Posts tonen met het label Ezra. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ezra. Alle posts tonen

zaterdag 10 januari 2015

'U bent ontrouw geweest, u bent met uitheemse vrouwen getrouwd' (Ezr. 10)


Genesis 11; Matteüs 10; Ezra 10; Handelingen 10

Algemeen gesproken wordt Ezra 10 op twee verschillende manieren begrepen:

Volgens de eerste visie is hetgeen er plaatsvindt verwant aan een opwekking. Ezra’s tranen en gebed blijken zo aangrijpend dat de leiders van de gemeenschap, hoewel ook zij in een slecht daglicht kwamen door deze gemengde huwelijken, een verbond aangaan om te scheiden van hun heidense vrouwen en hen naar hun eigen volk terug te sturen, samen met alle kinderen die uit deze huwelijken zijn voortgekomen.

Zij die het niet eens zijn met deze beslissing zullen uit de gemeenschap van de ballingen worden uitgesloten (10:8), om in het vervolg behandeld te worden alsof ze zelf vreemdelingen zijn. De nodige raden worden opgericht en het werk gaat van start.

Dit is opmerkelijk moedig, een zeker teken van Gods zegen, een duidelijk bewijs dat deze mensen God zelfs meer liefhebben dan ze hun eigen gezinnen liefhebben. De zuiverheid van de gemeenschap van na de ballingschap wordt gehandhaafd, en de toorn van God afgewend.
De les is dan dat je radicaal met zonde moet afrekenen.

Volgens de tweede visie, en hoewel Ezra’s gebed (Ezra 9) volledig terecht is, zijn de stappen die eruit voortvloeien vrijwel allemaal slecht. Het huwelijk is uiteindelijk een instelling van bij de schepping.

In elk geval kun je niet simpelweg een huwelijk ongedaan maken; verbiedt de Wet huwelijken met een heiden, net zo goed verbiedt ze gemakkelijke echtscheiding. Wat met al die kinderen? Moeten ze dan verbannen worden naar hun heidense grootouders, zonder enige toegang tot de verbondsgemeenschap en de ene God van de hele aarde – dan nog niet gesproken van de psychologische schade die ongetwijfeld bij hen wordt aangericht?

Konden in de plaats geen andere stappen gezet worden? Zo hadden bijvoorbeeld alle verdere gemengde huwelijken kunnen verboden worden en nauwgezet worden voorkomen, met als sanctie de uitsluiting uit de vergadering. Priesters die gemengde huwelijken waren aangegaan konden uit hun priesterlijke rechten en taken ontheven worden. Het brede berouw dat wordt vertoond kon gekanaliseerd worden in trouwe studie van de Wet, vooral door deze gemengde gezinnen. Welke sanctie is er voor een dergelijke onmenselijke actie als in dit hoofdstuk?

Strikt gesproken biedt de tekst geen uitsluitsel over welk van deze twee de juiste interpretatie is, hoewel de eerste van de twee iets natuurlijker lijkt binnen de lijn van het boek. Maar is het natuurlijker binnen de lijn van de volledige canon of van de Oudtestamentische canon?

Zonder de kwestie te willen uit de weg gaan, vermoed ik dat beide visies in grote lijnen correct zijn. Er is iets nobels en moedigs aan de actie die ondernomen wordt; maar er is ook iets harteloos en reductionistisch aan.

Je krijgt het vermoeden dat dit een van de gemengde resultaten is waar de Bijbel eerlijk gezegd vol van staat, zoals het verslag van Gideon, of van Jefta, of van Simson. Sommige zonden hebben zulke ingewikkelde tentakels dat het niet hoeft te verrassen als besluiten die genomen worden door berouwvolle zondaars al evenzeer verwarrend zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 9 januari 2015

'Om onze ongerechtigheden zijn wij overgeleverd' (Ezr. 9)

Genesis 9-10; Mattheüs 9; Ezra 9; Handelingen 9

Goed mogelijk dat het voor sommige christenen, ondergedompeld in de erfenis van individualisme en beïnvloed door postmodern relativisme, moeilijk is om veel sympathie te koesteren voor Ezra en zijn gebed (Ezra 9). Een honderdtal van de teruggekeerde Israëlieten, op een bevolking die op dat moment minstens vijftig- tot zestigduizend mensen telt, heeft heidense vrouwen gehuwd uit de omringende volken. Ezra behandelt deze zaak alsof het een volslagen ramp betreft en weent voor de Heer alsof zeer ernstige schade is aangericht.

Is godsdienst afgedaald naar het niveau dat het zijn aanhangers vertelt met wie ze mogen huwen? Bovendien is de nasleep van dit gebed (waarover we morgen zullen nadenken) behoorlijk harteloos, niet?

In werkelijkheid laat Ezra’s gebed ons kennismaken met een man die lang en hard heeft nagedacht over Israëls geschiedenis.

Ten eerste verstaat hij wat ten grondslag lag aan de ballingschap, aan de formele verwoesting van het land, de verstrooiing van het volk. Het was niets anders dan de zonden van het volk – en vreselijk vaak waren deze zonden gevoed door verbanden, heel zeker ook huwelijksverbanden, tussen het volk van het verbond en de omliggende stammen. ‘Om onze ongerechtigheden zijn wij overgeleverd, wij, onze koningen, onze priesters, in de macht van de koningen der landen, aan het zwaard, aan gevangenschap, aan plundering, aan openlijke schande, zoals nu’ (9:7).

Ten tweede verstaat hij dat als deze gemeenschap de toelating kreeg om terug te keren naar Juda, dit is omdat ‘ons sedert kort genade [is] bewezen van de HERE, onze God, doordat Hij ons heeft gelaten degenen die ontkomen waren, en ons een tentpin heeft gegeven in zijn heilige plaats, waardoor onze God onze ogen deed oplichten en ons een weinig verademing gaf in onze slavernij’ (9:8).

Ten derde verstaat hij dat in het licht van de eerste twee punten, en in het licht van het uitgesproken verbod in de Schrift op gemengde huwelijken, hetgeen gebeurde niet alleen opmerkelijk ondankbaar is, maar ook concrete minachting van de God die gekomen is om Israël te redden, niet alleen in de Exodus, maar ook uit de ballingschap.

Ten vierde verstaat hij de complexe, ondermijnende, gemeenschappelijke aard van zonde. Net als Jesaja voor hem (Jes. 6:5), stelt Ezra zich op één lijn met het volk in zijn zonde (9:6).

Hij verstaat het hardnekkige feit dat het hier niet slechts gaat om individueel falen en niets meer dan dat; dit zijn manieren waarop rauw heidendom, en uiteindelijk relativisme met betrekking tot de Almachtige God, via de achterdeur worden binnengesmokkeld in de volledige gemeenschap.

Hoe konden dergelijke huwelijken, zelfs onder priesters, geregeld worden tenzij vele, vele anderen hun goedkeuring hebben gegeven, of op zijn minst een oogje hebben dichtgeknepen rond de praktijk?
Ezra verstaat bovenal dat de zonden van het volk van God vele malen erger zijn dan de straf die ze kregen (9:13-15).

Hoe zouden deze denkpatronen ons denken vandaag moeten vormen met betrekking tot de zonden van het volk van God?


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 7 januari 2015

Ezra: bestuderen, navolgen en onderwijzen van de Wet (Ezr. 7)


Genesis 7; Matteüs 7; Ezra 7; Handelingen 7

Ezra 7 verhaalt ons de missie van Ezra in de gemeenschap van Jeruzalem en Juda na de ballingschap. Het behoorde duidelijk tot het rijksbeleid dat als groepen toegestaan werd vanuit ballingschap naar hun thuisland terug te keren, ze daarbij ondersteund moesten worden door hun priesters.

Vanuit het oogpunt van het heidense bijgeloof wilden de heersers niet dat ook maar een van de plaatselijke goden boos op hen zou zijn (7:23); vanuit het oogpunt van de verbondsgemeenschap was dit net een bijzonder bewijs dat de goede hand van God over hen was, dat Hij in staat was om de zaken van de machtigste rijken zodanig te regeren dat Hij zijn eigen volk bewaarde.

De aard van Ezra’s taak zou makkelijk kunnen beschouwd worden als een voorbeeld van de voorrechten en verantwoordelijkheden van ieder die de taak heeft het Woord van God te onderwijzen aan het volk van God: ‘Want Ezra had er zijn hart op gezet om de wet des HEREN te onderzoeken en haar te volbrengen, en om in Israël inzetting en verordening te onderwijzen’ (7:10).

(1) Ezra wijdde zich aan de studie van de Wet. Er is geen Bijbelonderwijs met langetermijneffect dat niet gepaard gaat met lange uren van voortdurende studie van de Bijbel. Effectiviteit in onderwijs van de Bijbel kost ons veel studiewerk, soms in eenzaamheid en altijd vermoeiend. Als je geen student bent van het Woord, ben je niet geroepen om een leraar van het Woord te zijn.

(2) Ezra wijdde zich aan het volbrengen van de Wet. Voor sommige mensen is studie een doel op zich, of misschien een middel om tot het doel onderwijs te komen. Maar zelfs al vormt de Bijbel dan de lesstof, voor die mensen is er geen persoonlijke toewijding om naar zijn voorschriften te leven – om het Woord van God zeggenschap te geven over hun huwelijk, hun financiën, hun manier van spreken, hun prioriteiten, hun waarden. Ze vragen zich niet gedurig af hoe de uitgangspunten van hun tijd en cultuur, uitgangspunten die elk van ons onbewust opneemt, uitgedaagd worden door de Schrift.
De studie van de Schrift is voor dergelijke mensen een uitnemende intellectuele discipline, maar geen voortdurende oproep om te aanbidden; de Bijbel moet behandeld worden als een tekstboek, maar het roept het volk van God niet op om te vrezen; zijn waarheden moeten gekoesterd worden, maar het Woord brengt ons niet in de tegenwoordigheid van God. Ezra vermeed al deze valstrikken en wijdde zich aan het volbrengen van wat de Schrift zegt.

(3) Ezra wijdde zich aan het onderwijzen van de Wet. Hij was geen kluizenaar-geleerde; hij was een voorganger-geleerde. Hetgeen hij leerde in studie en gehoorzaamheid leerde hij ook doorgeven. Of het nu was in grote, plechtige samenkomsten, in familie- of stamverband, of in een-op-een studies, Ezra wijdde zich aan het onderwijs van het Woord van God aan het volk van God. Je kunt je moeilijk een hogere roeping voorstellen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 5 januari 2015

'Maar hun God waakte over de oudsten van de Judeeërs' (Ezr. 5)


Genesis 5; Matteüs 5; Ezra 5; Handelingen 5
Er gaan meerdere jaren van vertraging en teleurstelling voorbij vooraleer God de profeten Haggaï en Zacharia (Ezra 5) opwekt, die het volk aanmoedigen om de bouw van de tempel te hervatten. De fundamenten van de tempel zijn gelegd, maar daarna is niets meer gedaan. Nu wordt het bouwen hervat onder de revitaliserende dienst van de twee profeten.

Dit brengt een nieuwe crisis op gang. Tattenai, de gouverneur van de provincie Trans-Eufraat (vanuit Perzisch oogpunt betekent Trans-Eufraat alles in het Perzische Rijk ten westen van de Eufraat, inclusief de strook land die wij kennen als Israël), stelt de bevoegdheid van de Joden in vraag om zich met dit bouwproject in te laten. Tattenai schrijft naar Darius, de nieuwe koning, en in het volgende hoofdstuk antwoordt Darius positief: het is de Joden niet alleen toegestaan om te herbouwen, maar ze moeten ook nog eens gesteund worden door de staatskas.

Menselijk gesproken kun je zien waarom het beleid van het rijk volledig gekeerd is. Om te beginnen hebben we te maken met een nieuwe machthebber. Nog belangrijker: een zorgvuldige lezing van Tattenais brief (5:7-17) toont dat het gaat om een opmerkelijk evenwichtige en onbevooroordeelde uiteenzetting van de feiten in de zaak: hij wil alleen maar weten hoe het nu verder moet.

Hoe anders was de opmerkelijk verdorven brief van Rechum en Simsai (4:11-16). Zoals de commentaar in de Schrift duidelijk maakt was dit echt een brief ‘tegen Jeruzalem’ (4:8, HSV), een gemeen werkstuk dat alleen de meest scherpzinnige monarch had kunnen doorzien, en Artaxerxes behoorde niet tot die categorie.

In de bijzondere voorzienigheid van God sluit de brief in Ezra 4 zo het project af, terwijl de brief in Ezra 5, geschreven door mensen die niet minder heidens waren dan de eersten, niet alleen toelating bekomt voor het bouwproject, maar ook nog eens geld.

Het is belangrijk voor gelovigen te bedenken dat God soeverein talloze elementen controleert waar wij maar weinig invloed in hebben. Ik herinner me hoe ik meer dan twintig jaar geleden moest spreken in een kapel aan de universiteit van Cambridge over het toegewezen onderwerp van dood en oordeel. Wat me afschrok was de obligate discussie die zou volgen. Ik predikte zo eenvoudig en getrouw als ik maar kon, en na de bijeenkomst maakten we ons klaar voor de discussie. De verantwoordelijke was zeker dat er ‘vragen zouden opkomen’. In die interessante maar gemengde groep wachtte ik met enig beven op de eerste vraag.

Toen gaf een ‘don’ in wiskunde (een professor aan de universiteit) die ik nooit eerder had ontmoet rustig de commentaar: ‘Hadden we meer toespraken als deze gehoord, dan was Engeland niet een dergelijk zootje geworden’. Die commentaar zette de toon voor de rest van de samenkomst. Iedereen was ernstig, en ik gebruikte de tijd om het evangelie uit te leggen. Maar het feit dat het deze vraag was die de toon zette, en niet een of andere spottende sneer, lag volkomen in de hand van God.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zondag 4 januari 2015

'Wij willen meehelpen met de bouw, want ook wij vereren uw God' (Ezr. 4)


Genesis 4; Matteüs 4; Ezra 4; Handelingen 4

In deze gebroken wereld zullen er altijd mensen zijn die op een of andere manier proberen om het volk van God te ontmoedigen of te verslaan. Voeg dergelijke mensen toe aan de ontmoedigingen en mislukkingen die opduiken van binnenin, en de omstandigheden kunnen ontzettend somber en onheilspellend schijnen.

In Ezra 4 gebruiken de vijanden van de teruggekeerde bannelingen drie uiteenlopende strategieën, allemaal bedoeld om deze kleine gemeenschap van Gods volk te verslaan.

De eerste is proberen gemene zaak met ze te maken. Het klinkt zo goed: ‘Laat ons met u bouwen, want wij zoeken uw God evengoed als gij; Hem toch brengen ook wij offers sinds de dagen van Esarhaddon, de koning van Assur, die ons hierheen heeft doen optrekken’ (4:2).

Onachtzame mensen konden zich laten vangen. Er is natuurlijk altijd plaats voor ware eenheid, maar ongebreidelde oecumene resulteert onvermijdelijk in het herdefiniëren van het evangelie in termen van de kleinste gemene deler. Een van de beste manieren om een comité een andere richting uit te sturen is het vol te stouwen met je eigen aanhangers. Terwijl je steun voorwendt, neem je iets over en je leidt haar energie af in een bepaalde onbeduidende richting, zoals een groeiend kankergezwel dat de energie van het lichaam gebruikt om zelf groter te worden.

In dit geval werkt de strategie niet, omdat de leiders van Gods volk, verre van zichzelf te feliciteren met de hulp die zonet is aangekomen, weigeren om zich om de tuin te laten leiden. Ze slaan het aanbod af. Dit mondt uit in een andere strategie vanwege de tegenstanders, een die hun ware aard blootlegt.

De tweede aanpak is ‘het moreel van de Judeeërs te ondermijnen en hen bang te maken, om hen af te houden van de bouw’ (4:4). Een gedeelte van hun plan wordt aan het licht gebracht in het boek Ezra; nog meer ervan wordt duidelijk in Nehemia. Zo toegewijd zijn deze tegenstanders aan de mislukking van Gods volk dat ze zelfs ‘raadslieden tegen hen’ omkochten, ‘teneinde hun plan te verijdelen’ (4:5).

Geruchten, bedreigingen, voorraadtekorten, energie opslorpende afleidingen – alles wordt bekokstoofd door die ingehuurde strategen, clevere mensen die zichzelf als zeer wijs beschouwen, invloedrijk en machtig, maar die helemaal geen geestelijk of moreel zicht op de situatie hebben.

De derde aanval is rechtstreeks politiek. In een zorgvuldig opgestelde brief vol met halve waarheden, slagen deze tegenstanders van Gods volk erin koning Xerxes te overtuigen het bouwproject stil te leggen. Het verbod blijft decennia lang van kracht. Wat begint als een schijnbaar onoverkomelijke politieke barrière verwordt tot een manier van leven, waarbij de Joden zelf de status quo aanvaarden, tot de krachtige prediking van Haggaï en Zacharia (5:1) hen uit hun lethargie wakker schudt.

Hoe zijn deze drie werktuigen ter ontmoediging gebruikt in de twintigste eeuw?


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 3 januari 2015

Gewijd aan Gods wil - ook onder tegenstand (Ezr. 3)

Genesis 3; Matteüs 3; Ezra 3; Handelingen 3
De duidelijke intensiteit van de ervaringen van Gods volk tijdens de eerste paar maanden van hun terugkeer naar het Beloofde Land (Ezra 3) schijnt tussen de zinnen van de tekst door.

(1) Ze zijn bevreesd (3:3). Dit is de eerste zinspeling op de gevaren waar ze voor staan, en de bron ervan wordt duidelijker in de volgende hoofdstukken. De Perzische koning Kores (of Cyrus) heeft toestemming verleend aan de Joden om naar hun thuisland terug te keren, en beval zelfs bepaalde betalingen ter ondersteuning en voor de herbouw van de tempel. Maar de grenzen van het koninkrijk liggen ver weg van het centrum, en in de harde politiek van het echte leven, betekent bezit negen tienden van de wet. Uiteindelijk zijn deze Joden een minderheid die omringd wordt door vijanden die veel sterker zijn dan zij.

(2) Ze zijn vastbesloten (3:3). De tegenstand ziet in dat de wederopbouw van de tempel niet alleen een godsdienstig teken is, maar ook een teken van groeiende politieke kracht. Daarom zouden de Joden er baat bij hebben zich stil en gedeisd te houden. Maar hun vastbeslotenheid op dit moment is bewonderenswaardig: ondanks hun begrijpelijke vrees bouwen ze het altaar van de Heer en voeren ze het systeem van de offeranden opnieuw in ‘zoals voorgeschreven is in de wet van Mozes, de man Gods’ (3:2-6), en vervolgens zetten ze de eerste stappen in de bouw van een nieuwe tempel.

(3) Ze zijn vol blijdschap en lopen over van lofprijzing (3:10-11). Het leggen van het fundament voor de nieuwe tempel bewerkt aanbidding en bewondering voor God zelf, die duidelijk de ondernemingen van zijn getuchtigde verbondsgemeenschap zegent. Hier zie je niet alleen de hoop op een tempel, maar ook op een herstel van het Davidische koningshuis, de vervulling van de heerlijke beloften van hoop die de profeten doorgaven tijdens de donkerste uren van ballingschap.

(4) Velen wenen (3:12-13). Het zijn vooral de ouderen die zich nog de contouren van Salomons schitterende tempel kunnen herinneren. De fundamenten van het nieuwe gebouw lijken in vergelijking daarmee onbeduidend. Ongetwijfeld zijn deze mensen dankbaar voor de dag der kleine dingen; uiteindelijk hebben ook zij ervoor gekozen om terug te keren. Maar dagen van kleine dingen zijn nog altijd klein, en de intensiteit van hun emotionele respons wordt veroorzaakt door herinneringen aan dingen van lang geleden.

Maar deze mensen leven tenminste nog en zij gaan voort met Gods werk; hun respons mag dan soms hartverscheurend zijn, vol hoogtes en laagtes, maar hij is wel levensecht, vitaal, en vol leven en engagement. Hier vind je geen mistroostige moedeloosheid, geen cynisch voorbehoud, geen emotioneel vlakke terugtrekking.
Hier zie je de emoties van een groep mensen die, onder moeilijke omstandigheden, toegewijd is aan het doen van Gods wil.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 2 januari 2015

Meneer, ik dien een nauwkeurige God (Ezr. 2)


Genesis 2; Matteüs 2; Ezra 2; Handelingen 2

De nauwkeurigheid van de verslagen over de terugkeer (Ezra 2) is een van de eerste dingen die de achteloze lezer van dit hoofdstuk moet opvallen. Niet alleen zijn de aantallen van het volk accuraat weergegeven, samen met de namen van hun families, maar zelfs de aantallen van hun dieren – paarden, muildieren, kamelen en ezels (2:66).

Je herinnert je het antwoord van de oude Puritein die veracht werd omdat hij stond op nauwkeurigheid wanneer hij sprak over God en de leer van de Bijbel. ‘Meneer’, antwoordde hij, ‘Ik dien een nauwkeurige God’.

Dit is natuurlijk maar één kant van het verhaal. Diezelfde God verheugt zich in de spontane lofprijzing van kinderen, die niet bekend staan om hun nauwkeurigheid. De Bijbel die Hij ons gaf gebruikt zowel beeldende taal als nauwkeurige verslaggeving. Maar onze tijd is zodanig gehecht aan vage gevoelens dat precisie in zaken met betrekking tot God vaak veracht wordt. We willen onze intuïties volgen, niet onze richtlijnen; we prijzen gevoelens, geen feiten; we slikken stroperigheid, geen waarheid.

In dit geval zijn er diverse redenen voor de nauwkeurigheid van het verslag. Om te beginnen verschaft dergelijke nauwkeurigheid autoriteit aan het verslag: dit is niet een of ander ver gerucht, maar de nabije verslaggeving van iemand die vertrouwd was met de details.

Bovendien verleent het noemen van deze personen en hun families hen impliciet bijval. Talloze tienduizenden Israëlieten keerden nooit terug naar het Beloofde Land: ze waren te zeer gesetteld waar ze zich bevonden, en de heropbouw van Jeruzalem en de tempel was voor hen niet belangrijk genoeg om een dergelijke verhuis te rechtvaardigen. Hun namen zijn verloren gegaan; zij zijn van weinig belang in de loop van de heilsgeschiedenis. Maar deze namen worden herinnerd en opgeschreven in de heilige Schrift. Lees ze aandachtig; ze verdienen ons respect en onze dankbaarheid

Maar er hangt nog een bijkomend element vast aan deze nauwkeurigheid. Sommige van de terugkerende families konden niet aantonen dat ze afstamden van Israël (2:59); sommigen van hen die beweerden dat ze tot de priesterlijke lijn behoorden, verkeerden in hetzelfde geval (2:62). Het probleem werd ernstig genomen en de stadhouder Zerubbabel beval dat ze van priesterlijke dienst zouden worden uitgesloten tot de oude manier van goddelijke leiding, de Urim en Tumim, opnieuw in werking was en hun beweringen gecontroleerd konden worden (2:63).

Hier vinden we dus een volk dat ernst aan de dag legt rond het volgen van de richtlijnen van het Mozaïsch verbond, ernst betoont rond het bewaren van de zuiverheid, niet alleen van de verbondsgemeenschap in het algemeen maar ook van het priesterdom in het bijzonder, ernst over het navolgen van al Gods woorden.

De ernst waarmee ze de gigantische onderneming van de terugkeer aanpakten wordt zelfs nog benadrukt door de giften die ze schonken om het huis van God te kunnen herbouwen (2:68-69).

Het feit dat deze ontluikende gemeenschap van na de ballingschap snel in een nieuwe generatie van verse problemen en oude zonden zou vallen, zou niets mogen afdoen van de kracht van hun voorbeeld voor gelovigen van vandaag.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 1 januari 2015

'Allen die God daartoe aanzette, maakten zich gereed om naar Jeruzalem te vertrekken' (Ezr.1)


Genesis 1; Matteüs 1; Ezra 1; Handelingen 1

De eerste stappen in de richting van Israëls terugkeer uit ballingschap en de herbouw van de tempel (Ezra 1) zijn bijzonder interessant:

(1) Iemand die weinig weet van geschiedenis zou je de idee nog kunnen vergeven dat Israël de enige bevolkingsgroep was die uit de gebondenheid van de ballingschap werd vrijgelaten. Historisch gezien klopt dit niet. Toen de Perzen de macht overnamen van de Babyloniërs (die Juda in ballingschap hadden gestuurd), keerde koning Kores (of Cyrus) van Perzië het Babylonische beleid om. De Babyloniërs (en de Assyriërs voor hen) transporteerde de aristocratie en de leidende burgers van onderworpen gebieden.

Opstand werd in de antieke wereld vaak opgehangen aan het drievoudige koord van volk, land en godsdienst. Indien één van deze drie kon worden weggenomen, was de kans op rebellie kleiner. Door alle leiders uit elke economische sector van een cultuur naar een nieuw gebied te vervoeren, ver weg van hun eigen land (waardoor ze volk en land van elkaar afsneed), wisten deze rijken een soort vrede te verzekeren.

Natuurlijk kreeg je ook enorme ontwrichting, die zeker voor negatieve gevolgen moet hebben gezorgd, niet in het minst economisch. Maar wat ook zijn beweegredenen waren, Kores beëindigde niet alleen dit beleid, maar stond de ballingen ook toe – inclusief de Joden – om naar huis terug te keren.

(2) Maar Ezra ziet het goed wanneer hij dit beschouwt als het werk van God: ‘de HERE wekte de geest van Kores, de koning van Perzië, op’ (1:1). Bij een andere gelegenheid zou de Heer er voor zorgen dat een volkstelling zou worden afgenomen van de volledige Romeinse wereld, om een zwangere vrouw naar Betlehem te brengen – opnieuw om een oud Schriftwoord te vervullen (Lk. 2).

(3) De profetie is volgens Ezra in dit geval afkomstig van Jeremia (Ezra 1:1), waarbij hij waarschijnlijk verwijst naar Jeremia 25:11-12; 29:10-14; 51. Het zou een vergissing zijn om Ezra 1:1 te lezen alsof God op een bepaalde manier gebonden was door Jeremia’s woord, in plaats van omgekeerd. Het punt is dat de profetie van Jeremia niets anders is dan het woord van God. God is gebonden door zijn eigen woord. Toen Daniël begreep dat de voorgeschreven tijd van ballingschap ten einde liep, zette hij zichzelf ertoe Gods aangezicht te zoeken voor zijn volk (Dan. 9) – wat natuurlijk precies was wat diende te gebeuren. En hier vinden we de antwoorden op zowel Daniëls gebeden als op Gods beloften.

(4) Zoals gewoonlijk wanneer God krachtdadig ingrijpt, zijner geen losse eindjes. Aan de ene kant beweegt Hij Cyrus de koning om zijn oproep te doen; aan de andere kant wekt Hij de geest van veel Israëlieten op om naar huis terug te keren (1:5). Uiteindelijk hebben we nu te maken met een generatie die volledig was opgegroeid in de Tigris-Eufraatvalleien. Het zou vergelijkbaar zijn met vragen aan tweede- of derdegeneratie migranten naar de VS [of België, JL] uit pakweg Congo of Indië om terug te keren naar ‘huis’. Maar Gods volk wordt gewillig op de dag van zijn kracht.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 18 januari 2013

De Bijbel (voor)lezen en verklaren (Neh. 8 en Hd. 18)



Genesis 19; Matteüs 18; Nehemia 8; Handelingen 18
Je doet er je winst mee als je de laatste twee van bovenstaande tekstverwijzingen, Nehemia 8 en Handelingen 18, naast elkaar zet.

Een groot deel van Handelingen 18 is gewijd aan de prediking en leer van het Woord van God en aan de kwestie hoe je Gods openbaring goed moet verstaan. Wanneer Silas en Timotheüs vanuit Macedonië in Korinthe aankomen (18:5), en ze waarschijnlijk wat geld meebrengen als steun, krijgt Paulus de vrijheid om zich ‘geheel aan de prediking’ te wijden, ‘waarin hij de Joden betuigde, dat Jezus de Christus is’ (18:5).

Uiteindelijk brengt de driftige tegenstand hem ertoe meer tijd met de heidenen door te brengen. Niet langer in de mogelijkheid de synagoge te gebruiken, maakt hij gebruik van het huis van Titius Justus net ernaast. Al gauw komt de overste van de synagoge zelf tot bekering (18:8).

Sommige Joden starten een wettelijke procedure tegen Paulus, maar de plaatselijke magistraat ziet in dat het geschil in de kern draait om tegengestelde interpretaties van de Schrift (18:12-16).

Het einde van het hoofdstuk introduceert Apollos, onderwezen in de Schrift en een krachtig spreker, maar nog altijd een beetje slecht op de hoogte betreffende Jezus. ‘Hij wist alleen van de doop van Johannes’ (18:25, HSV).

Mogelijk kende hij genoeg van de leer van Johannes de Doper om de komst van Jezus aan te kondigen en misschien kende hij zelfs details van Jezus’ leven, dood en opstanding, maar zoals de ‘gelovigen’ aan het begin van het volgende hoofdstuk, is het mogelijk dat hij niets wist van Pinksteren en van de gave van de Geest.

Uiteindelijk bezochten veel Joden van overal uit het rijk Jeruzalem wel na de opstanding, maar nog voor Pinksteren, want na de feesten keerden ze naar huis terug. Indien Apollos en anderen Jeruzalem verlaten hebben na de opstanding en nog voor Pinksteren had plaatsgevonden, was het niet onmogelijk dat het jaren kon duren vooraleer ze beter geïnformeerd raakten. En informatie is precies wat Priscilla en Aquila Apollos gaven, terwijl ze ‘hem de weg Gods nauwkeuriger uitlegden’ (Hd. 18:26).

In Nehemia 8 begint Ezra een zevendaagse Bijbelconferentie. Hij leest de verzamelde menigte zorgvuldig voor uit ‘de Wet’. De Levieten sluiten zich hierbij aan; ze ‘gaven het volk onderricht in de wet (…).Zij lazen namelijk uit het boek, uit de wet Gods, duidelijk voor en gaven uitlegging, zodat men het voorgelezene begreep’ (8:8-9).

Het ‘duidelijk voorlezen’ kan ook vertaald worden als ‘ze vertaalden het’; per slot van rekening was de Wet geschreven in het Hebreeuws, en tegen die tijd spraken de meeste mensen Aramees. De Bijbel was voor hen een gesloten boek geworden.

Of het nu door vertaling of uitlegging of door een combinatie van beide was, het volk verstond het opnieuw. Er komt vreugde ‘want zij hadden begrepen wat men hun had bekendgemaakt’ (8:13).

Of het nu onder het oude verbond of het nieuwe is, er is niets belangrijker voor de groei en rijping van Gods volk dan een hart dat hongerig is om te lezen en te begrijpen wat God zegt, en mensen die het duidelijk kunnen uitleggen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 18 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 10 januari 2013

'U bent ontrouw geweest, u bent met uitheemse vrouwen getrouwd' (Ezr. 10)


Genesis 11; Matteüs 10; Ezra 10; Handelingen 10
Algemeen gesproken wordt Ezra 10 op twee verschillende manieren begrepen:

Volgens de eerste visie is hetgeen er plaatsvindt verwant aan een opwekking. Ezra’s tranen en gebed blijken zo aangrijpend dat de leiders van de gemeenschap, hoewel ook zij in een slecht daglicht kwamen door deze gemengde huwelijken, een verbond aangaan om te scheiden van hun heidense vrouwen en hen naar hun eigen volk terug te sturen, samen met alle kinderen die uit deze huwelijken zijn voortgekomen.

Zij die het niet eens zijn met deze beslissing zullen uit de gemeenschap van de ballingen worden uitgesloten (10:8), om in het vervolg behandeld te worden alsof ze zelf vreemdelingen zijn. De nodige raden worden opgericht en het werk gaat van start.

Dit is opmerkelijk moedig, een zeker teken van Gods zegen, een duidelijk bewijs dat deze mensen God zelfs meer liefhebben dan ze hun eigen gezinnen liefhebben. De zuiverheid van de gemeenschap van na de ballingschap wordt gehandhaafd, en de toorn van God afgewend.

De les is dan dat je radicaal met zonde moet afrekenen.

Volgens de tweede visie, en hoewel Ezra’s gebed (Ezra 9) volledig terecht is, zijn de stappen die eruit voortvloeien vrijwel allemaal slecht. Het huwelijk is uiteindelijk een instelling van bij de schepping.

In elk geval kun je niet simpelweg een huwelijk ongedaan maken; verbiedt de Wet huwelijken met een heiden, net zo goed verbiedt ze gemakkelijke echtscheiding. Wat met al die kinderen? Moeten ze dan verbannen worden naar hun heidense grootouders, zonder enige toegang tot de verbondsgemeenschap en de ene God van de hele aarde – dan nog niet gesproken van de psychologische schade die ongetwijfeld bij hen wordt aangericht?

Konden in de plaats geen andere stappen gezet worden? Zo hadden bijvoorbeeld alle verdere gemengde huwelijken kunnen verboden worden en nauwgezet worden voorkomen, met als sanctie de uitsluiting uit de vergadering. Priesters die gemengde huwelijken waren aangegaan konden uit hun priesterlijke rechten en taken ontheven worden. Het brede berouw dat wordt vertoond kon gekanaliseerd worden in trouwe studie van de Wet, vooral door deze gemengde gezinnen. Welke sanctie is er voor een dergelijke onmenselijke actie als in dit hoofdstuk?

Strikt gesproken biedt de tekst geen uitsluitsel over welk van deze twee de juiste interpretatie is, hoewel de eerste van de twee iets natuurlijker lijkt binnen de lijn van het boek. Maar is het natuurlijker binnen de lijn van de volledige canon of van de Oudtestamentische canon?

Zonder de kwestie te willen uit de weg gaan, vermoed ik dat beide visies in grote lijnen correct zijn. Er is iets nobels en moedigs aan de actie die ondernomen wordt; maar er is ook iets harteloos en reductionistisch aan.

Je krijgt het vermoeden dat dit een van de gemengde resultaten is waar de Bijbel eerlijk gezegd vol van staat, zoals het verslag van Gideon, of van Jefta, of van Simson. Sommige zonden hebben zulke ingewikkelde tentakels dat het niet hoeft te verrassen als besluiten die genomen worden door berouwvolle zondaars al evenzeer verwarrend zijn.


Eigen vertaling van de overdenking bij 10 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 9 januari 2013

'Om onze ongerechtigheden zijn wij overgeleverd' (Ezr. 9)


Genesis 9-10; Mattheüs 9; Ezra 9; Handelingen 9
Goed mogelijk dat het voor sommige christenen, ondergedompeld in de erfenis van individualisme en beïnvloed door postmodern relativisme, moeilijk is om veel sympathie te koesteren voor Ezra en zijn gebed (Ezra 9). Een honderdtal van de teruggekeerde Israëlieten, op een bevolking die op dat moment minstens vijftig- tot zestigduizend mensen telt, heeft heidense vrouwen gehuwd uit de omringende volken. Ezra behandelt deze zaak alsof het een volslagen ramp betreft en weent voor de Heer alsof zeer ernstige schade is aangericht.

Is godsdienst afgedaald naar het niveau dat het zijn aanhangers vertelt met wie ze mogen huwen? Bovendien is de nasleep van dit gebed (waarover we morgen zullen nadenken) behoorlijk harteloos, niet?

In werkelijkheid laat Ezra’s gebed ons kennismaken met een man die lang en hard heeft nagedacht over Israëls geschiedenis.

Ten eerste verstaat hij wat ten grondslag lag aan de ballingschap, aan de formele verwoesting van het land, de verstrooiing van het volk. Het was niets anders dan de zonden van het volk – en vreselijk vaak waren deze zonden gevoed door verbanden, heel zeker ook huwelijksverbanden, tussen het volk van het verbond en de omliggende stammen. ‘Om onze ongerechtigheden zijn wij overgeleverd, wij, onze koningen, onze priesters, in de macht van de koningen der landen, aan het zwaard, aan gevangenschap, aan plundering, aan openlijke schande, zoals nu’ (9:7).

Ten tweede verstaat hij dat als deze gemeenschap de toelating kreeg om terug te keren naar Juda, dit is omdat ‘ons sedert kort genade [is] bewezen van de HERE, onze God, doordat Hij ons heeft gelaten degenen die ontkomen waren, en ons een tentpin heeft gegeven in zijn heilige plaats, waardoor onze God onze ogen deed oplichten en ons een weinig verademing gaf in onze slavernij’ (9:8).

Ten derde verstaat hij dat in het licht van de eerste twee punten, en in het licht van het uitgesproken verbod in de Schrift op gemengde huwelijken, hetgeen gebeurde niet alleen opmerkelijk ondankbaar is, maar ook concrete minachting van de God die gekomen is om Israël te redden, niet alleen in de Exodus, maar ook uit de ballingschap.

Ten vierde verstaat hij de complexe, ondermijnende, gemeenschappelijke aard van zonde. Net als Jesaja voor hem (Jes. 6:5), stelt Ezra zich op één lijn met het volk in zijn zonde (9:6).

Hij verstaat het hardnekkige feit dat het hier niet slechts gaat om individueel falen en niets meer dan dat; dit zijn manieren waarop rauw heidendom, en uiteindelijk relativisme met betrekking tot de Almachtige God, via de achterdeur worden binnengesmokkeld in de volledige gemeenschap.

Hoe konden dergelijke huwelijken, zelfs onder priesters, geregeld worden tenzij vele, vele anderen hun goedkeuring hebben gegeven, of op zijn minst een oogje hebben dichtgeknepen rond de praktijk?

Ezra verstaat bovenal dat de zonden van het volk van God vele malen erger zijn dan de straf die ze kregen (9:13-15).

Hoe zouden deze denkpatronen ons denken vandaag moeten vormen met betrekking tot de zonden van het volk van God?


Eigen vertaling van de overdenking bij 9 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 7 januari 2013

Ezra: bestuderen, navolgen en onderwijzen van de Wet (Ezr. 7)


Genesis 7; Matteüs 7; Ezra 7; Handelingen 7
Ezra 7 vertelt ons over de missie van Ezra in de gemeenschap van Jeruzalem en Juda na de ballingschap. Het behoorde duidelijk tot het rijksbeleid dat als groepen toegestaan werd vanuit ballingschap naar hun thuisland terug te keren, ze daarbij ondersteund moesten worden door hun priesters.

Vanuit het oogpunt van het heidense bijgeloof wilden de heersers niet dat ook maar een van de plaatselijke goden boos op hen zou zijn (7:23); vanuit het oogpunt van de verbondsgemeenschap was dit net een bijzonder bewijs dat de goede hand van God over hen was, dat Hij in staat was om de zaken van de machtigste rijken zodanig te regeren dat Hij zijn eigen volk bewaarde.

De aard van Ezra’s taak zou makkelijk kunnen beschouwd worden als een voorbeeld van de voorrechten en verantwoordelijkheden van ieder die de taak heeft het Woord van God te onderwijzen aan het volk van God: ‘Want Ezra had er zijn hart op gezet om de wet des HEREN te onderzoeken en haar te volbrengen, en om in Israël inzetting en verordening te onderwijzen’ (7:10).

(1) Ezra wijdde zich aan de studie van de Wet. Er is geen Bijbelonderwijs met langetermijneffect dat niet gepaard gaat met lange uren van voortdurende studie van de Bijbel. Effectiviteit in onderwijs van de Bijbel kost ons veel studiewerk, soms in eenzaamheid en altijd vermoeiend. Als je geen student bent van het Woord, ben je niet geroepen om een leraar van het Woord te zijn.

(2) Ezra wijdde zich aan het volbrengen van de Wet. Voor sommige mensen is studie een doel op zich, of misschien een middel om tot het doel onderwijs te komen. Maar zelfs al vormt de Bijbel dan de lesstof, voor die mensen is er geen persoonlijke toewijding om naar zijn voorschriften te leven – om het Woord van God zeggenschap te geven over hun huwelijk, hun financiën, hun manier van spreken, hun prioriteiten, hun waarden.

Ze vragen zich niet gedurig af hoe de uitgangspunten van hun tijd en cultuur, uitgangspunten die elk van ons onbewust opneemt, uitgedaagd worden door de Schrift. De studie van de Schrift is voor dergelijke mensen een uitnemende intellectuele discipline, maar geen voortdurende oproep om te aanbidden; de Bijbel moet behandeld worden als een tekstboek, maar het roept het volk van God niet op om te vrezen; zijn waarheden moeten gekoesterd worden, maar het Woord brengt ons niet in de tegenwoordigheid van God.
Ezra vermeed al deze valstrikken en wijdde zich aan het volbrengen van wat de Schrift zegt.

(3) Ezra wijdde zich aan het onderwijzen van de Wet. Hij was geen kluizenaar-geleerde; hij was een voorganger-geleerde. Hetgeen hij leerde in studie en gehoorzaamheid leerde hij ook doorgeven. Of het nu was in grote, plechtige samenkomsten, in familie- of stamverband, of in een-op-een studies, Ezra wijdde zich aan het onderwijs van het Woord van God aan het volk van God. Je kunt je moeilijk een hogere roeping voorstellen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 7 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 5 januari 2013

'Maar hun God waakte over de oudsten van de Judeeërs' (Ezr. 5)



Genesis 5; Matteüs 5; Ezra 5; Handelingen 5
Er gaan meerdere jaren van vertraging en teleurstelling voorbij vooraleer God de profeten Haggaï en Zacharia (Ezra 5) opwekt, die het volk aanmoedigen om de bouw van de tempel te hervatten. De fundamenten van de tempel zijn gelegd, maar daarna is niets meer gedaan. Nu wordt het bouwen hervat onder de revitaliserende dienst van de twee profeten.

Dit brengt een nieuwe crisis op gang. Tattenai, de gouverneur van de provincie Trans-Eufraat (vanuit Perzisch oogpunt betekent Trans-Eufraat alles in het Perzische Rijk ten westen van de Eufraat, inclusief de strook land die wij kennen als Israël), stelt de bevoegdheid van de Joden in vraag om zich met dit bouwproject in te laten. Tattenai schrijft naar Darius, de nieuwe koning, en in het volgende hoofdstuk antwoordt Darius positief: het is de Joden niet alleen toegestaan om te herbouwen, maar ze moeten ook nog eens gesteund worden door de staatskas.

Menselijk gesproken kun je zien waarom het beleid van het rijk volledig gekeerd is. Om te beginnen hebben we te maken met een nieuwe machthebber. Nog belangrijker: een zorgvuldige lezing van Tattenais brief (5:7-17) toont dat het gaat om een opmerkelijk evenwichtige en onbevooroordeelde uiteenzetting van de feiten in de zaak: hij wil alleen maar weten hoe het nu verder moet.

Hoe anders was de opmerkelijk verdorven brief van Rechum en Simsai (4:11-16). Zoals de commentaar in de Schrift duidelijk maakt was dit echt een brief ‘tegen Jeruzalem’ (4:8, HSV), een gemeen werkstuk dat alleen de meest scherpzinnige monarch had kunnen doorzien, en Artaxerxes behoorde niet tot die categorie.

In de bijzondere voorzienigheid van God sluit de brief in Ezra 4 zo het project af, terwijl de brief in Ezra 5, geschreven door mensen die niet minder heidens waren dan de eersten, niet alleen toelating bekomt voor het bouwproject, maar ook nog eens geld.
Het is belangrijk voor gelovigen te bedenken dat God soeverein talloze elementen controleert waar wij maar weinig invloed in hebben.

Ik herinner me hoe ik meer dan twintig jaar geleden moest spreken in een kapel aan de universiteit van Cambridge over het toegewezen onderwerp van dood en oordeel. Wat me afschrok was de obligate discussie die zou volgen. Ik predikte zo eenvoudig en getrouw als ik maar kon, en na de bijeenkomst maakten we ons klaar voor de discussie. De verantwoordelijke was zeker dat er ‘vragen zouden opkomen’. In die interessante maar gemengde groep wachtte ik met enig beven op de eerste vraag.

Toen gaf een ‘don’ in wiskunde (een professor aan de universiteit) die ik nooit eerder had ontmoet rustig de commentaar: ‘Hadden we meer toespraken als deze gehoord, dan was Engeland niet een dergelijk zootje geworden’. Die commentaar zette de toon voor de rest van de samenkomst. Iedereen was ernstig, en ik gebruikte de tijd om het evangelie uit te leggen. Maar het feit dat het deze vraag was die de toon zette, en niet een of andere spottende sneer, lag volkomen in de hand van God.


Eigen vertaling van de overdenking bij 5 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 4 januari 2013

'Wij willen meehelpen met de bouw, want ook wij vereren uw God' (Ezr. 4)



Genesis 4; Matteüs 4; Ezra 4; Handelingen 4
In deze gebroken wereld zullen er altijd mensen zijn die op een of andere manier proberen om het volk van God te ontmoedigen of te verslaan. Voeg dergelijke mensen toe aan de ontmoedigingen en mislukkingen die opduiken van binnenin, en de omstandigheden kunnen ontzettend somber en onheilspellend schijnen.

In Ezra 4 gebruiken de vijanden van de teruggekeerde bannelingen drie uiteenlopende strategieën, allemaal bedoeld om deze kleine gemeenschap van Gods volk te verslaan.

De eerste is proberen gemene zaak met ze te maken. Het klinkt zo goed: ‘Laat ons met u bouwen, want wij zoeken uw God evengoed als gij; Hem toch brengen ook wij offers sinds de dagen van Esarhaddon, de koning van Assur, die ons hierheen heeft doen optrekken’ (4:2).

Onachtzame mensen kunnen zich laten vangen. Er is natuurlijk altijd plaats voor ware eenheid, maar ongebreidelde oecumene resulteert onvermijdelijk in het herdefiniëren van het evangelie in termen van de kleinste gemene deler. Een van de beste manieren om een comité een andere richting uit te sturen is het vol te stouwen met je eigen aanhangers. Terwijl je steun voorwendt, neem je iets over en je leidt haar energie af in een bepaalde onbeduidende richting, zoals een groeiend kankergezwel dat de energie van het lichaam gebruikt om zelf groter te worden.

In dit geval werkt de strategie niet, omdat de leiders van Gods volk, verre van zichzelf te feliciteren met de hulp die zonet is aangekomen, weigeren om zich om de tuin te laten leiden. Ze slaan het aanbod af. Dit mondt uit in een andere strategie vanwege de tegenstanders, een die hun ware aard blootlegt.

De tweede aanpak is ‘het moreel van de Judeeërs te ondermijnen en hen bang te maken, om hen af te houden van de bouw’ (4:4). Een gedeelte van hun plan wordt aan het licht gebracht in het boek Ezra; nog meer ervan wordt duidelijk in Nehemia. Zo toegewijd zijn deze tegenstanders aan de mislukking van Gods volk dat ze zelfs ‘raadslieden tegen hen’ omkochten, ‘teneinde hun plan te verijdelen’ (4:5).

Geruchten, bedreigingen, voorraadtekorten, energie opslorpende afleidingen – alles wordt bekokstoofd door die ingehuurde strategen, clevere mensen die zichzelf als zeer wijs beschouwen, invloedrijk en machtig, maar die helemaal geen geestelijk of moreel zicht op de situatie hebben.

De derde aanval is rechtstreeks politiek. In een zorgvuldig opgestelde brief vol met halve waarheden, slagen deze tegenstanders van Gods volk erin koning Xerxes te overtuigen het bouwproject stil te leggen. Het verbod blijft decennia lang van kracht. Wat begint als een schijnbaar onoverkomelijke politieke barrière verwordt tot een manier van leven, waarbij de Joden zelf de status quo aanvaarden, tot de krachtige prediking van Haggaï en Zacharia (5:1) hen uit hun lethargie wakker schudt.

Hoe zijn deze drie werktuigen ter ontmoediging gebruikt in de twintigste eeuw?


Eigen vertaling van de overdenking bij 4 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 3 januari 2013

Gewijd aan Gods wil - ook onder tegenstand (Ezr. 3)


Genesis 3; Matteüs 3; Ezra 3; Handelingen 3
De duidelijke intensiteit van de ervaringen van Gods volk tijdens de eerste paar maanden van hun terugkeer naar het Beloofde Land (Ezra 3) schijnt tussen de zinnen van de tekst door.

(1) Ze zijn bevreesd (3:3). Dit is de eerste zinspeling op de gevaren waar ze voor staan, en de bron ervan wordt duidelijker in de volgende hoofdstukken. De Perzische koning Kores (of Cyrus) heeft toestemming verleend aan de Joden om naar hun thuisland terug te keren, en beval zelfs bepaalde betalingen ter ondersteuning en voor de herbouw van de tempel. Maar de grenzen van het koninkrijk liggen ver weg van het centrum, en in de harde politiek van het echte leven, betekent bezit negen tienden van de wet. Uiteindelijk zijn deze Joden een minderheid die omringd wordt door vijanden die veel sterker zijn dan zij.

(2) Ze zijn vastbesloten (3:3). De tegenstand ziet in dat de wederopbouw van de tempel niet alleen een godsdienstig teken is, maar ook een teken van groeiende politieke kracht. Daarom zouden de Joden er baat bij hebben zich stil en gedeisd te houden. Maar hun vastbeslotenheid op dit moment is bewonderenswaardig: ondanks hun begrijpelijke vrees bouwen ze het altaar van de Heer en voeren ze het systeem van de offeranden opnieuw in ‘zoals voorgeschreven is in de wet van Mozes, de man Gods’ (3:2-6), en vervolgens zetten ze de eerste stappen in de bouw van een nieuwe tempel.

(3) Ze zijn vol blijdschap en lopen over van lofprijzing (3:10-11). Het leggen van het fundament voor de nieuwe tempel bewerkt aanbidding en bewondering voor God zelf, die duidelijk de ondernemingen van zijn getuchtigde verbondsgemeenschap zegent. Hier zie je niet alleen de hoop op een tempel, maar ook op een herstel van het Davidische koningshuis, de vervulling van de heerlijke beloften van hoop die de profeten doorgaven tijdens de donkerste uren van ballingschap.

(4) Velen wenen (3:12-13). Het zijn vooral de ouderen die zich nog de contouren van Salomons schitterende tempel kunnen herinneren. De fundamenten van het nieuwe gebouw lijken in vergelijking daarmee onbeduidend. Ongetwijfeld zijn deze mensen dankbaar voor de dag der kleine dingen; uiteindelijk hebben ook zij ervoor gekozen om terug te keren. Maar dagen van kleine dingen zijn nog altijd klein, en de intensiteit van hun emotionele respons wordt veroorzaakt door herinneringen aan dingen van lang geleden.

Maar deze mensen leven tenminste nog en zij gaan voort met Gods werk; hun respons mag dan soms hartverscheurend zijn, vol hoogtes en laagtes, maar hij is wel levensecht, vitaal, en vol leven en engagement. Hier vind je geen mistroostige moedeloosheid, geen cynisch voorbehoud, geen emotioneel vlakke terugtrekking. Hier zie je de emoties van een groep mensen die, onder moeilijke omstandigheden, toegewijd is aan het doen van Gods wil.


Eigen vertaling van de overdenking bij 3 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

woensdag 2 januari 2013

'Meneer, ik dien een nauwkeurige God' (Ezr. 2)


Genesis 2; Matteüs 2; Ezra 2; Handelingen 2
De nauwkeurigheid van de verslagen over de terugkeer (Ezra 2) is een van de eerste dingen die de achteloze lezer van dit hoofdstuk moet opvallen. Niet alleen zijn de aantallen van het volk accuraat weergegeven, samen met de namen van hun families, maar zelfs de aantallen van hun dieren – paarden, muildieren, kamelen en ezels (2:66).

Je herinnert je het antwoord van de oude Puritein die veracht werd omdat hij stond op nauwkeurigheid wanneer hij sprak over God en de leer van de Bijbel. ‘Meneer’, antwoordde hij, ‘Ik dien een nauwkeurige God’.

Dit is natuurlijk maar één kant van het verhaal. Diezelfde God verheugt zich in de spontane lofprijzing van kinderen, die niet bekend staan om hun nauwkeurigheid. De Bijbel die Hij ons gaf gebruikt zowel beeldende taal als nauwkeurige verslaggeving. Maar onze tijd is zodanig gehecht aan vage gevoelens dat precisie in zaken met betrekking tot God vaak veracht wordt. We willen onze intuïties volgen, niet onze richtlijnen; we prijzen gevoelens, geen feiten; we slikken stroperigheid, geen waarheid.

In dit geval zijn er diverse redenen voor de nauwkeurigheid van het verslag. Om te beginnen verschaft dergelijke nauwkeurigheid autoriteit aan het verslag: dit is niet een of ander ver gerucht, maar de nabije verslaggeving van iemand die vertrouwd was met de details.

Bovendien verleent het noemen van deze personen en hun families hen impliciet bijval. Talloze tienduizenden Israëlieten keerden nooit terug naar het Beloofde Land: ze waren te zeer gesetteld waar ze zich bevonden, en de heropbouw van Jeruzalem en de tempel was voor hen niet belangrijk genoeg om een dergelijke verhuis te rechtvaardigen. Hun namen zijn verloren gegaan; zij zijn van weinig belang in de loop van de heilsgeschiedenis. Maar deze namen worden herinnerd en opgeschreven in de heilige Schrift. Lees ze aandachtig; ze verdienen ons respect en onze dankbaarheid

Maar er hangt nog een bijkomend element vast aan deze nauwkeurigheid. Sommige van de terugkerende families konden niet aantonen dat ze afstamden van Israël (2:59); sommigen van hen die beweerden dat ze tot de priesterlijke lijn behoorden, verkeerden in hetzelfde geval (2:62). Het probleem werd ernstig genomen en de stadhouder Zerubbabel beval dat ze van priesterlijke dienst zouden worden uitgesloten tot de oude manier van goddelijke leiding, de Urim en Tumim, opnieuw in werking was en hun beweringen gecontroleerd konden worden (2:63).

Hier vinden we dus een volk dat ernst aan de dag legt rond het volgen van de richtlijnen van het Mozaïsch verbond, ernst betoont rond het bewaren van de zuiverheid, niet alleen van de verbondsgemeenschap in het algemeen maar ook van het priesterdom in het bijzonder, ernst over het navolgen van al Gods woorden.

De ernst waarmee ze de gigantische onderneming van de terugkeer aanpakten wordt zelfs nog benadrukt door de giften die ze schonken om het huis van God te kunnen herbouwen (2:68-69).

Het feit dat deze ontluikende gemeenschap van na de ballingschap snel in een nieuwe generatie van verse problemen en oude zonden zou vallen, zou niets mogen afdoen van de kracht van hun voorbeeld voor gelovigen van vandaag.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

dinsdag 1 januari 2013

‘Allen die God daartoe aanzette, maakten zich gereed om naar Jeruzalem te vertrekken’ (Ezr.1)

Genesis 1; Matteüs 1; Ezra 1; Handelingen 1
De eerste stappen in de richting van Israëls terugkeer uit ballingschap en de herbouw van de tempel (Ezra 1) zijn bijzonder interessant:

(1) Iemand die weinig weet van geschiedenis zou je de idee nog kunnen vergeven dat Israël de enige bevolkingsgroep was die uit de gebondenheid van de ballingschap werd vrijgelaten. Historisch gezien is dit niet correct. Toen de Perzen de macht overnamen van de Babyloniërs (die Juda in ballingschap hadden gestuurd), keerde koning Kores (of Cyrus) van Perzië het Babylonische beleid om. De Babyloniërs (en de Assyriërs voor hen) transporteerde de aristocratie en de leidende burgers van onderworpen gebieden.

Opstand werd in de antieke wereld vaak opgehangen aan het drievoudige koord van volk, land en godsdienst. Indien één van deze drie kon weggenomen worden, was de kans op rebellie kleiner. Door alle leiders uit elke economische sector van een cultuur naar een nieuw gebied te vervoeren ver weg van hun eigen land (waardoor ze volk en land van elkaar afsneed), wisten deze rijken een soort vrede te verzekeren.

Natuurlijk kreeg je ook enorme ontwrichting, die zeker negatieve voor negatieve gevolgen moet gezorgd hebben, niet in het minst economisch. Maar wat ook zijn beweegredenen waren, Kores beëindigde niet alleen dit beleid, maar stond de bannelingen toe – inclusief de Joden – om naar huis terug te keren.

(2) Maar Ezra ziet het goed wanneer hij dit beschouwt als het werk van God: ‘de HERE wekte de geest van Kores, de koning van Perzië, op’ (1:1). Bij een andere gelegenheid zou de Heer er voor zorgen dat een volkstelling zou afgenomen worden van de volledige Romeinse wereld, om een zwangere vrouw naar Betlehem te brengen – opnieuw om een oud Schriftwoord te vervullen (Lk. 2).

(3) De profetie is volgens Ezra in dit geval afkomstig van Jeremia (Ezra 1:1), waarbij hij waarschijnlijk verwijst naar Jeremia 25:11-12; 29:10-14; 51. Het zou een vergissing zijn om Ezra 1:1 te lezen alsof God op een bepaalde manier gebonden was door Jeremia’s woord, in plaats van omgekeerd.

Het punt is dat de profetie van Jeremia niets anders is dan het woord van God. God is gebonden door zijn eigen woord. Toen Daniël begreep dat de voorgeschreven tijd van ballingschap ten einde liep, zette hij zichzelf ertoe Gods aangezicht te zoeken voor zijn volk (Dan. 9) – wat natuurlijk precies was wat diende te gebeuren. En hier vinden we de antwoorden op zowel Daniëls gebeden als op Gods beloften.

(4) Zoals gewoonlijk wanneer God krachtdadig ingrijpt, zijn er geen losse eindjes. Aan de ene kant beweegt Hij Cyrus de koning om zijn oproep te doen; aan de andere kant wekt Hij de geesten van veel Israëlieten op om naar huis terug te keren (1:5). Uiteindelijk hebben we nu te maken met een generatie die volledig was opgegroeid in de Tigris-Eufraatvalleien. Het zou vergelijkbaar zijn met vragen aan tweede- of derdegeneratie immigranten naar de VS (of België, JL) uit pakweg Congo of Indië om terug te keren naar ‘huis’. Maar Gods volk wordt gewillig op de dag van zijn kracht.


Eigen vertaling van de overdenking bij 1 januari uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.