Posts tonen met het label rechtvaardiging. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rechtvaardiging. Alle posts tonen

donderdag 10 april 2014

'Heere, luister naar mijn rechtvaardige zaak' (Ps. 17)


Leviticus 14; Psalm 17; Spreuken 28; 2 Thessalonicenzen 2
Psalm 17 is een gebed om rechtvaardiging. David weet anders wel goed dat hij niet altijd rechtvaardig is (zie Ps. 51!). Maar in specifieke omstandigheden kan de gelovige man of vrouw wel zeker weten dat hij of zij heeft gehandeld met volkomen integriteit, met transparante gerechtigheid. Dit is het geval met David hier.

Als tegenstanders in zulke gevallen over je liegen of een roddelcampagne opstarten, als ze je achterna jagen als leeuwen hun prooi (17:10-12), wat moeten de rechtvaardigen dan doen?

De eerste vereiste is dan nederig op zoek te gaan naar de God die rechtvaardigt. David hoopt zelfs niet alleen op ultieme rechtvaardiging, maar op iets meer onmiddellijks: ‘Sta op, HERE, treed hem tegemoet, doe hem bukken, red met uw zwaard mijn leven van de goddeloze’ (17:13).

Maar net zo goed erkent hij dat vragen om rechtvaardiging van een God als dit, hem op een lijn plaatst met hen die niet gewoon tot deze wereld behoren: red ‘met uw hand, HERE, van de mannen, van de wereldse mannen, wier deel in dit leven is (17:14, cursief toegevoegd). [Noot: de Herziene Statenvertaling leunt hier dichter aan bij het Engelse ‘men of this world’, want zegt: ‘van de mannen van de wereld’].

Aangezien God soeverein blijft, kan rechtvaardiging finaal slechts van God komen: ‘Laat het oordeel over mij van uw aangezicht uitgaan: uw ogen schouwen wat recht is’ (17:2). En David doet zelfs beroep op Gods trouwe liefde voor de zijnen: ‘Maak uw gunstbewijzen wonderbaar, Verlosser van hen die voor tegenstanders schuilen bij uw rechterhand’ (17:7).

Dit zijn allemaal belangrijke lessen die in de Bijbel vaak worden herhaald, hetzij in hun geheel of gedeeltelijk. Zo lezen we dat de apostel Paulus de gelovigen in Rome opdraagt: ‘Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen. Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden [Deut. 32:35], spreekt de Here (Rom. 12:17-19, cursief toegevoegd).

Dit is een les die gelovigen voortdurend opnieuw moeten leren en altijd weer op zichzelf moeten toepassen. Het is best gemakkelijk te vatten wanneer de dingen goed gaan. Maar wanneer gemeenteleden op unfaire manier je dienstwerk aanvallen, wanneer roddelaars je positie in het bedrijf ondermijnen om er zelf voordeel uit te halen, wanneer collega’s in het universiteitsdepartement voortdurend de meest lelijke motieven verbinden aan alles wat je zegt en doet – dat is de test of je dingen in de handen van God kunt leggen, wiens zorg uitgaat naar de zijnen en wiens passie voor gerechtigheid uiteindelijke rechtvaardiging verzekert.

En een dergelijk geloof bevrijdt ons van druk, van stress: ‘Maar ik zal in gerechtigheid uw aangezicht aanschouwen, en bij het ontwaken mij verzadigen met uw beeld’ (17:15).


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 1 december 2013

Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt (Micha 6)

1 Kronieken 29; 2 Petrus 3; Micha 6; Lukas 15
Er is een belangrijke gemeenschappelijke basis in Micha 6 en Lukas 15. Toch zal ik die maar terloops belichten.

Een van de slogans van de Reformatie was ‘simul justus et peccator’, een Latijnse uitspraak die iets betekent als ‘tegelijk (ge)recht(vaardigd) en een zondaar’. Het was een manier om het wettelijke karakter van rechtvaardiging te benaderen zoals Paulus die uitlegde.

Op basis van Christus’ dood verklaart God schuldige zondaars rechtvaardig – niet omdat ze, vanuit het feit van de rechtvaardiging zelf, in hun daden en gedachten werkelijk recht of rechtvaardig zijn, maar omdat het hen geschonken is bij de rechterstoel van Gods recht. Omdat Christus hun straf betaald heeft, zijn ze rechtvaardig in Gods ogen, zelfs al zijn ze dan, op het vlak van hun werkelijke bestaan, nog altijd zondaars.

Niettemin hebben de Hervormers nooit gedacht dat rechtvaardiging op zichzelf staat. Rechtvaardiging is een onderdeel van de redding, maar het is er niet het enige aspect van. De Heilige Geest brengt overtuiging van zonde en wedergeboorte; de ultieme stap is de finale transformatie van Gods volk naar lichaam en geest op de laatste dag. Deze elementen en andere horen samen, en al wie werkelijk gered zijn ervaren dit uiteindelijk allemaal.

Dus terwijl rechtvaardiging in en op zichzelf een mens nog altijd een zondaar laat, staat die rechtvaardiging nooit helemaal op zich. Ware redding vergeeft ons niet alleen, ze transformeert ons ook.

Micha begrijpt dit. Hij behandelt niet zozeer de basis van Israëls aanvaarding voor God (die uiteindelijk verbonden is met Gods genade, Deut. 9) maar benadrukt veeleer dat, indien de verbondsrelatie met God echt is, ze niet zal doordrenkt zijn van afgoderij, syncretisme en ongerechtigheid.

Dus hoe zal ik voor de Heer verschijnen? Zal ik de voorgeschreven jaarling offeren (6:6)? Of wat met het offeren van mijn eigen zoon: zal dit volstaan als betaling ‘voor de zonde mijner ziel’ (6:7)? Wat de Heer eist is dit: ‘niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God’ (6:8).

Micha staat natuurlijk niet alleen op dit punt. Jezus predikte iets gelijkaardigs, terwijl Hij Hosea citeerde (Mt. 9:13). Paulus benadrukte dat de zondaar het koninkrijk van God niet zal beërven (1 Kor. 6:9-11). Hij bedoelt niet dat alleen wie continu bijzonder braaf zijn er zullen geraken, want hij vervolgt met te zeggen dat sommige van zijn lezers ooit bijzonder zondige zaken bedreven. Maar als ze werkelijk gered zijn, moet er zich een transformatie voordoen.

Dit is evenzeer waar in de gelijkenis van de verloren zoon (Lk. 15:11- 27). Hij wordt aangenomen door de genade van de vader. Maar in de complexiteit van de terugkeer, laat de zoon zijn zonde achter zich wanneer hij zichzelf toevertrouwt aan de genade van zijn vader.

Hoe uiterst belangrijk ‘simul justus et peccator’ ook is, het mag nooit, maar dan ook nooit gebruikt worden om de zondige praktijk goed te praten.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 december uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 10 mei 2013

Wilt gij weten, gij dwaze mens, dat het geloof zonder de werken niets uitwerkt? (Jak. 2)


Numeri 19; Psalmen 56-57; Jesaja 8:1-9:7; Jakobus 2

‘Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet’ (Rom. 3:28). Zo schrijft de apostel Paulus.

‘Wilt gij weten, gij dwaze mens’, argumenteert Jakobus, ‘dat het geloof zonder de werken niets uitwerkt?’ … Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof … Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood’ (Jakobus 2:14-26, in het bijzonder vers 20, 24 en 26).

De formele tegenspraak tussen Paulus en Jakobus is zo treffend dat ze doorheen de eeuwen tot onophoudelijke discussie leidde. Veel hedendaagse critici, sceptisch over het feit dat God werkelijk heeft gesproken in de Bijbel, denken dat de passages onverzoenbaar zijn, en dat ze samen aantonen dat er vanaf het begin diverse stromingen waren binnen de christenheid, met afzonderlijke en onderling zelfs tegenstrijdige uitleggingen. Anderen denken dat het ware geheim tot de relatie tussen Paulus en Jakobus ligt in zeer verschillende betekenissen van ‘werken’ of ‘daden’.

Diverse uitlegkundige syntheses werden gegeven, maar ze kunnen hier niet geëvalueerd worden. Het kan echter nuttig blijken om over de volgende punten na te denken:

(a) Paulus en Jakobus krijgen te maken met zeer verschillende problemen. Paulus staat tegenover hen die zeggen dat werken, of ze nu goed of slecht zijn, een fundamentele bijdrage leveren aan het feit of iemand christen wordt (zie een van zijn antwoorden in Rom. 9:10-12). Zijn antwoord is dat ze dit niet doen en ook niet kunnen doen: Gods genade wordt alleen door geloof verkregen.

Jakobus staat tegenover hen die beweren dat reddend geloof zelfs bij hen gevonden wordt die eenvoudig bevestigen (bijvoorbeeld) dat er één God is (Jak. 2:19). Zijn antwoord is dat dergelijk geloof onvoldoende is; zuiver geloof brengt goede werken voort, of anders is het dood geloof.

(b) Er staan dus kwesties van volgorde op het spel. Paulus betoogt dat werken iemand niet kunnen helpen om christen te worden; Jakobus betoogt dat goede werken moeten aan de dag gelegd worden door de christen. Maar Paulus zou het op dit punt niet oneens zijn; zie bijvoorbeeld 1 Korinthiërs 6:9-11.

(c) Paulus’ normale gebruik van ‘rechtvaardiging’ heeft te maken met die daad van God waardoor, op grond van Christus’ werk aan het kruis, Hij schuldige zondaars onschuldig en rechtvaardig verklaart. Dergelijke rechtvaardiging is volkomen genadig (Rom. 3:20; Gal. 2:16). Jakobus focust eerder op ‘rechtvaardiging’ ten opzichte van anderen (Jak. 2:18) en zelfs in het uiteindelijke oordeel. Een oprecht christelijk leven, zegt Jakobus, moet een getransformeerd leven zijn.

Weer is Paulus het niet oneens: ‘Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage wat hij in zijn lichaam verricht heeft, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad’ (2 Kor. 5:10).

Het toekennen van beloningen mag dan uit genade zijn, want zelfs onze goede daden komen uiteindelijk voort uit Gods genade – maar de daden zijn daarom niet minder nodig.


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 mei uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 21 december 2012

De aanklager van onze broeders is neergeworpen (Opb. 12)



2 Kronieken 25, Openbaring 12, Zacharia 8, Johannes 11
Het gezicht van Openbaring 12 biedt de uiteindelijke reden voor de voortdurende verdrukkingen van het volk van God. Die reden is niets minder dan de razernij van Satan.

De vrouw in dit hoofdstuk is niet Maria, maar een personage die het volk van God voorstelt. Uit haar komt Jezus voort, de zoon die ‘alle heidenen zal hoeden met een ijzeren staf’ (12:5). Toch is zij niet gewoon Israël, want nadat Jezus opvaart naar God, wordt de vrouw achtergelaten met ‘de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben’ (12:17). De vrouw stelt dan het collectieve volk van God voor, zowel uit het oude als het nieuwe verbond.

Satan faalt in dit hoofdstuk niet alleen in zijn boosaardige poging om Jezus uit te schakelen (12:4-5), maar hij wordt ook verslagen door Michaël en uit de hemel geworpen (12:7-9). Hij wordt op de aarde gegooid (12:9). In razernij omwille van deze beperking (12:13), en ook in woede ‘omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft’ (12:12) voor zijn totale nederlaag, is hij vervuld met woede tegen de vrouw en haar nageslacht.

Veel van de rest van het hoofdstuk beschrijft zijn aanval tegen de vrouw en haar kinderen – tegen ons, christenen! – in symbolisch geladen taal afgeleid uit het Oude Testament.

Bij zijn aanvallen vind je beschuldigingen, die zowel bedoeld zijn om ons vertrouwen te vernietigen als om Gods toorn op te wekken tegen zijn volk, zondig als we zijn: Satan is ‘de aanklager van onze broeders’ (12:10). Maar in een cruciaal vers (12:11) vertelt Johannes ons hoe deze gelovigen de duivel overwinnen.

(1) ‘Zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam’. Het voorzetsel vertaald met ‘door’ zou moeten weergegeven worden als ‘op grond van’. Wanneer al zijn beschuldigingen tegen ons naar voren gebracht worden – zoveel ervan volkomen terecht, wanneer we dingen alleen afwegen aan de hand van de kwaliteit van onze trouw – wordt Satan tot zwijgen gebracht wanneer we erop staan dat onze aanvaarding voor God niet op onszelf is gegrond, maar op de dood van Jezus Christus. ‘wie zal veroordelen?’, vraagt Paulus jubelend. ‘Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit’ (Rom. 8:34). We hebben geen andere grond voor onze vrijspraak, en hebben die ook niet nodig.

(2) ‘Zij hebben hem overwonnen … door het woord van hun getuigenis’. Dit betekent niet dat ze regelmatig hun getuigenis gaven. Eerder betekent het dat ze voortdurend getuigenis aflegden van Jezus Christus; kortom, ze verkondigden voortdurend het evangelie. Dit is wat Satans nederlaag duidelijk stelt. Zwijg, en Satan wint.

(3) ‘Zij hebben hun leven niet liefgehad, tot in de dood’. Je kunt geen vijand verslaan die niet alleen bereid is te sterven, maar voor wie de dood winst betekent (Fil. 1:21).


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 27 augustus 2012

'De gemeente van God … geheiligd door Christus Jezus' (1 Kor. 1)


1 Samuel 19, 1 Korinthiërs 1, Klaagliederen 4, Psalm 35
Evangelicalen trekken regelmatig een duidelijke grens tussen rechtvaardiging en heiliging. Rechtvaardiging is Gods verklaring dat een individuele zondaar rechtvaardig is – een verklaring die niet gegrond is op het feit dat hij of zij rechtvaardig is, maar in Gods aanvaarding van Christus’ dood in de plaats van die van de zondaar, in God die aan de zondaar de gerechtigheid van Christus schenkt.

Het markeert het begin van de pelgrimsreis van de gelovige. Vanuit het oogpunt van de gelovige is gerechtvaardigd worden een definitieve ervaring, verbonden met Gods plannen in de dood van Christus, eens en voor altijd.

In contrast daarmee, werd heiliging in de Protestantse traditie gewoonlijk verstaan als verwijzend naar het proces waardoor gelovigen geleidelijk aan heiliger worden. (Heilig en geheiligd/heiliging hebben in het Grieks dezelfde wortel). Dit is geen ervaring van eens en voor altijd; het weerspiegelt een levenslange pelgrimstocht, een proces dat niet definitief voltooid zal zijn tot het ontstaan van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Het is niet wat God ons schenkt, hoe Hij ons beschouwt; het is wat we, door Hem bekrachtigd, kunnen worden.

Als we niet het onderscheid kunnen maken tussen rechtvaardiging en heiliging, eindigt dit meermaals in een vervaging van de rechtvaardiging. Als rechtvaardiging een nuance van persoonlijke groei in gerechtigheid krijgt, dan duurt het niet lang of de gerechtelijke, verklarende aard van de rechtvaardiging verdwijnt uit het zicht, en via de achterdeur halen we weer een bepaalde werken-gerechtigheid binnen.

Historisch is de waarschuwing natuurlijk heel terecht gebleken. Men moet altijd waakzaam zijn de nadruk van Paulus op rechtvaardiging te bewaren. Maar de HEILIGING-woordgroep werd door deze analyse niet altijd goed gediend. Zij die Paulus bestuderen hebben lang opgemerkt dat soms van mensen gezegd wordt dat ze ‘geheiligd’ zijn in een POSITIONELE of DEFINIËRENDE zin – dit wil zeggen, ze worden apartgezet voor God (POSITIONEEL), en daarom zijn ze al geheiligd (DEFINIËREND). In dergelijke passages gaat het niet over het proces van progressief heilig worden.

De meeste Schriftplaatsen waar Paulus het heeft over ‘heilig’ worden of ‘geheiligd’ vallen onder deze POSITIONELE of DEFINIËRENDE categorie. Dit is beslist het geval in 1 Korinthiërs 1:2: Paulus schrijft ‘aan de gemeente van God in Korinte, geheiligd door Christus Jezus, aan hen die zijn geroepen om zijn heiligen te zijn’ (NBV). De Korinthiërs zijn al geheiligd: ze zijn apartgezet voor God. Daarom zijn ze geroepen om heilig te zijn – d.w.z. om te leven in lijn met hun roeping (waar ze over het algemeen in gefaald hebben, en dan nogal opvallend ook, te oordelen naar de rest van het boek).

Natuurlijk zijn er veel passages die spreken over groei en vooruitgang die niet de term ‘HEILIGING’ gebruiken; denk om te beginnen maar eens na over Filippenzen 3:12-16. Als we kiezen om ‘HEILIGING’ te gebruiken als een term uit de systematische theologie om deze groei te beschrijven, doen we er niet verkeerd aan. Maar dan mogen we deze betekenis niet teruglezen in Paulus’ gebruik van het woord op momenten waar zijn focus elders ligt.


Eigen vertaling van de overdenking bij 27 augustus uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 10 april 2012

'Heere, luister naar mijn rechtvaardige zaak' (Ps. 17)



Leviticus 14, Psalm 17, Spreuken 28; 2 Thessalonicenzen 2

Psalm 17 is een gebed om rechtvaardiging. David weet anders wel goed dat hij niet altijd rechtvaardig is (zie Ps. 51!). Maar in bijzondere omstandigheden kan de gelovige man of vrouw wel zeker zijn dat hij of zij heeft gehandeld met zuivere integriteit, met transparante gerechtigheid. Dat is het geval met David hier. Als tegenstanders in zulke gevallen over je liegen of een roddelcampagne opstarten, als ze je achterna jagen als leeuwen hun prooi (17:10-12), wat moeten de rechtvaardigen dan doen?

Wat zeker een eerste vereiste vormt, is een nederig zoeken van de God die rechtvaardigt. Maar David hoopt inderdaad niet slechts op de ultieme rechtvaardiging, maar voor iets meer onmiddellijks: ‘Sta op, HERE, treed hem tegemoet, doe hem bukken, red met uw zwaard mijn leven van de goddeloze’ (17:13). Maar tegelijk erkent hij dat vragen om rechtvaardiging van een God als dit hem aan de zijde plaatst van hen die niet simpelweg tot deze wereld behoren: red ‘met uw hand, HERE, van de mannen, van de wereldse mannen, wier deel in dit leven is (17:14, cursief toegevoegd). (Noot: de Herziene Statenvertaling leunt hier dichter aan bij het Engelse ‘men of this world’, want zegt: ‘van de mannen van de wereld’).

Aangezien God soeverein blijft, kan rechtvaardiging finaal slechts van God komen: ‘Laat het oordeel over mij van uw aangezicht uitgaan: uw ogen schouwen wat recht is’ (17:2). En David doet inderdaad beroep op Gods trouwe liefde voor de zijnen: ‘Maak uw gunstbewijzen wonderbaar, Verlosser van hen die voor tegenstanders schuilen bij uw rechterhand’ (17:7).

Dit zijn alle belangrijke lessen die in de Bijbel vaak worden herhaald, hetzij in hun geheel of gedeeltelijk. Zo lezen we dat de apostel Paulus de gelovigen in Rome opdraagt: ‘Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen. Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden [Deut. 32:35], spreekt de Here (Rom. 12:17-19, cursief toegevoegd).

Dit is een les die gelovigen voortdurend opnieuw moeten leren en altijd weer op zichzelf moeten toepassen. Het is makkelijk genoeg om in je op te nemen wanneer de dingen goed gaan. Maar wanneer gemeenteleden op unfaire manier je dienstwerk aanvallen, wanneer roddelaars je positie in het bedrijf ondermijnen om er zelf voordeel uit te halen, wanneer collega’s in het departement van de universiteit voortdurend de meest lelijke motieven verbinden aan alles wat je zegt en doet – dat is de test of je dingen in de handen van God kunt leggen, wiens zorg uitgaat naar de zijnen en wiens brandende passie voor gerechtigheid finale rechtvaardiging verzekert.

En een dergelijk geloof bevrijdt ons van druk, van stress: ‘Maar ik zal in gerechtigheid uw aangezicht aanschouwen, en bij het ontwaken mij verzadigen met uw beeld’ (17:15).


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 april uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org

maandag 12 september 2011

Download gratis het boek 'Rechtvaardiging en Wedergeboorte'

Challies meldt op zijn blog dat hij gratis de pdf'files van het boek van Charles Leiter mag beschikbaar stellen (oorspronkelijke Engelse titel: Justification and regeneration).

Tweede leuke nieuwsfeit daaraan verbonden: het boek is ook in het Nederlands beschikbaar.

Klik op de titel voor de download van 'Rechtvaardiging en Wedergeboorte' (pdf)

Het boek telt in totaal 239 pagina's in de Nederlandse uitgave en krijgt daarin een aanbeveling mee van Paul Washer.

Dit is de indeling van het boek:

Hoofdstuk 1 De zonde: het fundamentele probleem van de mens
Hoofdstuk 2 Kan een mens rechtvaardig zijn voor God?
Hoofdstuk 3 Rechtvaardiging: haar kenmerken
Hoofdstuk 4 Wedergeboorte: alle dingen nieuw
Hoofdstuk 5 Een nieuwe schepping
Hoofdstuk 6 Een nieuwe mens
Hoofdstuk 7 Een nieuw hart
Hoofdstuk 8 Een nieuwe geboorte
Hoofdstuk 9 Een nieuwe natuur
Hoofdstuk 10 Kruis en opstanding
Hoofdstuk 11 Een verandering van rijk: van vlees naar Geest
Hoofdstuk 12 Een verandering van rijk: van de aarde naar de hemel
Hoofdstuk 13 Een verandering van rijk: van zonde naar gerechtigheid
Hoofdstuk 14 Een verandering van rijk: van de wet naar de genade
Hoofdstuk 15 Een verandering van rijk: van Adam naar Christus

Aanhangsels:
A. Wedergeboorte: een samenvatting
B. ‘Kan niet zondigen’
C. Romeinen 7
D. Alle zegeningen in Christus
E. Veelgestelde vragen

zaterdag 10 september 2011

'Hoe zou dan een mens rechtvaardig zijn bij God?'

"Als de leer van de rechtvaardigmaking centraal is voor het christelijk geloof, is het van vitaal belang dat we die begrijpen. Wat wordt ermee bedoeld?

'Rechtvaardigmaking' is een wetsterm, ontleend aan de rechtspraak. Het is precies het tegenovergestelde van 'veroordeling'. 'Veroordelen' is iemand schuldig verklaren; 'rechtvaardigen' is hem niet schuldig verklaren, dus hem onschuldig of rechtvaardig verklaren.

In de Bijbel verwijst het woord naar Gods daad van onverdiende gunst waardoor Hij een zondaar rehabiliteert, door hem niet alleen te vergeven of vrij te spreken, maar ook te accepteren en als rechtvaardig te behandelen.

Veel mensen vinden Paulus' taal eigenaardig en zijn bewijsvoering moeilijk en complex. Maar schrijft Paulus niet over een universele menselijke behoefte, die vandaag de dag even dringend is als tweeduizend jaar geleden?

Want er zijn tenminste twee basiszaken die we zeker weten. De eerste is dat God rechtvaardig is; de tweede is dat wij dat niet zijn. En als we deze twee waarheden samennemen, verklaren ze in wat voor lastig parket wij mensen zitten.

Ons geweten en onze ervaring hebben het ons ook al verteld, namelijk dat er iets fout zit tussen ons en God. In plaats van harmonie is er frictie. Wij liggen onder het oordeel, het rechtvaardige vonnis, van God. Wij zijn vervreemd van zijn gemeenschap en verbannen van zijn aanwezigheid, want 'welke gemeenschap heeft het licht met de duisternis?' (2 Kor.6:14).

Als dit zo is, is de dringendste vraag die op ons afkomt de vraag die Bildad de Suhiet eeuwen geleden stelde: 'Hoe zou dan een mens rechtvaardig zijn bij God?' (Job 25:4). Of, zoals Paulus het zou stellen: 'Hoe kan een veroordeelde zondaar worden gerechtvaardigd?'

Zijn antwoord op deze cruciale vragen staat in Galaten (2:15-21 e.v.). Eerst geeft hij een uiteenzetting van de leer van de rechtvaardiging door het geloof (2:15 en 16).
En daarna beargumenteert hij die (2:17-21), door zich bezig te houden met de meest gebruikelijke tegenwerping daartegen.
Ten slotte bewijst hij dat elk ander alternatief volslagen onmogelijk zou zijn."

(Uit: 'De boodschap van Galaten', door John Stott, Novapres, pag. 68-69)

maandag 29 november 2010

Mp3's seminar Jerry Bridges

Jerry Bridges gaf een seminar in de Sovereign Grace-gemeente in Fairfax.
Deze sessies zijn als mp3 beschikbaar. Ook de pdf met de schema's van de studies kun je downloaden.

HIER staat alle materiaal en dit zijn de titels:
■Seminar Session 1: The Holiness of God and the Sinfulness of Sin
■Seminar Session 2: The Present Reality of Justification
■Seminar Session 3: The Motivation of the Gospel
■Seminar Session 4: The Transforming Work of the Holy Spirit
■Seminar Session 5: Dependent Responsibility
■Q&A with five15
■Sunday Sermon on Trusting God