Zijn titel was dit keer "Jozef".
- Beluister de mp3 van R. Hausoul over "Jozef"
Audio vorige lezingen
- Beluister ook eerdere audio in deze reeks.
- Of gebruik deze link voor de audio uit het vorige seizoen.
Bron afbeelding: EO




• De Egyptische rechtsgang die de schenker vrijsprak en de bakker veroordeelde waren deel van Gods plan (Genesis 40:20–22).Vertaald van Jon Bloom op de website van Desiring God.
• Dat de schenker gedurende twee jaar niet meer aan Jozef dacht was deel van Gods plan (Genesis 41:23–42:1).
• De timing van Farao’s dromen was deel van Gods plan (Genesis 41:1–7).
• Het onvermogen van Farao’s raadslieden om zijn dromen uit te leggen was deel van Gods plan (Genesis 41:8).
• De schenker die terugdacht aan Jozef en de moed had om Farao te herinneren aan een potentieel verdachte gebeurtenis was deel van Gods plan (Genesis 41:9–13).
• Dat Farao wanhopig genoeg was om te luisteren naar een Hebreeuwse gevangene was deel van Gods plan (Genesis 41:14–15).
• Dat Jozef het inzicht had om Farao’s dromen uit te leggen was deel van Gods plan (Genesis 41:25–36).
• De wonderbaarlijke grootte van Farao’s onmiddellijke vertrouwen in Jozefs verklaring en raad was deel van Gods plan (Genesis 41:37–40).
• Dat Jozef Asnath (een Egyptische) als vrouw kreeg was deel van Gods plan (Genesis 41:45).
• De twee zonen van Jozef bij Asnath, Manasse en Efraïm, waren deel van Gods plan (Genesis 41:50–52, 48:5).
• De complexe samenloop van natuurlijke fenomenen die de buitengewoon vruchtbare jaren lieten volgen door buitengewoon armoedige jaren, met de daaropvolgende menselijke voorspoed en daarna het menselijke lijden, en de voortzetting van de Egyptische rijkdom en macht in Farao’s handen, waren deel van Gods plan (Genesis 41:53–57; 47:13–26).
• De dreiging van hongersnood die geweldige angst veroorzaakten en Jakob ertoe aanzetten om zijn zonen naar Egypte te sturen voor graan waren deel van Gods plan (Genesis 42:1–2).
• De veilige reis van de broers naar Egypte en het niet deelnemen van Benjamin waren deel van Gods plan (Genesis 42:3–4).
• De broers die buigen voor Jozef en daarmee onbewust de dromen vervullen die ze zo haatten was deel van Gods plan (Genesis 42:6).
• Jozefs hele plan om zijn broers te testen was deel van Gods plan (Genesis 42:9–44:34).
• Simeon die wordt gekozen om in Egypte achter te blijven was deel van Gods plan (Genesis 42:24). Jakobs weigering om Benjamin toe te staan om naar Egypte terug te keren en daarmee de broers hun terugreis vertraagt en Simeons verwarrende ervaring in gevangenschap was s deel van Gods plan (Genesis 42:38).
• De aanhoudende dreiging van de hongerdood die Juda ertoe aanzette om zich persoonlijk garant te stellen voor Benjamins veilige terugkeer en Jakob er uiteindelijk toe dwongen om Benjamin toe te staan naar Egypte te gaan, was deel van Gods plan (Genesis 43:8–14).
• Het succes waarmee Jozef in staat was om zijn identiteit te blijven verbergen voor zijn familie en de diefstal van Benjamin in scène te kunnen zetten en alle leed bij de broers dat daarop volgde, waren deel van Gods plan (Genesis 43:15–44:17).
• Juda’s bereidheid om zijn leven te geven voor dit van Benjamin uit liefde voor zijn vader, waarmee hij de aanzet gaf om zelf als slaaf verkocht te worden zoals hij dit deed bij zijn broer, was deel van Gods plan (Genesis 44:18–34).
• Jozefs timing in het zich bekendmaken bij zijn broers was deel van Gods plan (Genesis 45:1–14).
• Jakob die van zijn zoons te horen krijgt dat Jozef nog leeft en welke positie hij bekleedt in Egypte (en het aan licht komen van de meer dan 20 jaar van bedrog door zijn zoons met alle daarmee gepaard gaande pijn) was deel van Gods plan (Genesis 45:25–28).
• God die Jakob ertoe leidt om naar Egypte te verhuizen was (natuurlijk) deel van Gods plan (Genesis 46:2–4).
• De verhuis van de volledige familie van Israël naar Egypte, waar ze zich zouden vestigen en gedurende 430 jaar talrijker zouden worden en uiteindelijk in vreselijke slavernij zouden terechtkomen, waarmee ze Gods belofte vervulden aan Abraham uit Genesis 15:13–14, was deel van Gods plan (Genesis 46:5–47:12).
- Jozefs plaats in de volgorde van geboorte van de aartsvaders maakte deel uit van Gods plan (Genesis 30:22–24).(Wordt later vervolgd – Kun je zolang niet wachten? Lees het origineel bij Desiring God: How Involved Is God in the Details of Your Life?)
- Dit betekent dat Rachels hartverscheurende strijd met haar onvruchtbaarheid deel uitmaakte van Gods plan (Genesis 30:1–2).
- Jakobs voorliefde voor Rachel en zijn wellicht daaraan te wijten favoritisme voor Jozef maakte deel uit van Gods plan (Genesis 29:30, 37:3).
- Jozefs profetische dromen waren (duidelijk) deel van Gods plan (Genesis 37:5–11).
- De jaloezie van zijn broers (merk op: rivaliteit onder gezinsleden en gezinsconflict) was deel van Gods plan (Genesis 37:8).
- Het boosaardige, moordzuchtige en hebzuchtige verraad van hem, en Juda’s deelhebben daaraan, was deel van Gods plan (Genesis 37:18–28, 50:20).
- Zijn broers twintig jaar durende misleiding van Jakob met betrekking tot Jozef was deel van Gods plan.
- Het bestaan van een zondige slavenhandel en de plaats ervan in Egypte was deel van Gods plan (Genesis 37:36).
- Potifars betrokkenheid in de slavenhandel en diens positie in Egypte was deel van Gods plan (Genesis 37:36).
- Jozefs bijzondere bestuurlijke begaafdheid was deel van Gods plan (Genesis 39:2–4).
- Jozefs gunst bij Potifar was deel van Gods plan (Genesis 39:4–6).
- Potifars vrouw die zich overgaf aan seksuele immoraliteit was deel van Gods plan (Genesis 39:8–12, Romans 1:24).
- De oneerlijkheid van Potifars vrouw was deel van Gods plan (Genesis 39:14–18).
- Potifars onrechtvaardige oordeel van Jozef was deel van Gods plan (Genesis 39:19–20).
- De specifieke gevangenis waarheen Jozef werd gestuurd – de gevangenis waar de schenker en bakker zouden belanden – was deel van Gods plan (Genesis 39:20).
- Jozefs gunst bij de gevangenbewaarder was deel van Gods plan (Genesis 39:21–23).
- De samenzwering op hoog niveau en het onthullen ervan die resulteerde in de gevangenschap van Farao’s schenker en bakker was deel van Gods plan (Genesis 40:1–3).
- Jozefs aanduiding om voor hen te zorgen was deel van Gods plan (Genesis 40:4).
- De dromen van de schenker en bakker waren (duidelijk) deel van Gods plan (Genesis 40:5).
- Jozefs meelevende zorg met hun angstige harten was deel van Gods plan (Genesis 40:6–7).
- Hun mate van vertrouwen in Jozefs integriteit om hem hun dromen toe te vertrouwen was deel van Gods plan (Genesis 40:8–20).
- Jozef die in staat is de betekenis van hun dromen uit te leggen was deel van Gods plan (Genesis 40:12–13, 18–19).

Genesis 44; Markus 14; Job 10; Romeinen 14

Genesis 40; Markus 10; Job 6; Romeinen 10
.jpg)
Genesis 39; Markus 9; Job 5; Romeinen 9
Genesis 50, Lukas 3, Job 16—17, 1 Korinthiërs 4
Genesis 40, Markus 10, Job 6, Romeinen 10Vertrouwen op Gods soevereiniteit moet niet verward worden met vervallen in fatalisme. Het is geen gelaten zucht van ’Que sera, sera’ – ‘What will be, will be’ of ‘wat zal zijn, zal zijn’. Jozef begreep dit (Gen. 40).
Genesis 39, Markus 9, Job 5, Romeinen 9Het is volkomen terecht Genesis 39 te lezen als een les in morele moed, een gevalsstudie van een Godvrezend man die goed beseft dat een aantrekkelijke verleiding in werkelijkheid een uitnodiging is om tegen God te zondigen (39:9). Daarom geeft hij meer om zijn reinheid dan om zijn vooruitzichten.

"De oudste noemde hij Manasse, omdat God hem al zijn ellende en het gemis van zijn familie had doen vergeten. Het tweede kind noemde hij Efraïm, ‘want,’ zei hij, ‘God heeft mij vruchtbaar gemaakt in dit land, waar ik zoveel te verduren heb gehad.’" (Genesis 41:51-52)