Posts tonen met het label Israël. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Israël. Alle posts tonen

maandag 17 april 2023

Het grote verhaal achter de tabernakel - deel 12: Jezus de hoeksteen, maar van wat?

In dit 12e deel van het grote verhaal achter de tabernakel en de tempel zien we onder meer
  • Christus de hoeksteen
  • Een nieuwe plaats van vergeving
  • Christus als een nieuwe en laatste Adam
  • Christus als het ware Israël


Ook de eerdere studies in deze reeks vind je makkelijk terug via het label Exodus bijbelstudiereeks.

zaterdag 20 februari 2016

Hoor, iemand roept: Bereidt in de woestijn de weg des Heren


"Een stem van iemand die roept
in de woestijn:
Bereid de weg van de HEERE,
maak recht in de wildernis
een gebaande weg voor onze God." (Jes. 40:3)
In tegenstelling tot wat de betekenis van onze Nederlandse uitdrukking 'prediken in de woestijn' kan doen vermoeden, waren er veel oudtestamentische profeten die het woestijntijdperk van Israël idealiseerden. Zij keken er met weemoed naar terug, omdat het in de woestijn was dat de Heere Israël als natie had verwekt.
Ze zagen uit naar een tijd waarin de Heere zijn volk zou herstellen in de woestijn. Hij zou hen een nieuwe start schenken en hen redden zoals Hij hen eens had verlost uit Egypte (Jes. 40:3; Hos. 2:14-15).

In het licht van die profetische hoop is de bediening van Johannes de Doper in de woestijn (Mk. 1:4) bijzonder betekenisvol. Zijn woorden vormden het begin van het ware herstel van Israël. Dit was het nieuwe tijdperk van zegen waarnaar de profeten uitzagen.

Maar wat blijkt: het ware Israël wordt gevormd door berouwvolle zondaars die de Heer liefhebben met alles wat in hen is (Deut. 10:16; zie Rom. 2:28-29).
Onze Schepper redt mensen niet op basis van hun fysieke afkomst. Hij verlost degenen die zich bekeren en in Zijn beloften vertrouwen. In Johannes' dagen had het Joodse volk een nieuwe start nodig, een nieuw begin als berouwvol volk, omdat het koninkrijk van God op het punt stond aan te breken. Zij waren zondaars - net als de heidenen - die moesten terugkeren tot de Heer.

"Daarom, zie, Ikzelf ga haar lokken,
haar de woestijn in leiden,
en naar haar hart spreken.
Ik zal haar daarvandaan haar wijngaarden geven,
en het Dal van Achor tot een deur van hoop.
Daar zal zij zingen als in de dagen van haar jeugd,
als op de dag dat zij wegtrok uit het land Egypte.
Op die dag zal het gebeuren,
spreekt de HEERE,
dat u Mij zult noemen: mijn Man,
en Mij niet meer zult noemen: mijn Baäl!"
(Hos. 2:13-15)

donderdag 8 mei 2014

Waarom zou onze generatie gespaard worden? (Num. 16)


Numeri 16; Psalmen 52-54; Jesaja 6; Hebreeën 13
Nog twee ellendige episodes van rebellie bevlekken nu de geschiedenis van de Israëlieten in de woestijn (Num. 16).

De eerste is het complot dat Korach, Datan en Abiram beramen. Ze zetten aan tot problemen, niet onder het samenraapsel, maar onder een aanzienlijk deel van de vergaderingshoofden, ongeveer 250 van hen.

De kern van hun kritiek op Mozes is dubbel:

(a) Ze denken dat hij teveel naar zich heeft toegetrokken. ‘Laat het u genoeg zijn, want de gehele vergadering, zij allen zijn heiligen, en de HERE is in hun midden (16:3). Mozes heeft niet het recht om zich te verheffen ‘boven de gemeente des HEREN’ (16:3).

(b) Mozes’ staat van dienst is zodanig aangetast door mislukkingen dat hij niet kan worden vertrouwd. Hij leidde hen uit ‘een land vloeiende van melk en honig’ (16:13), hen veel belovend, terwijl hij hen in werkelijkheid naar de woestijn bracht. Dus waarom zou hij zich dan ‘als heerser’ over het volk opwerpen (16:13)?

Hun redenering zou een zekere geloofwaardigheid krijgen onder degenen die focusten op hun lijden, die elke autoriteit verwierpen, die kort van geheugen waren over hoe ze gered waren uit Egypte, die niet naar waarde schatten wat God zorgvuldig had geopenbaard, en die zich makkelijk lieten leiden door de onmiddellijke aantrekkingskracht van retoriek maar die hun eigen ernstige verbondsgeloften niet achtten.

Hun afstammelingen zijn talrijk vandaag. In de naam van het priesterschap van alle gelovigen en van de waarheid dat de hele christengemeenschap heilig is, worden andere dingen die God heeft gezegd over christelijke leiders snel omzeild. Achter deze aanspraken op basis van eerlijkheid gaat heel vaak zuivere machtshonger schuil, gevoed door rancunes.

Natuurlijk moet niet elke leider in de christelijke kerk vandaag met evenveel achting worden behandeld: sommigen zijn parvenu’s vol eigendunk die de kerk moet zien kwijt te raken (bijv. 2 Kor. 10-13). Ook worden niet allen die protesteren gestraft met het oordeel dat Korach en zijn vrienden ten deel viel: sommigen, zoals Luther en Calvijn, zoals Whitefield en Wesley en zoals Paulus en Amos voor hen, zijn oprechte hervormers.

Maar in een tijd als de onze, waarin men tegen elk gezag gekant lijkt, zou men altijd moeten nagaan of de would-be hervormers worden gedreven door passievolle toewijding aan de woorden van God, of als ze deze woorden gewoon misbruiken voor hun eigen zelfzuchtige doelen.

In de tweede opstand is het de ‘gehele vergadering der Israëlieten’ (16:41) die, gevoed door meelijwekkende wrok, mort tegen Mozes en Aäron. Ze beschuldigden hen ervan de rebellen van de dag voordien te hebben gedood – alsof zij de aarde konden openen om hen te verzwelgen.

Duizenden komen om omdat de gemeenschap in haar geheel niets lijkt te hebben begrepen van Gods heiligheid, de exclusiviteit van zijn aanspraken, de onvermijdelijkheid van zijn toorn tegen opstandelingen, en zijn terechte weigering minachtend te worden behandeld.

En waarom zou onze generatie gespaard worden?


Eigen vertaling van de overdenking bij 8 mei uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 21 februari 2014

'Ik zal het hart van Farao verharden' (Ex. 4)

Exodus 4; Lukas 7; Job 21; 1 Korinthiërs 8
In Exodus 4 leiden twee elementen complexe ontwikkelingen in die vooruitgrijpen naar de rest van de Bijbel.

De eerste is de reden die God geeft over waarom Farao niet zal onder de indruk zijn van de wonderen die Mozes doet.

God verklaart: ‘Ik zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet zal laten gaan’ (4:21). In de loop van de daaropvolgende hoofdstukken varieert de vorm van de uitdrukking: niet alleen ‘Ik zal het hart van Farao verstokken’ (7:3), maar ook ‘het hart van Farao verhardde’ of ‘was hard’ (7:13, 22; 8:19 enz.) en ‘liet hij zijn hart niet vermurwen’ (8:15, 32 enz.). Een eenvoudig patroon valt in deze verwijzingen niet te herkennen.

Aan de ene kant kunnen we niet zeggen dat het patroon opwaarts gaat van ‘Farao verhardde zijn hart’ tot ‘Farao’s hart werd verhard’ tot ‘God verhardde Farao’s hart’ (alsof Gods verharden niets meer zou zijn dan de goddelijke oordelende bevestiging van een patroon dat de man voor zichzelf gekozen had); aan de andere kant kunnen we niet zeggen dat het patroon gewoon neerwaarts gaat van ‘God verhardde Farao’s hart’ tot ‘Farao’s hart werd verhard’ tot ‘Farao verhardde zijn hart’ (alsof Farao’s zelfopgelegde verharding niets meer was dan het onvermijdelijke gevolg van de Goddelijke verordening).

Drie opmerkingen kunnen wat licht werpen op deze teksten.

(a) Gezien de Bijbelse verhaallijn tot hiertoe, neemt men aan dat Farao al een zeer slecht persoon is. Meer bepaald heeft hij Gods verbondsvolk tot slaven gemaakt. God heeft geen moreel neutraal man verhard; Hij heeft oordeel uitgesproken over een slecht mens. De hel zelf is een plaats waar bekering niet langer mogelijk is. Gods verharden heeft het effect die straf wat vroeger op te leggen dan gewoonlijk.

(b) In alle menselijke daden is God nooit compleet passief: dit is een theïstisch universum, in die mate dat ‘God verhardde Farao’s hart’ en ‘Farao verhardde zijn eigen hart’, bij lange na geen tegengestelde verklaringen zijn, maar onderling aanvullende.

(c) Dit is niet het enige Schriftgedeelte waar dit soort dingen gezegd wordt. Kijk bijvoorbeeld naar 1 Koningen 22, Ezechiël 14:9, en bovenal naar 2 Tessalonicenzen 2:11-12: ‘En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid’.

Het tweede vooruitgrijpende element is de ‘zoon’-terminologie: ‘Israël is mijn eerstgeboren zoon; daarom zeg Ik u: laat mijn zoon gaan, opdat hij Mij diene; zoudt gij echter weigeren hem te laten gaan, dan zal Ik uw eerstgeboren zoon doden’ (Ex. 4:22-23).

Deze eerste verwijzing naar Israël als de zoon van God ontwikkelt verder naar een pulserende typologie die de Davidische koning omarmt als de zoon bij uitstek, de zoon ‘par excellence’, en uiteindelijk resulteert in Jezus, de ultieme Zoon van God, het ware Israël en de messiaanse Koning.


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 februari uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 3 oktober 2013

Maar gij, bergen van Israël, zult uw takken voortbrengen en uw vruchten dragen voor mijn volk Israël (Ez. 36)


1 Koningen 6; Efeziërs 3; Ezechiël 36; Psalm 86
Net zoals God in hoofdstuk 35 via Ezechiël de berg Seïr aanspreekt (de regio van de Edomieten), zo richt Hij zich in Ezechiël 36 tot de bergen van Israël (36:1-15). Deze retorische techniek heeft als effect dat hij de hoofdstukken 35 en 36 verbindt, vooral aangezien Edom opnieuw specifiek bij naam wordt genoemd (36:5; zie de overdenking van gisteren).

Het eerste deel van de rede tot de bergen van Israël veroordeelt de vijanden die hen verwoest en geplunderd hebben, vooral Edom (36:1-7); het tweede deel (36:8-15) voorziet een tijd waarin de bergen opnieuw voorspoedig zullen zijn.

De belofte dat de bergen opnieuw vruchtbaar en dichtbevolkt zullen zijn is precies het tegenovergestelde van de vloek die tegen Edom uitgesproken wordt (35:3, 7, 15). Alsof een dergelijke aanspreking van de bergen van Israël het gevaar met zich meebrengt dat de Israëlieten zichzelf zullen beginnen zien als louter slachtoffers en niet als zondaars die rampspoed over zich oproepen, biedt God een korte historische terugblik (36:16-21). Het doel ervan is te herhalen dat God zijn toorn over het land deed komen omdat het verbondsvolk zelf zo zondig was. Het heeft zelf het land ‘verontreinigd door zijn handel en wandel’ (36:17).

Maar voor de toekijkende heidense wereld leek het alsof de God van Israël niet in staat was zijn eigen volk te beschermen. Dus omdat God zijn heiligheid wil tonen onder de volkeren van de wereld, voor wiens ogen het verbondsvolk het vertreden hebben, zal God actie ondernemen. Hij zal dit niet doen omwille van het huis van Israël (36:22) – d.w.z. alsof ze het verdienden – maar ter wille van zijn eigen naam (36:22-23).

En welke actie zal Hij ondernemen om zijn heerlijkheid te bewaren? Ten eerste zal Hij de ballingen fysiek laten terugkeren tot hun thuisland (36:24). Ten tweede zal Hij daarop krachtige morele en geestelijke veranderingen laten volgen. Het besprenkelen met rein water (36:25) betekent meer dat vergeving van zonden. De taal is afgeleid van rituele wassingen (Ex. 30:17-21; Lev. 14:52; Num. 19:17-19), maar hier is het verbonden met het reinigen van het volk van de vuiligheid van de afgoderij.

Het geschenk van een ‘nieuw hart’ en een ‘nieuwe geest’ suggereert niet louter aspecten van menselijke persoonlijkheid, maar de transformatie van het gehele menselijke karakter. Dit is het equivalent van Jeremia’s belofte van een nieuw verbond (Jer. 31:31 e.v.); zijn taal wordt terug opgenomen door de Heer Jezus in zijn beschrijving van de nieuwe geboorte (Joh. 3); de transformatie wordt beschreven door Paulus (bijv. Rom. 8). Dit is wat oprechte bekering bewerkt (Ez. 36:31-31).


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 oktober uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 29 september 2013

O God der heerscharen, herstel ons (Ps. 80)

1 Koningen 1; Galaten 5; Ezechiël 32; Psalm 80
Waarschijnlijk werd Psalm 80 geschreven door Asafietische zangers, weer in een tijd van nationale rampspoed – toen de Assyriërs het noordelijke koninkrijk veroverden, zijn hoofdstad verwoestten, en velen uit zijn bevolking in ballingschap gestuurd werden.

De schok die gevoeld werd door het godvrezende overblijfsel in Juda moet aanzienlijk zijn geweest. Het verklaart het refrein, ‘O God, herstel ons’ (80:4, 8, 20, vgl. vers 15).

Misschien is het meest treffende kenmerk van deze psalm het specifieke gebruik dat er gemaakt wordt van het uitgebreide wijnstok-beeld (80:9-19):

(1) We hebben Israël vaak geportretteerd gezien als een wijnstok: kijk bijvoorbeeld naar de overdenking voor 7 mei (over Jes. 5). In de meest dramatische van deze gedeeltes, is Israël een wijnstok die God zorgvuldig heeft geplant en verzorgd, maar jammer genoeg bracht hij alleen slechte vruchten voort. De wijnstok bleek uiteindelijk zodanig teleurstellend dat God na verloop van tijd besloot hem te vernietigen.

(2) Maar hier ligt de klemtoon niet op de vreselijke kwaliteit van de vrucht van de wijnstok (hoewel dit wordt verondersteld), maar op de belabberde staat van de wijnstok nu de Heer zelf de beschermende muur die Hij er rond had gebouwd heeft neergehaald. God zelf bracht de wijnstok uit Egypte, plantte hem, verzorgde hem en zag hoe hij zich uitstrekte van aan de (Middellandse) zee tot aan de Rivier (de Eufraat) (80:9-12). ‘Waarom hebt Gij zijn muren doorbroken, zodat ieder die langs de weg voorbijgaat, ervan plukt?’ (80:13). Zelfs de wilde dieren uit het woud vertreden hem en vreten hem af (80:14).

(3) Dus is hier de smeekbede dat God erbarmen zou hebben over zijn eigen wijnstok. Zonder verder stil te staan bij waarom God die beschermende muur neerhaalde – hoewel Asaf erkende dat het Gods brandende toorn is (80:5), Gods dreigende aanblik (80:17) – doet de psalmist een ronduit emotioneel beroep op God om de wijnstok te beschermen die Hij zelf verzorgd en beschermd heeft: ‘sla acht op deze wijnstok, de stek die uw rechterhand heeft geplant’ (80:15-16).

(4) Verweven met dit thema is de verwijzing naar de ‘zoon’ die God voor zichzelf had grootgebracht (80:16). Het Hebreeuwse woord kan verwijzen naar een tak of een boog (zoals in Gen. 49:22), maar in dit gedicht vormt het ook een inleiding op 80:18.

Waarschijnlijk moeten we hier in de eerste plaats een verwijzing zien naar Israël, een verwijzing die voortkomt uit Exodus 4:22: ‘daarom zeg Ik u: laat mijn zoon gaan, opdat hij Mij diene’. De psalmist bidt voor erbarmen over Gods ‘zoon’.

Zelfs in vers 18 doelen de uitdrukkingen het ‘mensenkind’ (HSV: ‘de Mensenzoon’) en ‘de man van uw rechterhand’ in eerste instantie op Israël. Aan de wijdere horizon zou het ultieme antwoord op deze smeekbeden van Asaf komen, wanneer de ware wijnstok (Joh. 15), de ultieme Mensenzoon, uit Israël zou voortkomen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 september uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 21 augustus 2013

Op Hem vertrouwde mijn hart en ik werd geholpen (Ps. 28)


1 Samuël 13; Romeinen 11; Jeremia 50; Psalmen 28-29
De slotverzen van Psalm 28 bundelen diverse prominente thema’s uit de bijbelse theologie:

(1) Het eerste en meest voor de hand liggende is de ongeremde lofprijs in 28:7: ‘De HERE is mijn kracht en mijn schild; op Hem vertrouwde mijn hart en ik werd geholpen. Daarom juicht mijn hart en loof ik Hem met mijn lied’. Hier geen geloof van louter berusting; hier vind je veeleer een geloof dat opwelt uit een hart dat ‘juicht’ (of een dergelijk hart voortbrengt?) en zichzelf uitdrukt in een dankbaar lied.

Je kunt de Psalmen niet lezen zonder te erkennen dat waarachtig geloof niet slechts een puur stereotiepe emotionele respons voortbrengt. Gegeven de verschillende omstandigheden, kan waarachtig geloof gekoppeld worden aan een bijna wanhopig vertrouwen en angstige smeekbede, aan een rustig vertrouwen en volharding, aan lof die met enorme spontaniteit de grenzen van de uitbundigheid doorbreekt. In deze passage ligt geloof het dichtst bij dit laatste, want de Here heeft Davids smeekbede al gehoord (28:6).

(2) Doorheen de eerste zeven verzen van de Psalm zijn Davids gebeden en lofprijzingen in de eerste persoon enkelvoud; ze komen voort uit zijn individuele staat. De laatste twee verzen focussen op Gods ‘volk’ (28:8-9), zijn collectieve erfdeel (28:9). Wat de taal betreft wordt dit gedeeltelijk bewerkt door Davids nadenken over Gods ‘gezalfde’(28:8), het woord dat uiteindelijk aan de basis ligt voor onze ‘messias’.

Als koning is David zelf natuurlijk de koninklijke ‘gezalfde’, de koninklijke ‘messias’. Maar zoals God zijn gebeden gehoord heeft, hem genade bewezen heeft en zijn blijde lofprijs opgewekt heeft, zo moet zijn individuele ervaring een paradigma zijn voor de verbondsgemeenschap in zijn geheel.

Hij vertegenwoordigt hen en er is een diepgaande betekenis waarin ze collectief Gods ‘gezalfde’, Zijn ‘zoon’ zijn (vgl. Ex. 4:22 – een andere titel die zowel wordt toegepast op Israël in zijn geheel als op Israëls koning afzonderlijk).

De uitdrukking ‘gezalfde’ in een Davidische psalm doet ons onvermijdelijk denken aan de koning; het parallellisme in vers 8 toont dat de uitdrukking hier verwijst naar Israël: ‘De HERE is hun kracht [NBV: De HEER is de kracht van zijn volk; JL], een veste des heils is Hij voor zijn gezalfde’ (cursief toegevoegd).

De bedachtzame lezer denkt na over de manieren waarop David en het volk gelinkt zijn – en over de manieren waarop Jezus de Messias (d.i. Jezus de Gezalfde) niet alleen uit de lijn van David voortkomt, maar ook aantoont dat Hijzelf zowel de ultieme Davidische koning als de ultieme belichaming van Israël is.

(3) De laatste zin roept herinneringen op aan een heerlijke waarheid: ‘Verlos dan uw volk en zegen uw erfdeel’, schrijft David; ‘weid hen en draag hen tot in eeuwigheid’ (28:9, cursief toegevoegd). Denk na over passages als Psalm 23; Ezechiël 34; Lukas 15:1-7; Johannes 10; 1 Petrus 5:1-4.


Eigen vertaling van de overdenking bij 21 augustus uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 17 juni 2013

Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontfermen zou (Jes. 49)


Deuteronomium 22; Psalmen 110-111; Jesaja 49; Openbaring 19
In de eerste zes verzen van Jesaja 49 spreekt de Knecht van de Heer. Wie is hij? Hij wordt niet bij naam genoemd, maar we kunnen enige conclusies afleiden uit de beschrijving die de tekst ons geeft. Net als de profeet Jeremia was hij door God geroepen nog voor hij geboren was (49:1; vgl. Jer. 1:5); net als hij krijgt hij te maken met tegenstand die hem tot wanhoop drijft, hoewel hij trouw doorzet (49:4; vgl. Jer. 4:19-22, enz.).

God maakte zijn mond ‘als een scherp zwaard’ (49:2), wat eerder een profetische bediening suggereert. Maar nog het meest treffend bij deze Knecht is iets dat eerst nog een opvallende verwarring lijkt. God spreekt hem met deze bewoordingen aan: ‘Gij zijt mijn knecht, Israël, in wie Ik Mij zal verheerlijken’ (49:3, cursief toegevoegd) – dus is de Knecht Israël. Maar de Heer roept deze Knecht ‘om Jakob tot Hem terug te brengen en om Israël tot Hem vergaderd te doen worden’ (49:5, cursief toegevoegd) – wat deze Knecht van Israël onderscheidt van Israël en hem voorstelt als de redder van Israël. Waarom?

Zoals in Jesaja 42 belichaamt deze Knecht alles dat Israël had moeten zijn. Deze Knecht is een ideaal Israël, Gods volmaakte Knecht – en dus een personage dat verschilt van het tastbare Israël, en een dat in staat is om dit Israël te redden.

De identiteit van deze Knecht is op dit punt in het boek nog altijd gedeeltelijk verborgen: ‘[God] maakte mij tot een puntige pijl, in zijn pijlkoker stak Hij mij’ (49:2) zegt de Knecht. God benadrukt echter: ‘Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jakob weder op te richten en de bewaarden van Israël terug te brengen; Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde’ (49:6).

Zelfs wanneer de Heer deze Knecht gebruikt ‘om Jakob tot Hem terug te brengen en om Israël tot Hem vergaderd te doen worden’ (49:5), heeft dit zeker iets meer op het oog dan een terugkeer naar het land of naar Jeruzalem. Uiteindelijk bewerkt de knecht Kores dit voor Israël. Deze Knecht echter, brengt Israël tot God; het herstel is niet zozeer naar een plaats als wel tot de levende God.

Jesaja 49 is te lang en complex om hier een precieze samenvatting toe te laten. Maar ik vestig de aandacht op twee thema’s.
Ten eerste zijn de ‘terugkerende’ mensen in 49:8-12 niet alleen Israëlieten, maar ook heidenen, en de terugkeer is in de eerste plaats tot God. Israëlieten zouden terugkeren uit het noorden, maar dezen komen van overal.

Ten tweede, hoewel God een aantal fijne dingen beloofd heeft, klaagt Sion (dat staat voor het volk van God) dat de Heer haar verlaten en vergeten heeft. Maar God antwoordt met aandoenlijke toewijding: ‘Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, (…)? Al zouden zij die vergeten, toch vergeet Ik u niet’ (49:15).
In tijden van stagnering en ontmoediging, denk dan aan Gods beloften op lange termijn, en denk na over Romeinen 8:31-39.


Eigen vertaling van de overdenking bij 17 juni uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 11 juni 2013

Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen (Jes. 43)


Deuteronomium 16; Psalm 103; Jesaja 43; Openbaring 13

Hoewel God een ideale Knecht heeft die de volmaakte vertegenwoordiger zal zijn om al zijn plannen ten uitvoer te brengen (Jes. 42:1-9), is ook Israël Gods knecht. In Jesaja 43 en tot in hoofdstuk 44 bemoedigt Jesaja Israël, Gods knecht (43:10; 44:1).

Hier zal ik verder ingaan op elementen van deze bemoediging en dan de aandacht vestigen op een belangrijke passage die door de Heer Jezus wordt opgepikt in het Nieuwe Testament.

In het eerste deel (43:1-7) zegt God aan Israël dat ze niet bang moeten zijn (43:1) – niet omdat ze niet in ballingschap zullen gaan, maar omdat God bij hen zal zijn wanneer ze door het water trekken, en wanneer ze door het vuur trekken zullen de vlammen hen niet verteren (43:2).

Bovendien zal het volk niet uitgeroeid en niet geassimileerd worden: God zelf zal haar nakroost uit de vier windrichtingen vergaderen (43:5-6). Ondanks de verbijsterende omstandigheden, verklaart de levende God dat Israël kostbaar en hooggesschat is in zijn ogen, en veelgeliefd (43:4). Paulus redeneert op een analoge manier met betrekking tot christenen in Romeinen 8:31-39.

In het kort:

(a) Israël zou bemoedigd moeten zijn omdat haar terugkeer na de ballingschap van God zal getuigen en zal verklaren dat het God alleen was die weet had van deze indrukwekkende gebeurtenissen en ze ook bewerkte (43:8-13).

(b) Babylon zal verslagen worden. De natie van veroveraars zal tot een stel vluchtelingen worden (43:14-15).

(c) Israël is gewoon na te denken over Gods machtige daden om zijn volk te verlossen ten tijde van de Exodus (43:16-17), maar nu zal God iets nieuws bewerken (43:18-21). Dus ga niet op in het verleden, zeurend naar je nederlaag stappend. Wees moedig, want God staat op het punt iets nieuws te doen, om een nieuwe cyclus te bewerken van wonderbaarlijke verlossing.

(d) Bovenal krijgen de ontzettend gecompromitteerde eredienst en de menigvuldige misdrijven van Israël niet het laatste woord (43:22-24). De eerste zin van 43:22 in het Hebreeuws kan best weergegeven worden: ‘Doch Mij hebt gij niet aangeroepen, o Jakob’ – want de Israëlitische eredienst was zodanig corrupt, en een dusdanige verdraaiing van het verbond, dat de ware God helemaal niet echt aanbeden werd. Maar God zelf is het die de overtredingen uitdelgt om zijnentwil (43:25) – een verder vooruitgrijpen naar Jesaja 53.

God wil dat zijn knecht Israël verstaat ‘dat ik het ben’ (43:10 – Eng. ‘I am he’; vgl. 41:4; 48:12). Het Hebreeuws roept associaties op met Exodus 3:14; de Griekse weergave van die zin is precies de uitdrukking die Jezus herhaaldelijk toepast op zichzelf in Johannes 8 (bijv. Joh. 8:58, ‘Ik ben’ / ‘ben ik’). Hoe geeft Jesaja 43 vorm aan hoe we over Jezus moeten denken?


Eigen vertaling van de overdenking bij 11 juni uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 29 september 2011

Vijf Dode Zeerollen staan online



Sinds begin deze week kun je ze online raadplegen: de archeologisch waardevolle boekrollen met bijbelteksten, vandaag bekend als de Dode Zeerollen. Onder meer Knack gaf het onderstaande Belga-bericht:

Dode Zeerollen staan online

Een deel van de Dode Zeerollen staat sinds vandaag online. Het Israel Museum in Jeruzalem en internetbedrijf Google hebben vijf rollen op het web gezet, zo heeft het museum bekendgemaakt.

Op de webiste dss.collections.imj.org.il zijn afbeeldingen van de tweeduizend jaar oude tekst gratis en in hoge resolutie te bekijken. Zowel de oorspronkelijke tekst van de rollen als een Engelse vertaling is op de website te lezen.

Het gaat om het Bijbelboek Jesaja, de Tempelrol, de Oorlogsrol, de Gemeenschapsregel en de Bespreking van Habakuk.

De Dode Zeerollen bestaan uit ongeveer negenhonderd documenten, die in 1947 werden gevonden in grotten bij Qumran. Het gaat om de oudste bijbelse manuscripten waar het bestaan van bekend is.

zaterdag 18 september 2010

Vandaag Grote Verzoendag

Op DesiringGod.org lees je er meer over: vandaag is het op de Joodse kalender Yom Kippur, grote verzoendag.

Deze dag was een voorafschaduwing van het werk van Christus: het is volbracht.

Bij Justin Taylor nog wat bijkomende info en ook een filmpje.

maandag 15 maart 2010

Joodse stam teruggevonden in Zimbabwe



Het BBC-nieuws bericht dat in Zimbabwe een joodse stam werd ontdekt. DNA-tests bevestigen dat het werkelijk om joodse mensen gaat. Ze hebben ook een belangrijk religieus symbool, een replica van de Ark van het Verbond.

Fragment:
Their oral traditions claim that their ancestors were Jews who fled the Holy Land about 2,500 years ago.

It may sound like another myth of a lost tribe of Israel, but British scientists have carried out DNA tests which have confirmed their Semitic origin.

These tests back up the group's belief that a group of perhaps seven men married African women and settled on the continent. The Lemba, who number perhaps 80,000, live in central Zimbabwe and the north of South Africa.

(...) And they also have a prized religious artefact that they say connects them to their Jewish ancestry - a replica of the Biblical Ark of the Covenant known as the ngoma lungundu, meaning "the drum that thunders".


Het hele BBC-bericht lees je hier.