeft ‘ons uit onze zonden verlost … door zijn bloed’ (of ‘bevrijd’ i.p.v. ‘verlost’, zie NBV). Andere vertalingen hebben ‘van onze zonden gewassen’ (zie HSV). Het verschil tussen ‘verlost’ en ‘gewassen’ is in het Grieks maar één letter; de NBG is bijna zeker juist. Door zijn bloed, d.w.z. door zijn offerdood en verzoenend sterven, heeft Jezus onze zonden verzoend en ons daardoor verlost (of bevrijd) van hun vloek.

En dit niet alleen, maar alle zegeningen die we ontvangen – de gave van de Heilige Geest, de beloften van Gods blijvende bescherming, eeuwig leven, de finale opstanding – zijn verzekerd door Jezus’ dood, en ze werken allemaal samen om ons te verlossen van onze zonden – hun schuld, hun kracht, hun gevolgen.

(3) Christus ‘heeft ons tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader gemaakt’. In een bepaald opzicht zijn wij in het koninkrijk – de invloedssfeer van zijn reddende regering. Er is een ander opzicht waarin Christus nu regeert over alles in onvoorwaardelijke soevereiniteit (Matt. 28:18; 1 Kor. 15:25), en in die betekenis zijn dan iedereen en alles in zijn koninkrijk. Maar voor zover christenen de specifieke kern vormen van de verloste gemeenschap en de voorsmaak van de aanstaande verlossing die het hele universum zal transformeren, kunnen we ook onszelf zien als zijn koninkrijk.

Bovendien heeft hij ons tot priesters gemaakt. Christenen hebben geen andere priesters dan Jezus, hun grote hogepriester: er is slechts één middelaar tussen God en mensen (1 Tim. 2:5). Maar in een ander opzicht, zijn we wel priesters: alle christenen zijn tussenpersonen tussen God en deze gebroken, zondige wereld. We zijn de tussenpersonen die God brengen aan mede-zondaars, door trouw het evangelie te verkondigen en uit te leven, en we dragen hun noden in onze voorbede tot onze hemelse Vader.

Jezus Christus heeft ons gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters om zijn God en Vader te dienen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 3 december 2012

'Hebt de wereld niet lief' versus 'God had de wereld lief' (1 Joh. 2)


2 Kronieken 2, 1 Johannes 2, Nahum 1, Lukas 17
Je kunt je afvragen waarom God zou moeten geprezen worden omdat Hij de wereld heeft lief gehad (Joh. 3:16), wanneer het christenen net verboden wordt die lief te hebben (1 Joh. 2:15-17).

De wereld, zoals gewoonlijk het geval is in Johannes en 1 Johannes, is de morele orde in rebellie tegen God. Wanneer ons verteld wordt dat God de wereld liefheeft, moet zijn liefde bewonderd worden omdat de wereld zo slecht is. Gods liefde is de oorsprong van zijn verlossingswerk. Terwijl zijn heiligheid leidt tot zijn toorn (Joh. 3:36), bewerkstelligt zijn karakter als liefde (1 Joh. 4:8, 16) zijn reddingsmissie.

Wat God verbiedt in 1 Johannes 2:15-17 is echter iets heel anders. God heeft de wereld lief met de heilige liefde van de redding; Hij verbiedt ons de wereld lief te hebben met de verwerpelijke liefde van participatie. God heeft de wereld lief met de zelfopofferende liefde die de Zoon zijn leven kost; wij mogen de wereld niet liefhebben met de zelfzuchtige liefde die wil proeven van al de zonden van de wereld.

God heeft de wereld lief met de reddende kracht die personen zodanig kan veranderen dat ze niet langer tot de wereld behoren; ons wordt verboden de wereld lief te hebben met de morele zwakheid die het aantal wereldse mensen wil vermeerderen door er zelf volledig aan deel te nemen.

Gods liefde voor de wereld moet bewonderd worden voor zijn unieke combinatie van zuiverheid en zelfopoffering; de onze wekt afgrijzen en weerzin voor zijn onzuiverheid en hebberige boosheid.

De wereld die Johannes in deze verzen beschouwt is niet mooi. Hij wordt gekenmerkt door alle begeerten van onze zondige natuur (‘de begeerte van het vlees’, 2:16), alle dingen die ons van buiten uit aanvallen en ons weglokken van de levende God (‘de begeerte van de ogen’, 2:16), alle hoogmoed van bezit, dominantie en controle (‘de hoogmoed van het leven’, 2:16, HSV; ‘pronkzucht’, NBV). Niets daarvan is afkomstig van de Vader, wel van de wereld.

Maar christenen maken hun afwegingen in het licht van de eeuwigheid. ‘En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid’ (2:17). Hij is te betreuren wiens zelfbeeld en hoop op vergankelijke dingen rusten.

Tien miljoen jaren verder in de eeuwigheid zal het een beetje gek lijken jezelf te beroemen op de auto waarmee je nu rijdt, de som geld die je bezit of de opleiding die je kreeg, het aantal boeken dat je bezit, het aantal keren dat je naam vermeld werd in de krantenkoppen.

Of je nu al dan niet een Academy Award gewonnen hebt, zal dan minder belangrijk blijken dan de vraag of je wel of niet oprecht geweest bent tegenover je echtgenote. Of je nu een basketbalvedette was of niet, zal van minder betekenis zijn dan hoeveel je van je rijkdom vrijgevig weggeschonken hebt. ‘Wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid’ (2:17).


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 12 december 2011

Christendom: het bloed is overal

Als mensen denken aan christendom als een bloederige religie, denken ze meestal eerst aan het bloed dat in de naam van dat christendom onterecht en soms wreedaardig is gestort in de loop van de menselijke geschiedenis.

Bestudeer je de bijbel, dan zie je dat ook daar de pagina's als het ware doordrenkt zijn van bloed. Maar in dit geval gaat het vooral om heenwijzingen naar het vergoten bloed van Christus. Er wordt in de eerste plaats over die bloedstorting gesproken als datgene wat de grote zegeningen van de redding bewerkt.

Diverse zegeningen zijn voor de gelovigen verworven door de bloedstorting van Christus:
- We zijn gekocht door Zijn bloed (Hd. 20:28)
- We zijn verzoend door zijn bloed (Rm. 3:25)
- We zijn gerechtvaardigd door zijn bloed (Rm. 5:9)
- We zijn verlost door zijn bloed (Ef.1:7)
- We zijn niet meer veraf maar zijn nu dichtbij gebracht door Zijn bloed (Ef.2:13)
- We hebben vrede door Zijn bloed (Kol.1:20)
- Ons geweten is gereinigd door Zijn bloed (Hb.9:13)
- We zijn geheiligd door Zijn bloed (Hb.13:12)
- We zijn vrijgekocht door zijn bloed (1Pt.1:19)
- We zijn van onze zonden verlost door Zijn bloed (Opb.1:5)

M.a.w.: het bloed van Christus is essentieel voor wat we zijn als verlosten. Het is dus normaal dat we er zo op gefocust zijn.
Ook als we als christenen bij het breken van het brood bovendien van de wijn drinken, worden we eraan herinnerd dat het dan gaat om de gemeenschap van het bloed van Christus (1Kor.10:16).

Waarom nu eigenlijk al dat bloed? Vanwege alle zonde, omdat er zoveel zonde is.
Bloedvergieten is het resultaat van de zonde. Maar bloedstorting is ook het enige middel waardoor die zonde kan weggedaan worden.

Zonder zonde zou er geen bloedstorting nodig zijn. Maar net zo min is er vergeving mogelijk zonder dat er bloed vloeit (Heb.9:22). In de Bijbel wordt gesproken over bloed als vergoeding en als verlossing.

Een verduidelijkende geschiedenis is die van de dood van Abel. Hij werd vermoord door zijn toornige broer Caïn. Daarna staat er in Gn.4:10: ‘Het bloed van uw broer roept tot Mij van de aardbodem’.
Het bloed van Abel riep om wraak, om betaald zetten. Het vergoten bloed van Abel veroordeelde het hart en de daden van Caïn. Caïns veroordeling was meteen een feit, Caïn was schuldig aan moord. Het bloed van Abel veroordeelde hem, het was een vlek die hij onmogelijk kon wegkrijgen.

Het Nieuwe Testament zegt echter dat het bloed van Christus beter spreekt dan het bloed van Abel (Hebr. 12:24). Abels bloed riep om wraak en betaald zetten, het bloed van Christus roept om verlossing. Het spreekt luider en duidelijker.

Meer zelfs: het bloed van Christus roept niet alleen om die verlossing, het bewerkt ze ook.

In het Oude Testament al riep het bloed ... Vanaf de moord op Abel tot de met bloed bestreken deurposten van het Israëlische volk in Egypte en tot de offers van stieren en schapen door de priesters. Het bloed riep zijn nood aan een verlosser uit voor de straf op de zonde en de gebondenheid van de dood.

In Christus is die Verlosser gekomen.

Door Zijn bloed te storten, dus door Zijn dood, heeft Christus eens en voor altijd hen verlost die op Hem vertrouwen en op Hem een beroep doen voor hun redding. Voor eens en altijd spreekt het woord van Zijn bloed, het woord van verlossing ten gunste van ons die op Christus vertrouwen, in Hem geloven. Het bloed van Christus spreekt ons vrij van zonde en dood. Geen woord in de schrift is zo duidelijk. Geen woord zo mooi.