Posts tonen met het label godsvrucht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label godsvrucht. Alle posts tonen

vrijdag 6 juni 2014

Vrees God en heb Hem lief (Deut. 10)



Deuteronomium 10; Psalm 94; Jesaja 38; Openbaring 8

Vervlochten met de historische terugblik die overheerst in de voorafgaande hoofdstukken van Deuteronomium, vind je uitingen van vermaning. Een van de meest treffende ervan wordt gevonden in Deuteronomium 10:12-22. Zijn schitterende thema’s omvatten:

(1) Een zuivere Godgerichtheid die zowel de vreze Gods als de liefde voor God omvat (10:12-13). In onze verwarde en verblinde wereld zal het vrezen van God zonder Hem lief te hebben veranderen in angst, en vervolgens in taboes, tovenarij, bezweringen, riten; God liefhebben zonder Hem te gehoorzamen vervaagt op zijn beurt tot sentimentalisme zonder sterke genegenheid, een schijn van godsvrucht zonder morele kracht, ongebreidelde machtshonger zonder enig besef van onbetamelijkheid, nostalgisch smachten naar relaties zonder passie voor heiligheid.

Geen van beide patronen strookt met wat de Bijbel zegt: ‘Nu dan, Israël, wat vraagt de HERE, uw God, van u dan de HERE, uw God, te vrezen door in al zijn wegen te wandelen; Hem lief te hebben … ?’ (10:12).

(2) Een zuivere Godgerichtheid die uitverkiezing neerzet als een daad van genade. God is eigenaar van het hele spectrum – ‘de hemel, ja, de hemel der hemelen, de aarde en alles wat daarop is’ (10:14). Hij kan ermee doen wat Hij maar wenst. Wat Hij in feite gedaan heeft is ‘zich verbinden’ met de vaderen, hen liefhebben en hun nakroost telkens weer verkiezen (10:15; vgl. 4:37).

(3) Een zuivere Godgerichtheid die nooit tevreden is met louter de rites en het uiterlijk vertoon van religie: het hart moet er bij betrokken zijn (10:16). Dit is waarom fysieke besnijdenis nooit als een doel op zich kon worden beschouwd, zelfs niet in het Oude Testament. Het stond symbool voor iets diepers: besnijdenis van het hart. Wat God wil is niet louter een uiterlijk teken dat bepaalde mensen Hem toebehoren, maar een innerlijke staat van het hart en het verstand die ons voortdurend op God richten.

(4) Een zuivere Godgerichtheid die Gods onpartijdigheid en daarom zijn gerechtigheid erkent – en daar ook naar handelt (10:17-20). Hij is ‘de God der goden en de Here der heren, de grote, sterke en vreselijke God’ (10:17). Geen wonder dus dat Hij geen geschenken aanneemt en geen partijdigheid kent.

(Verwar uitverkiezing nooit met partijdigheid. Partijdigheid is favoritisme dat is aangetast door een bereidheid om gerechtigheid tekort te doen ten gunste van geprivilegieerde enkelingen; uitverkiezing kiest bepaalde mensen vanuit Gods vrije beslissing en niets anders, en zelfs dan wordt gerechtigheid niet met voeten getreden: vandaar het kruis.) En Hij verwacht van zijn volk dat ze zich er naar gedragen.

(5) Een zuivere Godgerichtheid die wordt tentoongespreid in de lof van zijn volk (10:20-22). ‘Hij is uw lof en Hij is uw God’ (10:21). Zij die veel op God focussen hebben veel reden tot lof. Zij van wie de blik vooral aards of zelfgericht is drogen vanbinnen op als verdord snoeisel. God is uw lof!


Eigen vertaling van de overdenking bij 6 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

maandag 2 juni 2014

'Gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken' (Deut. 6)

Deuteronomium 6; Psalm 89; Jesaja 34; Openbaring 4

We zijn al andere schriftgedeelten tegengekomen die handelen over het belang het erfgoed van de Bijbelse waarheid aan de volgende generatie door te geven. Dit thema vormt ook het hart van Deuteronomium 6. Nieuwe punten die in het bijzonder worden benadrukt zijn onder meer:

(1) De oude Israëlieten moesten de volgende generatie leren de God van het verbond te vrezen. Mozes leert het volk ‘opdat gij de HERE, uw God, vreest door al zijn inzettingen en geboden te onderhouden, die ik u opleg, gij en uw zoon en uw kleinzoon, al de dagen van uw leven’ (6:2).

Wanneer in de toekomst een zoon zijn vader vraagt wat de wetten betekenen, moet de vader de achtergrond uitleggen, de Exodus en het verbond: ‘De HERE gebood ons al deze inzettingen te onderhouden en de HERE, onze God, te vrezen, opdat het ons altijd wèl zou gaan en Hij ons in het leven zou behouden, zoals dit heden het geval is’ (6:24).

We doen er goed aan ons af te vragen welke stappen we moeten nemen om onze kinderen te leren de Heer onze God te vrezen, niet met de angstaanjagende verschrikking die bang is voor grillige boosaardigheid maar met de diepgaande overtuiging dat deze God volmaakt rechtvaardig is en niet spot met de zonde.

(2) Mozes benadrukt de standvastigheid waarmee de volgende generatie moet worden onderwezen. De geboden die Mozes doorgeeft moeten in de ‘harten’ blijven van het volk (6:6; wellicht zouden wij zeggen ‘in de gedachten’). Uit deze overvloed volgen de woorden daarna: ‘gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat’ (6:7).

Zelfs wat ze droegen en hoe ze hun huizen aankleedden moest dienen als herinneringen aan de wet van God (6:8-9). We doen er goed aan ons af te vragen hoe wij onze kinderen voortdurend de inhoud van de Schrift leren. In het oude Israël leerden kinderen hun beroepsbekwaamheden gewoonlijk van hun ouders, met wie ze talloze uren doorbrachten, wat vele gelegenheden schonk om de zegeningen van het verbond aan hen door te geven. Onze meer gefragmenteerde cultuur maakt dat we gelegenheden moeten creëren.

(3) Bovenal moest de oudere generatie model staan voor de volkomen trouw aan God (6:13-19). Dit voortdurend model staan moest ook een volkomen afwijzing van afgoderij omvatten, gehoorzaamheid aan de eisen van het verbond, het eren van de naam van de Heer, en doen ‘wat recht en goed is in de ogen des HEREN’ (6:18). Hoe trouw hebben wij, door ons eigen leven, ernstige Godgerichtheid aanbevolen bij onze kinderen?

(4) We moeten een gevoelig bewustzijn kweken voor de gelegenheden vragen te beantwoorden die onze kinderen stellen (6:20-25). Bluf daarin nooit. Als je het antwoord niet weet, zoek het dan uit, of vind iemand die dit doet. We moeten onszelf afvragen of we maximaal gebruik maken van de vragen die onze kinderen stellen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 2 juni uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1998 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume I is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 25 april 2013

Vrees God en onderhoud zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen (Pred. 12)


Numeri 2; Psalm 36; Prediker 12; Filemon
Hoewel de Leraar nooit bij de volheid van perspectief aanbelandt die de schrijvers van de Schrift uit het nieuwe verbond karakteriseert, vermindert zijn scepticisme nu hij een aantal fundamentele standpunten aanmoedigt die absoluut afhankelijk zijn van een rechtvaardige God die het einde al kent van in het begin, zelfs al kennen wij dit einde zelf niet.

Op die manier heeft hij zijn lezers al twee dingen verteld:

(a) weiger slechts voor vandaag te leven; investeer moedig in de toekomst, terwijl je bedenkt dat deze wereld God toebehoort (11:1-6);
(b) leef dankbaar en blij met de goede gaven die je gekregen hebt (11:7-10).

In Prediker 12 komt Qohelet met een laatste vermaning: wees godvrezend, te beginnen in je jeugd; want of we nu al dan niet betekenis vinden louter ‘van beneden’ gezien, dan mogen we er toch zeker van zijn dat God alles in het oordeel brengt.

‘Gedenk dan uw Schepper in uw jongelingsjaren’ (12:1), zo schrijft de Leraar. God ‘gedenken’ betekent niet gewoon maar het pure feit van zijn bestaan in herinnering brengen, maar alle illusies van onafhankelijkheid en zelfstandigheid loslaten terwijl God zijn rechtmatige centrale plaats in onze levens terugkrijgt.

God heeft alles geschapen, Hij alleen ziet het volledige patroon, Hij is degene die de eeuwigheid in ons hart gelegd heeft (3:11). Hij is degene die alles goed gemaakt heeft, en wij zijn degenen die zoveel schade aangericht hebben met onze intriges (7:29).

Dus gedenk Hem, vermaant Qohelet ons, ‘voordat de kwade dagen komen’ (12:1) – en dan legt hij in beeldende taal uit hoe de ouderdom eruitziet. Aan een gevorderde leeftijd kan het dat we niet langer behagen vinden in onze jaren (12:1). We bereiken de winter van het leven (12:2); we worden als een oud huis, dat vergaat en vervalt, met alleen maar een paar relieken over (12:3). Ons gehoor vermindert (12:4b); in plaats van een vaste tred of het springen over de rotsen, zijn we bang van hoogten en vrezen we weggeduwd te worden op straat.

De amandelboom heeft een donkere kruin in de winter en wordt wit bij de lentebloesems, net zoals ons haar wit wordt (12:5). Lijdend aan artrose en versleten gewrichten, hobbelen we rond als een lompe sprinkhaan (12:5).

Het zilveren koord is wellicht de ruggengraat, de gouden lamp de schedel; de kruik is het hart: alles gaat achteruit, en we keren terug tot het stof waaruit we voortkomen – zoals God zelf, aan deze zijde van de vloek, gezegd had dat met ons zou gebeuren (Gen. 3:19).

Het is verre van duidelijk of Qohelet met de uitdrukkingen ‘ons eeuwig huis’ (12:5) en ‘de geest’ die ‘wederkeert tot God’ hetzelfde bedoelt als de Nieuwtestamentische schrijvers ermee bedoelden, maar zelfs hij is nu behoorlijk zeker dat ‘God elke daad zal doen komen in het gericht over al het verborgene, hetzij goed, hetzij kwaad’ (12:14). Dus ‘Vrees God en onderhoud zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen’ (12:13).


Eigen vertaling van de overdenking bij 25 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 20 april 2013

'De dag waarop je sterft is beter dan de dag waarop je wordt geboren' (Pred.7)


Leviticus 24; Psalm 31; Prediker 7; 2 Timoteüs 3

In Prediker 7 verandert de vorm van het boek en neemt die een meer typische structuur van de Wijsheidsliteratuur aan: een aaneenschakeling van spreuken.

Maar deze spreuken nemen globaal gezien niet het standpunt in van de persoon die ervan uitgaat dat de vreze des Heren het begin is van de wijsheid (vgl. Spr. 9:10). Qohelet zet veeleer zijn zoektocht voort, terwijl hij speurt naar de zin van de dingen wanneer je ze ‘van beneden’ onderzoekt. Die ‘gezond verstand’-spreuken hebben een cynisch randje dat brutaal eerlijk is maar niet doortrokken van goddelijk geloof.

De eerste zes spreuken zijn prikkelend somber. Niets in de eerste zin bereidt de lezer voor op de plotse klap van de tweede zin: bijvoorbeeld, ‘de dag des doods is beter dan de dag van iemands geboorte’ (7:1b). Dit is niet de uiting van geloof zoals in Filippenzen 1:21, 23.

Het meest positieve dat over deze spreuk kan gezegd worden is dat ze ronduit realistisch is, en we zouden er allemaal baat bij hebben te leven in het licht van het feit dat ook wij moeten sterven – zoals het tweede deel van vers 2 expliciet zegt: ‘dat is het einde van ieder mens en de levende neme het ter harte’ (vgl. Ps. 90:12).

De gedachtegang tot het einde van vers 6 is op een vergelijkbare manier donker, maar zijn brute openhartigheid heeft afschrikwekkende waarde.

De spreuken in 7:7-22 zijn moeilijker in te delen. Er is een soort praktische poging om zin te geven aan de wereld, maar het is de poging van de wereldlijke persoon. De verzen 8 en 9 zijn ongetwijfeld goede raad in het leven van de gelovige, maar in deze context hebben ze een louter pragmatische toon.

‘Zeg niet: Hoe komt het, dat de vroegere tijden beter waren dan deze? Want niet uit wijsheid zoudt gij aldus vragen’ (7:10). Dit legt zelfgenoegzame nostalgie het zwijgen op, want het is onwaarschijnlijk dat de Leraar onder de indruk raakt van de wazige gloed die rond het verleden hangt: hij heeft al kleur bekend op dit punt (zie 1:9).

Het is waar, Qohelet prijst wijsheid (7:11-12), maar met een koele bevestiging van zijn utilitaire waarde – het heeft zijn voordelen, net als geld. In die sfeer kan Qohelet slingeren tussen vrome berusting (7:12) en buitensporig cynisme (7:13-18) – F. Derek Kidner spreekt over ‘de verachtelijke en zelfingenomen zijde van het gezond verstand’. Zo is ook vers 18 morele lafheid verpakt in stoïcisme.

Het ultieme falen van dergelijke wijsheid, die niet begint met de vreze des Heren, wordt erkend in de slotverzen van het hoofdstuk (7:23-29). De Leraar is vastbesloten wijs te zijn, maar zijn variant van wijsheid ‘van beneden gezien’ laat hem zo achter dat hij niet in staat is een glimp op te vangen van de werkelijke zin van het leven; ware wijsheid is voor hem nog altijd onbereikbaar (7:23-25), en zijn eigen wijsheid is bekleed met een cynisme met betrekking tot menselijke relaties dat meer zegt over hem dan over de mensen die hij beschrijft (7:27-28).

Alleen wanneer hij terugkeert tot het patroon van de schepping en de zondeval (7:29) begint hij dichter bij een meer stabiel antwoord te komen.


Eigen vertaling van de overdenking bij 20 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

zaterdag 13 april 2013

Een vrouw die de HERE vreest, die is te prijzen (Spr. 31)


Leviticus 17; Psalmen 20—21; Spreuken 31; 1 Timoteüs 2
Spreuken 31 focust op twee verschillende manieren op vrouwen.

In het eerste deel (31:1-9) biedt de tekst ons de ‘Woorden van Lemuël’ (over wie we heel weinig weten) – maar hoewel deze woorden ‘van Lemuël’ komen, in die zin dat hij ze autoriseerde of ze bekend maakte, worden ze anderzijds beschreven als de lessen ‘waarmee zijn moeder hem vermaande’ (31:1).

Deze woorden behandelen drie onderwerpen.

(a) Lemuëls moeder moedigt haar zoon ten zeerste aan overspel te vermijden. Hij moet zijn kracht niet verspillen aan ‘haar die koningen verderven’ – en presidenten ook, overigens.

Bovenop de gewone begeerten van het vlees, hebben degenen die macht bezitten ongetwijfeld bijkomende mogelijkheden om die begeerten te bevredigen, samen met bijkomende verantwoordelijkheden. Dus moet al vroeg in het leven het juiste voornemen gemaakt worden als een principiële kwestie.

(b) Ze zegt Lemuël dat hij intoxicatie moet vermijden.

In een tijd waarin morfine nog niet bestond, waren bier en wijn goed om hen te helpen die stervende waren of diep bedroefd (31:6), maar de geboden ‘hulp’ is van een soort die je jezelf doet vergeten en zelfs het bewustzijn doet verliezen.

Machthebbers hebben niet het recht om voor dergelijk escapisme te kiezen, want ze zijn verantwoordelijk voor het naleven van de wet en het ondersteunen van de verdrukten (31:4-5).

(c) Dit brengt de koningin-moeder bij haar laatste thema: koning Lemuël moet spreken ‘ten bate van de stomme, ten behoeve van het recht van allen die wegkwijnen’ (31:8). Gezagsdragers zouden hun ambt niet mogen gebruiken om zichzelf te verrijken en afstand te scheppen tot gewone mensen, maar wel om rechtvaardig te besturen en in het bijzonder om de meest hulpbehoevenden en de armsten van de maatschappij te helpen.

Het tweede deel van hoofdstuk 31 (vv. 10-31) is heel bekend en beschrijft ‘een degelijke huisvrouw’ (HSV: ‘een deugdelijke vrouw’). (We zouden gemakkelijk kunnen aantonen dat het boek Spreuken ook behoorlijk wat te zeggen heeft over de degelijke echtgenoot, maar de relevante spreuken zijn niet samengebundeld op één plaats zoals hier). Deze deugdelijke vrouw is iemand op wie het hart van haar man vertrouwt (31:11) en die voortdurend het goede zoekt voor hem (31:12).

Ze is zodanig ijverig dat ze bijdraagt aan het gezinsinkomen en nog meer dan voldoende overhoudt om de armen en noodruftigen te helpen (31:13-22). Ze plant op de lange termijn, spreekt met wijsheid en runt het huishouden goed.

Uiteindelijk is ze zowel de lof van haar kinderen als van haar echtgenoot. Maar bovenal, en boven de cultuurspecifieke beschrijvingen (bijv. ze werkt met wol en vlas, en als landbouwersvrouw zint ze op een veld en koopt het), vreest ze de Heer, wat het begin van wijsheid en kennis is. ‘Bedrieglijk is de bevalligheid en ijdel de schoonheid, maar een vrouw die de HERE vreest, die is te prijzen’ (31:30).


Eigen vertaling van de overdenking bij 13 april uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

vrijdag 22 maart 2013

De vreze des HEREN is het begin der wijsheid en het kennen van de Hoogheilige is verstand (Spr. 9)


Exodus 33; Johannes 12; Spreuken 9; Efeziërs 2
In het echte leven zijn de meesten van ons een mix van wijs en dwaas, voorzichtig en ondoordacht, voorzichtig en impulsief. Niettemin helpt het ons te zien wat er op het spel staat door de alternatieven uiteen te zetten als een eenvoudige keuze. Dit is wat Spreuken 9 voor ons doet.

Het toont twee vrouwen, Wijsheid en Dwaasheid, die roepen naar mensen. In zekere zin is deze drive naar een eenvoudige keuze – wijsheid of dwaasheid, goed of slecht, de Heer of opstand – typerend voor wijsheidsliteratuur. Het is een krachtige, evocatieve manier om over te brengen wat de fundamentele kwesties zijn in de keuzes die we maken.

Laten we beginnen met Dwaasheid (9:13-18). De manier waarop dwaasheid in de deuropening van haar huis zit doet de lezer denken aan een prostituee. Ze roept naar degenen die voorbijkomen, naar degenen die anders ‘hun paden recht maken’ (9:15 in NBG; NBV vermeldt: ‘naar hen die rechtdoor willen gaan’). Ze is ‘enkel onverstand, en zij weet niets’ (9:13). Wat ze biedt is nooit fris: het is opgewarmd, gestolen materiaal, gestoffeerd met beloften van esoterisch genot – zoals de belofte van heimelijke seks (9:17). Zij die door haar aangetrokken worden denken er niet aan dat haar verleidingen tot de dood leiden (9:17).

Ook Wijsheid bouwt een huis en roept mensen naar binnen (9:1-6). Maar haar huis is stabiel en goed gebouwd (9:1). Net als Dwaasheid roept Wijsheid van ‘boven op de hoogten der stad’, waar ze gehoord kan worden (9:3, 14); maar in tegenstelling tot Dwaasheid, heeft Wijsheid een heerlijke en voedzame maaltijd klaargemaakt (9:2, 5). De ‘onverstandigen’ (of ‘onnozelen’, JL), d.w.z. zij die nog geen wijsheid bezitten maar ze graag willen verwerven, mogen komen en feesten, en leren ‘de weg van het verstand’ te betreden (9:6).

Natuurlijk dat spreken over het informeren of corrigeren van de onverstandigen meteen de aandacht vestigt op hoe de raad van Wijsheid zal onthaald worden. In zekere zin toont iemand die wijsheid accepteert daarmee al aan dat hij wijs is; de persoon die wijsheid verwerpt is een spotter of slechterik.

Vandaar het krachtige contrast uit de volgende verzen (9:7-9): ‘Bestraf de spotter niet, opdat hij u niet hate, bestraf de wijze, dan zal hij u liefhebben (9:8) – met de twee alternatieven die aan elke zijde van dit vers uitgewerkt worden (9:7, 9).

Het hoogtepunt in het hoofdstuk komt bij 9:10-12: ‘De vreze des HEREN is het begin der wijsheid en het kennen van de Hoogheilige is verstand’ (9:10). Normaal gezien zijn er zelfs in dit leven zegeningen weggelegd voor zij die dergelijke prioriteiten en toewijding aan de dag leggen (9:11-12).

Bovenal toont deze definitie van ‘het begin der wijsheid’ krachtig dat de wijsheid die in Spreuken wordt gepresenteerd noch esoterisch inzicht is, noch seculiere intellectuele bekwaamheid; het is veeleer toewijding aan God en alles wat uit dergelijke toewijding voortvloeit in gedachten en leven.


Eigen vertaling van de overdenking bij 22 maart uit 'For the Love of God - Volume 2'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven in 1999 door Crossway Books. Volumes van het dagboek kunnen in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition). For the Love of God volume II is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume II. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.

donderdag 29 november 2012

Zijn goddelijke macht schonk ons alles wat nodig is voor een vroom leven (2 Petr. 1)



1 Kronieken 26-27, 2 Petrus 1, Micha 4, Lukas 13
2 Petrus 1:5-9 toont een opmerkelijke opeenvolging van stappen. Petrus weet dat zijn lezers gelovigen zijn. Nu vermaant hij hen om iets aan hun geloof toe te voegen.

(1) Voeg deugd bij het geloof (1:5): waarschijnlijk is het soort geloof dat Petrus niet wil zien het soort geloof dat Jakobus 2 verwerpt: geloof dat louter intellectueel is, louter bevestigend, maar ontdaan is van transparant vertrouwen en gewillige gehoorzaamheid. Waarachtig geloof mondt uit in gehoorzaamheid – maar zoals gewoonlijk zijn gelovigen verantwoordelijk voor het volgen van die route en worden ze ontmoedigd door zuivere passiviteit. Voeg dus de deugd bij het geloof.

(2) Voeg kennis bij de deugd (1:5): Bepaalde kennis is noodzakelijk voor het geloof, maar Petrus is dat punt al voorbij. Elders wordt Timotheüs aangemoedigd te volharden in zijn ‘leer’ (1 Tim. 4:16); hier worden christenen op een gelijkaardige manier vermaand om kennis te voegen bij de deugd. Niets biedt zoveel vastheid en motivatie als een groeiend begrip van de gedachten van God.

(3) Voeg zelfbeheersing bij de kennis (1:6): louter kennis kan iemand gewoon opgeblazen maken (1 Kor. 8:1-3) en onvoldoende blijken om iemand te veranderen. Maar als zelfbeheersing overvloedig aanwezig is, dan is het potentieel tot het goede immens.

(4) Voeg volharding bij de zelfbeheersing (1:6): het is één ding om je te beheersen in een crisis, of voor een korte tijd, of wanneer dingen goed gaan. Er is echter volharding nodig op lange termijn om zelfbeheersing ten volle te laten schitteren.

(5) Voeg godsvrucht bij de volharding (1:6): anders kan volharding uiteindelijk verworden tot weinig meer dan een bijzondere inspanning van gewoon de menselijke wil. Godgerichtheid, een zuiver religieus element in elke deugd, verandert de zuiver stoïcijnse beslistheid in een transparante godsvrees.

(6) Voeg broederliefde bij de godsvrucht (1:7): iedereen haat de eigengerechtige mensen. Zelfbeheersing en volharding, zelfs godsvrucht, staan erom bekend dat ze strikte en onvergevende Farizeeërs voortbrengen. Voeg broederliefde toe.

(7) Voeg liefde bij de broederliefde (1:7): dat is nog beter. Want dan weerspiegelen we, hoe zwak of hortend en stotend ook, het karakter van de Meester zelf.

Let goed op wat aan het begin en het einde van deze zeven stappen vermeld staat.

Ten eerste draagt Petrus ons aan het begin op dat we ons ‘om deze reden’ ‘met alle inzet’ op het nastreven van die lijst zouden toeleggen (1:5).
‘Om deze reden’ wordt uiteengezet in de daaraan voorafgaande verzen (1:3-4). Gods heerlijkheid en goedheid hebben ons grote en kostbare beloften geschonken, zodat we daardoor kunnen deelhebben aan de goddelijke natuur en kunnen ontkomen aan het verderf van de wereld. Om deze reden moeten we alle ijver betonen om de zeven stappen na te streven.

Ten tweede, aan het eind, bevestigt Petrus ons dat deze kwaliteiten ons ervoor zullen behoeden dat we doelloos en onvruchtbaar zouden zijn in de kennis van onze Heer Jezus Christus (1:8-9).


Eigen vertaling van de overdenking bij 29 november uit 'For the Love of God - Volume 1'. Dit is een dagboek door D.A. Carson, uitgegeven bij IVP in 1998 (rechten liggen bij Crossway). Het dagboek kan in het Engels online gevolgd worden via de blog For the Love of God (The Gospel Coalition) of is beschikbaar in pdf-formaat voor gratis download via deze link naar For the Love of God Volume I. Met toestemming overgenomen van Crossway, de uitgeverstak van Good News Publishers, Wheaton, IL 60187, www.crossway.org Rechten Nederlandse vertaling: Jan Leplae – Niets van deze vertaling mag overgenomen worden zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming.