Posts tonen met het label Efeziërs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Efeziërs. Alle posts tonen

zaterdag 17 februari 2024

Dienen als heilige en reine priesters in de ware tempel: beluister de mp3

Bijbelstudie van 7 februari in de reeks over het grote verhaal achter tabernakel en tempel. Dit is daarin deel 23.

Als wij vandaag priesters zijn in de ware tempel, hoe moet onze dienst dan zijn, waardoor wordt die dienst gekenmerkt? 

> Beluister de mp3: reine en heilige priesterdienst in de ware tempel Gods

> Beluister eerdere studies in deze reeks




maandag 5 februari 2024

Beluister: 'Gods tempel groeit vandaag in een context van lijden' - Deel 22 van het grotere verhaal achter tabernakel en tempel

In de vorige studie bekeken we hoe Gods tempel van vandaag - de gemeente - groeit door Gods woord. In deze nieuwe studie kwam op 24 januari 2024 aan bod hoe de tempel groeit in een context van lijden.

> Beluister de mp3 van studie 22: Gods tempel groeit in een context van lijden 

> Beluister eerdere studies in deze reeks 


2 Korinthe 5:1-4 

‘Wij weten immers dat, wanneer ons aardse huis, deze tent, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. Want in deze tent zuchten wij ook, en verlangen wij er vurig naar met onze woning die uit de hemel is, overkleed te worden, als wij maar bekleed en niet naakt zullen bevonden worden. Want ook wij, die in deze tent zijn, zuchten terwijl we het zwaar te verduren hebben; wij willen immers niet ontkleed, maar overkleed worden, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden.’


zaterdag 9 december 2023

Deel 21 van het grote verhaal van tabernakel en tempel: groei door het woord (2) - mp3

Op 6 december hadden we het een 2e (en laatste) keer over het middel tot groei van Gods tempel van vandaag, namelijk het woord van God.

Kwam daarbij onder meer aan bod:

“Gods gebouw” moet gebouwd worden op het fundament van Jezus Christus 

1 Kor. 3:11: ‘Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Jezus Christus.’

Hoe moeten we daarop bouwen?

1 Kor. 3:12-13: ‘Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro, ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven.’

Volgende keer behandelen we de context van die groei, de rol van lijden.

> Beluister de audio van deel 21: Gods tempel groeit vandaag door het woord (2)*

> Beluister ook eerdere studies in deze reeks


*Ik knipte 2 stukjes uit de originele opname. Eentje omdat ik er een fout in maakte, een andere omwille van de privacy, bij de behandeling van de gespreksvragen.

De tempelbouw van vandaag, lijkt op die van Salomo: met goud, zilver en kostbare stenen. 


Bron afbeelding: Biblehub


 

dinsdag 5 december 2023

Bijbelstudie: beluister deel 20 van het grote verhaal van tabernakel en tempel - groei door het woord

Op 22 november behandelden we de tempel van de nieuwe tijd, de gemeente. Groei komt alleen door het woord van God.  

> Beluister de mp3: het grote verhaal deel 20: de tempel groeit vandaag door het woord

> Beluister de eerdere studies in deze reeks

Ef. 4:15-16 ‘maar dat wij, door ons in liefde aan de waarheid te houden, in alles toe zouden groeien naar Hem Die het Hoofd is, namelijk Christus. 

Van Hem uit wordt het hele lichaam samengevoegd en bijeengehouden door elke band die ondersteuning geeft, overeenkomstig de mate waarin ieder deel werkzaam is. Zo verkrijgt het lichaam zijn groei, tot opbouw van zichzelf in de liefde.'



dinsdag 21 november 2023

Beluister de audio van deel 19 over het grote verhaal achter de tempel: een oproep tot heiligheid

De gemeente is de tempel van de levende God. Daarbij toont 2 Korinthe 6:16-18 duidelijk aan, dat daar een vereiste van heiligheid aan vasthangt:  

"Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want u bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in hun midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn volk zijn. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot een Vader zijn, en u zult Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heere, de Almachtige".

Dit kwam ook aan bod in Bijbelstudie nummer 19 over het grotere verhaal van tabernakel en tempel.

> Beluister de audio: het grotere verhaal achter de tempel (19) - oproep tot heiligheid (mp3) 

> Beluister ook de eerdere studies in deze reeks



Bron afbeelding: Biblehub

donderdag 2 november 2023

Beluister een nieuw deel uit het grotere verhaal achter de tempel: de gemeente als nieuwe tempel

In de gemeente, Gods nieuwe tempel van de laatste dagen, is verzoening mogelijk.

We behandelen onder meer Efeze 2:17 ‘En bij Zijn komst heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd aan u die veraf was, en aan hen die dichtbij waren.’




Omdat we ook afwisselden met gespreksvragen, is het mogelijk dat bepaalde delen minder luid en daardoor minder goed verstaanbaar zijn, als er vanuit de groep antwoorden komen.

woensdag 25 maart 2015

Weest elkander onderdanig in de vreze van Christus (Ef. 5)


Exodus 36; Johannes 15; Spreuken 12; Efeziërs 5

In het klimaat van vandaag is een logische lezing van Efeziërs 5:21-33 steeds minder populair. Zonder in detail te gaan, zal ik het wagen mijn uitleg te geven voor het verloop van het gedeelte.

(1) Vreemd genoeg drukt bijvoorbeeld de Engelstalige NIV-vertaling 5:21 (‘en weest elkander onderdanig in de vreze van Christus’) af als een afzonderlijke paragraaf. In de oorspronkelijke tekst is dit de laatste van een snoer van deelwoord-uitdrukkingen die invullen wat het betekent vervuld te zijn met de Geest (5:18): functioneel betekent vervuld zijn met de Geest alles in 5:19-21.

Bovendien mogen de woorden ‘weest elkaar onderdanig’ niet begrepen worden als je wederkerig aan elkaar onderwerpen. Want:
(a) het werkwoord ‘onderdanig zijn’ verwijst in het Grieks altijd naar onderdanigheid in een of andere geordende bundeling, nooit naar wederzijdse onderschikking;
(b) het idee wordt dan terug opgepikt in de volgende ‘huishoudlijst’ van taken: vrouwen zijn onderdanig aan mannen, kinderen aan ouders, en slaven aan meesters (5:22-6:4);
(c) dezelfde visie op onderwerping wordt herhaald in het Nieuwe Testament (Kol. 3:18-19; Titus 2:4-5; 1 Pet. 3:1-6);
(d) het Griekse voornaamwoord dat weergegeven wordt als ‘elkander’ is vaak niet wederkerig (bijv. Opb. 6:4).

(2) Niettemin moeten bepaalde dingen gezegd worden over de onderdanigheid van de vrouw aan haar man (5:22-24).
(a) Ze mag niet verward worden met bepaalde betreurenswaardige stereotypen – kruiperigheid, zelfbeklag, ongelijk loon voor hetzelfde werk (alsof God de God van het onrecht zou zijn), en dergelijke meer.
(b) Deze onderdanigheid vindt haar model in de verantwoordelijkheid van de kerk om onderdanig te zijn aan Christus. Dit leidt tot grote kwesties van typologie die we hier niet kunnen onderzoeken. Maar praktisch zou het moeten zorgen voor het verminderen van gezeur, van het kleineren van de echtgenoot, van intimiderende manipulatie en dergelijke.
(c) Deze onderdanigheid is geen ontkenning van evenwaardigheid (beiden zijn geschapen naar het beeld van God) of volmaakte functionele gelijkheid op veel terreinen (bijv. seksuele rechten in 1 Kor. 7).

(3) Echtgenoten moeten hun vrouwen liefhebben zoals Christus de gemeente liefhad (5:25-33)- wat minstens betekent dat ze hun vrouwen liefhebben op een zelfopofferende manier en voor hun goed. Meer expliciet moet de man zijn liefde voor zijn vrouw de liefde van Christus voor zijn gemeente weerspiegelen
(a) in zijn zelfopoffering (5:25);
(b) in zijn doel (5:26-28a), waarbij hij streeft naar haar goed en heiliging;
(c) in zijn eigenbaat (5:28b-30)—want er is een soort identificatie die de man met zijn vrouw maakt, zoals Christus zich identificeert met zijn gemeente;
(d) in zijn typologische vervulling (5:31-33) — wat opnieuw enorme typologische structuren introduceert die doorheen de Bijbel lopen.

De verantwoordelijkheden van zowel man als vrouw zijn totaal tegenovergesteld aan egoïsme.


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 21 maart 2015

In Christus uitverkoren om heilig en onberispelijk te zijn voor zijn aangezicht (Ef. 1)

Exodus 32; Johannes 11; Spreuken 8; Efeziërs 1

In het Grieks is Efeziërs 1:3-14 één lange zin. Misschien is dit een van de redenen waarom zelfs de beste Engelse (en Nederlandse, JL) vertalingen een beetje gecondenseerd zijn en niet eenvoudig uiteen te zetten. Hier zal ik me toeleggen op het eerste deel, Efeziërs 1:3-10, en nadenken over de manier waarop drie thema’s bijeenkomen: Gods voorbestemmende soevereiniteit, Gods onvoorwaardelijke genade, en Gods heerlijke doel.

De passage is een doxologie, een woord van lof, aan ‘God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus’ – en de volgende zinnen geven ons de redenen waarom we deze God zouden moeten prijzen en waarom zijn Zoon Jezus Christus deel uitmaakt van zijn prijzenswaardige daden.

Deze God, zo zegt Paulus onmiddellijk, is Degene ‘die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus’ (1:3). De ‘ons’ verwijst naar christenen; de zegeningen die we ontvingen waren ‘in Christus’; en de sfeer van deze geestelijke zegeningen zijn ‘de hemelse gewesten’.

In Efeziërs verwijzen ‘de hemelse gewesten’ of ‘de hemelen’ naar de hemelse dimensie van ons uiteindelijke bestaan, die we nu al in zekere mate ervaren. Op die manier worden we al ingeleid in het derde thema, Gods heerlijke doel.

Indien de beschrijving van God in 1:3 de lezer al minstens een aantal redenen onthult waarom God geprezen moet worden, dan introduceert de ‘immers’ aan het begin van vers 4 de formele reden: zelfs nog voor de wereld geschapen werd, heeft God ons in Christus uitverkoren (Gods voorbestemmende soevereiniteit) om ‘heilig en onberispelijk’ te zijn ‘voor zijn aangezicht’ (Gods heerlijke doel).

Ja, ‘in liefde heeft hij ons ertoe bestemd’ (Gods onvoorwaardelijke genade en zijn voorbestemmende soevereiniteit), ‘naar het welbehagen van zijn wil’ (Gods voorbestemmende soevereiniteit) – dit allemaal ‘tot lof van de heerlijkheid zijner genade’ (zowel Gods heerlijke doel als zijn onvoorwaardelijke genade), ‘waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde’ (Gods onvoorwaardelijke genade). ‘In Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen’ (Gods heerlijke doel), ‘naar de rijkdom zijner genade, welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand’ (Gods onvoorwaardelijke genade) (1:4-8).

Lees doorheen de rest van deze passage en werk voor jezelf deze thema’s uit (en er zijn nog andere).

De thema’s zijn in belangrijke mate met elkaar verbonden. Hoe duidelijker je ziet hoe soeverein Gods uitverkiezing is, des te duidelijker schittert zijn onverdiende genade. Maar soevereine ‘voorbestemming’ is irrationeel zonder ‘bestemming’: Gods doelen in zijn soevereine handelen zijn dus onvermijdelijk verbonden met zijn soevereiniteit en zijn genade.

Hoe meer we zicht krijgen op Gods wonderlijke goede plannen, des te dankbaarder zullen we zijn voor zijn soevereine handelen wanneer hij ze tot stand brengt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 6 oktober 2014

'Bid ook voor mij … ' (Ef. 6)

1 Koningen 9; Efeziërs 6; Ezechiël 39; Psalm 90

Net voor de slotzinnen van Paulus’ brief aan de Efeziërs, nodigt hij zijn lezers uit voor hem te bidden (Ef. 6:19-20): ‘Bidt ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken, waarvoor ik een gezant ben in ketenen. Dan zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals ik behoor te spreken.’

(1) Wanneer Paulus elders modellen schetst van hoe zijn bekeerlingen zouden moeten bidden (bijv. in Ef. 3:14-21; Fp. 1:9-11), komt het thema ‘zending’ niet zo sterk uit de verf als hier. Weliswaar vraagt Paulus ook elders aan anderen om voor hem te bidden (1 Thess. 5:25), maar hier specificeert hij wat hij wil dat ze zullen vragen in gebed (vgl. Kol. 4:4; 2 Thess. 3:1). Hij wil in staat zijn om het ‘geheimenis’ van het evangelie zonder vrees te kunnen spreken.

(2) Het is zeker bemoedigend dat Paulus de nood voelt aan dergelijk gebed. Wij plaatsen de apostel soms op een dermate groot voetstuk dat we vergeten dat hij een gewone sterveling was die te maken kreeg met dezelfde verzoekingen die ook wij ontmoeten. Hij was zich zeer goed bewust van hoe makkelijk het is het evangelie te verzaken, het een klein beetje aan te passen, om rond die delen heen te fietsen waarvan we denken dat onze toehoorders ze lastig of aanstootgevend zullen vinden. Dus wist hij dat om het evangelie getrouw te kunnen prediken, hij het ook zonder vrees zou moeten prediken.

Dit weerspiegelt niet een ‘in your face’-stijl [recht voor de raap]. Het betekent eerder dat Paulus wilde kunnen spreken zonder dat hij zou vrezen voor wat zijn toehoorders konden denken of zeggen over hem, of wat ze hem konden aandoen, zodat hij mogelijk water bij de wijn zou doen bij het evangelie dat hij kwam verkondigen.

Je hebt niet veel verbeelding nodig om manieren te ontdekken waarop de predikers in de Westerse wereld van vandaag veel gebed op dit terrein nodig hebben. Beeld je eens in dat je predikt voor laatstejaarsstudenten aan een heidense universiteit, of voor een publiek van succesvolle twintigers of dertigers uit de zakenwereld van pakweg New York. Wanneer je het boek Romeinen uitlegt, hoe zul je dan precies het onderwerp homoseksualiteit in hoofdstuk 1 behandelen en uitverkiezing in hoofdstuk 9?

Hoe zul je over de hel spreken vanuit de vele gedeeltes waarin Jezus zelf uitpakt met de meest verschrikkelijke beelden? Hoezeer zou je in de verleiding kunnen komen om terug te deinzen wanneer je de zuivere exclusiviteit van het evangelie moet behandelen of wanneer je over geld spreekt tegen rijke mensen?

(3) We mogen niet naast het feit kijken dat Paulus bereid is om gebed te vragen. Sommige leiders denken dat ze nooit enige zwakheid mogen laten blijken, of een bepaalde vrees of behoefte. Ze handelen alsof ze boven de strijd staan. Paulus niet. Zijn vraag om gebed is niet pro forma: hij vraagt om gebed om het evangelie zonder vrees te kunnen prediken omdat hij lang genoeg heeft gepredikt, en zichzelf goed genoeg kent, om ook de macht en het gevaar te kennen dat je louter predikt om publieke bijval te krijgen. Door te vragen om gebed, geeft hij zijn angsten toe en verzekert hij zich van hun goddelijke hulpmiddel.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 4 oktober 2014

Wandelt niet langer zoals de heidenen (Ef. 4)


1 Koningen 7; Efeziërs 4; Ezechiël 37; Psalmen 87-88

Een van de opvallende kenmerken van de brieven van Paulus is dat veel ruimte wordt gebruikt om mensen te onderwijzen hoe ze moeten leven. De Bijbel in zijn geheel is er inderdaad op gericht ons te onderwijzen wat we moeten geloven (omdat deze dingen waar zijn), en hij is er niet minder op gericht ons een trouwe wandel te leren. Nergens is dergelijke balans duidelijker dan in de brieven van Paulus.

De reden voor die volledigheid ligt in het wezen van God. De God van de Bijbel, de God die is [of ‘the God who is there’], zoals Francis Schaeffer ons leerde zeggen, is de God van alles. Hij is niet de God van de gedachten alleen, of alleen maar van een bepaald exclusief spiritueel of religieus gebied. Hij is God.

Als onze Maker en voorzienige Heerser, strekken zijn aandacht en gezag zich uit over elk aspect van ons wezen, onze overtuigingen, onze woorden en ons gedrag.

Dan nog blijven proberen om een soort vreselijke spanning in stand te houden tussen onze geloofssystemen en ons gedrag is niet alleen een uitnodiging tot schizofrenie, het is ook een belediging van God, een vreselijke opstandigheid die niet minder lelijk is omdat ze selectief tewerk gaat.

Dit betekent dat onze leer en prediking niet alleen waarheden moeten bevatten die moeten worden geloofd, maar ook instructies over hoe we moeten leven. Een heel duidelijk voorbeeld op dit vlak is het voorbeeld van Paulus in Efeziërs 4:17-32.

Er is niemand die ernstig durft te betwijfelen of dit hoofdstuk rijke leerstellingen bevat. Toch zien we hoe Paulus hier benadrukt ‘dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken’ (4:17).

Hij verbindt die ‘ijdelheid’ met hun onwetendheid van God aan de ene kant, en met hun vreselijke gedrag aan de andere kant. ‘Maar zo hebt u Christus niet leren kennen!’ (4:20 [NBV]). U bent geschapen ‘overeenkomstig het beeld van God’, ‘in waarachtige gerechtigheid en heiligheid’ (4:24). Dit betekent dat u ‘de oude mens aflegt’, en ‘verjongd wordt door de geest van uw denken’ en ‘de nieuwe mens aandoet’ (4:22-24).

Dit zou allemaal een beetje etherisch [of zweverig] kunnen blijven. Paulus wil een dergelijke uitweg niet openlaten. De rest van het hoofdstuk is hij rechtuit en praktisch. Het gedrag dat Paulus verwacht omvat waarheidsgetrouw spreken – ‘omdat wij leden zijn van elkander’ (4:25), en een praktische toewijding om geen dag in toorn te laten eindigen, opdat de duivel geen voet zou krijgen (4:26-27).

Bekeerde dieven mogen niet meer stelen. Ze moeten werken, iets nuttigs doen, leren vrijgevig te zijn met wat ze verdienen (4:28). Wat onze woorden betreft moeten we niet enkel wegdoen wat lasterlijk, vuil of ‘ongezond’ is, maar we moeten leren uiten wat ‘nuttig is tot opbouw, opdat het genade geeft aan hen die het horen’ (4:29 [HSV]).

Anders gezegd: ‘Alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek worde uit uw midden gebannen, evenals alle kwaadaardigheid. Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft’ (4:31-32).


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 3 oktober 2014

'Mij is in een openbaring het mysterie onthuld' (Ef. 3)


1 Koningen 6; Efeziërs 3; Ezechiël 36; Psalm 86

Een geheimenis in de geschriften van Paulus is gewoonlijk niet iets ‘mysterieus’, nog minder een whodunit – een detectiveverhaal. Het is een waarheid of leerstelling die in bepaalde mate werd verborgen gehouden in de generaties daarvoor, en nu met de komst van het evangelie werd onthuld en openbaar gemaakt.

Soms wordt het evangelie zelf beschreven als een mysterie; meer gebruikelijk is dat een bepaald element van het evangelie het label van mysterie of geheimenis krijgt.

In Efeziërs 3:2-13 benadrukt Paulus dat hij, samen met andere ‘apostelen en profeten’ (3:5), diep inzicht kreeg ‘in het geheimenis van Christus, dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen’ (3:4-5). Dan vertelt hij ons de inhoud van dit mysterie: ‘dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie’ (3:6).

We moeten stilstaan bij de manieren waarop dit mysterie verborgen was. De Schriften van het Oude Testament grijpen zeker bij momenten al vooruit naar de genade van God die zich verder uitstrekt naar mannen en vrouwen uit alle volken. Het verbond met Abraham voorzag dat in Abrahams zaad alle volken op aarde gezegend zouden worden (Gen. 12:3, zie de overdenking van 11 januari). Wat is daar dan verborgen aan?

Maar het blijft een feit dat de ruimte die de Bijbel wijdt aan de Wet van Mozes, gekoppeld aan het groeiend aantal uitleggingen die de Mozaïsche wet zien als het begripskader dat de lezing van een groot deel van het Oude Testament bepaalde, maakt dat die bredere nadruk vaak uit het oog werd verloren.

Dus kan die verborgenheid aan de ene kant worden gezien als een goed uitgewerkt plan van God om de heerlijkheid van zijn ‘eeuwige voornemen’ (3:11 [NBV: ‘eeuwenoude plan’]) te verbergen, tot de tijd rijp was om het te ontvouwen; aan de andere kant heeft de verborgenheid ook iets te maken met de menselijke verdorvenheid, die de Oudtestamentische Schrift leest op een manier die de ware dimensies van de beloften uit het Oude Testament aan banden legt en minimaliseert.

Met de komst van Christus werden de manieren waarop de boeken van het Oude Testament al vooruit wezen veel duidelijker. Jezus’ Grote Opdracht zette een stempel van internationalisme op de zending van zijn discipelen, die alle parochialisme beschaamt.

Bovenal verschaft Jezus’ uitleg van het Oude Testament een aantal nieuwe inzichten. Als we de verhaallijn van het Oude Testament goed lezen in zijn lineaire, historische verloop, dan ligt er niet zoveel nadruk op de Wet van Mozes als sommigen dachten.

Het Mozaïsch verbond blijkt zelfs een mislukking in termen van in welke mate het mensen maar kon veranderen. Haar grootste succes ligt in het feit dat het ons modellen verschaft die beschrijven hoe de ultieme Redder, de ultieme Priester, de ultieme Tempel, het ultieme Offer er zouden uitzien. En Paulus is de apostel die niet alleen dit mysterie predikt, maar dit ook doet tot de heidenen, de mensen die het meest zouden worden geraakt door de inhoud van dit geheimenis.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 2 oktober 2014

'U was dood door de misstappen en zonden' (Ef. 2)

1 Koningen 4-5; Efeziërs 2; Ezechiël 35; Psalm 85

Christenen wordt vaak geleerd Efeziërs 2:8-9 te memoriseren: ‘Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme’. Er worden zeker prachtige waarheden uitgedrukt in deze zinnen. Maar ik zal focussen op een aantal van de dingen die Paulus zegt in de omringende verzen.

(1) Voor onze bekering waren wij, net als de Efeziërs, dood door onze ‘overtredingen en zonden’ (2:1). Door onze verslaving aan overtredingen en zonden, door onze gewoonte de wegen van de wereld te volgen (2:2), omdat we tegelijk misleid waren door de duivel (2:2) en ons wijdden aan de bevrediging van de verlangens en gedachten van onze zondige natuur (2:3), was er voor ons gewoon geen manier om het evangelie positief te beantwoorden.

Erger nog, ons tragisch onvermogen was een moreel onvermogen: ‘wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns’ (2:3). Er was geen hoop voor ons, tenzij God zelf ingreep en leven bracht waar er slechts dood was en barmhartigheid bewees waar zijn eigen gerechtigheid toorn vereiste.

(2) Dit is wat God deed: terwijl wij nog steeds dood waren, heeft God, ‘die rijk is aan erbarming’, om zijn grote liefde voor ons, ons ‘mede levend gemaakt met Christus’ (2:4-5). Dit was louter vanuit zijn genade: we konden onszelf zeker niet helpen, omdat wij ‘dood waren’ (2:5).

(3) God maakt ons zelfs zodanig één met Christus dat we in zijn ogen al zijn opgewekt met Hem en gezeten zijn ‘in de hemelse gewesten, in Christus Jezus’ (2:6). God heeft deze stappen genomen ‘om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar (zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus’ (2:7). Dus ligt onze ultieme hoop en verwachting nog voor ons. Geen christen kan staande blijven zonder dit toekomstperspectief te zien en naar waarde te schatten.

(4) Op dit punt benadrukt Paulus de zuivere barmhartigheid van het geschenk van de behoudenis, een geschenk dat ontvangen wordt door geloof, dat zelf het geschenk van God is, en heel apart staat van gelijk welk werk dat we kunnen verrichten. Want als we konden, dan zouden we erover roemen.

(5) Maar niets van dit alles betekent dat we ons leven voortzetten zoals we dit voorheen deden – dood in overtredingen, terwijl we onze eigen verlangens en gedachten nastreven. Verre van: wij die Gods genade hebben ontvangen, en het geloof om ons die eigen te maken, zijn 'zijn maaksel’, ‘in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen’ (2:10). Iemand kan niet meer van reddende genade genieten zonder in goede werken te wandelen, dan iemand reddende genade kan ervaren zonder ooit de onmetelijke rijkdom te kennen die ons wacht in de komende eeuw. Die grote behoudenis is één geweldig pakket!


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 17 september 2013

Maar Ik heb gehandeld ter wille van mijn naam (Ez. 20)

2 Samuël 13; 2 Korintiërs 6; Ezechiël 20; Psalmen 66-67
Net als in Ezechiël 8, waar de oudsten van de ballingengemeenschap de profeet gaan raadplegen, doen ze dit ook in Ezechiël 20. Zoals bij die eerdere gelegenheid geeft God Ezechiël ook nu iets om te zeggen aan de oudsten en de gemeenschap die ze vertegenwoordigen.

Een deel van wat Ezechiël doorgeeft is al eerder gezegd. De soevereine Heer is niet al te happig om zich te laten beraden wanneer hij ziet dat hun harten zo ver van Hem verwijderd zijn (20:2-4, 31; vgl. Ez. 13-14).

Er volgt een overzicht van Israëls geschiedenis van rebellie. Maar er zijn twee of drie thema’s in dit hoofdstuk, die ofwel nog niet eerder aan bod kwamen of nog maar weinig werden vermeld.

Het eerste is de zuivere heerlijkheid van God: dit is een van de bekommernissen die God drijft tot de oordelen die al zijn uitgestort en die nog voor de deur staan. Ter wille van zijn naam heeft God aldus gehandeld, ‘om die niet te ontheiligen ten aanschouwen van de volken voor wier ogen Ik hen had uitgeleid’ (20:14; vgl. 20:22).

Dit thema wordt verder ontvouwd in de hoofdstukken 36 en 39. Het is zo fundamenteel in de Schrift dat we gevaar lopen het over het hoofd te zien, juist omdat het zo vertrouwd is. We zijn bijvoorbeeld gewoon geraakt om te denken, wanneer Jezus naar het kruis gaat, aan Gods liefde voor ons door het zenden van een zo verbijsterend geschenk, of aan Jezus’ liefde voor ons dat Hij onze schuld en straf op zich nam in zijn eigen lichaam aan het kruis.

Allemaal waar. Maar de Schrift benadrukt ook dat de verhoging van Christus het gevolg is van de wil van de Vader dat allen de Zoon zouden eren zoals zij ook de Vader eren (Joh. 5:23; vgl. Joh. 12:23).

Wanneer Jezus naar het kruis gaat, handelt Hij deels uit pure liefhebbende gehoorzaamheid aan zijn Vader (vgl. Joh. 14:31; vgl. 15:9-11). Gods geweldige heilsplan is tot lof van zijn heerlijkheid (Ef. 1:3-14). Dit moet ook ons begrip van God vormen – en dus ons gebedsleven en onze prioriteiten.

Dit is ook waarom, in de tweede plaats, God zijn volk niet zal toestaan dat ze zich goed voelen in hun zonde. De wet werd gegeven zodat degene die ze gehoorzaamt ‘daardoor zou leven’ (20:11, 21, 25; vgl. Lev. 18:5) – in deze context betekent dit dat degene die de wet gehoorzaamt voorspoedig zal zijn. Wanneer het volk ongehoorzaam is en wil ‘aan de volken gelijk worden, zweert God dat wat hen in de zin is gekomen, ‘geenszins zal geschieden’ (20:32).

In plaats daarvan zal God over zijn naam waken, hen ‘in de band van het verbond’ brengen (20:37) en zijn grimmigheid uitstorten (20:33) zodat het volk niet zal ‘leven door’ de zondige inzettingen die zij verkiezen: zij zullen niet voorspoedig zijn.

Jaren van lankmoedigheid van Godswege (of het nu gaat om toen of nu) moeten uiteindelijk uitmonden in ofwel transformatie, of in oordeel.


Eigen vertaling van de overdenking bij 17 september uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 25 maart 2013

'Weest elkander onderdanig in de vreze van Christus' (Ef. 5)


Exodus 36; Johannes 15; Spreuken 12; Efeziërs 5
In het klimaat van vandaag is een logische lezing van Efeziërs 5:21-33 steeds minder populair. Zonder in detail te gaan, zal ik het wagen mijn uitleg te geven voor het verloop van het gedeelte.

(1) Vreemd genoeg drukt bijvoorbeeld de Engelstalige NIV-vertaling 5:21 (‘en weest elkander onderdanig in de vreze van Christus’) af als een afzonderlijke paragraaf. In de oorspronkelijke tekst is dit de laatste van een snoer van deelwoord-uitdrukkingen die invullen wat het betekent vervuld te zijn met de Geest (5:18): functioneel betekent vervuld zijn met de Geest alles in 5:19-21.

Bovendien mogen de woorden ‘weest elkaar onderdanig’ niet begrepen worden als je wederkerig aan elkaar onderwerpen. Want:
(a) het werkwoord ‘onderdanig zijn’ verwijst in het Grieks altijd naar onderdanigheid in een of andere geordende bundeling, nooit naar wederzijdse onderschikking;
(b) het idee wordt dan terug opgepikt in de volgende ‘huishoudlijst’ van taken: vrouwen zijn onderdanig aan mannen, kinderen aan ouders, en slaven aan meesters (5:22-6:4);
(c) dezelfde visie op onderwerping wordt herhaald in het Nieuwe Testament (Kol. 3:18-19; Titus 2:4-5; 1 Pet. 3:1-6);
(d) het Griekse voornaamwoord dat weergegeven wordt als ‘elkander’ is vaak niet wederkerig (bijv. Opb. 6:4).

(2) Niettemin moeten bepaalde dingen gezegd worden over de onderdanigheid van de vrouw aan haar man (5:22-24).
(a) Ze mag niet verward worden met bepaalde betreurenswaardige stereotypen – kruiperigheid, zelfbeklag, ongelijk loon voor hetzelfde werk (alsof God de God van het onrecht zou zijn), en dergelijke meer.
(b) Deze onderdanigheid vindt haar model in de verantwoordelijkheid van de kerk om onderdanig te zijn aan Christus. Dit leidt tot grote kwesties van typologie die we hier niet kunnen onderzoeken. Maar praktisch zou het moeten zorgen voor het verminderen van gezeur, van het kleineren van de echtgenoot, van intimiderende manipulatie en dergelijke.
(c) Deze onderdanigheid is geen ontkenning van evenwaardigheid (beiden zijn geschapen naar het beeld van God) of volmaakte functionele gelijkheid op veel terreinen (bijv. seksuele rechten in 1 Kor. 7).

(3) Echtgenoten moeten hun vrouwen liefhebben zoals Christus de gemeente liefhad (5:25-33)- wat minstens betekent dat ze hun vrouwen liefhebben op een zelfopofferende manier en voor hun goed. Meer expliciet moet de man zijn liefde voor zijn vrouw de liefde van Christus voor zijn gemeente weerspiegelen
(a) in zijn zelfopoffering (5:25);
(b) in zijn doel (5:26-28a), waarbij hij streeft naar haar goed en heiliging;
(c) in zijn eigenbaat (5:28b-30)- want er is een soort identificatie die de man met zijn vrouw maakt, zoals Christus zich identificeert met zijn gemeente;
(d) in zijn typologische vervulling (5:31-33)- wat opnieuw enorme typologische structuren introduceert die doorheen de Bijbel lopen.

De verantwoordelijkheden van zowel man als vrouw zijn totaal tegenovergesteld aan egoïsme.


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 21 maart 2013

In Christus uitverkoren om heilig en onberispelijk te zijn voor zijn aangezicht (Ef. 1)


Exodus 32; Johannes 11; Spreuken 8; Efeziërs 1
In het Grieks is Efeziërs 1:3-14 één lange zin. Misschien is dit een van de redenen waarom zelfs de beste Engelse (en Nederlandse, JL) vertalingen een beetje gecondenseerd zijn en niet eenvoudig uiteen te zetten. Hier zal ik me toeleggen op het eerste deel, Efeziërs 1:3-10, en nadenken over de manier waarop drie thema’s bijeenkomen: Gods voorbestemmende soevereiniteit, Gods onvoorwaardelijke genade, en Gods heerlijke doel.

De passage is een doxologie, een woord van lof, aan ‘God, onze Vader, en van de Here Jezus Christus’ – en de volgende zinnen geven ons de redenen waarom we deze God zouden moeten prijzen en waarom zijn Zoon Jezus Christus deel uitmaakt van zijn prijzenswaardige daden.

Deze God, zo zegt Paulus onmiddellijk, is Degene ‘die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus’ (1:3). De ‘ons’ verwijst naar christenen; de zegeningen die we ontvingen waren ‘in Christus’; en de sfeer van deze geestelijke zegeningen zijn ‘de hemelse gewesten’.

In Efeziërs verwijzen ‘de hemelse gewesten’ of ‘de hemelen’ naar de hemelse dimensie van ons uiteindelijke bestaan, die we nu al in zekere mate ervaren. Op die manier worden we al ingeleid in het derde thema, Gods heerlijke doel.

Indien de beschrijving van God in 1:3 de lezer al minstens een aantal redenen onthult waarom God geprezen moet worden, dan introduceert de ‘immers’ aan het begin van vers 4 de formele reden: zelfs nog voor de wereld geschapen werd, heeft God ons in Christus uitverkoren (Gods voorbestemmende soevereiniteit) om ‘heilig en onberispelijk’ te zijn ‘voor zijn aangezicht’ (Gods heerlijke doel).

Ja, ‘in liefde heeft hij ons ertoe bestemd’ (Gods onvoorwaardelijke genade en zijn voorbestemmende soevereiniteit), ‘naar het welbehagen van zijn wil’ (Gods voorbestemmende soevereiniteit) – dit allemaal ‘tot lof van de heerlijkheid zijner genade’ (zowel Gods heerlijke doel als zijn onvoorwaardelijke genade), ‘waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde’ (Gods onvoorwaardelijke genade).

‘In Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen’ (Gods heerlijke doel), ‘naar de rijkdom zijner genade, welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand’ (Gods onvoorwaardelijke genade) (1:4-8).

Lees doorheen de rest van deze passage en werk voor jezelf deze thema’s uit (en er zijn nog andere).

De thema’s zijn in belangrijke mate met elkaar verbonden. Hoe duidelijker je ziet hoe soeverein Gods uitverkiezing is, des te duidelijker schittert zijn onverdiende genade. Maar soevereine ‘voorbestemming’ is irrationeel zonder ‘bestemming’: Gods doelen in zijn soevereine handelen zijn dus onvermijdelijk verbonden met zijn soevereiniteit en zijn genade.

Hoe meer we zicht krijgen op Gods wonderlijke goede plannen, des te dankbaarder zullen we zijn voor zijn soevereine handelen wanneer hij ze tot stand brengt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 10 maart 2013

Het evangelie moet de basis vormen voor ons gedrag (2 Kor. 9)


Exodus 21; Lukas 24; Job 39; 2 Korinthiërs 9
De overdenking voor 20 september in volume 1 werkte zich een weg doorheen 2 Korinthiërs 9. Niettemin wil ik op die passage terugkomen. Op de vermaning die Paulus zorgvuldig formuleerde tegenover de christenen in Korinthe – om het geld voor hem klaar te hebben dat ze beloofden te sturen aan de armen in Jeruzalem (hoofdstukken 8 en 9) – hoeven we niet meer terug te komen.

Voor de overdenking van vandaag zal ik focussen op hoe Paulus’ vermaning over geven en geld verbonden is met het evangelie.

In hoofdstuk 8 roept Paulus het voorbeeld op van Christus die zichzelf geeft: ‘Gij kent immers de genade van onze Here Jezus [Christus], dat Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden’ (8:9).

Hier in hoofdstuk 9 zegt Paulus dat, als de Korinthiërs hun beloofde gift voltooid hebben, mensen God zullen prijzen ‘om uw gehoorzaam belijden van het evangelie van Christus en om uw onbekrompen delen met hen en met allen’(9:13, cursief toegevoegd).

In elk geval laat Paulus christenen nooit vergeten dat al ons geven slechts een zwakke afspiegeling is van Gods ‘onuitsprekelijke gave’ (9:15), die natuurlijk de kern vormt van het evangelie.

Zo veel van de christelijke basisethiek is op een of andere manier verbonden met het evangelie. Wanneer echtgenoten instructie nodig hebben over hoe ze hun vrouwen moeten behandelen, introduceert Paulus niet een speciale huwelijkstherapie of doet hij ook geen beroep op een of andere mystieke ervaring.

Hij grondt daarentegen gedrag in het evangelie: ‘Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft’ (Ef. 5:25). Als je volwassenheid nastreeft, kijk dan uit voor een of andere ‘dieper leven’-aanpak die het evangelie aan de kant schuift, want Paulus schrijft: ‘Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem, geworteld en dan opgebouwd wordend in Hem, bevestigd wordend in het geloof, zoals u geleerd is, overvloeiende in dankzegging’ (Kol. 2:6-7).

Natuurlijk is er ‘dieper leven’ in de zin dat christenen worden vermaand om door te zetten naar grotere gelijkvormigheid aan Christus Jezus en niet tevreden mogen zijn met hun huidige niveau van gehoorzaamheid (bijv. Fp. 3). Maar je kunt niets van dit alles beschouwen als een oproep tot iets wat het evangelie achter zich laat of iets aan het evangelie toevoegt.

We moeten de visie vermijden dat, terwijl het evangelie een soort van ontsnappingsticket biedt uit oordeel en hel, alle ware levensveranderende kracht van iets anders komt – een esoterische leerstelling, een mystieke ervaring, een therapeutische techniek, een discipelschapscursus. Dit is een te beperkende visie op het evangelie. Erger nog, het eindigt ermee dat je het evangelie relativeert en marginaliseert, en het van zijn kracht ontrooft, terwijl je de aandacht van mensen wegtrekt van het evangelie en verlegt naar iets dat minder nuttig is.


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 6 oktober 2012

'Bid ook voor mij … ' (Ef. 6)


1 Koningen 9, Efeziërs 6, Ezechiël 39, Psalm 90

Net voor de slotzinnen van Paulus’ brief aan de Efeziërs, nodigt hij zijn lezers uit voor hem te bidden (Ef. 6:19-20): ‘Bidt ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken, waarvoor ik een gezant ben in ketenen. Dan zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals ik behoor te spreken.’

(1) Wanneer Paulus elders modellen schetst van hoe zijn bekeerlingen zouden moeten bidden (bijv. in Ef. 3:14-21; Fp. 1:9-11), komt het thema ‘zending’ niet zo sterk uit de verf als hier. Weliswaar vraagt Paulus ook elders aan anderen om voor hem te bidden (1 Thess. 5:25), maar hier specifieert hij wat hij wil dat ze zullen vragen in gebed (vgl. Kol. 4:4; 2 Thess. 3:1). Hij wil in staat zijn om het ‘geheimenis’ van het evangelie zonder vrees te kunnen spreken.

(2) Het is zeker bemoedigend dat Paulus de nood voelt aan dergelijk gebed. Wij plaatsen de apostel soms op een dermate groot voetstuk dat we vergeten dat hij een gewone sterveling was die te maken kreeg met dezelfde verzoekingen die ook wij ontmoeten. Hij was zich zeer goed bewust van hoe makkelijk het is het evangelie te verzaken, het een klein beetje aan te passen, om rond die delen heen te fietsen waarvan we denken dat onze toehoorders ze lastig of aanstootgevend zullen vinden.

Dus wist hij dat om het evangelie getrouw te kunnen prediken, hij het ook zonder vrees zou moeten prediken. Dit weerspiegelt niet een ‘in your face’-stijl (recht-in-je-gezicht). Het betekent eerder dat Paulus wilde kunnen spreken zonder dat hij zou vrezen voor wat zijn toehoorders konden denken of zeggen over hem, of wat ze hem konden aandoen, zodat hij mogelijk water bij de wijn zou doen bij het evangelie dat hij kwam verkondigen.

Je hebt niet veel verbeelding nodig om manieren te ontdekken waarop de predikers in de Westerse wereld van vandaag veel gebed op dit terrein nodig hebben. Beeld je eens in dat je predikt voor bachelorstudenten aan een heidense universiteit, of voor een publiek van schitterende twintigers of dertigers die het gemaakt hebben als zakenlui in pakweg New York.

Wanneer je het boek Romeinen uitlegt, hoe zul je dan precies het onderwerp homoseksualiteit in hoofdstuk 1 behandelen en uitverkiezing in hoofdstuk 9? Hoe zul je over de hel spreken vanuit de vele gedeeltes waarin Jezus zelf uitpakt met de meest verschrikkelijke beelden? Hoezeer zou je in de verleiding komen terug te deinzen wanneer je de zuivere exclusiviteit van het evangelie moet behandelen of wanneer je over geld spreekt tegen rijke mensen?

(3) We mogen niet naast het feit kijken dat Paulus bereid is om gebed te vragen. Sommige leiders denken dat ze nooit enige zwakheid mogen laten blijken, of een bepaalde vrees of behoefte. Ze handelen alsof ze boven de strijd staan. Paulus niet. Zijn vraag om gebed is niet pro forma: hij vraagt om gebed om het evangelie zonder vrees te kunnen prediken omdat hij lang genoeg gepredikt heeft, en zichzelf goed genoeg kent, om ook de macht en het gevaar te kennen dat je louter predikt om publieke bijval te krijgen. Door te vragen om gebed, geeft hij zijn angsten toe en verzekert hij zich van hun goddelijke remedie of hulpmiddel.


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 4 oktober 2012

Wandelt niet langer zoals de heidenen (Ef. 4)


1 Koningen 7, Efeziërs 4, Ezechiël 37, Psalmen 87-88

Een van de opvallende kenmerken van de brieven van Paulus is dat veel aandacht besteed wordt aan het leren hoe mensen moeten leven. De Bijbel op zijn geheel is er inderdaad in geïnteresseerd ons te leren wat we moeten geloven (omdat die dingen waar zijn), en hij is er niet minder op gericht ons te leren hoe we ons trouw moeten gedragen. Nergens is dergelijke balans duidelijker dan in de brieven van Paulus.

De reden voor die grote aandacht ligt in het wezen van God. De God van de Bijbel, de God die is (of ‘the God who is there’), zoals Francis Schaeffer ons leerde zeggen, is de God van alles. Hij is niet de God van de gedachten alleen, of van een bepaald exclusief geestelijk of religieus gebied. Hij is god.

Als onze Maker en voorzienige Heerser, strekken zijn aandacht en bevelen zich uit naar elk aspect van ons wezen, onze overtuigingen, onze woorden en ons gedrag. Dan nog blijven proberen om een soort vreselijke spanning te behouden tussen onze geloofssystemen en ons gedrag is niet alleen een uitnodiging tot schizofrenie, het is ook een belediging van God, een vreselijke opstandigheid die niet minder lelijk is omdat het gaat om kieskeurig zijn.

Dit betekent dat onze leer en prediking niet alleen waarheden moeten bevatten die geloofd moeten worden, maar ook instructies over hoe we moeten leven. Een heel duidelijk voorbeeld op dit vlak is het voorbeeld van Paulus in Efeziërs 4:17-32.
Er is niemand die er durft aan twijfelen of dit hoofdstuk rijke leerstellingen bevat.

Toch zien we Paulus benadrukken ‘dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken’ (4:17). Hij verbindt die ‘ijdelheid’ met hun onwetendheid van God aan de ene kant, en met hun walgelijke gedrag aan de andere kant. ‘Maar zo hebt u Christus niet leren kennen!’ (4:20, NBV). Je bent geschapen ‘overeenkomstig het beeld van God’, ‘in waarachtige gerechtigheid en heiligheid’ (4:22-24).

Dit zou allemaal een beetje etherisch of zweverig kunnen blijven. Paulus wil een dergelijke uitweg niet openlaten. De rest van het hoofdstuk is hij rechtuit en praktisch. Het gedrag dat Paulus verwacht omvat waarheidsgetrouw spreken – ‘omdat wij leden zijn van elkander’ (4:25), en een praktische toewijding om geen dag in toorn te laten eindigen, opdat de duivel geen voet zou krijgen (4:26-27).

Bekeerde dieven mogen niet meer stelen. Ze moeten werken, iets nuttigs doen, leren vrijgevig te zijn met wat ze verdienen (4:28). In onze woorden moeten we niet enkel wegdoen wat lasterlijk, vuil of ‘ongezond’ is, maar we moeten leren uiten wat ‘nuttig is tot opbouw, opdat het genade geeft aan hen die het horen’ (4:29, HSV).

Anders gezegd: ‘Alle bitterheid, gramschap, toorn, getier en gevloek worde uit uw midden gebannen, evenals alle kwaadaardigheid. Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft’ (4:31-32).


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 3 oktober 2012

'Mij is in een openbaring het mysterie onthuld' (Ef. 3)



1 Koningen 6, Efeziërs 3, Ezechiël 36, Psalm 86
Een geheimenis in de geschriften van Paulus is gewoonlijk niet iets ‘mysterieus’, nog minder een whodunit – een detectiveverhaal. Het is een waarheid of leerstelling die in bepaalde mate werd verborgen gehouden in de generaties daarvoor, en nu met de komst van het evangelie onthuld en openbaar gemaakt werd.

Soms wordt het evangelie zelf beschreven als een mysterie; meer gebruikelijk is dat een bepaald element van het evangelie het label van geheimenis of mysterie krijgt.
In Efeziërs 3:2-13 benadrukt Paulus dat hij, samen met andere ‘apostelen en profeten’ (3:5), diep inzicht kreeg ‘in het geheimenis van Christus, dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen’ (3:4-5). Dan vertelt hij ons de inhoud van dit mysterie: ‘dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie’ (3:6).

We moeten nadenken over de manieren waarop dit mysterie verborgen was. De Schriften van het Oude Testament grijpen zeker bij momenten al vooruit naar de genade van God die zich verder uitstrekt naar mannen en vrouwen uit alle volken. Het verbond met Abraham voorzag dat in Abrahams zaad alle volken op aarde gezegend zouden worden (Gen. 12:3, zie de overdenking van 11 januari). Wat is daar dan verborgen aan?

Toch blijft het feit staan dat de ruimte die de Bijbel wijdt aan de Wet van Mozes maakt dat die bredere nadruk vaak verloren ging. Des te meer als je die ruimte koppelt aan het groeiend aantal uitleggingen die de Mozaïsche wet zien als een begripskader dat de lezing van een groot deel van het Oude Testament bepaalt.

Dus kan die verborgenheid aan de ene kant gezien worden als een goed uitgewerkt plan van God om de heerlijkheid van zijn ‘eeuwige voornemen’ (3:11; NBV: ‘eeuwenoude plan’) te verbergen, tot de tijd rijp was om het te ontvouwen; aan de andere kant heeft de verborgenheid ook iets te maken met de menselijke verdorvenheid, die de Oudtestamentische Schrift leest op een manier die de ware dimensies van de beloften uit het Oude Testament aan banden legt en minimaliseert.

Met de komst van Christus werd veel duidelijker op welke manieren de boeken van het Oude Testament al vooruit wezen. De Grote Opdracht zette een stempel van internationalisme op de zending van zijn discipelen, die alle parochialisme beschaamt.

Bovenal verschaft Jezus’ uitleg van het Oude Testament een aantal nieuwe inzichten. Als we de verhaallijn van het Oude Testament goed lezen in zijn lineaire, historische verloop, dan ligt er niet zoveel nadruk op de Wet van Mozes als sommigen dachten.

Het Mozaïsch verbond blijkt zelfs een mislukking in termen van in welke mate het mensen slechts kon veranderen. Zijn grootste succes ligt in het feit dat het ons modellen verschaft die beschrijven hoe de ultieme Redder, de ultieme Priester, de ultieme Tempel, het ultieme Offer er moet uitzien. En Paulus is de apostel die niet alleen dit geheimenis predikt, maar dit ook doet tot de heidenen, de mensen die het meest geraakt zouden worden door de inhoud van dit geheimenis.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 2 oktober 2012

'U was dood door de misstappen en zonden' (Ef. 2)



1 Koningen 4-5, Efeziërs 2, Ezechiël 35, Psalm 85
Christenen wordt vaak geleerd Efeziërs 2:8-9 te memoriseren: ‘Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme’. Er worden zeker wonderlijke waarheden uitgedrukt in deze zinnen. Maar ik zal focussen op een aantal van de dingen die Paulus zegt in de verzen daarrond.

(1) Voor onze bekering waren wij, net als de Efeziërs, dood door onze ‘overtredingen en zonden’ (2:1). Door onze verslaving aan overtredingen en zonden, door onze gewoonte de wegen van de wereld te volgen (2:2), omdat we tegelijk misleid waren door de duivel (2:2) en ons wijdden aan de bevrediging van de verlangens en gedachten van onze zondige natuur (2:3), was er voor ons eenvoudigweg geen manier om het evangelie positief te beantwoorden. Erger nog, ons tragisch onvermogen was een moreel onvermogen: ‘wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns’ (2:3). Er was voor ons geen hoop, tenzij God zelf zou ingrijpen en leven zou brengen waar er slechts dood was en barmhartigheid zou bewijzen waar zijn eigen gerechtigheid om toorn vroeg.

(2) Dit is wat God deed: terwijl wij nog steeds dood waren, heeft God, ‘die rijk is aan erbarming’, om zijn grote liefde voor ons, ons ‘mede levend gemaakt met Christus’ (2:4-5). Dit was louter vanuit zijn genade: we konden onszelf zeker niet helpen, omdat wij ‘dood waren’ (2:5).

(3) Ja, God maakt ons zo één met Christus dat we in zijn ogen al zijn opgewekt met Hem en gezeten ‘in de hemelse gewesten, in Christus Jezus’ (2:6). God heeft deze stappen genomen ‘om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar (zijn) goedertierenheid over ons in Christus Jezus’ (2:7). Dus is het zo dat onze ultieme hoop en verwachting nog voor ons ligt. Geen christen kan staande blijven zonder dit toekomstperspectief te zien en naar waarde te schatten.

(4) Op dit punt benadrukt Paulus de zuivere barmhartigheid van het geschenk van de behoudenis, een geschenk dat ontvangen wordt door geloof, dat zelf het geschenk van God is, en heel apart staat van gelijk welk werk dat we kunnen verrichten. Want als we konden, dan zouden we erover roemen.

(5) Maar niets van dit alles betekent dat we ons leven verderzetten zoals we dit voorheen deden – dood in overtredingen en onze eigen verlangens en gedachten nastrevend. Verre van: wij die Gods genade ontvangen hebben, en het geloof om ons die eigen te maken, zijn 'zijn maaksel’, ‘in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen’ (2:10). Je kunt niet meer van reddende genade genieten zonder in goede werken te wandelen, dan je reddende genade kunt ervaren zonder ooit de onmetelijke rijkdom te kennen die ons wacht in de komende eeuw. Die grote behoudenis is één geweldig pakket!


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 oktober uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.