Posts tonen met het label Josia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Josia. Alle posts tonen

maandag 29 december 2014

Ik heb het wetboek gevonden in het huis des HEREN (2 Kron. 34)

2 Kronieken 34; Openbaring 20; Maleachi 2; Johannes 19

In de overdenking voor 9 november stond ik kort stil bij de hervormingsijver van Josia, die de laatste poging leidde tot een grootschalige reformatie in Juda (2 Kon. 22). Ongeveer driekwart eeuw was voorbijgegaan sinds de dood van Hizkia, maar een groot deel van die periode lag onder Manassa, wiens regering van meer dan een halve eeuw bijna volledig gewijd was aan heidense zonde. Nu keren we terug naar dezelfde gebeurtenis, dit keer zoals opgeschreven in 2 Kronieken 34.

Hier kunnen we een aantal bijkomende en complementaire lessen oppikken.

(1) De herontdekking van het boek van de Wet (waarschijnlijk Deuteronomium) tussen de rommel van de tempel toont Josia hoe gevaarlijk Juda’s positie is: de toorn van God hangt haar boven het hoofd. Josia scheurt zijn klederen, bekeert zich en beveelt hervorming.

Bovendien draagt hij zijn bedienden op om de profetes Chulda te raadplegen (34:22) met de vraag hoe imminent deze gevaren zijn. Gods antwoord is dat rampspoed en oordeel over Jeruzalem nu onvermijdelijk zijn – ‘al de vervloekingen die geschreven staan in het boek dat men de koning van Juda heeft voorgelezen’ (34:24).

Het patroon van bewuste en herhaalde inbreuken tegen het verbond is dermate aanhoudend en vreselijk geworden dat er wel oordeel moét komen. De Heer voegt er echter aan toe: ‘omdat uw hart week geworden is en gij u verootmoedigd hebt voor het aangezicht van God, toen gij zijn woorden tegen deze plaats en haar inwoners hoordet, ja, u voor mijn aangezicht verootmoedigd hebt en uw klederen gescheurd hebt en voor mijn aangezicht geweend hebt, zo heb ook Ik gehoord, luidt het woord des HEREN’ (34:27) – en Josia krijgt de garantie dat het nakende onheil niet gedurende zijn leven zal plaatsvinden.

Hier liggen twee duidelijke lessen.

Ten eerste wordt ons een glimp geschonken van wat God van ons verwacht wanneer we leven in een tijd van dramatische neergang: niet filosoferen, maar deemoedig, duidelijk berouw, tranen en wroeging.

Ten tweede is God, zoals zo vaak in de Bijbel, zodanig traag tot toornen en zo geduldig, dat Hij sneller bereid is om het oordeel uit te stellen en te vertragen dat het noodzakelijke gevolg is van zijn heiligheid, dan wij dat zijn om hem om genade te smeken.

(2) Het portret van de koning zelf die de oudsten van Juda bijeenroept en hen ernstig uit de Schrift voorleest (34:29-31) is enorm aangrijpend. Er is niets dat onze generatie meer nodig heeft dan het horen van Gods woord – en dit in een tijd waarin de Bijbelse ongeletterdheid verbazingwekkend snel toeneemt.

Bovendien heeft onze generatie nood aan het horen van christelijke leiders die zich persoonlijk onderwerpen aan de Schrift, die persoonlijk de Schrift lezen en onderwijzen – niet op omfloerste manieren die nog nauwelijks een zekere erfenis van christelijk onderwijs laten veronderstellen, terwijl de werkelijke focus bijna altijd ligt op wat voor andere dingen ook - maar op manieren die godvruchtig, voorbeeldig, uitgebreid, indringend en blijvend zijn.

Niets, helemaal niets is nog urgenter.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 9 november 2014

Alleen genade biedt bescherming tegen afvalligheid (2 Kon. 22)

2 Koningen 22; Hebreeën 4; Joël 1; Psalmen 140-141

De laatste ernstige poging tot een morele en theologische hervorming in het koninkrijk van Juda wordt weergegeven in 2 Koningen 22. Hierna volgt alleen nog het finale afglijden naar de ballingschap.

Koning Hizkia, wiens regering grotendeels een positief effect had, werd opgevolgd door zijn zoon Manasse. Hij regeerde een lange tijd, vijfenvijftig jaar, maar zijn regering was berucht, want ‘Hij deed wat kwaad is in de ogen des HEREN, naar de gruwelen der volken die de HERE voor de Israëlieten uit had verdreven’ (21:2).

Er was geen toenmalige vorm van afgoderij die hij niet overnam. Volgens 2 Kronieken 33 bekeerde hij zich tegen het einde van zijn leven, maar de religieuze en institutionele schade kon niet eenvoudig ongedaan worden gemaakt. Hij werd opgevolgd door zijn zondige zoon Amon, die slechts twee jaar standhield voor hij werd vermoord (21:19-26).

Toen kwam Josia, een jongen van acht toen hij op de troon belandde (22:1). Hij regeerde eenendertig jaar – wat natuurlijk betekent dat hij vroegtijdig stierf aan de leeftijd van negenendertig. Initieel zal hij onder de begeleiding en controle hebben gestaan van anderen.

Maar in het achttiende jaar van zijn regering nam Josia, dan midden de twintig, het initiatief voor de schoonmaak en het herstel van de tempel – en ‘het wetboek’ werd teruggevonden. Dit verwijst wellicht naar het boek Deuteronomium.

(Geleerden van sceptische signatuur uit de negentiende en twintigste eeuw beweren dat dit eigenlijk het moment was waarop Deuteronomium en andere delen van de Pentateuch in feite werden geschreven, zodat deze geschiedenis van ‘herontdekking’ van de wet eigenlijk werd opgezet om deze nieuwe ontwikkelingen te rechtvaardigen. Deze theorie wordt in toenemende mate verworpen; ze is op weinig meer gefundeerd dan grove speculaties.)

De hervormingen die Josia doorvoerde waren ingrijpend. Op elk terrein, waar hij ook maar verandering kon bewerken, bracht Josia het volk in lijn met de Wet van God. Hij erkende volkomen de vreselijke dreiging van oordeel die boven het verbondsvolk hing, en hij nam zich voor te doen wat recht was, terwijl hij de uitkomst aan God overliet. Als de oordeelsdag niet finaal kon worden afgewend, kon die op zijn minst toch worden vertraagd.

Van alle belangrijke lessen die we hier kunnen leren, zal ik me toeleggen op één. Sommige mensen vinden het moeilijk te geloven dat het volk zo snel kon afglijden naar volledige bijbelse onwetendheid. Uiteindelijk was Hizkia Josia’s overgrootvader: de hervorming die hij leidde was toch niet zo lang geleden. Inderdaad – maar wel lang genoeg. De tussenliggende driekwart eeuw waren begonnen met de lange en zondige regering van Manasse.

De geschiedenis van de twintigste eeuw getuigt ervan hoe snel een volk onwetend kan worden op het vlak van de Schrift – en wij leven dan nog aan deze zijde van de gedrukte pers, om nog maar te zwijgen over het internet. De kerk is nooit meer dan één of een tweetal generaties verwijderd van afvalligheid en vergetelheid. Alleen genade vormt een afdoende bescherming.


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 15 juli 2013

Ontbreekt de passie voor Gods woord, dan nemen andere passies over (Jer. 11)


Jozua 22; Handelingen 2; Jeremia 11; Matteüs 25
De openingszin van Jeremia 11 toont dat er een nieuwe profetie volgt, een nieuwe Godsspraak, de vierde waarvan dit boek verslag uitbrengt.

Het tijdstip van de prediking valt moeilijk met zekerheid te bepalen. Velen hebben aannemelijk gesuggereerd dat de boodschap werd gebracht niet lang nadat Chilkia de boekrol van de Wet had herontdekt, rond 621 v.C. Dit was de aanzet voor een bepaalde religieuze reformatie onder koning Josia (2 Kon. 22-23).

Volgens 2 Kron. 34 werd de ontdekking van de boekrol voorafgegaan door een centralisatie van de eredienst in Jeruzalem. Dit betekende onvermijdelijk een vermindering van de diensten die beïnvloed werden door de Kanaänietische godsdienst in de lokale heiligdommen – en, wellicht, een toename van wrevel bij de plaatselijke religieuze leiders.

Jeremia ondersteunde Josia zeker in deze reformatie. Indien dit de setting is – en je kunt het niet met zekerheid zeggen, want er zijn ook andere mogelijkheden – dan krijgen twee elementen uit het hoofdstuk voor ons een nieuwe betekenis.

Ten eerste draagt de Heer Jeremia op het volk te bedreigen met oordeel dat specifiek gegrond is in de zegen en vloek van het Mozaïsche verbond (11:6-8). Waarmee gedreigd wordt is specifieker dan de oordelen die andere volkeren te wachten staan, oordelen met als basis Gods respons op ongerechtigheid en afgoderij.

Waar eerder mee gedreigd wordt is niets meer en niets minder dan wat het verbond gezegd had dat Gods volk zou gebeuren bij ongehoorzaamheid (Deut. 28). De godsdienst van het volk van God was blijkbaar zodanig verwaterd, bestond zo puur uit tradities en was zo ver weg van enige studie van de Schrift op dat moment, dat dergelijke elementen bijna verdwenen waren uit het collectieve geheugen, tot de rol van de Wet teruggevonden werd.

Die specifieke oordeelsdreigingen uit het verbond waren de aanzet voor Josia om zijn kleren te scheuren en te zeggen ‘groot is de gramschap des HEREN, die over ons ontbrand is, omdat onze vaderen naar de woorden van dit boek niet hebben geluisterd en niet hebben gedaan overeenkomstig al wat ons voorgeschreven is’ (2 Kon. 22:13). Gaan we uit van deze setting voor Jeremia 11, dan haalt de profeet zorgvuldig de verbondsimplicaties aan van het falen in gehoorzaamheid.

Ten tweede verklaart dit ook waarom de mannen van Anatot, Jeremia’s eigen stad, hem naar het leven staan (Jer. 11:18-23). Al sinds de tijd dat ze er zich vestigden onder Jozua (Joz. 21:18), hadden er priesters geleefd. Omdat deze lijn had deelgenomen aan de opstand tegen David, had Salomo hen echter uitgesloten van deelname aan de tempeldienst (1 Kon. 2:26-27).

Ongetwijfeld waren ze sterk betrokken in plaatselijke heiligdommen en gekant tegen de gecentraliseerde eredienst in de tempel van Jeruzalem, waar het hen niet was toegestaan te dienen.

Dus bovenop de vijandigheid tegen iemand van ter plaatse (een profeet wordt niet geëerd in zijn vaderstad, Lk. 4:24), kunnen deze mannen vooral Jeremia’s steun aan Josia’s hervorming gehaat hebben. Waar passie ontbreekt voor het woord van God, nemen andere passies het over.


Eigen vertaling van de overdenking bij 15 juli uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 29 december 2012

'Ik heb het wetboek gevonden in het huis des HEREN' (2 Kron. 34)

2 Kronieken 34, Openbaring 20, Maleachi 2, Johannes 19
In de overdenking voor 9 november stond ik al kort stil bij Josia’s hervormingsijver. Hij leidde de laatste poging tot een reformatie op grote schaal in Juda (2 Kon. 22). Ongeveer driekwart eeuw was voorbijgegaan sinds de dood van Hizkia, maar een groot deel van die periode lag onder Manassa, wiens regering van meer dan een halve eeuw bijna volledig gewijd was aan heidense zonde. Nu keren we terug naar dezelfde gebeurtenis, dit keer zoals opgeschreven in 2 Kronieken 34.

Hier kunnen we een aantal bijkomende en complementaire lessen leren.

(1) Het herontdekken van het boek van de Wet (waarschijnlijk Deuteronomium) tussen de rommel van de tempel toont Josia hoe gevaarlijk Juda’s positie is: de toorn van God hangt haar boven het hoofd. Josia scheurt zijn klederen, bekeert zich en beveelt hervorming.

Bovendien draagt hij zijn bedienden op om de profetes Chulda te raadplegen (34:22) met de vraag hoe imminent deze gevaren zijn. Gods antwoord is dat rampspoed en oordeel over Jeruzalem nu onvermijdelijk zijn – ‘al de vervloekingen die geschreven staan in het boek dat men de koning van Juda heeft voorgelezen’ (34:24).

Het patroon van bewuste en herhaalde inbreuken tegen het verbond is zodanig aanhoudend en vreselijk geworden dat er wel oordeel moét komen. De Heer voegt er echter aan toe: ‘omdat uw hart week geworden is en gij u verootmoedigd hebt voor het aangezicht van God, toen gij zijn woorden tegen deze plaats en haar inwoners hoordet, ja, u voor mijn aangezicht verootmoedigd hebt en uw klederen gescheurd hebt en voor mijn aangezicht geweend hebt, zo heb ook Ik gehoord, luidt het woord des HEREN’ (34:27) – en Josia krijgt de garantie dat het nakende onheil niet gedurende zijn leven zal plaatsvinden.

Hier liggen twee duidelijke lessen.

Ten eerste wordt ons een glimp gegeven van wat God van ons verwacht wanneer we leven in een tijd van dramatische neergang: niet filosoferen maar eigen deemoedig, duidelijk berouw, tranen en wroeging.

Ten tweede is God, zoals zo vaak in de Bijbel, zodanig traag tot toornen en zo geduldig, dat Hij sneller bereid is om het oordeel uit te stellen en te vertragen dat noodzakelijkerwijs vasthangt aan zijn heiligheid, dan wij dat zijn om hem om genade te smeken.

(2) Het portret van de koning zelf die de oudsten van Juda bijeenroept en hen ernstig uit de Schrift voorleest (34:29-31) is enorm aangrijpend. Er is niets waaraan onze generatie meer behoefte heeft dan aan het horen van Gods woord – en dit in een tijd waarin de bijbelse ongeletterdheid verbazingwekkend snel toeneemt.

Bovendien heeft onze generatie nood aan het horen van christelijke leiders die zich persoonlijk onderwerpen aan de Schrift, die persoonlijk de Schrift lezen en onderwijzen – niet op omfloerste manieren die nog nauwelijks een zekere erfenis van christelijk onderwijs laten veronderstellen, terwijl de werkelijke focus bijna altijd op wat voor andere dingen ook ligt - maar op manieren die godvruchtig, voorbeeldig, diepgaand, indringend en volhardend zijn. Niets, helemaal niets is nog urgenter.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 december uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 9 november 2012

Alleen genade biedt bescherming tegen afvalligheid (2 Kon. 22)


2 Koningen 22, Hebreeën 4, Joël 1, Psalmen 140-141
De laatste ernstige poging tot een morele en theologische hervorming in het koninkrijk van Juda wordt weergegeven in 2 Koningen 22. Hierna volgt alleen nog het finale afglijden naar de ballingschap.

Koning Hizkia, wiens regering grotendeels een positief effect had, werd opgevolgd door zijn zoon Manasse. Hij regeerde een lange tijd, vijfenvijftig jaar, maar zijn regering was berucht, want ‘Hij deed wat kwaad is in de ogen des HEREN, naar de gruwelen der volken die de HERE voor de Israëlieten uit had verdreven’ (21:2).

Er was geen actuele vorm van afgoderij die hij niet overnam. Volgens 2 Kronieken 33 bekeerde hij zich tegen het einde van zijn leven, maar de religieuze en institutionele schade kon niet eenvoudig ongedaan gemaakt worden. Hij werd opgevolgd door zijn zondige zoon Amon, die slechts twee jaar standhield voor hij werd vermoord (21:19-26).

Toen kwam Josia, een jongen van acht toen hij op de troon belandde (22:1). Hij regeerde eenendertig jaar – wat natuurlijk betekent dat hij vroegtijdig stierf aan de leeftijd van negenendertig. Initieel zal hij onder de leiding en controle gestaan hebben van anderen. Maar in het achttiende jaar van zijn regering nam Josia, dan midden de twintig, het initiatief voor de reiniging en het herstel van de tempel – en ‘het wetboek’ werd teruggevonden. Dit verwijst wellicht naar het boek Deuteronomium. (Geleerden van sceptische signatuur uit de negentiende en twintigste eeuw beweren dat dit in feite het moment was waarop Deuteronomium en andere delen van de Pentateuch geschreven werden, zodat deze geschiedenis van ‘herontdekking’ van de wet eigenlijk werd opgezet om deze nieuwe ontwikkelingen te rechtvaardigen. Deze theorie wordt in toenemende mate verworpen; ze is op weinig meer gefundeerd dan op grove speculaties.)

De hervormingen die Josia doorvoerde waren omvangrijk. Op elk terrein, waar hij ook maar verandering kon bewerken, bracht Josia het volk in lijn met de Wet van God. Hij erkende volkomen de vreselijke dreiging van oordeel die boven het verbondsvolk hing, en hij nam zich voor te doen wat recht was, terwijl hij de uitkomst aan God overliet. Als de oordeelsdag niet finaal kon afgewend worden, kon die op zijn minst toch uitgesteld worden.

Van alle belangrijke lessen die we hier kunnen leren, zal ik me toeleggen op één. Sommige mensen vinden het moeilijk te geloven dat het volk zo snel kon afglijden naar volledige onwetendheid omtrent de bijbel. Uiteindelijk was Hizkia Josia’s overgrootvader: de hervorming die hij leidde was toch niet zo lang geleden. Inderdaad – maar wel lang genoeg. De tussenliggende driekwart eeuw waren begonnen met de lange en zondige regering van Manasse.

De geschiedenis van de twintigste eeuw getuigt daarvan hoe snel mensen onwetend kunnen worden op het vlak van de Schrift – en wij leven dan nog aan deze zijde van de gedrukte pers, om nog maar te zwijgen over het internet. De kerk is nooit meer dan één of een tweetal generaties verwijderd van afvalligheid en de vergeethoek. Alleen genade vormt een afdoende bescherming.


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.