Posts tonen met het label Habakuk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Habakuk. Alle posts tonen
maandag 2 april 2018
Beluister de lezing over Habakuk (door Claude Van Maelsaeke)
Afgelopen vrijdag, 30 maart, gaf Claude Van Maelsaeke de slotlezing in de reeks '5 kleine profeten in vogelvlucht - deel 2'. Hij behandelde daarbij het bijbelboek Habakuk.
> Beluister de mp3 van de lezing over 'Habakuk' door Claude Van Maelsaeke
>> Beluister eerdere lezingen uit de reeks '5 kleine profeten in vogelvlucht - deel 2'
>> Beluister lezingen uit de reeks '5 kleine profeten in vogelvlucht - deel 1'
dinsdag 27 maart 2018
Vrijdag lezing in Menen: Claude Van Maelsaeke over het boek Habakuk

Aanstaande vrijdag 30 maart kun je in CC De Steiger naar alweer de laatste lezing in de reeks '5 kleine profeten in vogelvlucht - deel 2'. Claude Van Maelsaeke heeft het dan over het boek Habakuk.
De lezing start om 20 u., al wie wil komen is welkom.
De toegang is vrij.
Je kunt ook de audio van eerdere lezingen beluisteren.
(via de labels kun je ook andere zoekopdrachten uitvoeren, bijvoorbeeld naar Habakuk)
dinsdag 8 december 2015
De HERE Here is mijn kracht: Hij maakt mijn voeten als die der hinden (Hab. 3)

2 Kronieken 8; 3 Johannes; Habakuk 3; Lukas 22
Habakuks laatste gebed (Hab. 3) is in grote lijnen een reactie op het perspectief van de Heer in hoofdstuk 2. Het is een heel mooi voorbeeld van hoe te reageren op openbaringen van God wanneer die iets zeggen dat we misschien niet zo fijn vinden.
Dit zijn de dominerende thema’s:
(1) Habakuk blijft bidden voor opwekking. Wie weet of dit niet een van die gelegenheden is waarin God hartstochtelijke voorbede verhoort? In het voorgaande hoofdstuk sluit God de mogelijkheid van een dergelijke bezoeking niet volledig uit.
Dus bidt Habakuk: ‘HERE, ik heb de tijding aangaande U vernomen, ik ben, HERE, met vreze voor uw werk vervuld; roep het in het leven in de loop der jaren, maak het openbaar in de loop der jaren; gedenk in de toorn aan ontfermen!’ (3:2).
(2) In uiterst poëtische taal roept Habakuk dan herinneringen op aan een aantal gelegenheden uit het verleden waarin God in feite zijn verbondsvolk redde door hun tegenstanders te slaan. ‘In gramschap doorschrijdt Gij de aarde, in toorn dorst Gij de volkeren’, herinnert Habakuk (3:12), duidelijk suggererend ‘waarom nu niet opnieuw?’.
Uiteindelijk, zo voegt hij toe, trok U bij die gelegenheden ‘uit tot redding van uw volk, tot redding van uw gezalfde’ (3:13 – merk op hoe ‘gezalfde’ hier blijkbaar verwijst naar het hele volk van God, niet slechts naar de Davidische koning).
(3) Maar Habakuk heeft gehoord wat God gezegd heeft over deze gelegenheid. Hoezeer het ook zijn hart doet beven en zijn knieën doet knikken (3:16), hij is vastbesloten om de enige wijze koers te volgen: ‘toch zal ik rustig afwachten de dag der benauwdheid, wanneer die aanbreken zal voor het volk dat met benden ons aanvalt’ (3:16).
Met andere woorden, hij zal wachten op wat God heeft beloofd – het rechtvaardige oordeel van God over de onderdrukkers, zelfs als het volk van God eerst zelf oordeel moet ondergaan.
(4) Maar het mooiste en meest inzichtrijke deel van Habakuks gebed is voorbehouden voor het einde. Zijn ultieme vertrouwen rust niet op het vooruitzicht van oordeel over Babylon. Aan de ene kant staat zijn uiteindelijke vertrouwen volkomen los van politieke omstandigheden en van het materiële welzijn van zijn volk. ‘Al zou de vijgeboom niet bloeien, en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn’, zo schrijft hij, en ‘de vrucht van de olijfboom teleurstellen; al zouden de akkers geen spijs opleveren, de schapen uit de kooi verdreven zijn en er geen runderen in de stallingen zijn, nochtans zal ik juichen in de HERE, jubelen in de God van mijn heil’ (3:17-18).
Een dergelijk geloof kan leven zonder te weten; het kan overwinnen wanneer er geen opwekking is; het kan zich in God verblijden, zelfs al is de cultuur in verval. ‘De HERE Here is mijn kracht: Hij maakt mijn voeten als die der hinden, Hij doet mij treden op mijn hoogten’ (3:19).
Eigen vertaling van de overdenking bij 8 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
maandag 7 december 2015
Wee hem die de stad met bloed bouwt, en de veste op onrecht grondvest! (Hab. 2)

2 Kronieken 7; 2 Johannes; Habakuk 2; Lukas 21
Gods antwoord (Hab. 2) op Habakuks tweede klacht (zie de overdenking van gisteren) beantwoordt én vermijdt die gedeeltelijk. Om preciezer te zijn, het antwoord verwerpt impliciet het ene deel van Habakuks vraag door alle gewicht te leggen op het andere deel.
God beschouwt zijn antwoordt duidelijk als dermate belangrijk dat Hij wil dat het verspreid wordt (2:2), dus wat begint als een privécommunicatie zet nu de eerste stap om te worden opgenomen in de canon.
God beschrijft de ‘typische’ Babyloniër (2:4-5): opgeblazen, vol zondige begeerten, vaak dronken, arrogant, rusteloos, hebzuchtig, gewelddadig en onderdrukkend. Hij is precies het tegenovergestelde van wat God wil dat een mens, een beelddrager van God, is: ‘de rechtvaardige zal door zijn geloof leven’ (2:4).
Er woedt een lange strijd of het woord voor ‘geloof’ beter kan worden weergegeven met ‘trouw’, vooral omdat deze zin geciteerd wordt in het Nieuwe Testament (Rom. 1:17; Gal. 3:11; Heb. 10:37-38). Alhoewel er sterke stemmen zijn aan beide kanten, kan een stevig pleidooi worden gevoerd om de onduidelijkheid te laten staan.
Tegenover de persoon van wie God de zondige wandel opsomt in de omringende zinnen, wil God zeker dat mensen ‘trouw’ zijn. Aan de andere kant beschrijven de voorafgaande twee zinnen de zondaars als ‘opgeblazen’ en met begeerten die ‘niet recht’ zijn – precies het tegenovergestelde van een persoon met waarachtig ‘geloof’, dat in de Bijbel van God afhangt en daarom niet opgeblazen kan zijn (hetgeen onafhankelijkheid van God veronderstelt), noch verdorven.
Wat ook de te verkiezen manier om die zin te verstaan, de Babyloniërs zelf zijn zo slecht, zegt God, dat al hun gewezen slachtoffers op een dag zullen opstaan en de onderdrukkers zullen beschimpen met een lange lijst van ‘weeën’ (2:6, 9, 12, 15, 19) – dramatische vervloekingen die over hen worden uitgesproken omwille van hun vreselijke zonden.
Deze weeën moeten overdacht worden door elk volk met een verlangen om rechtvaardig te handelen. Het laatste wee is verbonden met afgoderij: ‘Wee hem die tot een stuk hout zegt: Ontwaak, en tot een stomme steen: Word wakker. Zou die onderrichten? Zie, hij is gevat in goud en zilver, doch er is volstrekt geen geest in hem. Maar de HERE is in zijn heilige tempel. Zwijg voor Hem, gij ganse aarde!’ (2:19-20).
Het is alsof de zondigheid van de Babyloniërs terug te voeren is naar hun afgoderij. De woorden zijn krachtige herinneringen dat God regeert over alle volkeren en dat hij de afgoderij verfoeit die mensen ertoe drijft meer te hunkeren naar geschapen dingen dan naar de Schepper die ze maakte en aan wie ze alles verschuldigd zijn (vgl. Rom. 1:18 e.v.).
Zo heeft God niet uitgelegd hoe Hij een zondiger volk kan gebruiken om een minder zondig volk te tuchtigen. Veeleer heeft Hij gezegd dat Hij meer weet over de zondigheid van de Babyloniërs dan Habakuk, dat Hij de boeken goed bijhoudt, en dat op een dag recht zal geschieden.
Eigen vertaling van de overdenking bij 7 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
zondag 6 december 2015
Waarom zwijgt Gij, als de goddeloze verslindt hem die rechtvaardiger is dan hij? (Hab. 1)

2 Kronieken 6:12-42; 1 Johannes 5; Habakuk 1; Lukas 20
De profetie van Habakuk – of, meer precies, ‘de godsspraak, die de profeet Habakuk geschouwd heeft’ – wordt niet neergezet als iets dat hij aan anderen moest overbrengen, maar als een antwoord op zijn eigen klacht tegenover de Heer.
Het feit dat die werd opgeschreven en bewaard in de canon betekent dat, in Gods voorzienigheid, ofwel Habakuk ofwel iemand anders dit dermate belangrijk vond dat anderen het moesten kunnen lezen. Het mag geen privécommunicatie blijven (zoals de vertrouwelijke openbaringen die Paulus soms ontving, zie 2 Kor. 12:1-10).
De aard van Habakuks protest wordt uiteengezet in Habakuk 1. Het kader is blijkbaar de tijd van de finale Babylonische aanval (1:6). Initieel gaat Habakuks klacht over zijn eigen volk en cultuur (1:2-5). Hij heeft tot de Heer om hulp geroepen, en verwacht een door God gezonden opwekking.
‘Hoelang, HERE, roep ik om hulp, en Gij hoort niet?’ (1:2). De rest van zijn klacht somt de symptomen op van een cultuur in neergang: geweld, ongerechtigheid, onrecht, strijd, conflict, en de wet van God die krachteloos wordt gemaakt.
Maar God antwoordt met woorden die Habakuk niet wil horen. Habakuk wil een opwekking; God belooft oordeel (1:6-11). Indien Habakuk zo bekommerd is om de ongerechtigheid, zou hij moeten weten dat God er iets zal aan doen: Hij zal ze bestraffen.
God zal iets verbazingwekkends doen: Hij zal de Babyloniërs doen opstaan, ‘dat grimmige en onstuimige volk, dat de breedten der aarde doortrekt om woonsteden in bezit te nemen, die de zijne niet zijn’ (1:6).
Ze zullen komen ‘om geweld te bedrijven’ en ‘het verzamelt gevangenen als zand’ (1:9). God doet niet alsof de Babyloniërs een aangenaam volk zijn. Na de enorme kracht van hun gewapende troepen te hebben beschreven, noemt hij hen ronduit een schuldig volk, ‘wiens kracht zijn god is’ (1:11).
Deze schuldige mensen, dronken van de barbaarsheid van hun eigen geweld, vormen het volk dat God zal ontplooien om zijn eigen verbondsvolk te tuchtigen – in antwoord op Habakuks gebed dat God iets zou doen aan de ongerechtigheid in het land.
Gods antwoord bevredigt Habakuk niet. De tweede klacht (1:12—2:1) gaat naar de kern van de kwestie. Gegeven dat God eeuwig en trouw is aan zijn verbondsvolk; ook gegeven dat Hij ‘te rein van ogen’ is ‘om het kwaad te zien’ (1:13) en daarom zijn eigen verbondsvolk moet straffen, blijft de brandende vraag: ‘waarom aanschouwt Gij de trouwelozen en zwijgt Gij, als de goddeloze verslindt hem die rechtvaardiger is dan hij’ (1:13, cursief toegevoegd).
Want hoe zondig de Judeeërs ook zijn, de Babyloniërs zijn nog slechter. Hoe kan God nog zondiger mensen gebruiken om anderen te straffen die minder zondig zijn?
Welke andere voorbeelden hiervan vind je in de geschiedenis, zowel de gewijde als de profane?
Eigen vertaling van de overdenking bij 6 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
zondag 8 december 2013
De HERE Here is mijn kracht: Hij maakt mijn voeten als die der hinden (Hab. 3)

2 Kronieken 8; 3 Johannes; Habakuk 3; Lukas 22Habakuks laatste gebed (Hab. 3) is in grote lijnen een reactie op het perspectief van de Heer in hoofdstuk 2. Het is een heel mooi voorbeeld van hoe te reageren op openbaringen van God wanneer die iets zeggen dat we misschien niet zo fijn vinden.
Dit zijn de dominerende thema’s:
(1) Habakuk blijft bidden voor opwekking. Wie weet of dit niet een van die gelegenheden is waarin God hartstochtelijke voorbede verhoort? In het voorgaande hoofdstuk sluit God de mogelijkheid van een dergelijke bezoeking niet volledig uit.
Dus bidt Habakuk: ‘HERE, ik heb de tijding aangaande U vernomen, ik ben, HERE, met vreze voor uw werk vervuld; roep het in het leven in de loop der jaren, maak het openbaar in de loop der jaren; gedenk in de toorn aan ontfermen!’ (3:2).
(2) In uiterst poëtische taal roept Habakuk dan herinneringen op aan een aantal gelegenheden uit het verleden waarin God in feite zijn verbondsvolk redde door hun tegenstanders te slaan. ‘In gramschap doorschrijdt Gij de aarde, in toorn dorst Gij de volkeren’, herinnert Habakuk (3:12), duidelijk suggererend ‘waarom nu niet opnieuw?’.
Uiteindelijk, zo voegt hij toe, trok U bij die gelegenheden ‘uit tot redding van uw volk, tot redding van uw gezalfde’ (3:13 – merk op hoe ‘gezalfde’ hier blijkbaar verwijst naar het hele volk van God, niet slechts naar de Davidische koning).
(3) Maar Habakuk heeft gehoord wat God gezegd heeft over deze gelegenheid. Hoezeer het ook zijn hart doet beven en zijn knieën doet knikken (3:16), hij is vastbesloten om de enige wijze koers te volgen: ‘toch zal ik rustig afwachten de dag der benauwdheid, wanneer die aanbreken zal voor het volk dat met benden ons aanvalt’ (3:16).
Met andere woorden, hij zal wachten op wat God heeft beloofd – het rechtvaardige oordeel van God over de onderdrukkers, zelfs als het volk van God eerst zelf oordeel moet ondergaan.
(4) Maar het mooiste en meest inzichtrijke deel van Habakuks gebed is voorbehouden voor het einde. Zijn ultieme vertrouwen rust niet op het vooruitzicht van oordeel over Babylon. Aan de ene kant staat zijn uiteindelijke vertrouwen volkomen los van politieke omstandigheden en van het materiële welzijn van zijn volk. ‘Al zou de vijgeboom niet bloeien, en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn’, zo schrijft hij, en ‘de vrucht van de olijfboom teleurstellen; al zouden de akkers geen spijs opleveren, de schapen uit de kooi verdreven zijn en er geen runderen in de stallingen zijn, nochtans zal ik juichen in de HERE, jubelen in de God van mijn heil’ (3:17-18).
Een dergelijk geloof kan leven zonder te weten; het kan overwinnen wanneer er geen opwekking is; het kan zich in God verblijden, zelfs al is de cultuur in verval. ‘De HERE Here is mijn kracht: Hij maakt mijn voeten als die der hinden, Hij doet mij treden op mijn hoogten’ (3:19).
Eigen vertaling van de overdenking bij 8 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
zaterdag 7 december 2013
Wee hem die de stad met bloed bouwt, en de veste op onrecht grondvest! (Hab. 2)

2 Kronieken 7; 2 Johannes; Habakuk 2; Lukas 21
Gods antwoord (Hab. 2) op Habakuks tweede klacht (zie de overdenking van gisteren) beantwoordt én vermijdt die gedeeltelijk. Om preciezer te zijn, het antwoord verwerpt impliciet het ene deel van Habakuks vraag door alle gewicht te leggen op het andere deel.
God beschouwt zijn antwoordt duidelijk als dermate belangrijk dat Hij wil dat het verspreid wordt (2:2), dus wat begint als een privécommunicatie zet nu de eerste stap om te worden opgenomen in de canon.
God beschrijft de ‘typische’ Babyloniër (2:4-5): opgeblazen, vol zondige begeerten, vaak dronken, arrogant, rusteloos, hebzuchtig, gewelddadig en onderdrukkend. Hij is precies het tegenovergestelde van wat God wil dat een mens, een beelddrager van God, is: ‘de rechtvaardige zal door zijn geloof leven’ (2:4).
Er woedt een lange strijd of het woord voor ‘geloof’ beter kan worden weergegeven met ‘trouw’, vooral omdat deze zin geciteerd wordt in het Nieuwe Testament (Rom. 1:17; Gal. 3:11; Heb. 10:37-38). Alhoewel er sterke stemmen zijn aan beide kanten, kan een stevig pleidooi worden gevoerd om de onduidelijkheid te laten staan.
Tegenover de persoon van wie God de zondige wandel opsomt in de omringende zinnen, wil God zeker dat mensen ‘trouw’ zijn. Aan de andere kant beschrijven de voorafgaande twee zinnen de zondaars als ‘opgeblazen’ en met begeerten die ‘niet recht’ zijn – precies het tegenovergestelde van een persoon met waarachtig ‘geloof’, dat in de Bijbel van God afhangt en daarom niet opgeblazen kan zijn (hetgeen onafhankelijkheid van God veronderstelt), noch verdorven.
Wat ook de te verkiezen manier om die zin te verstaan, de Babyloniërs zelf zijn zo slecht, zegt God, dat al hun gewezen slachtoffers op een dag zullen opstaan en de onderdrukkers zullen beschimpen met een lange lijst van ‘weeën’ (2:6, 9, 12, 15, 19) – dramatische vervloekingen die over hen worden uitgesproken omwille van hun vreselijke zonden.
Deze weeën moeten overdacht worden door elk volk met een verlangen om rechtvaardig te handelen. Het laatste wee is verbonden met afgoderij: ‘Wee hem die tot een stuk hout zegt: Ontwaak, en tot een stomme steen: Word wakker. Zou die onderrichten? Zie, hij is gevat in goud en zilver, doch er is volstrekt geen geest in hem. Maar de HERE is in zijn heilige tempel. Zwijg voor Hem, gij ganse aarde!’ (2:19-20).
Het is alsof de zondigheid van de Babyloniërs terug te voeren is naar hun afgoderij. De woorden zijn krachtige herinneringen dat God regeert over alle volkeren en dat hij de afgoderij verfoeit die mensen ertoe drijft meer te hunkeren naar geschapen dingen dan naar de Schepper die ze maakte en aan wie ze alles verschuldigd zijn (vgl. Rom. 1:18 e.v.).
Zo heeft God niet uitgelegd hoe Hij een zondiger volk kan gebruiken om een minder zondig volk te tuchtigen. Veeleer heeft Hij gezegd dat Hij meer weet over de zondigheid van de Babyloniërs dan Habakuk, dat Hij de boeken goed bijhoudt, en dat op een dag recht zal geschieden.
Eigen vertaling van de overdenking bij 7 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
vrijdag 6 december 2013
Waarom zwijgt Gij, als de goddeloze verslindt hem die rechtvaardiger is dan hij? (Hab. 1)

2 Kronieken 6:12-42; 1 Johannes 5; Habakuk 1; Lukas 20
De profetie van Habakuk – of, meer precies, ‘de godsspraak, die de profeet Habakuk geschouwd heeft’ – wordt niet neergezet als iets dat hij aan anderen moest overbrengen, maar als een antwoord op zijn eigen klacht tegenover de Heer.
Het feit dat die werd opgeschreven en bewaard in de canon betekent dat, in Gods voorzienigheid, ofwel Habakuk ofwel iemand anders dit dermate belangrijk vond dat anderen het moesten kunnen lezen. Het mag geen privécommunicatie blijven (zoals de vertrouwelijke openbaringen die Paulus soms ontving, zie 2 Kor. 12:1-10).
De aard van Habakuks protest wordt uiteengezet in Habakuk 1. Het kader is blijkbaar de tijd van de finale Babylonische aanval (1:6). Initieel gaat Habakuks klacht over zijn eigen volk en cultuur (1:2-5). Hij heeft tot de Heer om hulp geroepen, en verwacht een door God gezonden opwekking.
‘Hoelang, HERE, roep ik om hulp, en Gij hoort niet?’ (1:2). De rest van zijn klacht somt de symptomen op van een cultuur in neergang: geweld, ongerechtigheid, onrecht, strijd, conflict, en de wet van God die krachteloos wordt gemaakt.
Maar God antwoordt met woorden die Habakuk niet wil horen. Habakuk wil een opwekking; God belooft oordeel (1:6-11). Indien Habakuk zo bekommerd is om de ongerechtigheid, zou hij moeten weten dat God er iets zal aan doen: Hij zal ze bestraffen.
God zal iets verbazingwekkends doen: Hij zal de Babyloniërs doen opstaan, ‘dat grimmige en onstuimige volk, dat de breedten der aarde doortrekt om woonsteden in bezit te nemen, die de zijne niet zijn’ (1:6).
Ze zullen komen ‘om geweld te bedrijven’ en ‘het verzamelt gevangenen als zand’ (1:9). God doet niet alsof de Babyloniërs een aangenaam volk zijn. Na de enorme kracht van hun gewapende troepen te hebben beschreven, noemt hij hen ronduit een schuldig volk, ‘wiens kracht zijn god is’ (1:11).
Deze schuldige mensen, dronken van de barbaarsheid van hun eigen geweld, vormen het volk dat God zal ontplooien om zijn eigen verbondsvolk te tuchtigen – in antwoord op Habakuks gebed dat God iets zou doen aan de ongerechtigheid in het land.
Gods antwoord bevredigt Habakuk niet. De tweede klacht (1:12—2:1) gaat naar de kern van de kwestie. Gegeven dat God eeuwig en trouw is aan zijn verbondsvolk; ook gegeven dat Hij ‘te rein van ogen’ is ‘om het kwaad te zien’ (1:13) en daarom zijn eigen verbondsvolk moet straffen, blijft de brandende vraag: ‘waarom aanschouwt Gij de trouwelozen en zwijgt Gij, als de goddeloze verslindt hem die rechtvaardiger is dan hij’ (1:13, cursief toegevoegd).
Want hoe zondig de Judeeërs ook zijn, de Babyloniërs zijn nog slechter. Hoe kan God nog zondiger mensen gebruiken om anderen te straffen die minder zondig zijn?
Welke andere voorbeelden hiervan vind je in de geschiedenis, zowel de gewijde als de profane?
Eigen vertaling van de overdenking bij 6 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.
woensdag 17 december 2008
Ter droeve gedachtenis

Kort geleden stierf mevrouw Bidstond in de Gemeente Oppervlakkigheid aan de Wereldgelijkvormigheidsstraat. Ze was enkele jaren geleden geboren tijdens een grote opwekking. Gedurende lange tijd was zij een van de belangrijkste leden van de Gemeente Gods. Ze was zwakker en zwakker geworden. Haar laatste woorden golden nog enkele zakelijke verordeningen. (Haar oudere broer Bijbelstudie was al lang gestorven.)
Twee specialisten, dr. Goedewerken en dr. Wereldvriend, spande zich ten zeerste in om de oorzaak van haar ziekte vast te stellen, maar helaas.
De lijkschouwing wees uit dat het deze ongelukkige aan innerlijke voeding, maar bovendien ook aan uiterlijk vasten en ijver voor God ontbroken had. De oppervlakkigheid en liefdeloosheid van de overige gemeenteleden hadden bovendien haar einde bespoedigd. Haar lichaam rust nu op de begraafplaats ‘Vergane Glorie'.
Bron: Guus en Janny Bringsken in het zendingsblad 'Brazilië Pionier'. (Deze overdenking werd eerder geciteerd in het boek ‘Radicaal anders denken door Christus' van Herman Hegger.)
Zelf las ik het stukje op habakuk.nu
donderdag 30 oktober 2008
'God bestaat waarschijnlijk niet'

Gelezen op habakuk.nu:
Opiniestuk met enkele goede (tegen)argumenten (door Jos de Keijzer) ...
'God bestaat waarschijnlijk niet'
In Engeland is onlangs een reclamecampagne van start gegaan om het atheïsme te promoten. Er rijden van januari bussen door London met de slogan ‘There's probably no God. Now stop worrying and enjoy your life' - 'God bestaat waarschijnlijk niet, dus maak je niet druk en geniet van het leven'. Zelfs de schrijver van The God Delusion, Richard Dawkins (foto) doet mee. Gelet op het feit dat de westerse media doorgaans op de hand zijn van het humanistisch gedachtegoed of op zijn minst agnostisch zijn, lijkt deze campagne vrij overbodig. Dit initiatief is dan ook vrij opmerkelijk te noemen. Atheïsten hebben niet, zoals christenen, een zendingsopdracht. Het wezen van het atheïsme, dat er geen God is, brengt een ‘opdrachtloosheid' met zich mee. Er is geen missie en dus ook geen vergelding (stop worrying). Maar daar zit ‘m nu juist de ironie.
1. Als God niet bestaat, is er inderdaad geen reden om je zorgen te maken, want er is geen afrekening. Maar er is ook helemaal geen reden om zo'n boodschap de wereld in te sturen, omdat een atheïstisch wereldbeeld geen zin, doel of betekenis aan het leven toekent. Waarom zou je mensen dan iets bij willen brengen? Als er geen reden tot zorg is - er is immers geen wetgevende God - waarom voelen deze atheïsten zich dan moreel gedrongen om deze actie te organiseren?
2. Trouwens, is er wel reden om je géén zorgen te maken? Is het niet ontzettend zorgwekkend te ontdekken dat God waarschijnlijk niet bestaat? Ineens heeft het leven geen zin meer. Plotseling moeten we aannemen dat er na de dood niets is. Onze eindigheid is definitief. Zonder God staat eigenlijk alles op losse schroeven. (Filosofen weten dat stiekem al, maar de rest van het westen doet alsof er niets aan de hand is).
3. Hoe zou deze boodschap ‘don't worry, enjoy life' klinken in de oren van watersnoodslachtoffers in India en Haïti, getroffenen van de aardbevingen in China en Pakistan enz. De armen van deze wereld hebben al zo weinig zorgeloos te genieten; wat blijft er zonder een God die opkomt voor de zwakken nog van het leven over? Sterker nog, de atheïsten in het westen zullen nu nog minder in hun geweten aangesproken worden om de armen te helpen. Immers: ‘There's probably no God, now stop worrying and enjoy life'.
Gok van Pascal
Er zit nog iets curieus aan de slogan: God bestaat ‘waarschijnlijk' niet. O, ze weten het niet helemaal zeker. Dat is een eerlijke toegeving met flink wat implicaties. Ik moet daarbij denken aan de zogenaamde ‘Gok van Pascal'. Volgens Blaise Pascal kun je bij de onzekerheid over Gods bestaan maar het beste christen worden. Immers als God niet bestaat dan heb je tenminste een moreel waardig leven geleefd en als God wel bestaat kom je in de hemel. Voor de ongelovige is er ofwel geen leven óf een hel na de dood. Geen moeilijke keuze toch?
Hoewel, ‘ongelovigen'? Het is fijn om te ontdekken dat atheïsten toegeven ‘gelovig' te zijn. Ze geloven dat God niet bestaat. Maar is zo'n credo nu echt reden om de straat op te gaan om mensen over te halen?
donderdag 23 oktober 2008
Bewaak je regenpijp

"Bewaakt u uw regenpijp? ‘De dood is geklommen in onze vensters, hij is gekomen in onze paleizen, om uit te roeien het kind van de straat, de jongelingen van de pleinen' (Jeremia 9:21). Saillant detail: negentig procent van de computers heeft Windows (letterlijk: vensters) als besturingssysteem. Actueel boek, die Bijbel."
Lees hier het volledige opiniestuk van habakuk.nu.
woensdag 1 oktober 2008
Publiek protest of stil blijven?
Op www.habakuk.nu staat het stuk "Geworteld in gebed". De redactie van Habakuk schrijft het volgende:
"Van de satirische website Goedgelovig.nl kregen wij onlangs een flinke veeg uit de pan. Het grote bezwaarpunt van Goedgelovig: Habakuk.nu publiceert regelmatig proteststukken, maar in een reactie op de Madonna-actie wordt plotseling beweerd dat christenen zich niet publiekelijk moeten manifesteren, maar zich beter kunnen toeleggen op ‘stil protest’ (gebed). Is dit niet een beetje inconsequent? Ons antwoord: ja, dat is inderdaad een beetje inconsequent.
In onze reactie op de Madonna-actie schreven we: ‘Een dominee deed bij het Madonna-concert in 2006 een valse bommelding om de popdiva van haar act te weerhouden. Terecht dat Goedgelovig-columnist Butler daar de spot mee drijft. Want moet je een publieksstunt beantwoorden met weer een nieuwe publieksstunt? Moeten wij het ‘opnemen' voor God? En als zo'n actie mislukt, is dat dan een teken van Gods zwakte? Kan Hij de godslasteraars niet aan?’
Wij vonden het een beetje gênant dat deze dominee het publiekelijk opnam voor Gods eer, omdat zo’n actie Gods naam eerder belachelijk maakt dan eert. Dit leidde tot de conclusie: ‘Protest is in de Bijbel zelden publiek protest, maar vrijwel altijd verborgen protest. Bijbels protest is gebed, verootmoediging. Ons antwoord op de brute machten van dood, geweld, ziekte, belediging en plat entertainment is geen publieksmanifestatie, maar liefde, kwetsbaarheid en omzien naar de weduwen en wezen.’
Eenzijdig
En die conclusie is wat eenzijdig. Terecht merkte een wakkere lezer op: ‘Jeremia sprak op het tempelplein en deed nog veel meer aan publieke protesten. Micha ook en Jezus reinigde het tempelplein hardhandig (nog radicaler dan de profeten). Daarnaast waren de woorden van Jezus zeker niet een verborgen protest.’
Publiek protest kan heel Bijbels zijn en dat werd in ons stukje onvoldoende belicht. Want inderdaad: een publieke sorry-actie kan een heel sympathiek en christelijk gebaar zijn. En dat een publieksmanifestatie tegen onrecht, discriminitatie of vervolging ook heel christelijk kan zijn, spreekt vanzelf. Sterker nog: als christenen mogen we ons wel meer bezighouden met dit soort publieke protestacties.
Verborgen protest
Toch is een pleidooi voor ‘verborgen protest’ geen totale onzin. De Heilige Geest leidde Jezus veertig dagen naar de woestijn voor Hij zijn publieke optreden begon. Paulus leefde na zijn bekering zo'n twee jaar in stilte, gebed en verborgenheid voor hij het evangelie aan de heidenen ging verkondigen. En Jacobus schrijft: ‘Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven.’
Misschien is dit wel de juiste conclusie: publiek protest moet geworteld zijn in 'verborgen protest', dus in gebed, verootmoediging en zorg voor kwetsbaren. Zo’n houding kan ons bewaren voor publieke acties die Gods heilige naam belachelijk maken."
Bron: site Habakuk
"Van de satirische website Goedgelovig.nl kregen wij onlangs een flinke veeg uit de pan. Het grote bezwaarpunt van Goedgelovig: Habakuk.nu publiceert regelmatig proteststukken, maar in een reactie op de Madonna-actie wordt plotseling beweerd dat christenen zich niet publiekelijk moeten manifesteren, maar zich beter kunnen toeleggen op ‘stil protest’ (gebed). Is dit niet een beetje inconsequent? Ons antwoord: ja, dat is inderdaad een beetje inconsequent.
In onze reactie op de Madonna-actie schreven we: ‘Een dominee deed bij het Madonna-concert in 2006 een valse bommelding om de popdiva van haar act te weerhouden. Terecht dat Goedgelovig-columnist Butler daar de spot mee drijft. Want moet je een publieksstunt beantwoorden met weer een nieuwe publieksstunt? Moeten wij het ‘opnemen' voor God? En als zo'n actie mislukt, is dat dan een teken van Gods zwakte? Kan Hij de godslasteraars niet aan?’
Wij vonden het een beetje gênant dat deze dominee het publiekelijk opnam voor Gods eer, omdat zo’n actie Gods naam eerder belachelijk maakt dan eert. Dit leidde tot de conclusie: ‘Protest is in de Bijbel zelden publiek protest, maar vrijwel altijd verborgen protest. Bijbels protest is gebed, verootmoediging. Ons antwoord op de brute machten van dood, geweld, ziekte, belediging en plat entertainment is geen publieksmanifestatie, maar liefde, kwetsbaarheid en omzien naar de weduwen en wezen.’
Eenzijdig
En die conclusie is wat eenzijdig. Terecht merkte een wakkere lezer op: ‘Jeremia sprak op het tempelplein en deed nog veel meer aan publieke protesten. Micha ook en Jezus reinigde het tempelplein hardhandig (nog radicaler dan de profeten). Daarnaast waren de woorden van Jezus zeker niet een verborgen protest.’
Publiek protest kan heel Bijbels zijn en dat werd in ons stukje onvoldoende belicht. Want inderdaad: een publieke sorry-actie kan een heel sympathiek en christelijk gebaar zijn. En dat een publieksmanifestatie tegen onrecht, discriminitatie of vervolging ook heel christelijk kan zijn, spreekt vanzelf. Sterker nog: als christenen mogen we ons wel meer bezighouden met dit soort publieke protestacties.
Verborgen protest
Toch is een pleidooi voor ‘verborgen protest’ geen totale onzin. De Heilige Geest leidde Jezus veertig dagen naar de woestijn voor Hij zijn publieke optreden begon. Paulus leefde na zijn bekering zo'n twee jaar in stilte, gebed en verborgenheid voor hij het evangelie aan de heidenen ging verkondigen. En Jacobus schrijft: ‘Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven.’
Misschien is dit wel de juiste conclusie: publiek protest moet geworteld zijn in 'verborgen protest', dus in gebed, verootmoediging en zorg voor kwetsbaren. Zo’n houding kan ons bewaren voor publieke acties die Gods heilige naam belachelijk maken."
Bron: site Habakuk
Abonneren op:
Posts (Atom)